Kuifje-vignet 70 extra reeksen
gepresenteerd door David Steenhuyse

 
Rob Roy Mac Gregor
ROB ROY MAC GREGOR
1947-1948
Auteur: Jacques Laudy

Jacques Laudy's stripbewerking van Walter Scotts (bekend van Ivanhoe) achttiende-eeuwse, Schotse volksheld en vrijbuiter Rob Roy.
Genoveva van Brabant
GENOVEVA VAN BRABANT
1947-1949
Auteur: Tonet Timmermans

Ondertekststrip naar een volksverhaal uit de achtste eeuw waarin de huwelijkstrouw zwaar beproefd wordt. Getekend door de zoon van Felix Timmermans. Tonet Timmermans was de eerste Vlaamse tekenaar bij Kuifje.
Leclerc
LECLERC, DE LEGENDARISCHE OFFICIER
1948-1949
Tekenaar: Étienne Le Rallic
Scenarist: Étienne Le Rallic, Roger Louis

Historische ondertekststrip vol heldenmoed over de Franse kolonel Philippe Leclerc de Hautecloque die zich aan het begin van de Tweede Wereldoorlog onderscheidde in de Sahara.


Meneer Lambik
MENEER LAMBIK
1949-1951
Auteur: Willy Vandersteen

Jammer dat Willy Vandersteens 't Prinske (1953-1959) nooit op de cover stond, anders stond hij hier. Meneer Lambik was een gagreeks waarin Lambik weer gewoon de kluns mocht zijn in plaats van het dappere hoofdpersonage uit de Suske en Wiske-verhalen in de blauwe reeks.
Sterke Jan
STERKE JAN
1951
Auteur: Bob De Moor

Bob De Moors tweede historisch geïnspireerde one-shot na De Leeuw van Vlaanderen. Eigenlijk kreeg hij de opdracht om Constant de Kinders jeugdroman De Wonderlijke Lotgevallen van Jan zonder Vrees te verstrippen, maar de auteursrechten zouden te hoog oplopen. Hij bedacht daarom een andere Jan in hetzelfde Bourgondische tijdperk.
Monsieur Vincent
MONSIEUR VINCENT
1951
Auteur: Raymond Reding

Om het succes van Jijés Don Bosco-stripbiografie bij Dupuis na te jagen, stelde Raymond Reding voor om het heiligenleven van Vincentius a Paulo in beeld te brengen. Sint-Vincentius is de patroon van alle verenigingen voor liefdadigheid en van de ziekenhuizen.


Cori de Scheepsjongen
CORI DE SCHEEPSJONGEN
1951-1952
Auteur: Bob De Moor

Alleen het eerste verhaal van de realistisch uitmuntend getekende, avontuurlijke zeevaartreeks Cori de Scheepsjongen werd in Kuifje voorgepubliceerd. Bob De Moor kon er zijn passie voor de zee en de scheepvaart in kwijt.
Globul
GLOBUL
1956-1977
Tekenaar: Tibet
Scenarist: Tibet, René Goscinny

Globul is een marsmannetje, geïnspireerd op de vooroorlogse Amerikaanse tekenfilms. André Franquin gaf Tibet het idee. Globul kan met zijn enorme hoed vliegen en beleeft slapstickachtige gags en kortverhalen. De meeste gags verschenen in 1956 en 1957. Een ultiem kortverhaaltje verscheen in 1977.
Kapitein Grijzebaard
KAPITEIN GRIJZEBAARD
1956-1957
Tekenaar: Raymond Macherot
Scenarist: Raymond Macherot, René Goscinny

Van deze oude, eenzame kapitein met enkel een papegaai als metgezel verscheen één lang avontuur en twee kortverhalen waarvan er eentje was geschreven door René Goscinny.


Jack Diamond
JACK DIAMOND
1959-1960
Auteur: Fred & Liliane Funcken

Het Funcken-echtpaar had in zowat elk populair historisch tijdperk een reeks lopen, zo ook een western. Jack Diamond is een schoolvoorbeeld van een eenzame cowboy die als een soort ridder tegen onrecht strijdt in de Far West.
Rock Derby
ROCK DERBY
1960-1963
Auteur: Greg

Rock Derby was de eerste serie van Greg die zich voor het weekblad Kuifje zou ontpoppen als een tekenaar, scenarist en latere hoofdredacteur van onschatbare waarde. Rock is een voormalige bokser die in de eerste aflevering als reporter werkzaam is. Samen met een (af)wisselend aantal nevenpersonages beleeft hij avonturen in Canada, Hawai, Brazilië en de Verenigde Staten. Er verschenen zeven avonturen van elk dertig pagina's. In 1981 schreef François Dimberton nog een kortverhaal voor een Super Kuifje.
De Zilveren Vlam
DE ZILVEREN VLAM
1960-1963
Tekenaar: Paul Cuvelier
Scenarist: Greg

Achter een vermomming als minstreel schuilt De Zilveren Vlam, een soort Robin Hood. In amper drie avonturen tekende Paul Cuvelier (met de hulp van de Funckens) een grotendeels vergeten geraakte, middeleeuwse avonturenreeks waarbij Greg ervoor zorgt dat de lezer zich niet verveelt.


Bob Binn
BOB BINN
1962-1969
Tekenaar: Édouard Aidans
Scenarist: Édouard Aidans, Jacques Acar, André-Paul Duchâteau, Hachel, Christian Lamquet, Domino

Bob Binn is een journalist-fotograaf die in 1962 vooreerst een puzzelpagina animeerde voor hij 24 lange en korte avonturen beleefde. Die bleven beperkt tot de pagina's van Kuifje want er is geen enkel album van uitgegeven.
Wapi
WAPI
1962-1966
Tekenaar: Paul Cuvelier
Scenarist: Benoît Boelens, Jacques Acar

Paul Cuvelier startte in 1945 zijn stripcarrière met de western Tom Colby. In 1962 recidiveerde hij voor het weekblad Kuifje met Wapi, over een Noord-Amerikaans indianenjongetje, waarvan slechts twee avonturen verschenen, de eerste op scenario van Benoît Boelens die voor het pseudoniem Benoi koos. Hij was ook een inkleurder van Cuveliers werk
Flor en Toosje
FLOR EN TOOSJE / FLOR
1962-1966
Auteur: Greg

Journalist is een populair beroep bij stripfiguren. Ook Flor en Toosje oefenen het vak uit, maar het duo belandt telkens onvrijwillig in tal van politieonderzoeken zonder dat avontuur zelf op te zoeken. Na twee gezamenlijke verhalen ging ging Flor vanaf 1964 solo en speelde de hoofdrol in nog eens vijf verhalen.


Kees en Klaas
KEES EN KLAAS
1963-1969
Auteur: Greg

Zig et Puce, in vertaling Kees en Klaas, is een van de oudste, Europese stripreeksen van de Franse strippionier Alain Saint-Ogan die ook Hergé beïnvloedde. De oude reeks liep van 1925 tot 1956. In 1963 forceerde Greg een comeback met een dan modernere aanpak om de twee jongens en hun pinguïn aan een nieuwe generatie lezers aan te bieden. Dat duurde zes jaar en evenveel avonturen.
De Musketier
DE MUSKETIER
1963-1971
Auteur: Fred & Liliane Funcken

Vikings, cowboys, ridders, daar kon voor de Funckens nog een flamboyante musketier bij die in de zeventiende eeuw zijn degen laat zwiepen. De verwijzingen naar en de sfeer uit Alexandre Dumas' De Drie Musketiers zijn veelvuldig aanwezig. In zijn derde avontuur ging de held, die vaak speciale missies uitvoerde, zelfs een duel aan met D'Artagnan.
De Familie Kleester
MARC KLEESTER /
DE FAMILIE KLEESTER
1963-1970
Tekenaar: Édouard Aidans
Scenarist: Jacques Acar,
Yves Duval

Na een soloavontuur onder de titel Marc Kleester spoorde scenarist Jacques Acar tekenaar Édouard Aidans aan om er een reeks van te maken met een rondreizend gezinnetje documentairemakers naar het voorbeeld van Albert Mahuzier. Deze avonturier rondreisde met zijn gezin in Afrika rond om er documentaires te maken en daar achteraf voordrachten over te geven. Als globetrotters reizen de Kleesters naar zowat alle continenten en ze zijn in zowel jungles als woestijnen terug te vinden. Tussendoor beleefde pater familias Marc nog een paar afzonderlijke avonturen.


Dientje
DIENTJE
1963-1972
Tekenaar: Paul Cuvelier
Scenarist: Greg

Line (Dientje) bestond al als stripreeks door François Bertier en Nicolas Goujon die ze in 1956 creëerden voor het weekblad Line, een soort Kuifje voor meisjes dat tussen 1955 en 1963 verscheen. Andere auteurs volgden het duo op, zonder al te veel succes. Pas met Paul Cuvelier en Greg aan het roer vond het blonde (aanvankelijk bruinharige), bemoeizuchtige meisje haar publiek in 1962 door haar wat ouder te maken. Na het stopzetten van het Franstalige stripblad verhuisde de reeks in 1963 naar Kuifje.
Ringo
RINGO
1965-1977
Tekenaar: William Vance
Scenarist: William Vance, Jacques Acar,
André-Paul Duchâteau

Ray Ringo is een agent voor het postkoetsbedrijf Wells Fargo die instaat voor de beveiliging van geldtransporten. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog was hij een luitenant bij de Noordelijken om daarna zijn job te hernemen. Behalve drie losse albums verschenen alle verhalen ook in twee integrales in de collectie Alles van Vance. In Kuifje verschenen drie verhalen (1965-1966) en zes hoofdstukken in opeenvolgende nummers van Kuifje Pocket (1977) die samen het verhaal Drie Schurken in de Sneeuw vormen.
Floribert
FLORIBERT
1966-1968
Tekenaar: Mazel
Scenarist: Vicq

Vóór Mazel in het weekblad Robbedoes met de musketiersreeks Cara en Calebas (later omgedoopt naar De Musketiers) debuteerde, maakte hij al de komische reeks Floribert waarvan elf gags, vijftien kortverhalen en één vervolgverhaal van dertig pagina's verschenen.


Doc Silver
DOC SILVER
1976-1969
Tekenaar: Fred & Liliane Funcken
Scenarist: Yves Duval

Na de westernreeks Jack Diamond maakte het Funcken-echtpaar nog een tweede western: Doc Silver. Gary Silver is een dokter die zijn praktijk verlaat om zijn broer bij te staan die van moord wordt beticht. Uiteraard is hij onschuldig. De Doc blijkt over stalen vuisten te beschikken. Dàt en zijn medische kennis slaan hem door zijn avonturen die hem zelfs naar de Mexicaanse revolute en de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog leiden.
De Gebroeders Bross
DE GEBROEDERS BROSS
1967-1975
Tekenaar: Pierre Guilmard
Scenarist: Vicq

Een jaartje voordat Pierre Guilmard en Hubuc de serie Chlorophyl van Raymond Macherot overnamen, lanceerden ze De Gebroeders Bross. De Bross-broertjes zijn een identieke tweeling die tijdens de Drooglegging hand- en spandiensten leveren voor Al Capone en de maffia, maar er nogal op los klungelen.
Max de Ontdekkingsreiziger
MAX DE ONTDEKKINGS-
REIZIGER
1968-1973
Auteur: Bara

Bara is het pseudoniem van de in Letland geboren Belg Guy Willems. Hij maakte meer dan zevenduizend strookjes van de in koloniale outfit gehulde ontdekkingsreiziger Max. De reeks liep van 1964 tot 1966 eerst in het weekblad Robbedoes op scenario's van Maurice Rosy en Vicq. Na een kortverhaal en een vervolgverhaal werd Max een (tekstloze) gagreeks die ook in Kuifje, daarna Wham! en als strookjesstrip in een veertigtal (internationale) bladen en kranten liep, tot in Zuid-Amerika toe. Er bestaat ook een tekenfilmserie van uit 1988.


Wilbur en Mimosa
WILBUR EN MIMOSA
1969-1970
Tekenaar: Pierre Guilmard
Scenarist: Hubuc

Het duo achter De Gebroeders Bross en zes (kort)verhalen van Chlorophyl maakte ook twee komische detectiveavonturen van Wilbur en Mimosa die zich afspelen in de belle époque. Er verscheen één album van in de collectie Favorietenreeks. Na Hubucs plotse dood ging de serie nog drie verhalen verder met scenarist Jean-Marie Nadaud. Die verschenen enkel in het Frans in de pocketreeks Tintin Sélection. Eén verhaal daarvan raakte vertaald in Pep Parade 6.
Benjamin
BENJAMIN
1969-1980
Auteur: Hachel

De gag- en kortverhalenreeks over een interimkracht die liever kunst zou bedrijven, verscheen elf jaar lang in Kuifje en schopte het pas in 2008 tot een bescheiden albumreeks met een eerste uitgave bij Bonte en vervolgens vijf albums bij Arcadia vzw.
Rififi
RIFIFI
1970-1980
Auteur: Guy Mouminoux

Op zijn zestiende moest de in Parijs geboren Guy Mominoux als zoon van een Duitse moeder en een Franse vader in 1943 naar het Oostfront om er voor de Wehrmacht te vechten. Dat leidde in 1965 naar een autobiografische strip. Hij werkte voor zowat alle grote stripbladen. Voor Robbedoes maakte hij kortverhalen van Oom Wim, schreef een aflevering van Jan Kordaat en tekende ook de decors van drie Jan Kordaat-albums. In 1970 creëerde hij de geheel onschuldige dierenstrip Rififi met een musje in de hoofdrol.


Het Eiland Arroyoka
HET EILAND ARROYOKA
1971
Tekenaar: Claude Auclair
Scenarist: Greg

Twee mannen en een vrouw spoelen uitgeput aan op een onbekend eiland. Wat hebben ze overleefd? Een van hen vindt sporen van paarden en wordt aangevallen door een ridder in volle wapenuitrusting. Het trio vindt een beschaving die verder bleef leven zoals in de middeleeuwen. En dat is nog maar het begin. Het one-shot verscheen in 1975 als album in Collectie Jong Europa en vier jaar later als een zelfstandig album.
Dani Futuro
DANI FUTURO
1971-1975
Tekenaar: Carlos Giménez
Scenarist: Victor Mora

De jongen Dani Futuro wordt in de twintigste eeuw geboren. Na een vliegtuigongeluk op de Noordpool raakt hij in het ijs gevangen. In 2104 wordt hij gevonden en opnieuw tot leven gewekt. Van deze futuristische reeks verschenen zeven vervolgverhalen. Dankzij de in 2016 overleden scenarist Victor Mora (die zijn thuisland als banneling ontvluchtte tijdens het regime van Franco) kregen een heleboel Spaanse tekenaars toegang tot de Franse en Belgische stripmarkt onder wie ook Carlos Gimenéz.
De Panters
DE PANTERS
1971-1973
Tekenaar: Édouard Aidans
Scenarist: Greg

In De Panters schoof Greg drie knappe heldinnen als hoofdrolspeelsters naar voor in een tijd waarin vrouwen doorgaans hoofdzakelijk een nevenrol kregen toebedeeld. De drie wonen samen in een appartement in Parijs, openen een antiekwinkeltje en beleven dramatische avonturen in de theater- en filmwereld. De minirokjes maakten hun intrede en De Panters kenden een behoorlijk succes, op een bepaald moment deelden ze in een opiniepeiling zelfs de zesde plaats met Blake en Mortimer. Nadat Greg naar New York werd gestuurd om er een Europees-Amerikaanse samenwerking op poten te zetten, hield de serie ermee op.


Sectie R
SECTIE R
1971-1979
Auteur: Raymond Reding

Raymond Reding is gekend voor zijn reeksen met sporters in een hoofdrol, zie ook Jari, Vincent Larcher en Ronnie Hansen. In Sectie R voert hij twee voormalige atleten op die als onderzoeksjournalisten misdaden in het sportmilieu oplossen.
Bob Moon en Titania
BOB MOON EN TITANIA
1971-1974
Auteur: Marc Wasterlain

Door tussenkomst van Kuifje-hoofdredacteur Greg én van voormalig Robbedoes-hoofdredacteur Yvan Delporte, die Marc Wasterlain hielp met het structureren van zijn eerste verhaal, de naam Titania bedacht en hem zelfs naar de redactie van Kuifje vergezelde, kon de assistent van Peyo in het weekblad Kuifje debuteren met deze sf-reeks. Bob en Titania zijn broer en zus en werden in het jaar 2000 (toen nog een verre toekomst) geboren in een permanente basis op de maan. Hun ouders zijn wetenschappers. Ze beleven typische sf-avonturen met aliens en vreemde volkeren. Door de afwezigheid van de zon zien ze er zo bleek uit. Wasterlain creëerde voor Kuifje ook nog Kereltje voor hij overstapte naar Robbedoes om er Dokter Zwitser te laten uitvliegen.
Michael Logan
MICHAEL LOGAN
1972-1976
Tekenaar: André Beautemps
Scenarist: André Beautemps, Jean Van Hamme

Michael Logan is een piloot en een avonturier. De detectiveachtige verhalen spelen zich af in Australië en de Stille Oceaan. Jean Van Hamme schreef een deel van de verhalen en was nog lang niet doorgebroken als scenarist. De reeks stopte na de vroege dood van André Beautemps op zijn dertigste. Hij was net begonnen aan een eerste verhaal dat meer dan dertig pagina's had moeten tellen.


Domino
DOMINO
1973-1981
Tekenaar: André Chéret
Scenarist: Greg,
Jean Van Hamme, André Chéret

In 1969 creëerde André Chéret met scenarist Roger Lecureux de prehistorische reeks Rahan die zijn grootste succes zou worden. Domino was op meerdere fronten een aangenaam tussendoortje. Het hoofdpersonage is een jonge onrechtbestrijder en vrouwenversierder, maar hij laat zich het gras voor de voeten wegmaaien door de concurrerende onrechtbestrijder Justicias. Greg kreeg het te druk en zo kreeg Jean Van Hamme zijn kans om de komische scenario's te schrijven.
Wen
WEN
1974-1975
Tekenaar: Eric
Scenarist: Jacques Stoquart

De jonge Wen heeft als enige mens ter wereld het vermogen om een parallelle, magische wereld te kunnen betreden, maar na elk "fantasmagorisch" verhaal verliest hij zijn geheugen. Er verschenen voldoende hoofdstukken om twee albums mee te vullen. Hetzelfde duo maakte ook nog de Vikingreeks Rorika waarvan twee verhalen verschenen.
Avontuur zonder Helden
AVONTUUR ZONDER HELDEN
1975
Tekenaar: Dany
Scenarist: Jean Van Hamme

Het afgeronde verhaal Avontuur zonder Helden, waarin een uiteenlopend gezelschap in de jungle strandt na een vliegtuigongeluk en moet zien te overleven dankzij en ondanks elkaar, was een groot risico. Het weekblad Kuifje publiceerde overwegend gags en series met weerkerende hoofdpersonages, geen eenmalige avonturen zonder specifieke helden. Met enige reserves raakte het toch gepubliceerd in 1975, maar het was nog wachten tot 1977 voor het in album verscheen. Volgens Van Hamme was het het allereerste Franco-Belgische one-shot. Voor de samenwerking werden Dany en Van Hamme beloond want samen met de herdrukken raakten er meer dan honderdduizend exemplaren van verkocht. Twintig jaar later verscheen een vervolg met de toepasselijke titel Twintig Jaar Later.


Tom Applepie
TOM APPLEPIE
1976-1978
Tekenaar: André Benn
Scenarist: Vicq, André Benn

Tom Applepie is een matroos in de achttiende eeuw die met zijn vader en oom twee langere en drie korte avonturen beleeft, ook in het nog exotische Amerika. Voor André Benn was het de laatste productie voor Kuifje voordat hij in Robbedoes de serie Mick Mac Adam publiceerde.
Alain Chevallier
ALAIN CHEVALLIER
1977-1983
Tekenaar: Christian Denayer
Scenarist: André-Paul Duchâteau

Nadat de populaire F1-piloot Michel Vaillant in 1979 andere oorden opzocht bij het concurrerende Wham! (of eigenlijk meer het Duitse moederblad Zack) was concurrent Alain Chevallier ineens de enige wagen- en motorracer en rallyrijder in Kuifje. Christian Denayer (een voormalig assistent van Jean Graton) tekende de reeks met de kampioen al sinds 1970 voor de krant Le Soir op scenario van André-Paul Duchâteau, met wie hij al De Brokkenmakers maakte.
Barbara
BARBARA /
KRUIDJE-ROER-ME-NIET
1977-1983
Tekenaar: Pierre Renoy
Scenarist: Janeiro, Pierre Renoy

Barbara is een leuk ogende stuntvrouw die voor geen kleintje is vervaard. Zelfs haar medewerkers worden gek van haar driestheid. Het brengt haar wel op exotische plaatsen, al of niet voor haar beroep. Haar geestelijke vader Pierre Renoy startte op zijn zeventiende zijn carrière als inkter voor Mittéï. Barbara (waarvan de reeks later werd omgedoopt in Kruidje-Roer-Me-Niet) was zijn enige reeks. Er verschenen vier albums van.


Dwaaskop
DWAASKOP
1978-1985
Tekenaar: Eric
Scenarist: Jean-Luc Vernal, Eric

De wilde Dwaaskop is opgevoed door een roedel wolven. Elke keer hij met de mensen te maken krijgt, loopt dat op een drama uit en daarom blijft hij voor hen vluchten. Hij draagt een wolvenkop op zijn eigen hoofd. De natuur is heel erg aanwezig in de fantasyreeks waarvan zeven lange verhalen en een paar kortverhalen verschenen.
Proffie
PROFFIE
1978-1993
Tekenaar: Bédu
Scenarist: Christian Blareau, Bédu

Proffie was een modernere, geestiger versie van de realistische, waargebeurde verhalen die in Kuifje decennialang het antwoord moesten bieden tegen de duffe verhaaltjes van Oom Wim in Robbedoes. Een leraar die eruitziet als Albert Einstein weidt aan de hand van specifieke thema's uit over historische of wetenschappelijke feiten voor gags en kortverhalen tot vijf pagina's. In 1983 zagen de auteurs het ietsje groter en presenteerden in zes gags de geschiedenis van Frankrijk.
Xan
XAN
1978-1980
Tekenaar: Jean Pleyers
Scenarist: Jacques Martin

In 1948 polste Jacques Martin bij Paul Cuvelier om het verhaal te vertellen van Xan, de Italiaanse vriend van Gilles de Rais. Cuvelier was niet geïnteresseerd. In 1976 pas stelde Cuvelier Jean Pleyers voor om het stripproject te realiseren. De eerste twee delen verschenen in Kuifje waarna Casterman de albumreeks hervatte onder de naam Tristan.


Adonowaï
ADONOWAÏ
1979-1982
Tekenaar: Bob
Scenarist: Bob, Crisse

Poëtische en romantische gagreeks over een jongetje met een bijzondere aandacht voor de natuur en sociaal-maatschappelijke thema's. Adonowaï was werkelijk een rustpunt in het weekblad, maar in opiniepeilingen en lezersbrieven lieten de lezers hun afkeur blijken. Achter het pseudoniem Bob schuilt voluit Bob De Roover die zich vervolgens tot de illustratie- en reclamewereld bekeerde.
Alain Chevallier
NIKY
1980-1987
Auteur: Dupa

Een buurman van een beste vriend van Dupa had een transportbedrijf. Op een dag zag hij op de parking een vrachtwagen die zich onderscheidde van de andere. Het idee voor een reeks over een vrachtwagenchauffeur, die overal ter wereld kon rondrijden, rijpte snel en resulteerde naar drie vervolgverhalen. Janry, de latere tekenaar van Robbedoes en Kwabbernoot, assisteerde Dupa voor het eerste verhaal.
Ali Bamba
ALI BAMBA
1980-1982
Tekenaar: Bédy
Scenarist: Christian Blareau

In 1975 debuteerde Bédu in het weekblad met de kortverhalenreeks Wakkie de Wasbeer. Daarna volgden Proffie en Ali Bamba, beiden op scenario van Christian Blareau. In de sfeer van Duizend-en-een-Nacht en met een grote scheut toegevoegde humor schopte hun eerste vervolgverhalenreeks het niet tot duizend en één verhalen, maar wel tot drie prettige albums.


Ivor
IVOR
1980-1988
Auteur: Zoran

De Kroatische striptekenaar Zoran Vanjaka verbleef en werkte in Zagreb, Parijs, Brussel, New York en Montreal om er te werken als decorontwerper, tekenfilmaker (in 1980 voor de lange tekenfilm Heavy Metal) en striptekenaar (Ivor, Alexis K en Max London). Ivor moest een soort aanvulling bieden op De Koene Ridder waarvan de regelmaat was verminderd. Ook in deze hoofse ridderreeks sluimerde een onmogelijke liefde voor een prinses. Uit liefde voor haar weigert de huursoldaat een opdracht uit te voeren waardoor hij vogelvrij wordt verklaard. Er verschenen vijf albums, maar in de beginperiode ook een pak kortverhalen die niet in album verschenen.
Lady Black
LADY BLACK
1980
Auteur: Géri

Lady Black is een jonge, zwarte vrouw die wordt ingehuurd om gevluchte jongeren op te sporen. Dat doet ze ook in opdracht van de maffiabaas in Chicago. Ze wordt discreet geholpen door twee politiemannen tijdens haar onderzoek dat haar naar Harlem leidt. Maar de jongen die ze geacht wordt terug te vinden, heeft een verrassing voor haar. Van deze strip verscheen noodgedwongen één enkel verhaal van dertig pagina's. Géri (bekend van Mr Magellan) werd daarna getroffen door een verlamming aan de rechterkant van zijn lichaam wat hem zijn stripcarrière kostte en hem naar de vergetelheid bij striplezers verbande. Na een twintigjarige strijd tegen zijn aandoening leerde hij schilderen met zijn linkerhand. Hij overleed in 2015.
Pokervrouw
POKERVROUW
1980-1986
Tekenaar: Renaud
Scenarist: Jean-Luc Vernal,
Jean Dufaux

Met zijn debuutstrip Aymone, verschenen in Robbedoes, was Renaud meteen actief als tekenaar van heldinnen. Daar zou nooit meer verandering in komen, met Jessica Blandy als zijn belangrijkste wapenfeit. Ergens tussenin tekende hij voor het weekblad Kuifje de spionage- en actiereeks Pokervrouw, nadrukkelijk geïnspireerd op de populaire tv-reeks Charlie's Angels die tussen 1976 en 1981 liep. Maar de meiden Jaimie, Laurence en Amanda gaven in het tweede album al ontslag uit ontevredenheid voor de missie die ze van de CIA kregen. Van dan af werken ze als zelfstandigen en kiezen ze zelf hun missies uit. Pokervrouw was de eerste grotere reeks voor Jean Dufaux die met Renaud nog vaak zou samenwerken.


Kapitein Sabel
KAPITEIN SABEL
1980-1988
Tekenaar: Christian Gine
Scenarist: Christian Gine,
Didier Convard

De Britse kapitein Sabel won bij een kaartspel een vrachtboot nadat hij de zijne verloor. Hij is een avonturier zoals er vele zijn in Zuidoost-Azië in de jaren 1930. In deze maritieme, exotische avonturenserie werkt Sabel voor uiteenlopende figuren, maar hij heeft het geluk echt niet aan de kont hangen.
Cranach van Morganloup
CRANACH VAN MORGANLOUP
1982-1984
Tekenaar: Didier Convard, Philippe Delaby
Scenarist: Jean-Luc Vernal

Didier Convard, de scenarist van onder meer Sneeuw en De Geheime Driehoek, was ook een tekenaar en inkleurder (onder meer voor Blake en Mortimer 14). Cranach van Morganloup is de zoon van een Keltisch stamhoofd die een zwaard met magische krachten erft. Het zwaard domineert het leven van de eigenaar en hij kan er ook mee door de tijd reizen, naar het verleden (bijvoorbeeld naar de Maya's in de zevende eeuw), de toekomst of in parallelle werelden. Na het tweeluik in het weekblad en in album tekende Philippe Delaby nog een laatste verhaal van twee pagina's voor een Super Kuifje.
Op Zoek naar Peter Pan
OP ZOEK NAAR PETER PAN
1983-1984
Auteur: Cosey

Op Zoek naar Peter Pan is het onbetwiste hoogtepunt uit de carrière van Cosey. Begonnen als een oogluikend toegestaan uitstapje, ver weg van zijn toen populaire hippiereeks Jonathan, groeide het tweeluik uit tot een van de fundamenten van de moderne strip.


Meneer Edouard Sabel
MENEER EDOUARD
1983-1991
Tekenaar: Didgé
Scenarist: Didgé, Ernst

Net zoals Proffie van Bédu en Blareau zorgde Meneer Edouard voor een educatief moment. Bioloog Edouard kan in microscopisch verkleinde vorm in het menselijk lichaam rondreizen waardoor we op komische wijze bijleren over bloedcellen, organen, spieren, enzovoort. Didgé schreef het merendeel van de gags en kortverhalen. Ernst leverde af en toe ideeën. Omgekeerd bedacht Didgé weleens gags voor Knipoogje van Ernst en hij schreef het laatste vervolgverhaal van William Hazehart.
Melly Brown
MELLY BROWN
1985
Tekenaar: Xavier Musquera
Scenarist: Jean Dufaux

De jonge Melly Brown moet zien te overleven tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog en de slavernij. Ze raakt compleet betrokken bij de oorlog tussen Noord en Zuid en een paar historische veldslagen (Bull Run, Gettysburg). Het duo Xavier Musquera en Jean Dufaux maakten na de twee albums van Melly Brown het album Lucius wat een voorloper is van Murena die Dufaux voor Philippe Delaby zou schrijven.
Ed en Ad
ED EN AD
1985-1989
Tekenaar: Patrick Cadot
Scenarist: Bom

Ed en Ad zijn een tweeling. Ed heeft de merkwaardige eigenschap dat hij zich kan veranderen in een wolf. De vierdelige reeks met ondermaatse, simplistische scenario's richtte zich op de jongste lezers van het weekblad. Patrick Cadot tekende in zijn ronde stijl ook nog drie verhalen van Jordan op scenario van Philippe Richelle, ook weer met bovennatuurlijke elementen.


De Jonge Reinout
DE JONGE REINOUT
1985-1990
Tekenaar: Bruno DiSano
Scenarist: Jean Dufaux, Mythic

De jonge ridder Reinout droomt van het avontuur. Dat krijgt hij in overvloed op een fantasydienblad geserveerd. Na negen verhalen van een vijftiental pagina's door Jean Dufaux nam Mythic de scenario's over. Wonderland Half Vier Productions bundelde een aantal kortverhalen in twee albums.
Lou Smog
LOU SMOG
1986-1993
Auteur: Georges van Linthout

Lou Smog en zijn partner Lefty zijn twee Amerikaanse detectives in de jaren 1950. Ze zijn nogal vaak te vinden in natuurdecors in plaats van stadsdecors. Hun onderzoeken variëren van realistische zaken tot de mogelijke verschijning van ufo's. Le Lombard gaf de eerste vijf verhalen in album uit. Dat deed uitgeverij Bonte nog eens opnieuw met een aanvulling van nog eens twee albums.
Claudia Brücken
CLAUDIA BRÜCKEN
1988-1991
Tekenaar: Minck Oosterveer
Scenarist: Willem Ritstier

De komst van Nederlander Rob Harren aan het roer van het weekblad zorgde voor een doorstroming van Nederlandse stripmakers. Minck Oosterveer en Willem Ritstier pasten een eerdere, karikaturale creatie voor Eppo Wordt Vervolgd aan voor Kuifje en zo kwam de Berlijnse politie-inspectrice Claudia Brücken in Kuifje terecht. Ze sierde ook de cover van drie nummers. Bij Le Lombard volgden drie albums in 1990 en 1991, ook in het Frans. De Nederlandse aanwezigheid was een kort leven beschoren. Er waren al veertig pagina's van een vierde verhaal klaar dat pas in 2000 werd afgewerkt voor een albumpublicatie bij Uitgeverij Boumaar.


Jackson
JACKSON
1988-1993
Tekenaar: Marc-Renier Warnauts
Scenarist: Frank Giroud

Brits Columbia, een onherbergzaam stuk land aan het uiteinde van de wereld waar walvisjagers, trappers, pioniers en bandieten een vreemd allegaartje vormen, zo ook Floyd, een oude, doortrapte Yankee. Hij moet de dochter van een bankier, die destijds door indianen ontvoerd was, terugvinden. Het spoor leidt naar de Bois-Brûlés (metiezen die half Amerikaanse indianen en half Canadeze Fransen zijn). Floyd vindt een van deze halfbloeden, Jackson, bereid hem naar het gebied van de Bois-Brûlés te leiden. Er verschenen vier albums van Jackson, het laatste bij Wonderland Half Vier Productions.
Professor Stratus
PROFESSOR STRATUS
1989-1992
Auteur: Guy Counhaye

Na de geflopte reeksen De Dolende Ruimtevaarders (op scenario van Raoul Cauvin) en Geo & Tafta voor Robbedoes hield Guy Counhaye het even voor bekeken en schreef wat kinderboeken en niet-vertaalde one-shots voor hij in 1989 een comeback maakte in Kuifje met de fantastische avonturen van professor Stratus die schatplichtig zijn aan de romans van Jules Verne. Le Lombard bundelde in de jaren 1990 vijf verhalen in drie albums. Arcadia vzw vervolledigde de albumreeks in 2011 met het laatste vervolgverhaal.
Viva Zapapa
VIVA ZAPAPA
1989-1992
Auteur: Peter de Smet

Ook Peter de Smet, die in 1967 een oerversie van De Generaal aanbood aan Kuifje (hij kreeg er wel voor betaald, maar het werd niet gepubliceerd), kreeg dankzij hoofdredacteur Rob Harren de kans om in het weekblad te publiceren. Dat deed hij met een gagreeks over drie Mexicaanse revolutionairen, de een nog dommer dan de ander. Er verschenen twee albums van.


Dorpsverhalen
DORPSVERHALEN
1989-1991
Tekenaar: Benoît Roels
Scenarist: Jean-François
Di Giorgio naar de roman van Jean-Louis Foncine

Jean-François Di Giorgio, de tegenwoordige scenarist van Samoerai, bewerkte drie romans van de Franse jeugdschrijver Jean-Louis Foncine, een pseudoniem van Pierre Lamoureux, onder de overkoepelende reeksnaam Dorpsverhalen. Slechts de eerste twee verschenen in Collectie Code. Het derde album verscheen enkel in het Frans.
Donnington
DONNINGTON
1989-1991
Tekenaar: Jean-Yves Delitte
Scenarist: Philippe Richelle

Donnington onderzoekt de moord op een modejournalist in Leopoldville in Congo die ogenschijnlijk is uitgevoerd door luipaardmannen. De zaak blijkt ingewikkelder dan verwacht en het leidt Donnington naar een geval van spionage. De trilogie leidde naar een volgende samenwerking tussen Jean-Yves Delitte en Philippe Richelle: de politiek hoogstaande thriller Achter de Schermen van de Macht. De heren kregen echter ruzie waardoor Richelle de laatste twee albums zelf tekende.
Silvester van Rochefort
SILVESTER VAN ROCHEFORT
1989-1992
Tekenaar: Thierry Cayman
Scenarist: Bom

De tienjarige Silvester zwerft door de bossen nadat zijn ouders werden afgeslacht door de bende van Hoderik de Zwarte. Hij wordt opgenomen in een klooster waar hij vriendschap sluit met een voormalige Tempelier. Zeven jaar later is Silvester behendig met het zwaard en denkt hij steeds meer aan het nemen van wraak. Doorheen de reeks zal hij ook nog naar het Heilige Land trekken. De reeks verscheen in vier delen. Thierry Cayman tekende daarna nog een paar albums van Tristan.


The Black Hawk Line
THE BLACK HAWK LINE
1990-1993
Auteur: Jack Staller

Nederlander Jack Staller mocht een luchtvaartstrip uitwerken en kwam met een periodestrip op de proppen die is gebaseerd op de Amerikaanse legereenheden die met Vliegende Tijgers vlogen. Hoofdpersonage Decker gaat vliegen voor een maatschappijtje van een van zijn kameraden uit het voormalige escadrille dat op Chinese bodem deelnam aan de Tweede Wereldoorlog na de Japanse aanval op Pearl Harbor. Stallers vader is zelf een Chinees.
Gil Sinclair
GIL SINCLAIR
1990-1992
Tekenaar: Walli
Scenarist: Bom

Aan pilotenstrips geen gebrek in Kuifje. Na het opdoeken van de gagreeks Ton en Tinneke in 1988 en na het laatste verhaal van hun overname van de dierenreeks Chlorophyl in 1989 waagden Walli en Bom zich nog aan de reeks Gil Sinclair over twee Amerikaanse piloten aan wie de gevaarlijkste missies worden toevertrouwd en die hen heel dicht in de buurt brengen van Adolf Hitler. Bom is als scenarist nog sporadisch actief. Voor Walli was Gil Sinclair zijn zwanenzang als striptekenaar na de vier verschenen albums. Hij illustreert tegenwoordig kinderboeken en maakte een fietsgids voor Brussel en handleidingen voor astronomen.
Madila
MADILA
1992
Auteur: Chantal de Spiegeleer

Chantal de Spiegeleer is de weduwe van René Sterne (Adler) die na diens dood het Blake en Mortimer-tweeluik De Dertig Zilverlingen afwerkte. Haar gestileerde tekenstijl is schatplichtig aan die van haar echtgenoot terwijl de verhalen zich in een compleet ander milieu afspelen: de mode met een mannequin als hoofdrolspeelster.


Gowap
DE GOWAP
1993
Tekenaar: Curd Ridel
Scenarist: Mythic

Geraldine vindt een nieuw huisdier dat ze Gowap noemt naar de kreet die hij telkens slaakt. Hij is een soort dinosauriër die niettemin door de familie wordt opgenomen. Het wezen zet het huis op stelten en zaait overal chaos. Maar hij is wel lief, beestachtig lief. Curd Ridel (Tandori) schiep op zijn eentje of in samenwerking met anderen stripreeksen en kinderboeken voor de (allerjongste) jeugd.
Witte Horizon
WITTE HORIZON
1993
Tekenaar: André Osi
Scenarist: Pascal Renard

In het laatste halfjaar dat Kuifje verscheen, raakten nog enkele nieuwe series gelanceerd. De financiële actiethriller Witte Horizon was er een van. Joël is een jonge erfgenaam van een groot fortuin. Tot ieders verbazing verkoopt hij al zijn aandelen in het familebedrijf, laat alles vallen en gaat het leger in. Het is het begin van een reeks vol achtervolgingen, actie, mooie wagens en meiden, corrupte politici. Enkel in het Frans verscheen er in 2001 nog een vierde deel bij de kleine uitgeverij Clever, getekend en geschreven door André Osi. Sinds 2009 tekent hij een historische stripreeks over Napoleon Bonaparte. Pascal Renard (bekend van Alfa) pleegde in 1996 zelfmoord.
Castel Armer
CASTEL ARMER
1993
Auteur: Henri-Joseph Reculé

De middeleeuwse, epische fantasyreeks Castel Armer raakte niet ver in voorpublicatie, maar uiteindelijk verschenen er nog wel vijf albums bij Le Lombard. De in Chili geboren Henri-Joseph Reculé kreeg zijn kans bij Le Lombard na het winnen van een tekenwedstrijd wat hem een eerste album, De Legende van Kynan (geschreven door Jean-Luc Sala), opleverde. Hij schreef en tekende vervolgens zelf de complete reeks Castel Armer voor hij Stephen Desberg ontmoette met wie hij sindsdien bleef samenwerken.


 
Rubine
RUBINE
1993
Tekenaar: François Walthéry, Bruno DiSano
Scenarist: Mythic

In het voorlaatste nummer van Kuifje werd nog de nieuwe serie Rubine gelanceerd waarvoor François Walthéry en Bruno DiSano het tekenwerk verzorgden. De rest moesten de lezers maar in het album lezen. De politiethriller over de rosse flik in Chicago zou nog de langst lopende serie worden van reeksen die in de jaren 1990 in Kuifje opdoken. Na een paar tekenaarswissels verscheen in 2011 het dertiende en laatste album. In 2014 en 2015 gaf Le Lombard de complete reeks uit in vier Franse integrales.