Dit is archiefpagina 6 van de rubriek Klare Taal.

Klik verder naar de volgende updates:

MPD-Psycho
Beasts of Burden
Planetoid
Pride of Baghdad
D'Encre et de Sang
Planetes
Rex Mundi
Northlanders
Juárez
Cycloman
 
MPD-Psycho (besproken door Jonah Doesberg)
23/08
TOP
MPD-PSYCHO door Sho-U Tajima + Eiji Otsuka.
Eerste deel verschenen bij Dark Horse Comics (EN) in 2007 en Pika Edition (FR) in 2004. Verscheen oorspronkelijk in Japan sinds 1997. Serie loopt nog.

Amerikaanse deel 1

Franse deel 17
"Een van de anderen in mijn hoofd... wordt wakker. En nog een... en nog een... en... wie...? ... Wie... ben ik...? ... Het is aardedonker... Waar ben ik? Een licht?... Waar komt het vandaan?... Huh? Dus het is een straatlantaarn. Hmm... er is hier nog iemand... Een mes?...En bloed!! What the... Is dat haar moordenaar?! ... Dus je bent hier... Yosuke Kobayashi."

En zo begint Multiple Personality Detective - Psycho, kortweg MPD-Psycho. Een reeks die op z'n minst onconventioneel genoemd kan worden. Niet vanwege zijn plot maar eerder door de manier waarop het plot verteld wordt. De meeste detectivethrillers beginnen met het opzetten van het verhaal waarbij het centrale mysterie geïntroduceerd wordt waarna de detective eropuit trekt om het mysterie op te lossen. MPD-Psycho doet dat niet. In plaats daarvan vuurt het een opeenvolging van verontrustende scènes en willekeurige stukjes informatie op de lezer af met de bedoeling dat de lezers deze zelf verbindt en zo het verhaal kan volgen. Hoewel deze vertelwijze MPD-Psycho tot een van de meer originele en intelligente reeksen van het moment maakt, heeft het ook een nadeel. Het impliceert namelijk dat deze reeks niet voor iedereen is weggelegd. Dark Horse Comics, de Engelstalige uitgever van de reeks, omschrijft het lezerspubliek als volgt: "Een New York Times-bestseller, deze serie zal goed in de smaak vallen bij fans van nihilistische, stedelijke parabels zoals Paranoia Agent, Se7en, en het werk van Takashi Miike, evenals andere intelligente, donkere mangareeksen zoals The Kurosagi Corpse Delivery Service, Monster en Death Note." Met andere woorden: deze reeks is bedoeld voor de wat meer cerebraal ingestelde striplezer.



MPD-Psycho
is geschreven door Eiji Otsuka, een van Japans meest bekende en gerespecteerde mangaka's en getekend door Sho-U Tajima die eerder al met Otsuka samenwerkte aan de reeksen Brothers en Madara. Otsuka is hier in het westen vooral bekend van zijn bovennatuurlijk detective strip The Kurosagi Corpse Delivery Service. Lezers die het Frans machtig zijn, kennen hem mogelijk ook van zijn Victoriaanse occulte detectivereeks Leviathan. De manga wordt in het Engels gepubliceerd door Dark Horse, een van de grootste en meest vooraanstaande comicuitgevers, die ook een behoorlijke hoeveelheid manga publiceert. Bekende reeksen die ze uitgeven zijn onder andere Berserk, Blood+, Eden en het voornoemde The Kurosagi Corpse Delivery Service. In het Frans wordt MPD-Psycho uitgegeven door Pika Edition nadat Glénat er na veertien delen de brui aan gaf. Pika herbegon en vervolgde de reeks.



Het verhaal van deze reeks is enigszins lastig om voor te stellen want door de aard van deze reeks kan ik het niet zomaar bespreken zonder gigantische spoilers te geven voor gebeurtenissen die verder in de reeks ter sprake komen. Wat ik wel kan doen, is de basispremisse uitleggen. Hier gaat-ie: Yosuke Kobayashi is een detective bij de Tokyo Metropolitan Police en heeft tot taak een seriemoordenaar op te sporen die zijn slachtoffers van hun ledematen ontdoet terwijl ze nog leven. Helaas voor hem is het meest recente slachtoffer Kobayashi's vriendin waarna hij wanhopig jacht begint te maken op de moordenaar. Het lukt hem deze op te sporen, maar opeens duikt er een tweede persoonlijkheid op met de naam Shinji Nishizono? Hij doodt de eerder genoemde moordenaar in koelen bloede. Het blijkt dat Kobayashi aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis leidt en dat er een klein leger aan persoonlijkheden verborgen zit in zijn brein. Helaas voor hem is niemand hiervan op de hoogte en Kobayashi — of eigenlijk Kazuhiko Amamiya die Kobayashi heeft vervangen als de dominante persoonlijkheid — verdwijnt achter de tralies. Als hij enkele jaren later vrijkomt, wordt hij meteen gerekruteerd door Machi Isono, een jonge criminologe die net haar eigen opsporingsbedrijfje begonnen is en in Amamiya de ideale partner meent te hebben gevonden. Bovendien denkt zij dat ze zijn gewelddadige alter ego Shinji Nishizono in toom kan houden. Tot nog toe is het verhaal relatief simpel en rechtlijnig, maar zo blijft het niet.



Al vlug worden Amamiya en Machi de go to guys voor de politie om hen te assisteren bij het oplossen van hun meest ingewikkelde zaken. Door die mogelijkheid maken ze jacht op de gevaarlijkste en meest geschifte seriemoordenaars die Tokyo huisvest. Met dat verschil dat deze moordenaars geen moorden plegen hoewel ze achterna gezeten worden door Amamiya. Nee, ze plegen deze moorden ZODAT ze achterna gezeten worden door Amamiya. Het blijkt dat alle moorden tot dan toe onderdeel zijn van een groter plan en de sleutel tot dat plan ligt verborgen in Amamiya's nogal dooreengeschudde geest. Daardoor is Amamiya de enige die het plan in werking kan stellen.



Zoals te verwachten was gaat dit al heel vlug mis. Want wat zowel Machi als de moordenaars, en degene die hen opdrachten geven, niet beseffen is dat wat hij ook is, Amamiya nog steeds een mens is die je niet zomaar kan controleren alsof hij een machine is. Dit soort intellectuele complexiteit onderscheidt MPD-Psycho van de gigantische berg misdaadthrillers die we doorgaans voor de kiezen krijgen. Dit is geen verhaal van het type"vang de moordenaar en alles is weer goed met de wereld". Er zijn in deze reeks geen makkelijke keuzes te maken en iedere gemaakte keuze heeft gevolgen voor later. Op deze manier gaat de reeks in op thema's als autonoom beslissingen maken en het concept van identiteit. Het gaat ook zeer in op de filosofie van het doel heiligt de middelen, hoe ver ben je bereid te gaan voor het behalen van jouw doel, hoeveel wil je opofferen en hoe definieert dat jou als persoon? Dit is waar de reeks grosso modo om draait.



Hoewel de vertelwijze van deze reeks vrij complex is, is het basisplot dat eigenlijk niet. Veel mensen labelen deze reeks als een psychologische thriller, maar daar ben ik het niet mee eens. Een psychologische thriller is een thriller waarbij we diep onder de huid van de personages kruipen en het verhaal zien vanuit hun perspectief. Dit geldt niet voor MPD-Psycho. De reeks adopteert de filosofie what you see is what you get en toont de gebeurtenissen zoals ze ook daadwerkelijk gebeuren. Deze gebeurtenissen zijn vaak vreemd en verontrustend, maar ze geven de lezer genoeg informatie om zonder al te veel moeite het verhaal te kunnen blijven volgen. MPD-Psycho is wel een reeks waarbij je constant alert moet blijven aangezien het, zoals bij iedere fatsoenlijke thriller, vol twists zit.



De eerste aantal delen volgen grotendeels het format van het klassieke politiegenre. In elk deel onderzoeken Amamiya en Machi één of twee zaken wat gewoonlijk culmineert in een spectaculaire climax waarna we een stukje informatie krijgen betreffende het plan waar het allemaal om draait. In tegenstelling tot de meeste reeksen die losstaande verhalen proberen te integreren in hun overkoepelend plot zijn elk van deze losse zaken op zichzelf al intrigerend. De schijnbaar eindeloze stroom van seriemoordenaars en andere zieke geesten waar Amamiya en Machi jacht op maken, varieert van een psychopaat die tieners overhaalt zelfmoord te plegen tot een jeugddelinquent met een voorliefde voor extreem geweld. Elk van deze zaken wordt genoeg tijd gegeven om echt interessant en spannend te worden zonder af te doen aan het overkoepelend plot van de reeks.



Ik heb inmiddels al aardig wat geschreven over deze reeks, maar allemaal met betrekking tot het verhaal en zoals iedere scenarist je kan vertellen bestaat een goed scenario uit meer dan alleen een goed plot. Laten we eens kijken naar de personages: mogelijk het belangrijkste onderdeel van elk verhaal. Allereerst hebben we Kazuhiko Amamiya die de rol van protagonist op zich neemt nadat Yosuke Kobayashi zo goed als verdwijnt na de proloog. Amamiya is een serieuze en scherpzinnige speurder, maar komt een beetje pedant over. Naarmate we hem beter leren kennen, wint hij aan sympathie. Zijn alter ego Shinji Nishizono is precies het tegenovergestelde: een gevoelloze en keiharde psychopaat. Aan de andere kant weet hij de lezer ook vrij vlug voor zich te winnen met zijn koel charisma en zijn carpe diem-houding. Hij is het soort persoon dat voor een beetje leven in de brouwerij zorgt... voor hij uiteraard zijn pistool tevoorschijn haalt en iedereen in de brouwerij overhoop schiet. Dan is er nog Machi Isono, een zakelijke en erg gesloten criminologe die achtervolgt wordt door een eerder trauma dat haar zowel fysiek als mentaal aantastte. Haar jongere zusje Miwa komt allereerst lief en schattig over. Maar hoe meer we over haar te weten komen, hoe verontrustender het wordt. En tot slot is er Sasayama, de constant flaterende profiler verbonden met de Tokyo Metropolitan Police die zich tijdens de reeks ontwikkelt tot een intelligente en capabele speurder.



Over de dialogen valt ook wat te vertellen. Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik niet erg bespraakt ben in het Japans, dus heb ik de voor de hand liggende keuze gemaakt en ben ik voor een vertaling gegaan. Over de Franstalige vertaling kan ik helaas niets zeggen, maar als de Engelstalige enige een indicatie is dan zou ik zeggen dat de dialogen in deze reeks ronduit fantastisch zijn. De detectives praten zoals je dat van hen verwacht: zakelijk, met het nodige vakjargon en tussendoor een sarcastische mop. De verschillende moordenaars hebben elk een eigen originele en nogal speciale manier om zich uit te drukken. Maar verreweg het beste is dat elk van Amamiya's persoonlijkheden een geheel eigen spraakwijze heeft waardoor het op elk gegeven moment onmiddellijk duidelijk is wie er aan het woord is ondanks dat ze zich allemaal bevinden in het lichaam van dezelfde persoon. Verder zijn er nog kleine details die objectief gezien niet heel veel toevoegen maar die ik persoonlijk wel zeer kon waarderen. Zoals het feit dat er aardig wat scheldwoorden in de reeks voorkomen. In zo'n beetje ieder hoofdstuk valt het F-woord wel eens. En dat is geweldig! Heel veel stripreeksen profileren zich tegenwoordig als rauw en realistisch, maar tegelijkertijd praten de personages alsof ze net van de zondagsschool komen. Een grote pluim dus voor Otsuka of de vertaler die de dialogen conform de toon van de reeks schreef.



Sho-U Tajima heeft er duidelijk baat bij dat dit al zijn derde samenwerking met Otsuka is want zijn tekenwerk sluit perfect aan bij de toon en aard van het verhaal. Een behoorlijke prestatie gezien het ongewone verhaal. Meer nog: als ik erbij zeg dat het tekenwerk consistent goed blijft terwijl de reeks al sinds 1997 loopt! Dat verdient naar mijn mening een applausje.



Kortom: als je een liefhebber bent van intelligente en complexe stripreeksen, dan is dit een must buy. Indien niet zou deze reeks je alsnog kunnen bekoren. Het is een reeks waarbij je als lezer constant moet blijven opletten. Zolang je dat doet, valt het verhaal prima te volgen zonder enige gekraakte hersenen. Sommige zullen misschien afgeschrikt worden door het feit dat de reeks oorspronkelijk opgebouwd is uit een collectie van losse zaken, maar dit verdwijnt vanaf halverwege deel zes waarna het verhaal vervolgt in langere verhaallijnen die rechtstreeks met elkaar verbonden zijn. Als je met andere woorden op zoek bent naar een behoorlijk spannende en originele reeks die niet hetzelfde uitgekauwde format als al zijn soortgenoten presenteert dan is er geen betere aanrader dan MPD-Psycho.



Tot slot wil ik ook nog even kort de filmversie vermelden. Het verhaal is totaal anders, maar het werpt een blik in Amamiya's bijzondere geest. Iets wat de manga niet doet. Alleen al daarom is deze miniserie de moeite van het ontdekken waard.

Noot 1: De citaten aan het begin zijn eigen vertalingen uit het Engels en enige kromme zinnen of gramaticaal incorrect taalgebruik is geheel te wijten aan ondergetekende en niet representatief voor de kwaliteit van de teksten in de reeks zelf.
Noot 2: De afgebeelde platen bevatten niet de officiele Engelse vertaling en zijn niet representatief voor de kwaliteit van de uitgaven van Dark Horse.


Beasts of Burden (besproken door Mario Stabel)
16/08
TOP
BEASTS OF BURDEN door Jill Thompson + Evan Dorkin.
Eerste deeltje verschenen bij Dark Horse Comics (EN) in 2003. Animal Rites, een eerste bundeling van acht deeltjes verscheen in 2010.
Toen ik enkele jaren geleden drie weken in de VS vertoefde, had ik me natuurlijk goed voorbereid op de reis en alle comic book stores op onze route nauwgezet genoteerd.
Aangezien ik niet zo’n superherofreak ben (Laat die pek en veren maar komen!), was het geen sinecure om tussen al dat kaf mijn persoonlijk koren te vinden.

Een hele mooie (al dan niet genetische gemanipuleerde) graankorrel is Beasts of Burden van het duo Jill Thompson en Evan Dorkin: een verzameling griezelverhalen met vijf honden en een kat als hoofdrolspelers.

Hoe is het zover kunnen komen?
In 2003 werd Dorkin aangezocht om een verhaal aan te leveren voor The Dark Horse book of Hauntings, een anthologie met nooit eerder verschenen griezelverhalen door gerenommeerde genreauteurs, waaronder Mike Mignola met een Hellboy-verhaal.

De scenarist was tot dan toe vooral bekend van Milk & Cheese - Dairy Products Gone Bad, de over-the-top avonturen van een bierzuipend melkbrik en een agressief kaasblok. Wim Lockefeer gaf trouwens in het zomernummer 2014 van Stripgids een mooie background over ander werk van de auteur: het nogal cynische The Eltingville Club.

Dorkin had wel wat ideeën en zou het verhaal aanvankelijk ook zelf uittekenen, ook al was hij zich duidelijk bewust van zijn beperkingen als tekenaar. Gelukkig voor ons gaf hij het penseel al snel door aan Jill Thompson (bezoek zeker jillthompsoncreations.com).

Deze dame had haar sporen al ruimschoots verdiend met bijdragen aan onder andere Wonder Woman, The Sandman en Fables (allen DC Comics). Daarnaast had ze met Scary Godmother ook een goedlopende eigen reeks lopen bij Sirius Entertainment. Thompson is trouwens ook de wederhelft van ene Brian Azzarello, de man achter het succesvolle 100 Bullets.

In eerste instantie was het de bedoeling dat de samenwerking maar eenmalig zou zijn en zou het om een one-shot gaan, maar de positieve respons deed het duo duidelijk goesting krijgen naar meer.

Waar gaat het nu over?
Een beast of burden is eigenlijk een lastdier, zoals een hond of paard, maar bij ons is de term vooral bekend van het Rolling Stones-nummer Beast of Burden uit 1978. Er waren al heel wat reekstitels de revue gepasseerd: Power Dogs, Pugs and His Pals en Animal Rites, maar uiteindelijk werd Beasts of Burden weerhouden door de auteurs. Animal Rites werd later nog wel gerecycleerd voor de eerste bundeling. Om de titel wat meer body te geven, doopte Dorkin de naam van het stadje waar de actie plaatsvindt om in Burden Hill.

In dit stadje zijn de honden Ace, Rex, Jack, Whitey en Pugsley en de kat Orphan de enige bescherming tegen de voortdurende, onderhuidse dreiging van het paranormale: de geest van een levend begraven hond, de lokale heksenclub, een dierenkerkhof,... De zes protagonisten worden hierin bijgestaan door de zogenaamde Wise Dogs, sjamaanachtige honden die de wijsheid van jaren met zich meetorsen. Later zal ook nog een tweede kat, Dymphna genaamd, het clubje vervoegen.

Als korte inhoud zou bovenstaand gegeven me niet erg aanspreken en toch werkt deze reeks. Dit komt niet in het minst door de degelijk uitgewerkte karaktertekening van de diverse beestjes. Elk dier heeft namelijk zijn eigen smoel en gaandeweg leer je de grote en kleine kantjes van het sextet kennen. Zo blijkt doberman Rex de grootste bangebroek te zijn en is Engelse buldog Pugsley de grumpy old man van dienst. Daarnaast laat Dorkin regelmatig een van de dieren een grappige oneliner spuien, zodat het ook allemaal niet té serieus wordt.



Gaandeweg krijg je een samen-sterk-mentaliteit tussen de beestjes en groeit het wederzijdse vertrouwen binnen de kliek. Menselijke acteurs lopen af en toe in beeld, maar spelen haast altijd een bijrol. Door deze aanpak wordt de vertelling zoveel meer dan het zoveelste griezelverhaaltje en door de psychologische onderbouwing kan je het bijvoorbeeld vergelijken met een The Body van Stephen King. Dit kortverhaal van de horrogrootmeester werd later verfilmd als Stand By Me. Ook hier is het morbide aspect (ramptoerisme op de kap van een lijk) duidelijk ondergeschikt aan de onderlinge krachtverhoudingen binnen de vriendengroep.

Het stijgende succes van de reeks leidde in 2010 tot een samenwerking met Mike Mignola. Die pende samen met Dorkin een leuk cross-overscenario neer, Sacrifice getiteld, waarbij Hellboy de beestjes bijstaat in een creepy avontuur (denk: verlaten mijngangen en rondlopende skeletten). Thompson verzorgde de tekeningen, terwijl Mignola een alternatieve cover penseelde. Het verhaal was net iets bruter van toon dan we van Dorkin en Thompson gewend waren, maar sloeg wel aan bij het grote publiek. Van een hernieuwde samenwerking is voorlopig echter geen sprake meer, maar dit heeft vooral met agendaproblemen te maken.


Aquarel
De tekeningen van Thompson verwijzen die van de naaste concurrentie naar de subtop, niet in het minst omwille van haar aparte werkwijze. Ze kiest hier namelijk heel bewust voor een heel andere stijl dan in haar ander werk door gebruik te maken van de aquareltechniek. Door met waterverf te werken is er weinig ruimte voor retouches en moet de inkleuring direct juist zitten. In een interview hemelt ze de kwaliteiten van deze verf op en noemt ze het "het perfecte medium voor haar zelfexpressie". Ik sta zeker niet alleen in mijn blinde adoratie. Voor haar eerste BOB-verhaal Stray ontving ze in 2004 al direct de Eisner Award for Best Artwork.


Aanvankelijk was het mij niet geheel duidelijk voor wie deze strip nu bedoeld was. Het beestjesgegeven heeft natuurlijk alles in zich om ook een jeugdig publiek aan te spreken, maar daar zijn sommige scènes toch echt wel te gruwelijk voor. We houden het dan maar op de rijpere jeugd, aangezien de reeks in 2010 ook de Eisner Award voor Best Publication for Teens in de wacht sleepte.


Filmpje
Het duurde niet erg lang voordat de eerste plannen voor een filmadaptatie opdoken in de Hollywoodse wandelgangen. Volgens de laatste geruchten zou er nog in 2014 een CG-animated movie moeten verschijnen, geregisseerd door Shane Acker. Voor zijn kortfilm 9 uit 2005 — zijn afstudeerproject voor de filmschool — wist de man een oscarnominatie in de wacht te slepen. Daarnaast was hij bij heel wat films verantwoordelijk voor de visuele effecten, onder meer bij The Lord of the Rings en bij de remake van Total Recall. Screenshots van zijn vroeger werk doen het beste verhopen voor deze film.

Het verhaal is in handen van ene Darren Lemke die eerder al de scenario's pende voor films als Turbo, Jack the Giant Slayer en Shrek Forever After, nu niet direct onze huisfavorieten. Hopelijk maakt hij er geen miskleun à la Scooby Doo van, een film die wel aansloeg bij de box office en de mensen van de merchandise, maar verder heel weinig om het lijf had. Beasts of Burden is een strip die de juiste toon weet te vatten en dus een degelijke, donkere verfilming verdient. Benieuwd dus of de overgang naar het witte doek gaat werken.

De BOB-comics zijn terug te vinden in diverse anthologieën van Dark Horse en er zijn ook TPB's verschenen over de beestjes. Op de website van de uitgeverij kom je via enkele muisklikken bij de previews van de reeks uit.

Beasts of Burden: Animal Rites bundelt de eerste 8 verhalen in een mooie HC-uitgave en is ook te verkrijgen of te bestellen via stripspeciaalzaken.

Dorkin heeft trouwens nog heel wat afgewerkte scenario’s in zijn schuif liggen, maar de drukke agenda van Thompson staat een regelmatigere output jammer genoeg wat in de weg.



Planetoid (besproken door Arnout Capiau)
09/08
TOP
PLANETOID door Ken Garing.
Eerste deeltje verschenen bij Image Comics (EN) in 2012. De eerste miniserie van vijf deeltjes werd in 2013 gebundeld.
Ken Garing. Onthou die naam, daar komen nog parels van. Ook al is dit Garings eerste comicwerk, leest het als een ervaren, doordachte uitstap in sciencefiction. Uit interviews met Garing blijkt ook dat zijn belangrijkste doel niet de publicatie, maar de persoonlijke kwaliteit van zijn werk is. Er gingen blijkbaar enkele vroegere versies aan dit boek vooraf. Misschien voelt Planetoid daarom zo 'af' aan.

Op een moment dat digitale publicatie nog in zijn kinderschoenen stond (laten we aannemen dat het er nu ongeveer begint uit te groeien) koos hij om langs die weg gepubliceerd te worden. Bij het ondertussen ter ziele gegane Graphicly zorgde hij voor voldoende stof om opgemerkt te worden door Image Comics, die de vijfdelige miniserie publiceerde.

Dit is het soort dystopische, technologische-wildernis-sf-mirakel dat ik al jaren van Alejandro Jodorowsky en consoorten verwachtte, maar zij slaagden er nooit in iets bevredigend af te leveren. Ook Brandon Grahams Prophet (hij staat overigens tussen de bedankingen achterin) doet gelijkaardige dingen, maar Planetoid slaagt erin bijzonder competent de focus kleiner, gerichter te houden, ook al zijn de mogelijkheden hypothetisch eindeloos.



Planetoid
is van begin tot einde wellicht een perfecte comic. Sublieme visuals, een uitgebalanceerd script dat netjes door de prenten wordt gedragen en een minimalistisch, alleen-op-de-wereld-sfeertje dat weerbarstig standhoudt, zelfs als er meer personages toegevoegd worden.

De tekeningen doen aan Matt Wagner, Declan Shalvey en andere ogenschijnlijk minimalistische, maar subtiel gedetailleerde tekenstijlen denken. Een perfect complement bij de aftakelende wereld van vergane glorie.



Over het verhaal wil ik niet te veel kwijt. Dit moet je ervaren: de personages en de wereld worden druppelsgewijs blootgelegd, maar je eigen verbeelding kan daar zo veel en zo weinig op verder borduren als je zelf wil, wat dit boek in mijn ogen nog maar eens zo sterk maakt. Daarom kon ik ook op het einde amper geloven hoe tegelijk open en finaal de climax was en was ik heel blij verrast door de epiloog, die het verhaal zo bevredigend afrondt.



Tijdens het verhaal pik je bepaalde vermeldingen en opmerkingen op, kleine hints naar hoe de rest van de wereld eruit ziet, welke andere kanten Planetoid op kan zonder afbreuk te doen aan het verhaal in dit volume.



Dit is bij het beste dat ik de laatste tijd van Image las, wat al iets zegt. Daarbij komt nog eens dat het verhaal AF is maar KAN verdergaan, zonder dat het onbevredigend aanvoelt, een val waar zoveel andere 'miniseries' toch intrappen. Ik MOET Planetoid dus niet alleen aanraden, maar op mijn verplichte lectuurlijst zetten. Dit MOET je gelezen hebben.



Pride of Baghdad (besproken door David Steenhuyse)
26/07
TOP
PRIDE OF BAGHDAD door Niko Henrichon + Brian K. Vaughan.
One-shot verschenen bij DC Comics (Vertigo) (EN) in 2006.
2003, Bagdad, de hoofdstad van Irak, staat onder controle van de Verenigde Staten. Het volk is bevrijd van Saddam Hoessein en zijn Baath-partij. De stad ligt er bij de bevrijding echter als een ruïne bij. Tijdens een verwoestend bombardement gaan muren en hekkens van de plaatselijke dierentuin tegen de vlakte. Vier leeuwen zien hun kans schoon en ontsnappen uit de zoo. Hun tocht door de stad is van korte duur, maar biedt voldoende stof voor een onvergetelijk verhaal.



Met dit waargebeurde feit als gegeven, schreef Brian K. Vaughan een meeslepend avontuur dat kon doorgaan als allegorie op de gevolgen van Hoesseins politiek en de oorlog in het land waar hij als dictator over heerste. Lezers die liever gewoon een onderhoudend verhaal over overleven en familiewaarden lazen of hoe wankel trots kan zijn, kwamen net zo goed aan hun trekken. En zo zijn er nog wel een paar niveaus te onderscheiden die invulbaar zijn voor meerwaardezoekers en voor zij die strips voornamelijk als ontspanning wensen te lezen.

Nergens opent Vaughan breeduit de sluizen om een pertinent standpunt in te nemen en dat maakt net de sterkte uit van het album. Dit gaat niet over engagement van een auteur, wel om het brengen van een steengoed verhaal wat altijd een hoofdvereiste moet kunnen zijn om waardering bij een zo groot mogelijk publiek te ontfutselen.



Vaughan heeft de kunde om alle juiste drukpunten te beroeren voor een maximale reactie bij de lezer. Elke leeuw, aap, beer of een ander dier die zijn opwachting maakt, heeft een eigen karakter. Een eigen temperament ook want de dieren gedragen zich niet alleen naar hun natuurlijke aard, er komen ook op mensen toepasbare gevoelens aan te pas die het inlevingsvermogen vergroten. Van andere waarden kan je je dan weer afvragen of die werkelijk waardevol zijn. Loyaliteit bijvoorbeeld wordt in de praktijk zowel ten goede als ten kwade uitgebuit. Een drang naar vrijheid daarentegen is een hoger goed. De vier hoofdpersonages gaan elk op hun manier om met hun nieuw verworven vrijheid. Dat is even wennen, maar zoals Zill het verwoordt: "Were all born wanting this. Isn't that what you used to say? Only captivity has to be learned." Hoe gevangenschap àf te leren is, maakt net zo goed een thema van Pride of Baghdad uit.



Zill is een alfamannetje. Zijn uitbraak gaat gepaard met een manifester optreden in tegenstelling tot de mildheid die hij tevoren opbracht. De vrijheid wekte het beest in hem. Willens nillens moet hij al eens zijn klauwen en tanden tevoorschijn halen en ze werkelijk inzetten om zichzelf en zijn troep te beschermen, onder andere tegen Bukk die wat doet denken aan de zwartharige leeuw Scar uit de Disney-tekenfilm The Lion King. Denk er gerust de donkere stemkleur van Jeremy Irons bij voor een hoger dramatisch effect. Verontrustend is de scène waarin Zill van het vlees van een mensenlijk wil peuzelen.



Bukk verkrachtte en verminkte ooit Safa, de nu oude leeuwin die Zill vergezelt. Zill en Safa waren ooit een stel. Ze is nu blind aan één oog en heeft een half opgepeuzeld oor. Allemaal door Bukks toedoen. Nadat hij haar verkrachtte, speelde hij haar door aan zijn drie broers die eveneens hun gang gingen. Deze scène beleven we als flashback zodat het ons terugbrengt naar de Afrikaanse savanne waar de dieren van afkomstig zijn. Noor is Zills huidige toegewijde. De jongere leeuwin heeft een grote dorst naar vrijheid bewaard terwijl Safa zich al had neergelegd bij een bestaan in gevangenschap. Uiteraard botert het niet altijd tussen Noor en Safa, maar dat leidt niet tot gevechten met blikkerende tanden, wel tot verbale steekspelletjes. Noor en Zill zijn de zorgzame ouders van Ali, de jongste van de troep die mee op pad gaat naar een onzekere toekomst.

Het avontuur dat hen te wachten staat, met de vele gevaren en de ontmoetingen onderweg, lees je in één ruk uit. Vaughan heeft genoeg verrassingen in petto om de lezer 136 pagina's in de ban te houden. Geen verrassingen die we je zullen verklappen. Hoed je alleen voor de "KRACK". Die ging er bij ons keihard in...



Het is niet de eerste keer dat Vaughan in deze rubriek voorkomt. Eerder bespraken we al Ex Machina. En dankzij de vertalingen van De Vliegende Hollander leerden we de originele comicserie Y: The Last Man kennen. Een serie die we goed genoeg vonden om ze verder in het Engels te lezen nadat De Vliegende Hollander zonk. Later dit jaar presenteert RW Uitgeverij Vaughans nieuwste succes in vertaling: Saga. Bij de recente uitreiking van de Eisner Awards viel hij nog meermaals in de prijzen met Saga als beste schrijver en beste vervolgreeks. Voor Marvel en DC Comics schreef hij one-shotjes en miniseries van de bekendste superhelden aan het firmament: Batman, Superman, X-Men, Green Lantern, Captain America, Spider-Man,... En hij is verantwoordelijk voor het achtste seizoen van Buffy the Vampire Slayer dat alleen op papier, als comicserie dus, bestaat. In de televisiewereld staat hij bekend als een van de schrijvers en producers van de hitserie Lost, helaas van de minder goed onthaalde seizoenen drie tot vijf. Momenteel legt hij zich als executive producer toe op Under the Dome, alweer een opgemerkte tv-serie.

De van oorsprong Franstalige Canadees Niko Henrichon kennen we natuurlijk ook al. Hij tekende het vierdelige Noach op scenario van Darren Aronofsky die als stripserie sneller verwezenlijkt raakte dan de peperdure film die er kwam met Russell Crowe in de hoofdrol. In Pride of Baghdad gaat hij even schetsmatig te werk, maar het onderscheid tussen de hoofdpersonages (de ene leeuw is de andere niet) speelt hij in al zijn bruutheid knap uit. Op zijn palmares prijken zijn doorbraakstrip Barnum! en diverse titels van Star Wars Tales, Spider-Man, New X-Men en Fables. Tot op heden is Pride of Baghdad uit 2006 zijn meest geroemde werk. Wij begrijpen waarom.


D'Encre et de Sang (besproken door David Steenhuyse)
19/07
TOP
D'ENCRE ET DE SANG door Renaud + Gihef.
Eén deel verschenen bij Sandawe (FR) in 2014. Gepland als tweeluik.
Over het tweeluik Slangengebroed, een spin-off van Jessica Blandy zonder Jessica, dat in april 2014 bij Dupuis verscheen, waren we niet bijster enthousiast over de tekeningen van Renaud. Volgens ons zat hij in de periode waarin hij het tweeluik tekende te veel met een compleet ander project in zijn hoofd: de spionagethriller D'Encre et de Sang, eveneens op scenario van Gihef. In alle opzichten overklast D'Encre et de Sang het voornoemde Slangengebroed.


D'Encre et de Sang is een van de inmiddels 24 volledig gefinancierde projecten van de crowdfundingsite Sandawe.com. Renaud was een van de eerste gevestigde namen die voor de site een gloednieuw project wilde voorstellen. Het moet gezegd dat de site geen half werk levert om projecten te promoten: een eigen nieuwspagina en een blog per project, trailers (zie hierboven), previews, interactie met het publiek,... Allemaal om geïnteresseerde lezers te verleiden om te investeren in het project. In plaats van redacties of directies van uitgeverijen is het aan de lezers om te beslissen over de uitvoerbaarheid van een strip. Daarvoor moeten ze betalen, om de drukkosten, de distributie en het werk van de auteurs te bekostigen. De bedragen variëren van 10 tot 1.000 euro. Per voorgesteld bedrag staat daar iets tegenover: een digitale versie van de strip, toegang tot een VIP-gedeelte met bonussen op de site, een exemplaar van het album met ex-libris, certificaat en/of een exclusieve tekening van Renaud tot voorwaar een speciaal voor jou gemaakte aquarel of een originele plaat. Sandawe haalde bij 354 "édinauten" het te investeren bedrag van 40.000 euro op. Dankzij die believers is een reguliere hardcoverversie ook beschikbaar in de winkel. In onze taalcontreien uiteraard enkel in winkels die over een Franstalig aanbod beschikken. In elk geval kan iedereen wie dat wil het album verkrijgen of bestellen.

We willen maar zeggen dat dergelijke crowdfunding- of kickstarterprojecten er niet alleen voor de alerte internetgemeenschap zijn. Maar liever focussen we ons op de kwaliteiten van de strip die Renaud en Gihef als tweeluik hebben opgezet.



Eind 1944 verliest Duitsland terrein op de geallieerden die de bevrijding van bezet Europa hebben ingezet. In Brussel kan er nog niet gejuicht worden. Dat ondervindt ook de Oostenrijkse Katja Schneider, een journaliste die voor de Waalse krant Le Soir werkt. Voor Le Soir volé (de gestolen Le Soir) meerbepaald , want de Duitsers gebruiken de krant als propagandamiddel. Na de Tweede Wereldoorlog mochten de medewerkers van de krant, onder wie Hergé die er Kuifje in publiceerde, het gaan uitleggen. Ze stonden als collaborateurs geboekstaaft... zeg maar gebrandmerkt.

Zo ver zijn we nog niet in de proloog van D'Encre et de Sang. Katja wordt in september 1944 op de Kommandatur uitgehoord. Haar verhaal begint enkele weken tevoren, wanneer ze met de trein aankomt in het Zuidstation van Brussel. Daar moeit ze zich bij een opstootje waarbij een Belgische SS'er een oude vrouw hardhandig aanpakt. Op zijn beurt komt een Duitse SS-officier Katja van de opvliegende soldaat redden. Haar Ausweis (een soort werkvergunning) interesseert de SS'er. Hij leidt haar mee naar de redactie van Le Soir waar ze aan de bak kan. Daar moet ze als enig vrouwelijk redactielid de commentaren van haar collega's en van de hoofdredacteur, een postjespakker en ook wel een nitwit, dulden. Dit toeval komt de Oostenrijkse niet slecht uit. In haar thuisland werd haar Joodse verloofde David gearresteerd waarop verzetslieden van Katja verlangen dat ze in een buurland gaat spioneren. Haar beroep laat dat ook toe. Als bijkomende opdracht dient ze informatie te verzamelen over een Belgische collaborateur van het eerste uur, de oprichter van een extreemrechtse beweging en ondertussen een hoge officier van de Waalse SS: Léon Degrelle, de oprichter van Rex. Het verzet wil de man opsporen. Het archief van Le Soir en de relaties die Degrelle met de redactie onderhoudt, moeten Katja op weg helpen. Haar omgang in steeds hogere kringen van het Duitse militaire apparaat komen eveneens van pas. Maar daarmee begeeft ze zich ook in een lastig parket, temeer omdat ze een persoonlijk onderzoek voert naar gedeporteerde Joodse vrouwen. De proloog geeft alleszins al aan dat ze tijdens haar dubbele speurtocht werd geklist.



Renaud besteedde veel zorg aan de uitwerking van de personages en de decors, ook aan de kledij want de ene officier is de andere niet. Nochtans valt het op dat de tekeningen beter worden naarmate het verhaal vordert. Dat geldt nog niet in het minst voor het hoofdpersonage. Renaud had dus een beetje een inloopperiode nodig.

Katja, met haar stralend groene ogen en Arisch blonde lokken, is een enkele keer naakt te zien. De scène staat in schril contrast met hoe andere vrouwen in hun nakie worden neergezet, ontdaan van elke waardigheid of erotiek. Over dat onderwerp zijn de auteurs nog niet uitverteld want het vervolg belooft een verdere afdaling in de schanddaden die de nazi's op Joden uitvoerden.



Het zijn allemaal geen gebeurtenissen om mee te lachen. Het kan een oorzaak zijn voor de haast continue emotieloosheid van Katja, alsof Renaud haar maar met één expressie kan tekenen. In de juiste scènes trekt hij integendeel het emotionele register open. Pas dan begrijpen we dat het verleden haar zo maakte: schijnbaar onbewogen en vastberaden. Scenarist Gihef biedt Renaud natuurlijk ook wel de gelegenheid om zo doordacht uit de hoek te komen.

Over de lettering en de lelijke vormen van de tekstballonnen zijn we minder te spreken. De wit uitgespaarde vlakken doen de aquarellen van Renaud geen eer aan. Ze ogen als witte gaten in de tekeningen. Hoe ambachtelijker een strip oogt, hoe meer er moet opgelet worden voor een elegante tekstplaatsing.

Gihef kennen we in vertaling enkel van de gevangenisthriller High Security waar hij de tekenaar van is. In zijn tienjarige carrière wisselde hij gezwind het tekenen en het schrijven van stripverhalen met elkaar af. Met wat geluk zou D'Ecnre et de Sang wel een keertje de bevestiging zijn van zijn schrijftalent betekenen. Hij heeft beslist feeling voor drama en suspens.



Je zal merken dat je het verhaal in één ruk wil uitlezen. Ook het toegevoegde achtergronddossier over Le Soir volé van journalist Daniel Couvreur is interessant, vooral de passage over een vals nummer van Le Soir dat enkele verzetsleden in elkaar boksten. Dat nummer hekelde de Duitse bezetter in persiflageartikels. Het verzet presteerde het zelfs om het nummer met een list in de kiosken te krijgen met de onvrijwillige medewerking van de echte Le Soir. Het gevolg laat zich raden: arrestaties, gevangenisstraffen, deportaties, executies. Van het nummer geraakte een tienduizendtal exemplaren de grenzen over. De valse Le Soir bracht Europa aan het lachen, de Duitsers niet. Dergelijke historische feiten toetst Gihef eventjes aan in de strip. Voor wie daarvan houdt, is het een extraatje, maar bovenal is L'Encre et de Sang het verhaal van Katja... tevens een boeiend verhaal, dat zou je nu al wel duidelijk moeten zijn.



Er zijn geen argumenten te bedenken waarom het tweeluik geen vertaling verdient. Renauds bekendheid dankzij Jessica Blandy effent het pad. Met L'Encre de Sang is hij duidelijk aan zijn tweede adem toe. Het begon er met het geflopte Venus H. en de zielloos wordende Jessica Blandy-spin-offs namelijk wat uitzichtloos uit te zien. Het verhaal is begeesterend en grimmig van sfeer. De Tweede Wereldoorlog als tijdperk blijft nu eenmaal een aanlokkelijk platform voor het betere drama. Daar heb je ook al een vast publiek voor.

In het extra achtergronddossier staat een link vermeld met paswoord die je toegang geven tot een gratis te downloaden e-book. Daarin zijn het complete scenario van Gihef met voorbereidende schetsen, voorstudies, potloodversies en een portfolio met onuitgegeven naaktschilderingen van Renaud opgenomen. Je krijgt dus heel wat voor je 15 euro als je er al niet in had geïnvesteerd. Voor deel 2 is dat opnieuw mogelijk. Of wachten we toch een vertaling af?


Planetes (besproken door Jonah Doesberg)
12/07
TOP
PLANETES door Makoto Yukimura. Vier delen verschenen bij Panini Comics (FR) of Tokyopop (EN). Verscheen oorspronkelijk in Japan tussen 1999 en 2004.
"Space: the final frontier." In de onpeilbare diepte van het heelal zweeft een eenzaam ruimteschip. Een oud maar robuust tuig, slechts bemand door drie personen. Zij hebben de taak de veiligheid van iedereen in de ruimte te waarborgen. Het lot van de mensheid ligt in hun handen. Hun taak? Ruimteafval verwijderen. Ja, dat heb je goed gelezen. Planetes is een reeks over ruimtevuilnismannen!


De premisse van Planetes is als volgt: in de nabije toekomst is ruimte-exploratie drastisch toegenomen. Zover zelfs dat we een kolonie op de maan hebben gesticht. Maar met al dit rondtoeren in de ruimte rees een nieuw gevaar op... rondvliegend materiaal. Afval dat in de ruimte terecht komt, kan (doordat er buiten de dampkring geen luchtweerstand is) een verbazingwekkende snelheid krijgen waardoor het als een ongeleid projectiel door de ruimte suist en schepen kan doorboren. Dit is een wetenschappelijk feit en wordt in de reeks zelf een stuk beter uitgelegd dan ik net deed. Voor lange tijd schonken de bedrijven die ruimtereizen mogelijk maken hier geen aandacht aan en werd het buiten het publiekelijk oog gehouden. Tot op een dag een schroef een ruimteshuttle doorboorde met als gevolg dat de cabine ontplofte. Vanaf dat moment kon men niet meer de ogen sluiten voor dit probleem en werden er kleine maar stevige ruimteschepen uitgestuurd met als doel het afval te verwijderen en de ruimtevaart weer veilig te stellen.



Een van die schepen is de DS-12, liefkozend Toy Box genoemd. Planetes gaat over de crew van de DS-12. Een eerste bemanningslid is Hachirota "Hachimaki" Hoshino. Een jonge en zeer ambitieuze, maar niet altijd even snuggere astronaut die ervan droomt ooit zijn eigen ruimteschip te bezitten. Mee aan boord is Fee Carmichael, een nogal opvliegende maar ook zeer moedige piloot die haar job, die haar vereist vele maanden van huis te zijn, probeert te combineren met haar gezin. Maar meer nog dan dat probeert zij zoveel mogelijk haar eigen normen en waarden te behouden in een door politiek geregeerde wereld. En dat allemaal terwijl ze bijna voortdurend naar een sigaret snakt. Tot slot is er Yuri Mihairokov. Hij heeft zijn eigen redenen om aan boord te zijn van de DS-12. Zijn vrouw was namelijk een van de slachtoffers van het ongeluk dat het hele verhaal in gang zette.



Planetes is de debuutreeks van Makoto Yukimura. Onder mangaliefhebber vooral bekend dankzij zijn langlopende Vikingreeks Vinland Saga die we eerder in deze rubriek behandelden. Waar Vinland Saga echter heel sterk focust op grootse complotten en spectaculaire actie concentreert Planetes zich volledig op de personages. Gedurende de reeks volgen we de individuele innerlijke reis van drie hoofdpersonages, allen op zoek zonder dat ze weten naar wat. Het is een reis vol liefde, schuld, boetedoening, morele kwesties en filosofische vraagstukken. We zien de wereld door hun ogen en hun afzonderlijke perspectieven. In het begin lijken in ieder geval twee van de drie hoofdpersonages bijzonder karikaturaal en niet erg interessant. Naarmate de reeks vordert, leren we hen steeds beter kennen: hun dromen, hun ambities, hun angsten. We zien hen bij hun grote zeges, maar ook in hun donkerste uur. Planetes is afwisselend hartverwarmend mooi en dan weer bijna ondragelijk zwaar. Er zijn momenten waar je niet verder wil lezen want hoe kunnen de personages ooit nog uit de put komen waar ze zichzelf in gegraven hebben? Maar tegelijkertijd zit de reeks ook vol intens mooie momenten. Het was dan ook met een zucht dat ik de laatste pagina omsloeg.



Het bovenstaande geldt niet alleen voor de hoofdpersonages. Naast de drie hoofdpersonages is de reeks gevuld met een rijke cast van originele en interessante bijfiguren. Hoewel dit er veel te veel zijn om op te noemen, zijn er voor mij toch twee die er bovenuit springen. De eerste is Locksmith, de antagonist van de serie. Tenminste voor zover je hem een antagonist kan noemen. Net als de andere personages in de reeks leren we hem gedurende de reeks steeds beter kennen en begint duidelijk te worden waarom hij beslissingen neemt die in ieder geval naar onze maatstaven niet geheel moreel verantwoord zijn. Ook voor Locksmith is het een reis zonder duidelijke bestemming. Gaandeweg wordt hij steeds meer geconfronteerd met de consequenties van zijn daden en probeert hij zijn beslissingen te verenigen met enige vorm van ethiek. De afsluiting van zijn verhaallijn was dan ook een van mijn favoriete momenten uit de reeks. Vanaf deel 2 komt er nog een andere bijfiguur bij en gezien haar rol in het verhaal een spoiler op zich is, wil ik er niet zoveel over zeggen... behalve dat zij voor een frisse kijk zorgt op de zaken en dat haar achtergrondverhaal een van de mooiste is die ik gelezen heb. Alleen al daarom is deze reeks het lezen waard.



Nochtans begint Planetes niet zo sterk. Het eerste deel bestaat uit vijf losse verhalen die eigenlijk niets met elkaar te maken hebben behalve dat dezelfde drie personen erin voorkomen. Ook zijn die verhalen veel lichter van toon en zit er nauwelijks karakterontwikkeling of diepgang in. Vanaf deel 2 wordt de reeks veel serieuzer van toon en komt het verhaal echt goed op gang. Daarnaast bestaan de delen niet meer uit losse verhalen maar uit één doorlopend verhaal. In het begin van deel 2 kan je je nog makkelijk vergissen en denken losse verhalen te lezen, maar al vlug wordt het duidelijk dat de gebeurtenissen in het ene hoofdstuk gevolgen hebben voor het volgende hoofdstuk en dat alle losse verhalen tot dan toe slechts onderdelen zijn van de overkoepelende plot van de reeks.



Het tekenwerk is wisselend. Waar Planetes echt visueel in uitblinkt, is zijn setting. Het universum in de ruimtereeks is een lastig iets om geloofwaardig over te brengen als kunstenaar. Iedereen kan wel wat witte punten op een zwart vlak kladden, maar het gevoel van een oneindig groot iets dat zowel rustgevend als beangstigend is weer te geven, is geen makkelijke taak. Desondanks slaagt Yukimura daar met verve in want de prenten waarin hij de oneindigheid van ons heelal toont, zijn sereen en tegelijk indrukwekkend. Ook het design van zijn ruimteschepen is bijzonder geslaagd. Voor dat realisme werkt Yukimura zijn schepen en ander ruimtetuig tot in de kleinste details uit. Als ik een tekening van een ruimteschip uit Planetes naast een foto zou leggen van bijvoorbeeld de Apollo 11 zou er geen verschil zijn in hoe gedetailleerd het eruitziet. Ik kan me niet inbeelden hoeveel uren research hij spendeerde aan het tekenen van al die ruimtetuigen in de reeks. Alleen al daarom verdient Yukimura een dikke pluim. Het oogt dan ook wat vreemd om daar karikaturale personages in neer te zetten.



Ondanks de nogal karikaturale tekenstijl van de personages straalt Planetes ontzettend veel realisme uit en dat weerspiegelt in alles. Zo zijn de ruimteschepen in de reeks geen futuristisch uitziende FTL-aangedreven Millennium Falcons, maar eerder het soort dat we nu ook al zien, zij het iets verder uitgewerkt. Yukimura spendeert een groot gedeelte van de reeks aan het uitleggen van de gebruikte technieken in de ruimteschepen, maar hij gaat nog verder door zijn verhaal zo geloofwaardig mogelijk te maken. Achterin ieder boek staat een colofon met een uitleg over de toenmalige technieken van eind jaren 1990 en hoe die zouden kunnen leiden naar het soort ruimte-exploratie dat we zien in Planetes. En eerlijk gezegd, met de informatie die ik heb gekregen, is Yukimura's toekomstvisie inderdaad zo ongeloofwaardig nog niet. Zo wordt een groot gedeelte van de plot gespendeerd aan de eerste bemande missie naar Jupiter. Dit is geen kwestie van het opzetten van warp speed en met een kwartiertje zijn we er. Deze ruimtemissie zal maar liefst zeven jaar duren met alle emotionele gevolgen van dien voor de astronauten en hun naasten. En dit is het andere punt waarop Planetes fel realistisch blijft. De reeks gaat niet voor enorme complotten of spectaculaire actie. Het gaat om de personages en hun worstelingen in het leven.



Wie een strip puur om de actie of de spanning leest, kan deze reeks beter laten liggen. Als je integendeel een ruimtevaart- en/of sf-liefhebber bent of gewoon graag een stripserie leest waarbij je helemaal kunt meeleven met de personages en hun (innerlijke) conflicten, dan is Planetes een absolute aanrader. Je moet je dan wel eerst door een matig deel 1 worstelen, maar zoals Yukimura het zelf aangeeft in zijn reeks: je moet eerst door al het nare heen om het schone te kunnen zien. Al bij al IS Planetes zo'n bijzonder schone reeks.

Planetes is in het Frans uitgegeven door Panini Comics en in het Engels door Tokyopop. Helaas zijn de Engelstalige delen moeilijk verkrijgbaar sinds Tokyopop enkele jaren terug failliet is gegaan waardoor het nu een soort mangaequivalent is van Talent met alle bijhorende problemen van in vertaling voortijdig stopgezette reeksen.

Als afsluiter nog deze noot. Planetes zou in het Engels eigenlijk Planets moeten heten, maar het betreft geen vertaalfout. Sterker nog, nu ik weet waar het op slaat, vind ik het de meest passende reekstitel die ik ken. Planetes is namelijk oud-Grieks voor "dwalers".


Rex Mundi (besproken door Arnout Capiau)
17/01
TOP
De hele wereld was gek van De Da Vinci Code toen dat boek verscheen. De film was er in een mum van tijd en het zorgde her en der voor een vloedgolf aan religieus en katholiek-christelijk geïnspireerde fictie, mysteries, debatten over plagiaat en ga zo maar door. Iemand zou dus gemakkelijk kunnen denken, bij het lezen van het eerste deel van Rex Mundi, dat Arvid Nelson mosterd bij Dan Brown ging halen: Parijs heeft een hoofdrol, er is een mysterieuze moord waar de protagonist eerder ongewild bij betrokken wordt en uiteraard zijn er raadsels, enigma's en geheimen alom.


Als we de auteur van Rex Mundi echter mogen geloven (en waarom zouden we zijn woord in twijfel trekken) lag De Da Vinci Code in geen geval aan de basis van zijn inspiratie voor de boeken. Beide werken verschenen bovendien allebei voor het eerst in 2003. Dit lijkt veel meer op een parallelle maar afgescheiden inspiratie, net zoals Robert Kirkman 28 Days Later niet had gezien tot lezers van Walking Dead hem op gelijkenissen tussen beide werken wezen. Alan Moore noemde het ooit "Ideascape", een universum dat naast het onze vertoeft, bevolkt door niks anders dan ideeën, met een eigen weersysteem dat bepaalde van die ideeën verder of dichter aan de oppervlakte brengt, waardoor creatieve geesten (elk bewustzijn is in meerdere of minder mate verbonden met Ideascape), zonder het van elkaar te weten, rond dezelfde tijd een erg gelijkaardig idee krijgen. Hij had het toen over de opmerkelijke gelijkenissen tussen Swamp Thing en Man-Thing, respectievelijk door Len Wein en Gerry Conway bedacht. Beide wezens verschenen op enkele maanden van elkaar bij DC Comics en Marvel. De bedenkers waren zelfs vrienden, maar hadden niet met elkaar over hun creaties gesproken voor publicatie.


Rex Mundi dus vertoont op het eerste gezicht sterke gelijkenissen met De Da Vinci Code. Laten we het dus liever hebben over wat de reeks uniek maakt. Om te beginnen schrijven we een goeie eeuw vroeger, in een Parijs (en later Europa) dat een heel andere geschiedenis kent dan de onze. Bepaalde pivotale gebeurtenissen lopen heel anders uit of vinden helemaal niet plaats, met als resultaat een wereld die blijft steken in een feodaal systeem onder het loodzware juk van een oppermachtige Katholieke kerk. De inquisitie bestaat uit een resem geheime en bijzonder machtige organisaties die de touwtjes in handen hebben en vanuit de schaduwen de boel beheersen. En niet te vergeten: magie is geen sprookje.



Vanuit een arme buurt in Parijs, waar een bizarre rituele moord het hele verhaal op gang trekt, gaat Julien Saunière op zoek naar de heilige Graal. Maar na verloop van niet eens zoveel tijd breekt de wereld veel verder open en wordt in een hevige oorlog gedompeld. We worden meegesleurd in een fascinerende, alternatieve geschiedenis waar het mateloos interessant is te gaan zoeken naar welke historische feiten veranderd zijn, hoe de wereld daardoor een ander pad opgaat en wat de gevolgen zijn. Die parallelle wereld is ook bijzonder goed uitgedacht. Artikels uit de fictieve krant Le Journal de la Liberté, landkaarten die de gewijzigde situatie van de wereld tonen en subtiele hints in het verhaal zelf schetsen hoe verschillend en toch gelijkaardig het eraan toegaat.



Langzaam aan wordt de rol van dokter Saunière, de wereldveroverende Graaf van Lorraine en de knappe en onbetrouwbare Geneviève steeds duidelijker. Elk van de personages in het verhaal zijn met evenveel zorg voor detail opgebouwd als de wereld zelf en maken van Rex Mundi een verhaal dat de lezer van begin tot einde meesleept. Echt eindigen doet de reeks in mijn ogen overigens niet. Er komen zeker enkele duidelijke en onmiskenbare resoluties, maar het zou voor mijn part nooit oud worden om nog net dat beetje langer in die fascinerende en unieke omgeving te kunnen vertoeven.



Bovendien lijkt het alsof zoniet de reeks, dan zeker die wereld een langer leven beschoren had kunnen zijn. Boek 2 bevat bijvoorbeeld de detective-paterstrip Brother Matthew. Daarin duiken enkele personages uit het hoofdverhaal op en kijken we vanuit een ander perspectief naar de wereld. Het toont ons vooral ook hoe rijk en veelzijdig de verbeelding van Arvid Nelson is.



De eerste tekenaar van Rex Mundi was Eric J. Zijn schaduwrijke tekeningen pasten zeker bij de toon van het boek, maar op een puur technisch vlak, wat lichaamstaal, gezichten en dynamiek betreft, is het een eerder zwakke tekenaar. Iets minder dan de helft van het verhaal is van zijn hand. Zijn opvolger (na enkele competente, maar onopvallende nummers door Jim Di Bartolo) verheft de reeks echter tot ongekende hoogten. Juan Ferreyra produceert magistrale pagina's die hij bovendien zelf inkleurt. Alles wat Eric J niet of slechts matig presteerde lijkt Ferreyra moeiteloos en met nonchalante flair klaar te spelen. Vanaf volume 3 is Rex Mundi een echte streling voor het oog.

Rex Mundi is bij Dark Horse in zes volumes verschenen. Onlangs is Rex Mundi in het Omnibus-programma opgenomen met nog dikkere bundels dan traditinele TPB's. Omnibus 1 van 2 is al verschenen. Die bevat de eerste drie volumes, maar op een iets kleiner formaat. Rex Mundi is ook in het Frans verkrijgbaar bij Milady.


Northlanders (besproken door David Steenhuyse)
14/12
TOP
"Thorgal met ballen", zo werd Northlanders ooit omschreven op de vorige versie van het stripforum De Getekende Reep. We wisten niet dat er wat scheelde aan de ballen van Thorgal, maar er waren nog andere redenen om geïntrigeerd te raken. Ten eerste omdat scenarist Brian Wood al een paar keer in deze rubriek passeerde, zie ook Local en DMZ, waardoor we dus wel weten tot wat hij in staat is. Ten tweede omdat Steven Dupré, onze eigen Vlaamse Viking, Northlanders ook wist te appreciëren. En ten derde was er de sliert complimenten die de reeks te beurt viel.

Laat het duidelijk zijn dat de verhalen bol staan van het geweld, de Vikingen bevoeren de zeeën niet om her en der madeliefjes te gaan plukken. Je moet je ook niet verwachten aan een romantische verheerlijking van nobele krijgers die constant dwepen met het Walhalla en hun goden en zich zoals in films uiten in Shakespeariaanse volzinnen. Wood zet ze ongegeneerd en heftig neer als pure sons of bitches. zoals een Amerikaanse boekhandelaar het al net zo onverbloemd uitdrukte.

Inmiddels zijn er van de reeks met wisselende tekenaars zes TPB's (comicbundels) verschenen. Het eerste losse comicnummer verscheen in december 2007. In 2011 kondigde Wood via Twitter aan dat de reeks door het klasselabel Vertigo is stopgezet. In april 2012 verscheen met nummer 50 het laatste losse comicdeeltje. In januari 2013 verschijnt daarom de zevende en laatste comicbundel. In elke TPB staan langere en/of kortere verhalen die zich in verscheidene periodes en op verschillende locaties van het Vikingentijdperk afspelen. De verhalen zijn allen afgerond en zijn telkens door een andere tekenaar getekend. Je kan dus moeiteloos de bundels door elkaar lezen of er enkel de nummers uithalen die je het meest interesseren.



De ene tekenaar gaat al wilder tekeer dan de andere. Met Book One, Sven the Returned, beukt Davide Gianfelice er al meteen in met een zeeslag op de Bosporusrivier bij Konstantinopel in 980 na Christus. Sven is een banneling die diende bij de Byzantijnse Varangian Guard, Noormannen die zich in het oosten vestigden als huursoldaten. Hij keert nu terug naar zijn heimat om er zijn rechtmatige erfenis op te eisen. Dat krijgt hij niet zomaar in de schoot geworpen. Zijn wreedaardige oom beschouwt 'm als een outsider en een verrader. Dat noopt Sven tot een bloederige eenmansmissie, Rambo in het Hoge Noorden. Sven zien we twintig jaar later ook nog eens terug in het kortverhaal Sven the Immortal in Book Three, Blood in the Snow.


In Book Two, The Cross + The Hammer, zien we met plezier de naam van Ryan Kelly (Local) op de cover figureren. Hoe hij blindelingse verbetenheid tekent, doet je ongemakkelijk schuifelen in je leeszetel. Hij brengt dan ook een brutaal achtervolgingsverhaal in het door Vikingen bezette Ierland van het jaar 1014. De Ier Magnus weigert voor de bezetter te knielen. Bezijdens zijn eenmanswraakacties moet hij ook het leven van zijn dochter beschermen tijdens zijn guerrillatocht. Lord Ragnar Ragnarsson, een vertrouweling van de koning en een CSI-speurneus avant la lettre, is erop gebrand Magnus te pakken te krijgen en zet de achtervolging in. Door diens bloedlust nog wat meer aan te wakkeren, probeert Ragnar zijn prooi te lokken. Het onvergetelijke van dit lange verhaal is de verrassende ontknoping wanneer Brigid haar mondje roert.





Book Three, Blood in the Snow
, bevat vier kortverhalen waaronder het eerder geciteerde Sven the Immortal. Dean Ormston tekende Lindifsfarne waarin een jonge christenjongen aan de kust getuige is van een invasie door Vikingen... nu ja, eigenlijk leidt hij de Noorse stormtroepen naar het dorp waar zijn lul van een vader woont. In The Viking Art of Single Combat (getekend door Vasilis Lolos) neemt Wood een duel tussen twee Vikingen te baat om gevechtstechnieken en -tactieken bij de Vikingen uit te leggen. Want vergis je niet, alle Northlanders-verhalen kennen een gedocumenteerde ruggengraat die de lezer tussen alle slachtpartijen en veroveringen min of meer diets maken over the way of life van de Vikingen. Zo is er ook The Shield Maidens (getekend door Danijel Zezelj) die het leven van vrouwen in deze periode een beetje portretteren aan de hand van drie Deense weduwen die hun mannetje staan bij een invasie van Saksen. Deze laatste twee verhalen zijn niet de beste van de reeks, noch qua verhaal als tekeningen.


Book Four, The Plague Widow, is dan weer solotekenwerk van Leandor Fernandez. Wood verlegt de actie deze keer naar de Wolgarivier in het jaar 1020. Een geïsoleerde Vikingennederzetting valt er ten prooi aan een uiterst dodelijke plaag net wanneer de strenge winter begint. De dorpsraad vindt geen betere oplossing dan de zieken buiten het dorp te houden en de poorten voor hen te sluiten. Binnen de muren ontkiemt een ander kwaad want in de gevangens die het dorp nu is geworden ontbindt een gevaarlijke machtsstrijd met afrekeningen en aanslagen bovenop de ijzige koude, de honger en het zwaard van Damocles dat boven hen hangt mocht de plaag ook binnen de muren dringen. Een van de protagonisten is een eens rijke weduwe die zich nu vooral moet bekommeren om haar achtjarig dochtertje. Halen zij de lente na een ware horrorwinter? Wij zijn gek op verhalen die zich op één enkele locatie afspelen en die ondanks dergelijke omsluitende beperkingen straffe (psychologische) trhillers voortbrengen. Zie ook Reservoir Dogs (gangsters in een magazijn), Die Hard (terroristen, gijzelaars en een flik in een flatgebouw) en vooral een van onze meest favoriete films aller tijden 12 Angry Men (in een jurykamer twijfelt één jurylid aan de schuld van een jongen die zijn vader zou vermoord hebben. Hij weet langzaam de ene na de andere juryleden te overtuigen van zijn gelijk).



Book Five, Metal
, is opnieuw een bundeling van kortere verhalen. Het titelverhaal van tekenaar Riccardo Burchielli (DMZ) volgt een Noorse smid die vriendschap sluit met een arm, lijkbleek meisje dat onheus wordt bejegend door nonnen die het gebied komen kerstenen. De twee worden outcasts en starten dan maar een gewelddadige wraakactie. Met Fiona Staples trekt Wood in The Sea Road op verkenning naar het westen, het verre westen, voorbij IJsland en Groenland. Het jaar is 760 en Dag is de eerste die de westerse zeeën bevaart met zijn handelswaren en een bemanning die zich keren tegen zijn plannen. Er is maar één besluit: dit is een onbedoelde zelfmoordmissie. The Girl in the Ice, opnieuw getekend door een vrouw (Becky Cloonan) is een vreemde historie die zich in IJsland in het jaar 1240 afspeelt. Terwijl in de verte twee clans om de macht strijden, vindt een oude visser het ontzielde lichaam van een ijzig mooie vrouw onder het pakijs. Meer door obsessie dan door een rechtvaardigheidsgevoel probeert hij het mysterie achter haar dood te ontrafelen. Maar hij kan haar niet lang voor zichzelf houden want Vikingen patrouilleren in de buurt en hij wordt dra beschuldigd voor de moord op de vrouw.


Ondertussen hadden we wel weer zin in een langer verhaal dat net zoveel kon beklijven als Sven the Returned, The Cross + The Hammer en The Plague Widow, maar Book Six, Thor's Daughter, bundelde — helaas — weer drie kortverhalen. Geen ervan met opwindend tekenwerk, al kon The Hunt van Matthew Woodson, ons nog wel bekoren. Hierin achtervolgt een jager een rendier dat hij enkel met een pijl kon verwonden. Omdat hij al voorbij het point of no terurn is, ver van huis, in alle eenzaamheid temidden de besneeuwde Zweedse bossen, kan hij niet anders dan het rendier nazitten om het af te maken om te overleven. De uitgesponnen krachtmeting duurt dagenlang tot het dier de jager naar de kustlijn brengt. The Siege of Paris (tekeningen van Simon Gane), het beste verhaal in deze bundel, biedt exact wat de titel belooft: de belegering van Parijs, meerbepaald door een Vikingenovermacht in het jaar 885. We maken dit gegeven mee door de ogen van een Vikingenkrijger Mads, reeds een veteraan door andere veroveringstochten waaraan hij deelnam. De situatie aan het begin van het verhaal vat hij treffend samen: "700 ships, thirty thousand men total, well equipped, well paid, well fed. And as it turns out... well fucked." Dit oorlogsverhaal valt prima te vergelijken met wat de frontsoldaten in de Eerste Wereldoorlog overkwamen in hun loopgraven en op het slagveld. Het titelverhaal, fragiel getekend door Marian Churchland, heeft een tienerweesmeisje in de hoofdrol dat op een eiland in de Noordzee woont. Haar vader was een befaamde krijgsheer en ze heeft dus bepaalde erfrechten, maar die vormen de inzet voor rivalen die deze van haar willen ontnemen.



Hoewel er een degelijke fanbasis was voor Northlanders, met keurige kritieken in de pers, kon dit de verkoop van de bundels onvoldoende opkrikken. Een tegenvallende verkoop van die bundels lag aan de basis voor de stopzetting van de reeks. We hebben nog de Icelandic Trilogy, een lang verhaal — dan toch nog! — van tekenaar Paul Azaceta in een gebundelde editie te goed. Het verhaal werd niet voortijdig afgerond, maar zoals gepland voltooid. In augustus 2012 liet Wood evenwel weten dat hij het niet over zijn hart kon krijgen om een soort extra requiemverhaal te schrijven. Hij is er nog niet klaar mee en miste Northlanders meer dan verwacht. Ideeën voor nieuwe Vikingenverhalen, al dan niet in het format van Northlanders, zijn er nog genoeg. Die komen er pas na het vijftiental verhalen dat hij toen nog voor Conan wilde uitwerken, maar hij schreef ze toch al neer als een tv-pilot hoewel hij ervan overtuigd is dat een comicbehandeling de beste keuze blijft.

Door te werken met verschillende tekenaars aan één reeks komen er nu eenmaal kwaliteitsverschillen aan te pas. Dat is bij de Amerikanen zo, en dat is ook het geval bij de talloze conceptreeksen die vooral Franstalige uitgevers de laatste jaren met wisselend succes op de markt brachten en nog steeds brengen. Dit moet nochtans een troef zijn. Tekenaars die wij appreciëren of wiens werk we integendeel liever negeren kan omgekeerd beoordeeld worden door andere striplezers. Da's hun goed recht, smaak is nu eenmaal een zeer persoonlijke en somtijds egoïstische belevenis. Ook Woods Northlanders-scenario's botsen tussen schier opwindend gebeuk van impactvolle scènes en inspiratieloze tussendoortjes. De overwegende sterktes van de complete reeks overhaalden ons niettemin om Northlanders in deze rubriek op te nemen. Eén constante in Northlanders is de Italiaanse covertekenaar Massimo Carnevale. Hij doet zijn bijnaam "Maestro" alle eer aan. Zijn illustraties baden in een meestal vurige gloed. Hij tekende ook de covers van onder meer Y: The Last Man en de Conan-comics geschreven door Brian Wood.


Juárez (besproken door David Steenhuyse)
08/11
TOP
Onze besprekingen van Milan K. deel 1 en deel 2 spreken boekdelen, we hebben het voor de tekenstijl van Corentin Rouge, de zoon van Michel Rouge (Comanche, Simon de Samaritaan, De Hemelsluizen). Omdat deel 3 van Milan K. in het Frans uitblijft, begon de uitgever van Medusa al ongerust te worden over de voortzetting van de reeks. Geen paniek, Corentin is al begonnen aan dat derde deel. Het oponthoud was te wijten — of veeleer te danken — aan het one-shot Juárez dat afgelopen zomer bij Glénat verscheen, vreemd en jammer genoeg niet in het Nederlands.

Met Juárez tilt Corentin zijn ambities een trapje hoger. De glansrijke toekomst die we hem tevoren toedichtten, is hij al danig aan het verzilveren. De 72 pagina's knallen van begin tot einde, broeien van de sfeer en knetteren van de energie. Hij heeft dan ook een kanonschot van een verhaal in handen gekregen.



En daar is de in Waterloo geboren Nathalie Sergeef, in het dagelijks leven een boekhoudster, verantwoordelijk voor. Met Juárez was ze aan haar eerste stripproductie toe. Hiervoor baseerde ze zich op het reële feit dat er in het Mexicaanse grensstadje Ciudad Juárez sinds 1993 meer dan tweeduizend gruwelijk vermoorde vrouwen zijn teruggevonden en nog eens dik tweeduizend zijn verdwenen. Een van die vermiste vrouwen, — en nu wordt het fictief maar daarom niet minder aangrijpend — is Gabriela Garcia Morales.

In het begin van het verhaal maken we kennis met Gael die naar Juárez reist. Volgens velen de omgekeerde weg want de meeste Mexicanen willen net Juárez ontvluchten om de nabijgelegen grens met de Verenigde Staten over te steken, bij voorkeur illegaal. Gael komt zich voorstellen in een wassalon waar ze verrast opkijken van zijn bestaan. Gabriela's beste vriendin werkt er met haar vader. Gael wordt er met open armen onthaald en krijgt de waarschuwing mee dat men in Juárez niet van speurneuzen houdt. Kort daarop komt de politie melden dat het dossier van Gabriela wordt geklasseerd. De officiële zoektocht wordt gestaakt, maar dat geldt niet voor Gaels persoonlijke onderzoek. Wat is er met zijn zus gebeurd en wie is de schuldige?... Maar zo simpel is het niet!



Dat onderzoek leiden hem en zijn nieuw verworven maatje Amalia naar de onderwereld via stripclubs, de hogere plaatselijke kringen met een zeer vileine (maar bloedmooie) dochter des huizes en een kunstenaar. Gael probeert bepaalde personen pertinent te ontlopen. Hij verplicht ook Amalia te zwijgen over zijn verblijf in Juárez. Dat gebeurt om een welbepaalde reden en die reden is zowat een stormram die op het einde het hele begrip van het verhaal zo gigantisch omkeert dat je het album nog eens wil — nee, moèt — lezen om uitspraken, gedragingen en wendingen opnieuw in je op te nemen. Ze krijgen allemaal een andere betekenis.



Een dergelijke onthulling kan in andere gevallen een verhaal doen kantelen. In dit geval echter krikt het de impact nog een veelvoud op. Tegelijk zo voor de hand liggend als briljant, zo logisch als intelligent. Wie durft beweren dat hij of zij het al van ver zag aankomen, is een pathologische leugenaar. De sleutel is haast onvindbaar. Een herlezing betekent zoveel als een compleet nieuwe lezing. Met een einde zoals dit is het verrassingsmoment maximaal, bijvoorbeeld te vergelijken met de kanjer van een aha-erlebnis die je op het einde van The Usual Suspects of The Sixth Sense krijgt geserveerd.

Zo kan het wel weer, zeker? Los van dat slot is het hele verhaal een stevig opgebouwde mozaïek van spannende gebeurtenissen, secuur ingelaste flashbacks, kien toegepaste rustmomentjes,... zoals het een degelijke detectivethriller betaamt, kortom.


Cycloman (besproken door Jeroen François)
20/09
TOP
Emile huurt een robotpak om naar een verkleed bal te gaan, maar terug thuis krijgt hij het niet meer uit. Vervelend, zeker omdat hij dringend moet plassen. Er zit niets anders op dan het maar te laten lopen. En op dat moment komt Emile tot de ontdekking dat het een wel heel bijzonder robotpak is. "J'ai dû provoquer un court-circuit en faisant pipi", aldus Emile die er zowaar poëtisch van wordt. Emile is getransformeerd in een robotsuperheld met bovenmenselijke krachten. Later leert hij dat de transformatie enkel lukt wanneer er afval in de buurt is (vandaar de naam Cycloman — het heeft dus niets met wielrennen te maken). Ondertussen gebeuren er op verschillende plaatsen in de wereld vreemde dingen. Emile, die op zoek gaat naar de oorsprong van het pak, komt al snel tot conclusie dat enkel hij de wereld van de ondergang kan redden.

Ik kocht deze strip in 2002 vooral omdat de naam Charles Berberian op de cover stond. Meneer Johan was een van mijn favoriete stripreeksen in die tijd, dus dat was het gokje wel waard. Van Grégory Mardon had ik toen nog nooit gehoord. Hij zou pas later bekend worden met onder meer Lijf om Lijf, Incognito en het (niet-vertaalde) drieluik L'Extravagante Comédie du Quotidien, waarvan het laatste deel onlangs in deze rubriek de revue passeerde. Leuk detail: Cycloman is te zien op het feestje waarmee elk deel van L'Extravagante Comédie du Quotidien begint.



Berberian en Mardon blinken vooral uit in relatiekomedies. Dus een superheldenverhaal van dit duo is best wel verrassend. Maar verwacht zeker geen snelle actiestrip. Cycloman is voor een deel een hommage aan de Amerikaanse superhero comics, dus vallen er geregeld wel wat brokken. Maar de aandacht gaat toch vooral naar de persoonlijke beslommeringen en twijfels van Emile. Net als Meneer Johan en de personages van Mardon is hij immers een onzekere en nogal onhandige man. Dit leidt tot heel wat lichthumoristische situaties en dialogen. Je kan Cycloman eigenlijk het best omschrijven als Iron Man à la française.



Cycloman was nog maar de tweede strip van Grégory Mardon, maar toen al stond zijn tekentalent buiten kijf. Hier en daar misschien wat slordig in vergelijking met zijn latere werk, maar niettemin heel zwierig dankzij een uitgekiende plaatindeling en de vele wisselende perspectieven. Voor de liefhebbers van Blutch, Dupuy & Berberian en Frederik Peeters. Op het einde parodieert Mardon trouwens eventjes een Amerikaanse retrostripstijl.



Cycloman verscheen in 2002 en was al een hele tijd nergens meer te vinden. Gelukkig kwam uitgeverij Cornélius zopas op het lumineuze idee om de strip opnieuw uit te geven. Deze strip mag misschien niet het absolute hoogtepunt zijn in het œuvre van Berberian en Mardon, het is niettemin meer dan een fijn tussendoortje.