De Stripmomenten van 2016


WOUTER ADRIAENSEN: "Weelde van eigen bodem"


Ons stripjaaroverzicht gaan we beginnen met een afscheid. Ken Broeders koos voor zijn reeks Apostata allerminst voor de gemakkelijkste weg. Hij situeerde zijn verhaal in een bijna onbekende periode van het Romeinse rijk, schilderde zijn platen, diende noodgedwongen van uitgeverij te veranderen en vroeg inspanningen van de lezer. Wie volhield, werd onlangs beloond met een afsluiter in stijl. Toen al spraken we de hoop uit dat de titel van het zevende en laatste deel, Niets Meer dan een Wolk, niet zou opgaan voor deze reeks. In tijden waarin de Italiaan Enrico Marini een bladzijde in de krant krijgt om zijn Romeinse strip te promoten, is een beetje aandacht voor vaderlands talent harder nodig dan ooit.

De strip van het jaar kregen we, voorafgaand aan een telefonisch interview, digitaal doorgestuurd van de uitgeverij. Met frisse tegenzin sloegen we de iPad open. Hoewel je ze amper digibeter vindt dan ons, zijn wij toch nog steeds verknocht aan onze papieren strips. Griffel en lei hebben we al lang niet meer, een fax hebben we nooit gebruikt en televisie kijken we lekker uitgesteld zonder reclame maar strippies, die hebben we toch nog altijd het liefst fysiek in onze hand. Dat abonnement op Yieha! hebben we voorlopig dan ook nog niet aangevraagd, alle mediacampagnes ten spijt.

De Man van NuMaar goed, de strip van het jaar dus. Zelfs via een computerscherm werden we onmiddellijk doordrongen van de schoonheid van dit album. Nochtans kunnen twee tekenstijlen niet veel verder uiteen liggen dan die van Nederlander Hanco Kolk en Vlaming Kim Duchateau. De Picasso van het beeldverhaal versus de cartoonist van het shockabsurdisme. En toch kwamen ze prachtig samen om een betoverend verhaal te vertellen in De Man van Nu. Een meesterwerkje waar er afgelopen jaar maar weinig aan konden tippen.

Hoewel er op het einde, met de feestdagen in zicht, nog een serieus sprintje werd getrokken door enkele andere kanshebbers. Lange tijd hadden we uitgekeken naar nieuw werk van Judith Vanistendael (die op Canvas anderhalf uur lang in de mooie ogen van Thomas Vanderveken mocht kijken, wie zei daar dat strips niet meer op tv kwamen?), Luc Cromheecke (die met zijn Bronzen Adhemar, de Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip en tentoonstelling in Den Haag ook niet mocht klagen over een gebrek aan aandacht) en Wauter Mannaert (die een samenwerking aanging met de Waalse tekenaar Max de Radiguès). Ze ontgoochelden allerminst. Dankzij hen stonden we samen met Mikel op wacht in de druilerige Baskische regen, trokken we met Jean-François Daubigny door het schilderachtige Franse landschap en raasden we samen met Weegee door de straten van New York om een vers lijk te fotograferen. En beseften we dat Frankrijk misschien het grootste Europese stripland is, maar dat wij kleine Belgen ons allerminst moeten schamen voor onze stripproductie.

Corto Maltese Corentin De Rode Ridder Lucky Luke

Meer nog dan de golf aan integrales die onverminderd doordenderde en doordendert, vielen afgelopen jaar de herstarten van oude reeksen op. Bij Corto Maltese en Corentin was dat met meer dan respect voor het origineel terwijl De Rode Ridder en de jarige lonesome cowboy Lucky Luke een nieuw uiterlijk en een nieuwe vertelstijl aangemeten kregen door de uitgeverijen en auteurs. Misschien net vanwege die radicale breuk lijkt die laatste aanpak meer media-aandacht op te wekken. Wat dat betreft mag het verzamelde journaille de borst nat maken voor 2017, wanneer Standaard Uitgeverij de kelder met bestofte personages van Willy Vandersteen ondersteboven wil keren.

Daarnaast valt de trend van de minireeksen op. Het is allicht een win-win voor zowel uitgevers, die niet moeten nadenken over een promostunt voor het 27e deel van de avonturen van Bolleke en Wietje, als auteurs, die hun verhaal kunnen spreiden over meerdere albums en toch een aantal jaar verder kunnen. Strip2000 verblijdt ons wat dat betreft met Louca, Dupuis zette het driedelige Harmony in de markt en we kijken al uit naar het vijfde en laatste deel van De Campbells door José Luis Munuera. Uiteraard kunnen het niet allemaal successen zijn. Zo was Arthus Trivium ondanks de knappe tekeningen toch niet de Undertaker van 2016.

De Triomf van het TekenenMogen we tenslotte ook zeker niet onvermeld laten: Betty Blues, het melancholische debuut van Renaud Dillies dat Strip2000 oppikte, In the Pines, volgens auteur Erik Kriek géén verstrippingen van vijf murder ballads, en het fantastische De Triomf van het Tekenen, waarmee uitgeverij Scratch Books de onterecht vergeten Mark Smeets weer helemaal in the picture zette. Benieuwd welke verrassingen 2017 voor ons in petto heeft...

SEPPE COOLS: "Het jaar van de (her)ontdekkingen"
De Kunst van Morris2016 was voor mij een stripjaar op diesel, met de meeste hoogtepunten in het najaar. Zo vierde eenzame cowboy Lucky Luke zijn zeventigste verjaardag met een artbook, een tentoonstelling in het Franse Angoulême en een nieuw verhaal door Achdé en Jul. De Kunst van Morris was voor mij het summum van de festiviteiten met unieke, prachtige platen. De expo kon ik jammer genoeg niet bewonderen door de afstand, maar het artbook was een meer dan behoorlijk alternatief. Het Beloofde Land viel dan weer lichtjes tegen. Met Jul als scenarist verwachtte ik meer diepgang in de personages en meer subtiele verwijzingen naar de betreurde scenarist René Goscinny, die ook van Joodse afkomst was. Op dat vlak miste ik die zogenoemde kers op de taart.

De BlauwbloezenDe BlauwbloezenRond diezelfde periode hadden De Blauwbloezen ook reden om de champagneflessen te ontkurken. Willy Lambil en Raoul Cauvin brachten het zestigste album uit, met daarbij horend een hommagealbum, getekend door onder andere Aimée de Jongh, José Luis Munuera en Olivier Schwartz. Beide strips losten mijn hoge verwachtingen grotendeels in. Carte Blanche voor een Blauwbloes was een plezierige trip naar het verleden, dankzij Blutch. Hij neemt ons samen met plant Chesterfield mee naar situaties die we herkennen uit de oudere albums. Een schot in de roos, wat mij betreft.

Lise op MonstereilandEen ander hoogtepunt komt van Strip2000, dat veel nieuw talent de kans geeft om door te breken. Zo ontdekte ik Kristof Berte met zijn debuutpareltje Lise op Monstereiland en Philippe Madou met zijn Rag Racers. Voor de rest schuilen er nog andere tophumoristen in het team, zoals Kenny Rubenis, Schwantz en Charel Cambré. Tienerreeks Louca is dan weer een grote vis die de Nederlandse uitgeverij binnenreef van Dupuis. In het Frans is de reeks een succes en nu heeft ook het Nederlandstalige publiek kennis mogen maken met het 'voetbalwonder'.

Over debuten en doorbraken gesproken: zelf is dit het jaar van mijn debuut op Stripspeciaalzaak.be, dus ziehier mijn allereerste overzicht van stripmomenten. Het was voor mij een leerrijk jaar waarin ik grote stappen heb gezet en nieuwe reeksen heb ontdekt, met dank aan Stripspeciaalzaak.be.

Voor de rest deed ik nog leuke herontdekkingen met de integrales van Robbedoes en Kwabbernoot door Franquin, die een opfrisbeurt kregen. Ook verschenen er nieuwe bundelingen van Baard en Kale, Sophie, Kramikske, Jerry Spring en nog veel andere helden die onze jeugd kleurden. Voor de portemonnee was het iets minder gunstig, maar ik heb er nog steeds geen spijt van.

De Complete Baard en Kale De Complete Sophie Kramikske De Complete Jerry Spring

Het vermelden zeker waard zijn de talrijke filmstrips en comics die op de markt terechtkwamen. Dark Dragon Books stuurde enkele goeie Star Warsen stripland in, terwijl RW Uitgeverij hetzelfde deed met de reeksen van DC Comics. Standaard Uitgeverij had dan weer de Marvel-stal om te publiceren en die deden het ook verrassend positief. Voor ieder wat wils.

Om toch een dieptepunt op te noemen, wil ik even stilstaan bij het overlijden van onder andere Marc Sleen, René Hausman, Nine Culliford en Peter van Straaten. Vooral bij de dood van Marc Sleen voelen we toch een zekere leegte. Hij is een bron van inspiratie voor velen, een icoon. Zonder hem zou de stripwereld er helemaal anders uitzien.

En last but not least sluit ik graag af met mijn lievelingsalbum van het jaar en dat is er eentje van Enrico Marini. Hij heeft ondertussen meermaals bewezen dat hij prachtig kan tekenen en briljante scenario's levert, met De Schorpioen en De Adelaars van Rome. Halfweg december toverde hij het vijfde album van De Adelaars van Rome uit zijn hoed, met pittoresk ingekleurde platen en een historische thriller als resultaat. Ik durf te zeggen dat dit met stip mijn nummer één is van afgelopen jaar. Laat 2017 maar komen!

DeAdelaars van Rome

JOHAN DECLOEDT: "Vier meter extra boekenruimte"
Laat ik maar onmiddellijk beginnen met een persoonlijke noot. Na een nogal ingrijpende discussie met mijn wederhelft over de herinrichting van de woning heb ik deze week 4 (vier!) meter extra stripboekenruimte bijgewonnen. In volle euforie nam ik dan ook de stripmomenten 2016 van mijn gewaardeerde collega's door en werd op slag depressief.

Jan KordaatHansjeExtra ruimte is tof, maar dan enkel als je ze kan vullen met strips die je effectief gelezen hebt en daar wringt het schoentje. 2016 was een zeer rijk jaar aan uitgaves, volgepropt met schitterende integrales (onder andere Jerry Spring, Jan Kordaat, Sophie, Sam, Hansje) en dan stel je vast dat je het tempo nauwelijks kan volgen. Ik heb zelfs een aantal toppers van 2016 (nog) niet gelezen... Ik zie De Man van Nu, Het Lijk en de Bank en De Tuin van Daubigny naar me kijken vanop die ondertussen vervloekte vier meter.

Maar we rechten de rug. In een olympisch jaar mogen er medailles uitgereikt worden zoals brons voor Tyler Cross 2: Angola (Brüno + Fabien Nury), waardoor ik ook smulde van de eerste Tyler Cross en Atar Gull, De Vliegenier (Chrys Millien / Erik Arnoux + Jean-Charles Kraehn), waardoor ik hunker naar deel 2, en de integrale Moeder Rusland (Anlor + Aurélien Ducoudray), waarbij echte moederliefde zelden treffender in beeld gebracht werd.

Zilver is er voor Ster van de Woestijn 3 (Hugues Labiano + Stephen Desberg / Enrico Marini) door het zo menselijk in beeld brengen van de tegenstelling tussen pioniers en indianen en Mermaid Project 1 en 2 (Fred Simon + Léo / Corine Jamar), een pageturner van formaat.

De gouden medaille gaat dit jaar zonder twijfel naar Rio 1 (Corentin Rouge + Louise Garcia). Zeer toevallig ook de olympische stad van 2016. Rio heeft alles wat een stripverhaal dient te zijn: prachtig getekend, mooi ingekleurd, meeslepend verteld en — zeer belangrijk — toegankelijk van zeer jong tot zeer oud.

Rio

Ere wie ere toekomt, ik heb in 2016 ook genoten van meesterinkleurders. Ze worden al te vaak vergeten, maar hebben een niet te onderschatten inbreng in de look en feel van onze stripalbums. Bravo voor Patricia Jambers, Jérôme Maffre, Pierre Schelle, Nolwenn Lebreton en vele anderen.

2016 loopt op zijn einde en we zijn twee Belgische monumenten verloren (Toots en Marc). We herdenken hen door hun muziek en verhalen te herbeluisteren en te herlezen. Bedankt voor alles, mannen.

Laat ik maar ook eindigen met een persoonlijke noot. Onlangs heb ik Stripmunk ontdekt waardoor mijn beduimeld schriftje met ontbrekende strips richting vuilbak ging en mijn smart- nu een echte stripphone geworden is. Leve de vooruitgang ! Maar als ik het lijstje nog te lezen strips overloop is FOMO voor mij alvast het 2017-woord. Maar hey, niet getreurd, laat 2017 even kwaliteitsvol overvloedig zijn als 2016. Ik slaap wel minder.

WIM DE TROYER: "Rare jongens"
Schertsend wordt 2016 wel eens "het meest verschrikkelijke jaar ooit" genoemd. De ene grootheid na de andere verwisselde het tijdelijke met het eeuwige, Brexit, Trump,... en mijn eerste grijze haren lieten ook van zich horen!

Sam

DruunaMaar er waren ook lichtpuntjes. Ik mocht zowaar integrales van Druuna en Sam in mijn boekenkast schuiven. Vooral die van Sam verblijdde me, want het is een van de eerste reeksen waar we als jonge snaak echt verlekkerd op waren. Er waren steeds strips aanwezig, maar die mochten mee het toilet op, werden uitgeleend, of op een wel extreem saaie woensdagnamiddag door mezelf ingekleurd. Niet met Sam, want net zoals Biebel was dat iets dat alleen van mezelf was, ik kende niemand anders die het überhaupt kende, laat staan apprecieerde. Een mooie dikke Sam, met interviews et tutti quanti.

Enkele reeksen werden afgesloten. Apostata mocht de laatste keer met zijn scepter zwaaien en liet ons licht ontgoocheld achter. Ontgoocheld dat er niet meer erkenning kwam voor deze verfrissende en intrigerende stripreeks over een minder bekende Romeinse keizer. We lopen elkaar bij manier van spreken voor de voeten om het zesentwintigste deel van een reeks te kopen die meer dood dan levend is, maar iets wat uit onze figuurlijke achtertuin komt en oerdegelijk is, laten we links liggen. Rare jongens, die striplezers.

Het Lijk en de Bank
Aâma 4Aâma 4: Je Wordt Fantastisch, Meisje was voor mij ontegensprekelijk de strip van 2016. Een meesterlijk einde voor een geweldige reeks. Kleur, plot, tekenwerk, alles was van de bovenste plank. Net als Het Lijk en de Bank van Tony Sandoval, een heel verrassende strip, die me enorm charmeerde.

Ook wil ik nog zeker de reeks Solo vermelden, een soort kruising tussen de ratten van Ptiluc en Mad Max, gezien door een Disney-bril. Kort, goed, en soms moet dat niet meer zijn.

Het vreemde eendje in de bijt is geen strip, en strikt gezien ook niet in 2016 verschenen. In december 2015 verscheen een klein boekje over het werk van Didier Comès: De Schittering van Diep Zwart, wat op heldere en diepgaande wijze eer betoonde aan het genie van de zwarte inktpot, de tovenaar van het winterwoud.

Op de valreep van 2016 las ik nog Over God z'n Broer en Andere Fijne Vleeswaren en ik zou niet met mezelf kunnen leven als ik dit Boschiaanse meesterwerkje niet hier nog aan toevoegde!

2016 viel al bij al dus nog wel goed mee. Nu nog van dat grijs haar afgeraken.

PETER D'HERDT: "De drie S'en"
Het voorbije stripjaar was voor mij — en ondanks het overlijden van onder andere René Hausman, Marc Sleen, Marcel Gotlib en Peter van Straaten — een annus mirabilis, met een aantal persoonlijke hoogtepunten.

In de laatste zin van mijn vorig jaaroverzicht drukte ik nog de hoop uit dat Ken Broeders en Steven Dupré in 2016 nieuw werk zouden publiceren. En zo geschiedde. Steven Dupré griezelde in maart al een eind weg met een meeslepend album waarin het sfeertje tussen Dickens, Boon en Stephen King in zweefde. Op het einde van het jaar verscheen met het zevende deel het orgelpunt aan Ken Broeders' geweldige en schandalig onderschatte sandalenepos Apostata. Ken zou Broeders niet zijn als hij het voorspelbare eind niet een verrassende en zelfs pakkende twist zou hebben meegegeven.

Mooie ZomersDé ontdekking van het jaar was een reeks waarvan ik — beken ik met het schaamrood op de wangen — het eerste deel in 2015 over het hoofd had gezien. Mooie Zomers bracht, voor mij dus met delen 1 en 2, een scheut authentieke en nostalgische warmte die zelfs in de maand waarin het verscheen (juni) de temperatuur nog enkele graden de hoogte in joeg.

Ook het patrimoniumbeheer van enkele uitgeverijen zette mij bijtijds tot een vreugdedansje en een daarop volgend kinesistbezoekje aan. Vooral de uitgeverijen Saga Uitgaven, Scratch Books en Sherpa, de drie S'en, die de moed blijven hebben om niet voor de hand liggende keuzes te combineren met uitgebreide, soms verrassende dossiers en toch nog steeds voldoende differentiëren om op lange termijn een duurzaam fonds uit te bouwen, verdienen een expliciete vermelding. De prijszetting van de weekbladversie van Het Gele Teken deed mij dan weer dermate steil achterover vallen dat de bazen van de Tour de France meteen opbelden om mij op te nemen als slotbeklimming in de koninginnenrit van de Tour 2017. Volgende keer iets minder chique en iets meer toegankelijk graag, beste Alexis!

Zelf heb ik bloed, zweet, tranen maar vooral veel plezier beleefd aan het 'projectje' waarmee mijn hoofdredacteur op het einde van de zomer bij me aanklopte. Bijna honderdvijftig stripreeksen die het weekblad Kuifje groot hadden gemaakt, selecteerden we. Voor een dertigtal ervan pluisde ik de verhalen zelf en ook menig naslagwerk uit om in helikopterzicht een historisch overzichtje te schrijven. Telkens waren het mooie herontdekkingen van reeksen die, zeker in de latere jaren en nadat men de stekker uit het weekblad Kuifje had getrokken, albumgewijs zo mishandeld zijn geweest dat nochtans sympathieke mensen ze vandaag onterecht als B- of zelfs C-reeksen bestempelen.

Voor 2017 kruis ik alvast mijn vingers voor de afsluitende delen van Capricornus, voor de comeback van Stedho bij Standaard Uitgeverij als tekenaar van Red Rider en voor de sympathieke stripliefhebbers van Uitgeverij HUM! die zich met Torpedo 1936 aan het integraal uitgeven van een van de strafste stripreeksen aller tijden wagen.

Torpedo 1936

KOEN DRIESSENS: "Niks beters dan Peeters"
Een Beeld van een Jongen

ZandkasteelEen Beeld van een JongenHet stond onlangs nog zelfs in de gazetten: Peeters is ook dit jaar weer dé naam van het land. Het zou het jaar van Jim en zijn jimsters worden, maar wat mij betreft zijn de knikkers dit jaar in stripland voor Frederik Peeters. Niet alleen omdat hij een heel bijzondere sf-serie (Aâma) afsloot (wat voor zo'n psychedelische trip al een hele prestatie op zich was), maar ook omdat eindelijk de vertaling van een confronterende en intrigerende fantasy (Zandkasteel) verscheen én hij met Loo Hui Phang ook de western als genre lekker op zijn kop zette met het zinderende Een Beeld van een Jongen. Veel beters dan Peeters kon je het niet treffen dit jaar. En dat zeg ik niet omdat mijn lieve echtgenote ook Peeters heet, geen familie overigens.

In hetzelfde genre van dat-kunnen-alleen-maar-stripauteurs-bedenken (namelijk zo verrassend, uniek en origineel zijn) scoorden ook het geduldig wachten waard zijnde Patience van Daniel Clowes en het eveneens timetwistende The Time Before van Cyril Bonin: niet alleen wordt in beide beeldromans gefuckt met de tijd, maar ook met onze geest.

TrashedAndere vertalingen die dit jaar de moeite van het lezen waard waren, zijn de volumineuze sf-kinderstrip Ruimtekruimels van duizendpoot Craig Thompson, de heerlijk absurde manga De Worstelrepubliek van Nicolas de Crécy en het romantisch-wrange en vooral prachtig getekende De Post- en Liefdebezorger van Sébastien Morice en Didier Quella-Guyot.
Oorspronkelijk in 2015 verschenen, maar afgelopen jaar vertaald zijn ook nog de graphic novels Trashed (Derf Backderf) over onze uit de hand lopende verspilzucht, Ontaard verklaard (Una) over de verwerking van seksueel misbruik en Teleurstellen Vergt Lef (Özge Samanci) over een jeugd in het steeds hallucinantere Turkije.

Verschenen dit jaar en zijn zeker een vertaling waard: Rolling Blackouts (Sarah Israël in 60 Dagen Glidden) over hoe journalistiek bedrijven in landen als Turkije, Irak en (het vooroorlogse) Syrië, L'Insurrection 1: Avant l'Orage (Gawron + Marzena Marzi Sowa) over de aanloop naar het drama van Warschau in de Tweede Wereldoorlog en Paul dans le Nord, de recentste worp in de sympathieke Paul-reeks van Québecois Michel Rabagliati, over de apenjaren van een adolescent die zijn eigen plek zoekt, desnoods in de vrieskou.

Andere, meer mainstream en vertaalde reeksen die zichzelf prima bevestigden zijn Mooie Zomers 2, Sky-Doll 4 en Eerlijke Lui 4.

En gebeurde er dan niets op het thuisfront? Zeker wel. Griffo sloeg mooi terug met de beste Jeroen Bosch-strip van het Bosch-jaar en verder was het Limburg boven: Michael Olbrechts maakte een geslaagde lastige tweede met het familieverhaal Vierenveertig na Ronny en Kim Duchateau leverde met Hanco Kolk puik werk in De Man van Nu. Speaking of Kolk: dit jaar leerde ik, met dank aan Suske en Wiske en Esther Verhoef, de atoomstijl van zijn voormalige hulpje Michiel de Jong kennen, het volgen waard. We weten dus al wat te doen volgend jaar.

DAI HEINEN: "Hoogte- en dieptepunten"
Nu de kerstboom weer op zijn vertrouwde plek staat en 2016 langzaam zijn einde nadert wordt het weer tijd voor de jaarlijkse strip terugblik. Wat waren mijn hoogtepunten en zoals elk jaar zijn er ook enkele dieptepunten?

HeroveringenHet afsluitende deel 4 van Heroveringen was genieten net zoals deze hele reeks een absolute aanrader is. De laatste albums waren niet de beste, maar met Het Testament van William S. zijn Blake en Mortimer weer terug. Xavier Dorison hield opruiming bij Thorgal en zijn begin was veelbelovend. Bij de Thorgal-subreeksen is het beste er wel vanaf, het wordt tijd dat ze worden afgerond.

Met De Erfenis van Jason MacLane knoopt scenarist Yves Sente alle losje eindjes keurig aan elkaar, maar zijn vijfdelige cyclus kon me weinig bekoren en behoort duidelijk niet tot de sterkste delen van het Xlll-universum. De spin-offreeks Xlll Mystery is een geweldig idee.
Durango blijft leuk en de tekenstijl van Iko past goed bij deze lonely gun. Een andere cowboy vierde zijn zeventigste verjaardag en het nieuwste album viel niet tegen, net zoals het hommagealbum over De Blauwbloezen.

Old Pa AndersonRoodbaardHermann leverde ook dit jaar weer twee albums af en Old Pa Anderson behoort tot het beste wat er van hem de afgelopen jaren is verschenen. Ythaq blijft leuk en de tekeningen van Franka zijn een lust voor het oog, hoewel het verhaal minder spannend is. De piraten waren ook dit jaar vertegenwoordigd met De Piraten van Barataria en twee integrale delen van zeeschuimer Roodbaard. Vooral het eerste deel met het dubbelluik van Patrice Pellerin heeft de tijd des tands heel goed doorstaan. Van dezelfde Pellerin verscheen ook een nieuwe De Havik, maar het verteltempo is wel heel traag geworden.

Tanguy en Laverdure hadden een productief jaar met twee nieuwe integrale delen en twee nog niet eerder vertaalde albums. Het kwaliteitsverschil tussen oud en nieuw werd wel heel duidelijk. Hoe goed de oude verhalen van Jean-Michel Charlier zijn, des te saai vond ik de nieuwe verhalen.

Lady S. bewijst nogmaals een blijvertje te zijn en Enrico Marini gaat verder met zijn meesterwerk over De Adelaars van Rome. De integrales van Blueberry zijn een reden om te blijven genieten van deze klassieker en hoewel ze onthoofd zijn, verschijnen de Arenden nog steeds. Ook in 2016 vliegt Buck Danny in twee tijdperken en Lanfeust nadert langzaam zijn pensioen. Alex blijft braaf en zijn oude versie is al over zijn hoogtepunt heen. Larry B. Max is weer terug na enkele mindere delen en het (tijdelijke) vertrek bij de IRS heeft hem goed gedaan.

De Vliegenier

Een onverwacht sterke debutant is De Vliegenier, goed verhaal en dito tekeningen. Jeugdheld Spider-Man blijft gelukkig verschijnen en het meest sappige Batman-fruit lijkt wel geplukt.

De aanwinsten die eerder in de categorie flop dan top vallen zijn: Het Konvooi van de Ballingen uit De Jonge Jaren van Blueberry. Dat was een smakeloos tusssendoortje. En van Vasco ga ik waarschijnlijk na 26 delen afscheid nemen wegens chronische bloedarmoede. Ook reporter Guy Lefranc loopt dat risico als het niet snel beter wordt. De hoofdreeks van Alfa verkeert in comateuze toestand, maar zijn jonge jaren vind ik niet best. Barracuda had potentie, maar scenarist Jean Dufaux moest weer zijn hocuspocuskaart trekken. Nu is het verhaal wel afgerond, maar hier had veel meer ingezeten.

Voor 2017 verheug ik me op nieuwe delen van Rani, Wayne Shelton, Largo Winch en Murena.

WOUTER PORTEMAN: "Stripfeestje"
1. Een van de leukste stripmomenten van 2016 beleefde ik in het Brusselse Warandepark. Daar, in de schaduw van het koninklijk paleis, werd er begin september een uit-mun-tend stripfestival georganiseerd. Het was echt af. Alle, jawel, àlle bekende uitgeverijen waren er aanwezig. Ik genoot van de parade van oldtimers die in bekende strips voorkwamen, de cosplayers, de workshops, het live tekenen voor publiek, ik pikte een korte veiling mee, heb te snel door de expo's gelopen, maar bleef heel hangen bij het fantastisch gast'land' Quebec, en ik zag van verre en nabij een paar honderd tekenaars die er hun albums signeerden. Er liepen stripliefhebbers, dagjestoeristen, poenerige verzamelaars, handtekeningenjagers, maar vooral veel kinderen met Yakaripluimje en Robbedoeshoedje rond. Vooral dat laatste stemde me echt tevreden. Honderden jonge striplezertjes wilden en konden er een tekeningetje bemachtigen van Mooie Navels, Alleen, Tamara, Magic 7 en Louca. Schitterend gewoon. Onze hobby heeft nog een toekomst. Dit was voor mij het beste stripfestival van de lage landen. Er was maar één maar. Het stripfeestje in onze hoofdstad was puur Franstalig. Helemaal Frans? Nee, één Nederlandstalige stand bood moedig weerstand tegen het Gallische geweld. Ballon Media was er voor de eerste keer. Je voelde dat het wat aftasten was, zo ver van de vertrouwde Antwerpse Boekenbeurslaan. Maar ze hadden er hun plaats. Volgend jaar graag weer! En waarom niet met de andere Nederlandstalige uitgeverijen? Ja, laten we gaan voor een volledig Nederlandstalige parklaan. Moet kunnen! En kan het niet, dan mag Nederland gerust het gastland worden.

Frank Pé

2.
Een jeugddroom kwam uit. Na jaren proberen en wachten, mocht ik eindelijk mijn grote held Frank Pé interviewen voor Stripspeciaalzaak.be. Er was niet veel tijd en blablabla, maar een kort gesprek bleef maar duren, en groeide uit tot een geanimeerde, boeiende babbel ergens goed verborgen in de bibliotheek van het Brusselse stripmuseum. Met een mooi compliment eindigde hij het gesprek. Het voelde alsof ik een gigaloonsverhoging had gekregen. Ik zweefde naar huis, en schrapte een vetgedrukt lijntje van mijn bucketlist.

Het Lijk en de BankDe Man van Nu3. 2016 is ook het jaar dat ik een geweldige tekenaar heb leren kennen, namelijk Tony Sandoval. Het jaar was nog maar pas begonnen toen uitgeverij Gorilla uitpakte met Het Lijk en de Bank. Mijn wereld stond even stil. Nog vier andere, begeesterende strips van de Mexicaan werden op ons losgelaten, maar Het Lijk en De Bank blijft er eentje om nog heel lang te koesteren. Nu we toch bezig zijn met de juweeltjes van 2016. Beste strip voor mij was De Man van Nu. Een ogenschijnlijk vreemde samenwerking tussen Hanco Kolk en Kim Duchateau die grafisch gensters sloeg, en waar ik na de laatste pagina gelezen te hebben, een luide wawWawWAAAAW heb geroepen. En hiermee plots weer halsoverkop verliefd werd op het medium. Ook nog veel toeters en bellen voor Mooi Duister, Tyler Cross, Helena, Lou!, Kale Kop, Frommeltje en Viola, Zandkasteel en het horrordrieluik Promise. Het was een goed jaar!

MARIO STABEL: "Reboot/doorstart"
2016... onze portemonnee heeft het weer geweten. De steeds maar uitdijende integraletsunami zit daar zeker voor iets tussen. Er is die constante twijfel of ik die stukgelezen softcovers wel moet vervangen door een mooi uitgegeven bundeling met een extra dossier. Voor Magasin Général en Meesters van de Gerst heb ik de stap niet gezet, bij Comanche, Bruce J. Hawker, Bruno Brazil en Sam ben ik dan wel weer overstag gegaan.

Comanche Bruce J. Hawker Bruno Brazil Sam

Al bij al ben ik best tevreden over het stripjaar 2016.

Uitgeverij Strip2000 / Gorilla vergastte ons op een paar leuke albums. Louca van Bruno Dequier en Nocturno van Tony Sandoval bijvoorbeeld: twee korte reeksen die elk op hun geheel manier verschillende kanten van de ontluikende puberteit belichten. Sandoval lijkt ons trouwens een naam om extra in het oog te houden.

De RoofdierenclubSteven Dupré kwam ook nog eens piepen met het krachtige De Roofdierenclub op scenario van Valérie Mangin, een verhaal dat ook door Edgar Allan Poe kon geschreven zijn. Als liefhebber van (semi-)historische reeksen ben ik heel blij met uitgeverij Daedalus die mij de reeksen Orakel en De 7 Wonderen onder de neus schoof. Ook strips over de twee wereldoorlogen werden dit jaar weer herhaaldelijk onder onze neus geschoven, met Irmina van Barbara Yelin en Berlin Avenue van Marcel Rouffa als uitschieters in het genre.

Ik heb ook gebiologeerd de biografie over Mark Smeets gelezen. Voor mij een onbekende en onbeminde tekenaar, maar wat een talent had die man!

Qua jeugdsentiment zat 2016 ook zeker goed. Scratch Books bracht het vierde deel van de Heinz-bundeling uit (het vijfde en laatste deel staat aangekondigd voor 2017) en Saga Uitgaven verzorgde de eerste twee integrales van Boes. Of we die alle vijftien gaan aanschaffen, weet ik nog niet, maar met deze twee boeken heb ik weer heel hard kunnen lachen.

Uit datzelfde jeugdsentiment koop ik ook nog steeds alle Thorgals, maar eigenlijk weet ik al een hele tijd niet meer waarom. Zowel de hoofdreeks als de nevenreeksen missen momenteel de nodige geloofwaardigheid en originaliteit die de albums in de vorige eeuw zo krachtig maakten.

Over God z'n Broer en Andere Fijne VleeswarenVia een crowdfundingproject kocht ik Over God z'n Broer en Andere Fijne Vleeswaren van Jan Truyens en dat is echt wel visuele verwennerij. Net zoals Magritte van het duo Thomas Campi en Vincent Zabus trouwens: een heuse bad trip door het universum van de bekende schilder.

Strip van het jaar? Geen twijfel mogelijk, da's De Man van Nu van Hanco Kolk en Kim Duchateau: een originele insteek, fijntjes in beeld gebracht door de beide heren en met een knoert van een apotheose, waar nog veel over nagepraat werd...

HildaOp Engelstalig gebied bleef het nogal kalmpjes, al wil ik graag Ruins van Peter Kuper en Pretty Deadly van Kelly Sue Deconnick en Emma Rios als must reads naar voren schuiven. Ook Hilda and the Stone Forest van Luke Pearson beveel ik graag aan. Dit laatste wordt hopelijk snel opgepikt door Scratch Books, dat ook de vorige vier delen vertaalde.

In een jaar waarin exitpolls en verkiezingsvoorspellingen vooral het failliet van de peilingbureaus hebben bewezen, wil ik me toch even op het gladde pad van de trendwatching begeven... Nadat integrales en spin-offs al enkele jaren een lucratieve dertiende maand voor de uitgeverijen konden verzekeren, voorspellen we nu de reboot/doorstart als nieuwe trend. De voorbije jaren experimenteerden uitgeverijen al mondjesmaat met hertalingen van hun klassieke reeksen. We zagen zo bijvoorbeeld al Alex Senator, Amoras, Bob Morane en Michel Vaillant passeren en we vermoeden dat dit de nieuwe goudmijn gaat worden. Standaard Uitgeverij loopt in elk geval al met boude plannen rond.

2017... we vermoeden dat onze portemonnee het nog steeds zal geweten hebben...

DAVID STEENHUYSE: "Geduld en hoop"
Marc Sleen

Nooit eerder verschenen er zoveel strips dan in 2016 en nooit eerder had ik zo weinig tijd om er het meeste van te kunnen lezen. Kiezen voor een bestaan als zelfstandige heeft zo zijn gevolgen, maar die keuze valt nog steeds niet te betreuren. Het moet onze website trouwens ook ten goede komen. Er zijn concrete plannen voor een gloednieuwe site, maar de ouwe werkt nog steeds naar behoren wat de inhoud betreft, en dat wordt vooralsnog samengesteld door een topteam, mijn Dirty Dozen. Oktober, vervolgens november en wellicht ook december werden opeenvolgende recordmaanden. Nooit eerder bezochten stripliefhebbers ons zo vaak als in die maanden. Maandag 7 november was onze absolute topdag. Die dag raakte bekend dat Marc Sleen op 93-jarige leeftijd was overleden. Hij was helaas niet de enige stripgrootheid die ons afgelopen jaar verliet. Voor de entertainment- en sportsector was 2016 een gitzwart jaar. Bye bye, David Bowie, Prince, George Michael, Carrie Fisher, Leonard Cohen, Zsa Zsa Gabor, Muhammed Ali, Gaston Berghmans, Johan Cruijff, Eddy Wally, Alan Rickman, Gene Wilder, Toots Thielemans, Umberto Eco, Manuel uit Fawlty Towers en Yvette uit Thuis.

Een ander voordeel van meer vrijheid is mee op pad kunnen gaan met onze huisfotograaf Raymond Lagae voor vernissages, stripmuur- en andere onthullingen of erop toezien hoe andere medewerkers zich heel origineel, met inzicht, overgave en de kritische noot niet sparend diverse stripmakers aan de tand voelen. Dat leidde naar waardevolle interviews met Jim, Dick Matena, Turf, Tony Moore, Willy Lambil, Aimée de Jongh, Jan Truyens en een veelbesproken interviewreeks van Martin Hofman over De Rode Ridder die inmiddels vijftien veertien interviews telt. Voor Angoulême 2017 moet ik helaas verstek geven door een teveel aan werk, maar de editie van 2016 betekende toch maar mooi de al lang verdiende overwinning van Hermann (als vierde Belg en oudste laureaat ooit) van wie volgend jaar een immense stapel nieuwe albums, speciale uitgaven, luxes en integrales zal verschijnen.

Chlorophyl

Een ontzettend voldoening gevend project was ons overzicht van 77 reeksen (en daarna nog eens 70) uit het weekblad Kuifje dat dit jaar zeventig jaar geleden voor het eerst verscheen. Heel wat lezers meldden ons dat ze een aantal van die reeksen met plezier hebben herlezen. Met heel wat waardering heb ik zelf ook oude reeksjes opnieuw ontdekt terwijl er albums op mijn aankooplijstje zijn verzeild. Scratch Books publiceerde ondertussen de tweede integrale van Raymond Macherots fabuleuze dierenstripreeks Chlorophyl, Sherpa de complete reeks Simon van de Rivier en Bonte een goed verkopende bundeling van Bercks Hansje, allen oude publicaties uit Kuifje. In 2017 starten nog andere Kuifje-reeksen als integrale reeks. Ik wens in het bijzonder Peter D'Herdt te bedanken voor zijn ongelofelijke inzet voor dit Kuifje-project. Ook met ons 14-18-overzicht en de 13 x XIII-reeks konden we lezertjes overtuigen.

Hoe straf, origineel, meeslepend, grensverleggend, emotioneel, dramatisch, hilarisch gloednieuwe reeksen en straffe one-shots ook zijn, ik ben toch blij dat uitgeverijen steeds meer aan degelijk patrimoniumbeheer doen door mooi verzorgde integrales uit te brengen met respect voor het bronmateriaal. Een achtergronddossier is een must, maar uiteindelijk blijft het toch gaan om het opwekken van nostalgische gevoelens en daar is niets mis mee. Zolang bij verschillende uitgeverijen de juiste mannetjes en vrouwtjes met passie voor het medium zitten (ik heb het over jullie, Kim, Martin, Hans, Johan, Mat, Peter, Etienne,...) om de kar van die integrales te helpen trekken, zijn we in de komende jaren nog van veel (her)leesplezier verzekerd. Voor een paar van die projecten wisten we zelf zaadjes te planten door er de aandacht op te vestigen via artikels in nieuwsrubrieken of onze weetjesrubriek. De eerste stappen zijn al ondernomen, de resultaten zijn normaliter in 2017 te verwachten.

Maar ik wil me geen oogkleppen laten aanmeten voor wat integendeel nieuw en vernieuwend is. Wars van alle kritiek en de vraag om de Rode Ridder zo snel mogelijk op zijn bestemming te brengen — want negen albums voor een cyclus lijkt echt wel lang — leerde ik van Marc Legendre om meer geduld op te brengen. Gun auteurs, zolang ze zich gesteund voelen door hun achterban en uitgevers, die niet ineens willen ingrijpen, de kans om hun bedoelde masterplan uit te voeren. Ik blik liever terug op een geslaagd opzet in plaats van een gemiste kans omdat die auteurs zich lieten misleiden of bijsturen door, welja, betweters die het grote plan niet kennen... of geen geduld hebben om de rit tot het einde mee uit te zitten tenzij er op hun voorwaarden wordt ingegaan (ook al geven ze auteurs die kans met hun zuurverdiende centen). Maar meer pagina's per album, desnoods met minder albums per jaar als kordaat gevolg, zouden we nu ook geen slechte zet vinden voor De Rode Ridder. Fabio Bono en vooral inkleurder Dimitri Fogolin worden trouwens met elk nieuw deel beter.

Fanny K.In 2017 zal de denktank The Wolfpack van Standaard Uitgeverij mee voor vernieuwing (moeten) zorgen. Het knettert van de creativiteit en we kijken oprecht uit naar wat er met De Rode Ridder in Red Rider en Robert en Bertrand wordt uitgespookt en of de dramatische koers die voor Fanny Kiekeboe in Fanny K. wordt uitgestippeld tot ernstige discussies in de media zal leiden. Dat er voor dat project van Jean-Marc Krings en misdaadauteur Toni Coppers eens een scenarist (een knelpuntberoep) buiten het stripwereldje is aangetrokken, kan voor nog meer interessante kruisbestuiving zorgen. In deze context noem ik graag Gerben Valkema die Suske en Wiske voor de actie rond SOS Kinderdorpen zodanig binnen zijn comfort zone trok dat ik hem meteen de reguliere stripreeks zou toevertrouwen. Maar laten we eerst eens afwachten welke richting Luc Morjaeu en Peter van Gucht vanaf mei met de reeks opgaan.

Ondanks de vele keren dat we in 2016 afscheid moesten nemen, kijken we met de redactie altijd weer hoopvol uit naar het komende jaar. Ik wens je daarom een hoger loon, meer plaats, meer tijd... en meer geduld toe om er ten volle van te genieten.

DIEDERIK VAN DE VELDE: "Een gestript jaar met goed leesvoer"
Oud, nieuw en vernieuwd
Niet alles was kommer en kwel in 2016. Er waren ook wat lichtpuntjes waar te nemen. De natuur heeft zowaar een lokaal herstelpunt gevonden. In november werd in België voor het eerst sinds lang weer een wolf gespot. Alerte newswatchers konden echter al enkele dagen eerder een volledige wolfpack opmerken. Dit jaar kwam de achtkoppige Wolfpack in de openbaarheid na enkele jaren voorbereidingswerk. Het zet verder waar Amoras mee begon: de klassieke reeksen van Standaard Uitgeverij in een nieuw, gedurfder, jasje steken. Stripauteurs, cartoonisten, animatoren en een regisseur, allen maken ze deel uit van deze Wolfpack. Het toont dat het concept 'vernieuwing', ruim wordt opgevat en dat verheugt me. Grote nieuwsgierigheid en een open geest dus ook van mijn kant in 2017.

De Blauwbloezen

2016 was een jubileumjaar voor Lucky Luke, voor het weekblad Kuifjeén voor De Blauwbloezen, dat na zestig albums, terecht een hommagealbum kreeg. En dat album was goed. Zo goed dat er eigenlijk, mits dezelfde juiste kwaliteitszorg als bij deze hommage, ruimte in zit om met De Blauwbloezen 'een Amorasje' te doen of het een conceptreeks te geven (naast de hoofdreeks natuurlijk). Nu de geestelijke vaders en uitgeverij Dupuis daar nog van overtuigen. Wie overigens nog niet geheel op de hoogte is van de artistieke kwaliteiten van Aimée de Jongh heeft na dit jaar stof genoeg om zich over haar te verbazen. Naast een knappe bijdrage in bovengenoemde hommage en een al even mooie cover voor dat album, kondigde deze bezige bij ook een samenwerking met Zidrou aan. Dat belooft alvast voor 2018, want iets zegt me dat beide auteurs dan nog steeds even incontournable zijn. Graag had ik in 2017 ook Aimée de Jonghs film Behind the Telescopes gezien, jammer dat deze vertoning met live muziek maar één keer België aandeed. Nederlanders:jullie hebben wel nog enkele kansen, rep jullie.

Noemden we 2015 het jaar van de integrale, wat dan gezegd van 2016? Het waren er warempel nog meer. Van zowel nog lopende als opnieuw afgestofte reeksen. Handig voor wie net als ik graag nieuwe dingen ontdekt.

Zilveren tranen

Zilveren TranenDit jaar overleed Fidel Castro, maar helaas ook de man die hem jarenlang zo iconisch wist neer te zetten in de Vlaamse kranten. Dé nestor van de Vlaamse strip, die het koningshuis via zijn werk Nederlands leerde, die zijn lezer kennis van fauna en flora bijbracht en Vlaanderen (en Brussel/België) meermaals massaal aan de wafelenbak zette. Marc Sleen! Zijn werk is niet alleen uniek, het heeft ook nog aantrek, dat blijkt uit het vlot verkopen van de heruitgave van Zilveren Tranen, het laatste Nero-album. Of in de woorden van zanger Jan De Smet in Ivan De Vadders jaaroverzicht: "Er blijft Nero, er blijft Nero na de dood."

De verantwoordelijke(n) hierboven wilde(n) kennelijk niet enkel hun muzikale departement uitbreiden. Helaas! Zo was ondermeer René Hausman deelgenoot van Marc Sleens lot en moesten ook die andere twee Europese striplanden met Marcel Gotlib en Peter van Straaten twee grafische iconen vaarwel zeggen. Er rest enkel een welgemeende "bedankt" voor wat ze ons nalieten.

One-shots van hoog niveau
De VliegenierDe Dood van StalinEr verscheen andermaal veel moois dit jaar. Spontaan schieten me bijvoorbeeld De Vliegenier, De Adelaars van Rome, het slotdeel van De Hel van het Oostfront en Helena te binnen, maar toch zullen me vooral enkele one-shots bijblijven. Zo kwam in 2016, eindelijk, de integrale vertaling uit van De Dood van Stalin, een album dat, met gevoel voor zowel drama als humor enkele van de bestaande complottheorieën rond Stalins dood op een geslaagd hoopje gooit. Of De Tuin van Daubigny, een verhaal over een wat minder bekende schilder, een verhaal waarmee Luc Croomheecke meteen weet uit te verkopen.

De Tuin van Daubigny

Wauter Mannaert
haalt voor het tweede jaar op rij mijn jaaroverzicht, dit keer met een graphic novel over persfotograaf Arthur Fellig. Het Lijk en de Bank kwam wat bevreemdend bij me over, maar aan zoveel grafische pracht is het enkel mogelijk je te vergapen. Ik smeet me met wat vertraging, maar met plezier, op enkele kortere humorreeksen van Strip2000 en vulde reeksen aan die ik al jaren gewoontegetrouw volg. Het moet gezegd dat velen daarvan, ondermeer Alex, intussen hun dipjes voorbij zijn en een constante kwaliteit hebben. Kwaliteit combineren met vernieuwende verteltechniek was dan weer wat het one-shot De Man van Nu deed. De grenzen van wat er mogelijk is met het stripmedium zijn door deze strip van het jaar geruisloos maar onomkeerbaar verlegd. Dat stelt me gerust voor 2017, waarin ondermeer ook Rosa 2 op de planning staat.

Herstelpunt voor de natuur? Zolang we ons papier uit duurzaam ontgonnen bossen blijven besteden aan werken als de bovenstaande, is er nog hoop!

JEROEN VERMEIJ: "Het jaar van Jim"
Mooie Momenten

Saga Uitgaven
gaf al een titel aan het afgelopen stripjaar: het jaar van Jim. Met het zeer mooie interview en prentenboek Achter de Schermen van Een Nacht in Rome werd het jaar geopend, gevolgd door drie dubbelalbums (Een Klein Boekje, Helena en Waar Zijn de Mooie Dagen?) waarbij Jim als scenarist optreedt. Het Jim-jaar werd afgesloten met een soloproject: Mooie Momenten waarin hij zijn vertel- en tekenkunsten toont in twaalf wonderschone kortverhalen. Een bijzonder en gedurfd project van Saga Uitgaven, durf ik te zeggen, en een aanwinst voor mijn verzameling.

Een Klein Boekje Helena Wara Zijn de Mooie Dagen? Mooie Momenten

ApostataChâteaux BordeauxAndere parels die dit jaar verschenen en die ik niet onbenoemd wil laten, zijn het helaas zevende en laatste deel van de meesterlijke reeks van Ken Broeders' Apostata. Met Niets Meer dan een wolk komt de reeks tot een waardig einde. Van dezelfde uitgeverij INdruk wil ik het zesde deel van het familie-epos Châteaux Bordeaux graag een keer naar voren halen. Een erg sterke reeks over een vervallen wijndomein vol intriges en drama en en passant vergroot ik ook nog eens mijn kennis over wijn.

Tot slot twee nieuwe reeksen waarvan afgelopen jaar al meteen twee albums van zijn verschenen: Harmony en Mermaid Project. Beiden moderne reeksen met actuele thema's gericht op een breed publiek. Ik hoop dat met dit soort nieuwigheden en het vlot uitbrengen hiervan, stripmakers en uitgeverijen de steeds kritisch wordende striplezer aan zich kunnen blijven binden. Ik haak alvast aan op 2017!