Dit is archiefpagina 7 van de rubriek Klare Taal.

Klik verder naar de volgende updates:

Mauvais Genre
Eden - It's an Endless World!
Une Aventure de Chlorophylle
Black Lagoon
L'Assassin qu'Elle Mérite & Un Océan d'Amour
Nijigahara Holograph
Love Song
Alice au Pays des Singes
Soil
La Tectonique des Plaques
 
Mauvais Genre (besproken door Wouter Porteman)
29/01
TOP
MAUVAIS GENRE door Chloé Cruchaudet naar LA GARÇONNE ET L'ASSASSIN door Fabrice Virgili en Danièle Voldman.
One-shot in het Frans verschenen bij Delcourt / Mirages in 2013
Er zat niet bepaald een groot plan achter. Ik was in een Parijse boekenwinkel, zagen de cover en namen de strip mee. Een sticker dat deze strip dé grote prijs van Angoulême gewonnen had, hielp ons over de prijs en de taalkloof heen. Dat was het zowat. Een impulsaankoop dus.

Eenmaal thuis merkte ik dat het album niet dé, maar één van de vele Angoulême-prijzen gewonnen had, namelijk Le Prix du Public Cultura. Dat was een domper. Cultura. Cultuur met hoofdletter C. Al snel nestelde het Hoogdravend Frans Debiterende Artyfartyspook zich weer in mijn bovenkamer. Pff. En zo belandde het album ergens op het stapeltje nog te lezen. Tot het vorige week weer kwam bovendrijven, en de cover opnieuw onze aandacht opeiste. Wikipedia leerde ons vlug dat die stripfestivalbekroning de nieuwe naam was van de bekende publieksprijs. Een prijs die ook al toebedeeld werd aan De Chninkel, Blacksad, Peter Pan, Theodoor Cleysters en andere Ragebollen. Mmm, zou dit dan toch iets voor mij zijn?

Voorts bleef de cover ons intrigeren. Een dame die met een lichte blos op de wangen een beha vastklikt van een naakte, stoere dame. Er zat iets smachtends, dramatisch en zelfs angstig in die blik. Alsof wij er als lezer te veel waren, en die intimiteit stoorden. En zo, besloten ik — nieuwsgierig én met een woordenboek bij de hand — die graphic novel alsnog een kans te geven.



Hoe kan een mens zich zo vergissen! Het woordenboek hebben we nooit nodig gehad. En de stoere dame op de cover was een vent. En wat voor één. Mauvais Genre vertelt immers het verhaal van het jonge koppel Paul en Louise. Dolgelukkig waren ze. Maar toen brak de Eerste Wereldoorlog uit, en machoman Paul werd de loopgraven ingestuurd. Daar kraakte de man mentaal. Hij zag geen andere uitweg dan zichzelf te verminken. Zijn plannetje lukte. In de ziekenboeg kon hij weer samenzijn met zijn Louise. Door wat etter uit te wisselen met lotgenoten bleef zijn wonde verder ontsteken. Het leven was zes maanden mooi, totdat een kolonel het welletjes vond en hem terug naar het front stuurde. Paul raapte zijn moed bijeen en deserteerde. Om te ontsnappen aan het executiepeloton dook hij onder in het kleine Parijse kamertje van Louise. Al vlug werd hij er horendol en verlangde maar één ding: buitengaan. Na een zoveelste ruzie trok hij op een nacht de kleren van zijn vrouw aan en ging de wijde wereld in. Eindelijk lachte hij weer. Eindelijk leefde hij weer. Eindelijk was hij weer... euh... een man. Van het een kwam het ander, Louise leerde Paul hoe een vrouw liep, eet en dacht. Beetje bij beetje werd haar Paul haar vriendin Suzanne. Maar mag Louise wel een vriendin hebben? En wat met de lusten van Paul? En die van Suzanne?



Mauvais Genre
is een prachtig in elkaar geknutseld verhaal. De relatie van Paul/Suzanne en Louise is allesbehalve een kabbelend beekje. Elke emotie van liefde tot haat, van geloof tot misprijzen, van tederheid tot bruut geweld, overkomt hen. Niets is wat het lijkt, en niets is vanzelfsprekend. Die rollercoaster van emoties zit dan aan de ene kant nog eens gekneld tussen de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog, de blijheid over het einde ervan, en de jacht op deserteurs nadien. Terwijl aan de andere kant er een tweede houdgreep is tussen de liberale mentaliteit van de Parijse beau monde en die van het gewone — door de oorlog geconditioneerde — volk. In dit enge raster proberen Paul en Louise te leven en te overleven. Het knappe van deze Mauvais Genre is dat die strip nergens klef of goedkoop wordt. Dit voelt zo echt en geloofwaardig aan.



Eerlijk gezegd weet ik niet of dit de grootste verdienste is van het originele boek, La Garçonne et l'Assasin van Fabrice Virgile en Danièle Voldman. Of dat die authenticiteit toch volledig komt van de bewerking door tekenares Chloë Cruchaudet. Meer nog, ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit van haar gehoord had. De Lyonese heeft nochtans al haar sporen verdiend met verschillende bijdragen aan collectiefalbums en enkele eigen reeksen waar naar verluidt vooral Ida en Groenland Manhattan de lezers wel konden bekoren. Feit is dat haar fijne tekeningen deze strip hier mee op eenzame hoogte tillen. Op zich is haar stijl niet zo uitzonderlijk, maar het zit hem in het vrouwelijke. De kleine maniertjes, de houdingen,... je voelt dat Cruchaudet heel goed gekeken heeft naar hoe een man zich gedraagt, en ze laat hem in alle finesses een echte vrouw worden. De tekeningen barsten van de emotie, maar worden verrassend genoeg nergens karikaturaal. We zien het nog niet veel andere tekenaars doen.

Opvallend stijlelement is het ontbreken van kaders. Hierdoor zien de tekeningen eruit als oude interbellumfoto's die ook één enkel brandpunt hebben en een vage achtergrond met aflopende randen. Door het spaarzame gebruik van één steunkleur, rood, lijken deze foto's bovendien nog eens manueel ingekleurd. Het geheel komt over als een oud fotoboek, boordevol warmte en superauthentiek.



Mauvais Genre
is een dijk van een strip, maar had alles om te mislukken. Het verhaal is immers én heel moeilijk te vertellen én te verbeelden. Chloë Cruchaudet slaagt erin met vlag en wimpel. Dit bekoorde me enorm. En aangezien ze een publieksprijs gewonnen heeft, waren wij heus niet de enigen die overstag zijn gegaan. Zo is Mauvais Genre op de valreep nog een van de beste strips geworden die ik in 2014 las.

Oh ja, helemaal op het eind werd ik nog maar eens verrast. Op de backcover staat een oude foto van de travestiet Paul/Suzanne. Het hele verhaal blijkt ook nog eens gebaseerd te zijn op ware feiten. Damn. Ook dit hadden we niet zien aankomen. Straffe kost.


Eden - It's an Endless World!
(besproken door Jonah Doesberg)
10/01
TOP
EDEN - IT'S AN ENDLESS WORLD! door Hiroki Endo
FR: Eerste deel verschenen bij Panini in 2002. Serie compleet in achttien delen.
EN: Eerste deel verschenen bij Dark Horse Comics in 2005. Serie loopt nog.
Verscheen oorspronkelijk in Japan in 1998 tot 2008.
Voor mangaliefhebbers is Eden - It's an Endless World! top 10-materiaal. Bij hen is de reeks genoegzaam bekend. Nu nog alle anderen ervan overtuigen hoe goed, nee, hoe geweldig Eden wel is. Eden is een metafysische kijk op de menselijke natuur onder het mom van een cyberpunk-actiethriller. Het verhaal speelt zich af in de niet zo nabije toekomst waarin een zeer dodelijk virus, het Closure Virus genaamd, de wereld achterliet als een post-apocalytische woestenij. Het start op het eiland Eden. Dat effectief paradijselijk eiland is afgesloten van de rest van de wereld en de ellende die er heerst. Op Eden maken we kennis met de twee kinderen Ennoia en Hannah. Ze worden op het eiland grootgebracht onder de hoede van hun voogd Layne, een homoseksuele wetenschapper die zelf met het Closure Virus in aanraking kwam.

Het leven op het eiland is niet gemakkelijk want zelfs hier worden de kinderen nog geconfronteerd met de gruwelen van de wereld waarin zij leven. Maar het is er al bij al veilig en vreedzaam. Hannah zorgt voor eten terwijl Ennoia knutselt aan zijn robot Cherubim. Zoals te verwachten kan de idylle niet blijven duren. Er gebeurt een invasie waarop Ennoia en Hannah op de vlucht slaan en enkel op elkaar kunnen rekenen om te overleven.

 
Na deze uitgebreide proloog wordt het verhaal vervolgens twintig jaar later weer opgepikt. De getroffen wereld begint zich langzaam maar zeker te herstellen. Steden worden weer opgebouwd en langzaam keert de beschaving terug. Tegelijkertijd zijn er nog hele gebieden die er verwoest en verlaten bij liggen. Zo ook in Zuid-Amerika waar de vijftienjarige Elijah Ballard en zijn robotkompaan Cherubim opduiken. Elijah en Cherubim leiden een zwaar, maar aangenaam bestaan. Ze jagen op hun eigen eten (of proberen dat althans) en ‘s avonds vermaken ze elkaar met verhalen. Ondertussen droomt Elijah weg bij de gedachte van een normaal bestaan. Op een dag komt Elijah een groep mensen tegen. Het zijn een stel huurlingen die hem meteen gevangen nemen. En dan komt de aap uit de mouw: Elijah is de zoon van Ennoia die zich inmiddels opgewerkt heeft tot de leider van een van de grootste drugskartels van Zuid-Amerika. De huurlingen besluiten daarop Elijah mee terug te nemen naar de bewoonde wereld.

Volgens de verwachtingen zou er een wilde rit kunnen volgen door de Zuid-Amerikaanse wildernis waarbij de hoofdpersonen avonturen van allerlei aard beleven om uiteindelijk terug te keren naar de beschaving. Die veronderstelling is volkomen fout, want wat er werkelijk gebeurt, is eerder een wanhopige, eeuwigdurende strijd om te overleven.


Eden bevat heel veel actie, maar niet het soort als in veel manga. Het classificeert zich eerder als bruut en extreem bloederig geweld zonder platte spektakelwaarde. Eden is hard en rauw en ontdaan van enige opsmuk. Het speelt zich af in een wereld waar het recht van de sterkste heerst en mensen elkaar de meest verschrikkelijke dingen aandoen om te behouden wat ze nog over hebben. Een wereld waarin enkel de dood nog een uitweg biedt uit al het lijden. De personages door wiens ogen we deze wereld aanschouwen, zijn ook bepaald geen lieverdjes. Ook hierin onderscheidt Eden zich van veel van zijn soortgenoten: in plaats van de focus puur op het hier en nu en de actie te houden, kiest auteur Hiroki Endo ervoor om grote delen van de reeks te spenderen aan het verder uitdiepen van zijn personages door onder meer flashbacks waarin we bijvoorbeeld leren hoe de groep huurlingen is gevormd en wat hun individuele verhalen zijn. Niet alleen zijn deze verhalen op zich al fascinerend, maar we leren er de personages ook veel beter door kennen waardoor we meer om hen gaan geven... om hen vervolgens te zien sterven op de meest gruwelijke manieren die George R.R. Martin (de schrijver van de A Game of Thrones-boeken) nog rode wangetjes zouden bezorgen.

Bovengenoemde info over de intriges beslaat slechts een klein gedeelte van de manga. Na verloop van tijd begint de plot steeds meer te focussen op een langzaam ontluikende oorlog tussen Ennoiahs bende en rivaliserende bendes waarbij Elijah en zijn kornuiten steeds dieper betrokken raken, met bijzonder nare gevolgen van dien. Deze oorlog houdt hen echter af van het bevechten van hun werkelijke vijand: The Propater Federation, een militaristische organisatie die direct na de uitroeiing van het Closure Virus de Verenigde Naties heeft ontbonden en de wereldmacht heeft gegrepen. The Propater Federation duldt geen tegenspraak en is dan ook vastbesloten iedereen die zich tegen hen verzet van de aardbodem te vegen, te beginnen met de bendes in Zuid-Amerika. Ondertussen doemt in Australië het grootste gevaar van allemaal op: een nieuwe stam van het Closure Virus: het Disclosure Virus, dat nog hardnekkiger is dan het voorgaande virus en de hele mensheid dreigt uit te roeien.



Eden kan je dus lezen als een sf-actiemanga over bendeoorlogen in een futuristische omgeving en de overleving van het menselijk ras. Eén stapje hoger kunnen geoefende lezers het opvatten als een gesofistikeerd cyberpunkmysterie dat metafysica verbindt met Cartesiaanse filosofie en gnostische mythologie. En weer een trede hoger wordt Eden beschouwd als een filosofisch betoog over de mens in al haar facetten waarbij zowel onze neiging naar geweld als onze nooit uitdovende hoop op een betere wereld aan bod komt. En dit wordt allemaal besproken op een toegankelijke manier waaruit daadwerkelijk gevoel spreekt. De krachtig geschreven dialogen zullen je zeker aan het denken zetten.

Eden heeft een gigantische cast en ik pas er dan ook voor over alle personages iets te vertellen. Ik beperk mij liever tot een paar personages die we in het eerste deel al tegenkomen. Elijah Ballard is de protagonist. Voor zover de reeks al een duidelijke protagonist heeft uiteraard. Elijah is een idealistisch ingesteld, maar ook enigszins naïeve jongeman die door de gebeurtenissen al vlug zijn kijk op de wereld moet bijstellen naar een wat meer realistische visie. Gedurende de reeks zien we hem veranderen in een meer competente professional en een briljante strateeg. Daarnaast zien we hem steeds meedogenlozer worden en steeds meer moeite hebben om vast te houden aan zijn eigen normen en waarden. Bijgevolg ontwikkelt hij een aantal slechte gewoonten die zijn competentie niet altijd ten goede komen en hem bij tijden meer een antiheld maakt dan een held in de traditionele zin. Uiteindelijk is het toch vooral zijn karakter van een tedere dromer die hem zo in en in menselijk maakt.


Het tweede personage dat ik wil bespreken, is kolonel Khan (vul hier zelf de verplichte Star Trek-verwijzing in). Hij is de leider van de groep huurlingen en een zeer intelligent en charismatisch man. Evengoed toont hij zich ook wreed en geweldadig en heeft hij er geen moeite mee anderen te gebruiken voor zijn eigen doelen. Kenji bijvoorbeeld, een bijzonder goed getrainde en dodelijke jongeman met wie Khan een getroebleerde relatie heeft. Kenji komt oorspronkelijk over als een emotieloze moordmachine, maar naarmate de reeks vordert leren we de mens achter het doodsmasker kennen. Dan is er nog Sophia. Een briljante hacker die haar lichaam heeft ingeruild voor een cybernetische variant met het uiterlijk van een klein meisje. In werkelijkheid is Sophia ergens in de vijftig, tevens de moeder van maar liefst acht kinderen die ze allen in de steek liet. Toch beginnen haar moederlijke gevoelens weer op te spelen en onderhoudt ze een ingewikkelde moeder-zoonrelatie met Kenji terwijl ze Elijah onderwijst over de wereld zoals hij echt is en niet zoals Elijah hem in zijn jeugdig optimisme zou willen zien.

Tot slot wil ik het nog even kort hebben over Ennoia Ballard, Elijahs vader. De Ennoia die we in de proloog ontmoeten, is een opgewekte en pientere jongeman. Enkele delen later is hij haast niet meer te herkennen. Hij is een kille en berekenende schurk geworden die er geen moeite mee heeft de dood van vele mensen op zijn geweten te hebben. Gelukkig spreidt deze respectloosheid voor het menselijk bestaan niet uit tot zijn eigen organisatie want hij geeft heel veel om zijn eigen ondergeschikten en is in die zin een betere leider dan de meeste maffiabazen, in fictie weliswaar. Ik vind hem gaandeweg de reeks het best ontwikkelde personage.


Het tekenwerk is geweldig. Alles is bijzonder gedetailleerd getekend: van de gezichten tot de hightechvoertuigen tot de weidse landschappen. Endo brengt een niveau van detail aan zijn tekenwerk waar de meesten enkel van kunnen dromen terwijl hij in al zijn consistentie een duidelijk eigen stijl kan voorleggen. Hoewel... er zijn momenten waarop al het niveau qua tekenwerk overboord gaat wat mij tot het enige minpunt van deze reeks brengt: de komische intermezzo’s. Het is volkomen begrijpelijk dat het Endo een goed idee leek zijn sombere en keiharde manga wat op te vrolijken met momenten van luchtige komedie. Het probleem is alleen dat hij het die op volkomen ongepaste momenten inlast wat af en toe behoorlijk de spanning verpest. Uiteindelijk is dit geen al te groot probleem en het grootste gedeelte van de tijd is het niet echt storend. Maar na verloop van tijd begon het mij licht te irriteren waardoor Eden nèt geen meesterwerk is, maar het scheelt niet veel.

Eden is verkrijgbaar in zowel het Engels als het Frans. Zoals vrijwel altijd lopen de Fransen voorop want Panini heeft de reeks in 2009 al voltooid terwijl Dark Horse Comics nog een viertal delen heeft te gaan.


Une Aventure de Chlorophylle
(besproken door David Steenhuyse)
18/12
TOP
UNE AVENTURE DE CHLOROPHYLE door Godi + Zidrou
Eerste deel in het Frans verschenen bij Le Lombard in 2014. Gepland als tweeluik.
Toen het stripinformatiemagazine Stripgids me vorig jaar uitnodigde om zes striptips op te sommen voor een nieuwe rubriek kwam ik na veel wikken en wegen tussen nostalgisch sentiment en hedendaagse impact ook uit bij Chlorophyl 1: Tegen de Zwarte Ratten van Raymond Macherot in plaats van een Maus, Blacksad of Calvo's Het Beest Is Dood. Om maar te zeggen dat ons striphartje extra klopt bij strips met dieren en een satirische, grimmige en/of historische boodschap.

Le Lombard gaf de voorbije jaren Macherots Chlorophyl-verhalen in drie mooi verzorgde integrales uit. Van de stripreeks waar sinds 1989 geen nieuwe verhalen meer van verschenen, gingen er van de drie bundels vlotjes zeventienduizend exemplaren over de toonbank. De avonturen van het marmotje Chlorophyl en de veldmuis Minimum lijken dus nog altijd een publiek aan te spreken. Ook tekenaar Godi, bekend van Dokus de Leerling, is er helemaal weg van. Hij tekende in de jaren 1980 al de dierenreeks Diogenes de Terriër (die in prent 2 in een cameo is te herkennen) en wilde per se een comeback van Chlorophyl forceren. Scenarist Zidrou moest nog zien overtuigd te worden. Met welke argumenten uitgeverij Le Lombard over de brug kwam, weet ik niet, maar hij beschouwde de opdracht niet als broodschrijverij. Dat bewijst het resultaat wel.



Het is niet de eerste keer dat Zidrou een oude glorie in ere wil herstellen. Helaas was ik niet overtuigd van een nieuw verhaal van De Flagada, getekend door Philippe Bercovici en uitgegeven door Glénat, waarvan bij Dupuis niet eens albums verschenen toen de reeks nog in het weekblad Robbedoes liep. Ook De Sliert, in saemenwerking met de stopgezette reeksen opstapelende Jean-Marc Krings, hield het bij Dargaud niet langer uit dan twee matige albums. In beide gevallen leek het voor Zidrou meer op een routineklus dan op een manier om zich te manifesteren. Maar de ene comeback is de andere niet. Ik kijk in 2015 uit naar het eerste deel van zijn hommagetweeluik van Rik Ringers voor tekenaar Simon van Liemt. Op basis van wat hij in Une Aventure de Chlorophylle presteerde, kunnen we dat in vertrouwen tegemoet zien.

Deel 1, Embrouilles à Coquefredouille (Verwarring in Notenschelp), bulkt van de knipoogjes naar vorige albums in de stripreeks die in 1954 voor het eerst in het weekblad Kuifje verscheen. Alle hoofd- en belangrjke nevenpersonages maken hun opwachting, zowel op het thuisfront als op het eiland Notenschelp. Chlorophyl houdt een winterslaap, maar wordt luidruchtig gewekt door Minimum die voor een keer geen verkoudheid heeft tijdens de winter. Ze zijn allebei uitgenodigd op Notenschelp om er tijdens het 33ste filmfestival de première bij te wonen van hun verfilmde avonturen. Ter plaatse is het even schrikken wanneer niemand minder dan hun gezworen vijand Anthraciet uit een limousine stapt. Het blijkt gelukkig een bijzonder goed vermomde acteur te zijn. De acteur die Chlorophyl vertolkt is dan weer een populaire acteur bij vrouwen die zich in zijn bijzijn graag als groupies opwerpen. Koning Mitron XIII woont de première bij in het gezelschap van zijn vrienden. De vertoning wordt echter verstoord door een actie van het FLF, een terroristische groep die ijvert voor de onafhankelijkheid van La Turbine, een van de drie steden die op Notenschelp te vinden zijn. En dan wordt het ineens extra interessant want de weg die Zidrou hier plots inslaat, doen een carillon bellen rinkelen.



Notenschelp is een monarchie terwijl het FLF een republiek wil vestigen. De achterliggende redenering is de aanwezigheid van kostbaar Zytrongas in La Turbine dat als energie dient voor treinen en andere voertuigen. De bevolking van de industriestad zou het beu zijn om geld te moeten versluizen naar "de parasieten van het westen". Moeten de auteurs wat kwijt over de Belgische situatie? Als om hun boodschap kracht bij te zetten, kleurt de achtergrond in twee prenten plots in zwart, geel en rood. Neem er ook nog de geschiedenis van de koninklijke familie bij en we zitten volleidg in een Belgisch verhaal. In een schandaalboek legde een jorunalist bloot hoe Mitrons grootvader in mysterieuze omstandigheden in de bergen verongelukte en hoe zijn vader twijfelachtige banden onderhield met de bezetter tijdens een oorlog. Er dook ook een kind op die Mitron wel moest erkennen. Chlorophyl ziet haar trouwens wel zitten. Minimum heeft het op zijn beurt te pakken voor Kira Novia, de actrice die hèm in de film vertolkt.

Zidrou heeft nog andere verrassingen in zijn mouw: een homoseksuele relatie en de ontmaskering van de leider van de separatisten. Hij had de smaak blijkbaar te pakken, want wat bedoeld was als een afgerond verhaal wordt nu al zeker een tweeluik. De climax, eerlijk gezegd een van de weinige voorspelbare elementen, vraagt daar ook om.



Godi mist de panache en spontaniteit van Macherot om diens inhoudelijke scherpte aan te kunnen. Daarvoor tekent hij zelf te guitig en te gezelig. Het gritty fundament dat Macherots verhalen kenschetste, de onmiskenbare aanwezigheid van dreiging en naderend gevaar, is in Zidrous versie enkel in de verte te ontwaren. Maar meer dan een hommage getuigt Embrouilles à Coquefredouille van een gezonde dosis lef die niet alleen nostalgici moet kunnen aanspreken (al kan ik me wel bedenkingen maken over hun mening over de homoseksuele scène), maar ook een jonger publiek kan overhalen er de oorspronkelijke verhalen bij te halen. Dat laatste is weliswaar naïeve wishful thinking.

In de reeks comebacks die de voorbije en komende jaren de inzet zijn van nogal wat uitgeverijen (dan noemen we bijvoorbeeld Buck Danny, Corto Maltese, Corentin, Bob Marone, Rik Ringers en net zo goed Jerom), had ik niet verwacht dat Chlorophyl zo nadrukkelijk zijn vingertje zou opsteken om opgemerkt te worden, zelfs opzien te baren. Hij mag vooraan in de klas komen zitten in plaats van de ezelsoren op te zetten mocht hij gefaald zijn.


Black Lagoon (besproken door Jonah Doesberg)
04/12
TOP
BLACK LAGOON door Rei Hiroe
FR: Eerste deel verschenen bij Kabuto in 2004, in 2010 herdrukt door Kazé.
EN: Eerste deel verschenen bij Viz Media in 2008.
Verscheen oorspronkelijk in Japan in 2002. Serie loopt nog.
Laat ik beginnen met zeggen dat ik over het algemeen geen fan ben van actiereeksen. Velen hebben een op zich interessante premisse. Maar vrijwel altijd leidt dat tot een clichéverhaaltje waarin een stoere held met een nobel hart het onschuldige meisje moet redden en ondertussen de boeven in elkaar slaat in dertien in een dozijn actiescènes. Voor de rest zijn de dialogen vaak nogal pover en als je echt pech hebt zelfs onnavolgbaar. En dan is er Black Lagoon: een zeer gewelddadige actiemanga over een stel compleet gewetenloze schurken met een van de stoerste vrouwelijke hoofdpersonages die ik al ben tegengekomen. Tel daarbij de bijzonder goed geschreven dialogen op, veel zwartgallige humor, indrukwekkende actiescènes die heerlijk over the top zijn, zelfs een klein beetje diepgang en je kunt afleiden waarom Black Lagoon een van de weinige actiemanga's is die ik heel graag heb gelezen.

 
De held (nu ja, held) van dienst is Rokuro Okajima, een beschaafde maar nogal laffe Japanse zakenman die op een dag door zijn baas naar de Zuid-Chinese Zee wordt gestuurd om daar een pakketje te overhandigen aan een plaatselijk kartel. Helaas voor hem wordt zijn schip gekaapt door moderne piraten, meerbepaald de crew van de Black Lagoon: een buitgemaakte torpedojager die nu gebruikt wordt als pakketboot van het niet zo legale soort. Rokuro's dag wordt vervolgens alleen maar slechter nadat hij het pakket heeft overhandigd aan Dutch, de leider van de crew. Vervolgens wordt hij zelf ook nog eens ontvoerd door deze hum... nogal onconventionele pakketbezorgers. En op de koop toe besluit zijn baas vervolgens dat het beter is voor het bedrijf als Rokuro een voortijdige dood sterft. Liever zo dan dat men erachter komt wat voor pakketje hij moest leveren. Gelukkig is Dutch iets milder van hart en geeft Rokuro, of zoals hij hem noemt Rock, de kans om nog wat langer te leven. Althans, als hij het doodseskader dat het kartel op de Lagoon heeft afgestuurd, weet te overleven. Evenals de vele gangsters, Russische maffiosi, neonazi's, moslimextremisten, yakuza, cirkelzaag hanterende psychopaten en nog vele andere vrolijke lui die de Zuid-Chinese Zee onveilig maken. En dan hebben we het nog niet over zijn eigen crewmaatje Revy, een schietgrage pin-up van het ruige soort die al bij de eerste kennismaking Rock bijna naar de eeuwige rijstvelden had gestuurd.


Black Lagoon is een reeks die zich schikt in zijn eigen politieke incorrectheid. Van de zeer gewelddadige actiescènes tot de grote hoeveelheid naakt tot het veelvuldig drugsgebruik en het feit dat zowat iedere tekstballon minstens één scheldwoord bevat. Gelukkig neemt het zichzelf ook niet zo serieus. De actie is zeer gewelddadig met lichaamsdelen die in het rond vliegen maar het is zo over the top dat het eerder vermakelijk is dan afschrikwekkend. De scènes waarin drugsgebruik voorkomt, zijn enorm komisch en sowieso is het geheel overgoten met een sausje van prettig zwartgallige humor.

Rei Hiroe, de auteur van Black Lagoon, vond dan ook zijn inspiratie bij regisseurs als Quentin Tarantino en de Coen-brothers. Maar daarnaast zit de reeks sowieso vol met knipoogjes naar populaire cultuur. Niet alleen naar Hollywoodfilms, maar ook naar andere manga's. In de korte, hilarische bonushoofdstukken wordt iedere keer een ander mangagenre op de hak genomen. Daarnaast gebruikt het ook de typische elementen van een actiemanga en keert het ondersteboven. Zo zijn de mannelijke personages in de reeks voor het grootste gedeelte complete watjes terwijl de vrouwelijke personages integendeel... wel, laten we zeggen dat ik geen van hen in een donker steegje zou willen tegenkomen. Het gaat om ex-KGB-psychopaten, messenwerpende Dragon Ladies over eenmansleger dienstmeiden tot gewapende nonnen (ja, heus!). Black Lagoon zit zo vol extreem competente actieheldinnen dat zelfs Rambo nog pardoes een feminist zou worden.



Een ander element dat terug komt in zowat alle actiemanga's zijn... lollies: de eerder genoemde schattige meisjes die dan gered moeten worden door de stoere held. Black Lagoon heeft ook lollies (zij het in slechts een paar hoofdstukken), bijzonder moordzuchtige lollies om preciezer te zijn. Ze scheppen er genoegen in hun slachtoffer zo lang mogelijk te kunnen martelen tot hun dood. Tja... het is weer eens wat anders.

Doe doorgedreven documentatie bij het schrijven van zijn mangareeks van Hiroe valt ook op. De verschillende criminele organisaties die de revue passeren zijn zeer waarheidgetrouw neergezet. Hun morele codes, gebruiken en zelfs aanspreektermen komen uit de werkelijkheid. In een verhaallijn die zich afspeelt in Japan spreken de yakuza hun bazen correct aan met "Aniki". Ook de Russische maffia oftewel de Vory Y Zakone komt zeer geloofwaardig over. Maar behalve de criminele organisaties breidt dit zich ook uit tot een uitgebreide kennis van met name de oorlogsgeschiedenis. Zo blijkt de Black Lagoon van een werkelijk bestaand scheeptype te zijn dat dienst deed als torpedojager in de Tweede Wereldoorlog. Zelfs verhaalelementen waarvan ik vermoedde dat Hiroe ze ter plekke verzon, blijken alsnog op waarheid te berusten. In deel 2 komt de VDV voor: een Russische paramilitaire eenheid die omschreven werd als zo belachelijk competent dat ik mij niet kon voorstellen dat het bestond. Fout gedacht. Hun taken waren (en zijn, want ze bestaan nog steeds) precies wat in de manga omschreven werd. Als het natuurlijk aankomt op de daadwerkelijke handelswijze van de verscheidene criminele organisaties en dergelijke gaat ieder realiteitsgehalte het raam uit want het blijft wel een actiemanga. De documentatie tilt het realisme omhoog en doet het aangenamer lezen dan mocht dit enkel een no-nonsense actiereeks geweest zijn.



Hoewel Black Lagoon zeker niet de meest diepzinnige mangareeks is die ik al heb gelezen, heeft het tussen alle absurde actie en pikzwarte humor in ook zo zijn serieuze momenten. Om te beginnen zijn de personages niet zo eendimensionaal als je zou verwachten. Ieder heeft een uitgebreide achtergrondgeschiedenis wat hun huidige daden beter verklaart. Het maakt hen menselijker en begrijpelijker waardoor je uiteindelijk ook meer met hen meevoelt, ondanks hun nogal moreel verwerpelijke daden.

Er is tevens geen gebrek aan maatschappijkritiek. Black Lagoon speelt zich af in een wereld waar geen licht toegestaan is en mensen vooral bezig zijn met overleven. Hiroe weet — hoe vreemd het ook klinkt — op subtiele wijze een beeld te scheppen van een maatschappij waarin eerlijke mensen gedwongen worden het verkeerde pad op te gaan, waarin kinderen in de kou gezet worden en waarin machthebbers een illusie voorhouden van rechtvaardigheid die niet bestaat. Zeker vanaf deel 4 gaat de aandacht wat meer weg van het spektakel en komt het meer te liggen op de analyse van moraal en andere maatschappelijke fenomenen. Natuurlijk blijft Black Lagoon gewoon een luchtige actiemanga en dit soort analyses vallen ook tussen de massale schietpartijen en sarcastische humor in, maar het valt wel steeds meer op.



En dat brengt mij tot het absolute hoogtepunt van de reeks: de dialogen. In tegenstelling tot wat ik verwachtte, is Black Lagoon zeer goed geschreven met heel erg stijlvolle dialogen die niet alleen de reeks van net dat extra beetje pittigheid voorzien maar ook nog eens heerlijk zijn om te lezen. De meeste personages bedienen zich van met nodige scheldwoorden gepunctueerde spreektaal die eerder doet denken aan een Hollywoodfilm dan typisch mangataalgebruik. Een mix van Tarantino en David Mamet met nog een beetje bikkelharde westernflarden om het af te maken.



De actie is dus over the top, daarmee val ik in herhaling. Dat is in feite nog te mild uitgedrukt. het is op het bespottelijke af, maar op een goede manier. Het is alsof Rei Hiroe heeft nagedacht over de meest ridicule actiescènes die hij kon bedenken en toen nog wat verder heeft doorgevoerd. Om een voorbeeld te geven: er is een scène waarin de Black Lagoon de lucht in gelanceerd wordt en door de lucht vliegend een torpedo afschiet op een helikopter. In een andere scène springt Revy van het ene schip op het andere en slacht daar iedereen af. Maar het belachelijke van de actie geldt niet alleen voor het spektakel. Black Lagoon is ook hilarisch gewelddadig en bloederig. Mensen in Black Lagoon gaan niet zomaar dood. Nee, ze gaan liederlijk ten onder in een regen van kogels, bloed, wrakstukken en rondvliegende lichaamsdelen. Het is echt verbazingwekkend hoeveel verschillende manieren Hiroe kan bedenken om zijn personages naar de andere wereld te helpen. Van een simpele kogel tussen de ogen tot mensen die in stukken gehakt worden met een bijl tot iets wat ik enkel kan omschrijven als extreme accupunctuur. Juist doordat het zo overmatig over the top is en de reeks zichzelf sowieso niet zo serieus neemt, is zowel het spektakel als het geweld net heel vermakelijk en maakt het de reeks er alleen maar beter op.



Evenals Revy heeft Black Lagoon op zich niet veel om het lijf, maar de rauwe sfeer, het fantastische tekenwerk, de zeer sterke dialogen en de heerlijk zwartgallige humor maken Black Lagoon tot een zeer goede manga die ik graag heb gelezen. Wie op zoek is naar een intelligente, diepzinnige en subtiele manga kan beter iets ander gaan lezen. Lezers met een zwakke maag dienen Black Lagoon misschien ook linsk te laten liggen. En wie nogal vlug op de teentjes getrapt wordt, zal in Black Lagoon misschien aanleidingen vinden om over te kankeren. Christenen, moslims, rechtse rakkers, hippies, Russen, Japanners, ik kan zo nog een tijdje doorgaan. Niemand ontkomt aan de sarcastische humor van Hiroe en geen enkele cultuur of subcultuur komt er goed vanaf. Maar als je het allemaal niet zo serieus neemt, op zoek bent naar een luchtige stripreeks met flink wat actie, zonder een uitgemolken formul,e die bovendien gewoon lekker wegleest, dan is Black Lagoon een aanrader van jewelste.



Black Lagoon is verkrijgbaar in het Engels en het Frans. In het Engels verschijnt de reeks bij Viz Media terwijl Kazé het tegenwoordig in het Frans uitgeeft. Zoals gewoonlijk loopt de Franse reeks wel voor op de Engelse want het in Japan recentelijk verschenen deel 10 is al vertaald in het Frans, maar nog niet in het Engels. Het zou mij ten zeerste verbazen als een Engelse verschijning niet binnenkort is te verwachten.

Tot slot wil ik ook nog even wijzen op de animeadaptatie. De eerste twee seizoen (gebaseerd op deel 1 tot 6) zijn behoorlijk goed en vrij trouw aan de manga. Het derde seizoen is echter een ramp en zou ik overslaan. Lees sowieso eerst de manga alvorens te beginnen aan de anime.


L'Assassin qu'Elle Mérite
& Un Océan d'Amour (besproken door David Steenhuyse)
20/11
TOP
L'ASSASSIN QU'ELLE MÉRITE door Yannick Corboz + Wilfrid Lupano
Drie delen in het Frans bij Vents d'Ouest (Glénat). Eerste deel verschenen in 2010. Reeks is voorzien in vier delen.

UN OCÉAN D'AMOUR door Grégory Panaccione + Wilfrid Lupano
Tekstloos one-shot bij Delcourt. Verscheen in 2014.
In november verschenen twee nieuwe strips van scenarist Wilfrid Lupano (Alim de Leerlooier, De Engelsman die niet van Vuurwapens Houdt) waarmee hij zijn talent als originele verteller in mijn ogen nog wat vergrootte. De ongebreidelde fantasie die hij in Azimut 2 (Daedalus) tentoonspreidde en het plezante Krasse Knarren 2 (Dargaud) hebben me andere, niet-vertaalde strips van hem doen ontdekken. Terwijl ik nog de reeks L'Assassin qu'Elle Mérite las, lag ineens ook het verassende, tekstloze one-shot Un Océan d'Amour in de winkel waarvan de cover aan een sardienenblikje doet denken. Beide, volstrekt uiteenlopende uitgaven kunnen bogen op een sprankelende originaliteit.



L'Assassin qu'Elle Mérite speelt zich af in het jaar 1900 in Wenen. De Oostenrijkse hoofdstad beleeft culturele en economische hoogtijden. De eerste automobielen maken de straten al onveilig. De jonge Victor valt helaas uit de boot. Hij en zijn familie hebben het niet te breed. Hij verkoopt rozen op straat, maar een zigeuner verjoeg hem hardhandig van zijn plaatsje. Bij een handgemeen om de concurrent lik op stuk te geven, belandt Victor in het ziekenhuis. Zijn vader is furieus, de kosten lopen op! Hij vlucht nog liever door het raam. Zo komt hij de vriendelijke, charmante, hoffelijke en elegante Mathilde tegen. Een schoonheid van wie hij danig onder de indruk is. Mathilde werkt in een luxebordeel. Ondertussen schoppen twee steenrijke jongelui keet op een kunsttentoonstelling. Ze zijn tegen het academische. Een van de twee koopt een schilderij en steekt het ter plaatse in de fik. Een schandaal! Maar op dat soort aandacht kikken de zich in onledigheid wentelende en verveling verdrijvende snobs net. En het resulteert al eens in een duel, dat gebeurde nog in die dagen. De twee plannen een volgende uitdaging: een levend kunstwerk, een weddenschap... Het creëren van een staatsvijand uit een volkomen onschuldig individu. Hun oog valt op — wie anders? — Victor. De jongen wordt met smoesjes geïntroduceerd in de high society. Er komt een open rekening in het bordeel waar Mathilde werkt en proeft van allerlei andere geneugten, hij leeft het leven. Maar dan wordt plots de geldkraan dichtgedraaid. De weddenschap is begonnen...



Het fundament van bovenstaande samenvatting kennen we uit heel wat andere verhalen. Het is het soort rags to riches-verhaal waarbij een armeluis of loser bijna op het ene moment op het andere een rijkaard of beroemdheid wordt. Dat betekent niet noodzakelijk dat het hoofdpersonage die gedroomde positie probleemloos kan behouden. In feite gaat het in de literatuur al mee sinds Charles Dickens' Oliver Twist, maar ook in films is het een populair thema. Denk maar aan Rocky, Trading Places, The Wolf of Wall Street, My Fair Lady, The Pursuit of Happyness, Slumdog Millionaire en andere. Wat Victor betreft weet je als lezer op voorhand dat er hem een weinig gelukkig lot wacht, toch als het van zijn twee mecenassen afhangt. De rampspoed valt hem al in het eerste deel te beurt. Deel 2, dat minder duister is getekend, gaat op hetzelfde elan verder om in deel 3 ineens van koers te wijzigen. Daar begint Lupano te veel hooi op zijn vork te nemen er te veel andere elementen en intriges bij te sleuren: corruptie, misdaad, spionage, liefde, wraak,... op een achtergrond van kunst, cultuur, geschiedenis, politiek en maatschappijkritiek want het is die "elle" uit de titel die haar moordenaar verdient. Met het laatste deel 4 kan hij de meubels nog redden. Te zijner verdediging voeg ik er wel aan toe dat Victor gaandeweg niet zomaar lijdzaam de gebeurtenissen ondergaat. Lupano heeft voor hem een koers uitgestippeld die de clichépaadjes lijkt te vermijden.



Het eerste deel won in Frankrijk heel wat prijzen voor zowel het verhaal als de tekeningen van Yannick Corboz van wie L'Assassin qu'Elle Mérite zijn eerste grote project is. Miskijk je niet op de prachtig geschilderde covers. Die waren voor mij een groot koopargument, vooral de coverillustratie van deel 3 die een knipoog is naar de reeks schilderijen van de vrouw met parasol door Claude Monet, de grondlegger van het impressionisme. De eigenlijke tekeningen van de strips zijn losser, spontaner en geven ook blijk van dynamiek en een goeie beeldkadrage.



Kort nadien las ik het tekstloze one-shot Un Océan d'Amour, een 224 pagina's dik, groot uitgevallen sardienenblik, want zo is de coverlay-out opgevat. Die sardienen komen terug in het verhaal.



Een Bretoense visser vaart met zijn collega uit op een bescheiden schip. Zijn liefhebbende echtgenote heeft in zijn lunchtrommeltje enkele sardienenblikjes gestopt. Daar heeft hij een hekel aan. Niet veel later doemt een gigantisch visserschip op. Ze raken verstrikt in de netten zonder onmiddellijk uitzicht op een redding. De kleine visser is zo grootmoedig om zijn collega in een opblaasbaar reddingsbootje, waarin amper plaats is voor één man, weg te sturen. Op het thuisfront wacht zijn vrouw tevergeefs op de kade temidden de andere vrouwen die hun mannen opwachten. De solidariteit is groot. Daags nadien overwint de vrouw haar verdriet en gaat op zoek naar haar man dankzij de aanwijzingen die de inmiddels geredde collega de gemeenschap weet te verschaffen. Terwijl haar man in desolate omstandigheden afdrijft, steekt zijn vrouw de oceaan over. Aan boord van een cruiseschip laat ze zich gelden in een wereldje dat de hare niet is. Zonder dat ze het beseft, groeit ze uit naar een beroemdheid waar ze later nog de vruchten van zal plukken (een paar toverwoorden: Fidel Castro - polonaise). Voor haar man gaat het ondertussen van kwaad naar erger: honger (waardoor hij dan toch sardienen uit blik moet vreten), piraten, gevangenschap, heimwee (door een pannenkoek), maar ook ernstige vormen van milieuvervuiling komen aan bod. Alle lijnen zijn uitgezet voor een pakkend verhaal met originele insteek.



De grafische uitwerking deed mij wat denken aan de stijl van de storyboards voor animatiefilms van Pixar. Dan denk ik in het bijzonder aan het aandoenlijke Up waarin sentiment en drama homogeen samengaan met een warm gevoel voor humor. Het hoeft niet te verbazen dat de in Italië geboren Grégory Panaccione in de animatiesector startte, te beginnen met de Corto Maltese-tekenfilm.



Het werk van Panaccione is om in de gaten te houden. Hij kiest werkelijk voor ongeziene concepten, allen tekstloos. In mei 2014 verscheen nog het eveneens tekstloze Match waarbij op 274 pagina's een tennismatch punt na punt wordt gevolgd, van de toss tot de eindoverwinning. Het gekke is dat je als lezer het spel meebeleeft met alle momenten van twijfel, spanning, plezier, angst om te verliezen, onmacht en woede. O ja, Match moet je beslist ook lezen!


Nijigahara Holograph (besproken door Jonah Doesberg)
30/10
TOP
NIJIGAHARA HOLOGRAPH door Inio Asano
One-shot in het Engels bij Fantagraphics in 2014. Verscheen oorspronkelijk in Japan in 2006.
Een jongeman bezoekt zijn vader in het ziekenhuis. Deze blijkt echter in een compleet catatonische staat verzonken. Een kasplantje, een leeg omhulsel. Naderhand ontmoet de jongeman op het dakterras van het ziekenhuis een oude man die zegt zijn vader te kennen. Een klein stukje informatie, een kleine scène in een veel groter verhaal. Een verhaal over verdriet, schuld en geweld. Een verhaal over een klein meisje dat door haar klasgenoten een put in werd geduwd. Een gebeurtenis die jaren later, wanneer de klasgenoten inmiddels volwassen zijn, nog verstrekkende gevolgen krijgt. Het is een verhaal over daden en de consequenties daarvan, over perverse liefde en een onmogelijk bestaan. Over toevallige ontmoetingen met grote gevolgen. Het is een verhaal over de mens, de mensheid en mogelijk zelfs het einde daarvan.


Als je vindt dat bovenstaande korte samenvatting hopeloos obscuur klonk, dan is Nijigahara Holograph misschien niet voor jou. Het is nochtans de meest coherente samenvatting waarop ik kan komen om het verhaal voor te stellen. Nijigahara Holograph is alles in één. Het is een spannende thriller, een diepmenselijk drama en een surrealistische kijk op het leven vol filosofische thema's.


Nijigahara Holograph is een 296 pagina's tellend one-shot van Inio Asano, de auteur van onder andere het veelgeprezen Solanin. Het speelt zich af in drie tijdsperiodes, te beginnen op het dak van het ziekenhuis waar we de oude man ontmoeten. Deze verhaallijn is vooral van belang voor de proloog en epiloog, maar tussendoor keren we er ook nog geregeld naar terug. Het tweede tijdvak is in feite het begin van het verhaal. Hierin komen de hoofdpersonages voor als leerlingen op de basisschool en beleven we in zekere zin het incident dat alle verhaallijnen in gang zet. Deze verhaallijn wordt voor het overgrote deel verteld vanuit het perspectief van Amahiko, de nieuwe leerling in de klas. Hij is een eeuwige toeschouwer die geheel teruggetrokken leeft in zijn eigen gedachtewereld. Hij observeert de gebeurtenissen, maar maakt er eigenlijk geen deel van uit. Hij is er, maar toch ook weer niet. In de laatste verhaallijn volgen we grotendeels Maki Arakawa. Een van de leerlingen in de tweede verhaallijn die nu studeert en werkt als serveerster. Op een dag komt ze een van haar voormalige klasgenoten tegen die gezocht wordt door de politie. En vanaf dat moment verandert haar hele leven in een nachtmerrie waarbij ze niemand meer kan vertrouwen. Het kan haar zelfs het leven kosten. Vanzelfsprekend zijn alle drie de verhaallijnen nauw met elkaar verbonden. De vraag is alleen hoe? En dat is het centrale mysterie waar deze hele one-shot om draait.


Op dit moment is het je nog vergeven te denken dat Nijigahara Holograph een vrij doordeweekse mysteriethriller is waarbij de drie verhaallijnen uiteindelijk bij elkaar komen en het grote mysterie wordt opgelost. Mocht je in die veronderstelling zijn, dan heb je het mis. Hoewel het centrale mysterie wordt opgelost, blijf je op het einde achter met nog heel veel vragen. Een van de sterkste punten van Nijgahara Holograph is hoe Inio Asano niets uitlegt, maar de lezers veeleer losse stukjes informatie aanreikt waar je vervolgens zelf betekenis uit kan halen. En op die manier is het verhaal voor vele interpretaties vatbaar. Sterker nog: elke keer je het verhaal leest, haal je er weer iets anders uit. Ik heb de proef op de som tot drie keer toe genomen, en elke keer haalde ik er een andere leeservaring uit. En dit komt niet alleen omdat het plot één grote puzzel is. Nijigahara Holograph is namelijk nog veel meer. Er is het drama over oorzaak en gevolg en hoe de personages daarmee omgaan. Hoe gaan ze verder met hun leven na de daad in kwestie? Trekken ze er lering uit? Gaan ze eraan ten onder? En dit verschilt per personage.


Nijigahara Holograph heeft een behoorlijk grote cast met personages zonder duidelijke hoofdpersoon terwijl de meeste personages terugkomen in zeker twee van de drie verhaallijnen. Zo zien we hen ontwikkelen, ten goede of ten slechte, en zien we hoe de gebeurtenissen hen hebben beïnvloed. Maar naast een spannende thriller en een diepmenselijk drama biedt Nijigahara Holograph ook nog eens een grondige filosofische kijk op de menselijke conditie ten opzichte van ons besef van realiteit. Via dat drama bespreekt de reeks wat het betekent om een mens te zijn, maar plaatst het een individu ook binnen het grotere, maatschappelijk systeem. Bovendien haalt het aan hoe elk individu weer het leven van anderen beïnvloedt. Tot slot beproeft het verhaal onze eigen observaties over een correct beschouwen van de realiteit. Althans, dat is wat ik eruit haal. Ook met de achterliggende filosofie is Asano niet overdreven in your face en laat het aan de lezer over om zelf te beslissen wat de onderliggende laag nu in feite is.


Visueel is dit one-shot van het allerhoogste niveau. Het eerste wat meteen opvalt zijn de personages. Het is bij seinen (op volwassenen georiënteerde) manga niet ongewoon om personages vrij realistisch en gedetailleerd te tekenen. Maar weinigen gaan zo ver als Asano gaat met Nijigahara Holograph. De gezichten van alle personages zijn enorm gedetailleerd getekend. Zozeer zelfs dat ze eruit zien als echte mensen. Maar wat meer is: ze zien er daadwerkelijk Japans uit! De achtergronden zijn van hetzelfde gedetailleerde niveau. Ieder grassprietje, iedere baksteen, alles is in beeld gebracht met een gevoel voor detail waar vrijwel niemand kan aan tippen. Bovendien gebruikt Asano een heel bijzondere manier van belichting waarbij hij veel gebruik maakt van contrast tussen licht en donker wat het geheel een soort van etherisch, maar ook wel spookachtig gevoel geeft. Gecombineerd met de fel realistische stijl past dit perfect bij het verhaal en biedt het een effect in het laatste hoofdstuk dat zeer psychologische en nogal surrealistisch van aard is.


Nijigahara Holograph is zonder enige twijfel een van de beste stripverhalen die ik al heb gelezen. Het valt niet goed te omschrijven en vereist meerdere lezingen om het echt te kunnen appreciëren. Maar het is origineel, ongelooflijk goed geschreven en getekend, en zeer cerebraal. Het is niet voor iedereen en mensen die gewoon graag achterover leunen en een goed boek willen lezen, hoeven hier zelfs niet aan te beginnen. Maar als je houdt van een goed mysterieverhaal, een thriller of als je iemand bent die graag meedenkt terwijl je leest, of je graag helemaal wil inleven in de personages dan is Nijigahara Holograph naar mijn mening iets dat bovenaan je leeslijstje hoort te staan. Het is geen grote aanschaf want het is slechts een one-shot van 296 pagina's, maar daarin zit zo'n schat verborgen aan mysterie, diepgang en krachtig geschreven dialogen dat dit naar mijn mening beslist niet in je collectie mag ontbreken.


Nijigahara Holograph is verkrijgbaar in het Engels bij Fantagraphics. De uitgave is fantastisch uitgevoerd op groot formaat met een hardcoverkaft en bovendien gebonden. Als kers op de taart is het ook nog eens gedrukt op fatsoenlijk papier waardoor de tekeningen ten zeerste tot hun recht komen.


Love Song (besproken door Mario Stabel)
16/10
TOP
LOVE SONG door Christopher
Vier delen verschenen in het Frans bij Le Lombard (collectie Polyptique) tussen 2006 en 2011. In 2013 verscheen een integrale.

"En neem die ook maar mee", zei Toon Horsten me, "ik weet ook niet hoe die ertussen is geraakt." Die "die" was Boulette, het derde deel uit de reeks Love Song, een Franstalig album dat toevallig tussen de recensie-exemplaren van Le Lombard voor Stripgids verzeild was geraakt. Nu is mijn Frans op zijn minst nogal roestig te noemen, maar ik geraakte toch geïntrigeerd door de vertelling over een groep kameraden die samen in het bandje The Sleeping Watermelons zitten (een duidelijke verwijzing naar The Smashing Pumpkins natuurlijk). Manu, Sam, Boulette en Greg zijn fanatieke adepten van de Engelse rockmuziek uit de sixties, maar blijken er toch wel heel wat geheimpjes op na te houden. In elk album staat één personage centraal en worden er een aantal zaken verteld aan de hand van songtitels van zijn favoriete band. De rode draad in het verhaal is de zoektocht naar het ultieme liefdesliedje, vandaar dan ook de reekstitel. Door middel van flashbacks krijgen we een inkijk in de evolutie van de onderlinge relatie tussen de vier bandleden/vrienden.

De in 1969 geboren Christopher Longé let op de details. Bij elke cover tekent hij een hit-LP van een van zijn favoriete bands na. Ook de lay-out van de achterkant komt netjes overeen met de originele platenhoes. Hij is alleen een beetje creatief met de songkeuze en maakt er eerder een greatest hits van.

We bekijken even de vier delen:

1. Manu (cover naar Rubber Soul van The Beatles uit 1965)

Manu is de stille bassist van de band, maar diep in zijn binnenste kolkt er vanalles. The Beatles zijn dan ook uitstekend vergelijkingsmateriaal: niet alleen is Manu linkshandig zoals Macca, hij is ook duidelijk gefascineerd door het bitterzoete Lennon-McCartney-universum, waar niet alleen gele duikboten de dienst uitmaken, maar geluk ook in de loop van een geweer te vinden is en er steeds ruimte is voor 'een' interpretatie van de songteksten.

Centraal staat het nakende huwelijk tussen Manu en Emily, de zuster van bandgenoot Greg. We zien vooral een twijfelende Manu en de niet zo goede raad van zijn vrienden. Daarnaast wil Eleonore, de vriendin van Sam, een esthetische operatie ondergaan. Als die niet goed blijkt af te lopen, legt dit heel wat druk op de vriendengroep en slingeren ze elkaar heel wat verwijten naar het hoofd.




2. Sam (cover naar Aftermath van The Rolling Stones uit 1966)  

In deel 2 staat Sam in het middelpunt. Na de dood van zijn vriendin zit de politie-inspecteur opgezadeld met een knoert van een schuldgevoel en geeft hij zich over aan een leven vol drank, drugs en lege seks. Hij slaagt er maar niet in om zijn leven weer op de rails te krijgen. Christopher koppelt zijn verhaal aan dat van The Rolling Stones en nooit klonken titels als You Can't Always Get What You Want of Sympathy for the Devil zo toepasselijk. Wanneer alles stilaan op zijn plooi lijkt te komen, blijkt dat Boulette iets uitgestoken heeft wat een serieuze bom onder het voortbestaan van de vriendenkliek legt.

Op de gerecycleerde hoes heeft Christopher het hoofd van Mick Jagger weggelaten.



3. Boulette (cover naar Are the Village Green Preservation Society van The Kinks uit 1968)

Boulette is de gitarist en voornaamste songleverancier van de band. Hij kijkt nogal op naar Ray Davies van The Kinks en deelt met hem de ietwat cynische kijk op het leven. Nu de onderlinge verhoudingen serieus overhoop zijn gezet, lezen we een album waar iedereen zoekende is: naar liefde, naar vriendschap, naar hoe ze in het leven willen staan. Onder de harde bolster van Boulette blijken een onzeker mens en een diepdroevige twijfelaar schuil te gaan. Terwijl hij vroeger zonder verpinken zijn job als lijkschouwer uitoefende en mensen aan de lopende band opbaarde, lijkt er nu iets gebroken in hem en stelt hij alles in vraag.



4. Greg (cover naar My Generation van The Who uit 1965)

Greg werkt als anesthesist in het lokale ziekenhuis en is — hoewel hij de niet zo charismatische frontman van de band is — tot nog toe wat op de achtergrond gebleven in het verhaal. Greg is niettemin de man met de meeste ambitie en slaagt erin om voor de band het voorprogramma te versieren van de Britpoppers van Blur.

In de eerste scène zien we hem dromen van een interview in een gerenommeerde talkshow: hij ziet zichzelf als een rockicoon en praat openlijk over zijn muziek, zijn passies en de dood.
De plooien in de band lijken gladgestreken, maar hun optreden waar ze al twintig jaar naar uitkijken brengt niet het verhoopte succes. Daarnaast introduceert Christopher in dit afsluitende deel een nieuwe verhaallijn waar je je niet echt meer aan verwachtte. Als je de vorige albums echter herleest met dit weetje in het achterhoofd zie je links en rechts al heel wat hints opduiken. En zo past het destructieve imago van een band als The Who toch weer perfect bij deze Greg.



Je zou de auteur kunnen verwijten dat hij wat te veel verhaallijnen in de albums heeft willen proppen en dat hij daardoor in goedkoop effectbejag grossiert. Deze kijk op de reeks werd nogal eens aangehaald op gespecialiseerde fora, vooral na het verschijnen van het eerste deel. Persoonlijk vind ik het een schoon en evenwichtig verteld coming of age-verhaal, maar nu met dertigers in de hoofdrol die flirten met hun midlifecrisis, stilaan inzien dat ze hun greep op de alledaagse realiteit aan het verliezen zijn en wanhopig vasthouden aan de waarden en dromen uit hun tienerjaren. Christopher verstopt heel wat verwijzingen naar de popcultuur in zijn verhaal en er staat ook heel wat tussen de regels te lezen. Het kan dus zeker geen kwaad om de reeks na enkele weken eens terug ter hand te pakken om je voor een tweede of derde keer onder te dompelen in het verhaal.

Het is een beetje vreemd dat er nog niet veel vertaald is van deze Christopher Longé, buiten een eerste deel van Op Kamers (met Sylvain Runberg) en zijn bijdrage aan de biostrip Bob Dylan Revisited. Zijn strips zijn over het algemeen redelijk toegankelijk en zijn tekenstijl doet soms wat denken aan Meneer Johan van Philippe Dupuy en Charles Berberian. Vooral zijn reeks Les Filles kreeg zeer goede reviews over de taalgrens. De man is trouwens geboren in Engeland, vandaar wellicht zijn fascinatie voor de Engelse rockmuziek.

Het heeft me best wat moeite gekost om alle albums te bemachtigen. De lokale stripspeciaalzaak kon me niet verder helpen en ook online was er destijds nog maar één album verkrijgbaar. De twee overblijvende delen heb ik plompverloren op de kop kunnen tikken in een klein stripwinkeltje in Bastia op Corsica. Gelukkig bracht Le Lombard in 2013 een interessant geprijsde integrale op de markt die nog vlotjes te verkrijgen is. Wat wil een mens nog meer?...


Alice au Pays des Singes
(besproken door David Steenhuyse)
04/10
TOP
ALICE AU PAYS DES SIGNES door Nicolas Keramidas + Tebo.
Eerste deel verschenen in het Frans bij Glénat in 2012. Deel 3 wordt het laatste deel.
Binnenkort verschijnt bij Dark Dragon Books het eerste deel van Tinkelbel in Wonderland waarin het elfje uit Peter Pan in de wereld van Alice in Wonderland terechtkomt. Crisse speelde al langer met dit idee dat hij in samenwerking met Robi Pena ten uitvoer bracht. Zij zijn lang niet de enigen die een brug slaan tussen twee op het eerste zich onverenigbare sprookjes. De twee vrienden Nicolas Keramidas, bekend van Luuna, en Tebo, van wie we in deze rubriek al de superheldenparodie Captain Biceps voorstelden, bundelden hun krachten om Alice in andere sprookjessettings te droppen.



Dat droppen mag je vrij letterlijk opvatten. Op de eerste pagina in deel 1 zien we Alice op een tak van een boom in een jungle staan. Hoe ze daar is terechtgekomen, weet ze niet. Door een bende gemene rosse apen dondert ze de diepte in. Eenmaal ze door de pestkoppen alsnog veilig op de begane grond landt, stoten ze enkel de naam Tarzan uit. Eddy, een witte mandrill met bolhoed en een pistool in een riem, komt poolshoogte nemen in de hoop een grote fiesta te kunnen houden om Tarzans terugkeer te vieren. Maar Alice is Tarzan niet. Op de koop toe is ze een meisje! Alice beseft dat ze Alice heet omdat die naam op haar jurkje is geborduurd. Ze weet nu ineens dat ze een meisje is want jongetjes dragen geen jurken. Nadat Eddy haar leven eventjes redde van een slang besluit hij Alice te helpen om haar geheugen terug te krijgen. Bij een ouwe, wijze, maar ook wel een beetje gekke aap komt ze achter de ware toedracht. Ondertusen ligt er een klungelige tijger op de loer, de heer van de jungle. Hoe dan ook moeten Alice en Eddy een tocht door de jungle ondernemen, in de lucht met een vliegtuigje en voorzichtig schrijdend in een duister grottenstelsel waarbij er niet op een schedel meer of minder als decoratie wordt gekeken om Alice terug in Wonderland te krijgen. Onderweg verzeilen ze van de ene (komische) situatie in de andere. Een memorabele ontmoeting beleven ze met een vleesetende plant die vegetarisch is geworden.



Het eerste deel viel in de smaak van pers en publiek en won zelfs een prijsje. Dat vroeg om een vervolg, en dat was ook ingecalculeerd want op het einde van deel 1 staat Alice plots op het dek van het schip van kapitein Haak. Na Tarzan en The Jungle Book bevindt ze zich dus in het wereldje van Peter Pan. Haak heeft net Peter gevangen genomen. Hij wil van Peter te weten komen hoe hij mensen en dieren in krokdodille, omtovert. Haak wijst Alice (met zijn haak) op een krokodil die tevoren nog zijn hondje Kiki was. Ook in dit album steken Keramidas en Tebo met regelmaat de grenzen van de bekende sprookjes over. Al vlug wordt er op een walvis gejaagd met epische Moby Dick-allures en grijpt de Kraken het schip mee naar de diepte. Ondertusen transformeren Haak en zijn matrozen steeds meer in krokodillen. Alice laat zich willens nillens op sleeptouw nemen terwijl Peter Pan potjandorie in de jungle bij de apen is beland en op het punt staat verorberd te worden door de tijger. Niet veel later vliegt Haak met zijn schip, bemanning en de tot piraat benoemde Alice de jungle binnen. Het stel personages is weer compleet, maar het is nog lang niet het eind van een formidabel avontuur vol grappige vondsten, gekscherende dialogen en een aanpak die zowel kinderen als volwassenen weet te plezieren.



Uit alles blijkt hoeveel de auteurs zich hebben geamuseerd met het maken van deze strip. Keramidas past een lekkere arceertechniek toe waardoor vooral grotere prenten een gravure-effect krijgen. Vooral in de uitwerking van de overvloedige natuurdecors komt dit tenvolle tot zijn recht. De diepte in de prenten krijgt een kaderloze vrijheid als contragewicht. Die strakke omlijning is niet nodig dankzij de weelderige kleuren die niet zomaar op papier zijn gekwakt.

Voor de look van de personages zocht Keramidas het evenwel niet te ver. Die zien er gewoon uit zoals Disney ze in het collectief geheugen projecteerde. Dat kunnen we als hommage beschouwen want Keramidas leerde het klappen van de zweep in de animatiestudio's van de sprookjesfabriek. Als overblijfsel van dat lijntje op zijn cv hanteert hij nog steeds een heel soepele, beweeglijke lijnvoering. Zijn figuurtjes acteren als de beesten.



In het eerste deel is er meer geëxperimenteerd met het storyboard. Een flink aantal pagina's zijn dubbelpagina's waarbij je over de middenplooi moet doorlezen. In het begin komt dat verwarrend over omdat je je per se aan de klassieke leesrichting wil houden. In comics is het integendeel al ingeburgerd om af en toe een dubbelpagina als één geheel te zien. Een aantal van die dubbelpagina's is trouwens gepresenteerd zoals een game waardoor je de figuurtjes door tunnels of kuilen kan volgen. Het is allemaal pure eye candy.

Maar bovenal spetteren de dialogen van de ondeugd. Lees een blinde deze strip voor (in de veronderstelling dat zijn of haar Frans goed genoeg is) en hij of zij kan er nog mee lachen. Alice is niet het brave, seuterige meisje zoals we haar kennen uit de Disney-tekenfilm. Hier is ze niet op haar mondje gevallen, doet in de meeste gevallen haar zin en is ze niet beschaamd om haar gedacht te zeggen als iets of iemand haar niet zint. Dit is een mondig kind anno nu, geen kleurloos wichtje uit een tijdloos sprookje.



In deel 1 zagen we al even Pinokkio met ezelsoren passeren, maar het einde van deel 2 belooft een andere uitweg met potentieel. Alice' mama heeft verdacht grote oren en tanden... In een interview verklaarde Keramidas dat het na deel 3 is afgelopen. Mooie liedjes hoeven niet lang te duren, vindt het duo. Maar een andere samenwerking met Tebo sluit hij zeker niet uit. Het smaakt naar meer. Ons ook.


Soil (besproken door Jonah Doesberg)
26/09
TOP
SOIL door Atsushi Kaneko.
Eerste deel verschenen bij Ankama (FR) in 2011. Verscheen oorspronkelijk in Japan van 2003 tot 2010. Serie compleet in elf delen.
Een ogenschijnlijk perfect stadje dat duistere geheimen verbergt, een mysterieuze verdwijning, vreemde en onverklaarbare gebeurtenissen en een detectiveduo dat elkaar niet kan uitstaan. Het klinkt als een winnende formule voor een tv-serie met hitpotentieel. Maar het is een manga! Een mangareeks die het toevallig ook tot Japanse tv-serie schopte.

Het verhaal van Soil begint op een donkere nacht als 'iets' over het rustieke bergstadje Soil Newtown vliegt. Er volgt een complete black-out. De volgende ochtend blijkt het gezin Suzushiro op mysterieuze wijze verdwenen waarop de Kamikawa Politie twee detectives naar het stadje stuurt om de zaak te onderzoeken. Deze twee zijn detective Onoda, een introverte en sociaal nerveuze carrièrejaagster met eeuwig warrig haar, en sergeant Yokoi, een chagrijnige speurder van de oude stempel die het niet heeft op vrouwen in het korps. Vanzelfsprekend wil het niet meteen goed vlotten tussen de twee. Maar ze zullen hun verschillen opzij moeten zetten. Wat begint als een simpele vermissingszaak groeit uit tot iets veel groters. Soil Newtown mag dan wel ogen als een rustig en pittoresk stadje, achter zijn façade verbergt elke bewoner duistere en onthutsende geheimen. Voor de twee detectives het weten, volgt de ene misdaad de andere op terwijl het stadje langzaamvervalt in chaos.
Het is Atsushi Kaneko gelukt alle stripclichés te vermijden om de twee hoofdpersonages, en net zo goed de nevenpersonages, te doen overkomen als geloofwaardige personages. Detective Onoda had met haar slonzige kleding, warrige haar, multifocusbril, gezicht vol sproeten en sociale nervositeit niet verder verwijderd kunnen zijn van de legio langbenige, rondborstige, zelfverzekerde en extreem competente actieheldinnen die in zoveel andere stripreeksen figureren. Hoewel Onoda eerst overkomt als de komische inbreng van het stel leren we al vlug dat ze naast sociaal beperkt ook juist heel scherpzinnig is en bovendien bijzonder dapper. Haar superieur, sergeant Yokoi, is op alle manieren haar tegenpool: een man van middelbare leeftijd met overgewicht die zijn kale scalp verbergt onder een ontzettend slecht toupet. Sergeant Yokoi is vuilgebekt, vrouwonvriendelijk en heeft een houding van "hou je hoofd omlaag en stel geen lastige vragen". In het begin komt hij weinig sympathiek over, maar hoe meer we over hem en zijn verleden leren, des te meer begrijpen we waarom hij is zoals hij nu is. Uiteindelijk gaan we zelfs met hem sympathiseren. Er heerst een speciale chemie tussen de twee waar een aantal goed getimede en daadwerkelijk grappige momenten van humor uit voortkomen. En dat zien we niet vaak in manga's.

De reeks zelf begint vrij traag met Onoda en Yokoi die de verschillende inwoners van Soil Newtown onderzoeken. Al vlug beginnen de twists zich op te stapelen en neemt het tempo waarin de misdaden gepleegd worden toe. Daarnaast beginnen veel van de bewoners van Soil als gevolg van hun jarenlange stilzwijgen langzaam hun verstand te verliezen en uiteindelijk vervalt het stadje in een staat van complete chaos. Hier gaat het verhaal van de reeks zijn tweede fase in. Het blijkt namelijk dat het voorval in Soil niet losstaat en onderdeel is van een groter patroon van onverklaarbare gebeurtenissen. Het speurdersduo ondervindt steeds meer weerstand van schaduwfiguren die werken voor een geheimzinnige organisatie. Hun wanhopige zoektocht naar de waarheid leidt hen door heel Japan, laat staan wat het met henzelf teweegbrengt.


Dankzij het tragere tempo in de eerste helft van de reeks verloopt de schijnbaar grote overgang van klein stadsmysterie over naar een bovennatuurlijke samenzweringsthriller volkomen normaal. In de tweede helft stijgt het tempo behoorlijk, evenals de suspense die in tienvoud de hoogte ingaat. De eerste delen lees je nog rustig terwijl je van de spannende plot en de interessante personages geniet. De latere delen lees je integendeel als een bezetene omdat je wil weten waar het nu eigenlijk om draait.


Soil is een fantastische thriller. Kaneko toont zich een meester in het genre met een reeks die niet alleen heel knap in elkaar steekt, maar ook bol staat van de spanning. Als ik een top 10 zou moeten maken van de beste thrillerreeksen die ik al gelezen heb, zou Soil ergens bij de bovenste vijf eindigen. En ik ben schijnbaar niet de enige die er zo over denkt want de reeks werd in 1012 en 2013 genomineerd voor respectievelijk beste misdaadreeks en beste stripreeks op het internationaal stripfestival van Angoulême.

Soil is volledig uitgegeven in het Frans door Ankama en volop verkrijgbaar. Tot nu toe toonde nog geen Engelstalige uitgever interesse voor een vertaling. Dat belette onverlaten niet om de reeks alsnog online ter beschikking te stellen in een Engelse versie. Illegaal uiteraard. We zullen het maar als een argument voor de kwaliteit van Soil beschouwen, zeker?


La Tectonique des Plaques
(besproken door Koen Driessen)
18/09
TOP
LA TECTONIQUE DES PLAQUES door Margaux Motin.
One-shot verschenen in het Frans bij Delcourt (2013).
"Is het verplicht op je te lijken als ik groot ben of mag ik normaal zijn?" Dochter (6) snoert mama (eeuwig kind) de mond als die discodansend op Abba's Dancing Queen loos gaat. De waarheid komt uit een kindermond, maar soms is een blik al genoeg: als moeder en dochter wandelend bij een grote regenplas uitkomen, volstaat een vernietigende oogopslag van het kleine grut om mammie het spetteren te beletten. Het zijn maar twee fragmentjes die de kinderlijk spontane spetter illustreren die Margaux Motin min of meer van zichzelf neerzet in La Tectonique des Plaques, een derde collectie van de bloggende Franse illustratrice: een aantrekkelijke dertiger met een woeste smaak in kleren en een onverzadigbare dorst naar Louboutins, dik met haar vriendinnen, verzot op wijn, chocolade en Disney-romantiek én single mom. Anders dan in haar eerder verschenen bundels hangen de gags in dit boek — van één tekening tot enkele pagina's lang — meer aan elkaar met een relationele breuk en het alleenstaande-moederschap als rode draad.


En gelukkig zijn het gags. Hoewel thema's als opvoeding, volwassenheid en liefdesproblemen zo zwaarwichtig lijken als Maggie De Block, leest de bundel als een 2 Fabiola, maar dan met smaak: uitbundig en soms poëtisch maar altijd licht, glimlachend en soms monkelend maar altijd grappig. Én met klasse in een beweeglijke klare lijn getekend, grafisch de meerdere van geestes- en stijlgenoten Pénélope Bagieu of Diglee. Motin stelt gerust: ook al runt haar personage het huishouden als een veertienjarige (dixit haar moeder), ze redt zich wel en zelfs de opvoeding van haar kind loopt los. Hé, haar eigen moeder zette haar ook ooit zonder onderbroek af op de kleuterschool én rookte in de auto. En dat de grote liefde op het eind terugkomt, is dan maar logisch.


Het gaat echter niet altijd over kind of mec: dagelijkse worstelingen met deadlines of zelfs maar aan het werk beginnen, met nukkige sms-woordenboeken, met fitness of met schoenenverkopers komen ruimschoots aan bod. Het maakt het dagelijkse leventje dat Margaux Motin blootgeeft ook het lezen waard voor mannen, die behalve dynamisch getekende en amusante gags een boeiende inkijk krijgen in het rijk der jonge vrouwen.