Robbedoes
Het aanbod voor het presenteren van reeksen uit het weekblad Robbedoes / Spirou was onwezenlijk groot. Tachtig — niet meer! — reeksen hebben we uitgebreid voorgesteld op de vorige pagina's. Uit de vele reeksen die uit de boot vielen, hebben we nogmaals tachtig reeksen geselecteerd die we op deze pagina kort toelichten. Het gaat vaak om minder bekende reeksen die het niet altijd tot albums schopten of die zelfs geen cover van het weekblad waren gegund.

 
Robbedoes

Kim Devil
(1953-1956)

Avonturenreeks van Gérald Forton en Jean-Michel Charlier toen er nog in verre jungles onbekende beschavingen ontdekt konden worden. Ligt in de lijn van Jungle Jim. Gekke geleerden, spinnen, slangen, femme fatales, niets schrikt de onvervaarde Kim Devil af.

Robbedoes

Doppy, Corrida
(1954)

Eenmalig verhaal van Greg — onder het pseudoniem Michel Denys — die toen nog niet bijster veel had gepubliceerd. Het speelt zich af in het Spaanse stierenvechtersmilieu.

Robbedoes

Pukje
(1956-1958)

Pukje is een lieve, slimme hond met ontzettend lange oren en lange staart. Een fantasietje van Marcel Remacle die voor Pukje enkele gags en vervolgens twee vervolgverhalen bedenkt waarin het hondje andere dieren in de natuur ontmoet.

 


 
Robbedoes

Alain Cardan
(1957-1959)

Buck Danny is niet de enige piloot die op de pagina's van Robbedoes voorkomt. Gérald Fortons Alain Cardan is zo mogelijk nog straffer. Hij weerstaat een druk van 10 G, hij is slim en sluw en verslaat machtige organisaties die niets minder dan de aarde of zelfs als allereerste de ruimte willen veroveren.

Robbedoes

De Ridder zonder Naam
(1957-1959)

Op scenario van Jean-Michel Charlier laat de Spaanse tekenaar Carlos Laffond Thierry alias de Ridder zonder Naam uitrijden. Thierry werd bij zijn geboorte ontvoerd. Twintig jaar later vindt hij zijn vader terug die een bloeddorstige prins blijkt te zijn. Thierry verzaakt aan zijn naam en titel en stelt zijn zwaard ten dienste van het goede om de fouten van zijn vader recht te zetten.

Robbedoes

Tom en Nelly
(1955-1958)

Vóór hij roem verwerft dankzij Asterix tekentAlbert Uderzo een sliert andere strips. Tom en Nelly zijn twee kinderen die uit een vreselijk weeshuis in Londen ontsnappen. Het reeksje verschijnt voor het eerst in Sprint. Het tweede verhaal wordt niet afgemaakt door de stopzetting van het blad. Daarna tekent José Bielsa de reeks verder voor Robbedoes, allemaal op scenario van Octave Joly.

 


 
Robbedoes

Saki en Zunie
(1958-1998)

Aardige gagreeks van René Hausman en Yvan Delporte die zich in de prehistorie afspeelt. Hausmans oog voor de natuur is al een constante. De reeks begint met het jongetje Saki die zich eenzaam voelt en een vriend zoekt. Mammoeten, een tijger en een aap zijn niet geschikt tot hij Zunie ontmoet en haar stam helpt terug te vinden. Die stam wordt nooit gevonden, want de serie gaat verder als gagreeks met alleen Saki. Met opnieuw Zunie erbij verandert het opzet van de reeks om geheimen uit de natuur voor te stellen.

Robbedoes

Circus Robbedoes
(1959-1960)

Niet te verwarren met een werkelijk circus waar Robbedoes promotioneel aan was verbonden en waar André Franquin een niet in album verschenen kortverhaal van Robbdoes en Kwabbernoot voor maakte. De twee verhalen van Paul Dubar en Crill daarentegen spelen zich ook af in een circus. Hoofdpersonage Pascal krijgt onder meer te maken met spionnen.

Robbedoes

Sandy
(1959-1975)

Vóór en nog een tijd tijdens Willy Lambil zich voorgoed toelegt op de Amerikaanse Burgeroorlog verzorgt hij de avonturen van de Australische jongen Sandy Reynolds en diens kangoeroe Hoppy. Dat slimme beest begrijpt al wat zijn baasje wil en ruikt wanneer er gevaar dreigt. Het boeiende Australische decor en de natuur biedt garantie op tientallen korte en lange avonturen.

 


 
Robbedoes

Theo en Pieterjan
(1960-1962)

In slechts drie afleveringen maakt deze reeks een grote grafische evolutie door. Paul Deliège tekent en schrijft het eerste verhaal over de jongen Theo die zich van het toneel laat spelen door gekke geleerden en hun uitvindingen, rare nevenpersonages en door grapjas Pieterjan die in een garage werkt. Vicq schrijft de daaropvolgende verhalen.

Robbedoes

Simba Lee
(1960-1961)

Voor tekenaar Herbert Geldhof, die in de jaren 1950 in Afrika als industrieel tekenaar werkt, schrijft Jean-Michel Charlier een tweeluik over een jager op groot wild op zoek naar een mysterieuze reuzenvaraan. Hij geniet het gezelschap van zijn vriendin Carolyn en zijn boy. Dit is de derde reeks van Charlier die zich in een oerwoud afspeelt na Tiger Joe en Kim Devil.

Robbedoes

Starter
(1949-1978)

Jacques Wauters schrijft al sinds 1949 een geliefde autorubriek waarvoor hij zelf de wagens tekent. In 1956 neemt André Franquin het tekenwerk voor zijn rekening en ontwerpt het figuurtje Starter. Een jaar later neemt Jidéhem het werk van hem over die vanaf 1965 ook zelf de artikels schrijft. In 1961 wordt Starter een stripheld in het microverhaal Starter tegen de Brokkenmakers en later in vervolgverhalen waarin hij het gezelschap krijgt van Pieters en Sophie. Deze laatste neemt al snel de hoofdrol van de jongens over.

 


 
Robbedoes

Michel en Dick
(1962-1968)

Michel en Dick zijn twee jongens die met telegeleide modelvliegtuigjes spelen. Ze zijn eerst elkaars tegenstanders voor een competities, maar ze raken bevriend en nemen samen deel. In de loop van de avonturen verzinnen Arthur Piroton en Charles Jadoul een hoop situaties waarbij de vliegtuigjes niet alleen voor demonstraties gebruikt worden, maar ook voor minder speelse belevenissen.

Robbedoes

Eric en Bezaan
(1962-1967)

Het sympathieke duo Eric (een gulzig kind dat dol is op snoep) en Bezaan (een kapitein van een schip en Eriks oom die steevast in penibele situaties verzeilt) beleeft twee vervolgverhalen en een kortverhaal. Dit is een vergeten geraakte creatie van Will en Vicq waarvan in 1983 en 1985 twee albums verschenen bij respectievelijk Albino en De Striep, beide in een gelimiteerde luxe-uitgave.

Robbedoes

Diégo
(1962-1964)

Verhaal in twee delen over een jonge Spanjaard die met de conquistadores meereist naar Zuid-Amerika en daar getuige is van de verovering van het Incarijk. Tekenaar Herbert Geldhof leert als striptekenaar het klappen van de zweep door vanaf 1959 diverse verhalen van Oom Wim te tekenen. Charles Jadoul is de scenarist.

 


 
Robbedoes

Dokter Gladstone
(1964-1971)

Herbert Geldhof mag Jijé zijn leermeester noemen. Omdat hij in Afrika heeft gewerkt, komt dat van pas voor de reeks Dokter Gladstone, over een dokter in een niet nader genoemd Afrikaans land, waarvoor Herbert de zwarte personages en de decors tekent en Jijé zich beperkt tot de blanke personages. Na twee van de zes afleveringen staat Herbert er alleen voor. De dokter mag door een hem onterecht aangewreven ongeluk door alcoholisme zijn beroep niet meer uitoefenen in Europa. Na enkele klassieke, stereotype avonturen wint de reeks aan diepte, maar het is dan al te laat om de stopzetting te voorkomen. Alle afleveringen zijn geschreven door Charles Jadoul.

Robbedoes

Hultrasson
(1964-1976)

In 1964 neemt Marcel Remacle er op scenario van Marcel Denis nog een reeks bij over de Viking Hultrasson. Hij is een bierhandelaar die in avonturen verzeilt die veroorzaakt worden door een domme troonpretendent. Hultrasson krijgt de hulp van een heks om die plannen te verijdelen. In 1967 tekent Denis zelf een kortverhaal voor de reeks. Na een lange pauze in 1973 nemen tekenaar Vittorio Leonardo (de hoofdinkleurder van het weekblad Robbedoes) en scenarist Maurice Tillieux de reeks over. Dat blijft bij één avontuur. Leonardo tekent en schrijft nog een laatste kortverhaal met de Smurfen voor een hommagenummer van het weekblad Robbedoes.

Robbedoes

Attila
(1967-1987)

Derib staat duidelijk nog onder invloed van zijn leermeester Peyo als hij in 1967 Attila creëert, een sprekende hond die als spion opereert voor het Zwitserse leger. Het team Derib en de scenaristen Maurice Rosy en Maurice Kornblum (vanaf deel 3) maken tussen 1967 en 1973 vier vervolgverhalen en twee kortverhalen. De reeks beleeft een eenmalige comeback in 1987 op scenario van Rosy en met Didgé als tekenaar. Dit laatste verhaal is niet opgenomen in de integrale die Arboris in 2017 vertaalt.

 


 
Robbedoes

Rolf Karsten
(1968-1979)

Een dik decennium lang onderzoekt Rolf Karsten bovennatuurlijke fenomenen voor zijn werk bij een speciale brigade en ook in zijn vrije tijd. Zo krijgt hij te maken met vampiers, een mummie, het spook van een gorilla en buitenaardse wezens. Zijn schranderheid helpt 'm rationele verklaringen te vinden voor dergelijke verschijningen. Dit realistische en enge buitenbeentje is het werk van Spaanse auteurs. Montero (Jésus Blanco) en Jordi Bernet (de latere tekenaar van Torpedo) wisselen elkaar af als tekenaar. Gil (het pseudoniem van José Larraz) is het bindmiddel als scenarist. Van de tien avonturen raken er vier in album uitgegeven. Het laatste is officieel geschreven én getekend door Gil onder het pseudoniem Watman, maar Bernet beweert in 1987 dat Gil tekeningen van andere tekenaars overtrok en dat niet Gil, maar Miguel Cusso alle scenario's heeft geschreven.

Robbedoes

De Krobbels
(1968-1983)

Voor het eerste verhaal bundelen Arthur Piroton en Paul Deliège de krachten onder het gezamenlijk pseudoniem Max Ariane. Deliège tekent de eeuwenoude, op werelddominatie beluste wezentjes die zich van de tweede naar de derde dimensie kunnen transformeren en omgekeerd. Ook al zijn ze piepklein, hun ambities zijn torenhoog en daarvoor schuwen ze het in gevaar brengen van mensen allerminst. Na de eerste aflevering, waarin Piroton zichzelf portretteert als een striptekenaar met een gebrek aan inspiratie die de Krobbels onbedoeld tot leven wekt, neemt Deliège in zijn eentje de reeks over. De naar de VS uitgeweken Gentenaar Felix Du Chau liep enkele jaren rond met verfilmplannen. Hij is een voormalig animator voor Disney en Warner Bros. en regisseur van de films Racing Stripes en Underdog.

Robbedoes

Caesar en Josientje
(1969-1973)

Gagreeks van Maurice Tillieux over een single striptekenaar die graag een rustig leven zou leiden, maar daarin gedwarsboomd wordt door zijn buurman (een politieman), diens dochter Josientje en zijn niet zo werklustige schoonmaakster. Met slechts vier personages bouwt Tillieux tientallen gags in dit wereldje uit. In 1958 en 1959 verschijnen enkele kortverhalen die als voorloper gelden. Dupuis bundelt in 2011 alles in een Franstalige integrale.

 


 
Robbedoes

De Ouwe Blauwe
(1974-1979)

Reeks kortverhalen van François Walthéry en Raoul Cauvin over drie verstokte duivenmelkers die elkaar beconcurreren. Een ervan is een priester. Kort na het vliegende succes van het eerste album, dat met tienduizenden tegelijk (ook als plaatselijke dialectversie) verkocht raakt in Luik en omstreken, schrijft Cauvin al in 1980 het scenario voor een tweede album. Door tijdsgebrek en omdat Walthéry er naar eigen zeggen de moed niet voor heeft, vordert het tekenen ervan uiterst traag. Pas in 2011 komt het album enkel in het Frans uit bij Noir Dessin Production, een uitgeverij dat zich toespitst op speciale albums van Walthéry.

Robbedoes

De Onderzonsen
(1975-1977)

Strookjesstripreeks van Watch en Bom die zich afspeelt in de woestijn. De protagonisten zijn twee naamloze heertjes die in de woestijn ronddwalen op zoek naar voedsel en drinken. Een coyote is vastbesloten de twee mannen te vangen en op te vreten. Het duo waant zich gered als een vliegtuig over de woestijn vliegt, maar het stort neer waarop de piloot in hetzelfde schuitje belandt. Deze reeks met wekelijkse strookjes is niet geliefd bij de lezers van het weekblad Robbedoes en De Onderzonsen verdwijnt daarom al snel uit het blad.

Robbedoes

Gaffel en Gitaar
(1975-1979)

Samen met de avonturenreeks Badminton (twee verhalen tussen 1974 en 1980) is de door Mythic geschreven reeks Gaffel en Gitaar een van de debuutreeksen van tekenaar Marc Hardy Gaffel en Gitaar (tien korte en lange verhalen). De speurders Gaffel en Gitaar staan in hun mysterieuze zaken vaak tegenover de sexy en intelligente slechterik Foxy Lady. De verhalen spelen zich af in de jaren 1920. In een ervan lopen ze zelfs in Brugge rond.

 


 
Robbedoes

Slemper en Slof
(1975-1986)

Raoul Cauvin heeft iets met duo's als helden van zijn komische reeks. In dit geval gaat het om de door Jacques Sandron met overgave neergezette huzaar Slemper in de Grande Armée van Napoleon Bonaparte, meerbepaald in de periode dat de Fransen tegen de Pruizen strijden, en zijn paard Slof. Slemper is een geboren verteller en overdrijft graag over zijn moedige exploten tegenover zijn collega's. In werkelijkheid is hij een lafaard die niettemin steeds weer willens nillens als vrijwilliger wordt uitgekozen om gevaarlijke (en soms nutteloze) missies uit te voeren. Na een hele reeks kortverhalen speelt het duo ook de hoofdrol in een aantal vervolgverhalen, dikwijls verweven met historische gebeurtenissen.

Robbedoes

Ramtamtam en Kierikielie / Vergeten Jungle
(1976-2008)

Nog zo'n duo van Raoul Cauvin is het jongetje Ramtamtam en zijn vriend Kierikilie (een gorilla). Ze beleven avonturen in de Afrikaanse jungle. In deze jeugdige Tarzan-persiflage krijgt het duo te maken met stropers, jagers, smokkelaars, negerstammen, een concurrerende gorilla en het bij gorilla's opgegroeide meisje Pin-up. Halverwege de reeks verandert de titel in Vergeten Jungle en veranderen de kinderachtig klinkende namen van de hoofdpersonages in Kaloem en Kong. Mazel begint tegelijk wat realistischer te tekenen en er komt ruimte voor wat meer horror zoals angstaanjagende dinosaurussen, duivels en levende geraamtes. Na de stopzetting in 1987 beleeft de reeks een eenmalige comeback in 2008 in Spirou. Robbedoes bestond toen al niet meer.

Robbedoes

Woefie
(1976-1987)

Komische dierenstripreeks die start als een gagreeks en evolueert naar een detectivestrip met mysterie alom. Woefie is een kleine hond die het liefst zijn huisje schoonmaakt, paddenstoelen plukt en wandelt, maar altijd weer het ongeluk aantrekt. Woefie is de eerste reeks van Albert Blesteau, de assistent van Peyo die onder andere een avontuur van Steven Sterk tekent, voor hij met Lokje doorbreekt.

 


 
Robbedoes

Chocolarie
(1976-1983)

Chocolarie is een zwak jongetje dat gepest wordt. Als hij zijn bril afneemt, vinden de grootste rampen plaats voor al wie in zijn buurt vertoeft. Zelf heeft hij daar absoluut niets van door omdat hij zonder bril geen zier kan zien. Zijn grootste slachtoffer is de opzichter van de school waar Chocolarie school loopt, maar ook bandieten delen in de klappen. Chocolarie is een van de eerste reeksen die Mittéï (het pseudoniem van Jean Mariette) voor Robbedoes creëert nadat hij de overstap maakt van het weekblad Kuifje.

Robbedoes

Joris Jasper
(1976-1980)

Avonturenreeks van MiTacq en Jean-Michel Charlier die oorspronkelijk in het Franse stripweekblad Pilote verschijnt voor het een tweede kans krijgt in Robbedoes met een herpublicatie van alle verhalen. Joris is een nieuwsgierige knaap die mysterieuze zaken onderzoekt. In 1989 plant Charlier een comeback met Jean-Charles Kraehn als tekenaar, maar door het overlijden van de scenarist blijft het bij slechts één proefplaat. Het gelimiteerde hardcoveralbum Eerste Avonturen bundelt in 1984 drie avonturen in zwart-wit met gewasen inkt die nog steeds indrukwekkend ogen. De drie andere avonturen verschijnen in kleur in de collectie Jeugdzonden.

Robbedoes

Aurora en Ulysses
(1977-1986)

Aurora en Ulysses zijn twee onsterfelijke, jonge centauren van de berg Olympus. Ze schenden een verbod van Zeus en gaan door de poort die de godenwereld met de wereld van de sterfelijken verbindt. Elke keer ze opnieuw door de her en der opduikende poort draven, komen ze in een ander tijdperk terecht in plaats van hun thuis, van ons heden en de middeleeuwen over de Amerikaanse Burgeroorlog tot bij de Amazones. Elke keer kijken de mensen op van deze half mensen, half paarden. Deze reeks verschijnt in de beste grafische periode van Pierre Seron, voor de meeste verhalen bijgestaan door scenarist Stephen Desberg. Seron brengt de centauren samen met zijn Minimensjes in het album De Goudmijn. Het is het laatste optreden van de twee sympathieke mythologische wezens.