Daedalus Saga Uitgaven Uitgeverij L  
 
De Commentator

Toegevoegd op 23 mei:
Hugues Labiano over De Leeuw van Juda 1

Toegevoegd op 25 april:

Patrick Cornelis en Tim De Decker over Waldin

Toegevoegd op 4 maart:

David Étien en Régis Loisel over Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht 6

Toegevoegd op 29 februari:

Marcel Ruijters over Eeuwig 1913
Marc de Lobie over De Bergenvaarders

Toegevoegd op 26 februari:

Anlor over Kamp Poetin 1
 
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Christophe Alliel en Aurélien Ducoudray
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Ger Apeldoorn
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Christophe Blain
De Blauwbloezen
Frédéric Blier
Olivier Boiscommun
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
Mario Boon
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Marc Bourgne
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Theo Caneschi
Paul Cauuet
Lounis Chabane
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Patrick Cornelis
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Steve Cuzor
Robbert Damen
Sébastien Damour
Frodo De Decker
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Félix Delep
Nicolas Delestret en Stéphane Massard
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
Steven de Rie
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Franky Drappier
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Bruno Duhamel
Steven Dupré en Conz
Ersel
David Étien
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Rino Feys
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Vittorio Giardino
Jean-Pierre Gibrat
Christian Gine
Antoine Giner-Belmonte
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
José Homs
Hub
Éric Hübsch
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Janry
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Jacques Lamontagne
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Olivier Ledroit en Thomas Day
Hec Leemans
Frank Le Gall
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Giovanni Lorusso en Olivier Peru
Stéphane Louis
Maël
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Jean-Claude Mézières
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
Mikaël
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Marcel Pagnol
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Régis Penet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Willem Ritstier
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Michel Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Fred Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Didier Tarquin
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Ronan Toulhoat
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Peter Van den Ende
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Peter van Dongen en Teun Berserik
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Alberto Varanda
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Laurent Verron
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Éric Warnauts en Guy Raives
Colin Wilson
Philippe Xavier
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Hugues Labiano over De Leeuw van Juda 1
23/05
TOP
De Leeuw van Juda 1
Onderstaande bijdrage van Marius Jouanny verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 131 van december 2019.

De Leeuw van Juda 1
Over avontuur met grote A: "Stephen Desberg en ik werken al bijna vijftien jaar samen. Het gevaar bestaat dat we in een zekere routine vervallen. Na onze Ster van de Woestijn stelde ik het werk voor van Franse schrijvers van begin twintigste eeuw, zoals Joseph Kessel en Blaise Cendrars. De romans van kunstenaar-avonturier Cendrars, in het bijzonder L'Homme Foudroyé, gaven mij zin om een avonturenverhaal met een grote A te tekenen, met adempauzes, epische aspecten en mooie personages zoals er tegenwoordig maar weinig te vinden zijn in stripverhalen. Desberg dacht aan een verhaal op het Afrikaanse continent dat hij heel goed kent. Zelf heb ik slechts een paar dagen in Algerije doorgebracht voor een stripfestival. Ik was aanvankelijk niet zo enthousiast. Afrika wordt systematisch te veel geassocieerd met avonturenverhalen. Maar zijn idee van een mystieke relatie tussen twee personages, stond me aan. Ik keke ernaar uit om Ethiopië te tekenen, een veel mysterieuzer land dan Kenya dat in het begin van het album aan bod komt en waarvan we heel goed het savannelandschap kennen."

Over archetype:
"Als autodidact teken ik niet graag naar model en teken ik instinctmatig. Het risico is dat ik altijd hetzelfde teken. Ik baseer me vaak op mijn eigen uiterlijk om het hoofdpersonage vorm te geven. Voor de verandering heb ik van Wallace het archetype van een blonde Brit gemaakt."

Over werkelijkheid: "Om hier de Riftvallei te tekenen, combineerde ik enkele foto's en deed ik mijn ding. Documentatie is noodzakelijk om een zeker niveau van realisme te behalen en om de lezer in het landschap onder te dompelen. Ik streef niet naar de werkelijkheid, alleen het gevoel van de werkelijkheid."


De Leeuw van Juda 1
Over gieren: "Ik suggereer de moordscène door erop te letten de lijken niet te laten zien. Ik ben nooit aangetrokken geweest door het morbide en ik zal nooit zover gaan dat ik iets zou tekenen dat me afstoot, behalve wanneer het verhaal erom vraagt. Ik heb gekozen voor gieren, die boekdelen spreken over de aard van de scène, en voor de close-up van het gezicht van de soldaat die er verschrikt uitziet en die de hele pagina structureert."

Over de sfeer: "De sfeer van De Leeuw van Juda is helemaal niet hetzelfde als mijn De Vier Hoeken van de Wereld (Dargaud, 2013) dat zich afspeelt in de Sahara. Voor ik een scène aanpak, documenteer ik me door boeken te lezen over het onderwerp en foto's te doorbladeren in fotoboeken die me inspireren."

Over papier: "Mijn tekenstijl evolueert meer dan de technieken die ik gebruik. Sinds geruime tijd voeg ik op een andere manier zwart toe op mijn pagina terwijl ik al twintig jaar een — onvergelijkbare! — Sakura Pigma Micron-pen gebruik door daar zwart in te stoppen. Voor dit album heb ik veel meer gebruikgemaakt van een penseel dat meer souplesse oplevert. Ik verander daarentegen vaak van papier naargelang waar ik zin in heb. Ik kan aquarelpapier gebruiken wanneer ik bepaalde materie wil bekomen. Voor dit album voor een groot publiek wou ik de effecten beperken. Ik werkte daarom op een heel fijnkorrelig papier, makkelijk om mee te werken, hoewel het karakter mist. Ik denk dat ik voor het volgende deel terugkeer naar een korreliger papier waarop je vaak moet worstelen, maar waarvan de weergave heel interessant is."


De Leeuw van Juda 1
Over architectuur: "Dit gebouw is niet het station van Addis-Abeba in die tijd. Ik vond enkel documentatie over het huidige station, gebouwd in 1931, dus enkele jaren na de gebeurtenissen in het album. Het kwam in geen geval overeen met wat het scenario vereiste: een statig gebouw, met veel volk, om de tekst van Desberg tegemoet te komen. Ik moest er ook gevarieerde figuren in kunnen tekenen, zoals de Amharas, de grootste etnische, orthodox-christelijke etniciteit van het land. Ik heb dus zelf een station verzonnen door me te baseren op traditionele Ethiopische huizen in aarde en hout die je nog steeds makkelijk kan aantreffen in de streek van Harar, vooral omdat het Ethiopische keizerrijk, uniek in zijn soort, nooit werd gekoloniseerd door westerlingen waardoor de architectuur dus weinig externe invloeden onderging."

Over denken in zwart-wit: "Wallace moest onopvallend opgaan in de menigte waar westerlingen schaars zijn. Ik gaf hem neutrale kleren en een hoed die zijn gezicht in prent 2 grotendeels verbergt. Het toevoegen van zwart mocht niet te nadrukkelijk zijn, maar ik kon me niet inhouden. Ik ben een last voor inkleurders. Ik denk in zwart-wit na over de compositie van mijn pagina's, zonder in het achterhoofd te houden dat ze daarna nog door een ander worden ingekleurd! Maar we vonden een goed evenwicht met inkleurder Jérôme Maffre, die dicht bij me woont in Toulouse."

Over inkten: "Het inkten is verreweg mijn favoriete stap. Ik kan gemiddeld één pagina om de drie dagen afwerken, met zes tot acht uur werk per dag. In tegenstelling tot velen, ben ik productief en efficiënt!"


De Leeuw van Juda 1
Over detectivefilms: "De sfeer op deze pagina roept die van detectivefilms op. Als jongeling, toen ik in Parijs belandde, voerde ik slecht betaalde jobs uit. Ik kom uit een heel bescheiden milieu. Cultuur was niet het centrum van ons leven. Tussen mijn achttiende en dertigste wou ik me dus cultiveren. Mijn enige ontspanning in Parijs bestond in het bezoeken van de bibliotheek en drie sessies per week in kunstzalen en bioscopen. Ik ontdekte talloze detectivefilms, zoals Double Indemnity van Billy Wilder, de komedies van Frank Capra en alle grote films van de toenmalige registers."

Over The Big Sleep: "Ik zag drie keer The Big Sleep van Howard Hawks in dezelfde week om de zin van een intrige te proberen begrijpen die er niet is. Het duo Lauren Bacall en Humphrey Bogart werkte wonderwel. De esthetiek van de vilthoed, de man die rookt en het mooie meisje dat hem bekijkt, betekende veel voor me. Ik hou er enorm van om weg te kijken van het glamourkantje dat zo'n films hadden. "

Over onzekerheid: "Ik had prent 3 nog schuiner kunnen plaatsen om het gewenste effect te accentueren. Het geeft een opschorting van de tijd aan, zoals een waarschuwing dat er iets belangrijks zal gebeuren, een stilstand vóór een versnelling. Deze prent geeft de overgang weer tussen een lange tijdelijkheid waarin hij het station binnenstapt, en de meer verbrokkelde, daaropvolgende scène, waarin Wallace zijn mes trekt om een kluis te openen in het bagagedepot van het station. Ik deel de actie op in vijf prenten om de slag weer te geven, en de lezer onzeker te maken omdat hij of zij niet echt weet wat Wallace met zijn mes zal doen."


Patrick Cornelis en Tim De Decker over Waldin
25/04
TOP
Waldin
Patrick Cornelis lanceerde onlangs een nieuwe crowdfunding voor Waldin, zijn nieuwe stripproject dat zes delen moet tellen en ook in het Nederlands zal verschijnen. Het wordt geschreven door Tim De Decker. Inmiddels is deel 1 op een haar na volledig gefinancierd via Kickstarter. Hieronder vind je de voorstelling.


Waldin

Waldin
Waldin is een nieuwe fantasystripreeks van tekenaar Patrick Cornelis en scenarist Tim De Decker. De kleuren worden verzorgd door Shirow Di Rosso en het zal uitgegeven worden onder het label Pangolin Comics, de uitgeverij van Patrick Cornelis die onder meer de Virus-saga, De Huivering en Verbonden Zielen publiceerde.

Waldin

Patrick en Tim leerden elkaar enkele jaren geleden kennen op Comic Con Antwerpen. Tim was op zoek naar een tekenaar en Patrick keek uit naar een nieuw project. Samen sleutelden ze aan het scenario en zijn nu klaar om Waldin de wereld in te lanceren.
Sinds 19 april staat er een crowdfunding via de websiteKkickstarter online, die na drie dagen al meer dan 81% haalde. Streefdatum voor de release van het album in de winkels is begin juli.

Klik op onderstaande voorstellingsfiches voor een grotere weergave.
Waldin
Waldin
Waldin
Waldin


Over Storm, Odysseus en graphic novels
Tim vertelt waar het allemaal begon: "Ik was elf jaar, denk ik, en was helemaal in de ban van de stripreeks Storm, waarbij de prachtige illustraties van tekenaar Don Lawrence me katapuldeerden in een rijke fantasiewereld vol helden en monsters. Bovendien was ik een enorme fan van sciencefiction- en avonturenfilms zoals Jurassic Park en Planet Of The Apes.
Toen ik daarna op school leerde over de oude Grieken en de mythen van onder andere Odysseus leerde kennen, sloeg mijn fantasie helemaal op hol. Ik wou zelf verhalen schrijven! Al vrij snel kreeg ik het idee om een avonturenreeks te creëren over een ridder die in een oorlog belandt en zijn geliefde wil redden van een bende barbaarse Vikingen. Voeg daar nog wat magische elementen bij zoals draken, elfen en reuzen en hop, ik was vertrokken. Ik begon zelf de personages te tekenen, de wereld van het mythische koninkrijk Thesnia te ontwerpen en een trilogie te schrijven. De hele familie en alle vrienden moesten het geweten hebben. Maar het duurde lang... zeer lang! In de loop van de jaren vroeg iedereen me wanneer ze het verhaal nu eindelijk konden lezen. Pas toen ik mijn oude liefde, namelijk strips, weer leerde kennen dankzij graphic novels, zoals Kick-Ass, Justice League, Descender en Saga, besefte ik dat dit hét medium was voor mij. Ik wou mijn publiek laten zien wat er in mijn hoofd zat en een stripreeks was de enige manier. Uiteraard moest ik dan wel op zoek gaan naar een tekenaar, want zo goed kon ik nu ook weer niet tekenen."

Waldin


Virus
Enkele jaren geleden verscheen het eerste deel van Virus, de horrorcomic van Patrick Cornelis. Voor De Decker was het als een geschenk uit de hemel. Cornelis was de eerste Vlaamse striptekenaar die een zombie graphic novel had gemaakt en Tim was meteen fan van zijn tekenstijl. Bovendien had Virus een internationale allure die hij geweldig vond. Deze tekenaar was perfect voor zijn verhaal!
En zo geschiedde... Patrick vond het script van De Decker intrigerend, maar het was nog niet klaar om te vertalen naar een strip. Er was voer voor wel vijftien episodes en het verhaal bleek zeer uitgebreid te zijn. Samen met horrorauteur Tom Thys werd het script gedistilleerd tot zes delen. Daarna zorgde Tim voor een storyboard dat door Patrick werd nagekeken.

Waldin


Een nieuw project
"De visuals zijn natuurlijk zeer belangrijk bij een strip", vertelt Cornelis. "Bepaalde scènes konden we visueel op een andere manier brengen, zonder het verhaal helemaal te moeten omslaan. Tim en ik werken daarin goed samen. Wanneer je jezelf volledig onderdompelt in het verhaal, lig je meestal op dezelfde lijn. Waldin is een wervelend epos over ridders en vikingen, draken en elfen, liefde en magie. Ik kan me als tekenaar helemaal uitleven in die wereld. Samen hopen we de hele reeks te kunnen uitbrengen en we startten alvast met een kickstarter voor deel 1. We houden ons hart vast omwille van de coronacrisis, maar de crowdfunding lijkt voorlopig wel al vlot te lopen. Misschien laat deze crisis de mensen het stripmedium terug meer appreciëren en kunnen we terug zieltjes winnen voor de negende kunt."

Een duwtje in de rug geven kan via www.kickstarter.com/projects/patrickcornelis/waldin.

Waldin


David Étien en Régis Loisel over Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht 6
04/03
TOP
Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht 6
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 132 van januari 2020.

Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht 6
Étien over Bolster: "Bolster tekenen? Een uitdaging. Ik kon me niet beroepen op vorige versies, want hij verandert en evolueert zachtjes aan naar zijn uiterlijk in de eerste cyclus. Het kwam aan op een baard en zijn eerste rimpels, maar ook qua karakter. Minder onschuldig en enthousiast, al dan niet een stille woede. Régis is zelden tevreden over mijn eerste tekeningen. Bolster is verreweg het personage dat ik het meest heb hertekend!"

Étien over een kruispunt: "Grafisch gezien, probeer ik me te plaatsen op het kruispunt tussen mijn voorlopers, die allen hun eigen toets aan die van Loisel hebben toegevoegd: de elegantie van Lidwine, de krachtige inking van Aouamri, de efficiëntie van de beelduitsneden en de wat vettere stijl van Vincent Mallié... Ik heb hun verschillende versies van de hoofdpersonages opgeslagen om mijn eigen line-up te creëren met vellen vol voorbeelden, een gewoonte die ik van de tekenfilms heb overgehouden. Dat was mijn eerste klus. Een les in nederigheid om te weten te komen wat het betekent om een stijl van iemand anders over te nemen en je aan je eigen voorbeelden te houden!"

Étien over manipulatie: "Een simpele vertelling, efficiënt en levendig: makkelijker gezegd dan gedaan. Régis heeft een geheel eigen grammatica. Neem nu de voorgronden zoals hier met rotsen of de poten van de rijdieren om het oog van de lezer te leiden naar het centrum van het beeld. Terwijl een traditioneel 'postkaartenzicht' dat op de zijlijn plaatst. Er is ook een manier om de tekstballonnen te schikken om het oog te leiden en het leesritme te bepalen. Pure, eenvoudige manipulatie! De vertelling is echt wat ik het meest leer van hem."


Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht 6
Étien over ego: "Toen ik me had aangeboden om De Tijdvogel over te nemen, had ik net zeven albums van De Vier van Baker Street in zeven jaar getekend. Van het Victoriaanse Londen begon ik genoeg te krijgen. Je gaat er niet op vooruit door te stagneren in een wereldje en een unieke stijl. Ik wist dat Vincent Mallié nog niet was vervangen, ik nam contact op met Régis, die me waarschuwde: 'Dat is helemaal niet jouw stijl, je zal er spijt van krijgen!' Daar tekende ik voor. Het is goed voor mijn ego. Het probleem met Régis is niet zijn veeleisendheid — dat was een onderdeel van de deal —, maar de tijd. Je weet wanneer je eraan begint bij hem, maar nooit wanneer het stopt! Maar tijd is een luxe waarover een (jonge) tekenaar niet beschikt, want de uitgever zet hem onder druk."

Étien over dynamiek: "Ik heb er twaalf maanden over gedaan, waaronder twee om te corrigeren, om deel 5 te voltooien: een record aan correcties! Daarna ben ik veranderd van tactiek en teken ik in mijn eentje alle potloodtekeningen voor ik die laat zien. Régis viel van zijn stoel. Ik wist dat ik veel moest veranderen, maar psychologisch gezien heeft die dynamiek me goed geholpen. Uiteindelijk heb ik deel 6 in acht maanden afgerond."

Loisel over een belofte: "David wil doorgaan, hij is een locomotief. Net zoals Mallié. Vincent is sterk in de vertelling, maar hij heeft het wat moeilijk om zich aan zijn personages te houden. David is een weergaloze tekenaar, maar soms ten koste van de vertelling. Voor het volgende album heb ik hem beloofd dat we een week zullen samenzitten om het storyboard op punt te zetten. Daar zullen we allebei bij winnen."


Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht 6
Étien over personages: "Een personage à la Loisel creëren? Missie nagenoeg onmogelijk. Daar ben ik over gestruikeld door het te proberen voor deel 5. Het was ook beter om hem een schets te vragen dan een lange uitleg! Ik nam de nevenpersonages dan maar voor mijn rekening waarbij ik vermeed om in zijn stereotypen te vervallen — zoals de kleine ronde oogjes in een cirkeltje... Régis drijft me naar het karikaturale: 'Als je een grote dikzak op die brug zet, maak hem dan extra dik, houd je niet in!' Ingewikkeld om je te laten gaan in het wereldje van een ander, het voel wat onrechtmatig aan."

Loisel over personages: "De zoölogische criteria voor De Tijdvogel nauwkeurig vastleggen, is delicaat. Je kan er geen dieren zoals in Trollen van Troy in neerzetten. De sleutel is misschien een compositie op basis van gekende elementen: een stuk van een kreeft, een hoofd van een schildpad, de poten van een struisvogel... en hop, we hebben een rijdier!"

Étien over Yoda: "De raadsman van de hogepriesteres van de orde, die enkele pagina's eerder is te zien, is een van de weinige creaties van mezelf die Régis niet heeft bijgewerkt. Ik besefte de verre verwantschap niet met meester Yoda tot hij was ingekleurd. François Lapierre gaf hem natuurlijk een groen kleurtje."

Étien over de inkleuring: "Doorgaans kleur ik zelf in. Ik visualiseer mijn tekeningen in vierkleurendruk. Het is soms een raar effect om ze nu door François ingekleurd te zien. Hij is al lang een medewerker van Régis (vooral voor Magasin Général) en hij kent het kleurenpalet van De Tijdvogel door en door. Zijn smoothing werk is essentieel voor de coherentie van de reeks."


Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht 6
Étien over choreografie: "Je ziet hier Bolsters beruchte bijl in actie die hij heeft gekregen van de Jager. Serge (Le Tendre, red.) en Régis vonden het tijd dat Bolster er iets mee deed! In De Tijdvogel schuwen we niet om geweld te laten zien, maar nooit op een esthetische manier, met hele pagina's vol choreografische gevechten. De ontwijkende reactie van Bulrog op de vorige pagina is een uitzondering die trouwens slecht eindigt voor hem! Régis zag het liever brutaler en sneller, met bloedslierten of darmen."

Loisel over suggestie: "Voor zo'n gevecht zou David graag de slagen detailleren, zich toeleggen op de juiste houding, het perfecte model. Maar voor De Tijdvogel is het beter om minder demonstratief te zijn en liever te suggereren."

Étien over opruimen: "Begrepen. De beweging in een verstild beeld lijkt snel kunstmatig, star. Terwijl de beelduitsneden en het ritme van de pagina dynamiek toevoegen. Ik had hier eerst decor bij getekend en personages op de achtergrond. Mijn neiging om te veel te doen. Régis liet me al het overtollige opruimen, alles uitzuiveren en sterker maken. Vandaar een wat ongewone prent met meer open ruimte. Ik heb toch nog wat snelheidslijntjes getekend die zelden voorkomen in de reeks."

Étien over stoppen of doorgaan: "Elk nieuw album is een soms woelig avontuur. Je komt er uitgeteld uit terwijl je tegen jezelf 'nooit meer' zegt! Daarna denk je erover na... Kortom, ik teken ook het zevende deel. Voor deel 8 staat nog niets vast! Ik moet ook nog de tijd vinden voor mijn eigen reeks, De Vier van Baker Street, maar ook, sinds vorig jaar, de Robbedoes-spin-off Rommelgem."


Marcel Ruijters over Eeuwig 1913
29/02
TOP
Eeuwig 1913
Uit het nawoord van Eeuwig 1913 
"Waarom uitgerekend het jaartal 1913, zal de lezer wellicht denken... Om eerlijk te zijn: het getal heeft géén magische klank voor mij en ik verwijs ook niet naar een bepaalde historische gebeurtenis. Ik heb alle macht in handen van één personage gelegd, omnimiljardair Gustonson, die bedacht dat de wereld toen nog geen wereldoorlogen had gezien en dat het 'dus' een goed idee was om alles te downgraden naar de stand van zaken anno 1913. Natuurlijk is hij een wereldvreemde dwaas, want er bestonden in 1913 meer dan genoeg problemen: besmettelijke ziekten, het kolonialisme, enzovoort. Laten we zeggen dat ik zocht naar een aanleiding om dat tijdvak te tekenen; de tijd waarin mannen bolhoeden droegen en de (schaarse) auto's er nog uitzagen als sierlijke koetsen.

Eeuwig 1913
Eeuwig 1913 is een spel met huidige tijdsgeest. De techniek dendert maar voort en onze cultuur wordt steeds nostalgischer. Let wel, dit is een avontuur met satirische kanten, geen pamflet over alles wat er mis is in de wereld. Dat zou ik de lezer (en mezelf) niet aandoen. De echte wereld is per definitie te groot om te bevatten, daarom bouwen we er graag een poppenhuisversie van: een ideologie, een godsdienst, een theaterstuk... of een strip. Pola is de outsider die op het vasteland belandt en zich aanvankelijk als een vis in het water voelt; ze is jong, onbevangen en naïef. Het deert haar niet dat de wereld die zij als haar voorland ziet, zich afgekeerd heeft van de toekomst. Uiteraard is die naïviteit maar tijdelijk, het is onontbeerlijk voor een verhaal je held(in) door allerlei narigheid te slepen, maar het moet me van het hart dat ik er wat dat betreft bij Pola meer moeite mee had dan met de middeleeuwse nonnetjes die ik in voorgaande boeken zoals Alle Heiligen heb gemarteld. Dat waren immers (quasi) tekstloze strips, met het oogmerk een surrealistisch effect op te roepen door de onaangedane wreedheid van middeleeuwse illustraties. De episode waarin Pola in het gekkenhuis belandt, was zelfs een beetje pijnlijk om te tekenen — maar noodzakelijk voor het verhaal. Zoals gezegd was 1913 een tijd met ook lelijke kanten; veel 'lastige' vrouwen werden zonder pardon in gestichten weggestopt. Soms praat Pola met dieren en je kunt dan als lezer aan haar verstand twijfelen, maar van de andere kant is de wereld om haar heen minstens zo raar. En heeft ze haar jeugd niet dichtbij de natuur doorgebracht?

Eeuwig 1913
Het vriendenclubje rondom Pola bestaat uit verwijzingen naar excentrieke schrijvers die me door de jaren heen op een of andere manier geïnspireerd hebben. Een jaar of vijftien terug maakte ik voor tijdschrift De EssensiE een serie portretten van schrijvers en hun (vermeende of echte) drugsgebruik van steeds één pagina. Een leuke serie, maar niet lang genoeg voor een bundeling in boekvorm. Te kort, te oppervlakkig, te gecomprimeerd, maar wel bruikbaar als voorstudie. Naar mijn mening is het volstrekt legitiem oude ideeën een nieuwe plaats te geven. Klotzbachs schimpdichten zijn natuurlijk gebaseerd op Paul van Ostaijen, Dadaïst van de Lage Landen. Caroussels naam verwijst losjes naar de Franse 'literaire gek' Raymond Roussel. Hondsdag is geënt op Henri Michaux, die opmerkelijke beschrijvingen van zijn drugsexperimenten heeft opgetekend; zijn taal is terloops, klinisch en tegelijkertijd poëtisch. Hondsdags kogelronde hoofd had ik al begin jaren 1990 bedacht, en sporadisch gebruikt, zoals in de korte strip AE, gepubliceerd in Zone 5300 en Hôpital Brût — maar daar bleef het bij. Op de omslag van het laatste nummer van Thank God It's Ugly in 2001, geïnspireerd door de verbijsterende film Of Freaks And Men van Aleksei Balabanov, dook Strapatsky al op. Helga Hahnemüller is een parodie op Madame Blavatsky (geboren: Hahn), een van de stichters van de Theosofische beweging, die op haar beurt aan de wieg stond van de abstracte kunst van de twintigste eeuw. Hoewel Helga een soort ondergrondse beweging leidt, is hier de angst voor technologische vooruitgang een van de belangrijkste kenmerken. Valdemar ten slotte staat symbool voor Pola's terugkeer naar haar eigen verleden. Ik heb een tijdje getwijfeld of hij misschien beter een eenvoudigere naam kon krijgen. Toen las ik dat de uitvinder van de bandrecorder Valdemar Poulsen heette: een té mooi cadeau om te laten liggen. Dank u, internet! Het idee van de verrijzenis van het verzonken continent Lemuria — pseudowetenschap is een onuitputtelijke bron van vermaak — werd onlangs versterkt door de bevestiging van het bestaan van Zeelandia, waarvan Nieuw-Zeeland het gedeelte is dat boven zeeniveau ligt. Dat dit verzonken continent vernoemd is naar uitgerekend de provincie die het meest heeft gestreden tegen overstromingen, is een onweerstaanbaar Forteaans toeval.

Eeuwig 1913
Hoe zal het Pola & co verder vergaan als de dijken eenmaal zijn aangelegd? Zal de revolutie een succes blijken? Houdt iedereen droge voeten? Wordt het nog spannend? Vragen, vragen. Zelf ben ik er ook nieuwsgierig naar, maar we gaan het zien..."

Eeuwig 1913

Waarom 1913?
"Waarom 1913? Het is niet dat dit jaartal specifiek een magische betekenis voor mij heeft, al valt het in het tijdvak dat Jacques Tardi al op zo'n inspirerende wijze in beeld bracht. De 1913-cyclus is ten eerste een satire op de huidige tijdsgeest, met zijn hang naar het verleden. Het is een nostalgie die gebaseerd is op angst voor de problemen van de toekomst.

Eeuwig 1913
Het 9e Eiland
is een liefdesverklaring voor het medium strip en zijn eigenaardigheden; een van de opvallendste daarvan is dat strips zo goed beweging en bijgevolg tijdsverloop kunnen weergeven in stilstaande beelden, beter dan in alle andere kunstvormen. Niettemin bevinden klassieke striphelden zich een soort tijdslus, waarin ze niet ouder worden, niet van hun ervaringen leren en geen karakterontwikkeling doormaken. Niet dat geen andere voorbeelden voorhanden zijn — ik noem Love & Rockets en Gasoline Alley — maar het is vrij uitzonderlijk om de personages in Het 9e Eiland, Scott en Kali, te laten verouderen. Aan het eind dient hun kleindochter Pola zich aan. En zoals wel vaker gebeurt met charismatische bijfiguren, kreeg Pola in de drie volgende albums de hoofdrol, eerst als tiener, dan als jongvolwassen vrouw.

Hierom was het het niet meer dan logisch om het thema tijdsverloop verder uit te werken. Er was aanvankelijk wel een probleem: Het 9e Eiland speelt zich dan wel af op een tropisch eiland zonder tijdsrekening, het is, gezien alle culturele verwijzingen, min of meer het eind van de twintigste eeuw. Pola's leven speelt zich bijgevolg in de toekomst af. Als zij op reis gaat en de ‘beschaafde' wereld bereikt, wat treft ze dan aan? Een sciencefictionwereld vol gestroomlijnde hypertechnologie? In grafische zin interesseerde me dat niet, glimmende ruimteschepen vol kerstversiering. De oplossing was een terugkeer naar een tijd die me meer aantrekt, de jaren 1900 dus — niet in de laatste plaats vanwege de baanbrekende ontwikkelingen in de beeldende kunst toen.

Hieruit werd het idee geboren dat, de trend van het überkapitalisme volgend, op een moment álle wereldkapitaal ten slotte in handen van één persoon zou komen die hiermee een goddelijke macht krijgt en dat dit personage de hele wereld zou laten downgraden naar de stand van zaken in 1913. Een soort postmoderne reconstructie dus, waarmee ik me als tekenaar ook maar gelijk ontsloeg van de vermoeiende plicht tot eindeloos documenteren. Het functioneert ook als symbool voor wat de mens altijd doet, namelijk de wereld proberen te begrijpen door er een poppenhuisversie te bouwen. Wie dat met ‘ongeveerkunde' doet, zal nieuwe dingen uitvinden.

Hoewel het satirische element misschien anders doet vermoeden, is de 1913-cyclus ook een serie verhalen over liefde en vriendschap. Sterker nog: in een absurde wereld is liefde het meest verstandige ding. Daarnaast zal de oplettende lezer zien hoe '1913' een synthese van elementen uit eerdere albums bevat, zo zal zelfs Dr. Molotow, 'met pensioen' sinds eind jaren 1990, een kleine bijrol vervullen in De Tweelingparadox, het slot van de 1913-cyclus.


Covers van de vorige delen:

Het 9e Eiland
Pola


Biografie Marcel Ruijters
Marcel Ruijters (1966) is sinds eind jaren 1980 actief als stripauteur, illustrator en kunstenaar. Hij volgde een opleiding schilderen en vrije grafiek op de Maastrichtse Stadsacademie. Zijn adaptatie Inferno, naar Dante Alighieri, werd bekroond als beste graphic novel van 2008. In 2015 ontving hij de Stripschapprijs en verscheen zijn biografie van Jheronimus Bosch (in zes talen). Het 9e Eiland, uitgegeven door Sherpa, werd bekroond met de Stripschappenning voor beste graphic novel van 2017. Hierna volgden Pola en Eeuwig 1913. Hij werkt momenteel aan het afsluitende deel van de 1913-cyclus die De Tweelingparadox zal heten.

Zijn recente boeken zijn een eigenzinnige satire op de tijdsgeest en de merkwaardigheden van het medium strip, met verwijzingen naar avantgardeschrijvers zoals Raymond Roussel, Paul van Ostaijen of Henri Michaux. Maar meer nog dan een absurde komedie bieden deze boeken een verhaal over liefde en vriendschap.

Websites: www.xs4all.nl/~troglo en www.eatenbyducks.blogspot.com


Marc de Lobie over De Bergenvaarders
29/02
TOP
De Bergenvaarders
"We zijn er! Dankzij jou en iedereen in het bijzonder die ons heeft gesponsord, hebben we meer dan 15.000 euro bij elkaar weten te krijgen voor ons De Bergenvaarders-project. Dank je wel! De crowdfunding is geslaagd!"

Zo eindigde onze crowdfundingcampagne op 25 februari 2020. Via het platform van voordekunst.nl haalden wij een bedrag bij elkaar voor een stripproject dat meerdere doelen beoogd. In augustus 2019 kwamen wij voor het eerst bij elkaar om een enorm ambitieus plan te bespreken. Al snel werden de eerste lijnen getrokken en was de ruimte gevuld met creatieve energie. Wat wij gaan maken? Een stripalbum met Hanzestad Deventer in de hoofdrol. Een avontuur voor jong en oud dat zich afspeelt in 1370, de hoogtij van de handel en het Hanzeverbond. De titel van ons verhaal is De Bergenvaarders.

De Bergenvaarders
De Bergenvaarders is niet zomaar een stripverhaal! Het is veel meer! Het gaat over lokale geschiedenis, een goed loon voor de tekenaars en het bereiken van een groot publiek.
De Bergenvaarders zal 48 pagina's tellen en krijgt een oplage van vijftienduizend exemplaren. We hebben hiermee een aantal verschillende doelen voor ogen. Op de eerste plaats willen we een humoristische en historische strip maken waar heel veel mensen plezier aan kunnen beleven. Daarnaast krijgt het verhaal een goed onderzochte en onderbouwde historische achtergrond, zodat de lezer meteen wat meekrijgt van een belangrijk stuk Deventer-geschiedenis. Hopelijk is dit de aanzet om meer te willen weten over het Hanzeverbond en de internationale samenwerking die er ontstond. Een deel van de oplage willen we uitvoeren als scholeneditie. Deze editie krijgt een extra katern van zestien pagina's boordevol informatie over de Hanze en de middeleeuwse stad.

Voor deze strip is gekozen voor twee getalenteerde auteurs. De tekenaar is Joey Potargent die met dit album zijn debuut maakt. Het scenario is in handen van Kristof Berte. Een van de doelen is om de twee nieuwe auteurs een zeer nette en professionele paginaprijs te geven voor al het werk dat ze erin stoppen. Hiermee hopen we ze een vliegende start te geven. We willen laten zien dat er wel degelijk een markt is voor striptekenaars en dat deze striptekenaars ook een goed betaalde carrière kunnen bieden. Uiteindelijk moet dit leiden tot een stripserie die zichzelf kan bedruipen.


Wie zijn wij?
Voor deze strip staken wij onze koppen bij elkaar. Allereerst stellen wij Joey Potargent voor. Een enorm getalenteerde striptekenaar die met dit album zijn debuut maakt Met heldere lijnen en oog voor detail brengt hij de hoofdrolspelers tot leven op hun reis vol gevaar en avontuur.

Een goed verhaal verdient een meer dan uitstekende schrijver. Kristof Berte neemt ons mee op een reis door de modderige straatjes van Deventer, middeleeuwse jaarmarkten en het harde leven aan boord van een Kogge. Op weg naar het koude noorden lonkt de belofte van handel en winst in het stadje Bergen, waar de boten worden volgeladen met stokvis voor de terugreis.

Marc de Lobie (uitgeverij Syndikaat) is de motor achter De Bergenvaarders. Hij geeft al dertien jaar werk uit van getalenteerde Nederlandse en Vlaamse striptekenaars. Daarnaast werkt hij als projectleider in diverse stripgerelateerde projecten en zet zich in zijn vrije tijd in voor verschillende stichtingen en initiatieven die met het beeldverhaal te maken hebben.


Vervolg
De Bergenvaarders is een groot project. Niet alleen maken we een strip met nieuwe tekenaars en in een grote oplage, ook willen we de basis leggen voor een aantal vervolgprojecten, De ervaring die we hebben opgedaan, is van onschatbare waarde voor dit project en het vervolg. Kennis van fondsenwerving, een lokaal publiek bereiken en nieuwe samenwerkingen starten. Vooral het enthousiasme dat leeft bij mensen is aanstekelijk. Lokale geschiedenis leeft en de manier waarop we dat in beeld willen brengen via een strip krijgt veel bijval.

Voor de strip in het algemeen kan dit veel betekenen en dat is ook de hoop. Het voelt een beetje als terugvechten en bouwen aan en stevige toekomst voor de strip."

Klik hier om een pdf van acht pagina's te downloaden met een uitgebreide voorstelling van De Bergenvaarders, met de eerste uitgewerkte pagina's en extra informatie.


Anlor over Kamp Poetin 1
26/02
TOP
Kamp Poetin 1
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 125 van mei 2019.

Kamp Poetin 1
Over geliefde elementen: "Na Te Mooi Om Waar te Zijn en het wereldje van de Parijse buitenwijken had ik zin om meer buitenzichten te tekenen. Grote ruimtes, de natuur en dan in het bijzonder deze mix van avontuur, een vleugje humor en iets ruwer, harder en diepgaander in het verhaal zijn allemaal elementen die ik graag heb."

Over voorstudies: "Het uiterlijk van de personages zag ik makkelijk voor me tijdens het lezen van het scenario. Ik stuur nogal veel voorstudies naar Aurélien (Ducoudray, de scenarist, red.) om erover te discussiëren en ze te verfijnen. Ik maak graag een verschil tussen de gezichten en hoe sommige personages er uitzien. Kirill, de kleine grapjas met zijn oranje pet, is een onderdeurtje en heeft niet altijd een semi-realistische anatomie. Het was de kans om het personage een meer humoristische richting op te duwen. Voor de blonde Katjoesja ligt het integendeel anders. Ik houd haar vrij realistisch omdat er bij haar geen zweem humor aan te pas komt, maar wel wraak en rivaliteit."

Over grafische lyriek: "Hij is niet te zien in deze scène, maar Piotr, de zoon van de leverancier van voedingsmiddelen, zag er oorspronkelijk veel gedegenereerder uit in mijn schetsen. Om wat coherentie te behouden in het album, heb ik me wat ingehouden. Maar ik hou er wel van om sommige personages en situaties wat verder te drijven. Wanneer er geheimzinnigheid is, voeg ik makkelijk rookslierten en misteffecten toe en vraag ik me niet telkens af of het wel past op die plaats of dat moment. Die keuzes laten emotie toe en dragen het verhaal naar een precies moment. Het is een soort grafische lyriek."


Kamp Poetin 1
Over patriottische kampen: "In het begin van het album zijn de kinderen enthousiast, maar weten ze niet goed wat hen te wachten staat. Voor hen is het in de eerste plaats een vakantie van twee weken in de natuur, ver van hun ouders. In de documentaires die we konden zien over die patriottische kampen, zagen we kinderen die superblij waren dat ze zich konden loskoppelen van hun dagelijks leven om in de natuur te leven en veel dingen te ontdekken. Het onderwerp van de patriottische kampen in een avontuurlijk sfeertje laat toe om vragen op te roepen over de jeugd, indoctrinatie en de gevolgen die zulke oorlogsspelletjes op kinderen kunnen hebben."

Over kleren en kleuren: "Wat hun kleren betreft, benaderen we wat we in verschillende documentaires zagen. De kinderen komen in het kamp aan in hun dagelijks kleren met hier en daar wat extraatjes. Het is een soort mix van van alles en nog wat. Ik herinner me kinderen die T-shirts dragen met bokshandschoenen op, als een soort Rusland tegen Amerika. Omdat het hier midden in de zomer is, wou ik de kleuren heel helder maken, met wat panache. Daar helpen de kleren ook bij."

Over het dorpje: "Ik ben nog nooit in Rusland geweest, maar dit dorpje lijkt best op de dorpjes die je kan bezoeken aan de voet van het Kaukasisch gebergte. Het had net zo goed een sober, niet al te goed gerenoveerd dorpje in de Alpen kunnen zijn. Het Russische moedertje is een knipoog naar Moeder Rusland, een van onze vorige tweeluiken. Ze past hier goed in het plaatje."


Kamp Poetin 1
Over spanning: "Of het nu als lezeres of als tekenares is, ik word gedreven door emotie. Ik teken dolgraag zulke momenten vol spanning en ik breng graag gevoelens over op een gezicht, in dit geval op dat van Katjoesja die bijna een borderliner is. Waar vindt zich de grens tussen spel, imitatie en de echte oorlog? Tot waar zou Katjoesja kunnen gaan? In deze scène van vier pagina's is de spanning meer en meer te snijden. Ze krijgen allemaal nogal veel te verwerken en er heerst steeds meer wrevel tegenover de anderen. We begrijpen dat het elk moment uit de hand dreigt te lopen."

Over de dorpsjongeren: "De drie jongeren in het dorpje — een kleine, een grote en een dikke — zijn heel banale nevenpersonages die perfect op hun plaats zijn op die plek die ze als hun broekzak kennen. Het zijn nietsnutten die de eerste de besten die voorbijkomen willen lastigvallen. Ik heb hen vormgegeven als een groepje dat zich van de rest van de wereld afsluit."

Over kalasjnikovs: "Omdat ik verplicht was ze te tekenen, begin ik heel goed de kalasjnikovs te beheersen! Maar ik had geen zin om weer een Moeder Rusland te maken. Toen we begonnen te praten over Kamp Poetin dachten velen dat het om een soort vervolg zou gaan op ons tweeluik in Tsjetsjenië. Dat is niet het geval. We wilden echt iets anders maken en van toon veranderen."

Over uitbesteding: "Ik heb de indruk dat ik nog veel te leren heb op het gebied van inkleuring. Voor Kamp Poetin wou ik een aquarelinkleuring toepassen om iets minder afgelikte, sterkere en spontanere kleuren te bekomen. Ik denk er soms aan om dat werk uit te besteden, dat mij tweeënhalve maand per jaar kost. Tijd winnen voor andere projecten zou geweldig zijn, maar ik zie er tegenop om het aan iemand anders over te laten."


Kamp Poetin 1
Over de goelag: "We bezoeken niet elke dag een oude goelag. Voor dit sterke moment in het verhaal moet het beeld zoveel mogelijk de pagina vullen en van de bladrand lopen om het goed te laten doordringen bij de kinderen en de lezer. De mist dient louter als grafische ondersteuning van de emotie."

Over Derib: "Ik probeer regelmatig tekeningen van de bladrand te laten aflopen. Die voorkeur komt ongetwijfeld door het lezen van albums van Derib, vooral zijn meer volwassen verhalen zoals Hij die Tweemaal Geboren Werd. Hij ging zo ver dat hij alle kaders van de prenten wegliet om zijn beelden te laten samensmelten met zijn bizonkuddes. Dankzij het storyboard kan ik met de prenten schuiven en me ervan vergewissen of ik het soms niet te veel toepas. In dat geval houd ik me in op deze of gene pagina om een evenwicht te behouden."

Over de mise en scène: "Veel personages bij elkaar tekenen, stelt me soms voor uitdagingen voor de mise en scène, maar daar hou ik van. Je moet eerst de compositie van de pagina en de uitsnedes uitwerken om de indruk te geven van een vakantiekamp in rep en roer. Los van de aanpak van mijn personages en gezichtsuitdrukkingen heb ik niet het gevoel dat mijn manier van werken veel evolueert naargelang mijn projecten. Mijn tekenstijl zoekt meer en meer zijn weg, jaar na jaar. Ik werk mijn pagina's op een traditionele manier uit, met penseel of viltstift. Mijn inkleuring is digitaal."

Over andere dingen: "Ik ben inmiddels al goed opgeschoten met het tweede deel. Ook al leg ik me daarop toe, doe ik er tegelijk toch nog andere dingen bij, ook al heb ik er niet enorm veel tijd voor. Zo heb ik zelf een jeugdverhaal geschreven over ecologie die ik met een vriendin uitwerk. Het maakt af en toe mijn hoofd wat leeg."

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
TOPPERS
13 x XIII
14-18
De 25 bekendste konijnen
20 jaar Arcadia, 20 topstrips
25 jaar Vrije Vlucht
30 jaar Kiekeboe
49 Kanjers van Oranje
50 jaar De Rode Ridder
60 jaar De Rode Ridder
60 jaar Nero
70 jaar Kuifje-weekblad
80 jaar Robbedoes
Aantrekkelijkste Heldinnen Top 540
Asterix Top Six
Batmanspecial
BelgenTop 100
De Blauwbloezen Top 49
De Grenzeloze Top 500 (2010)
De Grenzeloze Top 500 (2012)
De Honderd Hoogtepunten van Willy Vandersteen
De Rest van de Wereld Top 50
FransenTop 100
Jaartoppers
Jommeke Top 10
De Kiekeboes top-15 (M/V)
Koppeltjestop 20
Napoleon in de strip
ReeksTop 50
Robbedoes
Schrijvers over Strips
Schurken- & Feeksentop
Star Wars
Suske en Wiske: 70 stroken in 70 dagen
Urbanus Top 15
De Wereld rond Franquin
Westernstrips