Welkom op deze pagina waarop we wekelijks een weetje uit de wondere wereld van het stripverhaal presenteren. Wees waakzaam, of dat doen wij wel in jouw plaats. Waar kan je je aan verwachten? Een waaier van anekdotes, triviale maar ware feiten en waanzinnig veel meer!
 
Klik verder naar alle eerdere updates:
093
Elfjarige Hec Leemans ijverde voor een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot met Guust Flater 
092 Bercks beha kon niet door de beugel
091 De toekomst van Op Zoek naar de Tijdvogel
090 Heroveringen dankzij testpagina Thorgal
089 Aprilgrap van weekblad Kuifje en Robbedoes
088 Kuifje-tekenaars op hun ideale, verlaten eiland
087 Martin Kove als Blueberry
086 General of Army Carrington heeft zijn vijfde ster
085 Comanche eindelijk compleet
084 Jo en Jetje door Vance
083 Fotoverzamelaar Jean Giraud (3)
082 Fotoverzamelaar Jean Giraud (2)
081 Angry Bird op Boempterikseiland
080 "The Nagel Woman" in The Sandman en Watchmen
079 De kat van Iouri Jigounov en de Jeep van XIII
078 Wat is een graphic novel?
077 Lachen met Kuifje kostte Humo 25.000 euro
076 Uniek verjaardagscadeau
 
Klik verder naar archiefpagina 3 met Weetje 051 tot 075:
075 Raymond Macherots vingeroefening voor Chlorophyl
074 Jugurtha en de Rode Khmer
073 Jakke en Silvester, de vergeten verhalen
072 Ambachtelijk schilderen versus speed painting
071 Kleine meisje Sophie was ooit groot
070 Papegaaien papegaaien piraten na
069 Onpopulaire Krazy Kat in Pulp Fiction en op de arm van Michael Stipe
068 De pietà van Régis Loisel
067 Captain America nummer 1
066 Dubbel jubileum voor Rik Ringers
065 Rosinski's debuut in Kuifje
064 Kuifje, Robbedoes, Guus Slim en George Bush in de jungle
063 Marvano's Eeuwige Oorlog-haardroger in Lego
062 Bravo voor Edgar P. Jacobs
061 Interview met Guust Flater
060 Jodorowsky's mislukte Dune-verfilming
059 Tekenende Bob Dylan-fans
058 Ana Lima = Druuna
057 Van Albator tot Daft Punk
056 Lucky Luke door Jean Giraud / Blueberry door Morris
055 Wat een tekenaar lijden kan (door Chaland)
054 De oorspronkelijke Blacksad
053 Gewraakte martelscène
052 De klap op 29 september
051 Puzzleposter van het weekblad Kuifje
 
Klik verder naar archiefpagina 2 met Weetje 026 tot 050:
050 Alles van William Vance?
049 Geen blauwe reeksalbum van Het Gouden Paard
048 Reclame-Craenhals
047 Atalante naar Egyptisch-Amerikaans en Grieks-Brits voorbeeld
046 Dan Cooper in de ruimte
045 Senta Berger door Karel Biddeloo en Manara
044 Kolonel Crickett Clifton
043 Eric de Noorman inspireert kunstwerk
042 Onbekende comic van Jijé
041 Steven Sterk door André Franquin
040 Nevenpersonage uit Blueberry wordt hoofdpersonage in Bernard Prince
039 Brokkenmaker Christian Denayer fikste de klus
038 Sigaar op Largo Winch-cover mag niet
037 Per vergissing vervolgd
036 Popeye-bedenker goeie maatjes met Al Capone
035 Stephen Desbergs eerste stappen als scenarist
034 Brandweerman Étienne Schréder, van clochard naar topassistent
033 Manga: het geile gevaar
032 Voorloper Loopgravenoorlog
031 De dood van Corto Maltese
030 De divan van Raoul Cauvin
029 De IJstrein door Loisel en Alexis en het vervolg
028 Hermelijn en Samantha Fox
027 Milo Manara's geschiedenis van de mensheid
026 De echte Sam

 
Klik verder naar archiefpagina 1 met Weetje 001 tot 025:
025 Merho doet de filmtest
024 De ware dood van Bob Dalton
023 Jojo in actie
022 Yoko Tsuno en de Vineanen
021 Frankrijk - Brazilië: 3 - 0
020 Martin Lodewijk en het gecensureerde stripje van André Franquin
019 Bernard Prince alias Rob Palland
018 Dreigende Dinges bedreigde Japanners
017 Durango-voorloper
016 Soda in andere handen
015 Filmfotoverzamelaar Jean Giraud
014 Flaterfoon op waar formaat
013 Geweigerde Blake en Mortimer-verhalen
012 De Avonturen van Rikki en Pukki door Wil(ly Vandersteen)
011 De klare lijn uitgeklaard
010 Het filmbeest in François Schuiten
009 Marc Wasterlain had het niet makkelijk
008 De oorsprong van de ex-libris bij strips
007 Asterix en Guust Flater door Daan Jippes
006 De geboorte van Largo Winch in drie etappes
005 TikTak-tekenen met Morris, Roba, Franquin en Peyo
004 Werkloze Leo fantaseerde fauna en flora
003 Oranje Smurfen
002 Jorg de Vos en Yves Swolfs, de samenwerking die er had kunnen zijn
001 Jodocus uit Heinz betrokken bij bankoverval
 

 
05/05
 
 
Elfjarige Hec Leemans ijverde voor een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot met Guust Flater
"Van al mijn albums is dit het verhaal dat ik met het meeste plezier herlees. Het verhaal maakt me aan het lachen. Ook nu nog. En toch lach ik niet vaak om wat ik zelf heb gemaakt, al was het maar uit bescheidenheid. Maar ik geef eerlijk toe dat ik wel degelijk af en toe lach!"
Aan het woord is André Franquin die het over het Robbedoes en Kwabbernoot-verhaal Bravo Borthers heeft... of moeten we zeggen het Robbedoes, Kwabbernoot en Guust Flater-verhaal? Het onhandige kantoorhulpje op de redactie van het weekblad Robbedoes kaapt namelijk de hoofdrol weg... nu ja, hij en de drie andere circusapen die hij aan Kwabbernoot voor zijn verjaardag schenkt.

Het album is in een volledig opgepoetste, opnieuw ingekleurde editie verschenen met een zeer lijvig achtergronddossier. Op de extra pagina's staat nog eens het volledige verhaal, maar dan als facsimile van de originele tekenplaten in inkt met nog zichtbare aantekeningen en correcties. De redactionele achtergrond behandelt uiteenlopende onderwerpen met analyses van Franquin en zijn personages, de evolutie van de reeks onder zijn handen en heel wat andere interessante artikels. Uiteraard is het geheel rijkelijk voorzien van illustraties.

Wat er niet in te lezen valt is een lezersbrief die het weekblad Robbedoes publiceerde in 1961. Het schrijven komt van de elfjarige Hector Leemans, thans beter gekend als Hec Leemans, de auteur van Bakelandt en F.C. De Kampioenen om maar twee van zijn creaties te noemen. In de brief (als tweede te lezen in de afbeelding hieronder) stelt hij de redactie voor om Guust te laten optreden in een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot. "Een persoon meer of minder maakt niet zo veel uit", verdedigt hij zijn voorstel. Vier jaar later begon Franquin aan de eerste plaat van het verhaal. Het verzoek van de kleine Hector werd dus ingewilligd. Andere beschouwingen van Hec Leemans over Franquin kan je hier lezen.
(met dank aan Peter D'Herdt)




 
28/04
 
 
Bercks beha kon niet door de beugel
Op 23 januari 1969 las uitgever Charles Dupuis het nieuwste nummer van Robbedoes, het stripweekblad dat zijn familie al decennialang uitgeeft. Volgens voormalig hoofdredacteur Thierry Martens reageerde hij ontzet door een scène in Mulligan, het eerste vervolgverhaal van een reeks door Berck op scenario van Yvan Delporte en Raymond Macherot. Ontzet! Nog niet zozeer de luchtige kledij van de zangeres in de kleedkamer waarin men diva Baby Bloops verwachtte, stuitte de uitgever tegen de, euh, borst, maar wel het feit dat ze behalve haar hele make-upset en een vaas met bloemen ook haar beha naar de heren gooit. Die is te vinden op het gezicht van de weinig spraakzame Flagstaff. Dupuis liet aan de tekenaar weten dat zo'n vermetelheid in het vervolg formeel is te vermijden in een stripblad met zo'n zedige reputatie.

Dupuis had een heilige schrik om weer eens tegen een publicatieverbod in Frankrijk aan te kijken. Lange tijd viseerde een Franse censuurcommissie strips uit het buitenland en keek ze streng na op alles wat te gewelddadig of te bloot was. Om de verspreiding van het weekblad en de albums niet in het gedrang te brengen, pasten de uitgevers een zelfcensuur toe. In 1969 heerste nochtans ook al bij Robbedoes een grotere tolerantie want de tijden waren wel degelijk veranderd. Meer en meer meisjes en vrouwen begonnen de pagina's te bevolken of werden de heldin in een eigen stripserie zoals Natasja en Yoko Tsuno.

Hoe dan ook begon Berck zich met Mulligan te vervelen. Hij was gek op detectiveverhalen, autoachtervolgingen en ratelende vuurgevechten met machinepistolen. En ze scheepten hem na een lange carrière bij Kuifje bij zijn intrede bij Dupuis op met een sleepbootkapitein. In de strip werd meer gepraat dan dat er actie werd ondernomen. Na twee vervolgverhalen van dertig pagina's van Delporte en Macherot en een kort kerstverhaal van de Vlaamse scenarist Daniël Jansens (de latere schrijver van Bakelandt) gaf hij er de brui aan. Al deze verhalen zijn in album uitgegeven door Brabant Strip vzw in de Collectie Fenix. Het was nog de bedoeling dat er een derde lang verhaal zou komen waarin van nul zou herbegonnen worden. De komst van een nieuwe hoofdredacteur (Thierry Martens) bracht daar verandering in. Hij zag het potentieel in het dynamisme van Berck die op zijn beurt heil zag in weliswaar steevast afgekeurde scenario's van de jonge Raoul Cauvin. Berck wilde met Cauvin zijn kans wagen. Charles Dupuis begon het al jammer te vinden dat hij geen nieuw werk onder ogen zag van de tekenaar die was weggeplukt bij de concurrentie. Cauvin kreeg de opdracht om in één weekend iets nieuws te bedenken. De redactie stond erop dat het zich in de periode van de drooglegging, de Amerikaanse Prohibition, zou afspelen. Eventueel in Chicago, maar in elk geval in de States in de jaren 1920 waarbij de Thomsons naar hartenlust mochten ratelen zonder dat er evenwel echt geweld, laat staan bloedvergieten, is te zien. En 't moest ook om te lachen zijn. Berck zag eigenlijk liever een soort Dick Tracy-detectivestrip, maar het werd Sammy, zijn grootste en meest vertaalde succes.


 
14/04
 
 
De toekomst van Op Zoek naar de Tijdvogel
Bovenstaande plaat is een proefplaat van Mohamed Aouamri voor het vierde deel van de prequelcyclus Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht. Het was de bedoeling dat hij met Vincent Mallié per album zou afwisselen zodat de verschijningsfrequentie verhoogd kon worden na het lange oponthoud tussen de eerste albums waarvan deel 1 werd getekend door Dominique Lidwine.

Régis Loisel en Serge Le Tendre besloten echter om Aouamri van deel 4 te halen en hem ineens deel 5 te laten tekenen. Dat betekent dat Mallié deel 3 en 4 op zijn naam mag zetten. In deze verhalen speelt de Jager een grote rol en komt het tot een treffen met de jonge Bolster zoals je hierboven al in première kan zien.

Het tekenaarslijstje voor deze cyclus ziet er dus als volgt uit:
• Voor de Zoektocht 1: Vriend Javin door Dominique Lidwine
• Voor de Zoektocht 2: Het Spreukenboek van de Goden door Mohamed Aoaumri
• Voor de Zoektocht 3: De Weg van de Jager door Vincent Mallié
• Voor de Zoektocht 4 door Vincent Mallié (te verschijnen)
• Voor de Zoektocht 5 door Mohamed Aoaumri (te verschijnen)

Volgens Aoaumri houdt de cyclus ermee op na deel 5, maar Loisel en Le Tendre hadden eerder al te kennen gegeven dat de cyclus in zes delen is voorzien. Vermoedelijk staat Mallié dan opnieuw in voor dat zesde deel. Zo komt er alleszins nog een mooie romance tot bloei tussen Bolster en Mara. Na de zesdelige prequel komt er nog één enkel album uit dat een dik one-shot zal zijn. In dit ultieme verhaal volgen de auteurs Bolster na de cyclus waarmee het allemaal begon en waarin hij de waarheid ontdekte achter Hermelijn. In dat slotalbum zien we effectief Hermelijn terug en volgen we Bolsters pad tot aan zijn dood. En omdat Loisel Hermelijn niet uit handen wil geven, tekent hij dit album helemaal zelf, van potlood tot en met het inkten ervan.


 
07/04
 
 
Heroveringen dankzij testpagina Thorgal
Wie onze nieuwsrubriek op de voet volgt, weet dat scenaristen Jean Dufaux en Xavier Dorison met respectievelijk Saga Valta en Asgard zijn beïnvloed door Thorgal. Allebei omdat ze als scenarist werden gepolst voor De werelden van Thorgal dat toen nog moest opgestart worden. Tekenaars zijn er des te meer om de weg van Thorgal op te gaan. Voor zijn reeks Heroveringen herwerkte de Canadese tekenaar François Miville-Deschênes pagina 34 uit Thorgal 28: Kriss van Valnor. Het was een testpagina voor de inkleuring van Heroveringen waar hij kort daarop mee begon. Dat hij net koos voor de intussen bekende 'lesbische' scène uit Thorgal is niet zo vreemd. Sla er Heroveringen of zijn blog maar op na voor een veelvoud aan welgevormde, veelal naakte krijgsters.


 
31/03
 
 
Aprilgrap van weekblad Kuifje en Robbedoes
We duiken opnieuw de geschiedenis in van de twee bekendste Belgische stripbladen, Kuifje en Robbedoes. Hoewel het elkaars grootste concurrenten waren, sprongen de auteurs collegiaal met elkaar om. In 1965, meerbepaald op 30 maart (Kuifje) en 1 april (Robbedoes) in week 13, haalden beide redacties een geintje uit met hun lezers. Ze aapten elkaars coverlay-out na.

Voor Kuifje betekende dit een cartoon als aankondiging op de bovenste helft van de voorpagina met een schaduw van Robbedoes en een parodie op André Franquins Guust Flater door Hugo en Jacques Acar. Hugo ondertekende zijn strips ook wel eens met Fonske, maar je kent 'm wellicht beter als Hurey, het pseudoniem van Hugo De Reymaeker, die onder meer de reeksen Ketje, Jan Heibel en Pili-Pili tekende en verantwoordelijk was voor de hipste periode van De Lustige Kapoentjes.

Voor de aprilgrapcover van Robbedoes liet Maurice Tillieux zijn held Guus Slim achtervolgen door enkele coryfeeën van het weekblad Kuifje. Let niet op de wanverhoudingen van alle personages, maar we herkennen toch Rik Ringers met zijn proppenschieter, Michel Vaillant en Steve Warson aan het stuur, Spaghetti's neef Prosciutto, Felix uit Ton en Tineke en Klaas uit de in 1965 door Greg geherlanceerde reeks Kees en Klaas naar Alain Saint-Ogans creatie Zig et Puce uit 1925. Voor de verandering kon Robbedoes ook eens uitpakken met een slogan, ook al was het een kopie van Kuifje: "Het super-blad voor de jeugd van 7 tot 77 jaar". Het spelden van een papieren of getekend aprilvisje op de rug van iemand die je in het ootje wilde nemen, is een oud gebruik dat nog het vaakst werd toegepast in strips.
(met dank aan Ed Hengeveld) 


 
24/03
 
 
Kuifje-tekenaars op hun ideale, verlaten eiland
Voor een speciaal nummer van Kuifje in 1981 werd aan een kransje tekenaars gevraagd hoe zij hun ideale, verlaten eiland zien. Dat werkten ze uit in een strippagina of cartoon. We bundelden al deze pagina's voor je samen in een pdf die je kan downloaden door op de cover hiernaast of hier te klikken.

De cover van het Kuifje-nummer is van Ernst, de overige bijdragen komen van Ploeg (die de introductiepagina tekende), Didier Convard, Christian Gine, Michel Weyland, Bob De Moor, Jean-Claude Servais, Ferry, Crisse, François Craenhals, Magda, Franz en Bédu.
(met dank aan Ed Hengeveld) 


 
17/03
 
 
Martin Kove als Blueberry
Dankzij lezers wordt deze rubriek af en toe verrijkt met zaken die we zelf niet wisten. Zo deed Rob Minnes, een grote liefhebber van het werk van Jean Giraud/Mœbius ons het volgede weetje van de hand. De treurige aanleiding is ons inmiddels bekend.

Op deze uitgebreide Blueberry-pagina maakten we gewag van een tv-filmproject. De hoofdrol was weggelegd voor de Amerikaanse tv-ster Martin Kove (de slechterik uit The Karate kid) die volgens scenarist Jean-Michel Charlier als twee druppels water op Blueberry leek. Dat was geen grootspraak van Charlier want in die tijd had Kove een grote gelijkenis met Blueberry, sterker zelfs, Kove had al een voorlopig contract op zak en was volgens Charlier bijzonder enthousiast over het project (te lezen in het boek L'Univers de Gir, Dargaud uit 1986). Giraud maakte zelfs alvast een voorstudie voor een aankondigingsposter voor het project waarin de gelaatstrekken van Kove in waren verwerkt. De tv-film ging uiteindelijk niet door en de illustratie van Giraud werd door Novedi/Hachette hergebruikt als reclameaffiche voor De Ongrijpbare Navajo's. De poster is een bekend verzamelobject onder Blueberry-fans.


 
17/03
 
 
General of Army Carrington heeft zijn vijfde ster
Ondanks William Vance' doorgedreven detaillisme voor XIII, waarbij hij naar eigen zeggen zelfs de uurregeling van een bus in Minnesota of het type van helm gebruikt bij de 82ste luchtlandingsdivisie van het Amerikaanse leger achterhaalt, maakt hij ook wel eens fouten. Hij is nog de kwaadste niet door die zelf toe te geven. Dat Ben Carrington op de cover van XIII 12: Het Vonnis slechts vier in plaats van vijf sterren heeft, was een blunder die hij grif toegaf. Carrington heeft de graad van General of the Army opererend als Chief of Staff en in die uitzonderlijke functie (zie verder) volstaan vier sterren niet.

Carringtons eerste promotie in de reeks onthouden we uit XIII 3: Alle Tranen van de Hel. Op pagina 9 feliciteert Allenby hem met zijn vierde ster en de benoeming "tot hoofd van de generale staf" (zie afbeelding hieronder).


Een album verder, in XIII 4: SPADS, wandelen Amos en Allenby op pagina 14 het kantoor van generaal Carrington binnen in het Pentagon. Op Carringtons deur staan vier sterren (zie afbeelding hieronder).


Springen we gezwind verder naar XIII 12: Het Vonnis. In het begin van het verhaal wordt de macht van de pensioengerechtigde generaal (nu eindelijk met vijf sterren) overgedragen aan de nieuwe stafchef, viersterrengeneraal James Wittaker. We kunnen hier dus uit besluiten dat Carrington uit erkentelijkheid van de natie (of eigenlijk van Vance) op het einde van zijn actieve dienst nog een vijfde ster heeft gekregen. En daar loopt hij nog danig mee tep ronken nadat hij via een spectaculaire ontsnapping een spelletje blufpoker speelt en het lot van de wereld in handen heeft.


Ondertussen verschijnt Het Vonnis herdruk na herdruk met de fout op de cover. Voor de Engelse versie die in maart 2012 verschijnt heeft Carrington plots vijf sterren. De gecorrigeerde versie werd aan uitgeverij Cinebook bezorgd door Dargaud Frankrijk. Of Vance dit zelf heeft aangepast of indien de opmaakafdeling op vraag van Vance de ingreep heeft toegepast, is niet bekend. We vragen ons in elk geval af of komende herdrukken van het album met vier of vijf sterren zullen zijn...

Het verschil tussen vier- en vijfsterrengeneraals werd door de Amerikanen pas sinds de Tweede Wereldoorlog ingevoerd. Tijdens die oorlog betsond er geen consistent systeem om tussen verschillende landen onderling de graad van generaal of hoger aan te duiden. Zo waren er bijvoorbeeld situaties waarin de Britse (veld)maarschalk (met vijf sterren) Bernard Montgomery orders aannam van de Amerikaanse generaal (vier sterren) Dwight D. Eisenhower. Bij vergaderingen hadden alle Britse generaals een ster meer dan hun Amerikaanse evenknieën. Om die reden werd toen aan een Amerikaanse generaal een vijfde ster én de titel General of Army toegekend die daarmee nen trapje hoger kwam te staan dan de viersterrengeneraals. Dat gebeurde slechts vijf keer tussen 1944 en 1950 bij respectievelijk George Marshall, Douglas MacArthur, Eisenhower, Henry H. Arnold en Omar Bradley.

Sinds Bradley in 1950 is er geen reden meer geweest om een General of Army te benoemen bij gebrek aan een wereldoorlog. Alleen als het Congres of de president dat nodig achten of indien er weer een internationale operatie is waarbij een onderscheid noodzakelijk is, voorziet de wet een aanstelling als General of Army. Verzoeken van het Amerikaanse leger of de publieke opinie om generaals als Colin Powell (na de Golfoorlog) of David Petraeus (na de War on Terror) uit erkentelijkheid een vijfde ster te geven, werden telkens weerlegd. We willen maar zeggen dat Vance aan Carrington een uitzonderlijk buitengewone graad toekende met zijn vijf sterretjes.
(met dank aan Rutger van Essen) 


 
03/03
 
 
Comanche eindelijk compleet
In de tweede helft van 1973 liep in het weekblad Kuifje het nieuwste verhaal uit de reeks Comanche, getiteld De Hemel Is Rood boven Laramie. Dat was het vervolg op De Wolven van Wyoming waarin Red Dust had afgerekend met de bende van de gebroeders Dobbs. Alleen bendeleider Russ Dobbs was ontkomen nadat hij de pseudopriester Brian Braggshaw had vermoord. Terwijl die de laatste adem uitblies had hij Dust de opdracht gegeven om met de meedogenloze killer af te rekenen want "zolang Russ Dobbs in leven is, verkeren tientallen onschuldigen in levensgevaar". In het vervolg weet Dust na een lange achtervolging Dobbs in het nauw te drijven, om hem tenslotte aan het eind van het verhaal in een donker steegje in koelen bloede vijf kogels in zijn lijf te jagen. Over dat einde is in de loop der jaren het nodige gezegd, omdat daarmee de grens tussen goed en slecht vervaagde. Het is nog altijd een legendarische scène in de stripgeschiedenis.

In De Hemel Is Rood boven Laramie viel op dat er iets vreemds was met de door tekenaar Hermann aangebrachte paginanummering. De laatste plaat van het verhaal, dat in hoofdstukken werd gepubliceerd, droeg nummer 45. Maar in totaal omvatte het hele verhaal 52 platen. Dat bleek te liggen aan een zevental extra platen, die waren genummerd 9B, 17B, 17T, 23B, 23T, 30B en 30T.

Toen deze strip in 1975 in album verscheen, bleek dat daarin slechts twee van die zeven extra platen waren opgenomen: 17T en 30B. Daarbij werd 17T trouwens genummerd als 18, zodat het album dus twee platen 18 bevat. Het verhaal telde in die versie nog maar 47 pagina's in plaats van 52. Klik op de afbeeldingen hieronder voor de ontbrekende platen.

PAGINA 9B
PAGINA 17B
PAGINA 23B
PAGINA 23T
PAGINA 30T

Dat voorpubliceren van een strip in hoofdstukken van zeven of acht pagina's was overigens een ideetje van Kuifje-hoofdredacteur Greg. Het werd op grote schaal ingevoerd na een facelift van het blad in 1971. Niet geheel toevallig was Greg ook de scenarist van Comanche. Pas veel later werd duidelijk dat het ook zijn idee was om verhalen die in Kuifje werden gepubliceerd van extra platen te voorzien, die in de albumversie niet zouden worden opgenomen. Kennelijk was zijn bedoeling om op die manier meer abonnees te trekken. In een volgend artikel hebben we het in deze context over Hans van Grzegorz Rosinski en André-Paul Duchâteau.

Of de tekenaars van het weekblad dit idee zagen zitten is niet bekend. Feit is wel dat het, behalve bij De Hemel Is Rood boven Laramie, maar sporadisch voorkwam dat een strip structureel extra pagina's bevatte waarvan vooraf was bepaald dat ze niet in album zouden worden gepubliceerd.

De vijf weggelaten platen in het album De Hemel Is Rood boven Laramie ontbreken ook in twee zogenaamde integrale uitgaven van de Comanche-reeks, die uitgeverij Le Lombard in de loop van de jaren in het frans publiceerde. Zowel de driedelige uitgave uit 1988 als de tweedelige uit 2004 bevat de ingekorte versie van het verhaal waarmee de term 'integrale' meteen zijn waarde verliest. Pas in 2009 werden de ontbrekende platen, 36 jaar na dato, dan eindelijk opgenomen in Comanche deel 2 in de collectie Retro van Saga Uitgaven.

Niet alle extraatjes die bestemd waren voor Kuifje haalden trouwens het weekblad. Onderstaande illustratie is opgenomen in een Franstalig boek over Hermann. Er staat bij vermeld dat het om een onuitgegeven poster is uit 1974. Hij hoort duidelijk bij het verhaal De Hemel Is Rood boven Laramie uit 1973, maar er verschenen in Kuifje al twee posters bij dat verhaal. Mogelijk is hij daarom niet gebruikt.
(bijdrage van Ed Hengeveld)



 
25/02
 
 
Jo en Jetje door Vance
Op 26 september 1981 bestond het weekblad Kuifje 35 jaar. Om dat te vieren werd van nummer 39 van dat jaar een echt feestnummer gemaakt, met speciale gags van Robin Hoed, Ton en Tinneke en Dommel. Aan lopende vervolgverhalen als Rik Ringers, Pokervrouw en Alain Chevallier werd een extra pagina toegevoegd waarin het getal 35 een belangrijke rol speelde. En het hart van het blad werd gevormd door een katern van 37 pagina's waarin tekenaars die in 1981 aan het weekblad meewerkten een geheel eigen versie hadden getekend van pagina's uit de klassieke verhalen die in de begintijd in Kuifje verschenen.

De volgende tekenaars werkten hieraan mee:
Turk: 1 pagina De Fantastische Avonturen van Corentin
Grzegorz Rosinski: 3 pagina's Kuifje en de Zonnetempel
Dany: 2 pagina's Blake en Mortimer: Het Geheim van de Zwaardvis
Dupa: 2 pagina's Alex de Onversaagde
Franz: 2 pagina's Suske en Wiske: Het Spaanse Spook
William Vance: 2 pagina's Jo en Jetje: Het Testament van Mr. Pump
Jean-Claude Servais: 1 pagina De Raadselachtige Mr. Barelli
Christian Godard: 1 pagina Hassan & Kadoer: De Dief van Bagdad
Cosey: 1 pagina Kwik en Flupke
Michel Weyland: 1 pagina Meester Mus
Crisse: 2 pagina's De Witte Ruiter
Andreas: 2 pagina's Chlorophyl: De Zwarte Ratten
Christian Denayer: 1 pagina 't Prinske
Derib: 1 pagina Dan Cooper: De Blauwe Driehoek
Eddy Paape: 1 pagina Chick Bill: De 4 Woestijnratten
Bob: 1 pagina De Avonturen van Pom & Teddy
Michel Pierret: 1 pagina Cori
Ernst: 1 pagina Lefranc: De Grote Dreiging
Bédu: 2 pagina's Rik Ringers: Wie van de Drie?
Eric: 1 pagina Ton en Tinneke
Ferry: 1 pagina Meneer Lambik

Als voorbeeld van dit fraaie eerbetoon tonen we hierboven de twee pagina's die William Vance tekende als hommage aan Jo en Jetje (oftewel Jo, Suus en Jokko), samen met de originele pagina's van Hergé zoals die in 1948 in Kuifje werden gepubliceerd.
(bijdrage van Ed Hengeveld) 


 
18/02
 
 
Fotoverzamelaar Jean Giraud (3)
In welke mate Jean Giraud foto's gebruikt voor zijn eigen strips, covers en illustraties voor diverse doeleinden illustreerden we vorige week met een nieuw voorbeeld. Naar aanleiding van deze publicatie stuurde lezer Rob Minnes ons voor de tweede keer bijkomende voorbeelden. "Ik kan het niet laten om het weer eens te doen, niet zozeer om Giraud af te katten, verre van dat, maar omdat het fun is". Voor de lol dus, dit aangevulde overzicht met toelichting. We zoeken het vooral bij westernfilms.


Unforgiven (1992) met Clint Eastwood versus een plaat uit het artbook Blueberry's (1997).




Maverick (tv-serie 1957-1962) met James Garner versus de cover van Mister Blueberry.




Dances With Wolves (1990) met Kevin Costner versus de Amerikaanse cover van Generaal Geelkop.




Hondo and the Apaches (1967) met Ralph Taeger versus een plaat uit de portfolio Blueberry van Gentiane (1983).




Historische foto van Geronimo versus een ex-libris (1998).




Will Penny (1968) met Charlston Heston versus een aankondiging voor Ballade voor een Doodskist, tevens de cover van Stripschrift 101 (1977).




Rio Bravo (1959) met John Wayne en Angie Dickinson versus een ex-libris (1995).




The Desperados (1969) met Jack Palance versus de cover van De Man met de IJzeren Vuist.




Tot slot kunnen we ook nog deze link geven naar het gevolg van een plagiaatkwestie uit 1997 toen een fotograaf Jean Giraud voor de rechter sleepte. Lees er hier alles over. Giraud had een foto van Jimi Hendrix bewerkt. Alejandro Jodorowsky bemiddelde in deze zaak waarop Giraud een portfolio samenstelde met andere foto's als basis voor een reeks zeefdrukken. En dat leidde in 1999 dan weer naar het boek Émotions Électriques.



 
11/02
 
 
Fotoverzamelaar Jean Giraud (2)
Het is niet de eerste keer dat we in deze rubriek foto's en hun door Jean Giraud of Mœbius nagetekende versies tonen. Wat je hier ziet, werd door stripauteur Fred de Heij opgemerkt op zijn blog. De foto's komen van een modereportage uit een tijdschrift. Vergelijk de houding van de man op foto 1, de linkerarm van de man op foto 2 en de zetel op foto 2 met de coverafbeelding van het Blueberry-album Angel Face. Giraud nam nog de 'dichterlijke vrijheid' om de zetel samen te persen om die volledig op de cover te krijgen.
In eerdere berichten merkte de Heij ook nog verschillen op tussen de oorspronkelijke publicaties van Blueberry-pagina's en de uiteindelijke albumversies. Klik hier, hier en hier voor deze voorbeelden.


 
04/02
 
 
Angry Bird op Boempterikseiland
Wie al eens het game Angry Birds heeft gespeeld, is vertrouwd met de dikkere, witte vogel waarmee je de groene varkens kan beschieten met je katapult. Die vogel heeft de vorm van een ei en legt ook eieren die kunnen exploderen waardoor de vogel leegloopt als een ballon. Hmm, zo'n vogel kennen we nog van een oud kortverhaal van Ley Kip dat in het weekblad Robbedoes verscheen, meerbepaald in de nummers 1092 tot 1095 uit 1959.

Achter het pseudoniem Ley Kip (afgeleid van het Franse l'équipe) schuilen vier auteurs: André Franquin en zijn toenmalige assistenten Jidéhem, Jean Roba en Marcel Denis. Meer uitleg over de Boempteriks, "het gevaarlijkste dier van de schepping", krijg je van Franquin himself: "De Boempteriks is ontstaan na een samenwerking met Jidéhem, Roba, Marcel Denis en mezelf. Ik had een idee om een vogel op een eiland explosieve eieren te laten leggen. Achteraf heeft iemand me verteld dat Willy Vandersteen al hetzelfde had gedaan in een verhaal van Suske en Wiske. Maar iedereen heeft er nog een korreltje zout bijgedaan. Denis suggereerde dat de Boempteriks explosieve eieren legde omdat hij bedorven kaas had gegeten. Roba heeft de vogel uitgetekend."

Franquin schreef samen met Denis het scenario. Roba tekende de personages en de vogel en Jidéhem de decors. Het complete verhaal van twaalf pagina's kan je in een pdf lezen door op bovenstaande afbeelding of hier te klikken.


 
17/12
 
 
"The Nagel Woman" in The Sandman en Watchmen
Toen we laatst een documentaire zagen over de making of van Duran Durans redelijk belangrijke plaat Rio (je pikt nog eens wat mee als je tot 's nachts zit te werken met de tv op de achtergrond) meenden we de platenhoes van ergens te kennen. De illustrator was snel gevonden: de Amerikaanse kunstenaar Patrick Nagel, het meest bekend van illustraties voor Playboy en effectief de plaat Rio uit 1982. "The Nagel Woman" werd in de jaren 1980 een begrip bij een groot publiek, zo ook bij stripmakers. Zijn dood in 1984, op amper 38-jarige leeftijd, is tegelijk schrijnend als grappig. Hij nam voor het goede doel deel aan een aerobicsessie met andere celebrities. Achteraf vond men hem dood in de wagen, gestorven aan een hartaanval. Het goede doel was fondsenwerving voor de American Heart Association.

Oké, we houden het bij zijn nalatenschap. Ook nog in de jaren 1980 dook in de comicserie The Sandman, van Mike Dringenberg en Neil Gaiman, het personage Desire op, meerbepaald in nummer 10 van november 1989, gebundeld in het tweede volume, The Doll's House. Over haar look waren Dringenberg en Gaiman het aanvankelijk niet eeens. Gaiman zag Desire als een mix van de androgyne David Bowie en zangeres Annie Lennox toen ze nog deel uitmaakte van Eurythmics met ook nog inspiratie uit de prints van Patrick Nagel. Dringenberg hield het op Duran Duran en beweert zijn eigen vriendin als een visuele inspiratiebron te hebben gebruikt. Letteraar Todd Klein werd verzocht om ook voor Desire, net zoals bij de andere hoofdpersonages in The Sandman, een eigen unieke lettering te hanteren. Desires dialogen werden geletterd in de stijl van de art nouveau, en leunden daardoor dicht aan bij alweer Patrick Nagel.

Een extra opgemerkte link naar Patrick Nagel in een iconische strip uit de jaren 1980 is Watchmen. In de filmversie hangt een Patrick Nagel-print in het appartement van The Comedian. Die is goed te zien in een scène waar Rorschach een kamer betreed. De decorontwerpers benadrukken met deze kleine toets dat het verhaal zich in de jaren 1980 (of toch een alternatieve variant) afspeelt. Wie ook een Patrick Nagel in huis had hangen, was het personage Patrick Bateman, de psychopatische yuppiemoordenaar uit American Psycho, dat eveneens is gesitueerd in de jaren 1980.


We wilen het niet te ver gaan zoeken, maar tot op de dag van vandaag laten vormgevers zich inspireren voor artwork dat is bestemd voor diverse doeleinden. Voor een lijn van T-shirts met de vier X-Women Phoenix, Rogue, Storm en Shadowcat bijvoorbeeld. En let dan eens op de gelijkenissen tussen twee van deze T-shirtontwerpen met twee Duran Duran-platen.




 
26/11
 
 
De kat van Iouri Jigounov en de Jeep van XIII
"Ik hou niet van auto's. Ik haat ze, want zij rijden katten dood", geeft Iouri Jigounov in dit video-interview van Cobra.be als reden op om zijn hekel voor het tekenen van auto's (en ook gebouwen) te verklaren. Voor de tekenaar van hypermoderne reeksen als Alfa en nu ook XIII toch een opmerkelijke uitspraak. Hij moet het wel tekenen, want zo staat het in het scenario, voegt hij er nog aan toe.

Dat Jigounov een grote kattenliefhebber is, manifesteert zich ook in een aardig knipoogje in zijn eerste XIII-album. In een Franstalig interview in Casemate 27 van juni 2010 werd hij op grootschalige manier voorgesteld als de nieuwe tekenaar van XIII. Toen een journalist de vraag stelde of hij een oplage van een half miljoen exemplaren indrukwekkend vond, relativeerde Jigounov dat snel. Dat hij integendeel niet euforisch is bij dit soort torenhoge oplages, weet hij enerzijds aan zijn leeftijd. Hij antwoordde ook nog: "Dat zal wellicht veranderen als ik mijn auteursrechten zal ontvangen. Maar waarom zou ik al geld tellen dat ik nog niet heb verdiend? Misschien leef ik niet lang genoeg om van mijn auteursrechten van XIII te profiteren." Die nogal morbide relativering vond op dat moment elders zijn oorzaak. Toen het interview werd afgelegd, maakte de tekenaar zich doodongerust over zijn kat die al 24 uur was verdwenen. Normaal is die niet langer dan een halfuur weg. Jigounov was er zeker van dat de kat nooit meer zou terugkeren, zeker niet met een vos in de buurt. "Zulke gebeurtenissen zetten je snel met de voeten op de grond", besloot hij.

Een dik jaar later, in Casemate 42 van november 2011, sloot hij een nieuw interview verheugd af met het nieuws dat zijn kat daags nadien toch nog werd teruggevonden. Het dier zat gevangen in de vogelkooi van de buren. Niets aan de hand, en wat heb jij daar nu eigenlijk aan? Niet veel, enkel dat je Jigounovs kat kan zien rondlopen in XIII 20: Mayflower Day. Het is Dorothy, de kat van Jim Drake, de jeugdvriend van XIII. De kat trippelt rond op pagina 15, 20 en 21. Het idee om XIII deze kat te laten redden uit een brand en zich daarna van haar lot aan te trekken, durven we bij deze toewijzen aan Jigounov, niet zozeer aan Yves Sente.



Dorothy's werkelijke baasje Jigounov knipoogde in het album ook naar zijn eigen 'baasje'. Op pagina 27 herken je in de pomphouder niemand minder dan William Vance, de voormalige tekenaar van de reeks XIII, die in deel 20 nog wel de historische scènes op pagina 42 tot 45 tekende. Op pagina 41 prijkt de naam van de zogezegde illustrator van deze scènes uit een boek "met schitterende illustraties van een Vlaamse kunstenaar..." Di e kunstenaar heet W. Van Cutsem oftewel William Van Cutsem, de echte naam van William Vance.



En we gaan nog een stapje verder. In hetzelfde prentje als de cameo van Vance staat rechts in beeld een Jeep. Product placement misschien? Neen, een vaststaand feit! Op 18 november werd een XIII Limited Edition van een Jeep Wrangler Sport diesel MY12 voorgesteld. Er rijden er amper dertien van rond per beschikbaar kleur zwart, wit en geel, in totaal dus 39 Jeeps. In XIII 20 rijdt XIII rond in een rode Jeep. Voor dit 'gadget' betaal je 31.990 euro. Je krijgt er bij aankoop van de Jeep een koffer bij met collector's editions van alle twintig albums en een gelimiteerde afdruk van een plaat, gesigneerd door de auteurs. Willen of niet, Jigounov moest deze Jeep dus wel tekenen, er was een lucratieve deal tussen het Amerikaanse bedrijf dat Jeep produceert en uitgeverij Dargaud! Toen we deze XIII-Jeep voorlegden aan een grote liefhebber van Vance en van XIII, bracht hij een Toyota-editie van Largo Winch in herinnering. Hij kende verzamelaars die deze Toyota Rav 4 twee keer kochten: "eentje om bij de colletcie te voegen, en eentje om mee in te pronken".



 
12/11
 
 
Wat is een graphic novel?
Wat is een graphic novel? De antwoorden lopen uiteen en studies over het relatief jonge stripsegment zijn schaars te noemen. Kurt Geeraerts boog zich over deze vraag en schreef er een 27 pagina's tellend artikel over. Hij is van opleiding Licentiaat Moraalwetenschappen en gegradueerde in de aanvullende studies Cultuurwetenschappen, richting Film- en Beeldcultuur aan de VUB.

Zijn conclusie omschrijft hij als volgt: "De graphic novel is geen (sub)genre, maar is een stadium in een logische evolutie van de strip naar meer kwaliteit."

De korte inhoud vind je hieronder.
1. Inleiding
•••a. Commercie en cultuurstrijd
•••b. Wat betekent de term vandaag?
2. Van comic strip tot graphic novel: een Amerikaans overzicht
3. Het stripverhaal: een Europese uitvinding
•••a. Bestaat de Europese strip?
•••b. Een kort overzicht
•••c. De Europese graphic novel
4. Manga, een verhaal apart
5. Besluit
6. Bibliografie

Klik hier voor het integrale artikel als pdf.



 
22/10
 
 
Lachen met Kuifje kostte Humo 25.000 euro
Tussen 1991 en 1994 parodieerde het weekblad Humo enkele bekende Kuifje-covers om er een actuele draai aan te geven. In chronologische volgorde vind je hierboven de covers van Humo 2648 van 6 juni 1991 waarin je voor een flink bedrag aan kleren kon winnen, gevolgd door een eerbetoon aan de eerste fictieve Belg op de maan en de eerste non-fictieve Belg in de ruimte, Dirk Frimout in Humo 2690 van 26 maart 1992. Deze illustratie diende om de jaarlijkse Pop Poll aan te kondigen. Twee jaar later, meerbepaald in Humo 2794 van 24 maart 1994, sierde opnieuw een 'Kuifje'-cover de Humo om opnieuw de uitslag van de Pop Poll aan te kondigen. We herkennen van links naar rechts Cowboy Henk, de goed gemummificeerde overleden koning Boudewijn (man van het jaar), Kuifje (plagiaat van het jaar), Walter Capiau, de toenmalig rijzende ster Paul De Leeuw, Jean-Luc Dehaene (lul van het jaar) en Marc Uytterhoeven (bekwaamste tv-figuur) en beo Walter uit het succesvolle tv-programma Morgen Maandag. Op de voorgrond geven Bert Vanderslagmulders en Bobje een impressie van Kuifje en Bobbie.


Ook nog in 1994 ging Kamagurka op hetzelfde elan verder. Hij liet Bert kritische co
mmentaren geven bij enkele prenten uit het Kuifje-album De Geheimzinnige Ster. Klik op de illustraties hierboven voor grotere versies van alle vijf pagina's. Ze werden achteraf ook gepubliceerd in de bloemlezing Het Leukste uit Humo dat in 2001 verscheen. In dit verhaal duidde Kamagurka de lezers op enkele tekentechnische fouten en maakte Kuifje ook wel een beetje (veel) belachelijk. De Humo-cover van die week kopte met De Geheimzinnige Bert. En deze keer was Moulinsart (die de rechten op het patrimonium van Hergé beheert) het grondig beu. Het deed Humo een proces aan. Humo verloor en moest 1 miljoen frank (25.000 euro) schadevergoeding betalen.

Deze affaire, die van alle tijden is wat Moulinsart betreft, verheelt niet dat Kamagurka nog steeds een fan is van Kuifje. In De Tijd van 22 oktober 2011 vertelt hij: "Zeker van zijn eerste tien albums ben ik fan, toen Hergé nog alles zelf deed. Later met Studio Hergé stonden er veel koks in de keuken. Al wil ik daar niet mee suggereren dat het niveau naar beneden is gegaan. Ik vond Hergé in zijn tijd een visionair. Neem nu het album De Geheimzinnige Ster, waar het altijd maar warmer en warmer wordt. Dat was al een afspiegeling van de klimaatopwarming. Tegelijk waren zijn albums erg laagdrempelig. Je kan misschien opwerpen
dat ze nu gedateerd zijn, maar als kind vond ik dat zeker niet. Kuifje was heel braaf, zo braaf dat het iets poëtisch kreeg. Onschuldig. En dan krijg je nu processen over racisme. Hergés eerste album, Kuifje in de Sovjetunie, kreeg ook veel kritiek omdat het zo rabiaat anticommunistisch was, maar achteraf bekeken zat Hergé er niet zo ver naast. Stalin heeft miljoenen mensen laten vermoorden. Ik ben als tekenaar niet echt geïnspireerd door Kuifje. Ik maak er een punt van niemand te imiteren die ik goed vind. Hergé keek op naar kunstenaars
zoals Andy Warhol, maar eigenlijk maakte hij popart avant la letrre."

Hardleers als het weekblad is, dreigde het in 2010 weer fout te gaan voor Humo. In de mediastorm rond de vermeende collaboratie van Willy Vandersteen, plaatste het een knipogend Wiske op de cover om een artikel over het collaboratieverleden van Vandersteen in te leiden. Haar rechteroogje vormde zich tot een hakenkruis. In dit geval geen fikse schadevergoeding, maar slechts een reactie van de kinderen van Vandersteen die lieten weten geschokt te zijn.


 
01/10
 
 
Uniek verjaardagscadeau
De helden van Hergé, Tibet, Roba, Albert Uderzo, André Franquin, Morris en Peyo zingen samen Un P'tit Beurre des Touilloux wat een parodie is op Happy Birthday to You. Bovenstaande illustratie sierde de hoes van een plaatje in 1972. Het werd samen met de originele illustratie cadeau gegeven aan Stéphane Steeman als verjaardagsgeschenkje. Van het plaatje werd slechts één enkel exemplaar geperst. Het is zodanig zeldzaam dat er maar weinig over geweten is en je het zelden tegenkomt in gespecialiseerde boeken en op websites. Ietsje beter verspreid zijn de dankkaartjes die Steeman achteraf verstuurde met een reproductie van de tekening. Wie is deze Stéphane Steeman dat hij van de grootste Europese tekenaars een uniek stuk kreeg?

Steeman is de zoon van Stanislas-André Steeman, een schrijver en illustrator uit Luik die een resem politiethrillers schreef waarvan er meerdere raakten verfilmd. Franse critici noemden hem de "Belgische Simenon", hierbij precies onwetend over het feit dat Georges Simenon zelf een Belg is. In 1998 schreef zoon Steeman een biografie van zijn vader. André-Paul Duchâteau hielp 'm hierbij. In de jaren 1960 vergaarde Steeman in Wallonië bekendheid als imitator (veelal van Jacques Brel), radiopresentator en komiek. Opnieuw met een Waalse stripscenarist, zijnde Yves Duval, werkte hij theaterstukken uit. Hij was dus veelvuldig verstrengeld met het stripmilieu. Hij sprak bijvoorbeeld ook de stem in van het Belgische personage in de Asterix-tekenfilm De Twaalf Werken van Asterix (1976). In 1991 stond hij echter aan de basis van een lastercampagne tegen Hergé.

Steeman was een grote verzamelaar van Hergé en bezat een enorme collectie. In 1991 stelde hij zijn verzamelning tentoon in Welkenraedt in de veelbezochte expo Tout Hergé. Datzelfde jaar, meerbepaald op 3 oktober 1991, ontmoette hij Léon Degrelle in zijn verblijf in het Spaanse Malaga. Steeman had de bedoeling om diens vermeende vriendschap met Hergé in woorden te vatten voor een boek dat er zou komen. Degrelle was de oprichter van de politieke partij Rex die tijdens de Tweede Wereldoorlog het fascistische gedachtegoed uitdroeg en collaboreerde met de Duitse bezetters. Zijn hele leven tot in 1994 verdedigde hij het nazisme en schreef negationistische thesissen. Een van zijn uitspraken is dat Kuifje op hem is gebaseerd.

In 1929 wierf Norbert Wallez Degrelle inderdaad aan als redacteur voor de krant Vingtième Siécle. Hergé schiep datzelfde jaar Kuifje voor de jongerenbijlage Le Petit Vingtième. Tijdens een verblijf in de Verenigde Staten stuurde Degrelle comics op naar Hergé. Nu goed, het Waalse satirische tijdschrift Pan kwam achter de ontmoeting van Degrelle en Steeman en meer nog achter Degrelles band met Hergé. Het verhaal werd breed uitgesmeerd in de pers. Steemans verzachtende uitspraken dat het tijd was om de feiten te laten rusten, deden hem eventjes geen goed. Hij heeft alleszins steeds Hérgé verdedigd tegen de beschuldigingen die van hem een collaborateur maakten.

Later verkocht Steeman een grote deel van zijn immense collectie aan Fanny Rodwell, de weduwe van Hergé, in de hoop dat er eindelijk een Hergé-museum zou komen. Dat wam er maar niet. In 2009 liet hij het voorzitterschap van Les Amis de Hergé voor wat het was. Dit genootschap had hij 25 jaar tevoren zelf opgericht. Ook nog in 2009 schreef hij het boek L'Escalade waarin hij zijn onenigheden met Nick Rodwell uit de doeken deed. Steeman stond op dat moment al langer op een echt bestaande zwarte lijst van journalisten, critici, publicisten, verzamelaars enzovoort die Moulinsart of Rodwell ooit kwaad hebben gedaan, althans in de ogen van Rodwell zelf.

Steeman treedt nog steeds op en is een overtuigd Belgicist. In 2008 schreef hij Ma Belgique à Moi. Hij schiet goed op met koning Albert II en koningin Paola.