Aan alles komt een eind
Vooreerst gedenken we de overleden stripauteurs en aanverwante vakgenoten van 2020. Op onze Facebookpagina presenteerden we hen in een fimpje, hier kan je hen terugvinden in een pdf. Klik op de afbeelding om de te lange lijst te raadplegen.

In memoriam 2020

SEPPE COOLS: Vreemd jaar
2
220, wat een vreemd jaar. Covid-19 was een grote pretbederver, maar zoals Johan Cruijff ooit zei: Elk nadeel hep zijn voordeel." De lockdown bood heel wat kansen om strips te (her)lezen en nieuwe reeksen te ontdekken. Ook kwam ik mentaal meer tot rust en leerde ik opnieuw genieten van de kleine dingen in het leven. Op stripvlak heb ik in vergelijking met vorig jaar een pak meer gelezen, dus zou het nu makkelijker moeten zijn om een top-10-lijstje te maken. Niet dus. Ziehier een poging tot, in willekeurige volgorde.


Allereerst vond ik Het Beest fantastisch. Nooit gedacht dat André Franquins schattige en grappige Marsupilami zo'n prachtig eerbetoon zou krijgen, maar met Zidrou en Frank Pé aan het roer verwondert dat anderzijds niet.

Het Goud van de Zwendelaar was een one-shot dat me geboeid bleef houden. Voor ik het wist, zat ik op het einde en dankzij het prachtige tekenwerk en de sterke vertelstijl herlees ik hem vast en zeker in 2021.

Fantasyreeksen liggen me wel en quasi alles rond de wereld van Arran kan me overtuigen, al is het alleen maar voor het magistrale grafische luik. Orks & Goblins steekt erbovenuit, bij reeksen als Elfen en Dwergen heb ik nog een hele inhaalreis voor de boeg.

 
Ook ben ik een westernfanaat en in dat genre sprak The Last Gambler me het meest aan. Het is geen doorsnee revolverheld meets schurkwestern, maar de legende over de man die valsspeelmethodes bij poker bedacht triggerde me. Ook West Legends is een veelbelovende conceptreeks. Wat mij betreft een goede zet van Daedalus om deze serie ook te vertalen.

De Blauwbloezen deel 65 was voor mij dan weer de grootste "verfrissing" op stripgebied. Jose Luis Munuera's tekeningen gaven veel schwung aan het verhaal, zonder Willy Lambil te hoeven kopiëren.

 
De eerste De Nieuwe Avonturen van Roodbaard was een eerste kennismaking met Roodbaard buiten de Asterix-verhalen (shame on me), maar hierdoor ben ik wel de oudere verhalen gaan lezen. Vandaar ook een vernoeming in mijn jaaroverzicht, want soms kunnen vernieuwde versies een springplank zijn om in het verleden te duiken.

Comics doen het ook altijd goed, zeker nu Dark Dragon Books zowel Marvel- als DC-comics uitgeeft. Spider-Man: Life Story springt eruit door het concept: Wat als helden oud kunnen worden?

Ook ben ik liefhebber van jeugdreeksen en Bolle van Steven Dupré was in dat segment een aangename kennismaking. Diep in de Zee ken ik al langer en ook deel 5 heb ik met veel plezier gelezen.

Het coronavirus zorgde voor een vloedgolf aan cartoons en Charel Cambrés We Mogen Niet Klagen was een mooie verzameling van knap tekenwerk en rake cartoons. Lectrrs jaaroverzicht was dan qua directheid nog straffer, maar het tekenwerk van de nieuwste Bronzen Adhemar-winnaar blijft fenomenaal.

Ook het vermelden waard: De Kronieken van Amoras deel 7, De Engelen van Auschwitz, De Drager en guilty pleasure Junior Suske en Wiske.

Toch ben ik nog steeds niet rond met de titels die ik nog zou willen lezen. Op het te lezen-lijstje staan nog RIP, De Wolf, De Bom, Blue Note, Driftwereld, Tot de Laatste... en ongetwijfeld staat hieronder nog materiaal dat mijn overzicht zou kunnen doen veranderen.

2020 was op stripvlak in mijn ogen beter dan het vorige, ik ben benieuwd wat het nieuwe jaar brengt. Al één voornemen heb ik alvast gemaakt: meer besprekingen schrijven. Ik wens jullie het allerbeste voor het nieuwe jaar!

JACKY CORNELIS: Topjaar voor westerns
Het is weer die tijd van het jaar. Van alle kanten krijgen we de beste wensen van vrienden en familie. We moeten er ondanks alles het beste van maken. Eén ding is wel zeker...  Het wordt een Kerst om nooit te vergeten.  Als verpleegkundige heb ik wat Covid betreft dit jaar een en ander gezien. Hoe een quasi onzichtbaar organisme de werking van een ziekenhuis kan ontwrichten en bij extrapolatie ook een hele samenleving.
 
We leven uiteraard in het hier en nu en dit is onze last om te dragen. "Eens in een generatie", luidde het eerder deze week in de media. Laten we echter niet vergeten dat er ooit een pestepidemie heerste die meer dan de helft van Europa uitmoordde. Men spreekt niet voor niets over "de waanzinnige veertiende eeuw". Ja, dan komen we er met vereende krachten nu misschien wel beter vanaf. Ongetwijfeld gaat dit in de toekomst nog tot stripverhalen leiden. Liefst niet de eerstkomende vijf jaar of zo...
 


Het leed, de angst, en soms ook de dubbelzinnigheid van deze pandemie hebben overigens ook striptekenaars aan het denken gezet. Op Facebook deelde Charel Cambré bijvoorbeeld bijna dagelijks cartoons met een humoristische twist. Anderen zijn hem gevolgd en hebben voor menig dagelijks lichtpuntje in duistere tijden gezorgd. Waarvoor veel dank! Bijzonder beklijvend was trouwens het eerbetoon van Milo Manara aan al wie ten strijde trok tegen het virus. 
 
Gelukkig waren er in 2020 ook veel nieuwe uitgaven in het stripwereldje. Ondergetekende is een groot westernfan en wat dat betreft was 2020 een topjaar. We begonnen met een ode aan Blueberry van Christophe Blain en Joann Sfar die ons wist te bekoren. Er volgden zowel nieuwe reeksen als vervolgen: Marshal Bass, Duke, Tex Willer, Het Venijn, Lucky Luke, West Legends, De Blauwbloezen en dan ben ik er ongetwijfeld nog een heleboel vergeten. 
 
 
Een andere trend die naadloos van 2019 over 2020 naar 2021 doorloopt is die van de integrale uitgaven. Voor de stripverzamelaar de uitgelezen kans om klassiekers in huis te halen zonder fortuinen neer te tellen. Wie kent Piet Pienter en Bert Bibber nog? Of de reeks Bakelandt, die eerlijkheidshalve stilaan de vergetelheid in dreigde te geraken. Beide reeksen doen het bijzonder goed in hun intregaal jasje, en volkomen terecht! We blijven het uitgavebeleid van de uitgeverijen wat dat betreft nauwlettend volgen. Begin 2021 komt de western Chinaman er bijvoorbeeld aan. Een aanrader!
 
Ook de Vlaamse strip was dit jaar alomtegenwoordig. Jommeke vierde zijn driehonderdste  album. En Suske en Wiske mochten vijfenzeventig kaarsjes uitblazen. Waar het bij Jommeke uiteraard maar om één speciaal Jomme-album ging, stonden er voor Suske en Wiske toch wel wat bijzondere dingen op til. Paul Geerts tekende voor het eerst sinds lang nog eens een verhaal. De Preutse Prinses deed ons met nostalgie terugdenken aan onze eigen jeugd. Het tekenwerk althans. Wat het verhaal betreft, beseffen we dat we de reeks wat ontgroeid zijn. Het is allemaal wat braafjes, daar waar we stiekem vuurwerk verwacht hadden. Nog specialer was de uitgave van De Sonometer,een verhaal dat voorbestemd was voor het weekblad Kuifje en aldus zijn plaats gemist heeft in de illustere Blauwe Reeks, toch wel Willy Vandersteens paradepaardje. Van het verhaal bestonden een paar lijnen synopsis en wat schetsen. Duizendpoot Dirk Stallaert en François Cortegianni deden hun best om hier een album van te maken dat aansluiting vond bij zijn voorgangers. Ook deze missie sloeg de bal wel een beetje mis. We kunnen hier een en ander van leren... Vandersteen was een topverteller wiens fantasie quasi niet te evenaren valt. Suske en Wiske blijft met zijn tijd meegaan en zo hoort het ook. Een album maken om zuiver en alleen op de nostalgie van een groep lezers in te werken is in dat licht niet meteen de beste optie. Het siert Standaard Uitgeverij dan weer om toch te blijven investeren in hun topreeksen. 

JOHAN DECLOEDT: Meden en Perzen
Het klimaat quasi definitief op hol. Brexit-Boris die nog jaren damage control als hoofdtaak zal hebben. Biden met de schier uitzichtloze taak om een diep verdeelde USA terug echt great te maken. België dat plots zal ontwaken met een totaal ontspoorde begroting en een belastingtsunami om putten te vullen. Populistische dictators die overal ter wereld rampzalige punten scoren voor hun achterban. En daar bovenop ook nog een virus dat ons dagelijks leven, in het beste geval, totaal overhoop gooide. Ja, 2020 kan tellen als disruptief jaar. 2021 moet en zal dus het jaar van de hoop worden. Fingers crossed.
 
Gelukkig maar dat de stripwereld, een van de meest belangrijke bijzaken, ons dan ook dit jaar het broodnodige "vertier ende vermaak" schonk.

Ik heb dit jaar veel strips gelezen, niet alleen de nieuwe van 2020, maar ook de oude uit mijn  collectie. Ik blijf genieten, herlezing na herlezing, van klassereeksen als Comanche, Bruno Brazil, Lanfeust, Kobijn, de vroege Lefrancs en Rik Ringers, Olivier Blunder en vele, vele anderen. Het blijft een ijzeren wet van Meden en Perzen, maar zowel verhaal als tekeningen moeten goed zitten.

 
 En dit brengt me naadloos bij de (langlopende) reeksen. Ik onderscheid vier types:
1. Vooreerst de veteranen. Reeksen waarbij diverse nieuwe tekenaars en scenaristen ervoor zorgen dat we kunnen blijven genieten van onze geliefde helden. Meestal met wisselend succes, maar in 2020 was de spoeling eerder zeer dun te noemen.
2. Daarnaast zijn er de toppers. Relatief nieuwe reeksen die ons blijven charmeren, met als onbetwistbaar hoogtepunt deze over de werelden van Arran. Orks & Goblins, Dwergen, Magiërs en Elfen. Zelden heb ik me een aankoop beklaagd. Integendeel. Een goede tweede hier is de reeks Centaurus, dit jaar afgesloten met Het Dode Land.
3. Vervolgens kennen we allemaal de net-nieters. Reeksen die zeer sterk startten, maar te veel uitgemolken worden (bijvoorbeeld Wunderwaffen) en reeksen die absolute toppers afwisselen met te mijden aankopen  (bijvoorbeeld De Grote Zeeslagen).
4. Afsluiten doen we met de beloften. Recent opgestarte reeksen die ons nu uiterst charmeren (De Beestenburcht, Op Mars_, Ter, U.C.C. Dolores) en waarbij we hopen dat ze volgend jaar bij de toppers zullen behoren of minstens beloften blijven.

 
 En ook dit jaar was er geen ontkomen aan de integralenvloedgolf. Ideaal om je eindelijk de reeksen aan te schaffen die kwalitatief zijn, maar die je om een of andere reden nog niet in huis haalde. Maar ook aartsmoeilijk om te beslissen welke je zal aankopen waardoor je afscheid zal dienen te nemen van je zo gekoesterde individuele albums. Onze ruimte is nu eenmaal beperkt. Dit jaar gaan de prijzen naar Bloedkoninginnen: Eleonora, Trigië, Nero - De Stallaert-jaren en Bakelandt. De gemene deler bij de laatste drie is zonder twijfel de aanwezigheid van uitgebreide en kwaliteitsvolle dossiers. Eleonora heeft dat zelfs niet nodig om een topaankoop te zijn.

 
Naast het reeksenverhaal en het geweld van de integralen zijn er nog een aantal albums die me dit jaar charmeerden. In willekeurige volgorde zijn dat Keizerin Charlotte deel 2, Yasmina (Het Geheim van de Chef), Astrid IJskoud (Hoe Je een Yeti Koudmaakt), Tot de Laatste, De Slang en de Speer en het Baard en Kale-verhaal Waar is Kiki Gebleven?.

En alvorens banvloeken over me heen te krijgen: nee, ik heb Het Beest, De Wolf, De Bom en een honderdtal andere albums nog niet kunnen lezen. Maar ik heb geen nood aan nog eens drie of meer maanden "zachte" lockdown om ze allemaal te lezen. Zonder gaat ook.

Op naar 2021. Ik wens iedereen uiteraard een goede gezondheid en vele, vele hartverwarmende, spannende, uitdagende, meeslepende, verbazingwekkende en originele strips. Afsluiten doe ik graag met de gekende wijsgeer M. Carey: "All I want for Christmas is... a vaccine."

WIM DE TROYER: Wolla, wat een sausloos jaar!
Over dit jaar ga ik niet te veel zagen, want het was een rotjaar. Qua strips hadden we dan echter wel enkele troostgevende lichtpunten. Opvallend in mijn persoonlijke collectie is dat ik steeds minder geneigd ben reeksen aan te schaffen of op te volgen, en eerder aangetrokken ben tot verhalen die in één of twee albums verteld zijn. Ik zou daar theorieën kunnen over spuien, maar hoe het komt, weet ik zelf niet goed. Ik word oud.

Als ik mijn shortlist bekijk valt me ook op dat er weinig vrolijke verhalen tussen zitten. Angst, weltschmerz, verslaving, zelfmoord, pedofilie, waanzin... Sjonge jonge toch, wat een vrolijke boel!

Laat ik dan maar beginnen met het album dat me het hardst heeft doen lachen: Groepstherapie van Manu Larcenet. Zwartgallig, akkoord, en zeer snedig, maar de pure expressieve kracht van Larcenets aardappelneusventjes doet me elke keer onbedaarlijk schuddebuiken. Zijn integrale editie van Blast kon ik dit jaar ook voor het eerst in het Nederlands lezen, daar viel veel minder in te lachen, maar het is en blijft de sterkste beeldroman in jaren.

 
 Ik heb een zwak voor sfeer. Een goedgeplaatste prent waarin niets gebeurt, of waar je even kan verpozen tussen de denkrimpels van een karakterkop, daar kan ik zo enorm hard van genieten. Soms moet ik zelfs de plot niet helemaal begrijpen om er van te genieten. Qua sfeerschepping met de meeste plot staat De Wolf van Jean-Marc Rochette in mijn eindejaarslijstje. Het ideale album om achter een knetterend haardvuur te lezen terwijl buiten de wolven huilen in een sneeuwstorm. Minder plot, maar heel wat meer sfeer is dan weer het œuvre van Ward Zwart, die ons in 2020 helaas ontviel. Zijn Wolven en Ik Kom van Ver Maar Blijf niet Lang zijn pareltjes die ik koester. Dank je wel voor de pracht. Daedalus van Charles Burns is de start van een nieuwe reeks. De personages zijn geïntroduceerd, de sfeer is er, we weten alleen nog niet WAT er gaat gebeuren. Ik zit alvast popelend te wachten op meer. En dan nu het album met het meeste sfeer, maar waarbij de plot zo ver zoek is dat we het niet aandurfden hem te bespreken. Ik volg Ibrahim R. Ineke al enige tijd, en ik kan met de hand op het hart zeggen dat ik van zijn albums geen hol versta. Maar ik vind ze wel mooi, en als ik me intelligent voel, ga ik er eens lekker voor zitten en sta ik weer met beide voetjes op de aarde. Zijn ZΩe doet wat ik van zijn werk verwacht, het daagt me uit, het prikkelt me. Wie echter uit is op een "wie, wat, hoe, wanneer"-verhaal: mijden die handel!

 
RIP 1: Derrick was een beetje de verrassing voor me. De collega's hadden hem me aangeraden, en inderdaad: een zeer amusante, lijkzwarte strip. Diezelfde collega raadde me ook Jazz Maynard aan, en weerom had hij gelijk.

Twee albums die niet mochten ontbreken in mijn eindejaarsoverzicht zijn Aaron van Ben Gijsemans, een huzarenstukje van vertelkunst over een jongeman die worstelt met zijn pedofiele neigingen, en Vrijwillig Dood, een opnieuw somber album over zelfmoord. Zeer mooi vormgegeven door uitgeverij Scratch Books. Die moeten we echter eens heel hard aan de oren trekken, want van het handvol albums van hen dat we lazen, ontdekten we toch telkens taalkundige slordigheden, tot dt-fouten toe. Dat kan niet, dat mag niet.

Om dit stukje, mijn jaar en jouw leeservaring op een positieve noot te beëindigen: voor Kerstmis deed ik me dit jaar Pieter De Poortere's tweede Boerke Bijbel cadeau. Zo is de sfeer alvast gered. Snij de kalkoen aan, James, en schenk ons nog eens in. Op een beter jaar, mooiere tijden, op jouw gezondheid en die van je geliefden, beste lezers. Proost!

KOEN DRIESSENS: Die traktaties van 2020!
Door omstandigheden kwamen we het afgelopen jaar minder vaak in de stripwinkel dan ons lief was (maar vaker dan ons lief (de meeste) vrouwen en strips, 't zal nooit wat worden). De keren dat het wel kon, voelden dan wel weer als ware traktaties aan. De boeken en albums op de schappen kregen als vanzelf een patina van begeerlijke exclusiviteit. Herinner je, wat een sof toen in het voorjaar de boekhandels dicht moesten blijven, maar we beten op onze tanden en gaven niet toe aan de verleiding strips in de supermarkt te kopen! En herinner je, wat een heerlijke paar weken, toen enige tijd geleden behalve de grootgrutters alleen de boekhandels open mochten blijven. De boekenliefhebbers ruleden de winkelstraten!

Chapeau voor de stripbedrijvers dat ze ondanks alles stug doorgewerkt hebben. Uitgevers bleven uitgeven, vertalers vertalen, recensenten recenseren en auteurs... euh schrijven en tekenen. We stellen ons zo voor dat auteurs — niet afgeleid door buitenhuiselijke bekommernissen — van hun confinement en de gewonnen zeeën van tijd dubbel en dik gebruikgemaakt hebben om zich ten volle aan hun métier te wijden en meesterwerken te creëren die binnenkort in de stripwinkel zullen liggen. 2021 is wat dat betreft zeker een stripjaar om naar uit te kijken, mogen we hopen.

Dankzij de plichtsbewuste ijver van stripmakers deden we, trouw aan onze stripwinkel, zelfs het afgelopen jaar enkele ontdekkingen en tikten we weer knappe werkstukjes op de kop. En wat boffen wij in dit kruispuntlandje toch van het ruime aanbod internationale strips dat in onze stripwinkels terechtkomt of zelfs vertaald raakt. Van het vertaalde moois van 2020 willen we jou, lezer, zeker deze vijf titels nog eens inprenten. Als je het afgelopen jaar niét in een stripwinkel bent geraakt of niét aan lezen bent toegekomen wegens te druk met hamsteren, zoomen of ruziën met huisgenoten: haal je schade in met deze titels!

 
1. Zwarte Waterlelies (Didier Cassegrain + Fred Duval, naar Michel Bussi). Die tekeningen! Die plot! Die perfectie!
2.
Karmen (Guillem March). Die stad! Dat kapsel! Die sproetjes!
3. Kent State (Derf Backderf). Die triggerhappy bottinekes! Dat noodlot! Die research!
4.
De Wolf (Jean-Marc Rochette). Die ruwe schoonheid! Die bergen! Die oerkrachten!
5. Onklopbaar 2 (Pascal Jousselin). Die zotheid! Die originaliteit! Die onklopbaarheid!

DAI HEINEN: Voltreffers en flops
Toen ik mijn jaarlijkse stripoverzicht voor 2019 schreef, had nog bijna niemand van covid-19 gehoord en zag de wereld er heel anders uit dan nu. Persoonlijk ben ik het jaar gezond doorgekomen, maar mijn vakanties naar exotische en avontuurlijke landen zijn uitgesteld. Hopelijk brengt 2021 meer positieve dingen voor de wereld dan 2020. Gelukkig bracht 2020 ook weer genoeg mooie stripalbums en was het elke keer weer een dilemma wat ik meenam uit de stripwinkel en welke albums ik soms met moeite achterliet. Ook deze keer was het daarom weer een lastige opgave om mijn persoonlijke top-10 samen te stellen. Op basis van willekeurige volgorde kom ik tot onderstaande top:

 
1. Uitgeverij Microbe brengt niet heel veel uit, maar wat er verschijnt, is wel goed. RIP deel 1 vond ik een van de beste verhalen van dit jaar. Het gaat over de belevenissen van een groep schoonmakers die huizen van overleden personen opruimt.
2. Ook het debuut Wild West 1: Calamity Jane was meer dan geslaagd. Genieten van het verhaal en de tekeningen, wat wil een striplezer nog meer?
3. Tot de Laatste was een voltreffer van Saga Uitgaven, een harde western met een spectaculair einde.
4. De positieve reviews waren volkomen terecht voor Spider-Man: Life Story. Peter Parker wordt daarin ouder, maar zijn vijanden ook. En als de tekeningen ook nog van Mark Bagley zijn, is het geheel nog mooier.
5. Nu Centaurus deel 5 is verschenen, ging ik over tot het aanschaffen van de hele reeks, ik was nog onbekend met het werk van tekenaar Zoran Janjetov, maar wat een talent. Normaal ben ik geen grote fan van sciencefiction, maar dit keer ben ik blij dat ik deze reeks heb mogen ontdekken.
6. USS Constitution deel 1, na Atilla, Mijn Geliefde... en De Piraten van Barataria een nieuwe reeks van tekenaar Franck Bonnet. Ook het schrijven gaat hem goed af.
7. Gilles de Geus integraal deel 1 en 2. Het blijft jammer dat er geen nieuwe albums meer verschijnen van de Nederlandse Asterix. Met name de tweede integraal bevat enkele zeer goede verhalen met onder andere De Revue en De Batavia.
8. De Nieuwe Avonturen van Roodbaard deel 1, een geslaagde terugkeer van de bekendste strippiraat. We moesten er vele jaren op wachten, maar het nieuwe duo levert goed werk af.
9. De Slang en de Speer deel 1, alleen al voor de tekeningen van Hub is het de aanschafprijs waard. Sinds Quetzalcoatl ben ik een fan van Inca-strips, jammer dat er maar zo weinig zijn.
10. Rani deel 8, aan alles komt een einde. Hoe jammer het soms ook is, want de avonturen van Jeanne Dubois, beter bekend als Rani, waren meer dan de moeite waard.

Niet alle nieuwe strips kunnen de top-10 halen, maar dat is geen reden om enkele geslaagde aankopen alsnog te benoemen in mijn persoonlijke terugblik. De Schorpioen gaat verder met een nieuwe tekenaar, maar de reeks is zeker nog niet versleten. Het begin van Black Squaw is veelbelovend en Carthago is soms wisselend van kwaliteit, maar blijft interessant. Tango leest lekker weg, maar is nog niet de nieuwe Bernard Prince. Tanguy en Laverdure Classic is een prima retrostrip. Uitgeverij Arboris, waar blijven de ontbrekende albums van de hoofdreeks? De Onthoofde Arenden is een van de betere middeleeuwse ridderstrips, jammer dat het einde van de reeks in zicht is. Storm is op de weg terug als we ons op Het Offer van Narvatica baseren. In De Nieuwe Wereld waren alle recepten aanwezig voor een geslaagde Inca-strip.

Behalve voltreffers en geslaagde aankopen waren er toch ook dit jaar weer genoeg reeksen waar ik meer van had verwacht, zoals Blake en Mortimer in handen van Jean Dufaux. Hopelijk blijft het bj zijn twee albums, want dat buitenaardse vind ik toch minder passen bij deze reeks. Met Murena bewijst Dufaux dat hij wel degelijk goede verhalen kan schrijven, maar de nieuwe tekenaar Theo is toch beduidend minder dan wijlen Philippe Delaby. Het eerste album van zijn hand viel nog mee, maar halverwege zijn nieuwe album gaat de kwaliteit heel snel achteruit.

Hommagestrips zijn over het algemeen niet zo mijn ding, de Blueberry door Christophe Blain en Joann Sfar kon me niet bekoren qua verhaal en tekeningen. De Ridders van Heliopolis: iets vreemder vinden dan dit is een uitdaging. De Jonge Jaren van Thorgal: wat voegt deze reeks nog toe aan het personage? U.C.C. Dolores: Didier Tarquin is een uitmuntend tekenaar, maar ik lees toch liever Lanfeust met Hebus dan een non met een ruimteschip.

Zoals elk jaar zijn er ook weer reeksen die je teleurstellen, daarom ook deze keer de floptop-5:
1. Jeremiah wordt ieder jaar net iets slechter. Een knappe prestatie, want het is al jarenlang niet best.
2. Thorgal: nooit verwacht de Viking hier terug te vinden, maar het was deze keer wel heel mager.
3. Duke: potentieel genoeg, maar ook na vier delen komt het er nog altijd niet uit
4. Ythaq: heeft Arleston er nog wel zin in?
5. I.R.$.: wanneer wordt Larry weer belastinginspecteur?

Waar hoop ik op voor 2021?
• De nieuwe Blake en Mortimer op scenario van Jean Van Hamme. Zal de oude meester weer zijn zoveelste topstuk presenteren?
• Integrale uitgaven van Jerome K. Jerome Bloks.
• Een nieuwe De Familie Doorzon door Gerrit de Jager.

WOUTER PORTEMAN: In vraag stellen
1. Corona, je kan er niet omheen. Beroepsmatig ben ik actief in de medische sector die rechtstreeks beïnvloed wordt door covid-19. Bij het begin van de eerste, volledige lockdown leefde ik precies op een andere planeet. Er kwam een nooit geziene tsunami aan werk over me heen. Ik zie mezelf nog cruisen op een volledig lege E17, terwijl op de radio een reporter aan een of andere viroloog vroeg of je van scheten ook corona kreeg. Het antwoord heb ik niet volledig gehoord omdat de gsm weer overging met alweer een urgent leveringsprobleem. Terwijl ik net niet verzoop, stond de wereld stil. Alle vrienden, kennissen en media bekwaamden zich in zolders opruimen, netflixen, taarten bakken, e-peritieven en andere chille zaken om de tijd en de angst te verdrijven. De wereld stond stil, sloot zich op in zelfbeklag of vond zichzelf uit. Dezelfde reacties zag je in de stripwereld. Sommige stripspeciaalzaken heropenden opgelucht hun onveranderde winkels. Anderen omhelsden deze noodgedwongen pauzeknop en stelden zichzelf in vraag. Ze pakten uit met wekelijkse signeersessies, videostreaming van tekenbattles, speciale ex-librissen, limited editions, huisleveringen, enzovoort. Het gaf me hoop. Hoop dat er nog steeds lokale winkels zullen zijn zolang ik strips blijf lezen en verzamelen.

 
2. 2020 was een jaar met enorm veel stripgerelateerde overlijdens. Plots viel me op hoe oud mijn striphelden zijn. Ben ik een ontkennende postzegelverzamelaar met oogkleppen op? Wie zorgt er nog voor vernieuwing in de mooiste hobby aller tijden? Ook de zogezegde nieuwe generatie met Simon Spruyt, Jordi Lafebre en Wauter Mannaert zijn al prille veertigers. Dertigers Brecht Evens, Michaël Olbrechts, Aimée de Jongh en vooral Bastien Vives staan er wel en bereiken een groter publiek, maar waar zijn de (andere) Vlaamse equivalenten? En waar zijn in hemelsnaam de twintigers? We hebben toch al jaren specifieke stripopleidingen! En plots waren ze daar. Eén lichting pas afgestudeerden van het Brusselse Luca School of Arts met stuk voor stuk debuten die er stonden. Thibau Vande Voorde (De Kever en de Koning), Dido Drachman (Zwanendrifters), Stephan Louwes (Limbo), Mattias Ysebaert (Uitzicht met Kamer, Inbreker) en Karolina Szejda (Tram 5). Ze combineerden in hun debuten originaliteit, verfrissing én leesbaarheid. Ontdek ze. Het gaf me hoop. Hoop dat er nog steeds goede striptekenaars zullen zijn die me zullen verrassen terwijl ik in het rustoord wacht op mijn door een roerzeef gedraaide wap (worst, appelmoes en patatten).

3. Corona. Fuck corona. Tussen de lockdowns door profiteerde ik ervan om mij cultureel te laven. In Brussel heb ik in alle intimiteit overweldigende tentoonstellingen gezien van Juanjo Guarnido en Didier Comès. Zo mooi. Zo mooi. Zo... Het gaf me tegengewicht voor de vele geannuleerde stripbeurzen en -festivals. Die expo's verdienden een stormloop aan bezoekers, de coronavrije Keith Haring-expo achterna, maar corona besliste anders. De Guarnido-expo in het Belgisch Stripcentrum is gelukkig nog maar eens verlengd. Mis die niet. Het geeft hoop. Veel hoop. En laat 2021 alstublieft beginnen met een geweldige expo over de terechte Bronzen Adhemar-winnaar Charel Cambré.

4. Wat het coronajaar 2020 als inspiratie gegeven heeft, krijgen we volgend jaar wel te zien in de stripwinkels. Maar 2020 was, in tegenstelling tot het makke 2019, een grand cru-jaar.

Mijn top-10:
1. Zwarte Waterlelies
2. De Slang en de Speer 1
3. De Beestenburcht 1 en 2
4. Het Beest 1
5. Keizerin Charlotte 2 
6. Tot Ziens Daarboven
7. Knock-out
8. De Kever en de Koning
9. RIP 1
10. De Bom
 
En dan vergeet ik nog De Aanslag, Tram 5, Het Goud van de Zwendelaar, Alleen in Berlijn, Driftwereld, Tot de Laatste, De Gevoelige Mannenclub, Manu Larcenets Ravian en Groepstherapie (de integrale heruitgave van zijn Blast blijft de beste strip van de laatste twintig jaar), De Wolf, Posthumus, Blue Note, Vrijwillig Dood, Aaron, De 5 Rijken,... en andere Amorassen. Het was echt, echt een uitstekend stripjaar. Het geeft hoop. Veel hoop. En nu op naar een geweldig 2021!

MARIO STABEL: Dark days are over... NOT!
In 2017 weigerde ik nog resoluut om Het Verslag van Brodeck van Manu Larcenet een eerste plaats te gunnen in onze jaarlijkse toplijst. Sterk dubbelalbum, daar niet van, maar omdat het een verstripping van een roman van Philippe Claudel was en geen origineel scenario, vond ik een gouden medaille net dat beetje te veel eer. Als we drie jaar later nog steeds dit criterium willen aanhouden, zou mijn jaarlijks lijstje nu vooral uit brave familiereeksen bestaan. We zien immers meer en meer gerenommeerde stripmakers aan de slag gaan met klassieke gevestigde waarden om hun verhaal te rebooten, hertalen of (in zeldzame gevallen) zelfs schaamteloos te kopiëren.
 
Zo haalde De Beestenburcht de mosterd bij George Orwell, Muizen en Mensen bij John Steinbeck, De 5 Rijken bij George R. R. Martin, Het Beest bij André Franquin en dit lijstje kan zo nog wel even doorgaan... Hoewel dit in de voornoemde gevallen steeds geleid heeft tot zeer sterke albums, is dit toch een tendens die ik met argusogen in de gaten houd.
 
Corona zorgde natuurlijk voor een ernstige crisis binnen het cultuurlandschap en o, wat mis ik de concerten, de toneelvoorstellingen, de literaire lezingen,... die steeds maar uitgesteld, verplaatst of afgelast werden. De map met virtuele vouchers op onze computer is de laatste maanden dan ook serieus uit haar voegen gebarsten. Daarnaast ontdekten heel wat mensen weer de geneugten van een goeie wandeling, truien breien of het lezen van een sterk boek. Mijn stripspeciaalzaak begon tijdens de eerste lockdown met leveringen aan huis en dat bleek een eclatant succes. Hij is dan ook een van de enige zelfstandigen die ik nog niet heb horen klagen... Mensen hadden plots weer tijd (én hopelijk wat geld!) om zich met strips bezig te houden.
 
Of corona en de bijhorende perikelen mijn smaak onbewust wat veranderd hebben, durf ik niet te zeggen, maar het is zeker een feit dat mijn jaarlijst heel wat inktzwarte titels bevat en de happy endings vaak ver te zoeken zijn. Zeldzame uitzonderingen hierop zijn de integralen van Govert Suurbier en Gilles de Geus en Baby op Komst, een dicht familielid van onze topper van 2018: De Grote Boze Vos.
 
 
Veruit het donkerste album dat ik dit jaar gelezen heb, is het zelfmoordverhaal Vrijwillig Dood van Steffen Kverneland. Op een magistrale manier tekent en schrijft hij zijn demonen van zich af, maar tegelijk laat hij je ook achter met een verschrikkelijk unheimlich gevoel. Diezelfde mokerslagen op het onderbewuste kregen we van Kent State (Derf Backderf) en Muizen en Mensen (Rébecca Dautremer). Die laatste was een spectaculaire visuele compositie op het gelauwerd libretto van Nobelprijswinnaar John Steinbeck. Bij Bries verscheen pas nog Ik Kom van Ver Maar Blijf niet Lang (Ward Zwart en Enzo Smits): een knappe, nihilistische vertelling over opgroeien in een klein stadje. De Bom (Alcante, Laurent-Frédéric Bollée en Denis Rodier), het epos over uranium, atoombommen en een hoop oorlogsleed, kan een groot deel van de geschiedenislessen in een zesde middelbaar vervangen. Eldorado (Damien Cuvillier en Hélène Ferrarini) was een verhaal met heel wat laagjes en deed me walgen van zoveel onrecht. De Wolf (Jean-Marc Rochette) maakte ons deelgenoot van de heroïsche strijd tussen een oude man en een wolf en bekoorde door zijn weidse landschappen en visuele stiltes. RIP (Gaet's en Julien Monier) wordt een conceptreeks met perspectiefwisselingen en de Marsipulami bleek bij Frank Pé en Zidrou dan toch niet zo'n aardig beest.
 
 
 Tegenvallers waren er ook: Little Nemo van diezelfde Frank Pé was prachtig getekend, maar de verhaaltjes bleken nog flinterdunner dan die van Winsor McCay zelf. Het Goud van de Zwendelaar (Juanjo Guarnido en Alain Ayroles) werd al vijf jaar geleden met veel bombarie aangekondigd, maar stelde me op bijna alle vlakken teleur. En over De Sonometer wil ik het zelfs niet meer hebben: boerenbedrog in strookjes noemen we zoiets.
 
Ik lees ook graag eens iets Engels en ik ben blij dat mijn stripwinkel een serieus aanbod in zijn assortiment heeft zitten. Het zou met de nakende Brexit wel eens een stuk moelijker kunnen worden om onze stuff direct bij de bron te halen. Dit jaar werd ik weer genaaid door de douane omdat ik bij de kleine Amerikaanse uitgeverij Kymera Press een exemplaar van Pet Noir besteld had. Gelukkig was de strip ruimschoots de moeite. Ik maakte ook kennis met Shortbox, een Britse smallpressuitgeverij die enkele leuke strips in het aanbod heeft zitten. Ik was vooral gecharmeerd door hun titels Dead End Jobs for Ghosts en Gonzalo. Craig Thompson liet met Ginseng Roots ook weer wat nieuw werk op de goegemeente los, maar na de eerste vijf comics zijn we nog niet volledig mee met zijn biografisch en didactisch werkje over de ginsengoogst in zijn thuisstadje.

Grant Sniders I Will Judge You by your Bookcover neemt een loopje met al die literatuurliefhebbers die zichzelf te serieus nemen, The Book Tour (Andy Watson) is een kafkaiaans verhaal waarbij ik heel wat keren strijk heb gelegen en de titel The Loneliness of the Long-distance Cartoonist (Adrian Tomine) spreekt voor zichzelf. En na negen delen blijft de manga Beastars van Paru Itagaki nog altijd even fris.

En dan hebben we door het rijke aanbod van november en december nog een half metertje strips te gaan...
 
Soit, zo komen we tot de volgende lijst:
1. Muizen en mensen
2. Het Beest 1
3. RIP 1
4. De Beestenburcht 1 + 2
5. Vrijwillig dood
6. Govert Suurbier integrale 1
7. I Will Judge You by your Bookcover
8. Kent State
9. Baby op Komst
10. The Book Tour
11. Eldorado, De Bom, Ik Kom van Ver Maar Blijf niet Lang, Pet Noir, The Loneliness of the Long-distance Cartoonist, Beastars, De Wolf, de integralen van Gilles de Geus, Piet Pienter en Bert Bibber en Trigië.
 
Een mooie oogst noemen we dit en kiezen bleek nog maar eens verliezen in 2020. Maar om kattenbeest Mooch uit Patrick McDonnels Mutts te citeren: "There's always something to purr about...!" Ook in 2021, daar zijn we zeker van!

DAVID STEENHUYSE: Soelaas in kinderstrips
Los van corona, waar ik het nu eens niet verder over zal hebben, zal 2020 me bijblijven als het jaar waarin we van bijzonder veel stripmakers afscheid moesten nemen. Het verlies van Albert Uderzo, Juan Giménez, René Follet, Malik en Berck leek me de grootste impact te hebben, afgaande op de vele reacties op sociale media in binnen- en buitenland. De hoeveelheid sterfgevallen maakte van me een geroutineerde schrijver van overlijdensberichten, een activiteit die je vooral NIET wil uitvoeren. De vaak hoge leeftijden van deze overleden auteurs tegenover hun nog in leven zijnde generatiegenoten doet me vrezen dat ook in 2021 weer veel auteurs zullen sterven. En samen met hen worden wij — jij en ik — ook ouder. Laten we die auteurs liever nu dan pas na hun overlijden blijven eren. Nu hebben ze daar nog wat aan. Wanneer ze er niet meer zijn, gaan ook hun kennis, ervaring en getuigenissen over vervlogen periodes in de stripgeschiedenis verloren.

Vandaar dat ik achtergronddossiers in integralen zo belangrijk vind, liefst als de auteurs in kwestie nog zelf feiten kunnen bevestigen of tegenspreken, waarbij nieuwe informatie net zo goed getoetst wordt aan getuigenissen en anekdotes van anderen. De laatste jaren kreeg ik de kans om daar zelf een bijdrage aan te leveren als grafisch vormgever (nog steeds mijn hoofdberoep) en/of als medesamensteller. De tijd en energie die je erin stopt, haal je er met de collega's uit de speciaal samengestelde teams financieel niet uit, maar ik acht het een broodnodige missie om levens en carrières van gewaardeerde stripmakers en geschiedenissen van stripreeksen te helpen vastleggen.

Mede door dat werk, en de uitoefening van ander zelfstandig werk, kon ik in 2020 minder strips lezen en tevens bespreken dan gewoonlijk. Als je vele dagen na een dag- of avondtaak pas rond middernacht in de zetel kan ploffen en daarin in slaap valt, kan het lezen van een strip er echt niet meer bij. Wat zou ik daarover klagen als ik in eigen kring zag hoe zwaar verpleegkundigen en dokters het hadden? Het updaten van onze sociale media en deze website lukte nog net, maar hiervoor stuitte ik toch op de limieten tussen vrijwillig en betaald werk, waarbij onvermijdelijke deadlines op dagelijkse of maandelijkse basis horen. Dat ging ten koste van bepaalde rubrieken en het aantal besprekingen die van mijn hand hadden kunnen komen. 2021 belooft op dat gebied niet veel beterschap, maar een gloednieuwe site staat wel degelijk geprogrammeerd en moet het wat vergemakkelijken.

By the way, voor wie wat onbezonnen vrolijkheid zoekt in donkere dagen, biedt het lezen van kinder- en jeugdstrips soelaas. Ik heb me geweldig geamuseerd met een aantal albums voor de jongste leeftijdscategorieën die je in mijn persoonlijke toplijstje hieronder zal terugvinden.

Heel wat toppers van mijn collega's op deze pagina heb ik nog niet kunnen lezen, zodat ik voorrang kon geven aan wat zij niet altijd konden of wilden bespreken. Van wat ik dus wel las, kan ik de volgende titels warm aanbevelen. Gemakshalve vermeld ik geen integralen, want die vind ik stuk voor stuk een aanwinst, ook degene waarin dossiers een inhoudelijke en/of grafische tegenvaller zijn.
De Deentjes: Secuur opgebouwd klopjachtverhaal over ras en resistentie. Met een vreemde epidemie en aanslagen.
Robin Hoed: Op naar Absurdistan: Ondanks de fout in de samenstelling van de pagina's een heerlijk weerzien met een succesreeks uit het weekblad Kuifje. De reeks staat op mijn wenslijstje om er een integrale van te maken.
Het Spookt op Nummer 113 deel 1: Jolige griezelstrip. Hier word ik heel blij van.
Nestor Burma deel 14: Een van de beste, meest consistente detectivereeksen.
Snowpiercer: De IJstrein hoort al een drietal decennia tot een van mijn favoriete albums aller tijden. Het vervolg, dat in deze bundel werd toegevoegd, getuigt van een even sterke basis, al blijft de oorspronkelijke kille thriller wel op eenzame hoogte staan.
De Nieuwe Avonturen van de Kunst: Spitante, giftige en anekdotische portretten van moderne kunstenaars. Willem op zijn best.
• De fantasyreeksen Dwergen, Elfen, Magiërs en Orks & Goblins: Deze conceptreeksen vallen vooralsnog niet tegen. De meeste albums bieden je ook veel kijkplezier.
Negalyod: Een en al een rip-off van Mœbius, maar dat stopt Vincent Perriot ook niet onder stoelen of banken. Het album begeesterde me van de eerste tot de laatste pagina.
Yasmina deel 1: Nog zo'n voltreffer voor de jeugd. Wat een enthousiasme spreekt er uit het kokende meisje dat rebelleert tegen onrecht. Zo naïef nog, maar een voorbeeld voor veel verbitterde volwassenen.
Batman: Damned en Batman: White Knight: Jeij, Dark Dragon Books brengt ons Batman-vertier, meteen met ijzersterke cyclussen. Voor Sean Murphy's werk heb ik al langer een boontje.
De Buitengewone Reis deel 4-5-6: De tweede cyclus zet de toon verder, en die toon klinkt als een zaligheid in mijn oren.
Het Diner: Op de valreep van 2020 nog een feelgood ensembleverhaal, sensueel getekend en ingekleurd ook.
Wika deel 3-4: Het scenario ontspoort in een ingewikkeld kluwen, maar die tekeningen, zeg!
Een Familie in Oorlog deel 1: Geweldige opener van een nieuwe familiereeks.
Nero: De Toet van Tut: Een paar keer kunnen schateren met een geestig hoteldebotelverhaal naar het voorbeeld van Marc Sleen.
 RIP deel 1: Een gitzwart verhaal over een groepje lijkenopruimers en bedrog, doorspekt met klinkende, knallende, klaterende dialogen en monologen.
Boerke Bijbel deel 2: Ultradikke verzameling Boerke-gags, altijd een traktaat.
Aaron: De sterkte zit hem in wat zich tussen de prenten afspeelt, wat je als lezer zelf invult, maar de prachtige tekeningen van Ben Gijsemans wil ik daarmee niet veronachtzamen. Een geslaagd album over de hele lijn, tot de keuze van het papier en de lettering toe.
Aap en Aap, Joep en Kik: Drie oblongboekjes voor de jongste lezertjes, met respect en inzet voor hen gemaakt. Dit hadden we in onze eigen jeugd willen lezen.
De Macht der Onschuldigen cyclus II deel 5: De rechtbankafsuiter van een nog steeds actueel geladen, politieke thriller.
De Pestlijders deel 1-2: De tekeningen vallen tegen, maar het ook al actuele verhaal over de pest die uitbreekt in het achttiende-eeuwse Marseille, en hoe vooral rijkere mensen daarop reageren in een hoger gelegen wijk, is ontluisterend.
Kamp Poetin deel 1-2: Grafische uitzinnigheid en inhoudelijke kracht.
Tot de Laatste: Een voorbeeldwestern met haast alle clichés uit het genre bij elkaar, maar verdorie, wat een album!
Maurits Cornelis Van Esk deel 2: Met intellect en inzicht dollen met het stripgenre en ambtenarij.
Captivant, Sadine en Stampede! bij Sherpa heb ik nog niet (volledig) gelezen, maar alleen al het doorbladeren en vasthouden van de albums stelt me gerust dat de verwachtingen ingelost raken. Sherpa blijft een toonbeeld van een liefhebbersuitgeverij die juiste keuzes kan maken en die waar voor hun geld geven.
De Engelen van Auschwitz: Sommige onthutsende, onmenselijke scènes blijven op je netvlies gebrand.
Merlu deel 1: Knap getekende en kundig vertelde Tweede Wereldoorlog- en verzetsthriller.
Shanghai Dream deel 1-2: Historische vertelling met wraakroepend thema.
Tex Willer Classics deel 13: Westernthriller met Doc Holliday in een dubieuze rol. Demystificatie van een westernlegende, of toch niet?

DIEDERIK VAN DE VELDE: Opgesloten in een vrije verbeelding
Wie dit jaar wil samenvatten met een striptitel komt vast bij de Robbedoes-titel Virus uit. Of met een recente striptitel: 2020 was een Godverdomse Klootzak van een jaar. Passeerde in digitale stripmiddens aanvankelijk nog regelmatig de "Coronavirus"-kreet uit Asterix, dan was na een paar weken het lachen wel uit. Voor al wie noodgedwongen thuis zat (of nog zit) bleek dit jaar hoe bevrijdend verhalen kunnen zijn. In een hoekje met een boekje was nog nooit zo’n collectieve strategie als in dit pandemische 2020. Ik las veel, maar zelfs dit jaar bleven sommige albums wegens tijdsgebrek voorlopig ongelezen (bijvoorbeeld De Bom).

Wat bleef me, naast de nog nooit zo rake cartoons van Lectrr, bij in dit bizarre jaar?
 
 
Uitgeverij Microbe was een groot deel van het jaar afwezig, maar niet weinig van wat ze dit jaar uitbrachten, behoort tot het beste van wat er dit jaar aan strips verscheen. Het charmante Liberty Bessie, het gitzwarte RIP en het pakkende De Aanslag. In het virusjaar bedankt ondergetekende dat andere beestje. Bedankt, Microbe, u was geweldig.
 
Over beestjes gesproken, wat voor een kunstenaar is Frank Pé toch? De cover van zijn Het Beest pakt je ter plekke in nog voor je één bladzijde gezien hebt. En scenarist Zidrou toont voorzichtig dat hij nog niet is uitgeteld.

Hub overdondert grafisch met De Slang en de Speer waarin je een scenario vindt waarvoor je best uitgeslapen bent. Ook wie blindelings Het Goud van de Zwendelaar (door Juanjo Guarnido) koopt, krijgt waar voor zijn geld.
 
 
 Net als collega Wim, koop ook ik steeds minder langlopende reeksen — een uitzondering daarop was dit jaar De 5 Rijken — om meer begrensde reeksen en one-shots te kunnen volgen. Bij Saga Uitgaven verscheen het mijmerende De Reis van Abel, alsook het stemmige tweeluik Maidan Love. In het bos van Dark Dragon Books vielen de muzikale bomen Blue Note en De Dame van de Ansichtkaarten op.
 
Ook dit jaar kreeg weer heel wat ouder werk een (opstart in) bundeling. Bakelandt hult zich beetje bij beetje in een integraal jasje, net zoals Piet Pienter en Bert Bibber. Zet je die twee uitgaven naast elkaar, dan valt vooral het summiere dossier van die laatste integrale reeks op. De start van een integrale bundeling voor Piet en Bert verdeel ik persoonlijk bij het betere stripnieuws van 2020. Het dossier van die Pom-bundels hoort voor mij helaas in de categorie ontgoochelingen.
 
Hoge verwachtingen had ik voor zowel USS Constitution als voor de doorstart van Roodbaard. Beide werden ingelost, elk in hun eigen stijl. Dat de scenarist van die laatste strip voor het eerst sinds relatief lang nog eens een Gil St-André-verhaal (in vertaling) op ons losliet, is een mooi extraatje. De Vliegenier, een andere degelijke, nog relatief jonge reeks van hem, wordt dan weer losgelaten.

In het westernsegment is er ook dit jaar allesbehalve bloedarmoede. Met Tot de Laatste en Wild West is mijn voorliefde voor dit genre weer aangescherpt. En in 2021 volgt het westernproject van Tiburce Oger, met een behoorlijke weelde aan tekenaars.
 
Moet ik voor het zoveelste jaar op rij de Pagnol-collectie (Saga Uitgaven) nog eens aanhalen? Welja, want daar zaten dit jaar onder meer albums bij over een virus. En zo is de cirkel weer rond. In dit bevreemdende jaar deden veel stripwinkels en auteurs extra inspanningen om ons lezers te bereiken, waarvoor dank. Want met een verbeelding uit een boekje kruipt een mens (weldra) vlotter uit z'n hoekje.

FLO VAN DYCK: Huzarenstukje
Dat 2020 geen jaar als een ander was, zal je in deze rubriek denkelijk al een aantal keer gelezen hebben. Te veel personen in onze omgeving werden ziek, gingen dood, scheidden, verloren hun baan, sloten hun zaak, vereenzaamden, huilden tranen met tuiten, kraakten of gaven op. En er was al te vaak maar één schuldige. 
 
Stripauteurs, uitgevers, redacteurs, drukkers, verdelers en boekhandelaars hebben één ding gemeen: het zijn mensen zoals jou en ik en ze maakten derhalve soortgelijke zaken mee. Het is dus niet omdat ze nog werk hebben en boekjes verkopen dat deze crisis voor hen goed meevalt. Het lijkt evenwel een afspraakje onder schrijvers en tekenaars om te antwoorden dat het business as usual is, aangezien ze hoe dan ook binnen zitten, maar dat is flauwekul. De samenleving is verstoord en dat heeft zijn weerslag op alles. Wat het voor de stripwereld betekent, zullen we mettertijd zien. De meeste publicaties van het voorbije jaar werden voor de crisis op touw gezet.
 
Toch was 2020 alweer geen memorabel jaar voor de Vlaamse strip. De grote uitgeverijen teren verder op klassieke succesreeksen en fatsoeneren hun imago met vertalingen, hommages, integralen en spin-offs. Onbekend werk van eigen bodem belandt bij kleinere spelers die niet scherp en streng genoeg zijn waardoor naast enkele parels ook rijkelijk veel bullshit het daglicht ziet. Wat met veel vuur door bescheiden initiatieven of in eigen beheer wordt uitgebracht, verdient naast respect ook een consequent en streng oordeel. Dan blijft er weinig reden tot jolijt. Áls literatuurbijlagen van kranten en magazines aandacht voor het beeldverhaal hebben, wat aldoor minder voorkomt, houden ze ook in 2020 vast aan kortzichtig hokjesdenken dat evenzeer tot ongegrond dedain als tot bête adoratie leidt. En niet te vergeten, ook het voorbije jaar werden permanent en onbezonnen de dwaze grenzen van de censuur verlegd. Nog steeds schijnt het niet door te dringen tot wat dit leidt. 
   
Is er dan niets positiefs over het voorbije stripjaar te melden? Jazeker. Ondergetekende vindt het een huzarenstukje dat er nog steeds strips geproduceerd worden, dat die uitgegeven en gedrukt raken en dat we die netjes uitgestald in onze favoriete winkel vinden of thuisbezorgd krijgen. Zoals het een krachttoer is dat ondanks alles wat mensen doorstaan er (onder andere) elke dag brood bij de bakker ligt, er nog iemand radio of tv maakt en dat een verpleegster tijd heeft wanneer je op de spoed belandt. Daarom zijn wij van oordeel dat iedereen die zich het voorbije jaar heeft ingezet om ons van lectuur te voorzien, een applausje en felicitaties verdient. Het doet er niet toe of het om innovatieve werken dan wel om meer van hetzelfde ging. `
 
We mochten niet naar het theater, niet op café, niet naar de sportclub, niet op visite, maar wie wou kon wel een strip lezen. Welke je zou moeten kopen en van welke je ver weg moet blijven, zal je hier niet ontdekken. Laat je door niets of niemand tegenhouden en ga zelf op zoek, we worden in deze coronatijden al genoeg beteugeld.
 
Er blijft het een en ander over om van te genieten, beeldverhalen horen daar absoluut bij. Aan alle uitgevers, auteurs, vertalers, verdelers, boekhandelaars en alle andere betrokkenen, grote dank en blijf gezond.