Dit is archiefpagina 11 van de rubriek Weetje v/d Week.
Klik verder naar eerdere updates op deze pagina:
275
Karel Verschuere en zijn gebruik van carbonpapier: documentatie of plagiaat? (addendum)
274 Pablo Picasso als striptekenaar
273 Franse voorstellingsbrochure van Suske en Wiske
272 Urbanus tegen drugs
271 Blacksad bij Soleil, een gemiste kans
270 Onvoltooid project (34): De Telescoop door Giulio De Vita en Jean Van Hamme
269 Steve Van Baels Fanny-voorstel
268 Asterix' invloed op Pixar-film Cars
267 De echte Blackbird uit Buck Danny
266 Onvoltooid project (33): Bollie en Billie door Dan Verlinden
265 Brammetje Bram duikt terug op
264 Met Johnny Hallyday stierf ook een strippersonage
263 Een njet voor Stephen Desberg als scenarist van XIII
262 Stoute Guust-aanpassing
261 Gecensureerde tepel in Angel Wings 4
260 Christophe Arlestons gemiste kans om Game of Thrones te verstrippen 
259 Verzet tegen Filmfanfare
258 Keuze voor Belgische in plaats van internationale cover van Filip & Mathilde 2
257 Onvoltooid project (32): Het Pension van Dokter Eon door Christian Rossi en Patrick Cothias
256 Onvoltooid project (31): Roman de Renart door Albert Uderzo en René Goscinny
255 Onvoltooid project (30): Sf-reeks door Enrico Marini en Alejandro Jodorowsky 
254 Onvoltooid project (29): June May door Minck Oosterveer en Willem Ritstier 
253 Onvoltooid project (28): spin-off De Minimensjes door Stéphane Louis
252 De letteraar van Hergé
251 Te heftige covervoorstellen voor I.R.$ 18    
 
 
Karel Verschuere en zijn gebruik van carbonpapier: documentatie of plagiaat? (addendum)
12/05
TOP
In januari 2016 schreef ik op deze website een uitgebreid artikel over de kopieerdrift ofwel het plagiaat van Karel Verschuere. Hoewel hij als een van Vlaanderens beste realistische striptekenaars geldt, schroomde hij veelal niet om tekeningen van anderen als basis voor zijn eigen beeldverhalen te gebruiken. De enige Nederlandstalige strip van zijn hand die ik hiervoor destijds niet onder ogen heb gehad, betrof De Avonturen van Koen de Wilde: De Test van de J-200.1 Inmiddels heb ik dit verhaal op de kop kunnen tikken, zodat ik het onderzoek naar Verschueres werk kon afronden.

Het verhaal is zowel getekend als geschreven door Verschuere. Oorspronkelijk verscheen het in De Kleine Zondagsvriend, en wel in 25 afleveringen (nummer 47 (1954) tot nummer 19 (1955)). Het werd ook uitgebracht in één publicatie.2 In januari 1996 volgde een herdruk in Brabant Strip Magazine nummer 35.3

De Avonturen van Koen de Wilde: De Test van de J-200 is een eenvoudig, maar geen onaardig verhaal over een tiener — een modernere, ietwat jongere uitgave van Bessy's Andy Cayoon — die met zijn ouders en zijn zwarte vriend Biloe (een wees) vanuit Congo naar Europa vertrekt. Daar moet zijn vader de bouw van een nota bene Belgische straaljager leiden: de J-200. Tijdens de heenreis merkt Koen dat ze geschaduwd worden. Eenmaal in België aangekomen, wordt er bij hen ingebroken en later wordt het prototype van de J-200 gesaboteerd. Vervolgens komen Koen en Biloe de bende op het spoor en kunnen de onverlaten gearresteerd worden. Het nieuwe exemplaar van de J-200 kan tenslotte veilig zijn proefvlucht maken.

Toenmalig BSM-hoofdredacteur Patrick Vranken constateert dat Verschuere als bewonderaar van Edgar P. Jacobs en Hergé gebruik maakte van prenten uit Blake en Mortimer: Het Gele Teken en veelvuldig van prenten uit Kuifje: De Zeven Kristallen Bollen. Dit laatste op pagina 22, 23 en 24, waarvan diverse prenten rechtstreeks ontleend zijn aan prenten op pagina 44, 45 en 46 van hetKuifje-album. Het commentaar van Vranken, die alleen pagina ("plaat") 23 en 45 noemt, is zeer mild en vergoelijkend: "Vandaag kan dat vreemd lijken, maar in 1954 waren strips uitsluitend tekeningetjes die de krant wat beter deden verkopen. De opdrachtgevers, zelf niet echt kunstliefhebbers, zetten de tekenaars meer dan eens aan tot het regelrecht 'lenen' van succesvolle voorbeelden. Wat nu als plagiaat beschouwd wordt, was destijds, toen strips maken nog een ambacht was, een gebruikelijke werkmethode."4 Dit gold wellicht voor enkele tekenaars, maar bij lange na niet voor allen.5 Verschuere hanteerde het echter als een rode draad gedurende zijn twintigjarige carrière als striptekenaar.

Plagiaat vormde bij Verschuere een terugkerend fenomeen in diverse van zijn verhalen en dit beperkte zich niet tot de eerste helft van de jaren 1950.6 In Koen De Wilde betreft het niet louter de door Patrick Vranken genoemde strips. Het verhaal kent diverse gelijkenissen met Testpiloten (1953) uit de pilotenreeks Buck Danny tot en met de saboterende mecanicien die wroeging krijgt. Dit kan ideeënplagiaat worden genoemd. Bovendien gebruikte Verschuere enkele prenten uit Testpiloten. De tekenaar van Buck Danny was toen Victor Hubinon en de scenarist Jean-Michel Charlier.7 Verder shopte Verschuere nog bij het Kuifje-album De Krab met de Gulden Scharen (1941) en bij Tiger Joe: De Ivoorpiste (1951/1952), eveneens van het duo Hubinon-Charlier.8

Koen De Wilde
Tiger Joe
De vader van Koen, ingenieur De Wilde (pagina 1, prenten 4 en 5), lijkt wel weggelopen uit Tiger Joe: De Ivoorpiste. Zie hierboven. Hij is geïnspireerd op boevenleider Storm, maar dan zonder bril. Respectievelijk pagina 26 prent 4 en pagina 29 prent 5.


Koen De Wilde
Kuifje
Kuifje
Koen De Wilde, pagina 3 prent 6 (boven) en 7 (rechts). Het schip de Luele is overduidelijk de Karaboudjan uit Kuifje: De Krab met de Gulden Scharen (pagina 9, prent 3). Ook de loopplank is hieruit afkomstig (pagina 10, prent 3).


Koen De Wilde
Buck Danny
Links de J-200 uit Koen De Wilde (pagina 15, prent 4). Deze Belgische straaljager blijkt bijna een kopie van de Lockheed T-33 Shooting Star of T-Bird, een echt bestaand toestel, opgevoerd in Buck Danny: Testpiloten (pagina 15, prent 7). Verschuere was een enthousiast modelbouwer, maar heeft hier overduidelijk Testpiloten als bron gebruikt.


Koen De Wilde
Buck Danny
Links de gesaboteerde J-200 gaat neerstorten (Koen De Wilde, pagina 15, prent 8) versus de T-33 in duikvlucht. (Testpiloten, pagina 17 prent 10 en pagina 18 prent 3). Let vooral op de wegen.

Hieronder: Ook een gelijkaardig achterzicht van de piloot in de cockpit op dezelfde respectievelijke pagina's valt op.
Koen De Wilde
Buck Danny
 

Koen De Wilde
Buck Danny
Wederom het neerstorten van de J-200 (Koen De Wilde, pagina 16, prent 2) versus de T-33 die uit een looping komt (Testpiloten, pagina 16, prent 3).

Leo Kupers

Noten
1. Weetje v/d Week 208
2. Catawiki, Koen De Wilde
3. Op de voorpagina staat foutief nummer 34, zie Catawiki, Koen De Wilde en Catawiki, Brabant Strip Magazine.
4. Wat is sterker dan Het Gele Teken? — Patrick Vranken, Brabant Strip Magazine 35 (1996), pagina 4.
5. Prins Valiants zwartboek over plagiaat — Rob Møhlmann, Amsterdam (1982). Møhlmann noemt behalve Karel Verschuere de volgende tekenaars: Willy Vandersteen, Jan Giling, Pieter Kuhn, Sirius, Henk Sprenger en Jan Waterschoot.
6. Weetje v/d Week 183 / Weetje v/d Week 186 / Weetje v/d Week 208
7. Catawiki, Buck Danny
8. Catawiki, Kuifje en Catawiki, Tiger Joe. La Piste de l’Ivoire verscheen voor het eerst in La Libre Junior (1951-1952).


Pablo Picasso als striptekenaar
14/04
TOP
Pablo Picasso
"Het enige waar ik spijt over heb, is dat ik geen strips heb gemaakt." Aan het woord is Pablo Picasso (1881-1973), de Spaanse kunstenaar die wereldfaam verwierf met werken als Les Demoiselles d'Avignon (1907) en Guernica (1937) en die kunst in het algemeen de twintigste eeuw binnenloodste.

Als kind tekende hij cartoons en strips voor zijn zus Lola. Later maakte Picasso kennis met Amerikaanse strips in de krant The New York Journal waarop Gertrude Stein geabonneerd was. De schrijfster was een van de eerste Amerikanen die zich enthousiast uitliet over de Europese avantgarde. In haar appartement in Parijs ontving ze heel wat Europese en Amerikaanse kunstenaars die ze mee hielp lanceren.

Picasso heeft zich niet toegelegd op de Negende Kunst, het beeldverhaal, maar bovenstaande reeks prenten (waarvan prent 5 ontbreekt) vormen toch een stripverhaal. Hij tekende de reeks in 1904. Hij vertelt dat hij met een Catalaanse vriend naar Parijs reist waar hij voor een van zijn schilderijen geld krijgt van kunsthandelaar Paul Durand-Ruel.

Pablo Picasso
Pablo Picasso
In 1937 maakte hij ook de twee gravureplaten Sueño y Mentira de Franco waarin hij op satirische wijze de Spaanse generaal Franco bekritiseert. Franco beweerde dat hij de conservatieve Spaanse cultuur en waarde vertegenwoordigde en verdedigde, maar Picasso wou zijn leugens doorprikken door Franco af te beelden in een reeks bespottelijke houdingen terwijl hij Spanje en de Spaanse cultuur verwoest. Op 8 en 9 januari 1937 etste Picasso de eerste veertien afbeeldingen. Op 7 juni hernam hij de reeks en werkte de rest af. Tussendoor had hij het al even politiek beladen Guernica (zie hieronder) gemaakt als rechtstreeks commentaar op het Duits-Italiaanse bombardement van het Baskische stadje dat met de grond werd gelijkgemaakt. Franco was betrokken bij het bombardement. Hij vond in Europa enkel steun bij de Duitse fascisten voor zijn eigen plannen: het grijpen van de macht sinds het losbreken van de Spaanse burgeroorlog in 1936. In de laatste prenten op de gravure staan enkele elementen die Picasso ook voor Guernica heeft gebruikt.

Pablo Picasso

(Bron: Vincent Bernière / Pierre Sterckx — Les Cahiers de la BD 3, april-juni 2018)


Franse voorstellingsbrochure van Suske en Wiske
17/03
TOP
Suske en Wiske
Suske en Wiske
Suske en Wiske
Uit de besloten Facebookgroep Stripknip plukten we bovenstaande scans (klik erop voor ene grotere weergave) van een Franstalige voorstellingsbrochure uit 1977 die de Franse uitgeverij Erasme liet verspreiden op het stripfestival van Angoulême. Dat jaar won Willy Vandersteen een Alfred (zoals de prijzen toen heetten) als beste buitenlandse scenarist voor het Robert en Bertrand-album De Stakingbreker. Vandersteen kon zijn prijs zelf niet komen ophalen.

De mooie binnenplaat, waarop de personages voorgesteld worden, zijn het werk van Paul Geerts. Op de achterzijde staat een korte biografie van Vandersteen. De tekeningen bevatten heel wat elementen uit eind negentiende eeuw, de periode waarin de reeks Robert en Bertrand zich afspeelt. De vele versierselen doen vermoeden dat Paul Geerts nog volop in de sfeer van De Raap van Rubens zat, een Suske en Wiske-verhaal dat hij tot november 1976 aan het tekenen was.

Zowat de hele reeks is vertaald in het Frans, eerst door Erasme, later door Standaard Uitgeverij die de distributie beperkte tot Wallonië. Jaarlijks groeit de reeks in het Frans met de vier albums die ook in het Nederlands verschijnen. Net zoals in het Nederlands volgden de albums in kleur na eerdere edities in tweekleurendruk.

De grootste bekendheid dankt Suske en Wiske in Frankrijk nog steeds aan de verhalen die in het weekblad Kuifje werden voorgepubliceerd. De latere albums sloegen daar nooit goed aan, in tegenstelling tot Wallonië waar de albums nog steeds in een oplage verschijnen van enkele duizend exemplaren. Vandersteen liet zich weleens ontvallen dat zijn eigen uitgeverij te weinig ambitie toonde om zijn reeks in het buitenland verkocht te krijgen. Meerbepaald in de jaren 1950, de periode van de blauwe reeks, was hij vragende partij om Suske en Wiske ook uit te brengen in Frankrijk, Zwitserland en Canada waar de Franstalige versie van het weekblad Kuifje verkocht werd. Reactie van de uitgever: "Verdien jij nu nog niet genoeg?" Uiteindelijk kwam die grotere Franstalige distributie er toch, maar uit diverse Franse artikels leerden we dat de vertaling naar het Frans vaak te wensen overliet.


Urbanus tegen drugs
10/03
TOP
Urbanus
UrbanusIn 2004 maakten Willy Linthout en Urbanus bovenstaand stripje Urbanus tegen de Drugbaron voor de toen vijfjarige De DrugLijn. Hoewel deze strip als middenblad van een foldertje van vier pagina's in een opage van tienduizenden exemplaren via onder meer Vlaamse jeugdhuizen werd verspreid, is het een relatief onbekende Urbanus-strip dat niet in album verscheen.


Blacksad bij Soleil, een gemiste kans
03/03
TOP
Blacksad
Dick Rowe ging de geschiedenis in als de man die nee zei tegen The Beatles toen het groepje bij het platenlabel Decca kwam solliciteren. Julia Roberts, Kelly Lynch, Isabelle Adjani, Kim Basinger, Demi Moore, Michelle Pfeiffer, Meg Ryan, Greta Scacchi, Brooke Shields, Emma Thompson en Debra Winger sloegen het aanbod af om de vrouwelijke hoofdrol te spelen in Basic Instinct, een rol waarmee uiteindelijk Sharon Stone wereldfaam vergaarde. Diverse uitgevers kieperden manuscripten weg van of hadden in hun afwijzing vernietigende commentaren bij later wereldberoemd geworden romans als Moby Dick (Herman Melville), The Sun Also Rises (Ernest Hemingway), Animal Farm (George Orwell), The War of the Worlds (H.G. Wells), Lolita (Vladimir Nabokov), The Great Gatsby (F. Scott Fitzgerald),... Bestaan er in het stripwereldje ook zo'n afwijzingsblunders? Jazeker, al zal niet elke uitgever daar graag mee te koop lopen.

Een frappant voorbeeld is de reeks Blacksad waar Mourad Boudjellal, de toenmalige uitgever van het Franse Soleil, geen brood in zag. In 2000 verscheen het eerste album van Blacksad bij een andere uitgeverij, met name Dargaud. Vele vertalingen, een verkochte oplage van in totaal meer dan 1,5 miljoen exemplaren en heel wat internationale prijzen volgden. In die tijd was uitgeverij Talent nog actief en die uitgeverij vertaalde de meeste albums van Soleil in het Nederlands.

In 2012 kocht concurrent Delcourt uitgeverij Soleil op. Uitgever Guy Delcourt is zelf een van de vele uitgevers die geen reeks wilde uitgeven over bejaarden door een van hun eigen scenaristen. Wilfrid Lupano had bij Delcourt al hoge ogen gegooid met Alim de Leerlooier. Dargaud — zij weer — hapte wel toe. Sinds begin 2018 staat de teller van, jawel, Krasse Knarren op meer dan één miljoen verkochte exemplaren.


Onvoltooid project (34): De Telescoop door Giulio De Vita en Jean Van Hamme
24/02
TOP
De Telescoop
Vijf heren die flirten met de pensioenleeftijd delen een verzetje: met een telescoop gluren in het appartement van de minnares van een machtige bouwondernemer tot ze besluiten met haar in contact te komen. Wie eerst? Dat is de premisse van het one-shot De Telescoop dat in 2009 bij Casterman uitkwam. De tekeningen werden verzorgd door Paul Teng.

Het oorspronkelijke project dateerde al van veel vroeger als scenario voor een tv-film. Van die film kwam niets in huis en Van Hamme recycleerde het verhaal in 1993 dan maar tot een enkel in het Frans verschenen roman voor het tot de stripversie kwam. Paul Teng was blijkbaar niet de eerste keus voor de tekeningen, want ook Giulio De Vita (tekenaar van de eerste vijf albums van De Werelden van Thorgal - Kriss van Valnor) was in de running, getuige bovenstaande proefplaat die hij in 2004 tekende. Eerste keus of niet, uiteindelijk haalde Teng het wel van de andere kandidaten.


Steve Van Baels Fanny-voorstel
27/01
TOP
Fanny
FannyVan 23 tot 26 januari 2018 postte Steve Van Bael Op Facebook vier versies van bekende stripreeksen die hij graag zelf had getekend of voortgezet. Na hommages aan Soda (hij kreeg van de uitgever indertijd als antwoord dat het "te Vlaams" was), Robbedoes en Kwabbernoot (waarvan hij hoopt dat hij ooit eens wordt gevraagd om een Robbedoes door-album te tekenen), Kwak en Boemel (waarvoor hij al een verhaal heeft klaarliggen voor een eventueel spin-offalbum van de reeks Jommeke) volgde Fanny Kiekeboe als laatste in de reeks.

Steve tekende een tijd lang mee de stripreeks van Merho en kon zelfs scenariovoorstellen uitwerken. Jaren later liep hij naar eigen zeggen rond met idee om een spin-off rond Fanny op poten te zetten. Hij mailde toen zelfs Toni Coppers met de vraag of hij een scenario wilde schrijven. Steve: "De brave man kon mij toen echter nog niet meedelen dat hij al bezig was in het grootste geheim met een andere tekenaar (Jean-Marc Krings) aan een reeks voor Fanny...
Ik blijf het wel jammer vinden dat ze mij nooit gecontacteerd hebben om ook een proefversie te maken... Hiernaast zie je mijn versie... Heb er ook even een decor bijgeplakt van een andere reeks van mij om het wat extra cachet te geven..."


Asterix' invloed op Pixar-film Cars
20/01
TOP
Cars
In Humo nummer 3435 van 4 juli 2006 interviewde filmjournalist Erik Stockman (die zijn ruim stripkennis weleens etaleert in zijn filmrecensies) de Amerikaan John Lasseter naar aanleiding van de toenmalige release van de animatiefilm Cars. Lasseter is de chief creative officer van productiefirma Pixar (Toy Story, Monsters Inc., The Incredibles, Finding Nemo,...) en combineerde toen een job als hoofd van de animatieafdeling van Disney.

Op een van de vragen die Humo hem voorgeschoteld antwoordde hij: "Ik ben altijd een zeer grote fan geweest van Belgische strips. Ik denk dat ik alle albums van Asterix heb (nochtans een Franse strip, red.). Ik hou ook van Kuifje en van de Marsupilami, maar Asterix is toch mijn favoriet. Uderzo is altijd een grote bron van inspiratie geweest voor Pixar. De nachtscènes in Cars zijn trouwens gebaseerd op de manier waarop Uderzo zijn personages in het donker tekende." We geven het je maar mee.


De echte Blackbird uit Buck Danny
30/12
TOP
Buck Danny
Blackbird
In 2017 kwam het complete tweeluik Blackbirds als een buitenreeksuitgave van De Avonturen van Buck Danny uit. Hoe correct Francis Bergèse (deel 1) en André Le Bras (deel 2) het militaire verkenningsvliegtuig voor spionagedoeleinden ook hebben getekend, je raakt pas echt onder de indruk als je het vliegtuig in levenden lijve hebt gezien. Medewerker Dai Heinen had dat geluk en getuigt erover. Hij nam de foto's ter plaatse.

"Op een half uur rijden van de beroemde Engelse universiteitsstad Cambridge ligt het Imperial War Museum, een van de mooiste vliegtuigmusea ter wereld en een garantie voor een geslaagde dag voor jong en oud. Liefhebbers van vliegtuigen zullen zich in het paradijs wanen, want je struikelt er bijna over bekende modellen die je zal herkennen van het witte doek of uit de vele vliegtuigseries die je om de oren vliegen wanneer je een stripwinkel binnenloopt.
Een Duitse Messerschmidt uit de Tweede Wereldoorlog, een Amerikaanse B-52, de Typhoon-straaljager en zelfs een originele Concorde wachten er op je. En wanneer je in de laatste ruimte bent aangekomen, staat hij links achteraan bijna tegen de glaswand: de Blackbird uit Buck Danny...

Eigenlijk is het de Lockheed SR-71, een straaljager met een kruissnelheid van 3.200 km per uur die een maximale hoogte kan bereiken van 24.000 meter. Dat is dubbel zo hoog als een passagiersvliegtuig."

Blackbird

Blackbird

Kenmerken Lockheed SR-71, bijgenaamd Blackbird, The Thing en Habu:
Eerste vlucht: 22 december 1964 • Aantal gebouwde exemplaren: 32 • Lengte: 32,74 m • Hoogte: 5,64 m • Spanwijdte: 16,94 m • Vleugeloppervlak: 170 m2 • Gewicht: 36.300 kg (volgetankt) • Topsnelheid: Mach 3+ (op 24.000 m), Mach 2+ (op 10.000 m) • Klimsnelheid: 60 m/s • Vliegbereik: 4.800 km (op 24.000 m) • Records: het hoogst en snelst vliegende bemande toestel dat operationeel is geweest, hoogterecord: 25.929 m (horizontale vlucht!), snelheidsrecord Ne York-Londen: 1 uur 54 minuten 56,4 seconden. Ondanks de grote hoogte en hoge snelheden waarmee het vliegtuigt vloog, kon het toch een foto van een nummerplaat van een auto nemen • Laatste vlucht: 6 maart 1990.

Fragment uit De Avonturen van Buck Danny: Blackbirds deel 2:

Buck Danny


Onvoltooid project (33): Bollie en Billie door Dan Verlinden
23/12
TOP
Bollie en Billie door Dan Verlinden
Nadat Laurent Verron, een voormalige assistent van Jean Roba voor Bollie en Billie te kennen gaf met de gagreeks te willen stoppen die hij tekende na de dood van zijn leermeester, volgde er een zoektocht naar een nieuwe tekenaar. Onder meer Dan Verlinden, de assistent van Janry voor De Kleine Robbe en vroeger ook Robbedoes en Kwabbernoot, werd benaderd om Bollie en Billie over te nemen. De tekenaar wist al op voorhand dat hij het niet wilde doen, maar hij maakte toch bovenstaande proefplaat, naar eigen zeggen om te zien wat het zou zijn en om zich te amuseren. Dan Verlinden nam intussen een andere reeks over, Soda, die tevoren werd getekend door Bruno Gazzotti die zelf al de reeks van Luc Warnant had overgenomen. Sinds deel 34 in 2017 is Jean Bastide de tekenaar van Bollie en Billie.


Brammetje Bram duikt terug op
16/12
TOP
Eddy Ryssack is een Vlaamse stripauteur die wat tussen de plooien van de geschiedenis verdwenen is. Onterecht, meent uitgeverij Arboris, dat vanaf dit voorjaar de avonturen van zijn piratenstrip Brammetje Bram integraal uitgeeft. Zonder Stripspeciaalzaak.be was het allicht anders gelopen. Onze medewerker Wouter Adriaensen schreef het dossier voor het eerste deel van De complete Brammetje Bram. Hieronder lees je een kleine terugblik van Wouter op deze opdracht.

Eddy Ryssack heeft ooit beweerd dat hij duizend platen had getekend — niet in zijn hele carrière maar van één reeks: Brammetje Bram. Daar zijn alles tezamen zeven albums van uitgebracht, samen goed voor een driehonderdtal pagina's. Ik ben op zoek gegaan naar die andere zevenhonderd platen. Het resultaat daarvan verscheen op deze website. Hans van den Boom van uitgeverij Arboris las dat artikel, trok zijn albums nog eens uit de kast en besloot uit liefde voor de strip alle avonturen van Brammetje Bram integraal uit te geven.

Voor het dossier in het eerste deel van de reeks mocht ik in het rijkgevulde leven van Eddy Ryssack duiken. En rijkgevuld was het. Naast Brammetje Bram tekende hij honderden illustraties voor verschillende rubrieken in het stripblad Robbedoes, een langlopend verhaal in zowel Robbedoes als concurrent Kuifje, actuapagina's in Pilote en een jongerenrubriek in Journal de Mickey, bijna honderd afleveringen van de gagreeks Opa in Eppo en verschillende reclamestrips. Een ongelofelijke productie en al helemaal als je weet dat Ryssack eigenlijk een late roeping was. Tot zijn dertigste was hij handelsreiziger en zelfs verkoper van parfum. Naast zijn strips maakte hij ook de eerste animatiefilms van De Smurfen, richtte hij de Vlaamse belangenvereniging Stripgilde op en was hij de eerste mededirecteur van het Belgische stripmuseum in Brussel.

Maar zijn grootste werk was dus de piratenstrip Brammetje Bram. Aanvankelijk konden lezers de avonturen van de bemanning van De Zeemadelief, waar Brammetje tegen zijn zin wordt vastgehouden door Kapitein Knevel 'de killer', volgen in het Nederlandse blad Sjors. Later verscheen de reeks in Duitsland in Zack, in België in Wham! en in Frankrijk in Super AS. Hans en ik hebben alle verhalen en vertalingen opgelijst en kunnen het vandaag bevestigen: tussen 1970 en 1983 tekende Eddy Ryssack een duizendtal platen van Brammetje Bram, ofwel ongeveer drie platen per twee weken — naast al zijn andere werk uiteraard.

Brammetje Bram Brammetje Bram Brammetje Bram Brammetje Bram
Brammetje Bram Brammetje Bram Brammetje Bram Brammetje Bram

Na negen lange verhalen was Brammetje Bram op de Brug het eerste kortverhaal dat in Sjors werd gepubliceerd.
Het was bovendien de eerste kennismaking van het Duitse publiek met Pittje Pit, zoals hij daar genoemd werd. Piet Hein Broenland, een medewerker van Sjors, schreef het scenario. Hij slaagde erin het debuut van Brammetje Bram te verkopen aan de Duitse uitgeverij Koralle Verlag — en verdween vervolgens spoorloos met de opbrengsten. Ryssack werkte met verschillende schrijvers samen, onder andere zijn eigen zoon Peter en voormalig Robbedoes-hoofdredacteur Yvan Delporte. In een interview in 1982 koos de tekenaar Opa als zijn eigen favoriete strip, "maar als ik eens eindelijk de goede scenarist voor Brammetje Bram kon vinden, kreeg die stellig de voorkeur". Een jaar later verscheen het laatste van de vijfenveertig avonturen van zijn scheepsmaatje.


Met Johnny Hallyday stierf ook een strippersonage
25/11
TOP
Hud le Spécialiste
Op 6 december overleed de Franse rockegende van Belgische afkomst Johnny Hallyday (echte naam Jean-Philippe Smet) op 74-jarige leeftijd. Van zijn platen raakten meer dan 110 miljoen exemplaren verkocht. Bijna een miljoen mensen namen in Parijs afscheid tijdens de begrafenisstoet op zaterdag 9 december. Johnny Hallyday was een striplezer en hij was zelf ook meermaals een stripfiguur. Diverse tekenaars (onder wie Dany, André Taymans, Yoann,...) verstripten in 2007 zijn liedjes voor twee Franse stripalbums terwijl zijn carrière in 2014 en 2015 in twee Franstalige albums werd samengevat door François Dimberton en Jean-Claude Bauer. Een speciaal hoofdstukje is de strip Hud le Spécialiste, getekend door Jijé, bekend van Robbedoes en Kwabbernoot, Tanguy en Laverdure, Roodbaard, Jerry Spring, Jan Kordaat,...

Le SpécialisteHud le Spécialiste verscheen tussen april en mei 1970 in zes nummers van het stripblad Johnny. Dat blad was niet genoemd naar de zanger, maar naar de stripreeks Johnny Hazard van Frank Robbins die in het blad liep. Hallydays gezicht was dan weer wel te herkennen in Jijés strip die een bewerking was van de Itaiaanse western The Specialist uit 1961 van regisseur Sergio Corbucci, op wiens Django Quentin Tarantino zijn film Djanjo Unchained baseerde en uit wiens Il Grande Silenzio Yves Swolfs inspiratie haalde voor de westernreeks Durango). Lee Van Cleef ('The Bad' uit Sergio Leones The Good, The Bad and The Ugly) schreef mee aan het filmscript. De hoofdrol in die film werd vertolkt door, jawel, Johnny hallyday.

Jijés zoon Philippe schreef het scenario van de stripbewreking. Vader en zoon maakten elf pagina's en stopten er dan mee omdat een betaling uitbleef. In juni 1970 verscheen nog één nummer van het stripblad voor het blad kopje onder ging.


Een njet voor Stephen Desberg als scenarist van XIII
25/11
TOP
XIII
Scenarist Stephen Desberg hoeft niet te klagen over de parade tekenaars voor wie hij al strips mocht schrijven. Voor één tekenaar met faam lukte het echter niet. Nadat Jean Van Hamme met de reeks XIII stopte, was Desberg een van de kandidaten om de serie voort te zetten. Hij had daadwerkelijk een voorstel gemaakt alvorens William Vance, die nog wel met de reeks zou doorgaan, besliste met Yves Sente in zee te gaan.

Hierboven staat een van de platen die Vance in 2009 had getekend voor de cyclus die Sente voor hem begon te schrijven, maar de tekenaar moest het tekenen voor bekeken houden nadat de ziekte van Parkinson bij hem werd vastgesteld. De Russische Belg Iouri Jigounov nam het van Vance over. Intussen is een tweede cyclus van de hand van Jigounov en Sente in voorbereiding.

Voor de spin-off XIII Mystery ging Desberg trouwens in op de uitnodiging van Van Hamme om ook een one-shot voor te stellen, maar Van Hamme vond het niet goed genoeg. Desberg maakte dus geen deel uit van de dertien geselecteerde scenaristen die een verhaal mochten schrijven voor de reeks. Nog andere scenaristen vielen eveneens uit de boot.


Stoute Guust-aanpassing
18/11
TOP
Guust
Op 25 november wordt bovenstaande gag van Guust geveild via het Zwitserse veilinghuis Galartis. Het is een door André Franquin bewerkte versie van gag 806 waarbij hij twee prenten en zijn handtekening hertekende, speciaal voor een zekere Jean Battaglini, een voormalige stripfestivalorganisator. De bewerkingen plakte hij onder een uit het weekblad Spirou geknipte, oorspronkelijke gag. Franquin tekende een ontblote juffrouw Jannie die geen bezwaar lijkt te hebben tegen het ongelukkige resultaat van Guusts plotse val, de confrontatie bij de foto-ontwikkelaar en een scabreuze handtekening. Bij zijn beste groeten schreef hij nog dat Jean de enige was die "de echte Guust-pagina 806" in zijn bezit heeft. Voor alle duidelijkheid vind je hieronder de onderste strook zoals we hem allen kennen.

Guust


Gecensureerde tepel in Angel Wings 4
11/11
TOP
Angel Wings
Het is omdat Romain Hugault er zelf over begon, want we willen je even wijzen op een romantische scène in Angel Wings 4: Paradise Birds die uitmondt in een vinger van William die voorzichtig in Angela's beha glijdt. Zo is het toch te zien in het Franse album. Omdat de reeks almaar aan populariteit wint en ook vertaald raakt in andere landen, kiezen de auteurs en uitgeverij voor een gecensureerde scène in hun album. Enkel in de Franse gelimiteerde editie op groot formaat zijn Williams vingers rond een ontblote tepel te zien. Silvester koos voor de vertaling voor de minder preutse versie. Hierboven zie je de scène uit het Franse album, hieronder uit het Nederlandse album.

Angel Wings


Christophe Arlestons gemiste kans om Game of Thrones te verstrippen
28/10
TOP
Scenarist Christophe Arleston heeft ondertussen zelf een paar fantasyklassiekers op zijn actief (Lanfeust van Troy, Trollen van Troy) terwijl hij heel wat romans in het genre heeft gelezen. Vanaf de eerste Franse vertaling in 1998 volgde hij ook de romanreeks A Song of Ice and Fire waarvan A Game of Thrones (oorspronkelijk uit 1996) het eerste deel is. Arleston was gek op dat eerste deel en contacteerde de agent van schrijver George R. R. Martin om hem een verstripping voor te stellen. Als antwoord kreeg Arleston de vraag in hoeveel delen hij de roman zou verstrippen. En daarbij maakte hij een paar cruciale fouten.

Ten eerste rekende Arleston op vier of vijf albums, maar hij baseerde zich op de Franse vertaling die slechts de eerste helft van de Amerikaanse roman bevatte. Ten tweede kende Martin enkel Amerikaanse comics van telkens 22 pagina's met vier of vijf prenten per pagina terwijl Arleston Europese albums van 56 albums met negen of tien prenten per pagina in gedachte had. Martin ging er daarom vanuit dat Arleston zijn roman zou verstrippen in 350 prenten in plaats van Arlestons bedoelde 2.500 prenten. Dat zag Martin helemaal niet zitten en hij weigerde het voorstel. Pas jaren later kwam Arleston achter de toedracht via de Franse uitgever Olivier Jalabert, maar het kalf was voor hem al verdronken. Martin had toen net zijn rechten verkocht aan HBO die er de gekende, wereldberoemde tv-reeks van maakte.

Arlestons voornemen om Game of Thrones te verstrippen was al helemaal uitgedacht. Hij zou voor de adaptatie samenwerken met scenariste Algésiras (Anne-Laure Garcia) en hij voorzag drie tekenteams met één team voor elk van de zeven koninkrijken, de verhalen aan De Muur en ook nog de verhaallijn over Daenerys Targaryen. Voor de tekeningen had Arleston al Robin Recht (Het Derde Testament - Julius, Elric) gecontacteerd en andere tekenaars die tot dezelfde school behoorden. Hij hoopte stilletjes ook Mathieu Lauffray (Long John Silver) in het avontuur mee te slepen, tenminste als artistiek directeur. Maar zover kwam het dus niet.

Uiteindelijk, na het succes van de tv-reeks, kwam er alsnog een stripbewerking. Dark Dragon Books vertaalde inmiddels de twaalfdelige stripreeks van Tommy Patterson en Daniel Abraham naar het eerste tv-seizoen. Voor de gelimiteerde hardcoveruitvoering van de albums nodigde Dark Dragon Books twaalf tekenaars uit om een coverillustratie te verzorgen, zijnde Romano Molenaar, Paul Renaud, Philippe Xavier, Chris Evenhuis, Stéphane Louis, Vincenzo Cucca, Valentin Sécher, Clint Langley, Mike Ratera, Jorg de Vos, Tregis en Crisse.
(Bron: Jean-Pierre Fuéri / Frédéric Vidal — Casemate 98, december 2016)

Game of Thrones


Verzet tegen Filmfanfare
21/10
TOP
Ciske de Rat
FilmfanfareIn 2010 verscheen onder Nederlands eerste en tot nu toe enige stripintendant Gert Jan Pos de uitgave Mooi Is Dat! met hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur die op één pagina door heel wat Nederlandse en enkele Vlaamse stripmakers werd verbeeld. Naar analogie van Mooi Is Dat! zouden twee jaar later meer dan vijftig tekenaars ook hun visie op elk een Nederlandse film geven voor het gelijkaardige boek Filmfanfare, uitgegeven door Oog & Blik | De Bezige Bij. Maar dat beviel enkele Nederlandse filmregisseurs, -producers en -acteurs allerminst. Ze tekenden verzet aan tegen het voornemen om zomaar hun film te laten verstrippen, want zo hadden ze het toch begrepen. Ze vielen vooral over het feit dat hun niets werd gevraagd.

Filmmakers Dick Maas (Flodder, De Lift,...), Alex van Warmerdam (Abel, De Noorderlingen, Borgman,...), actrice Nelly Frijda (Ma Flodder), producent Rob Houwer (Soldaat van Oranje, Turks Fruit,...) en anderen reageerden "ontzet" of "verbijsterd" of legden uit waarom ze tegen het project waren gekant. Na de heisa, die ook in de talkshow De Wereld Draait Door werd beslecht, liet Pos weten dat de producenten en regisseurs van de geselecteerde films alsnog een brief krijgen toegezonden om de bedoelingen te verduidelijken. Dat het om een hommage of interpretatie ging in plaats van een klakkeloze verstripping was alvast iets dat de filmmakers aan het verstand moest worden gebracht.

Ook de Beroepsvereniging Nederlandse Stripmakers (BNS) wilde een en ander verduidelijken. Namens de BNS werd onderstaand persbericht van duovoorzitters Hanco Kolk en Maaike Hartjes de wereld ingestuurd:
"Binnen de BNS, Beroepsvereniging Nederlandse Stripmakers, hebben zich een honderdtal Nederlandse schrijvers en tekenaars van beeldverhalen aaneengesloten.
De Beroepsvereniging heeft met verbazing kennis genomen van de in haar ogen merkwaardige reactie van filmregisseurs naar aanleiding van het geplande boek Filmfanfare. In dit boek zullen in stripvorm een groot aantal Nederlandse films worden geëerd. Het boek is een samenwerkingsproject van het Filmfonds, uitgeverij De Bezige Bij, Eye en het Fonds BKVB. Eerst en vooral: het is onhandig van Eye en het Filmfonds dat ze geen contact met de filmmakers hebben opgenomen voordat de organisatie werd ingezet. Het zou beleefder zijn geweest om de filmmakers op de hoogte te stellen van het project.
Tegelijkertijd hebben wij de overtuiging dat het stripmakers vrij staat een op films, personen of boeken gebaseerde strip te maken, zolang deze bewerking zich maar verre houdt van plagiaat. We kunnen ons het standpunt van de regisseurs voorstellen indien het ging om een complete verstripping van hun film in de vorm van een boek per film, waarin scène voor scène het verhaal wordt naverteld. Dit is echter niet het geval bij Filmfanfare: iedere film krijgt een stripbewerking van één pagina lang. Door deze lengte moet de stripmaker de inhoud dusdanig comprimeren en abstraheren, dat er een autonoom kunstwerk ontstaat, weliswaar gebaseerd op een film maar volledig autonoom. Zolang andermans auteursrecht niet wordt geschaad zijn stripmakers vrij om over welk onderwerp dan ook een strip te maken."

Los van deze discussie trok Peter van Dongen (Rampokan, Muizentheater) zich sowieso al terug nadat zijn punkersvisie op Ciske de Rat niet helemaal in goede aarde viel. Het ontwerp van zijn pagina opent dit artikel. Het werd beschouwd als een "te eigen interpretatie".

Filmfanfare verscheen in 2012. 51 stripmakers werkten eraan mee.


Keuze voor Belgische in plaats van internationale cover van Filip & Mathilde 2
07/10
TOP
Filip & Mathilde 2
Op 6 oktober verscheen Filip & Mathilde 2: Tournée Générale bij Ballon Comics. Uit de covervoorstellen van Charel Cambré won onderstaande versie het pleit. De door koning Filip ingezette polonaise met zijn familie wordt afgesloten door Jacques Brel en Toots Thielemans, twee overleden Belgische muzikanten. Op een ander covervoorstel trakteerde Filip Manneken Pis-bier aan een internationaal, politiek gezelschap met Charles Michel, Emmanuel Macron, Donald Trump, Vladimir Poetin, Angela Merkel en Recep Tayyip Erdogan als een springlevend, gezelig onderonsje. Die cover haalde het niet.

Filip & Mathilde 2


Onvoltooid project (32): Het Pension van Dokter Eon door Christian Rossi en Patrick Cothias
30/09
TOP
Het Pension van Dokter Eon 1
Het Pension van Dokter Eon 1
In 1998 en 1999 publiceerde Le Lombard de twee delen van het fantasierijke tweeluik Het Pension van Dokter Eon in de collectie Getekend. Het was de tweede samenwerking tussen Griffo en Patrick Cothias na Cinjis Qan, maar het had ook de eerste samenwerking tussen Christian Rossi en Cothias kunnen zijn. De tekenaar had namelijk midden jaren 1980 al een twintigtal proefplaten getekend voor het project. In deze vorm ging Het Pension van Dokter Eon niet door tot het dik tien jaar later alsnog werd opgepikt, maar dan met tekenaar Griffo. Geen probleem voor Rossi, want in dezelfde periode van de weigering van het project kon hij beginnen met de reeks De Lotgevallen van Julius Antoine op scenario van Serge Le Tendre waarop hij de ene na de andere reeks tekende, zelfs op scenario van Jean Giraud (voor Jim Cutlass die in 1991 een comeback maakte nadat Giraud en Jean-Michel Charlier in 1980 al een eerste deel publiceerden). Hieronder vind je zes proefplaten van Rossi voor de eerste versie van Het Pension van Dokter Eon. Klik erop voor een grotere weergave.

Het Pension van Dokter Eon
Het Pension van Dokter Eon
Het Pension van Dokter Eon
Het Pension van Dokter Eon
Het Pension van Dokter Eon
Het Pension van Dokter Eon


Onvoltooid project (31): Roman de Renart door Albert Uderzo en René Goscinny
23/09
TOP
Roman de Renart
Het duo Albert Uderzo en René Goscinny kennen de meesten wel van het fenomeen Asterix, maar dat was lang niet hun eerste en enige samenwerking. In 1959 werkten ze voor het nulnummer van het Franse stripweekblad Pilote (in opdracht van en samenwerking met het commerciële radiostation Radio Luxembourg) een komische versie van Reynaert de Vos uit. Het bleef bij die ene pagina en dat was maar goed ook, want in het officiële nummer 1 maakte een halsoverkop bedachte Asterix in de plaats van Roman de Renart zijn opwachting. Pilote 1 werd op 29 oktober 1959 gelanceerd in een oplage van driehonderdduizend exemplaren en raakte door een voortreffelijke promotiemachine in 24 uur uitverkocht. In dat eerste nummer beleefden ook Tanguy en Laverdure (eveneens getekend door Uderzo), Roodbaard en Joris Jasper de eerste stappen van hun avonturen.

Roman de Renart zou het Franse striplandschap veranderen, of het zou toch minstens een groot succes kunnen worden, dachten de auteurs en hun entourage. Pilote-collega Poïvet moest hen echter teleurstellen. Jean Trubert was al een tijdje daarvóór op een gelijkaardige strip aan het broeden. Net voordat ze op vakantie zouden vertrekken en voor Pilote definitief uit de startblokken zou schieten, moesten Uderzo en Goscinny wat anders uit de mouwen schudden dat geen dierenreeks was en zich niet in de middeleeuwen mocht afspelen. Dat werd Asterix.

Het na amper één pagina afgevoerde Roman de Renart liet Goscinny niet volledig los. In 1962 kwam hij voor tekenaar Mic Delinx met een variatie op de proppen, La Forêt de Chênebeau, die eerst in Jacky Magazine verscheen, het jeugdsupplement van het reclametijdschrift Jacqueline, een uitgave van de J-winkels. Vier jaar later kwam het in Pilote terecht. In 1966 en 1968 verschenen vijf kortverhalen van elk vier pagina's die nooit in album zijn verschenen. In het reeksje vol woordspelingen speelde een kabouter de hoofdrol die in een bos woont en bevriend is met dieren waarvan sommigen kleren droegen zoals in Raymond Macherots Chlorophyl.

Pilote


Onvoltooid project (30): Sf-reeks door Enrico Marini en Alejandro Jodorowsky
16/09
TOP
Enrico Marini + Alejandro Jodorowsky
Flashback naar zo'n vijfentwintig jaar geleden: een sciencefictionproject door Enrico Marini en Alejandro Jodorowsky. Wat had dat kunnen zijn?... Helemaal niets, want scenarist Jodorowsky blies het project in wording af. Voor een keer niet omwille van creatieve meningsverschillen, drukke agenda's, een uitgever die er geen brood inziet of een van de talloze andere argumenten die vaak aangedragen worden. Nee, Jodo gelooft sterk in de magie van tarotkaarten. En in die kaarten las hij tijdens een kaartlegsessie dat het gevaarlijk zou zijn om met Marini samen te werken. Dit is geen grap! Uiteindelijk nam Marini het Jodorowsky niet kwalijk, want zo kon hij een nieuw album tekenen van Gipsy op scenario van Thierry Smolderen, die nog steeds in leven is, waar hij ook wel meer zin in had. Hierboven zie je een fragment van een plaat in schetsvorm die Marini onlangs uit zijn archief diepte.


Onvoltooid project (29): June May door Minck Oosterveer en Willem Ritstier
09/09
TOP
June May
Op 17 september 2017 is het zes jaar geleden dat de Nederlandse striptekenaar in een motorongeluk omkwam. Van zijn behoorlijk omvangrijke stripproductie, vaak op scenario van Willem Ritstier, is June May minder bekend. Het scheelde niet veel of June May verscheen als stripreeks bij Den Gulden Engel uit Wommelgem die in de jaren 1980 kortstondig reeksen uitgaf als Annie en Peter, Dag en Heidi, De Onnoembaren, Rona, Sloeber, Thomas Rindt,...

Marvano
stond toen mee aan het roer van Den Gulden Engel nadat hij hoofdredacteur was van Kuifje. En voor Kuifje-uitgeverij Le Lombard mocht Marvano Oosterveer en Ritstier ook al binnenloodsen voor een nieuw op te starten stripblad voor volwassenen. Le Lombard zag daar wel graten in nadat het Nederlandse stripmaandblad Titanic aanvankelijk aansloeg en wilde iets gelijkaardigs op poten zetten. Op basis van het twee pagina's tellende Dead End, een verhaal van June May in het stripblad Yèch, bestelde Marvano een strip van haar voor dat nieuwe blad. Een eerste verhaal van acht pagina's werd voorgelegd aan de hoofdredacteur van de Franstalige tak van Kuifje, Jean-Luc Vernal. Hij vond het niet goed genoeg en de strip ging niet door.

Marvano gaf het niet op en nam het June May-project mee naar de dan nieuwe stripuitgeverij Den Gulden Engel waar hij medeverantwoordelijk werd voor de albumuitgaven. Dat gebeurde in 1987. Marvano legde uit: "Het eerste deel zou City heten. De uitgave zou in zwart-wit zijn, zoals Minck het graag wou. Ook hier: helaas. Den Gulden Engel werd binnen anderhalf jaar (of zoiets) na zijn lancering opgedoekt. City had niet eens de tijd om te verschijnen."

June May
Hierboven vind je het ontwerp voor een nooit verschenen brochure voor de titels van Den Gulden Engel met June May die op de cover moest komen. Hieronder vind je de lay-out voor wat de backcover van het eerste album, City, moest worden.

June May
Bovenaan dit artikel zie je het coverontwerp voor het bij Den Gulden Engel geplande album. Een herwerkte versie diende later voor de cover van het weekblad Kuifje waarin June May-opvolgster Claudia Brücken vanaf 1989 alsnog verscheen. Al deze documenten komen uit de archieven van Marvano.

Claudia Brücken


Onvoltooid project (28): spin-off De Minimensjes door Stéphane Louis
02/09
TOP
De Minimensjes door Stéphane Louis
In 2011 gaf de Franse uitgeverij Clair de Lune het laatste deel (nummer 44 in de reeks) van De Minimensjes uit. Dupuis had de eerste 43 delen uitgegeven. Datzelfde jaar kondigde tekenaar Stéphane Louis met bovenstaande ontwerpschetsen aan dat Clair de Lune ook een spin-offreeks ambieerde waarvan hij het eerste album, een afgerond verhaal, zou tekenen en schrijven. Het album zou niet voor 2012 verschijnen, want hij moest nog Tessa - Intergalactische Agente 6 en Escobar 2 tekenen. Voor Louis zou een kinderdroom uitkomen, want hij groeide op met de reeks van Pierre Seron en hij wilde daardoor zelf ook strips maken.

De spin-off moest te vergelijken zijn met de nevenreeks Robbedoes door... Als het eerste album door Louis succes zou hebben, zouden er meerdere volgen, normaal gezien door andere auteurs. Louis kreeg alvast het vertrouwen van Seron om een eigen versie te maken. Het project sleepte aan en in 2014 kreeg Seron een beroerte. Kort daarop viel het hele plan in het water. Seron overleed op 24 mei 2017.


De letteraar van Hergé
19/08
TOP
Kuifje
Arsène LemeyWist je dat de teksten die je leest in de Kuifje-albums geletterd zijn door een in West-Vlaanderen geboren medewerker van Hergé? Maak kennis met Arsène Lemey die op 7 juli 1930 geboren werd nabij Kortrijk!

Na een kunst- en decoratieopleiding aan het Saint Luc van Doornik werd hij dankzij een leraar (een broeder) voorgesteld aan Charles Lesnes die bij uitgeverij Casterman werkte. Begin jaren 1950 mocht Lemey enkele schetsen maken voor covers. In 1951 vroeg de uitgever van de reeks Kuifje om als jobstudent de Duitse lettering te verzorgen van albums van Hergé, met name de tekstballonnen, klanknabootsingen en de titels. Zijn eerste opdracht: Het Geheim van de Eenhoorn, het eerste album in een lange rij.

Lemey was een gentleman en heel taalvaardig en dat kwam nog van pas voor de handmatige lettering van Kuifje in het Frans, Nederlands, Engels, Duits, Italiaans, Spaans en Portugees. Lemey ontving van Hergé getypte teksten met een nummering die overeenstemde met de plaatsing in de tekstballonnen van de platen. Zijn monnikenwerk voerde hij uit op grijze afdrukken van die platen. Voor de weekbladpublicatie werd de lettering aan iemand anders toevertrouwd, maar de lettering voor de albums waren het alleenrecht van Lemey. Ook toen hij in 1953 zijn militaire dienstplicht moest vervullen in Duitsland kon hij blijven letteren. Omdat hij kon zingen en orgel spelen, mocht hij namelijk in dienst gaan bij majoor-kapelaan Verslyppe die een bureau voor Lemey ter beschikking stelde waar hij de lettering kon vervolgen van Mannen op de Maan.

Tussen 1955 en 1957 werkte Lemey thuis waar hij als zelfstandige werkte voor Hergé, maar ook voor Jacques Martin (Alex, Lefranc) en François Craenhals (Pom en Teddy). In 1957 wierf Casterman hem als voltijds werknemer aan. Hij ontwikkelde voor Hergé het lettertype Arleson (Ar = Arsène, le = Lemey, son = zoon in het Engels). Dat lettertype werd samengesteld op een zetmachine waardoor vanaf 1975 de Engelse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Portugese albums machinaal geletterd konden worden. De albums in het Nederlands en Frans bleven geduldig en handmatig geletterd worden door deze minder gekende medewerker van Hergé. Tegenwoordig bestaat zijn lettertype ook als digitaal font dat je her en der kan downloaden.
(Bron: Jean-Luc Rémy, 16 augustus 2017)


Te heftige covervoorstellen voor I.R.$ 18
05/08
TOP
I.R$ 18
Hierboven staat de gepubliceerde cover van I.R$ 18: Kate's Hell. Aan de uitgewerkte versie gingen voorstellen vooraf waarvan er twee te heftig werden bevonden. Op die versies wordt er een revolver tegen het hoofd van hoofdpersonage Larry B. Max gehouden.

I.R$ 18
I.R$ 18