
| |
Welkom
op deze pagina waarop we wekelijks een weetje
uit de wondere wereld van het stripverhaal presenteren.
Wees waakzaam, of dat doen wij wel in jouw plaats.
Waar kan je je aan verwachten? Een waaier van
anekdotes, triviale maar ware feiten en waanzinnig
veel meer!
Klik
verder naar alle eerdere updates:
• 093
Elfjarige
Hec Leemans ijverde voor een verhaal van Robbedoes
en Kwabbernoot met Guust Flater
• 092
Bercks beha kon niet door de beugel
• 091
De toekomst van Op Zoek naar de Tijdvogel
• 090
Heroveringen dankzij testpagina Thorgal
• 089
Aprilgrap van weekblad Kuifje en Robbedoes
• 088
Kuifje-tekenaars op hun ideale, verlaten eiland
• 087
Martin Kove als Blueberry
• 086
General of Army Carrington heeft zijn vijfde
ster
• 085
Comanche eindelijk compleet
• 084
Jo en Jetje door Vance
• 083
Fotoverzamelaar Jean Giraud (3)
• 082
Fotoverzamelaar Jean Giraud (2)
• 081
Angry Bird op Boempterikseiland
• 080
"The Nagel Woman" in The Sandman en
Watchmen
• 079
De kat van Iouri Jigounov en de Jeep van XIII
• 078
Wat is een graphic novel?
• 077
Lachen met Kuifje kostte Humo 25.000 euro
• 076
Uniek verjaardagscadeau
Klik
verder naar archiefpagina 3 met Weetje 051 tot
075:
• 075
Raymond Macherots vingeroefening voor Chlorophyl
• 074
Jugurtha en de Rode Khmer
• 073
Jakke en Silvester, de vergeten verhalen
• 072
Ambachtelijk schilderen versus speed painting
• 071
Kleine meisje Sophie was ooit groot
• 070
Papegaaien papegaaien piraten na
• 069
Onpopulaire Krazy Kat in Pulp Fiction en op
de arm van Michael Stipe
• 068
De pietà van Régis Loisel
• 067
Captain America nummer 1
• 066
Dubbel jubileum voor Rik Ringers
• 065
Rosinski's debuut in Kuifje
• 064
Kuifje, Robbedoes, Guus Slim en George Bush
in de jungle
• 063
Marvano's Eeuwige Oorlog-haardroger in Lego
• 062
Bravo voor Edgar P. Jacobs
• 061
Interview met Guust Flater
• 060
Jodorowsky's mislukte Dune-verfilming
• 059
Tekenende Bob Dylan-fans
• 058
Ana Lima = Druuna
• 057
Van Albator tot Daft Punk
• 056
Lucky Luke door Jean Giraud / Blueberry door
Morris
• 055
Wat een tekenaar lijden kan (door Chaland)
• 054
De oorspronkelijke Blacksad
• 053
Gewraakte martelscène
• 052
De klap op 29 september
• 051
Puzzleposter van het weekblad Kuifje
Klik
verder naar archiefpagina 2 met Weetje 026 tot
050:
• 050
Alles van William Vance?
• 049
Geen blauwe reeksalbum van Het Gouden Paard
• 048
Reclame-Craenhals
• 047
Atalante naar Egyptisch-Amerikaans en Grieks-Brits
voorbeeld
• 046
Dan Cooper in de ruimte
• 045
Senta Berger door Karel Biddeloo en Manara
• 044
Kolonel Crickett Clifton
• 043
Eric de Noorman inspireert kunstwerk
• 042
Onbekende comic van Jijé
• 041
Steven Sterk door André Franquin
• 040
Nevenpersonage uit Blueberry wordt hoofdpersonage
in Bernard Prince
• 039
Brokkenmaker Christian Denayer fikste de klus
• 038
Sigaar op Largo Winch-cover mag niet
• 037
Per vergissing vervolgd
• 036
Popeye-bedenker goeie maatjes met Al Capone
• 035
Stephen Desbergs eerste stappen als scenarist
• 034
Brandweerman Étienne Schréder,
van clochard naar topassistent
• 033
Manga: het geile gevaar
• 032
Voorloper Loopgravenoorlog
• 031
De dood van Corto Maltese
• 030
De divan van Raoul Cauvin
• 029
De IJstrein door Loisel en Alexis en het vervolg
• 028
Hermelijn en Samantha Fox
• 027
Milo Manara's geschiedenis van de mensheid
• 026
De echte Sam
Klik
verder naar archiefpagina 1 met Weetje 001 tot
025:
•
025
Merho doet de filmtest
• 024
De ware dood van Bob Dalton
• 023
Jojo in actie
• 022
Yoko Tsuno en de Vineanen
• 021
Frankrijk - Brazilië: 3 - 0
• 020
Martin Lodewijk en het gecensureerde stripje
van André Franquin
• 019
Bernard Prince alias Rob Palland
• 018
Dreigende Dinges bedreigde Japanners
• 017
Durango-voorloper
• 016
Soda in andere handen
• 015
Filmfotoverzamelaar Jean Giraud
• 014
Flaterfoon op waar formaat
• 013
Geweigerde Blake en Mortimer-verhalen
• 012
De Avonturen van Rikki en Pukki door Wil(ly
Vandersteen)
• 011
De klare lijn uitgeklaard
• 010
Het filmbeest in François Schuiten
• 009
Marc Wasterlain had het niet makkelijk
• 008
De oorsprong van de ex-libris bij strips
• 007
Asterix en Guust Flater door Daan Jippes
• 006
De geboorte van Largo Winch in drie etappes
• 005
TikTak-tekenen met Morris, Roba, Franquin en
Peyo
• 004
Werkloze Leo fantaseerde fauna en flora
• 003
Oranje Smurfen
• 002
Jorg de Vos en Yves Swolfs, de samenwerking
die er had kunnen zijn
• 001
Jodocus uit Heinz betrokken bij bankoverval |
|
|
| |
28/04 |
|
 |
| |
Bercks
beha kon niet door de beugel |
 |
Op
23 januari 1969 las uitgever Charles Dupuis
het nieuwste nummer van Robbedoes, het stripweekblad
dat zijn familie al decennialang uitgeeft. Volgens
voormalig hoofdredacteur Thierry Martens
reageerde hij ontzet door een scène in Mulligan,
het eerste vervolgverhaal van een reeks door Berck
op scenario van Yvan Delporte en
Raymond Macherot. Ontzet! Nog niet
zozeer de luchtige kledij van de zangeres in de kleedkamer
waarin men diva Baby Bloops verwachtte, stuitte de
uitgever tegen de, euh, borst, maar wel het feit dat
ze behalve haar hele make-upset en een vaas met bloemen
ook haar beha naar de heren gooit. Die is te vinden
op het gezicht van de weinig spraakzame Flagstaff.
Dupuis liet aan de tekenaar weten dat zo'n vermetelheid
in het vervolg formeel is te vermijden in een stripblad
met zo'n zedige reputatie.
Dupuis had een heilige schrik om weer eens tegen een
publicatieverbod in Frankrijk aan te kijken. Lange
tijd viseerde een Franse censuurcommissie strips uit
het buitenland en keek ze streng na op alles wat te
gewelddadig of te bloot was. Om de verspreiding van
het weekblad en de albums niet in het gedrang te brengen,
pasten de uitgevers een zelfcensuur toe. In 1969 heerste
nochtans ook al bij Robbedoes een grotere
tolerantie want de tijden waren wel degelijk veranderd.
Meer en meer meisjes en vrouwen begonnen de pagina's
te bevolken of werden de heldin in een eigen stripserie
zoals Natasja en Yoko Tsuno.
Hoe dan ook begon Berck zich met Mulligan
te vervelen. Hij was gek op detectiveverhalen, autoachtervolgingen
en ratelende vuurgevechten met machinepistolen. En
ze scheepten hem na een lange carrière bij
Kuifje bij zijn intrede bij Dupuis op met
een sleepbootkapitein. In de strip werd meer gepraat
dan dat er actie werd ondernomen. Na twee vervolgverhalen
van dertig pagina's van Delporte en Macherot en een
kort kerstverhaal van de Vlaamse scenarist Daniël
Jansens (de latere schrijver van Bakelandt) gaf hij er de brui aan.
Al deze verhalen zijn in album uitgegeven door Brabant
Strip vzw in de Collectie Fenix.
Het was nog de bedoeling dat er een derde lang verhaal
zou komen waarin van nul zou herbegonnen worden. De
komst van een nieuwe hoofdredacteur (Thierry Martens)
bracht daar verandering in. Hij zag het potentieel
in het dynamisme van Berck die op zijn beurt heil
zag in weliswaar steevast afgekeurde scenario's van
de jonge Raoul Cauvin. Berck wilde
met Cauvin zijn kans wagen. Charles Dupuis begon het
al jammer te vinden dat hij geen nieuw werk onder
ogen zag van de tekenaar die was weggeplukt bij de
concurrentie. Cauvin kreeg de opdracht om in één
weekend iets nieuws te bedenken. De redactie stond
erop dat het zich in de periode van de drooglegging,
de Amerikaanse Prohibition, zou afspelen. Eventueel
in Chicago, maar in elk geval in de States in de jaren
1920 waarbij de Thomsons naar hartenlust mochten ratelen
zonder dat er evenwel echt geweld, laat staan bloedvergieten, is te zien. En 't
moest ook om te lachen zijn. Berck zag eigenlijk liever
een soort Dick Tracy-detectivestrip, maar
het werd Sammy, zijn grootste en meest vertaalde
succes. |
| |
14/04 |
|
 |
| |
De
toekomst van Op Zoek naar de Tijdvogel |
 |
Bovenstaande
plaat is een proefplaat van Mohamed Aouamri
voor het vierde deel van de prequelcyclus
Op Zoek naar de Tijdvogel - Voor de Zoektocht.
Het was de bedoeling dat hij met Vincent Mallié
per album zou afwisselen zodat de verschijningsfrequentie
verhoogd kon worden na het lange oponthoud tussen
de eerste albums waarvan deel 1 werd getekend door
Dominique Lidwine.
Régis Loisel en Serge
Le Tendre besloten echter om Aouamri van
deel 4 te halen en hem ineens deel 5 te laten tekenen.
Dat betekent dat Mallié deel 3 en 4 op zijn
naam mag zetten. In deze verhalen speelt de Jager
een grote rol en komt het tot een treffen met de jonge
Bolster zoals je hierboven al in première kan
zien.
Het tekenaarslijstje voor deze cyclus ziet er dus
als volgt uit:
• Voor de Zoektocht 1: Vriend Javin door Dominique
Lidwine
• Voor de Zoektocht 2: Het Spreukenboek van
de Goden door Mohamed Aoaumri
• Voor de Zoektocht 3: De Weg van de Jager door
Vincent Mallié
• Voor de Zoektocht 4 door Vincent Mallié
(te verschijnen)
• Voor de Zoektocht 5 door Mohamed Aoaumri
(te verschijnen)
Volgens Aoaumri houdt de cyclus ermee op na deel
5, maar Loisel en Le Tendre hadden eerder al te kennen
gegeven dat de cyclus in zes delen is voorzien. Vermoedelijk
staat Mallié dan opnieuw in voor dat zesde
deel. Zo komt er alleszins nog een mooie romance tot
bloei tussen Bolster en Mara. Na de zesdelige prequel
komt er nog één enkel album uit dat
een dik one-shot zal zijn. In dit ultieme verhaal
volgen de auteurs Bolster na de cyclus waarmee het
allemaal begon en waarin hij de waarheid ontdekte
achter Hermelijn. In dat slotalbum zien we effectief
Hermelijn terug en volgen we Bolsters pad tot aan
zijn dood. En omdat Loisel Hermelijn niet uit handen
wil geven, tekent hij dit album helemaal zelf, van
potlood tot en met het inkten ervan. |
| |
07/04 |
|
 |
| |
Heroveringen
dankzij testpagina Thorgal |
Wie
onze nieuwsrubriek op de voet volgt, weet dat scenaristen
Jean Dufaux en Xavier Dorison
met respectievelijk Saga Valta en Asgard
zijn beïnvloed door Thorgal. Allebei
omdat ze als scenarist werden gepolst voor De
werelden van Thorgal dat toen nog moest opgestart
worden. Tekenaars zijn er des te meer om de weg van
Thorgal op te gaan. Voor zijn reeks Heroveringen
herwerkte de Canadese tekenaar François
Miville-Deschênes pagina 34 uit Thorgal
28: Kriss van Valnor. Het was een testpagina
voor de inkleuring van Heroveringen waar
hij kort daarop mee begon. Dat hij net koos voor de
intussen bekende 'lesbische' scène uit Thorgal
is niet zo vreemd. Sla er Heroveringen of
zijn blog
maar op na voor een veelvoud aan welgevormde, veelal
naakte krijgsters. |
| |
31/03 |
|
 |
| |
Aprilgrap
van weekblad Kuifje en Robbedoes |
 |
 |
We
duiken opnieuw de geschiedenis in van de twee bekendste
Belgische stripbladen, Kuifje en Robbedoes.
Hoewel het elkaars grootste concurrenten waren, sprongen
de auteurs collegiaal met elkaar om. In 1965, meerbepaald
op 30 maart (Kuifje) en 1 april (Robbedoes)
in week 13, haalden beide redacties een geintje uit
met hun lezers. Ze aapten elkaars coverlay-out na.
Voor Kuifje betekende dit een cartoon als
aankondiging op de bovenste helft van de voorpagina
met een schaduw van Robbedoes en een parodie op André
Franquins Guust Flater door Hugo
en Jacques Acar. Hugo ondertekende
zijn strips ook wel eens met Fonske,
maar je kent 'm wellicht beter als Hurey,
het pseudoniem van Hugo De Reymaeker,
die onder meer de reeksen Ketje, Jan Heibel en
Pili-Pili tekende en verantwoordelijk was
voor de hipste periode van De Lustige Kapoentjes.
Voor de aprilgrapcover van Robbedoes liet
Maurice Tillieux zijn held Guus Slim
achtervolgen door enkele coryfeeën van het weekblad
Kuifje. Let niet op de wanverhoudingen van
alle personages, maar we herkennen toch Rik Ringers
met zijn proppenschieter, Michel Vaillant en Steve
Warson aan het stuur, Spaghetti's neef Prosciutto,
Felix uit Ton en Tineke en Klaas uit de in
1965 door Greg geherlanceerde reeks
Kees en Klaas naar Alain Saint-Ogans
creatie Zig et Puce uit 1925. Voor de verandering
kon Robbedoes ook eens uitpakken met een
slogan, ook al was het een kopie van Kuifje:
"Het super-blad voor de jeugd van 7 tot 77 jaar".
Het spelden van een papieren of getekend aprilvisje
op de rug van iemand die je in het ootje wilde nemen,
is een oud gebruik dat nog het vaakst werd toegepast
in strips.
(met
dank aan Ed Hengeveld)
|
| |
24/03 |
|
 |
| |
Kuifje-tekenaars
op hun ideale, verlaten eiland |
Voor
een speciaal nummer van Kuifje in 1981 werd
aan een kransje tekenaars gevraagd hoe zij hun ideale,
verlaten eiland zien. Dat werkten ze uit in een strippagina
of cartoon. We bundelden al deze pagina's voor je
samen in een pdf die je kan downloaden door op de
cover hiernaast of hier
te klikken.
De cover van het Kuifje-nummer is van Ernst,
de overige bijdragen komen van Ploeg
(die de introductiepagina tekende), Didier
Convard, Christian Gine,
Michel Weyland, Bob De Moor,
Jean-Claude Servais, Ferry,
Crisse, François Craenhals,
Magda, Franz en
Bédu.
(met
dank aan Ed Hengeveld)
|
| |
17/03 |
|
 |
| |
General
of Army Carrington heeft zijn vijfde ster |
 |
Ondanks
William Vance' doorgedreven detaillisme
voor XIII, waarbij hij naar eigen zeggen
zelfs de uurregeling van een bus in Minnesota of het
type van helm gebruikt bij de 82ste luchtlandingsdivisie
van het Amerikaanse leger achterhaalt, maakt hij ook
wel eens fouten. Hij is nog de kwaadste niet door
die zelf toe te geven. Dat Ben Carrington op de cover
van XIII 12: Het Vonnis slechts vier in plaats
van vijf sterren heeft, was een blunder die hij grif
toegaf. Carrington heeft de graad van General of the
Army opererend als Chief of Staff en in die uitzonderlijke
functie (zie verder) volstaan vier sterren niet.
Carringtons eerste promotie in de reeks onthouden
we uit XIII 3: Alle Tranen van de Hel. Op
pagina 9 feliciteert Allenby hem met zijn vierde ster
en de benoeming "tot hoofd van de generale staf"
(zie afbeelding hieronder).
Een album verder, in XIII 4: SPADS, wandelen
Amos en Allenby op pagina 14 het kantoor van generaal
Carrington binnen in het Pentagon. Op Carringtons
deur staan vier sterren (zie afbeelding hieronder).
Springen we gezwind verder naar XIII 12: Het Vonnis.
In het begin van het verhaal wordt de macht van de
pensioengerechtigde generaal (nu eindelijk met vijf
sterren) overgedragen aan de nieuwe stafchef, viersterrengeneraal
James Wittaker. We kunnen hier dus uit besluiten dat
Carrington uit erkentelijkheid van de natie (of eigenlijk
van Vance) op het einde van zijn actieve dienst nog
een vijfde ster heeft gekregen. En daar loopt hij
nog danig mee tep ronken nadat hij via een spectaculaire
ontsnapping een spelletje blufpoker speelt en het
lot van de wereld in handen heeft.
Ondertussen verschijnt Het Vonnis herdruk
na herdruk met de fout op de cover. Voor de Engelse
versie die in maart 2012 verschijnt heeft Carrington
plots vijf sterren. De gecorrigeerde versie werd aan
uitgeverij Cinebook bezorgd door
Dargaud Frankrijk. Of Vance dit zelf
heeft aangepast of indien de opmaakafdeling op vraag
van Vance de ingreep heeft toegepast, is niet bekend.
We vragen ons in elk geval af of komende herdrukken
van het album met vier of vijf sterren zullen zijn...
Het
verschil tussen vier- en vijfsterrengeneraals werd
door de Amerikanen pas sinds de Tweede Wereldoorlog
ingevoerd. Tijdens die oorlog betsond er geen consistent
systeem om tussen verschillende landen onderling de
graad van generaal of hoger aan te duiden. Zo waren
er bijvoorbeeld situaties waarin de Britse (veld)maarschalk
(met vijf sterren) Bernard Montgomery orders
aannam van de Amerikaanse generaal (vier sterren)
Dwight D. Eisenhower. Bij vergaderingen
hadden alle Britse generaals een ster meer dan hun
Amerikaanse evenknieën. Om die reden werd toen
aan een Amerikaanse generaal een vijfde ster én
de titel General of Army toegekend die daarmee nen
trapje hoger kwam te staan dan de viersterrengeneraals.
Dat gebeurde slechts vijf keer tussen 1944 en 1950
bij respectievelijk George Marshall,
Douglas MacArthur, Eisenhower, Henry
H. Arnold en Omar Bradley.
Sinds Bradley in 1950 is er geen reden meer geweest
om een General of Army te benoemen bij gebrek aan
een wereldoorlog. Alleen als het Congres of de president
dat nodig achten of indien er weer een internationale
operatie is waarbij een onderscheid noodzakelijk is,
voorziet de wet een aanstelling als General of Army.
Verzoeken van het Amerikaanse leger of de publieke
opinie om generaals als Colin Powell
(na de Golfoorlog) of David Petraeus (na
de War on Terror) uit erkentelijkheid een vijfde ster
te geven, werden telkens weerlegd. We willen maar
zeggen dat Vance aan Carrington een uitzonderlijk
buitengewone graad toekende met zijn vijf sterretjes.
(met
dank aan Rutger van Essen)
|
| |
03/03 |
|
 |
| |
Comanche
eindelijk compleet |
In
de tweede helft van 1973 liep in het weekblad Kuifje
het nieuwste verhaal uit de reeks Comanche,
getiteld De Hemel Is Rood boven Laramie.
Dat was het vervolg op De Wolven van Wyoming
waarin Red Dust had afgerekend met de bende van de
gebroeders Dobbs. Alleen bendeleider Russ Dobbs was
ontkomen nadat hij de pseudopriester Brian Braggshaw
had vermoord. Terwijl die de laatste adem uitblies
had hij Dust de opdracht gegeven om met de meedogenloze
killer af te rekenen want "zolang Russ Dobbs
in leven is, verkeren tientallen onschuldigen in levensgevaar".
In het vervolg weet Dust na een lange achtervolging
Dobbs in het nauw te drijven, om hem tenslotte aan
het eind van het verhaal in een donker steegje in
koelen bloede vijf kogels in zijn lijf te jagen. Over
dat einde is in de loop der jaren het
nodige gezegd, omdat daarmee de grens tussen goed
en slecht vervaagde. Het is nog altijd een legendarische
scène in de stripgeschiedenis.
In De Hemel Is Rood boven Laramie viel op
dat er iets vreemds was met de door tekenaar Hermann
aangebrachte paginanummering. De laatste plaat van
het verhaal, dat in hoofdstukken werd gepubliceerd,
droeg nummer 45. Maar in totaal omvatte het hele verhaal
52 platen. Dat bleek te liggen aan een zevental extra
platen, die waren genummerd 9B, 17B, 17T, 23B, 23T,
30B en 30T.
Toen deze strip in 1975 in album verscheen, bleek
dat daarin slechts twee van die zeven extra platen
waren opgenomen: 17T en 30B. Daarbij werd 17T trouwens
genummerd als 18, zodat het album dus twee platen
18 bevat. Het verhaal telde in die versie nog maar
47 pagina's in plaats van 52. Klik op de afbeeldingen
hieronder voor de ontbrekende platen.
|
PAGINA
9B |
PAGINA
17B |
PAGINA
23B |
PAGINA
23T |
PAGINA
30T |
| |
|
|
|
|
Dat voorpubliceren van een strip in hoofdstukken van
zeven of acht pagina's was overigens een ideetje van
Kuifje-hoofdredacteur Greg.
Het werd op grote schaal ingevoerd na een facelift
van het blad in 1971. Niet geheel toevallig was Greg
ook de scenarist van Comanche. Pas veel later
werd duidelijk dat het ook zijn idee was om verhalen
die in Kuifje werden gepubliceerd van extra
platen te voorzien, die in de albumversie niet zouden
worden opgenomen. Kennelijk was zijn bedoeling om
op die manier meer abonnees te trekken. In een volgend
artikel hebben we het in deze context over Hans
van Grzegorz Rosinski en André-Paul
Duchâteau.
Of de tekenaars van het weekblad dit idee zagen zitten
is niet bekend. Feit is wel dat het, behalve bij De
Hemel Is Rood boven Laramie, maar sporadisch
voorkwam dat een strip structureel extra pagina's
bevatte waarvan vooraf was bepaald dat ze niet in
album zouden worden gepubliceerd.
De
vijf weggelaten platen in het album De Hemel Is
Rood boven Laramie ontbreken ook in twee zogenaamde
integrale uitgaven van de Comanche-reeks,
die uitgeverij Le Lombard in de loop
van de jaren in het frans publiceerde. Zowel de driedelige
uitgave uit 1988 als de tweedelige uit 2004 bevat
de ingekorte versie van het verhaal waarmee de term
'integrale' meteen zijn waarde verliest. Pas in 2009
werden de ontbrekende platen, 36 jaar na dato, dan
eindelijk opgenomen in Comanche deel 2 in
de collectie Retro van Saga Uitgaven.
Niet alle extraatjes die bestemd waren voor Kuifje
haalden trouwens het weekblad. Onderstaande illustratie
is opgenomen in een Franstalig boek over Hermann.
Er staat bij vermeld dat het om een onuitgegeven poster
is uit 1974. Hij hoort duidelijk bij het verhaal De
Hemel Is Rood boven Laramie uit 1973, maar er
verschenen in Kuifje al twee posters bij
dat verhaal. Mogelijk is hij daarom niet gebruikt.
(bijdrage van Ed Hengeveld)
 |
| |
11/02 |
|
 |
| |
Fotoverzamelaar
Jean Giraud (2) |
 |
|
Het
is niet
de eerste keer dat we in deze rubriek foto's
en hun door Jean Giraud of
Mœbius nagetekende versies
tonen. Wat je hier ziet, werd door stripauteur
Fred de Heij opgemerkt op zijn
blog.
De foto's komen van een modereportage uit een
tijdschrift. Vergelijk de houding van de man
op foto 1, de linkerarm van de man op foto 2
en de zetel op foto 2 met de coverafbeelding
van het Blueberry-album Angel Face.
Giraud nam nog de 'dichterlijke vrijheid' om
de zetel samen te persen om die volledig op
de cover te krijgen.
In eerdere berichten merkte de Heij ook nog
verschillen op tussen de oorspronkelijke publicaties
van Blueberry-pagina's en de uiteindelijke
albumversies. Klik hier,
hier
en hier
voor deze voorbeelden. |
|
| |
17/12 |
|
 |
| |
"The
Nagel Woman" in The Sandman en Watchmen |
 |
Toen
we laatst een documentaire zagen over de making of
van Duran Durans redelijk belangrijke
plaat Rio (je pikt nog eens wat mee als je
tot 's nachts zit te werken met de tv op de achtergrond)
meenden we de platenhoes van ergens te kennen. De
illustrator was snel gevonden: de Amerikaanse kunstenaar
Patrick Nagel, het meest bekend van
illustraties voor Playboy en effectief de
plaat Rio uit 1982. "The Nagel Woman"
werd in de jaren 1980 een begrip bij een groot publiek,
zo ook bij stripmakers. Zijn dood in 1984, op amper
38-jarige leeftijd, is tegelijk schrijnend als grappig.
Hij nam voor het goede doel deel aan een aerobicsessie
met andere celebrities. Achteraf vond men hem dood
in de wagen, gestorven aan een hartaanval. Het goede
doel was fondsenwerving voor de American Heart
Association.
Oké,
we houden het bij zijn nalatenschap. Ook nog in de
jaren 1980 dook in de comicserie The Sandman,
van Mike Dringenberg en Neil
Gaiman, het personage Desire op, meerbepaald
in nummer 10 van november 1989, gebundeld in het tweede
volume, The Doll's House. Over haar look
waren Dringenberg en Gaiman het aanvankelijk niet
eeens. Gaiman zag Desire als een mix van de androgyne
David Bowie en zangeres Annie
Lennox toen ze nog deel uitmaakte van Eurythmics
met ook nog inspiratie uit de prints van Patrick Nagel.
Dringenberg hield het op Duran Duran en beweert
zijn eigen vriendin als een visuele inspiratiebron
te hebben gebruikt. Letteraar Todd Klein werd verzocht
om ook voor Desire, net zoals bij de andere hoofdpersonages
in The Sandman, een eigen unieke lettering
te hanteren. Desires dialogen werden geletterd in
de stijl van de art nouveau, en leunden daardoor dicht
aan bij alweer Patrick Nagel.
Een extra opgemerkte link naar Patrick Nagel in een
iconische strip uit de jaren 1980 is Watchmen.
In de filmversie hangt een Patrick Nagel-print in
het appartement van The Comedian. Die is goed te zien
in een scène waar Rorschach een kamer betreed.
De decorontwerpers benadrukken met deze kleine toets
dat het verhaal zich in de jaren 1980 (of toch een
alternatieve variant) afspeelt. Wie ook een Patrick
Nagel in huis had hangen, was het personage Patrick
Bateman, de psychopatische yuppiemoordenaar uit
American Psycho, dat eveneens is gesitueerd in
de jaren 1980.
We
wilen het niet te ver gaan zoeken, maar tot op de
dag van vandaag laten vormgevers zich inspireren voor
artwork dat is bestemd voor diverse doeleinden. Voor
een lijn van T-shirts met de vier X-Women Phoenix,
Rogue, Storm en Shadowcat bijvoorbeeld. En let dan
eens op de gelijkenissen tussen twee van deze T-shirtontwerpen
met twee Duran Duran-platen.
|
| |
26/11 |
|
 |
| |
De
kat van Iouri Jigounov en de Jeep van XIII |
"Ik
hou niet van auto's. Ik haat ze, want zij rijden katten
dood", geeft Iouri Jigounov
in dit video-interview
van Cobra.be als reden op om zijn hekel voor het tekenen
van auto's (en ook gebouwen) te verklaren. Voor de
tekenaar van hypermoderne reeksen als Alfa
en nu ook XIII toch een opmerkelijke uitspraak.
Hij moet het wel tekenen, want zo staat het in het
scenario, voegt hij er nog aan toe.
Dat Jigounov een grote kattenliefhebber is, manifesteert
zich ook in een aardig knipoogje in zijn eerste XIII-album.
In een Franstalig interview in Casemate 27
van juni 2010 werd hij op grootschalige manier voorgesteld
als de nieuwe tekenaar van XIII. Toen een
journalist de vraag stelde of hij een oplage van een
half miljoen exemplaren indrukwekkend vond, relativeerde
Jigounov dat snel. Dat hij integendeel niet euforisch
is bij dit soort torenhoge oplages, weet hij enerzijds
aan zijn leeftijd. Hij antwoordde ook nog: "Dat
zal wellicht veranderen als ik mijn auteursrechten
zal ontvangen. Maar waarom zou ik al geld tellen dat
ik nog niet heb verdiend? Misschien leef ik niet lang
genoeg om van mijn auteursrechten van XIII
te profiteren." Die nogal morbide relativering
vond op dat moment elders zijn oorzaak. Toen het interview
werd afgelegd, maakte de tekenaar zich doodongerust
over zijn kat die al 24 uur was verdwenen. Normaal
is die niet langer dan een halfuur weg. Jigounov was
er zeker van dat de kat nooit meer zou terugkeren,
zeker niet met een vos in de buurt. "Zulke gebeurtenissen
zetten je snel met de voeten op de grond", besloot
hij.
Een dik jaar later, in Casemate 42 van november
2011, sloot hij een nieuw interview verheugd af met
het nieuws dat zijn kat daags nadien toch nog werd
teruggevonden. Het dier zat gevangen in de vogelkooi
van de buren. Niets aan de hand, en wat heb jij daar
nu eigenlijk aan? Niet veel, enkel dat je Jigounovs
kat kan zien rondlopen in XIII 20: Mayflower Day.
Het is Dorothy, de kat van Jim Drake, de jeugdvriend
van XIII. De kat trippelt rond op pagina 15, 20 en
21. Het idee om XIII deze kat te laten redden uit
een brand en zich daarna van haar lot aan te trekken,
durven we bij deze toewijzen aan Jigounov, niet zozeer
aan Yves Sente.
Dorothy's werkelijke baasje Jigounov knipoogde in
het album ook naar zijn eigen 'baasje'. Op pagina
27 herken je in de pomphouder niemand minder dan William
Vance, de voormalige tekenaar van de reeks
XIII, die in deel 20 nog wel de historische
scènes op pagina 42 tot 45 tekende. Op pagina
41 prijkt de naam van de zogezegde illustrator van
deze scènes uit een boek "met schitterende
illustraties van een Vlaamse kunstenaar..." Di
e kunstenaar heet W. Van Cutsem oftewel William
Van Cutsem, de echte naam van William Vance.

En we gaan nog een stapje verder. In hetzelfde prentje
als de cameo van Vance staat rechts in beeld een Jeep.
Product placement misschien? Neen, een vaststaand
feit! Op 18 november werd een XIII Limited Edition
van een Jeep Wrangler Sport diesel MY12 voorgesteld.
Er rijden er amper dertien van rond per beschikbaar
kleur zwart, wit en geel, in totaal dus 39 Jeeps.
In XIII 20 rijdt XIII rond in een rode Jeep.
Voor dit 'gadget' betaal je 31.990 euro. Je krijgt
er bij aankoop van de Jeep een koffer bij met collector's
editions van alle twintig albums en een gelimiteerde
afdruk van een plaat, gesigneerd door de auteurs.
Willen of niet, Jigounov moest deze Jeep dus wel tekenen,
er was een lucratieve deal tussen het Amerikaanse
bedrijf dat Jeep produceert en uitgeverij Dargaud!
Toen we deze XIII-Jeep voorlegden aan een
grote liefhebber van Vance en van XIII, bracht
hij een Toyota-editie van Largo Winch in
herinnering. Hij kende verzamelaars die deze Toyota
Rav 4 twee keer kochten: "eentje om bij de colletcie
te voegen, en eentje om mee in te pronken".
 |
| |
12/11 |
|
 |
| |
Wat
is een graphic novel? |
Wat
is een graphic novel? De antwoorden lopen uiteen en
studies over het relatief jonge stripsegment zijn
schaars te noemen. Kurt Geeraerts
boog zich over deze vraag en schreef er een 27 pagina's
tellend artikel over. Hij is van opleiding Licentiaat
Moraalwetenschappen en gegradueerde in de aanvullende
studies Cultuurwetenschappen, richting Film- en Beeldcultuur
aan de VUB.
Zijn conclusie omschrijft hij als volgt: "De
graphic novel is geen (sub)genre, maar is een stadium
in een logische evolutie van de strip naar meer kwaliteit."
De korte inhoud vind je hieronder.
1. Inleiding
•••a.
Commercie en cultuurstrijd
•••b.
Wat betekent de term vandaag?
2. Van comic strip tot graphic novel: een
Amerikaans overzicht
3. Het stripverhaal: een Europese uitvinding
•••a.
Bestaat de Europese strip?
•••b.
Een kort overzicht
•••c.
De Europese graphic novel
4. Manga, een verhaal apart
5. Besluit
6. Bibliografie
Klik
hier
voor het integrale artikel als pdf. |
| |
22/10 |
|
 |
| |
Lachen
met Kuifje kostte Humo 25.000 euro |
 |
|
 |
|
Tussen
1991 en 1994 parodieerde het weekblad Humo
enkele bekende Kuifje-covers om er een actuele
draai aan te geven. In chronologische volgorde vind
je hierboven de covers van Humo 2648 van
6 juni 1991 waarin je voor een flink bedrag aan kleren
kon winnen, gevolgd door een eerbetoon aan de eerste
fictieve Belg op de maan en de eerste non-fictieve
Belg in de ruimte, Dirk Frimout in
Humo 2690 van 26 maart 1992. Deze illustratie
diende om de jaarlijkse Pop Poll aan te kondigen.
Twee jaar later, meerbepaald in Humo 2794 van
24 maart 1994, sierde opnieuw een 'Kuifje'-cover
de Humo om opnieuw de uitslag van de Pop
Poll aan te kondigen. We herkennen van links naar
rechts Cowboy Henk, de goed gemummificeerde overleden
koning Boudewijn (man van het jaar),
Kuifje (plagiaat van het jaar), Walter Capiau,
de toenmalig rijzende ster Paul De Leeuw,
Jean-Luc Dehaene (lul van het jaar)
en Marc Uytterhoeven (bekwaamste
tv-figuur) en beo Walter uit het succesvolle tv-programma
Morgen Maandag. Op de voorgrond geven Bert
Vanderslagmulders en Bobje een impressie van Kuifje
en Bobbie.
Ook nog in 1994 ging Kamagurka op
hetzelfde elan verder. Hij liet Bert kritische commentaren
geven bij enkele prenten uit het Kuifje-album
De Geheimzinnige Ster. Klik op de illustraties
hierboven voor grotere versies van alle vijf pagina's.
Ze werden achteraf ook gepubliceerd in de bloemlezing
Het Leukste uit Humo dat in 2001 verscheen.
In dit verhaal duidde Kamagurka de lezers op enkele
tekentechnische fouten en maakte Kuifje ook wel een
beetje (veel) belachelijk. De Humo-cover
van die week kopte met De Geheimzinnige Bert.
En deze keer was Moulinsart (die
de rechten op het patrimonium van Hergé
beheert) het grondig beu. Het deed Humo een
proces aan. Humo verloor en moest 1 miljoen frank
(25.000 euro) schadevergoeding betalen.
Deze affaire, die van alle tijden is wat Moulinsart
betreft, verheelt niet dat Kamagurka nog steeds een
fan is van Kuifje. In De Tijd van
22 oktober 2011 vertelt hij: "Zeker van zijn
eerste tien albums ben ik fan, toen Hergé nog
alles zelf deed. Later met Studio Hergé
stonden er veel koks in de keuken. Al wil ik daar
niet mee suggereren dat het niveau naar beneden is
gegaan. Ik vond Hergé in zijn tijd een visionair.
Neem nu het album De Geheimzinnige Ster,
waar het altijd maar warmer en warmer wordt. Dat was
al een afspiegeling van de klimaatopwarming. Tegelijk
waren zijn albums erg laagdrempelig. Je kan misschien
opwerpen
dat ze nu gedateerd zijn, maar als kind vond ik dat
zeker niet. Kuifje was heel braaf, zo braaf dat het
iets poëtisch kreeg. Onschuldig. En dan krijg
je nu processen over racisme. Hergés eerste
album, Kuifje in de Sovjetunie, kreeg ook
veel kritiek omdat het zo rabiaat anticommunistisch
was, maar achteraf bekeken zat Hergé er niet
zo ver naast. Stalin heeft miljoenen
mensen laten vermoorden. Ik ben als tekenaar niet
echt geïnspireerd door Kuifje. Ik maak er een
punt van niemand te imiteren die ik goed vind. Hergé
keek op naar kunstenaars
zoals Andy Warhol, maar eigenlijk
maakte hij popart avant la letrre."
Hardleers
als het weekblad is, dreigde het in 2010 weer fout
te gaan voor Humo. In de mediastorm rond
de vermeende collaboratie van Willy Vandersteen,
plaatste het een knipogend Wiske op de cover om een
artikel over het collaboratieverleden van Vandersteen
in te leiden. Haar rechteroogje vormde zich tot een
hakenkruis. In dit geval geen fikse schadevergoeding,
maar slechts een reactie van de kinderen van Vandersteen
die lieten weten geschokt te zijn. |
| |
01/10 |
|
 |
 |
De
helden van Hergé, Tibet,
Roba, Albert Uderzo,
André Franquin, Morris
en Peyo zingen samen Un P'tit
Beurre des Touilloux wat een parodie is op Happy
Birthday to You. Bovenstaande illustratie sierde
de hoes van een plaatje in 1972. Het werd samen met
de originele illustratie cadeau gegeven aan Stéphane
Steeman als verjaardagsgeschenkje. Van het
plaatje werd slechts één enkel exemplaar
geperst. Het is zodanig zeldzaam dat er maar weinig
over geweten is en je het zelden tegenkomt in gespecialiseerde
boeken en op websites. Ietsje beter verspreid zijn
de dankkaartjes die Steeman achteraf verstuurde met
een reproductie van de tekening. Wie is deze Stéphane
Steeman dat hij van de grootste Europese tekenaars
een uniek stuk kreeg?
Steeman is de zoon van Stanislas-André
Steeman, een schrijver en illustrator uit
Luik die een resem politiethrillers schreef waarvan
er meerdere raakten verfilmd. Franse critici noemden
hem de "Belgische Simenon", hierbij precies
onwetend over het feit dat Georges Simenon
zelf een Belg is. In 1998 schreef zoon Steeman een
biografie van zijn vader. André-Paul
Duchâteau hielp 'm hierbij. In de jaren
1960 vergaarde Steeman in Wallonië bekendheid
als imitator (veelal van Jacques Brel),
radiopresentator en komiek. Opnieuw met een Waalse
stripscenarist, zijnde Yves Duval,
werkte hij theaterstukken uit. Hij was dus veelvuldig
verstrengeld met het stripmilieu. Hij sprak bijvoorbeeld
ook de stem in van het Belgische personage in de Asterix-tekenfilm
De Twaalf Werken van Asterix (1976). In 1991
stond hij echter aan de basis van een lastercampagne
tegen Hergé.
Steeman
was een grote verzamelaar van Hergé en bezat
een enorme collectie. In 1991 stelde hij zijn verzamelning
tentoon in Welkenraedt in de veelbezochte expo Tout
Hergé. Datzelfde jaar, meerbepaald op
3 oktober 1991, ontmoette hij Léon
Degrelle in zijn verblijf in het Spaanse
Malaga. Steeman had de bedoeling om diens vermeende
vriendschap met Hergé in woorden te vatten
voor een boek dat er zou komen. Degrelle was de oprichter
van de politieke partij Rex die tijdens
de Tweede Wereldoorlog het fascistische gedachtegoed
uitdroeg en collaboreerde met de Duitse bezetters.
Zijn hele leven tot in 1994 verdedigde hij het nazisme
en schreef negationistische thesissen. Een van zijn
uitspraken is dat Kuifje op hem is gebaseerd.
In 1929 wierf Norbert Wallez Degrelle
inderdaad aan als redacteur voor de krant Vingtième Siécle. Hergé
schiep datzelfde jaar Kuifje voor de jongerenbijlage Le Petit Vingtième. Tijdens een verblijf
in de Verenigde Staten stuurde Degrelle comics op
naar Hergé. Nu goed, het Waalse satirische
tijdschrift Pan kwam achter de ontmoeting
van Degrelle en Steeman en meer nog achter Degrelles
band met Hergé. Het verhaal werd breed uitgesmeerd
in de pers. Steemans verzachtende uitspraken dat het
tijd was om de feiten te laten rusten, deden hem eventjes
geen goed. Hij heeft alleszins steeds Hérgé
verdedigd tegen de beschuldigingen die van hem een
collaborateur maakten.
Later verkocht Steeman een grote deel van zijn immense
collectie aan Fanny Rodwell, de weduwe
van Hergé, in de hoop dat er eindelijk een
Hergé-museum zou komen. Dat wam er maar niet.
In 2009 liet hij het voorzitterschap van Les
Amis de Hergé voor wat het was. Dit
genootschap had hij 25 jaar tevoren zelf opgericht.
Ook nog in 2009 schreef hij het boek L'Escalade
waarin hij zijn onenigheden met Nick Rodwell
uit de doeken deed. Steeman stond op dat moment al
langer op een echt bestaande zwarte lijst van journalisten,
critici, publicisten, verzamelaars enzovoort die Moulinsart
of Rodwell ooit kwaad hebben gedaan, althans in de
ogen van Rodwell zelf.
Steeman treedt nog steeds op en is een overtuigd Belgicist.
In 2008 schreef hij Ma Belgique à Moi.
Hij schiet goed op met koning Albert II
en koningin Paola. |
|