Dit is archiefpagina 8 van de rubriek Klare Taal.

Klik verder naar de volgende updates:

Un Peu de Bois et d'Acier
Sam Zabel and the Magic Pen
Wolfsmund
Edward Scissorhands
The Flowers of Evil
Buffalo Runner - Dad - L'Île aux Femmes - Ladyboy vs Yakuzas - Le Jour le Plus Long du Monde - Soucoupes
Locas
Grandville
The Park
Mushishi
 
Un Peu de Bois et d'Acier
(besproken door Wouter Porteman)
21/10
TOP
Door Christophe Chabouté
FR (tekstloos): One-shot verschenen bij Vents d'Ouest in 2012.
Un Peu de Bois et d'Acier
Un Peu de Bois et d'Acier is een graphic novel over een parkbankje. Ja, zo'n stom ding bestaande uit een beetje hout en wat staal. Maar zo'n bank maakt heel wat mee. Honderden mensen lopen het bankje voorbij. Sommige stoppen en zitten er even op. Nog anderen komen steeds terug. Enkele vermetele bezoekers gebruiken het bankje zelfs om te wachten op hun lief, op hun kind of op Godot. Het eenvoudige bankje wordt zo een veilige haven voor de ene, een stuk hout voor de andere. Het schopt het zelfs tot hoofdrolspeler in een geweldige actiescène. En zo wordt een banaal bankje de held in een prachtige choreografie van stamgasten, voorbijgangers, vandalen en verliefden. Het bankje ontvangt... Hallo, ben je er nog?

Un Peu de Bois et d'Acier

Ja, ik ben echt serieus. Het verhaal van 336 pagina's (jawel!!) draait inderdaad helemaal rond een parkbankje. Dat draaien mag je zelfs letterlijk nemen. De camera draait, zwenkt, zoomt in en uit op het bankje. Maximaal twintig meter durft de drone zich te verwijderen. Soms staat de camera stil en zie je de tijd passeren. Soms zie je mensen voorbij wandelen, nors het bankje negerend. Ze zijn zich niet bewust dat ze vastgelegd worden door een verborgen camera. Maar als... als er iemand op het bankje plaatsneemt, dan sluipt de camera dichterbij en draait als een wesp gestoken rond zijn slachtoffer. Elke beweging, elke mimiek wordt vastgelegd. Alsof de camera zijn dierbare eigendom wil beschermen. Je kan veel zeggen over die strip, maar niet dat het saai in beeld is gebracht. Dit is cinematografie van de bovenste plank.

Un Peu de Bois et d'Acier

Maar ik wijk af. Un Peu de Bois et d'Acier is dus een strip over een bankje. Maar zoals je wel aanvoelt, is onze houtstalen held maar een veredeld decorstuk. Een lijdend en leidend voorwerp. Het gaat hem om de verhalen die rondom hem gebeuren. Zo'n bank is Familie en Thuis samen en wel in 'goede en slechte tijden'. Een lach, een traan, kleine en grote gebeurtenissen. Alles gebeurt rond die bank. En wij zijn er een bevoorrecht getuige van.

Un Peu de Bois et d'Acier

Un Peu de Bois et d'Acier
heeft een leeslint. En dat maakt me heel gelukkig. Niet dat het nodig is, de verhaaltjes rondom de bank zijn simpel, repetitief en teder. Ze hebben geen woorden nodig. En ze krijgen ook geen woorden. Deze graphic novel is op een bedrukt T-shirt en wat graffitti na volledig tekstloos. En dat stoort niet. Woorden zijn niet nodig om de universele gevoelens over te brengen. 336 tekstloze pagina's, daar ben je in een klein halfuurtje doorheen, maar toch heeft de strip een leeslint. En dat maakt ons heel gelukkig. Dit is een strip die je even ter hand neemt, doorbladert, wat in leest en dan weer weglegt. Het leeslint netjes tussen twee scènes leggend. Deze strip is een bankje waar je even op vertoeft.

Un Peu de Bois et d'Acier

Tekenaar en scenarist is Fransman Christophe Chabouté die al jaren schandelijk over het hoofd wordt gezien door onze vertalers. Zijn Moby Dick-bewerking liet nochtans vele harten sneller slaan. Ook in die strip zou de 48-jarige Chabouté zijn gelijke niet kennen in het weergeven van de kleine, dagelijkse emoties die de puzzelstukjes zijn van een boeiend leven. Maar wij zijn vooral fan van 's mans beeldtaal. Zijn kadrering is uitdagend. Zijn zwart-wittekeningen zijn het omgekeerde van die van een Didier Comès of Hugo Pratt. Ze zoeken direct oogcontact en spreken je aan. Een stijl die je ook vindt bij José Muñoz of recenter bij Aimée de Jonghs De Terugkeer van de Wespendief. Heel expressief, heel juist.

Un Peu de Bois et d'Acier

Un Peu de Bois et d'Acier
verscheen in 2012 bij onze zuiderburen en werd overladen met alle mogelijke lof. Ons exemplaar bevat dan ook zo'n afstotelijk rode sticker met lovende citaten uit bekende tijdschriften. "Un film muet irrésistiblement parlant", "Cocasse, touchant, burlesque" of "poétique, drôle et sensible". Enfin, een heel vat superlatieven werd bovengehaald. En ze zijn allemaal waar.


Sam Zabel and the Magic Pen
(besproken door Koen Driessens)
07/10
TOP
Door Dylan Horrocks
EN: One-shot verschenen bij Fantagraphics Books in 2014.
Sam Zabel and the Magic Pen
Striptekenaar Sam Zabel lijdt aan cartoonist's block: hij krijgt geen tekening meer op papier terwijl hij zijn deadline voor de volgende aflevering van de superheldenstrip Lady Night zo hard mist als Oranje het EK. Hij is het vertrouwen kwijt in zijn kunnen waarmee hij vroeger "echte, eerlijke en speelse" verhalen schreef.

Sam Zabel and the Magic Pen

Ah, een metastrip over strips! Interessant, maar tricky: wordt dit navelstaren? Alleen maar in het begin. Gaat de Nieuw-Zeelandse auteur Dylan Horrocks (1966) in Sam Zabel and the Magic Pen (2014) misschien autobio? En nog geen beetje. Na zijn alom geprezen graphic novel Hicksville (1998, vorig jaar de nummer 12 in de Rolling Stone-top 50 der beste niet-superheldenstrips, nét voor Kuifje) is Horrocks zich in de VS onledig gaan houden met Batgirl. Via alter ego Sam Zabel vernemen we hoe hij zijn klus als hack of ingehuurde kracht in werkelijkheid inschat. Graag zou Sam Zabel er iets méér mee doen: "Lots of writers have done interesting things with superheroes", verzucht hij. "What about Frank Miller? Grant Morrison? Alan Moore?" Toen hij Pickle vulde (Horrocks gebruikt hier gewoon letterlijk de naam van het blad dat hij destijds zelf maakte — om de laatste autobiotwijfelaars over de streep te trekken), schreef hij tenminste "in mijn eigen stem: uniek en sterk". Geeuwend van verveling helpt Lady Night zelf hem weer op aarde: "Mijn succes heeft niks te maken met puntige dialogen of diepe, betekenisvolle onderliggende thema'sé", maar alles met het feit dat zij "a fantasy" is: "Men want me".

Sam Zabel and the Magic Pen

Daarzie, het geheim dat strips doet lezen. Seks? Neeje: fantasie! Mja, seks ook natuurlijk — seks IS vooral fantasie. Maar Sam/Dylan onderzoekt in de rest van het 222 pagina's dikke Sam Zabel and the Magic Pen de fantastische kracht van strips. En ja, daar komt een heleboel seks bij kijken. Met een heleboel vrouwen tegelijk zelfs. Maar wacht: eerst belandt Sam al lezend in een onbekende, oude strip uit 1959 plotsklaps ín deze The king of Mars. Dankzij het bijdehante mangameisje Miki — die zijn Lady Night "a flying porn star" noemt — komt hij, net als de ruimtevaarder Errol Rose in de knullige comic, tot bij de martianen. Niet groen, maar rood en allemaal mannelijk. Want "mannen komen van Mars". De marsmannetjes onthalen hem als een vorst en doen hem een harem van groene vrouwtjes cadeau, ontvoerd op Venus. Yep, "vrouwen komen van Venus". Ook de nymfomane venusvrouwtjes vereren de tekenaar als hun schepper. Wanneer Sam en Miki, weer via de comic, bij de eigenlijke cartoonist god king Evan Rice in de fifties uitkomen, vertelt deze van zijn magische pen (gekregen van een Amerikaans matroos/striptekenaar) om er wonderlijke werelden mee te creëren. Sam en Miki nemen Rice mee in zijn Mars-wereld, terwijl Sam met heimwee terugkeert naar de werkelijkheid, maar al gauw spijt krijgt. Via een andere strip van Rice komt Sam op Venus terecht, waar hij met Alice, die de strip in bezit had, het stellaire geslachtenconflict pacificeert met een snelcursus eenentwintigste-eeuwse genderpolitieke correctheid: vrouwen als lustobjecten afbeelden in strips heeft onvermijdelijk zijn invloed op de lezer, oreert Sam. "Gosh. I never really thought about it like that", geeft tekenaar Rice toe. "It was just a bit of fun, that's all. A daydream... a fantasy..." Waarop Sam: "But it still matters. Fantasy matters." Volgt een korte, maar niet te beantwoorden bedenking over ethiek: zijn we moreel verantwoordelijk voor onze fantasieën? Zijn fantasieën er niet net om voorbij de grenzen van de werkelijkheid en het aanvaardbare te gaan? Door de vraag in dialoog met zijn sexy geklede echtgenote te stellen, beantwoordt Sam ze eigenlijk al.

Sam Zabel and the Magic Pen

Sam, Alice en Miki verlaten de marsmannen en venusvrouwen, die aangeven zich toch maar te vervelen in die saaie gelijkheid der seksen — het zijn nu eenmaal fantasiefiguren. Ze trekken door nog meer stripwerelden waar de geslachten ook tegenover elkaar staan tot ze in Miki's hentai (pornografische manga) terechtkomen: iets met schoolmeisjes, een creep en tentakels, say no more. Ze ontsnappen, Sam leert van de oorspronkelijke en wijze versie van Lady Night dat fantasie ook een donkere kant heeft: loutering, verwoesting, haat, wraak. "Maar ik wou een perfecte, mooie, zachtaardige wereld creëren met de magische pen", werpt Sam op. "All pens are magic, Sam", antwoordt ze. "Every pencil and brush and finger dipped in paint. All of it is magic."

Sam Zabel and the Magic Pen

In de eerste pagina's leed Sam door zijn writer's block nog aan anhedonie (het met niks meer blij kunnen zijn, zelfs niet met het voorlezen van Kuifje aan zijn zoontjes). Op de laatste pagina's zet hij, warm onthaald in zijn gezin, zich met frisse moed aan het witte blad...

Sam Zabel and the Magic Pen

Klinkt allemaal wat zwaar op de hand? De toegankelijke cartooneske stijl van Horrocks is een perfect glijmiddel tot de boodschap die Horrocks, bezorgd om de seksistische en escapistische weg die comics inslaan, wil overbrengen: strips zijn een prachtig middel om zich in fantasiewerelden te begeven en je hebt geen magie, maar enkel het geloof in die fantasie nodig om die werelden waar te maken. Een niet mis te verstane boodschap aan zijn collega's, maar ook aan het publiek. Dat kon al in Horrocks vorige graphic novel Hicksville (het fictieve Nieuw-Zeelandse plaatsje waar iedereen strips ernstig neemt) dat je laat kennismaken met zijn overtuiging van de kracht van het integere beeldverhaal zonder zich te verliezen in superheldenonzin, dromend van een eigen superheldenstatus als stripauteur. Iets waar Horrocks zelf zich eigenlijk net wel aan bezondigd heeft door voor DC te gaan werken. Horrocks, die zo zijn illusies bevestigd zag, is in Sam Zabel (overigens in Hicksville al een personage) dus uiteindelijk trouw gebleven aan zijn eigen boodschap.

Het complete stripverhaal is ook online te lezen op Dylan Horrocks' website hicksvillecomics.com


Wolfsmund (besproken door Tom De Lentdecker)
26/09
TOP
Door Mitsuhisa Kuji
EN: Verschenen bij Vertical sinds 2013. FR: Verschenen bij Ki-oon sinds 2012.
In beide talen verschenen zes delen. Reeks compleet in zeven delen. Het laatste verschijnt in 2016.
Verschijnt oorspronkelijk in Japan sinds 2009.
Wolfsmund 1
Wolfsmund 2
Toen ik me te groot voelde voor de tekenfilmseries Nils Holgersson en De Tovenaar van Oz, keek ik als beginnende tiener vol ontzag naar Kapitein Zeppos op tv. En even later ook naar Crossbow. Kastelen, ridders, gevechten en natuurlijk de held Willem Tell: ik kon maar geen genoeg krijgen van de Zwitserse legende. Met veel overgave speelde ik met de buurjongens verscheidene scènes na. Vooral de jongste buur, die steevast de appel op zijn hoofd kreeg, zal zich dit nog levendig herinneren.

Wolfsmund 3
Wolfsmund 4

Waarom Tells verhaal nog geen stripvorm op het Europese vasteland kreeg, begrijp ik niet goed, maar niet getreurd: er loopt momenteel een mangareeks die zich losjes baseert op zijn geschiedenis.

Wolfsmund 5
Wolfsmund 6

In de veertiende eeuw legden drie Oostenrijkse kantons beslag op de Sankt Gotthard Pass, om zo controle over Zwitserland te behouden. Deze route was de meest directe toegang tot Italië en werd bewaakt door een van de wreedste mannen van zijn tijd: Wolfram. Deze waant zich een halve god, of beter gezegd: een halve opperduivel, want hij haalt sadistisch plezier in het treiteren van mensen die zijn bastion aandoen. Iedereen die geen geldige reden heeft om te passeren, moet eraan geloven. En als je wel een geldige reden hebt, doet hij er alles aan deze ongeldig te maken.

Wolfsmund

De eerste hoofdstukken van Wolfsmund vertellen steeds hetzelfde verhaal: reizigers willen de Sankt Gotthard Pass kruisen, maar worden verhinderd door Wolfram, steeds om een andere reden. Net wanneer je denkt — na een hoofdstuk of vier — dat de hele reeks een variatie op een vast thema zal worden, schiet het hoofdverhaal in gang en komen Willem Tell, zijn zoon en de rebellen ten tonele. Kunnen zij het schrikbewind stoppen?

Wolfsmund

Wolfsmund
is een beenharde manga, geschreven en getekend door Mitsuhisa Kuji, de vroegere vrouwelijke assistente van Kentaro Muira die ons Berserk schonk. Het verhaal is evenwichtig en empathisch verteld, met erg expliciete actie. Vooral vrouwen spaart Kuji niet. Dit moet je niet net na je avondeten lezen. Verder kan ik Wolfsmund alleen maar aanraden: het staat bol van die middeleeuwse sfeer waar ik zo dol op ben, met tal van onvergetelijke figuren en een slechterik die ik ondertussen eigenhandig zou willen vierendelen.

Wolfsmund
Het zesde deel verscheen eerder dit jaar, het zevende en afsluitende deel is er eentje voor 2016. Haal je kruisboog maar al van onder het stof!


Edward Scissorhands (besproken door Mario Stabel)
09/09
TOP
EDWARD SCISSORHANDS door Drew Rausch + Kate Leth
In het Engels verschenen bij IDW Publishing sinds 2014 in tien comicdeeltjes en één bundeling.
Edward Scissorhands
In 1990 gooide regisseur Tim Burton hoge ogen met zijn modern cultsprookje Edward Scissorhands. Dat verhaal over een jongeman met scharen in plaats van handen is al onderwerp geweest van heel wat geanimeerde discussies in de media. De regisseur beweert zelf dat het een metafoor is voor zijn eigen ongelukkige jeugd in het Californische stadje Burbank. Feit blijft dat de succesvolle film nog altijd behoort tot een van de mijlpalen in Burtons omvangrijke en creepy œuvre en een van de huisfavorieten is hier, maar daar zitten de hazelnut eyes van actrice Winona Ryder zeker ook voor iets tussen. Nadat er in 2005 al een balletversie (!) ontwikkeld werd die nog steeds de wereld rondreist, is het nu tijd voor de stripadaptatie.

Edward Scissorhands
Ik heb het even moeten dubbelchecken, maar eigenlijk is de hele film opgebouwd als een langgerekte flashback van hoofdpersonage Kim die het verhaal aan kleindochter Megan vertelt. De strip begint waar de film ophoudt: Kim is ondertussen overleden en Megan gaat op zoek naar de waarheid achter de warrige verhalen van haar grootmoeder. In het eenzame landhuis is Edward ondertussen aan het snuisteren in de papieren van zijn geestelijke vader en hij komt er achter dat hij niet de eerste creatie was van de uitvinder. Wanhopig op zoek naar een soulmate laat hij zich niet tegenhouden door de dwingende aantekeningen in de rand van de ontwerpschetsen "Something is missing?" en "Needs work". In de diepste krochten van de villa botst hij dan uiteindelijk op zijn halfbroer, waar inderdaad wel meer dan één vijs bij los blijkt te zitten...

Edward Scissorhands

Door deze aanpak en de gothic setting krijg je een comic die in de eerste plaats op tieners gericht is, maar zeker over voldoende kwaliteit beschikt om ook de wat oudere lezer aan te spreken.

Edward Scissorhands

Het scenario is van de jonge Canadese Kate Leth die amper één jaar jong was toen de film in de zalen kwam, maar duidelijk gefascineerd is door het goth- en Burton-wereldje. Ze is gebeten door het stripmedium en klust na haar uren ook nog wat bij in de lokale stripspeciaalzaak. Daarnaast heeft ze ook een heus platform opgericht voor vrouwen in de stripbusiness: The Valkyries. Het staat dan ook buiten kijf dat het vrouwelijk hoofdpersonage een chick is met de nodige ballen aan haar lijf.

Het tekenwerk werd toevertrouwd aan Drew Rausch. Die maakte eerder al een stripadaptatie van het Shrek-verhaal (met Scott Shaw), het zombieverhaal Sullengrey (met Jocelyn Gajeway) en Eldritch (met Aaron Alexovich) over een broer en zus die met heel wat mysteries geconfronteerd worden. Dat laatste werk definieerde MTV Geek als een mix van creepy moments of horror en quirky humor. Ook zij legden al de link met de films van Burton wat de tekenaar een logische keuze maakte voor de verstripping van deze Edward.

Edward Scissorhands

Het is niet de eerste keer dat IDW Publishing in zee gaat met filmmaatschappij Twentieth Century Fox. Zo werkten ze ook al samen aan materiaal over The X-files en The A-Team.

Dit eerste lange, afgeronde verhaal Parts Unknown is een verzameling van de eerste vijf comicdeeltjes. Ondertussen zijn ook de volgende vijf deeltjes met de ondertitel Whole Again verschenen. Voor een bundeling van dat verhaal moeten we nog wachten tot het einde van het jaar.


The Flowers of Evil (besproken door Tom De Lentdecker)
27/06
TOP
THE FLOWERS OF EVIL door Shuzo Oshimi
EN: Verschenen bij Vertical van 2012 tot 2014. Serie compleet in elf delen.
Verscheen oorspronkelijk in Japan van 2009 tot 2014.
The Flowers of Evil
Charles Baudelaire — die naam doet ongetwijfeld een belletje rinkelen — was een Franse dichter van twee eeuwen geleden. Aan zijn bekendste werk, Les Fleurs du Mal, prutste hij meer dan vijftien jaar eer hij tevreden was. Les Fleurs du Mal deed heel wat stof opwaaien omdat het zo anders was dan de poëzie die toen gangbaar was. Niet alleen stond het werk bol van de zwaarmoedigheid, de verveling en de verheerlijking daarvan, maar ook van aanstootgevende, seksueel getinte gedichten. Het was zo erg dat een deel van de gedichten gecensureerd werd en Baudelaire een boete moest betalen. Pas een eeuw daarna zou het verbod op publicatie worden opgeheven.

The Flowers of Evil
The Flowers of Evi
The Flowers of Evil

Shuzo Oshimi
grijpt het meesterwerk van Baudelaire aan om er zijn eigen verhaal rond te maken. Takao Kasuga is een wat onopvallende student met één grote passie: lezen. Gefascineerd door Baudelaire trekt hij de filosofie van Les Fleurs du Mal door in zijn eigen leven. Een beetje ongelukkig raakt hij in het bezit van de turnkledij van zijn immens populaire klasgenote Nanako Saeki. Te laat beseft hij dat het eigenlijk om diefstal gaat en wat hij hiermee in werking heeft gezet.

The Flowers of Evil
The Flowers of Evil

Vanaf dat moment valt er steeds meer olie op het vuur want een andere klasgenote, Sawa Nakamura, heeft alles gezien en spoort Takao aan om verder en verder af te dalen in de menselijke psyche. Waar ligt de grens? Hebben we niet allemaal een donkere kant? Hoeveel is er nodig zodat die donkere kant de bovenhand haalt? Zijn we in se niet allemaal pervers?

The Flowers of Evil
The Flowers of Evil

The Flowers Of Evil is een realistisch manga met een erg open tekenstijl en een klaar verhaal, met toch voldoende weerhaken om je dagenlang bezig te houden. Voor de laatste drie volumes hebben we een stuk van onze slaap opgegeven: we moesten het gewoon weten. En toegegeven: deze serie heeft een blijvende indruk nagelaten.

The Flowers of Evil
The Flowers of Evil

Het einde van The Flowers of Evil liet ons beduusd achter. Je weet dat het niet goed kan eindigen, maar dit was niet het einde dat we verwachtten. Tegelijkertijd kon het niet anders. En wie was Sawa Nakamura eigenlijk? Een zoveelste perverseling? Of slechts een symbool hiervan? Wat denk jij? Een perfect afgerond verhaal, als we er verder over nadenken, dat op verschillende manier te interpreteren valt.

The Flowers of Evil is in het Engels volledig uitgegeven door Vertical. Dit niet lezen is pervers.


Buffalo Runner - Dad - L'Île aux Femmes - Ladyboy vs Yakuzas - Le Jour le Plus Long du Futur - Soucoupes (besproken door David Steenhuyse)
02/05
TOP
Zes introducties van recenter verschenen Franse strips in één combibespreking. Een onderling verband is er nauwelijks. Maar ze konden ons om even verscheidene redenen overtuigen om ze ook aan jou aan te raden.


BUFFALO RUNNER door Tiburce Oger
One-shot verschenen in 2015 in het Frans bij Rue de Sèvres.
Buffalo Runner
Terwijl ik ons complete westernoverzicht de voorbije maanden bleef uitbreiden, viel mijn oog plots op het in januari 2015 verschenen one-shot Buffalo Runner van uitgeverij Rue de Sèvres. De strips van deze sinds 2013 actieve uitgeverij van voormalig Casterman-uitgever Louis Delas zijn nog door geen enkele vertaaluitgever opgemerkt. Dat is zonde in het geval van het vooral voor veertigers herkenbare one-shot Une Histoire d'Hommes van Titeuf-auteur Zep (zijn eerste echt volwasen strip) over de voormalige leden van een rockgroep die elkaar jaren later terugzien. Enkel Dark Dragon Books vond al de weg door binnenkort met Alex Alice' Het Kasteel van de Sterren uit te pakken.

Buffalo Runner

Ook het westernone-shot Buffalo Runner is van het kaliber dat een vertaling verdient. Tekenaar Tiburce Oger heeft met het door Talent vertaalde Het Pad van de Schimmen al een goede westernreeks op zijn naam. In Buffalo Runner vertelt hij de geschiedenis van Edmund Fisher, een buffalo runner oftewel een bizonjager. Van dat soort jagers waren er in het Wilde Westen zo'n duizenden. Prooien genoeg want zelfs voor de sport werden er bizons neergelegd alsof er geen einde aan kwam. Behalve een deel van de op twintig miljoen geschatte bizons die er rondliepen, werd er ook al eens een indiaan neergeknald. Het zijn de pioniersjaren en niemand kon toen nog bevroeden dat er tegen de stroom immigranten geen stoppen mogelijk was. Edmund, kortweg Ed, was slechts een van de eerste die de oorspronkelijke bewoners zou verdrijven.

Buffalo Runner

Ed vertelt zijn eigen geschiedenis aan een jonge vrouw wiens leven hij redde. Ze zou net door een Mexicaanse desperado en een indiaan worden verkracht terwijl haar ondersteboven opgehangen vader moest toekijken. Haar broertje overleefde het niet. Haar vader uiteindelijk ook niet. Ed knalt de desperado's neer en brengt haar in veiligheid. Het is slechts een oponthoud voor een verwachte tegenaanval van de bende waar beide schurken toe hoorden. Terwijl hij zijn eigen kogels fabriceert, vertelt de op leeftijd zijnde redder in nood zijn verhaal aan de zwijgzame vrouw die wraak (een onmisbaar element in talloze westernverhalen) heeft gezworen. Eds leven gaat samen met de ontwikkelingen in het Wilde Westen, zo participeert hij aan de Amerikaanse Burgeroorlog, maar het gaat ook over liefdes en verlies, over vriendschap en verraad, over brutaliteiten en afrekeningen.

De verhaalstructuur is typisch voor het soort biografieën van legenden in een historisch tijdskader. Ideaal om losse scènes op elkaar te doen volgen met de verteller als enige overgang. De kracht van die scènes én de laatste twist tillen het niveau van dit one-shot boven dat van vele andere westernverhalen. En het is fantastisch getekend bovendien.


DAD door Nob
1 deel verschenen in 2015 in het Frans bij Dupuis.
Dad 1
Dad is een goedhartige veertiger, een alleenstaande vader van vier bij even veel vrouwen verwekte dochters die alle vier bij hem inwonen. De oudste is een twintigjarige studente, de jongste is nauwelijks tien maanden jong. Vier meiden met uiteenlopende karakters, dat zijn vier uitdagingen om als vader de opvoeding van te verzekeren. Zo is elke dag wel een nieuw avontuur, een nieuwe confrontatie en een oneindige bron van inspiratie om hier een lange gagreeks van te kunnen maken. In maart verscheen het eerste album, in oktober wordt het tweede verwacht.

Ondanks Dads dagelijkse beslommeringen en zijn verantwoordelijkheid om een zekerheid op te bouwen om zijn kroost een warme, comfortabele thuis te bezorgen, cijfert hij zichzelf niet weg. Hij kijkt naar de vrouwen, hij neemt al eens zijn elektrische gitaar ter hand en doet zijn zin. Echt volwassen is Dad niet, toch niet in geest. De spiegel die elk van zijn dochters, met hun af- of terechtwijzende commentaren en directe vragen, dan wel eens ophouden is lachwekkend, Maar het is liefdevol bedoeld. Zijn vier dochters spelen soms een beetje mama over hem. Koester geen medelijden met hem, zelf neemt hij zijn dochters ook wel eens in de maling. Dan zie je maar één persoon lachen, hijzelf!

Dad 1

Dads oudste dochter is bolleboos Pandora. Zij neemt het vaakst de overhand om het gezinsleven te structureren en voor haar zusjes te zorgen. Ze is weg van gadgets en dol op recht en economie. Ze is heel down to earth, in tegenstelling tot haar dromerige zus Ondine. Tussen die twee botst het al eens. Ondine is een adolescente die meer aandacht heeft voor haar tv-series dan voor haar studies. Samen met haar oudere zus maakt ze graag haar vader kwaad. Ze vinden hem allebei ouderwets. Ondines dagboek is vaak een bron van interesse voor Roxane, dochter nummer 3, én voor Dad die ook wel wil weten wat Ondine zoal toevertrouwt aan haar intieme dagboek. Roxane is heel sportief en wil haar vader op het goede pad brengen door hem tot joggen aan te manen. Ze neemt geen blad voor de mond, is nieuwsgierig en spot graag met haar zussen en vader. Tot slot is er het halfbloedje Bérénice. Met één blik, armgebaar of gelaatstrek drukt ze uit wat ze wil. Ze is koppig, slimmer dan je van een baby zou verwachten en dol op haar vader.

Dat Dad vier vrouwen heeft bezwangerd, wijst op een geladen verleden. Af en toe komt dit aan bod in flashbacks, maar dan alleen als die de impact van de gag kunnen versterken. En dat hoeft niet altijd om te lachen te zijn. Een warm gevoel waarbij je je bewust bent van de sterke familieband binnen dit speciale gezin is net zo goed mooi meegenomen.

Dad 1

Van alle komische gagreeksen die momenteel in het stripweekblad Spirou verschijnen, is Dad de beste, het bijzonderst ook. Ten eerste omdat humor de grondlaag vormt voor waardevolle pijlers als liefde, familie, waardering en geluk. Nob (van de onvertaalde gagreeksen Mamette en de spin-off Les Souvenirs de Mamette en tevens de scenarist van Alice au Pays des Singes) stopt er zoveel tederheid, aandoenlijkheid en een streepje ironie, emotie en sentiment in dat Dad werkelijk onweerstaanbaar is, zeker in gebundelde vorm in plaats van een wekelijkse dosis in één gag. Dit is een aanrader voor de liefhebbers van Mooie Navels of van André Geerts' Jojo.


L'ÎLE AUX FEMMES door Zanzim
One-shot verschenen in 2015 in het Frans bij Glénat, collectie 1000 Feuilles.
L'Île aux Femmes
Wie het tachtig pagina's tellende L'Île aux Femmes eens snel doorbladert, zal wellicht spontaan denken aan de stijl van Christophe Blain. Het lijkt wel een kopie, tot het kleurgebruik toe. Ook de toon van het verhaal is luchtig en spontaan zoals in Blains Gus of Isaac de Piraat. Op zich gelden dit als troeven, dat dan weer wel.

L'Île aux Femmes

Een in 1914 tot luchtkoerier omgeschoolde stuntpiloot stort neer op een ogenschijnlijk verlaten, tropisch eiland. In een waanvoorstelling ziet hij net nog een horde naakte vrouwen op hem toelopen voor hij bewusteloos op het strand neerzijgt. In de dagen erop bouwt hij een hut en voorziet in zijn verdere levensonderhoud. Hij scheurt ook de liefdesbrieven van de frontsoldaten aan hun vrouwen of vriendinnen open. Zijn hart breekt bij zoveel poëtische woorden, hij leert ze van buiten. Door een val belandt hij bij een waterval waar naakte inheemsen baden. Niet veel later wordt hij door hen gevangen genomen en meegeleid naar het dorp dat bevolkt is met uitsluitend bloedmooie vrouwen. De koningin spaart zijn leven zolang hij hun bevelen opvolgt en op andere manieren voldoening schenkt. Hij wordt opgesloten bij een eenbenige, oudere man die er als dekhengst fungeert. Dat 'genoegen' is nog niet voor onze piloot weggelegd, maar hij ontpopt zich wel als een chefkok waarmee hij zich in de gunst werkt, vooral bij de koningin. Na een vermeende verkrachting belandt hij op de brandstapel. Zijn toegestane laatste woorden bestaan uit het opzeggen van een van de liefdesbrieven die hij uit het hoofd kent. Dat redt hem opnieuw het leven, maar nu moet hij elke avond zo'n verhaal vertellen die de vrouwen doet wegdromen.

L'Île aux Femmes

Dit had makkelijk een graphic novelachtige aanpak kunnen zijn van Pierre Serons De Mini-Voruwtjes, dat in de erotische reeks Nou Nou van Uitgeverij De Boemerang verscheen. Daarin komt een gewone man op een eiland met mini-vrouwen terecht met wie hij menig erotisch avontuur beleeft. Erotiek is beslist aanwezig in L'Île aux Femmes, in veel verhalen met vrouwen op onbekende eilanden eigenlijk, maar gerampetamp zal je hier niet expliciet in beeld zien. De verschillende eindscènes laten trouwens in het midden waar realiteit en fantasie begonnen en ophielden.


LADYBOY VS YAKUZAS door Toshifumi Sakurai
Twee delen verschenen in 2015 in het Frans bij Éditions Akata, collectie WTF?!. Voorzien in drie delen.
Ladyboy vs Yakuzas 1
Ladyboy vs Yakuzas 2
Ook in het buitensporig gekke Ladyboy vs Yakuzas vormt een verlaten eiland het decor voor een driedelige manga waarvan de eerste twee delen de afgelopen paar maanden in een Franse vertaling zijn verschenen. Oorspronkelijk wilde mangaka Toshifumi Sakurai, die van komische, vulgaire verhalen met lelijke, kleine oversekste mannen en hypersexy vrouwen met voloptueuze vormen een handelsmerk heeft gemaakt, na twintig jaar carrière een survivalstrip maken. Een verhaal waarin de held moet zien te overleven op een verlaten eiland vol gevaren. Maar omdat het genre al veelvuldig is geplunderd op alle mogelijke manieren, moest hij iets extreem origineel verzinnen om in het oog te springen... of veeleer uit de band te springen. Hij wilde iets maken dat tegelijk grappig, interessant, verontrustend en vooral nog nooit eerder is gemaakt. Hij wilde naar eigen zeggen een manga maken die niemand anders had kunnen bedenken. Boy, dat deed hij zeker.

Ladyboy vs Yakuzas

Stel je een jonge, zelfverzekerde yakuza voor die niet alleen met de vrouw van zijn baas vogelt, maar ook met diens dochter. Beeld je de woede in van de man die zich sinds de geboorte van zijn dochter tevreden moet stellen met het likken van zijn vrouws voeten om aan zijn trekken te komen. Probeer je in te leven bij zijn beslissing om zowel wraak te nemen op die durfal als om zijn vrouw en dochter een lesje te leren. Op welke manier zou je yakuza Kôzô Kamashima het ergst kunnen treffen?... Geen enkel van je ideeën komt in de buurt van wat hem in deze reeks overkomt!

Vooreerst laat de Japanse peetvader zijn maffia-wonderboy ombouwen tot een transseksueel. Kôzô krijgt een prachtlichaam aangemeten met hele mooie borsten. De schaar maakt een einde aan zijn bestaan als man. Maandenlang werd hij onder verdoving gehouden terwijl zijn lichaam chirurgisch werd veranderd. Volgende stap in het wraakplan van de peetvader: drop hem op een eiland met honderd uit Japan ontvoerde misdadigers die allen een seksueel misdrijf op hun kerfstok hebben. Honderd geperverteerden in slip, in wiens midden een welgevormde babe terechtkomt. Het vervolg laat zich raden. De peetvader stak het eiland vol camera's om in het bijzijn van zijn vastgebonden vrouw en dochter op een groot scherm te kunnen volgen hoe hun minnaar mismeesterd zal worden. Maar er komt een kink in de kabel. Kôzô bijt van zich af en een van de perverts heeft een wapen waarmee hij hem/haar redt om hem/haar voor zichzelf te hebben. Die man overleeft niet lang. Niet veel later loopt Kôzô een andere zieligaard tegen het lijf... zijn/haar bloedeigen vader. Als kind bezondigde zijn/haar vader zich aan pedofilie. Hij moest de gevangenis in en Kôzô haatte hem voor de rest van zijn leven. De peetvader komt achter de familieband en stelt Kôzô een deal voor: hij/zij kan het eiland verlaten... als hij/zij zich laat neuken door zijn vader. Tja...

Ladyboy vs Yakuzas

Ladyboy vs Yakuza
is een expliciete strip voor een volwassen publiek. Net zoals in andere manga's worden geslachtsdelen zedig afgedekt met blanco vlekken. Meer dan blote konten en wat blote borsten zie je uiteindelijk niet. Het expliciete zit 'm veeleer in de doorgedreven karikaturale expressies, de stoom die uit oren of neusgaten komt, het zweet dat op opwinding en perversie duidt, het bloed dat in fonteintjes uit de gezwollen hoofdaders van de peetvader spuiten elke keer hij zijn woede probeert in te houden. Dit is gewoon dolkomische, onnozele lectuur met een pitch — "Transeksueel tegen wil en dank op een eiland met honderd geperverteerden in slip" — die ondanks alles nieuwsgierigheid opwekt. Het is meer hilarisch dan verwerpelijk.

Aan Ladyboy vs Yakuza is het niet te merken, maar er schuilt ook ernst in Sakurai. De laatste jaren kreeg hij in Japan erkenning met zijn mangareportages waarvoor hij gevaarlijke plaatsen opzoekt en over bordelen te lande vertelt. We zullen de Japanse cultuur wel nooit helemaal begrijpen... Trouwens onlangs ook dat filmpje gezien waarin een Japanse deelnemer aan een kwis karaoke zingt terwijl een Japanse schone hem aftrekt?


LE JOUR LE PLUS LONG DU FUTUR door Lucas Varela
One-shot verschenen in 2015 in het Frans bij Delcourt, collectie Shampooing.
Le Jour le Plus Long du Futur
Goed nieuws voor zij die het Frans niet machtig zijn. Deze sf-strip van de Argentijnse illustrator en striptekenaar Lucas Varela (bezoek hier zijn blog) is volledig tekstloos. Alleen al de stijlvolle uitvoering van dit kleinere boekje van 112 pagina's en de tekenstijl maken deze aankoop een aanwinst.

Le Jour le Plus Long du Futur

In een futuristische stad worden het lot van een kantoorklerk en een huishoudrobot danig door elkaar geschud door de komst van een alien met een mysterieus koffertje. Dat valiesje geeft toegang tot de diepste wensen van wie ermee in contact komt. Die wensen kunnen teder zijn (een teddybeertje uit iemands jeugd), absurd of levensgevaarlijk en monsterlijk in de materialisatie ervan. Samen met hun lot staat ook de toekomst van de stad, die het steekspel is van twee concurerrende megabedrijven, en alle inwoners op het spel.

De tekenstijl, de perspectieven, de timing, het kleurgebruik en de vorm van de figuren deden mij vaak denken aan het werk van de Noorse tekenaar Jason. Wellicht is er ook een invloed van Chris Ware te ontwaren, maar ik heb me niet verdiept in het uitzoeken van verbanden om mijn gelijk te halen.

Le Jour le Plus Long du Futur

Le Jour le Plus Long du Futur
barst van de actie en er kan ook gelachen worden. Het lijkt allemaal naar de knoppen te gaan, maar uiteindelijk is het minder fatalistisch dan gedacht. Bovenal overtuigt de vorm van dit alles. Ik ben nu eens benieuwd naar zijn in 2012 verschenen bewerking van Pinokkio, Paolo Pinocchio, waarin de marionet die zo graag een echt jongetje wil worden de wet overtreedt, opgeknoopt wordt en via de hel verder reist naar mythische tijdperken en werelden waar de zonde heerst. Nederlandstalig werk van Varela verscheen in 2005 bij Prestige op scenario van Carlos Trillo, maar die strip, De Scharlaken Hoorn, zijn we al lang vergeten.


SOUCOUPES door Obion + Arnaud Le Gouëfflec
One-shot verschenen in 2015 in het Frans bij Glénat, collectie 1000 Feuilles.
Soucoupes
In een jaren 1960-setting zijn er buitenaardse robotten geland in Frankrijk. De ontvangst is hartelijk, de robotten worden opgenomen in het midden van de burgers. Er zijn allerhande uitwisselingsprojecten waarbij geleerden naar hun verre planeet reizen terwijl robotten op Aarde blijven. Vijftiger Christian denkt er het zijne van. Die vreemden horen hier niet. Op een dag staat er zo'n blikken snuiter in zijn platenwinkeltje. De alien weet niet wat muziek betekent en laat zich door Christian introduceren. Deze laatste geeft 'm de jazzplaat Ascension van John Coltrane mee, een bij release controversiële plaat met één muziekstuk van veertig minuten, bij elkaar geïmproviseerd door tien muzikanten — een hoop lawaai voor niet-liefhebbers. Christian verbaast er zich dan ook over dat de alienrobot het mooi vond en klaagt erover bij zijn minnares. Zijn vrouw wil hij nog eventjes niet voor haar verlaten. Dat op zich al compliceert zijn leven. Er is ook nog de zorg voor zijn oude moedertje.

Soucoupes

Gaandeweg ontwikkelt Christian een band met zijn nieuwe vriend aan wie hij de schoonheid van het leven leert: goeie muziek, schilderkunst, onvrijwillig ook porno en drank. De robot leert wat psychologie is en bezoekt musea. De missie van de robot bestaat er dan ook in om te leren hoe mensen functioneren. Christian is zijn studieobject. Voor een schilderij van Boreto (naar Botero, de kunstenaar die bolronde vrouwen schilderde) staat Christian vol bewondering. De robot beloont hem voor zijn medewerking door hem een apparaat te schenken. Hij kan er zijn medemens zonder kleren mee zien. Met een ander geschenk kan hij in Boreto's schilderij rondwandelen en er met de vrouw vrijen. Maar ook dat verveelt. Tot Christian de kans van zijn leven krijgt...

Soucoupes

Soucoupes
is een kleurrijk, vlot getekende strip van Obion (De Deserteur, Donjon Avondschemer) en Arnaud Le Gouëfflec die behalve strips ook liedjes en romans schrijft. De vrolijke vertelling is gezwind en flirt met de iconografie van sf-films uit de jaren 1950 waarin vliegende schotels nog halve bollen op schotels waren en robots eruitzagen als geharnaste stofzuigers met een aquariumhelm. Er komt geen gebenedijd woord uit de robotvriend van Christian, maar communicatie is er er wel. Deze uitnodigende strip maakt je gewoon ongedwongen blij.


Locas (besproken door Koen Driessens)
11/04
TOP
LOCAS door Jaime Hernandez
Integrale editie verschenen in 2004 in het Engels bij Fantagraphics Books.
"This is my friend Maggie... Charming, petite, fragile... and yet at the same time she's mad as hell with the world. Ah yes, Maggie, what a perfect comic book character she makes", verzucht strippersonage Isabel Ortiz Ruebens, schrijfster/heks, in 100 Rooms, een Locas-verhaal in Love and Rockets.

De locas (zotte dozen) in kwestie zijn Margarita Luisa 'Maggie' Chascarrillo, haar punkvriendin en room mate Esperanza Leticia 'Hopey' Glass, uit een Mexicaanse wijk in Californië, en nog tal van latina's als de seksbom Beatriz 'Penny Century' Garcia en de worstelaarster Rena Titañon. Samen met nog wat telkens terugkerende personages, zoals Maggies knappe collega Rand Race of de gehoornde miljardair H.R. Costigan, vormen zij het kleurrijke universum (weliswaar gepubliceerd in een stijlvol zwart-wit) van Locas, Jaime Hernandez' belangrijkste bijdrage aan Love and Rockets, de stripserie die hij samen met zijn broers Gilbert en Mario sinds 1982 periodiek aanvult. Van los hermanos Hernandez is Jaime (1959) zonder twijfel de meest talentrijke. En met de meest weirde fetisjbelangstelling voor vrouwelijke Mexicaanse worstelaars...



"Maar goed dat ik Love and Rockets pas heb leren kennen toen ik zelf al enkele jaren strips tekende", bekent Alison Bechdel (van Fun Home-fame) in het woord vooraf van Todd Hignites monografie gewijd aan Jaime Hernandez, of ze was nooit beginnen tekenen aan Dykes to Watch Out For. Want niet alleen stilistisch, ook thematisch zijn er gelijkenissen: Maggie en Hopey hebben een af-en-aan-relatie, wat de lesbische Bechdel nieuwsgierig maakte, maar al gauw leerde zij de Locas om meer waarderen, "vooral wegens de rijke, authentieke karaktertekening van hun ingewikkelde persoonlijkheden en hun emotionele band."



Het ene moment zouden Maggie en Hopey voor elkaar door het vuur gaan en is het dikke mik: "Right now there's no one I'd rather spend my life with than my friend Hopey", zegt Maggie in datzelfde 100 Rooms. Het volgende moment roept Hopey in een ander Locas-verhaal uit: "Well, shit, Mag! What the hell am I supposed to do while you're away? Lock myself up and wait for you to come home? I've got a life to live and it doesn't only center around you! Buddha help me if it did!" En om beurt zwijmelen ze over de mannen. Zo is Maggie smoor op collega Rand Race, die niks opmerkt. It's complicated, zullen we maar zeggen.



Aanvankelijk begon Locas met Maggie the Mechanic als een sf-verhaal, waarin de op zwevende scooters naar haar werk tuffende pro solar mechanic Maggie raketten repareert, maar later laat Hernandez dat decor varen voor een doodgewone, op de latinobuurt van zijn jeugd in het Californische Oxnard geënte omgeving. Waarin de dames met macho's en hun gewicht overhoop liggen: ook Maggie is in sommige verhalen Rubensiaans... als een worstelaarster of course.



De Locas-verhalen gaan vooruit en achteruit in de levens van Maggie et alia, zonder veel samenhang en soms zelfs zonder veel plot. Vaak zijn het vooral zedenschetsen en primeren de relaties tussen de personages op het verhaal. Maar altijd is het genieten van de elegante en tegelijk toch rebelse undergroundstijl van Hernandez. Aanvankelijk met veel tekst en kleine kaders, later veel meer uitgepuurd. Ook in zijn werk voor DC Comics, cd-covers of The New Yorker is te zien wat een sterk stilist Jaime Hernandez is. Alleen jammer dat hoewel de Locas een uitgebreid œuvre bijeenkletsen (in 2004 gebundeld in een uitgave van 780 pagina's), dat inhoudelijk zeer fragmentarisch is. Crapazola!


Grandville (besproken door Mario Stabel)
21/03
TOP
GRANDVILLE door Bryan Talbot
Vier delen verschenen tussen 2009 en 2014 in het Engels bij Jonathan Cape. Reeks voorzien in vijf delen.
Het moet ergens in april 2007 geweest zijn dat ik een eerste keer geconfronteerd werd met het genie van Bryan Talbot. Zijn magnum opus Alice in Sunderland stond prominent te blinken in de rekken van de Londense stripwinkel Forbidden Planet. Als ik al niet overtuigd was door de intrigerende cover, dan trokken de handtekening van de man op de eerste pagina en de "two quid"-korting me wel volledig over de streep. Voor de bijhorende recensie in Stripgids nummer 6 gewaagde ik zelfs van een "grafische mokerslag". In elk geval volgde ik vanaf dan de man op de voet en geleidelijk slaagde ik erin om een aanzienlijk deel van zijn œuvre te verzamelen. Zo kwam ik te weten dat hij ook verhalen had getekend voor Sandman (met Neil Gaiman) en Fables (met Bill Willingham). Recent verscheen er trouwens ook een mooie integrale van zijn Luther Arkwright-verhalen.



Talbot maakt het zijn lezers niet altijd gemakkelijk. Niet dat zijn verhalen van een Alan Moore-achtige ondoorgrondelijkheid zijn, maar je houdt er toch best het koppie bij. Ik was dan ook uitermate tevreden dat uitgeverij De Vliegende Hollander een aantal van zijn albums (waaronder Het Verhaal van een Slechte Rat) naar het Nederlands zou vertalen. Jammer genoeg duurde dat mooie liedje niet lang, want de uitgever gooide in 2011 de handdoek in de ring.

Talbot is een man die van veel markten thuis is. Momenteel wisselt hij zwaarder werk als Dotter of her Father's Eyes en Sally Heathcote, Suffragette (allebei in samenwerking met zijn vrouw Mary Talbot) graag af met luchtiger stuff als Cherubs (op een scenario van Mark Stafford) en Grandville. Die laatste (beestachtige) reeks wil ik hier graag even onder de aandacht brengen.



Grandville vist zo'n beetje in dezelfde vijver als een Canardo of een Blacksad, maar hier is het een das die de lead op zich neemt. De titel van de reeks heeft Talbot trouwens geleend bij de Franse karikaturist Jean Ignace Isidore Gérard, die onder zijn nom de plume J.J. Grandville al heel wat cartoons maakte met antropomorfe dieren in de hoofdrol.



Er spelen ook echte mensen mee in de verhalen, maar die staan onderaan de maatschappelijke ladder (men noemt ze ook systematisch doughfaces) en ze moeten de taken opknappen waar het gemiddelde werkpaard zijn neus voor ophaalt.

In Grandville herkennen we zonder al te veel problemen Parijs, de intrigerende metropool die een groot stuk van de beschaafde wereld domineert. Napoleon was er namelijk in geslaagd om heel Europa te onderwerpen en de Socialistische Republiek van Brittannië is nog niet heel lang opnieuw onafhankelijk.



Centraal staat het detectiveduo LeBrock (de das) en Ratzi (een rat) die in elk album een case voor de kiezen krijgen. Net zoals bij een James Bond-film begint elk avontuur met een forse proloog zodat we direct in de actie gekatapulteerd worden.



Ondertussen zijn er vier albums verschenen, heel mooi uitgegeven door het Britse Jonathan Cape én met zo'n knappe, ietwat gedateerd aandoende stoffen omslag. Ook het scenario voor een vijfde deel zou al klaar zijn en dit zou (volgens de oorspronkelijke opzet althans) ook het laatste deel moeten worden. Talbot koos voor elk van de vijf boeken een centraal thema waaraan hij het verhaal ophangt.



Talbot omschrijft de reeks zelf als "Jules Verne and Sherlock Holmes directed by Quentin Tarantinowith animals" en dat is een omschrijving die vrij goed de lading dekt. Het geheel is ook overgoten met een serieus steampunksausje, maar dat trucje komt hier allesbehalve geforceerd over.



We bekijken even de reeds verschenen delen, zonder al te veel weg te geven van de plot. Het blijft natuurlijk in de eerste plaats een detectiveverhaal...

1. Grandville
In dit eerste deel weet het duo een geheim complot te ontrafelen waarbij heel wat Franse notabelen een prominente rol spelen. Het begint en eindigt met serieus wat vuurwerk. In dit eerste deel was ik al serieus onder de indruk van de knappe beestenkoppen die Talbot weet te tekenen. Als thema herken je duidelijk de politieke actualiteit: zo zijn 9/11 en de War on Terror in dit album nooit ver weg.

Er passeren ook heel wat leuke cameo's in dit verhaal. Zo is Robbedoes de piccolo in het chique hotel Marianne en werkt Bécassine er als kamermeisje. Kuifjes Bobby vinden we terug als uitgeteerde opiumschuiver in een drugskeet, een kant die we nog niet van hem kenden. We vermelden hier ook nog graag Talbots beestachtige interpretatie van het klassieke schilderij La Liberté Guidant le Peuple van de Franse romantische schilder Eugène Delacroix.




2. Grandville mon amour
In de proloog van dit tweede album weet de topcrimineel Edward "Mad Dog" Mastock (enige gelijkenis met Hannibal Lecter kon ons niet ontgaan) uit de zwaarbewaakte Londense Tower te ontsnappen en legt hij zich toe op terroristische aanslagen, het leidmotief in deze strip. Onze held LeBrock is na de moord op zijn love interest in deel 1 weggezakt in een apathische coma, maar wordt door zijn collega-vriend Ratzi toch weer op het juiste spoor gezet. Tel daar nog een onwillige overste bij en de ingebakken weerbarstigheid van LeBrock die het als een gefrustreerde loner dan wel op eigen houtje zal oplossen en je kan je niet van de indruk ontdoen dat je dit allemaal al eens eerder gezien/gelezen hebt.

Haal je even een willekeurig avontuur van een James Bond, een Frank Drebin (uit de komische politieserie Police Squad!, de voorloper van de filmreeks The Naked Gun) of zelfs een aflevering van CSI voor de geest en je snapt wat we bedoelen. Deze voorspelbaarheid maakt van dit tweede deel misschien het minste van de serie, maar toch is het weer smullen geblazen van de fantastische beestenkoppen en cameo's van de Marsupilami, Miss Piggy, Donald Duck en Guust Flater.



3. Grandville Bête Noire
Dit derde deel is een heel gelaagd album dat zich ten dele afspeelt in het Parijse kunstenaarsmilieu. Het is fascinerend om te zien hoe Talbot gevestigde waarden als een Toulouse-Lautrec en het onderwerp van een van diens iconische posters Aristide Bruant transformeert in een chimpansee en een miereneter. Tijdens een scène in het Louvre zien we ook heel wat adaptaties van overbekende klassieke schilderijen: de auteur amuseert zich waarschijnlijk rot met deze creatieve frivoliteiten. De Parijse politie heeft ook nu weer de hulp nodig van LeBrock en Ratzi om een moordmysterie op te lossen. Het is de vette pad/industrieel Baron Crapaud die deze keer de lakens uitdeelt. De dosis steampunk en sciencefiction wordt systematisch opgeschroefd en heel wat robotten en drones avant la lettre passeren de revue. Daarnaast krijgt het verhaal ook een licht anarchistisch tintje wanneer de Parijse undergroundscene de wapens opneemt.

Ook hier herkennen we weer heel wat stripanciens: professor Mortimer, beertje Paddington, Haddocks butler Nestor, een verdwaalde Smurf en nog een Marsupilami met een lichte voorkeur voor SM.



4. Grandville Noël
In dit vierde deel duikt LeBrock in het wereldje van de sekten. Het nichtje van zijn huishoudster heeft zich laten brainwashen door de witte eenhoorn Apollo en maakt nu deel uit van zijn groeiende groep volgelingen, die voor hem door een vuur willen gaan. Het personage is duidelijk geïnspireerd door bekende cultleiders als een Charles Manson of David Koresh. Omdat Apollo ook in de VS al heel wat op zijn kerfstok heeft, krijgt LeBrock de hulp van een menselijke Pinkertonagent. In de VS blijken de mensen namelijk al een stuk verder te staan in hun emancipatiestrijd.

En wie passeert er hier occasioneel het toneel? We zien onder andere Asterix en Obelix, Leonardo Da Vinci's Laatste Avondmaal, de Pietà van Michelangelo en boven het bed van het nichtje hangt een poster van Justin Beaver.

Het vijfde en wellicht laatste deel zou nog een gangsterthema krijgen.

Talbot slaagt erin om verschillende genres (what if?,steampunk, detective,...) tot een mooi en homogeen geheel te kneden. Als rasechte Brit schuwt hij ook de tongue-in-cheek niet en dat maakt deze Grandville tot een boeiende leeservaring op verschillende niveaus: mooie prentjes kijken, cameo's opsporen, de gebruikte eigennamen aan een historisch personage linken én (last but not least) een spannend verhaal ondergaan. Zo nodigt deze reeks ook uit tot herlezen aangezien je nooit alle twists en inside jokes bij een eerste visie ontdekt zult hebben.

Kortom, zelden waren £16.99 zo goed besteed, al kwamen die twee perfect geserveerde gin-tonics in The Ship's Tavern in Holborn aardig in de buurt!


The Park (besproken door Martin Meiland)
05/03
TOP
THE PARK door Oscar Zarate
One-shot in het Engels verschenen bij SelfMadeHero in 2013.
The Park is een "hond bijt man"-verhaal. Althans dat is de aanleiding en katalysator van deze graphic novel die in 2013 door SelfMadeHero in het Engels is uitgegeven. Ik vond de cover er niet bepaald uitnodigend uitzien, maar met andere sterke uitgaven van SelfMadeHero, zoals The Nao of Brown en Pachyderme (de vertaling van Frederik Peeters' one-shot) in het achterhoofd, besloot ik tot aanschaf over te gaan. En gelukkig maar, want we wachten nog steeds op een vertaling van dit fantastische boek.





Je zou denken dat als je in het park loopt en je wordt gebeten door een hond, dat de eigenaar wel even zijn excuses komt aanbieden. In plaats van excuses krijgt Chris echter een stomp in zijn gezicht van Ivan Grubb. Chris kan niet helemaal bevatten wat hem net is overkomen. Maar waarom wordt hij niet boos? En waarom ontwijkt hij de vragen van zijn zoon Vic wanneer die hem vraagt wat er nu in het park is gebeurd? Waarom heeft Chris geen verontschuldigingen van Ivan, een populaire columnist, geëist? In plaats van zijn gevoel te uiten trekt hij zich terug achter de televisie om een van z'n favoriete Laurel and Hardy-afleveringen te kijken. Een aflevering waarin Stan voortdurend wordt vernederd door Ollie. Voelt Chris zich door Ivan ook vernederd?

Ondertussen besluit Vic, die geen reactie van zijn vader verwacht, het heft in eigen handen te nemen. Hij komt daardoor in contact met Mel, de dochter van Ivan, een echte milieuactiviste. Ivan vindt wat zij doet vandalisme: het aanbrengen van graffiti op allerlei dingen als bomen en auto's. Bovendien kunnen haar acties mogelijk schadelijke gevolgen hebben voor het aanbod dat hij heeft gehad voor een nieuwe baan.





Wat we in The Park voorgeschoteld krijgen, is een verhaal van twee eenoudergezinnen, waarin vier personages op een of andere wijze hun eigen acties en reacties, of het gebrek daaraan, bevragen. Het gaat ook over hoe het bijtincident de oorzaak is van de gevolgen die gaan komen en hoe deze gevolgen de levens van de personages op een of andere manier beïnvloeden. Kortom het gaat over actie-reactie en hoe verschillende acties leiden tot verschillende reacties, die op hun beurt weer leiden tot andere uitkomsten die weer de katalysator zijn van nieuwe acties en reacties. Een vicieuze cirkel zo je wil, als je begrijpt wat ik bedoel.

Zonder al te filosofisch te willen klinken, want er is voldoende om te lachen in dit boek, heeft scenarist en tekenaar Oscar Zarate deze keten van oorzaak en gevolg prachtig op papier gezet. Dit komt grotendeels door de fantastische wijze waarop hij de personages heeft uitgewerkt. We krijgen een kijkje in de geest van ieder van hen. En ondertussen gebruikt hij de aflevering van Laurel and Hardy om parallellen te trekken tussen de stomme film en de gebeurtenissen in het boek.





Het tsjilpen van de vogels, de honden die achter ballen aanrennen, zwanen die in de stress schieten en er alles aan doen om honden die achter de ballen aanrennen duidelijk te maken dat zij hen niet in hun omgeving tolereren, de hardlopers en alle andere zaken die je in een park aan activiteiten verwacht, zijn een perfecte keus van Zarate om als achtergrond voor dit verhaal te dienen. Het park is immers een plek om te leven en die voor iedere bezoeker, bij ieder bezoek een nieuwe of andere ervaring op kan leveren. Het is een plek om te reflecteren, uit te rusten, om te recreëren. Of om te sporten en te spelen, met of zonder hond, om te lachen en een borrel met vrienden te drinken. Een ideale achtergrond om ons vanuit een vogelvlucht bezien mee te nemen in een verhaal dat al zo oud is als de mensheid. Maar Zarate brengt ons dit verhaal wel in een modern jasje.



Dat komt niet alleen door Zarates vertelkunsten, maar zeker ook door zijn artistieke kwaliteiten. In bovenstaande video vertelt hij zelf over zijn inspiratie en de wijze waarop zijn tekeningen tot stand komen. En wat een tekeningen! Ik weet niet veel van zijn technieken af, of over tekentechnieken in het algemeen, maar voor mij is hij briljant in hoe hij aquareltekeningen maakt. Zijn tekeningen zijn allemaal heel effectief. Hij weet hoe je een sfeer neerzet die het verhaal op het juiste moment en bij de juiste personages extra kracht geeft. Dit komt met name door het juiste gebruik van licht, zowel dag- als kunstlicht. Het park ziet er hierdoor levend uit. Maar niet alleen het park is mooi, met name ook de nachtelijke scènes zien er adembenemend uit met het gebruik van diverse tinten paars, donkerblauw, rood en oranje. Je weet eigenlijk nooit precies wat er met waterverf gebeurt als je dit op papier zet, maar Zarate, durf ik wel te stellen, is een meester in het vak.

Toch een noot van kritiek? Een kleine noot dan... Zoon Vic ziet er wellicht ouder uit dan hij moet voorstellen. Het leidt niet af van het verhaal, maar ik denk dat Zarate hier beter op had kunnen letten. Toegegeven, nergens in het boek staat de leeftijd van Vic genoemd, maar hij woont in huis bij zijn vader en dit gegeven en zijn gedrag deden hem op mij overkomen als een jongeman van een jonge - of middentwintiger. Dit is echter totaal geen reden om deze graphic novel dan maar af te schrijven. Totaal niet zelfs! Want The Park is een meesterwerkje!


Mushishi (besproken door Jonah Doesberg)
14/02
TOP
MUSHISHI door Yuki Urushibara
FR: Verschenen bij Kana van 2007 tot 2009. Serie compleet in tien delen.
EN: Verschenen bij Del Rey Manga van 2002 tot 2008. Serie compleet in acht delen.
Verscheen oorspronkelijk in Japan van 1999 tot 2008.
Mushi's zijn entiteiten die zich bevinden op een ander vlak van bewustzijn. Ze kunnen niet omschreven worden in termen van levend of dood, goed of slecht. Ze leven om voort te bestaan. Ze zijn en dat verschaft hen bestaansrecht. Mushi's hebben het vermogen menselijk leven na te bootsen en in levende wezens te infiltreren. Op die manier vervormen ze de realiteit en het menselijk lichaam. Mushi's bevinden zich overal en iedereen kan ermee in aanraking komen. Bij wie dat gebeurt, heeft geen keus dan de hulp in te schakelen van een Mushi-meester ofwel Mushi-shi. Die Mushishi zijn mensen die contact kunnen maken met Mushi's en als er geen andere optie is hen kunnen verdelgen. Ginko is zo'n Mushi-meester. Met zijn lege oogkas, eeuwig verborgen achter zijn spierwitte haar en op zijn rug een gigantische voorraad aan middeltjes en Mushi-gerelateerde curiosa trekt hij van dorp naar dorp in een aan het Edo-tijdperk van Japan denkende wereld om de mensen te helpen van hun Mushi af te komen... op welke manier dan ook.

Ieder hoofdstuk komt Ginko aan in een ander dorp en raakt daar betrokken bij weer een nieuw probleem dat de mensen er ondervinden met de Mushi van dienst. En de reeks gaat nooit voorbij aan dit simpele format. Het heeft geen bijzonder complex plot met meerdere verhaallijnen. Het heeft geen cast van minstens twintig hoofdpersonen. En het heeft geen spektakelscènes van epische proporties. Het is een kalme en sfeervolle manga over een man die van dorp tot dorp trekt en onderweg dingen beleeft. Maar weet je wat? Het hoef ook niet meer te zijn dan dat. Want de kracht van Mushishi ligt hem juist in zijn simpliciteit. Ieder van de verhalen is diepmenselijk en vol universele thema's. Van een man die op zoek is naar zijn verdwenen vrouw over een koppel dat niet om kan gaan met de dood van hun kind tot twee geliefden die lijden onder de vete die heerst tussen hun beide vaders.

De verhalen in Mushishi zijn allemaal herkenbaar en zijn indringend geschreven. Maar ze hebben ook iets wonderlijks en op sommige momenten voelt Mushishi meer aan als een collectie van oude Japanse volksvertellingen dan een mangareeks. Wat niet zo vreemd is want auteur Yuki Ushibara baseerde veel van de verhalen in de reeks op oude volksvertellingen die ze vroeger te horen kreeg van haar oma. En zoals bij volksvertellingen zit er ook een zekere moraal in Mushishi. Maar niet zoals in onze sprookjes, allerminst zelfs. Zoals sommigen weten is het boeddhisme in Japan de overheersende levensovertuiging en in het boeddhisme is niets ooit puur en simpel. Zoals de Mushi's zelf is er geen duidelijk goed en kwaad. Er zijn geen hogere doelen en allesomvattende filosofieën. Waar het om gaat zijn juist de kleine dingen, het schone zien in de momentopname. Het genot halen uit het leven van elke dag. En in die zin gaat Mushishi niet zozeer over bovennatuurlijke wezens of zelfs maar de diepmenselijke verhalen, maar vooral over het leven zelf.

Er is in de hele reeks feitelijk slechts één terugkerend personage en dat is uiteraard Ginko. Dat is prima want hij is een geweldig personage waar ik geen genoeg van kreeg. Met zijn kalme en charismatische houding is hij een erg geruststellende verschijning terwijl hij ondertussen ook iets mysterieus en intrigerends heeft wat hem moeilijk te pijlen maakt. Ondanks dat hij pas begin dertig is, is hij zeer wijs maar niet op de stereotype, wijze zenmeestermanier. Sterker nog, hij blundert behoorlijk veel gedurende de verhalen. Zijn wijsheid zit hem eerder in hoe nuchter hij is. En dit is dan weer iets dat teruggrijpt naar de boeddhistische thema's in de reeks aangezien, in tegenstelling tot wat veel mensen in het Westen denken, het boeddhisme een heel nuchtere overtuiging is. Ondanks Ginko's aanwezigheid in ieder verhaal speelt hij nooit de hoofdrol. Ieder verhaal heeft zijn eigen cast van hoofdpersonages wiens verhaal in ruwweg vijftig pagina's worden verteld, maar waarin ze elk wonderwel goed uitgewerkt en zeer herkenbaar zijn. Je voelt als lezer echt iets voor hen, je hoopt dat alles goed zal komen en ze aan het eind geluk zullen vinden. Iets dat niet altijd gebeurt want zoals in het echte leven lopen de verhalen niet altijd even goed af.


Over het tekenwerk in Mushishi kan ik vrij kort over zijn want het is op alle vlakken fantastisch. De achtergronden zijn zeer gedetailleerd. Ushibara tekent imponerende pagodes en tempels, maar ook de dorpjes zelf zien er wondermooi en levensecht uit. Door haar dynamische tekenstijl doet zij haar wereld echt tot leven komen. Als je Mushishi leest, kan je bijna de cicaden horen tjilpen, de wind horen waaien door de kersenbloesem en de kimono's horen ritselen terwijl de personages passeren. Die personages zijn overigens ook zeer goed getekend. Het consistente tekenwerk valt trouwens doorheen de hele reeks. Geen vreemde karikaturale gezichtsuitdrukkingen, geen achtergronden die opeens verdwijnen. Deze reeks is onvoorstelbaar mooi getekend van begin tot eind.



Mushishi komt op het eerste gezicht misschien over als niets meer dan een collectie losse verhalen, maar net door de onderliggende thema's is het een reeks die je niet alleen aan het denken zet, maar je ook daadwerkelijk raakt. Het blijft nog lang hangen in je onderbewustzijn. Het is kort gezegd een geweldige manga en als je geen problemen hebt met een wat tragere reeks zonder enige actie is dit absoluut een aanrader.

Mushishi is uitgegeven in het Engels door Del Rey en in het Frans door Kana. Beide zijn nog goed verkrijgbaar hoewel de Engelse uitgaves variëren van nogal prijzig tot belachelijk duur. De Franse uitgaves zijn gelukkig zeer aangenaam geprijsd en ook wel iets makkelijker te vinden.