Dit is archiefpagina 5 van de rubriek Klare Taal.

Klik verder naar de volgende updates:
The Wonderful Wizard of Oz
Good-Bye Chunky Rice
Le Dernier Homme
Ex Machina
Strangers in Paradise
Bodyworld
The Arms Peddler
The Sandman
Blue
Freaks' Squeele

 
06/09
 
 
The Wonderful Wizard of Oz (besproken door Gert De Ruyck)
The Wonderful Wizard of Oz van L. Frank Baum is een Amerikaanse klassieker buiten categorie. Het kinderboek is sinds de eerste uitgave uit 1900 in zoveel vormen herwerkt dat iedereen er op de een of andere manier wel kennis mee heeft gemaakt. Ik leerde Dorothy kennen als Doortje in de animereeks uit de jaren 1980. Ik kan het beginmuziekje nog zingen. Ook de klassieke verfilming uit 1939 met Judy Garland is genoegzaam bekend, of misschien spoorde je vorig jaar wel naar Londen om daar de musical te gaan zien. Om maar te zeggen: ook jij kent Oz.



L. Frank Baum had meer dan honderd jaar geleden meteen succes met zijn tovenaar. En zoals het een goede Amerikaan betaamt, slaagde hij erin dat succes te verzilveren. Hij ging aan de slag en in de jaren die volgden, bewerkte hij niet alleen zijn eigen boek voor theater, hij schreef ook dertien boeken als vervolg op het origineel. Die vervolgen speelden zich allemaal af in het land van Oz, en Baum breidde de al kleurrijke bevolking nog danig uit. Dorothy, toch het hoofdpersonage uit het eerste boek, kwam niet in elk vervolg terug.

Waarom val ik jou lastig met dat soort Wiki-weetjes? Omdat The Wonderful Wizard of Oz nu ook te beleven is als strip. En hoe! Scenarist Eric Shanower (Age of Bronze) en tekenaar Skottie Young (nog niets anders van gelezen, sorry) hebben zich voorgenomen om de hele reeks Oz-boeken te verstrippen. Terwijl ik dit schrijf, zijn de heren bezig met het vierde boek en ik zit op hete kolen te popelen tot dat verschijnt. Ik weet gewoon dat het zeer goed zal zijn.



Het eerste verhaal dat de twee bewerkten, was het originele boek: The Wonderful Wizard of Oz. Het bevat het bekende verhaal: Dorothy wordt samen met haar hond Toto door een orkaan meegesleurd uit Kansas naar Oz. Langs het gele pad (de Yellow Brick Road, niet te verwarren met Elton Johns Goodbye Yellow Brick Road) wandelt ze naar Emerald City (de Smaragden Stad). Ze hoopt dat de tovenaar die daar woont haar zal helpen terug thuis te komen.

In het tweede boek dat Shanower en Young bewerkten, is er voor Dorothy geen plaats. De hoofdrol in The Marvelous Land of Oz wordt overgenomen door Tip, een jongen die probeert te ontsnappen aan de boze heks Mombi. In dit verhaal is Oz het toneel van een staatsgreep. Een leger van vrouwen grijpt de macht om te kunnen pronken met de smaragden van Emerald City. In het boek zitten veel fijne grapjes die Kristien Hemmerechts misschien seksistisch zou vinden, maar ik vond ze hilarisch.

Ozma of Oz, het derde boek, is mijn persoonlijke favoriet. Dorothy doet deze keer opnieuw haar intrede. Niet in het land van Oz, maar in het land van Ev, een naburige staat met even gekke bewoners.

De ware kracht van Oz ligt niet in de plot van de verhalen. Het zijn de personages die deze strips zo onweerstaanbaar maken. De vogelverschrikker die hersenen wil, de leeuw op zoek naar moed en de ijzeren man die hunkert naar een hart zijn natuurlijk het bekendst. Maar in de volgende boeken breidde Baum zijn universum uit. Zo ontmoeten we ook Jack Pumpkinhead, een soort vogelverschrikker met een pompoen als hoofd. Er is de Wogglebug, een betweterig manshoog insect, een pratende zaagbok (in het Engels is dat een saw horse, een paardje) en mijn favoriet: Billina, de verstandige kip, die zich verbaast over alle dode dingen die mensen eten. Stuk voor stuk zijn het praatgrage figuren met een eigen visie op de wereld en hun plaats daarin. Zij zorgen ervoor dat de boeken van Oz vol verbaal vuurwerk staan. Problemen worden niet opgelost zonder het nodige — en vermakelijke! — gekibbel.



Young slaagt er met zijn tekeningen in om van Oz een sprookjesachtig land te maken, zonder dat het allemaal extreem lieflijk oogt. Hij blijft weg van het roze en de suiker van Barbie-romantiek. Oz ziet er tegelijk bevreemdend en charmant uit. Alle ingrediënten van een sprookjesland zijn aanwezig: donkere wouden, woeste zeeën, dreigende bergen en enorme kastelen bevolkt met zonderlinge edellieden. Er moeten bezweringen uitgesproken worden en betoveringen verbroken zonder dat de gezwollen ernst van The Lord of the Rings opduikt. Shanower en Young (en Baum!) dompelen je onder in een betoverende wereld die je niet meer gezien hebt sinds je kind was, zonder dat het kinderachtig aanvoelt, en zonder dat ze in nudge nudge, wink wink dubbele bodems moeten vervallen bij hun humor. Het is geen De Kiekeboes. De bespiegelingen en de conversaties van de personages zijn als de vragen die mijn kinderen mij soms stellen: voorzien van een waterdichte logica waar je mond van open valt. Onweerstaanbaar en charmant.

Tot nu toe zijn er drie boeken verschenen bij Marvel, zowel als hardcover als softcover:
• The Wonderful Wizard of Oz
• The Marvelous Land of Oz
• Ozma of Oz
In september verschijnt de hardcovereditie van het vierde deel: Dorothy and the Wizard in Oz.


 
10/08
 
 
Good-Bye Chunky Rice (besproken door David Steenhuyse)
Het zou ons verbazen mochten we de naam Craig Thompson hier kwansuis laten vallen zonder dat die wordt opgepikt. De brave man publiceerde het wondermooie liefdesverhaal Een Deken van Sneeuw (door de ware liefhebbers liever Blankets genoemd) en vorig jaar nog het epische, Arabische sprookjesdrama Habibi. Beide werden in het segment van de graphic novels wereldwijde bestsellers. Van een beetje commerciële uitgever zou je dan verwachten dat elke snipper papier die hij tevoren publiceerde ook wordt vertaald. Dat gebeurde met Carnet de Voyage, maar gek genoeg niet met Good-Bye Chunky Rice. Na zes drukken bij Top Shelf verhuisden de rechten naar Pantheon waar het de catalogus deelt met Maus en Chris Wares The Acme Novelty Library.

Dat een koddig getekend schildpadje en een muisje met glinsterende ogen de hoofdrollen delen doet misschien vermoeden dat we met een kinderstrip te maken hebben. Stom vermoeden want hoe beter kan je universele thema's overbrengen dan door likeable characters? Chunky Rice is een schildpadje dat zo nodig zijn vertrouwde omgeving wil verlaten. Terwijl hij op het strand zandkastelen bouwt met zijn beste vriendin Dandel krijgt hij van het muisje een verklaring voor zijn wens om weg te gaan: "You're like a little flower that outgrown its pot and needs to be transplanted in order to keep growing". Dandel gaat niet in op Chunky's verzoek om mee te gaan: "I can't. This is were I belong".



Uiteraard wacht Chunky nu het grote avontuur. Hij monstert aan op een schip dat de grote zee bevaart, op zoek naar "something different". Een vreemde snuiter, Solomon genaamd, met wie Dandel en Chunky het huis deelden, komt Chunky uitzwaaien. Door flashbacks vernemen we dat hij het als kind zwaar te verduren kreeg. De scène waarin hij door zijn vader gedwongen wordt een puppy eigenhandig te verdrinken, kruipt niet in jekoude kleren. In het heden ziet hij het leven door een roze bril. Mochten anderen hem erop wijzen dat hij als kind werd gepest, hij zou het niet geloven en een andere uitleg geven. Hij heeft zelf vriendschap gesloten met een hulpeloos vogeltje dat hij op het strand vond. Van zodra Solomon de haven heeft verlaten, zet de kapitein van het schip Chunky aan het werk, niet zonder eerst Chunky's bagage danig te verlichten. Zo kiepert hij Chunky's Motown-platencollectie (we zien de namen van Etta James, Jackson 5, Sly & The Family Stone en Marvin Gaye) genadeloos in zee. Meneer houdt niet van kleurlingenfolkmuziek. Geef hem maar country western.

Good-Bye Chunky Rice wordt soms te makkelijk versleten als een strip die over vriendschap en afscheid nemen gaat. Er zit zoveel meer in. Chunky staat voor een zin voor experiment en iets anders te willen leren kennen. Niemand houdt 'm daarin tegen. Dat maakt van hem nog geen extraverte persoonlijkheid. Hij is eerder bedeesd en onder de indruk van de nieuwe omstandigheden waarin hij terechtkomt. Zijn zin voor avontuur legt Chunky later uit aan een slapende Dandel: "I'm a turtle. My home is on my back". Eenvoudiger dan dit kan je het niet uitleggen en o zo waar. Dandel daarentegen staat voor behoudsgezindheid, veiligheid en huiselijkheid. Chunky gelooft dat het elders beter is. Dat vergt een grotere moed en doorzettingsvermogen om dat te willen uitzoeken. En dan is er nog de kans om zwaar ontgoocheld te worden. Maar hij probéért tenminste. Dat doet niets af aan de bewuste keuze van Dandel om tevreden te zijn met wat ze heeft. Zij is geen achiever, maar noem haar geen underachiever.



Thompson heeft dat unieke talent om respect op te brengen voor beide typeringen. Beide diertjes kampen met onzekerheden, maar niet in die mate dat het hen van hun stuk brengt. Minder begaafde stripauteurs zouden zich al snel beperken tot het omwoelen van die onzekerheden met als gevolg het opvoeren van personages die zoveel frustraties torsen dat je hen bijna wil toeschreeuwen: "Komaan vent, stel je niet aan, sukkel!"

Ondanks de schattige look van beide hoofdrolspelertjes, laten ze het na om guitige Disney-lachjes te produceren. Het afscheid valt hen zwaar, het hele boek lang domineert melancholie hun expressies. Hun gestaltes zijn ook te klein voor de wereld waarin ze leven. Meestal kijk je als lezer letterlijk op hen neer. Thompson maakt van jou daardoor veeleer een toekijkende buitenstaander in plaats van een meebelevende participant. De momenten die er echt toe doen, zoomt hij in en zit je waar je moet zitten. Geen ontkomen aan, hij flikt het al in zijn debuutstrip: Thompson wekt op je gemoed. Hij beheerst bovendien de kracht van het beeld, het woord en de stilte.


 
13/07
 
 
Le Dernier Homme (besproken door David Steenhuyse)
Relatiekomedies zijn geen eerbaar genre. Te vaak romantische komedies genoemd, zijn ze opgebouwd uit clichés en standaardintriges volgens een vastomlijnde structuur met vaste, inwisselbare elementen. Zelfs bij het omzeilen van clichés komen er snel andere clichés aan te pas. In Hollywoodfilms is het verhaalverloop voorspelbaar, in Franse films wordt er oeverloos gekletst. Alleen in strips ervaren we regelmatig dat een relatiekomedie zich niet hoeft te plooien naar de wensen van producers of testpublieken. In Le Dernier Homme bijvoorbeeld komt de ontmoeting met De Ware pas op het laatste moment. De hele tocht daarnaartoe is een aaneenschakeling van mislukkingen. Naar Franse normen wordt er bitter weinig geluld. Naar Hollywoodnormen zou het een indie zijn.

Het verhaal? Op een gekostumeerde fuif in Parijs ziet de als konijn verklede Jean-Pierre wel wat in een als Batgirl verklede vrouw. Maar in plaats van er contact mee te maken, verschuilt hij zich achter excuses om dat net niet te doen. Ze is intimiderend en wordt door een aanwezige vriendin dik genoemd (uit jaloezie natuurlijk). Zijn vrienden zien met lede ogen aan hoe hij wéér niet uit zijn schulp kruipt. Aan de taxihalte staat hij plots naast Batgirl. Van het een komt het ander, zou je denken, maar meneer konijn slaat domweg een aanbod af om een taxi te delen (en wie weet wat meer) omdat hij de andere richting op woont.



's Anderendaags overpeinst hij de misstap. Zijn moeder, met wie hij op een terrasje afgesproken heeft, wil 'm overhalen terug naar de voorstad te wonen zodat ze hem meer kan zien en ze verwijt hem zijn nonchalance. Tja, moeders willen hun zonen liefst niet te ver uit hun buurt. Ik spreek uit ondervinding.



Vanaf die scène valt het op dat Jean-Pierre precies woont en werkt in een Parijs waarin enkel bloedmooie vrouwen wonen en werken, maar ook dat hij met geen enkel van hen een contact met resultaat weet te maken. Elke toenadering wordt versmoord door zijn timiditeit. Na weer zo'n blauwtje stapt hij een papierwinkel binnen om er een stapeltje papiertjes te kopen. Op elk ervan schrijft hij dezelfde boodschap: "Ik had het lef niet om u te benaderen, maar als de nieuwsgierigheid het van u wint om uw geheime en welmenende aanbidder te leren kennen, neem dan contact met mij op via het nummer op de keerzijde om samen wat te gaan drinken". Vastberaden wandelt hij een winkelcentrum binnen en laat in de handtassen, jaszakken of een enkele keer in het decolleté van mooie vrouwen zo'n briefje achter. De reacties van enkele van hen krijgt alleen de lezer te zien: ze lachen hun geheime aanbidder uit en werpen het briefje weg, bij een vrouw die twijfelt maakt een rukwind de beslissing in haar plaats, nog andere briefjes gaan verloren. Het ziet er bijgevolg wéér niet goed uit voor Jean-Pierre. Maar dan komen de eerste sms'jes en de eerste afspraakjes. Het lijkt nu dat Jean-Pierre het voor het kiezen heeft. Dat geldt net zo goed in omgekeerde richting.



Pas na een resem ontmoetingen, klikt het met Elisa. Het komt tot seks en een relatie. Aan haar kat vertrouwt hij wel toe dat hij zich verveelt waarna de kat uit het raam te pletter stort. Uit vrees om haar de harde waarheid te vertellen, maakt hij het uit. Daarna passeren meerdere geconsumeerde relatietjes die om soms banale redenen worden beëindigd. Bijvoorbeeld omdat een vrouw een schilderij van een huilende clown op haar appartement heeft of omdat hij bij een andere vrouw een neuskeutel wegschiet. Bij weer een andere vrouw meent zij met een gigolo vandoen te hebben. De briefjes blijven dus hun werk doen, tot die ene keer dat een echtgenoot hem in het duister opwacht. Tussendoor zijn er de obligate droomscènes (check Meneer Johan voor een gelijkaardige aanpak) waarin Jean-Pierre wordt achtervolgd door meutes vrouwen of waarin de vrouw op de filmposter van Attack of the 50ft Woman tot leven komt om hem in bescherming te nemen. Ondanks de recentere successen — als je dat al zo kan noemen — die hij bij vrouwen boekt, tonen die droomscènes aan dat Jean-Pierre geïntimideerd is door vrouwen en er, ja zelfs, bang voor is.



Le Dernier Homme is in de eerste plaats een luchtige komedie. Het maakt deel uit van de trilogie L'Extravagante Comédie du Quotidien met liefde, de dood, mannen en vrouwen en het dagelijkse leven als gemeenschappelijke factoren. De drie bij Dupuis verschenen albums zijn los van elkaar te lezen. Ik heb de voorgaande, Les Poils en C'est Comment qu'on Freine?, niet gelezen en dat bleek ook niet nodig. Voormalig animatietekenaar Grégory Mardon (hij werkte aan de tekenfilmseries van Papyrus en Blake en Mortimer) is de auteur en die kennen liefhebbers van auteursverhalen wellicht nog wel van het Vrije Vlucht-album Lijf om Lijf en het na één deel gestopte Incognito. Daaruit konden we leren dat Mardon een voorliefde heeft voor wulpse vrouwen die niet de ideale maten hoeven te hebben om sexy te wezen. Ik was al vergeten dat het hoofdpersonage in deze verhalen dezelfde Jean-Pierre is als in Le Dernier Homme. Maar ook die voorkennis is niet nodig om van Le Dernier Homme te kunnen genieten. Tussen deze trilogie en zijn enige vertaalde albums zitten gevarieerde one-shots: een strip voor kinderen, een sociale kroniek, een graphic novel dat zich afspeelt in de middeleeuwen en een geestige erotische strip waarbij je twee pagina's moet openscheuren om gewaagdere scènes te kunnen zien.


Als de nieuwsgierigheid het van u wint om kennis te maken met Le Dernier Homme, reken dan alvast op de geruststellende kwaliteiten die Lijf om Lijf en Incognito boden.

Le Dernier Homme door Grégory Mardon verscheen in april 2012 bij Dupuis en telt 70 pagina's.


 
28/06
 
 
Bodyworld (besproken door Peter Moerenhout)
Wanneer je mij een beetje kent dan weet je dat ik het, qua premissen voor strips, nogal heb voor 'high concept' (hij is daar weer met zijn Engels). In het kort houdt een high concept-idee in dat de makers niet denken: "Hmm, ik heb zin om een sciencefictionstrip te maken". En dan een verhaaltje uit hun mouw schudden, maar dat ze eerst een zo goed en origineel mogelijk (plot)idee uitbroeden en (eventueel) nadien pas een genre kiezen. Ex Machina van Brian K. Vaughan en Tony Harris is zo'n reeks. Een zeer lezenswaardige reeks, zelfs al is de premisse nogal van de pot gerukt: superhelden in de politiek.

Eerst een beetje voorgeschiedenis over de makers.
Brian K. Vaughan:
1. Allerhande nummers van allerlei reeksen met gevarieerde, in het bezit van de uitgevers zijnde, personages voor de grote Amerikaanse uitgeverijen zoals Marvel en DC Comics, waaronder het zeer entertainende Runaways.
2. Later originele reeksen zoals het succesvolle Y: The Last Man (enkel de eerste drie delen zijn vertaald naar het Nederlands).
3. Ook meegeschreven aan de televisiereeks Lost.
Tony Harris:
Starman van DC Comics samen met schrijver James Robinson.
2. Ook succesvol.



Zo, Ex Machina dan. Mitchell Hundred, een burgerlijk ingenieur wordt verminkt door een vreemd toestel dat in zijn gezicht ontploft. Nadien blijkt dat het toestel hem op vreemde wijze beïnvloed heeft. Hundred kan plots communiceren met machines. Niet enkel dat: hij kan machines laten doen wat hij ze vraagt. Een oude kennis van zijn moeder en tevens een beetje de mentor van Hundred in zijn jeugdjaren, de Russische immigrant Kremlin, zet Mitchell aan om een superheld te worden. Hundred beleeft allerhande avonturen en leert met vallen en opstaan wat het is om superheld te zijn. En dan volgt 9/11.



Na deze rampzalige dag, die anders verloopt in de strip dan in de echte wereld, maar meer mag ik niet zeggen, besluit Hundred om zijn geheime identiteit te onthullen en zich verkiesbaar te stellen voor de positie van burgemeester van New York. In 2002 wordt hij verkozen en ingehuldigd. Het is op dit punt pas dat het verhaal begint. Vaughan bouwt de plot op vrij ingenieuze wijze op: half flashback en half heden, half superhelden en half politiek. De reeks volgt Hundred in zijn vier jaar als burgemeester, maar flitst constant terug naar de twee jaren voordien waarin Hundred de superheld The Great Machine was. Deze werkwijze is een van de grootste aanleidingen van mijn liefde voor deze reeks. Vaughan zorgt er immers voor dat er steeds mysterie en suspense rond de gebeurtenissen in de strip hangen. Veelal duikt er in het heden iets of iemand op uit het verleden van Hundred met allerhande problemen tot gevolg. Als lezer tast je vaak volledig in het duister tot Vaughan de ware toedracht, flashback na flashback, tevoorschijn pelt.

De politiek in de reeks is echter geen simpele gimmick. Vaughan laat Hundred als onafhankelijk burgemeester met maatschappelijke dilemma's als ruimtelijke ordening, ecologie, het homohuwelijk en dergelijke meer worstelen. Vaughan slaagt er ook in om de verschillende standpunten van de betrokken personen gelijk, eerlijk en op menselijke wijze te belichten. Af en toe slaagde hij er zelfs in om me bepaalde hete hangijzers anders te doen bekijken. En dat allemaal zonder dat het ooit verveelt.



Vaughan is een begenadigd dialoogschrijver en creëert zeer aimabele en geloofwaardige personages. Hij omringt Hundred met een zeer geslaagde ondersteunende cast. Mijn persoonlijke favoriet is zijn campagneleider Dave Wylie, een zwarte medemens die zich heeft opgewerkt uit de achterbuurten en die fungeert als belangrijkste klankbord inzake Hundreds politieke ideeën.



De tekeningen van Harris zijn nogal statisch van aard, waarschijnlijk omdat hij foto's van levende modellen gebruikt, maar eens je je daar over gezet hebt is hij een zeer aangename tekenaar. Fortes zijn vooral zijn talent om een duidelijk verhaal te vertellen, zijn cinematografische en wijde aanpak van de paginaopbouw, de aantrekkelijke en spectaculaire actiescènes en de mimiek van zijn personages. Leuk ook om in de extra's van de bundelingen foto's van de overdreven gezichtsuitdrukkingen van zijn modellen te zien. In het echte leven karikaturaal, maar in de strip werken die wonderwel.



De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat de reeks ook zijn zwakke momenten kent zoals een uitstapje van Hundred naar Vaticaanstad met alle visioenen vandien. Meestal draaien die zwakkere momenten om de oorsprong van de machine die Hundred zijn krachten gegeven heeft. In het begin van de reeks ben je nog nieuwsgierig naar waar dat alles vandaan komt en kan die verhaallijn nog boeien, maar de afwikkeling ervan kon me eerlijk gezegd maar weinig bekoren en was ook niet echt een gigantisch onverwachte twist (misschien heeft Vaughan dat geleerd op de set van Lost). Het was misschien beter geweest had Vaughan de vraag rond de herkomst van Hundreds superkrachten Romerogewijs onbeantwoord gelaten.

Dat kan de pret echter niet bederven. De reeks blijft een van mijn persoonlijke favorieten en torent hoog boven de meeste andere stripreeksen uit.


Beschikbaarheid
Ex Machina telt vijftig deeltjes en vijf specials, allemaal uitgegeven door Wildstorm, een intussen op de fles gegane onderuitgeverij van DC Comics. De deeltjes werden naar goede gewoonte ook gebundeld.

Softcover:
• Ex Machina Vol. 1: The First Hundred Days (Ex Machina nrs. 1-5)
• Ex Machina Vol. 2: Tag (Ex Machina nrs. 6-10)
• Ex Machina Vol. 3: Fact V. Fiction (Ex Machina nrs. 11-16)
• Ex Machina Vol. 4: March to War (Ex Machina nrs. 17-20 en Ex Machina Special nrs. 1-2)
• Ex Machina Vol. 5: Smoke Smoke (Ex Machina nrs. 21-25)
• Ex Machina Vol. 6: Power Down (Ex Machina nrs. 26-29 en Inside the Machine Special)
• Ex Machina Vol. 7: Ex Cathedra (Ex Machina nrs. 30-34)
• Ex Machina Vol. 8: Dirty Tricks (Ex Machina nrs. 35-39 en Ex Machina Special nr. 3)
• Ex Machina vol. 9: Ring Out the Old (Ex Machina nrs. 40-44 en Ex Machina Special nr. 4)
• Ex Machina Vol. 10: Term Limits Ex Machina (nrs. 45-50)

Hardcover:
• Ex Machina: The Deluxe Edition Book One (Ex Machina nrs. 1-11)
• Ex Machina: The Deluxe Edition Book Two (Ex Machina nrs. 12-20 en Ex Machina Special nrs. 1-2)
• Ex Machina: The Deluxe Edition Book Three (Ex Machina nrs. 21-29, Ex Machina Special nr. 3 en Inside the Machine Special)
• Ex Machina: The Deluxe Edition Book Four (Ex Machina nrs. 30-40)
• Ex Machina: The Deluxe Edition Book Five (Ex Machina nrs. 41-50 en Ex Machina Special nr. 4)


Favoriete scène
Omdat ik niets wil verklappen, laat ik jou achter met een scène uit een tussennummer waarin Vaughan en Harris zichzelf het boek inschreven en -tekenden. Ze moeten beiden op gesprek bij burgemeester Hundred om te solliciteren als kandidaten om zijn biografie, en dus het verhaal dat je in handen hebt, te verstrippen.















MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
15/06
 
 
Strangers in Paradise (besproken door Arnout Capiau)


Indertijd, toen de dieren nog praatten, kwam uw nederige dienaar voor het eerst in aanraking met comics. In de beginfase was dat het voorspelbare werk: Spider-Man, Wolverine, wat Batman, hier en daar een vleugje Ghost Rider misschien. Zoveel jaar terug was er echter ook nog wat anders in de maak. Er heerste een atmosfeer van spectaculaire creativiteit, een idee dat de comicmarkt heel groot was en erg veelzijdig werk vroeg. En dat werk verscheen buiten wat we tegenwoordig de Big Two zijn gaan noemen (toen was dat veel minder het geval). Kleine uitgeverijen die nu al lang weer verdwenen zijn, brachten materiaal uit waar winkels minstens even veel, zoniet meer plaats wilden reserveren als voor DC of Marvel. Een schril contrast met de dominantie die beide uitgeverijen nu op de winkel (en zijn klanten) uitoefenen.

Sommige van die titels zijn nu natuurlijk al vergeten, en waren wellicht niet eens zo goed als ze op dat moment leken. Door een hele reeks gebeurtenissen, waar ik hier niet op zal ingaan, zijn ongeveer al die reeksen een stille dood gestorven. Sommige hebben wel een thuis gevonden, vaak na jaren obscuriteit of zelfs wiegendood. Eén enkele bleef niet alleen halsstarrig volhouden, ze keerde zelfs na een periode gehuisvest te zijn bij een andere uitgever en in kleur, terug naar haar zwart-witte roots: Strangers in Paradise. En alsof het een Walking Dead avant la lettre was (en op een kleinere schaal), volgden de fans en blijven ze nog steeds volgen.

In eerste instantie verscheen er bij uitgeverij Antarctic Press een driedelige miniserie die eerder werkt als een pilot: het leeuwendeel van de personages zijn er, er is een kleine hint naar latere verhaallijnen, Terry Moores flair voor dialogen is onmiskenbaar, maar het geheel is, om het met Aladdin te zeggen: "A diamond in the rough".

Hoe dan ook, de legende was geboren, want kort nadien begon Terry helemaal op zijn eentje: hij stampte Abstract Studios uit de grond en schreef en tekende een reeks die uiteindelijk meer dan honderd nummers lang werd, met een regelmaat die niet alleen respect afdwingt, maar vooral toont wat een rasauteur Terry Moore wel is.

Even over de tekeningen: tijdens het verloop van de reeks kon Moore wel eens denigrerend doen over zijn eigen talent. Door duizend keer hetzelfde te doen zal het er uiteindelijk wel presentabel uitzien. De weinige prenten bij dit artikel tonen ongetwijfeld de kunst en schoonheid van wat hij op papier zet. Hij noemt het altijd zelf cartooning, wat meestal wil zeggen dat er geen andere input (zoals een inkter of zelfs een letteraar) aan te pas komt. Hoe hij het ook noemt, hij doet dat voortreffelijk. Ik heb bovendien de indruk dat Moore een stuk meer zelfverzekerd is geworden, getuige enkele artbooks en how-to-draw-women-the-Terry-way boeken die hij recent uitgaf.


Onwards to the plot: over alles heen is dit de driehoeksverhouding tussen Katina 'Katchoo' Choovanski, Francine Peters-Silver en David Qin. De twee meiden zijn al jarenlang hartsvriendinnen, hij komt hun leven onverwacht binnenwandelen. Katchoo (de blonde stoot) heeft nogal wat emotionele bagage, maar is een erg sterke vrouw met een heel duidelijke wil. Soms is die ongetwijfeld een beetje te sterk, en dat maakt haar (in mijn ervaring) bij momenten wat bitchy. Haar emotionele frustraties ventileert ze in tekenkunst, maar die gave misbruikt ze meer dan eens. Francine daarentegen is een rasechte girl next door. Een geweldig karakter, met diepgang en een heel eenvoudige moraal. Allebei zijn het jonge meisjes die hun weg in het leven nog wat moeten vinden, de een al wat meer overtuigd van waar die weg is dan de andere.



David, die zich daarin komt moeien, is een zachtaardige jongen (ook al blijkt hij een eerder troebel verleden te hebben) die halsoverkop en tot heel ver over zijn oren hartstochtelijk verliefd wordt op Katchoo. Zij is echter niet zo gemakkelijk overtuigd, vooral omdat Francine haar hart gestolen heeft en door gebeurtenissen in Katchoo's verleden heeft zij een enorme afkeer voor het mannelijke soort. We've all been there.

Bekentenistijd: toen ik dus nog wist hoe te converseren met mijn hamster (want die kon praten, weet je nog), wentelde ik me nog heel diep in het emotionele moeras van de puberteit, als een varken in modder. So bad, but so good for you. Dat feit hielp Strangers in Paradise ongetwijfeld om een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit te oefenen.

Narratief genie Terry Moore ontwikkelde in zijn comics een erg subtiele, sensuele beeldtaal die hij afwisselde met erg emotionele (maar, onwaarschijnlijk als dat moge klinken, nooit zeemzoete) songteksten en gedichten die diep in de emoties van de personages en de lezer groeven. Nooit gaf hij toe aan gratuite scènes of poses. Alles paste perfect bij het intense en steeds complexere verhaal dat hij vertelde.

Om jou duidelijk te maken dat ik, toen, als zestienjarige, niet het bedoelde publiek voor SiP was: dit is de comic bij uitstek, meer nog dan Y: The Last Man, Sandman of misschien zelfs Bone, die een vrouwelijke lezer onmiddellijk zal aanspreken. Ook al is de auteur een man die (voornamelijk) vrouwen beschrijft, hij maakt ze niet zomaar leesbaar of geloofwaardig, Terry Moore maakt ze echt. Authentiek en zonder Hollywood of andere leugens.

Tel daar het volgende ook nog eens bij: SiP is een reeks die Terry Moore in eigen beheer uitgaf, aan het begin van (zoniet net vóór) de dagen van ongelimiteerd internet. Wat je over hem wist begon en eindigde met SiP.


Gewild of niet, in combinatie met de sensualiteit van de prenten en de diepe emoties van de begeleidende teksten ontstond er (in mijn hoofd tenminste) een onmiskenbare mystiek rond de auteur en zijn werk. Dat effect is nu natuurlijk volledig verloren gegaan: hij heeft een blog en een twitter en facebook en digitale comics op ComiXology. Dat vermindert de impact van SiP voor mij natuurlijk geen meter, maar jou, als hopelijk nieuwe lezer, hou dat gewoon even in gedachte.

Het verhaal betrekt natuurlijk een stuk meer personages dan de Drievuldigheid (of de Scooby Gang, zo je wil) van Katchoo, Francine en David. Zoals ik al vermeldde worden de complexiteit en de intriges steeds meer opgevoerd naarmate de serie vordert. Soms lukt dat wat beter dan op andere momenten. Om de plot te laten vooruitgaan, gebeurt het bijvoorbeeld dat Moore overgaat naar proza met illustraties, wat de ene keer beter verloopt dan de andere. Dikwijls is het onmiddellijke resultaat van zo'n lap tekst midden in een strip dat de leesvlotheid heel bruusk op de remmen gaat staan. Hier gebeurt dat ook een paar keer. Toch denk ik dat het verhaal er in the long run beter door is. We komen onder andere te weten waar Katchoos mannenhaat vandaan komt, maar niet zonder dat haar verleden haar inhaalt, met een bloedstollende intrige als gevolg die alle mensen om haar heen meesleurt en zeker slachtoffers maakt. De driehoeksverhouding tussen Katchoo, Francine en David gaat meerdere malen heen en weer, is nooit gemakkelijk, maar vindt uiteindelijk toch een overtuigend evenwicht.

Uiteindelijk en helaas moest Terry natuurlijk ook aan SiP een einde breien. In tegenstelling tot Spider-Man of Batman waren dit de levens van echte mensen, en die lopen ook niet eindeloos door. Op een gegeven moment moet je wel ophouden.Ik ben persoonlijk geen fan van het gekozen einde en van enkele van de add-ons die een paar personages kregen om dat einde te laten werken. Ik wil het daarentegen ook niet verklappen. Zelfs als je nu pas begint met lezen, ben je meer dan tweeduizend pagina's van dat moment verwijderd, dus dat zou een beetje achterbaks zijn.

Ik ben vooral een voorstander van de uitspraak "het is niet de bestemming maar de reis ernaartoe die telt." En wat een reis is Strangers in Paradise. Wat een reis!


De reeks Strangers in Paradise telt 106 losse comicdelen en is momenteel in gebundelde vorm enkel als zes pocketvolumes te verkrijgen. In 2001 gaf de Nederlandse stripspeciaalzaak Leidse Stripshop een eerste en enige vertaalde editie uit onder de reeksnaam Vreemdelingen in het Paradijs.


 
31/05
 
 
Bodyworld (besproken door Peter Moerenhout)
Bodyworld is een specialleke. Iets voor mensen die van speciallekes houden dus. Als je enkel werk van Jean Van Hamme en Hergé in je kast staan hebt en niet bereid bent om verder dan die auteurs te kijken, kan je gerust stoppen met lezen. Er valt hier niet meteen iets te rapen en misschien verkoopt Catawiki nog wel een versie van Kuifje in Tenerife die je nog niet bezit. Voor al de rest: bereid je voor op een wonderlijke (s)trip.

Dash Shaw verbaasde vriend en vijand met korte stripverhalen in tal van publicaties, meestal de iets alternatievere magazines zoals Meathouse en MOME. Zijn eerste graphic novel Bottomless Bellybottom was meteen een klepper van formaat, meer dan zevenhonderd pagina's, en kon niet meteen ondergebracht worden in één bepaald genre. Het meest passende etiket zou nog "komisch gezinsdrama" kunnen zijn. Wat wel zeker is, is dat dit boek ging over mensen. Hetzelfde kan gezegd worden over Bodyworld.

Bodyworld speelt zich af in de toekomst, na een tweede Amerikaanse burgeroorlog, en zou dus sciencefiction kunnen zijn in de strikte zin van het genre, ware het niet dat dat niet van belang is. De premisse stelt Shaw in staat om wat nieuwe en ontregelende factoren zijn verhaal binnen te smokkelen, maar in se is dit boek vooral een verhaal over relaties en emoties.

Het boek speelt zich af in Boney Borough, een klein en rustig stadje. Op een dag arriveert daar Paulie. Hij werkt aan het updaten van een encyclopedie over drugs en heeft gehoord dat er een nieuw soort plant ontdekt is in Boney Borough. Die plant zal de katalysator worden van dit hele boek.



Na wat geëxperimenteer ontdekt Paulie immers dat wie deze plant rookt geestelijk en fysiek verbonden wordt met iedereen die zich in de buurt bevindt. Gevolgen zijn dat je bijvoorbeeld de honger of aandrang om naar het toilet te gaan van een ander voelt terwijl je eigen lichaam daar geen behoefte aan heeft. Maar ook pijn, emoties en volledige herinneringen worden doorgegeven. Als twee mensen de drug samen roken, kunnen ze zelfs in een zichzelf versterkende loop terecht komen: jij voelt wat ik voel wat jij voelt dat ik voel...



Een meesterlijke opzet om het gevoelsleven van zijn personages te doorgronden, en daar valt heel wat te rapen. Zo is Paulie een rebel en een hopeloze romanticus en eigenlijk ook een beetje een sukkel, al wil hij dat zelf uiteraard niet toegeven. Nog drie andere personages treden op de voorgrond in het boek. Miss Jewel, een lerares die het zich beklaagt dat ze nooit uit Boney Borough is vertrokken en nu een saai leven leidt, Pearl Peach een pubermeisje op de drempel van volwassenheid, met alle verwarring en gevolgen vandien, en Billy Borg, een ietwat domme, maar goedhartige atleet.



Paulie en zijn plant zorgen voor tal van chaotische situaties. De stuurloosheid en de chaos in de harten van deze vier mensen zorgen voor een subtiel spel van aantrekken en afstoten. Dankzij de plant krijgen we een openhartige en haarscherpe kijk in hun gevoelsleven. Dash Shaw weet perfect de geest en motivaties van zijn personages te vatten. Alsof hij zelf ook jong en kwetsbaar geweest is. Ook de sfeer van het rustige Amerikaanse dorpje met alle achterklap en argwaan tegen buitenstaanders vandien weet hij perfect te treffen.



Dat vind ik persoonlijk echter nog niet eens de grootste troef van deze strip. Dat zijn de dialogen en de humor. Shaw weet zeer vreemde dialogen toch aannemelijk en vloeiend te laten klinken en geeft zo zijn personages zeer duidelijk omlijnde karakters. Ik heb een paar keer luidop gelachen toen ik dit boek las. Dat gebeurt niet vaak.



Maar wat is er dan zo afwijkend aan het boek, zoals ik eerder schreef? Dat ligt vooral aan de beeldtaal. Shaw geeft de versmelting die plaatsgrijpt wanneer mensen de drug roken op zeer innovatieve wijze en met verschillende experimentele technieken weer. Shaw werkt op de computer en gebruikt die ten volle om effect te sorteren: hij speelt met filters en kleuren en plakt een hele hoop laagjes tekeningen over elkaar.



Toen ik het verhaal begon te lezen, vond ik het initieel afschuwelijk getekend. Zeer klinisch ook. Zijn personages zien er bovendien nog eens enorm tweedimensionaal uit en worden amper ingekleurd, wat voor een nog groter afstotend effect zorgt. Naargelang het verhaal me meesleurde en ik de experimentele technieken van Shaw begon te snappen, transformeerde de leeservaring echter in iets vernieuwends, iets dat ik nog nooit had meegemaakt in een stripboek. En laat ons eerlijk zijn: dat komen we ook niet elke week tegen.



De strip werd eerst online in feuilletons gepubliceerd en was eigenlijk zelfs nooit bedoeld om als boek uit te geven. Het boek zelf is desondanks een zeer mooi object geworden en is alleen al voor de extra verhaalpagina's de moeite om aan te schaffen, maar ik zou je aanraden om het verhaal ook online te lezen. Inderdaad, het verhaal staat nog volledig online.



Enkel op een scherm komen de kleuren en technieken die Shaw aanwendt volledig over. Hij heeft dus niet alleen een zeer meeslepend en grappig boek gemaakt, hij heeft ook nog eens het eerste boek gemaakt waarvan ik prefereer het op een scherm te lezen. Je hoeft dus geen hard verdiende euro's uit te geven als je mij niet op mijn communiezieltje gelooft en aan de kwaliteit van het boek twijfelt. Het is maar een klikje van je verwijderd.


Beschikbaarheid
• In hardcover van Pantheon Books
• Online: www.dashshaw.com/prelude.html


Favoriete scène
Aangezien het hele boek online te lezen valt, geen voorproevertje van mij. Lees het verhaal zelf en laat, voor de verandering, mij eens weten welke jouw favoriete scène is.

MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
17/05
 
 
The Arms Peddler (besproken door Bert Gevaert)
Ooit al eens een slag met een voorhamer gehad, achterover gevallen en even moeite gehad om weer recht te komen? Neen, natuurlijk niet letterlijk, maar figuurlijk want zo'n zachtgekookte eitjes zijn we ook wel! Dat gevoel overkwam mij na een toevallige lectuur van de futuristische westernmanga The Arms Peddler van Night Owl (de tekenaar, niet het Watchmen-personage) en Kyochi Nanatsuku. Je kent dat wel... een druilerige dag waarbij je plaatselijke mangaboer net een nieuwe lading binnen heeft en jij, tja, lukraak wat rondlummelt, bladert en op goed geluk eens iets nieuws probeert. En dan BANG!

Het begint al meteen goed op de eerste bladzijden: Sona , een jong knaapje ligt in een woestijnachtig gebied te wachten op zijn dood tot er opeens een knappe dame opduikt met een cowboyhoed. BANG! Een eerste flashback... een huifkar wordt overvallen door een bende vreemd uitgedoste schurken. Volgende scène: dood en vernieling alom. Een halfnaakte vrouw ligt bloedend op de grond met een staak door haar beide handen. Blijkt dat Sona de enige overlevende is van de brutale overval op zijn familie én ook nog eens met een brandmerk verminkt wordt door de verantwoordelijke. En dat amper op tien bladzijden én in een manga, de stripvorm die erom bekend staat rustig zijn tijd te nemen om actie breed uit te spinnen over meerdere bladzijden.



Wellicht dacht je bij voorgaande zinnen dat we weer te maken krijgen met een typische western en dat lijkt inderdaad zo. Maar zelf heb ik nog nooit een western gezien met bloeddorstige vleermuizen, zelfmoordterroristen, middeleeuwse krijgers, monsters én zombies. Kortom: Mad Max meets Doomsday meets From Dusk Till Dawn meets... Het is nogal een onderonsje! Het is niet direct te bepalen wat voor strip The Arms Peddler is, maar dat het steengoed is staat buiten kijf.



Het hele verhaal draait rond Sona. Trouw aan de betere westernverhalen is er nog slechts één iets dat hem drijft: wraak! We mogen nochtans ook de hulp van de wapenverkoopster Garami niet vergeten. Omdat zij Sona van de dood redde, eist ze hem op als slaaf en wordt de jongen ongewild in het turbulente leven van de knappe Garami betrokken. Dat dit een leven vol actie is, mag je gerust een understatement noemen.



Na een reeks korte, maar intense belevenissen komen beide in de stad Yuga aan waar een slavenverkoop aan de gang is met als ultieme 'koopje' een prinses. Haar eigen volk wil die verkoop kost wat kost verhinderen. Je kan al raden dat Garami en Sona bij die zaak betrokken raken. En dat is slechts een gedeelte van The Arms Peddler deel 1 dat mij van mijn sokken kon blazen. Benieuwd of dat bij jou ook het geval is!

The Arms Peddler verschijnt in het Frans bij uitgeverij Ki-oon, www.ki-oon.com.




 
13/04
 
 
The Sandman (besproken door Peter Moerenhout)
Mijn voorgaande Klare Taals handelden meestal over vrij recente reeksen die een vertaling verdienen. Niet zo vreemd want men heeft de neiging om te praten over wat op dat moment in de geest speelt, nietwaar? Edoch, wat met de echte klassiekers? Die uitten zich pas als klassieker als ze na een hele tijd nog steeds relevant zijn. En die hebben bijgevolg pas écht recht op een vertaling. Vandaar dat ik u vandaag voorstel aan The Sandman.

In een vorig stuk over Hellblazer had ik het al over het Amerikaanse succes van Alan Moore als stripscenarist en de daaruitvolgende braindrain. Een slimme redactrice van DC Comics ging op zoek naar de meest getalenteerde Britten om voor de Amerikaanse markt te schrijven en lokte zo rond de overgang van de jaren 1980 naar de jaren 1990 de meest getalenteerde schrijvers naar de nieuwe wereld.

Neil Gaiman en Dave McKean waren bij de allereerste lichting die over de grote plas aan de slag mochten. Deze twee heren hadden voordien al samengewerkt (aan bijvoorbeeld Violent Cases, vertaald naar het Nederlands als Gewelddadige Gevallen door uitgeverij Nona Arte) en hadden daarmee bewezen dat ze klaar waren voor het grote werk. Ze kregen niet onmiddellijk de teugels van een eigen lopende reeks in handen, maar moesten eerst een soort proef afleggen. Ze mochten een afgeronde reeks schrijven over een oud personage uit de stal van DC: Black Orchid. Bij de grote uitgeverijen is het bon ton om oude personages waar niets meer mee gebeurt vanonder het stof te halen en nieuw leven in te blazen. Dat is makkelijker dan nieuwe te creëren waarvan ze, godbetert, misschien eigendomsrecht moeten delen met de uitvinders ervan.

Gaiman en McKean gaven Black Orchid, naar het goede voorbeeld van wat Alan Moore met Swamp Thing had gedaan, een goed uitgediept achtergrondverhaal en wisten in drie nummers dit personage te transformeren van een oubollige superheldin uit de jaren 1970 naar een moderne, ecologische en mythische figuur. De strip was geliefd door lezers en critici en maakte dat de beide makers gebeiteld zaten bij DC. McKeans volgende opdracht als tekenaar was de geroemde Batman-graphic novel Arkham Asylum: A Serious House on Serious Earth op scenario van Grant Morrison. Voor Gaiman had redactrice Karen Berger echter iets anders in petto.

Een ander personage dat stof lag te vergaren in de denkbeeldige kelders van DC was The Sandman. In de jaren 1930 was dat een soort van gentlemensuperheld die, gekleed in een fedora en gasmasker, criminelen te lijf ging met een pistool dat slaapgas spuit. In de jaren 1970 vonden Jack Kirby en Joe Simon het personage opnieuw uit als een echte superheld met masker en cape die in een soort droomdimensie woonde. Het personage van Gaiman draaide echter volledig anders uit...

De eerste aflevering van de reeks omspant al meteen een zeventigtal jaar. In de jaren 1930 voert een occultist een ritueel uit en roept per ongeluk de heerser over de droomwereld, Morpheus, op. Morpheus brengt vervolgens zeventig jaar in stilzwijgen en gevangenschap door. Enkele van zijn spullen, een helm die ook de kroon is die zijn heerschappij over de droomwereld legimiteert, een edelsteen en een zakje met magisch zand, raken door de jaren heen verkocht en verloren. Wanneer hij weer vrij komt, moet hij zijn koninkrijk weer op zien te bouwen en zijn spullen zien te traceren: ziedaar de eerste verhaallijn in de reeks.

In deze eerste afleveringen schippert Gaiman nog een beetje tussen de wereld der superhelden, waarvan zijn personage eigenlijk deel uitmaakt, en de meer postmoderne aanpak die hij later zal hanteren. Aangemoedigd door Karen Berger stuurt hij de reeks in de tweede verhaallijn steeds meer richting horror, fantasy en drama. Gaiman voegt, naarmate de reeks vordert, een massa elementen toe aan de mythe van Dream, The Sandman. Hij blijkt bijvoorbeeld deel uit te maken van een pantheon: The Endless. Dat zijn zeven broers en zussen die volgens het verhaal even oud zijn als de concepten die ze belichamen. Ze zijn geen goden, maar de verpersoonlijking van de ideeën en emoties die alle levende wezens sturen, een soort natuurkrachten van de psyche: Destiny, Death, Dream, Destruction, Desire, Despair en Delirium.



Het interessante aan deze wezens is dat zij helemaal doordrongen zijn van hun naam. Ze kunnen niet anders dan zich te gedragen naar hun titel. Dat neemt niet weg dat ze een persoonlijkheid hebben. De zeven worden soms op zeer verrassende wijze gepresenteerd en behandelen elkaar zoals elke broer of zus elkaar behandelt: met liefde, met afgunst,... met echte emoties, quoi?

De populairste van The Endless bleek zelfs al vlug Death te zijn, geen geraamte met een zeis, maar een jonge, hippe, intelligente en grappige gothgirl. In de achtste aflevering van de reeks, die vrijwel volledig bestaat uit een conversatie tussen Dream en Death, komt zij Dream een schop onder zijn kont geven omdat hij niet genoeg van het leven geniet.

Dit concept voegt enorm veel toe aan de reeks. Het geeft Gaiman een kapstok waaraan hij gelijk welke menselijke tragedie die hij wil behandelen kan ophangen. En dat is ook steeds zijn doel geweest: entertainende verhalen schrijven over de menselijke psyche. Gaiman gebruikt fantasy en horror om het te hebben over trauma's, emoties, frustraties, kleine verdrietjes en ander menselijks. Gaiman schrijft niet enkel voor maar over ons. En dat is de grote kracht van de reeks geweest.

Gaiman is een fervent aanhanger van het postmodernisme en van zodra (ook voor hem) duidelijk werd dat hij aan een verhaal bezig was dat begint aan alle begin gooide hij alle remmen los. The Sandman wordt bevolkt door goden uit allerhande mythologieën, personages uit stukken van Shakespeare, historische figuren: het kan niet op. Dit gebeurt echter nooit gratuit en krijgt nooit de air van een geschiedenislesje. Ook wie niets van Lucifer of Oberon weet, zal van deze reeks genieten.

Het gesprek dat Death met Dream voert in het achtste nummer van de reeks is ook de kiem van het tweede grote thema van The Sandman: de evolutie van Morpheus zelf. Al eeuwenlang gedraagt die zich als een gesloten, asociale heerser zonder eigen gevoelens. Zijn zeventig jaar in gevangenschap hebben daar initieel niet echt positief toe bijgedragen, maar dankzij zijn zus beseft Dream dat hij misschien wat meer van het leven en zijn omgeving moet genieten.


Dream probeert te veranderen. Hij wil oude fouten rechtzetten, de banden met oude bekenden opnieuw aanhalen. Die zoektocht vormt de rode draad doorheen de reeks. Zonder twijfel is dit een van de meest aangrijpende en levensechte karakterschetsen van een fictief personage die ik ooit gelezen heb. Zelfs al gaat het over de koning van dromenland.

De reeks heeft doorheen haar bestaan (vijfenzeventig afleveringen van 1989 tot 1996) zeer veel verschillende tekenaars gekend. Er was echter één constante: Dave McKean. Hij voorzag elk nummer van The Sandman, elke bundeling, elke omnibus van een fantastische cover. Dit deed hij niet enkel door te tekenen. McKean experimenteerde al zeer vlug met het gebruik van collages, foto's en ander materiaal om tot een afgewerkt geheel te komen. Zijn innovatiedrift heeft van hem een veelgevraagd designer van platenhoezen en dergelijke meer gemaakt.

Na The Sandman heeft Gaiman nooit meer een langlopende stripreeks geschreven. Hij stortte zich eerder op romans en kinderboeken. Die werden vrijwel allemaal een succes. Gaiman heeft nadien wel nog strips geschreven, maar hoewel die steeds zeer goed geschreven en op zijn minst entertainend of aangrijpend waren, heeft hij op stripgebied nooit meer het niveau van The Sandman gehaald.

De reeks stond mee aan de wieg van de imprint Vertigo. Dat is een aparte uitgeverij onder de vleugels van DC, die zich richt op strips voor volwassenen. Vertigo werd in 1993 opgericht door Karen Berger. Enkele DC-reeksen zoals The Sandman, Swamp Thing en Hellblazer werden overgeheveld naar Vertigo en waren als het ware de hoekstenen van deze nieuwe imprint.

The Sandman heeft talloze prijzen gewonnen, is in sommige studierichtingen aan gerenommeerde universiteiten verplichte literatuur, is het onderwerp van tal van studies en boeken, maar is vooral gewoon wat het is: een van de grootste klassiekers uit de Amerikaanse stripcultuur.


Beschikbaarheid
De reeks bestaat uit vijfenzeventig afleveringen die in tien bundelingen werden uitgebracht. De bundelingen bestaan in softcover en hardcover en er kan een verschil zijn in extra's zoals het voorwoord en dergelijke, afhankelijk van het jaar waarin deze uitgegeven werden.
• Preludes and Nocturnes # 1-8
• The Doll's House # 9-16
• Dream Country # 17-20
• Season of Mists # 21-28
• A Game of You # 32-37
• Fables and Reflections # 29-31, 38-40, 50, Sandman Special # 1 en Vertigo Preview # 1
• Brief Lives # 41-49
• Worlds' End # 51–56
• The Kindly Ones # 57-69 en Vertigo Jam # 1
• The Wake # 70-75



Intussen werd de reeks ook uitgegeven als vier Absolute Editions. Dat is een concept van DC dat bestaat uit het uitgeven van hun beste reeksen in hardcover met slipcase, op kwalitatief hoogstaand papier en in een groter formaat. Deze edities hebben ook tonnen aan extra materiaal zoals schetsen, stukken script en dergelijke meer. Voor deze edities werden de eerste achttien afleveringen van The Sandman opnieuw ingekleurd. Dat is een zegen want, eerlijk gezegd was de originele inkleuring naar hedendaagse, technologische maatstaven redelijk scabreus. Zie bovenstaande prent voor een vergelijking. In latere uitgaven van de normale bundelingen werd deze nieuwe inkleuring ook gebruikt.

Er zijn tal van spin-offs en aparte verhalen van The Sandman die buiten de reeks vallen. In tegenstelling tot wat vaak gebeurt, zijn deze echter van uitermate hoge kwaliteit. Dat ligt vooral aan het soort contract dat Gaiman wist te onderhandelen met DC. Gaiman is eigenaar van de personages die hij gecreëerd heeft en beslist dus wat er met hen gebeurt. Elke uitgave die zijn personages gebruikt, moet zijn zegen krijgen. Vermeldenswaardig is dat het nooit eerder (en nooit nadien) gebeurd is dat een stripmaker een bestaand figuur van een uitgeverij revamped en er ook nog eens de eigenaar van is. Voor het gemak geef ik enkel de door Gaiman zelf gepende strips mee:

• Twee miniseries met Death in de hoofdrol, Verkrijgbaar als aparte softcover of hardcover of met tonnen aan extra's als absolute edition:
- Death, The High cost of Living
- Death, The Time of Your Life

• Volgende uitgaven zijn apart te verkrijgen als softcover of hardcover of allen samen als de vijfde Sandman Absolute Edition:
- Endless Nights: zeven kortverhalen over The Endless, telkens met een andere grootheid uit de Europese stripwereld als tekenaar: Dave McKean, P. Craig Russell, Milo Manara, Miguelanxo Prado, Barron Storey, Bill Sienkiewicz, Glenn Fabry en Frank Quitely.
- Midnight Theatre: een ontmoeting van Dream met de Sandman uit de jaren 1930.
- The Dream Hunters: een sprookje met Dream in een ondersteunende rol. Proza geïllustreerd door Yoshitaka Amano.
- The Dream Hunters: de stripadaptatie van het geïllustreerde proza.


Favoriete scène
Mijn echte favoriete scène bevat veel te veel spoilers, dus geef ik je de scène mee die me deed beseffen hoeveel potentieel deze reeks had om groots, dramatisch en meeslepend te worden. Ze komt uit aflevering vier. Dream is afgereisd naar de hel om daar de tijdens zijn afwezigheid verloren geraakte helm op te vorderen. Om de helm terug te krijgen, moet hij met de huidige eigenaar een origineel duel aangaan met verregaande gevolgen voor de verliezer. Deze scène komt uit de versie met de originele kleuren en lijdt dus nog onder die eerder genoemde, eerlijk gezegd vrij afgrijselijke, oude inkleuring.











MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
23/03
 
 
Blue (besproken door Koen Claeys)
Nadat een strandwacht was aangevallen door een groepje jongeren van Libanese afkomst werd Sydney in 2005 geplaagd door zware rellen. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden bevond striptekenaar Pat Grant zich toen op het strand waar het geweld in alle hevigheid was losgebarsten. Ongeveer vijfduizend agressieve, dronken jongeren vielen mensen met een Arabisch uiterlijk aan om 'hun strand' en 'hun cultuur' te beschermen. Het politieke debat en het mediacircus dat erop volgde, was koren op de molen van nationalistische bewegingen. Vluchtelingen leken voor een groot deel van de bevolking een bedreiging voor de Australische trots te betekenen. Deze reactie was totaal buiten proportie aangezien het land een relatief laag immigratiecijfer heeft en al enkele jaren de tweede plaats op de ontwikkelingsindex van de Verenigde Naties bekleedt. Deze schandvlek in de Australische geschiedenis, gekend als de Cronulla-rellen, vormde de inspiratie voor Grants eerste beeldroman: Blue.

Het fictieve dorp Bolton vroeger en nu.



De titel slaat op de huidskleur van de bizar uitziende vreemdelingen die in het fictieve dorp Bolton aanspoelen met de hoop op een beter leven. Terwijl de jaren voorbij glijden, drukken de buitenlanders steeds meer hun stempel op het dorpje. Dit laatste valt ook letterlijk te interpreteren aangezien ze elke vrije muur met blauwe graffiti bekladden. Christian heeft als job het overschilderen van deze muurschilderingen. Hij denkt terug aan de tijd dat hij als prille tiener de eerste migranten in zijn dorpje zag opduiken, toen alles in zijn ogen begon achteruit te gaan.

Een bepaalde spijbeldag staat hem nog klaar voor de geest. Die morgen vernam hij dat er iemand, niet ver van Bolton, door een trein was aangereden. Met zijn twee vrienden Verne en Muck ging hij surfen aangezien er hoge golven te beleven vielen. Wanneer de zee te wild bleek, besloten ze langs de spoorlijn te wandelen om het lijk (of wat er nog van overblijft) met eigen ogen te zien.



Dit gegeven zal je misschien doen denken aan Stand By Me, de verfilming van Stephen Kings The Body, hoewel het gebaseerd is op een van Grants jeugdherinneringen. In dit boek put hij duidelijk uit eigen levenservaringen. Hij heeft ook zijn vroege liefde voor surfen en Australische comics een plaats gegeven in dit boek. Het drietal deugnieten wordt door Grant uitermate geloofwaardig neergezet: van inschattingsfouten door onervarenheid tot wederzijds geplaag. Naarmate ik langer in hun gezelschap vertoefde, wisten ze mijn hart te veroveren. De authenticiteit wordt ook versterkt door het taalgebruik van de jongeren dat enkele dialectische uitdrukkingen en surftermen bevat. Door de context waarin ze gebruikt worden, blijft het allemaal gelukkig zeer goed begrijpbaar voor de lezer.

Ik vond het wel verfrissend om de kennismaking met een vreemde cultuur door de ogen van Christian mee te maken. Het feit dat de striptaal van Pat Grant zo mooi en bijzonder is, zal er ook wel veel mee te maken hebben. Met klare vloeiende lijnen, aangevuld met blauw en sepiatinten, produceert hij prachtige stripplaten, rijk aan details, die me uitermate wisten te charmeren. Het ziet er uit als een mix van de psychedelische tekeningen van Rick Griffin (ook striptekenaar en surfer), het houtsnedewerk van Katsushika Hokusai en de poppen van The Muppets. Daarbovenop is Blue een van de mooist vormgegeven uitgaves die ik in mijn boekenkast heb staan, vergelijkbaar qua formaat en kwaliteit met de afleveringen van Chris Wares Acme Novelty Library.

Naar verluidt heeft Australië een rijke, diverse stripcultuur, maar helaas hebben we hiervan weinig mogen proeven. De overheersing van manga's en Amerikaanse comics in combinatie met een gebrek aan een degelijke distributie zullen hier waarschijnlijk wel de hoofdoorzaken voor zijn. Shaun Tan (De Aankomst) en Ben Templesmith (Fell, 30 Days of Night) zijn de enige stripmakers die me voor de geest komen. Pat Grant betekent met dit internationale debuut een welkome aanvulling.


 
08/03
 
 
Freaks' Squeele (besproken door Bert Gevaert)
Af en toe zie je in je leven een cover van een strip en is het liefde op het eerste zicht. Deze eerste oppervlakkige kennismaking kan zorgen voor hooggespannen verwachtingen, maar wat is je oordeel als het contact intiemer wordt? Wat als er geen beschermende cover meer over is en enkel nog de naakte binnenkant overblijft? Dit kan prachtig zijn: mooie vormen, warme kleuren, strakke lijnen,... En dan, wat blijft nog overeind van al die indrukken als het verhaal begint? Oppervlakkigheid? Iets wat leuk begint, maar dan al vlug vervalt in saaiheid en lijkt alsof je het al gezien en gehoord hebt? Of is er geen plaats voor verveling en wil je steeds meer? Komt er wat spanning, maar ook humor? En word je nog steeds verrast? Beste lezer, voor je helemaal in de war raakt en denkt in een of andere relatierubriek van de Flair beland te zijn, dit is het verhaal van mijn ontmoeting en groeiende liefde voor een pracht van een stripreeks: Freaks' Squeele van Florent Maudoux!

De prachtig vormgegeven buitenkant maakte een diepe indruk op mij: heldere kleuren tegenover een witte achtergrond, ja zelfs dan al een beetje intrigerend. Knappe meiden en een weerwolf? Cupido schoot raak en ik was getroffen door haar, ze luisterde naar de vreemde naam Freaks' Squeele...

Maar goed, mijn interesse was gewekt en ik wou nader kennismaken met haar. Het eerste wat me bij een vluchtig contact opviel, was het vreemde kleurgebruik. Speels wisselde ze zwart en wit af met kleur. Ze bracht me in de war over haar afkomst? Japans? Amerikaans of een van de vele Françaises waarvan er bij ons zoveel rondlopen. Alhoewel... echt Frans kwam ze bij mij niet over, daarvoor was ze iets te volumineus! Japans dan maar, want ze had grote ogen, was ietsje kleiner maar wel wat dikker en toonde heel veel actie. Maar die heb je toch alleen maar in zwart-wit? Zou er iets meer aan de hand zijn? Florent Maudoux brengt ons een strip die alleen al qua vorm en tekeningen een boeiende mix is tussen Europese, Amerikaanse, maar vooral Japanse invloeden. En die combinatie werkt!

"En de inhoud van die prachtige verschijning," hoor ik je al denken, "heeft dat 'Japano-Amerikeesje' ook echt iets te bieden? Of is ze alleen maar vorm en goed voor louter oppervlakkig passioneel vertier? Waarde lezer, deze beauty heeft ook brains, dat kan ik je verzekeren! Laat ons even luisteren naar haar verhaal, pas op, het verhaal! Laat je niet afleiden door haar mooie verschijning!


Freaks' Squeele brengt het verhaal van twee leuke meiden, Xiong Mao, Chance d'Estaing en hun vriend Ombre de Loup, allen lid van de heldenacademie FEAH. Maar laat ons eerst even nader kennismaken. Xiong Mao is de oudste dochter van een Chinese maffiabaas en is zeer bedreven in de Flamendo, een krijgskunst die zowel uiterst dodelijk als esthetisch is. Zo compenseert zij haar gebrek aan magische kracht, wat in haar wereld overal aanwezig is. Daarnaast is ze ook een erg bedreven wapensmid. Haar vriendin — hoewel ze haar bloed soms kan drinken — Chance is een magisch wezen dat in staat is om te vliegen... en daarmee is zowat alles gezegd. Behalve dat ze vaak in de weg loopt, slordig en niet echt bijster intelligent is. Het spreekt voor zich dat de combinatie van hen beiden vaak voor wat komisch vuurwerk zorgt. Het derde hoofdpersonage, dat een leeuwendeel — of moeten we zeggen: wolvendeel? — van het werk voor zich neemt is Ombre, de weerwolf met het peperkoeken hartje.

Deze drie vrienden zijn student aan de FEAH, de Faculté d'Étude Académique des Héros, een school (squeele) waar mensen met vreemde capaciteiten of gewoon een rare smoel (freaks) opgeleid worden tot echte helden... En nu stop je wellicht met lezen... Oh neen, Harry Potter en Zweinstein, waar hebben we dat nog gehoord? En de leerkrachten zijn rare kwieten. En er ontstaan conflicten tussen de leerlingen. En de leerlingen moeten zich bewijzen in bizarre proeven. En er zijn mysteries op de school. Ja, ja, ja en nog eens ja op al je clichématige vragen! Er zijn tal van vergelijkingen mogelijk met de school van de bebrilde jonge tovenaar, maar ook heel grote verschillen. Mag ik tussen neus en lippen door nog eens zeggen dat ook J.K. Rowlings ideeën voor Harry Potter, jááááren voor haar eerste boek al min of meer te vinden waren bij Anthony Horowitz' meesterlijke Grieselstate?

Maar terug naar onze Freaks' Squeele. De directeur is er geen vriendelijke Albus Perkamentus, maar een keiharde manager met vampierachtige trekjes die vooral bekommerd is om de reputatie van zijn school. Dit laatste geldt zeker als blijkt dat er ook nog een concurrerend instituut is, Saint-Ange, dat zijn leerlingen motiveert om conflicten uit te lokken met de FEAH. De leerlingen van zowel FEAH als Saint-Ange spreken ook al tot de verbeelding: een skelet, een vampier, een engel, een heks,... ze zijn bovendien vaak veel knapper dan de seuterige jongens en meisjes die in Zweinstein ronddartelen.

De verhalen van Florent Maudoux zijn compleet geschift en zijn net zoals zijn tekeningen — deze man alleen is op zijn eentje verantwoordelijk voor dit pareltje van de negende kunst — een meer dan geslaagde combinatie van zinderende actie en aanstekelijke humor met tal van knipoogjes naar films en andere strips of manga's. Neem nu de titel Les Chevaliers Qui Ne Font Plus "Ni" (in het Engels te vertalen als The Knights Who No Longer Say "Ni"), een album dat volledig draait rond de opdracht die de leerlingen kregen om een plan te bedenken om de wereld te veroveren? Het plan van onze drie vrienden is werkelijk geniaal: ze maken met een speciale deeg koekjes in de vorm van de Gingerbread Man (een leuk knipoogje naar het kneuterige mannetje dat te zien is in Shrek), die ze vervolgens aanzetten om de wereld te veroveren. Maar dan loopt het natuurlijk uit de hand als de miljoenen wezentjes, die niet "Ni" maar "Nou" zeggen, plots een eigen willetje krijgen.

Wat ik zelf ook bijzonder amusant vind, zijn de laatste bladzijden van elk album. Die zijn een soort van bonus wat bij veel manga's voorkomt. Hier geeft Maudoux als het ware een blik achter de schermen van elk album waar we enkele verborgen of schandaleuze feiten over het album te weten kunnen komen, bijvoorbeeld over het plaatsje waar een van de heldinnen haar gsm zou opbergen.

Uiteraard mikt Maudoux vooral op de lach bij zijn lezers, maar het moet gezegd dat zijn albums ook erg spannend zijn. Zo staat in het derde deel, Le Tango de la Mort, alles in het teken van een groots duel tussen Chance en een lid van de concurrerende school. We weten allemaal dat Chance een knoeister van formaat is, maar daarnaast heeft ze ook niet het geschikte wapen voor het duel... en dan zeggen we nog niets over het feit dat ze geen flauw benul heeft van zwaardvechten! Gelukkig kan ze rekenen op de assistentie van Manchot, de verminkte, in zwart gehulde, eenarmige mysterieuze figuur die op de FEAH ronddwaalt. Jaja, een beetje zoals Hagrid uit Harry P.? Inderdaad — diepe zucht — maar Manchot is zoveel meer! In dit album zien we trouwens ook de kwaliteiten van Xiong Mao als zwaardsmid en dat is best indrukwekkend en filosofisch tegelijk.

Zo zie je maar dat Freaks' Squeele een pittige dame is met tal van verrassingen. Ze biedt humor, actie, avontuur, spanning,... en ziet er ook nog eens bijzonder goed uit! Hoe meer ik je ken, sexy Squeele, hoe meer je van je geheimen prijsgeeft en hoe meer ik ook je subtielere vorm van humor kan waarderen! Wat kan een mens nog meer wensen? Freaks' Squeele, ik hou van jou en wil je nooit meer kwijt! Ga je straks met mij naar bed?

Tot slot nog een banale slotopmerking, want ook liefde heeft soms zijn prijs. Freaks' Squeele telt ondertussen vijf delen in zwart-wit en wordt uitgegeven bij uitgeverij Ankama. De eerste helft van deel 1 is ook beschikbaar in kleur met een nieuwe cover. Elk album kost 14,90 euro wat belachelijk weinig is voor zoveel plezier!