Dit is archiefpagina 4 van de rubriek Klare Taal.

Klik verder naar de volgende updates:
La Saga d'Atlas & Axis
Wasteland
Box Office Poison
Fear Agent
Les Melons de la Colère
Courtney Crumrin
Finder
Atar Gull
Hellblazer
Koma

 
17/02
 
 
La Saga d'Atlas & Axis (besproken door David Steenhuyse)
Zolang de Franse uitgeverij Ankama haar eigen strips niet vertaald of wordt opgemerkt door vertaaluitgevers in Vlaanderen en Nederland zullen hier vast nog wel meer albums passeren die wij hebben opgemerkt. Behalve het uitbreiden van de eigen stripproductie vertaalt het ook manga's en comics die eveneens in deze rubriek passen. Als liefhebber van dierenstrips, gaande van Chlorophyl en Snoesje tot Blacksad en Maus, sprak La Saga d'Atlas & Axis me al aan door de cover die een mantel- en degenstrip verraadt. Ook de expressieve tekeningen met veel zin voor animatie deden me het album eind vorig jaar kopen. Het album verscheen officieel in augustus 2011. Enkele weken nadat ik het album kocht, raakte het genomineerd voor een van de albumprijzen van Angoulême. Maar ik heb geen jury nodig die me vertelt welke albums ik goed moet vinden.

Atlas en Axis zijn twee honden. De grootste van de twee, Atlas, is een Afghaanse windhond en van Axis heb ik geen geen idee. Ik ben namelijk niet goed vertrouwd met hondenrassen. Het verhaal speelt zich af in een middeleeuwse setting. Atlas is een boodschapper die eventjes bij zijn beste vriend Axis langskomt. Axis heeft een oogje op Atlas' zus Erika. Er staat een feestje op stapel in het havendorp Kanina, maar zo ver komt het niet. Er nadert een Vikingschip. Terwijl Atlas en Axis in de verte rook zien, vermoeden ze dat het feest is begonnen zonder hen. Bij aankomst merken ze tot hun afgrijzen dat gieren zich te goed doen aan de afgeslachte bewoners in het vernielde dorp. Al hun vrienden en kennissen gingen eraan, maar Erika en haar beste vriendin zijn verdwenen. Atlas en Axis vinden sporen van de Vikingen en besluiten naar het noorden te trekken om de twee meisjes terug te vinden, en als het even kan wraak te nemen.



Onderweg komen ze natuurlijk vanalles tegen in vaak extreme (weers)omstandigheden. Zo hoeden ze er zich voor om een schaap dat ze wensen op te eten niet te vermoorden want volgens Axis ontploft een schaap wanneer het gedood wordt. Het pad van de twee wijkt ook even uit elkaar. Atlas ontmoet dan een vrouwelijke evenknie met wie het klikt. Na een nachtje van plezier is zij in de waan dat haar one night stand een Viking is omdat ze een voorwerp van de noordelijke barbaren bij zijn spullen vindt. De Vikingen heten trouwens "Vikiens". "Hond" is in het Frans "chien" en Vikien is een taalgrapje dat ik kan waarderen.



Je snapt allicht al dat de komische tekenstijl niet per se wil zeggen dat het verhaal net zo guitig is. Het album is dan ook niet bedoeld voor de jeugd. Er vallen lijken, tranen en het lot van Erika is van een verregaande horror. Het geweld is dikwijls expliciet, vooral Atlas ontpopt zich in zijn impulsiviteit vaak tot een schuimbekkende slachter op twee poten. Maar tussendoor zoekt de Spaanse tekenaar Pau naar evenwicht door luchtige toetsen aan te brengen door middel van grappige gesprekjes, de naïviteit van Axis en de running joke met de ontplofbare schapen. Wie Mouse Guard weet te appreciëren, kan zich allicht laten verrassen door deze La Saga d'Atlas & Axis hoewel de epische kwaliteiten hier een pak minder zijn.



Dit eerste deel van de dierensaga verschijnt in dezelfde collectie als Love dat op deze site al in een andere rubriek werd voorgesteld. Pau tekende voor het weekblad Spirou en enkele Spaanse tijdschriften kortverhalen in hetzelfde komische register, toch is La Saga d'Atlas & Axis zijn albumdebuut. De eerste personagestudies dateren van 1995. Vier jaar later begon hij met de strip. Bij pagina 16 zat hij zonder geld. Geen enkele uitgeverij had interesse in het verhaal met twee honden, twee beste vrienden in een vijandige wereld. Pau stopte met de strip en werd animator in een hotel in Menorca. In een school niet ver van waar hij woonde, leerde hij Engels, Frans en Russisch. Die talen kwamen van pas om de toeristen van antwoord te dienen. In de twaalf jaar die volgden, schreef en tekende hij na zijn uren verder aan de tachtig pagina's tellende strip. Dat doorzettingsvermogen, zonder financiële steun van derden, werd door een van de sterkst groeiende stripuitgeverijen beloond met deze albumuitgave. Op het vervolg moeten we niet wachten tot 2023. Volgend jaar al staat deel 2 gepland.



 
02/02
 
 
Wasteland (besproken door Peter Moerenhout)
Apocalyptische toekomstverhalen zijn in trek bij auteurs allerhande. Een totaal verwoeste maatschappij, de strapatsen van kleine groepen overlevenden, een voorheen heersende moraal die op zijn kop gezet wordt: allemaal leuke stenen uit de fictieblokkendoos. Wasteland speelt zich af in een dergelijke rampzalige toekomst en de makers ervan weten met de hun beschikbare bouwstenen een uniek bouwwerk te maken.

Het genre kent vele vormen en subgenres. Zo is de Mad Max-reeks een actiethriller, The Walking Dead een soapdrama en The Matrix een filosofisch traktaat (ik heb het over de eerste Matrix-film, de rest mag voor mijn part ontploffen). Wasteland is echter allesomvattender dan de meeste postapocalyptische verhalen. In Wasteland worden alle facetten van de menselijke beschaving onder de loep genomen: van het microniveau zoals kleine emoties en dagdagelijkse onderlinge relaties tot het macroniveau: religie, de staat en grote morele morele dilemma's.



Antony Johnston
, de schrijver, had voor deze reeks uitkwam al wat strips op zijn naam staan, maar niets dat echt potten brak. In 2006 sloeg hij de handen in elkaar met tekenaar Christopher Mitten, een al even onbekende auteur, voor Wasteland. Oni Press, een middelgrote alternatieve uitgeverij, werd aangesproken om de reeks uit te geven en hapte meteen toe.

Al vrij vroeg kreeg de reeks heel wat goede kritieken (onder andere van Warren Ellis) en kon de reeks op heel wat bijval rekenen. Dat heeft geleid tot een rits lucratievere projecten voor beide auteurs. Johnston heeft intussen al heel wat werk voor Marvel achter de rug en ook enkele zeer te smaken strips gebaseerd op het videospel Dead Space. Mitten concentreert zich meer op het maken van covers voor andere reeksen.



Door deze vele andere projecten kreeg Wasteland na het vijfentwintigste nummer te maken met deadlineproblemen. In 2009 lag de reeks praktisch stil en in de periode 2010-2011 verscheen slechts een handvol nummers. Christopher Mitten verliet de reeks, niet door spanningen of iets dergelijks maar hij had nood aan iets anders. Enkele gasttekenaars tekenden een paar zeer geslaagde afleveringen en in januari van dit jaar verscheen nummer 33 en werd er aangekondigd dat de reeks vanaf nu weer maandelijks zou verschijnen. Men heeft eveneens een nieuwe vaste tekenaar gevonden: Justin Greenwood.

De reeks begint "One hundred years after The Big Wet". Die "Big Wet" blijkt een grote catastrofe geweest te zijn. Wat er juist gebeurt is, is één van de mysteries van het verhaal dat hopelijk nog onthuld zal worden. Alleszins zijn praktisch alle menselijke technologie en bouwwerken van de aardbol verdwenen en is er vooral heel veel woestijn voor in de plaats gekomen. De mensen in dit verhaal zijn aangewezen op primitieve vormen van overleven: (ruil)handel, jacht, criminaliteit. Een ander gevolg van die ramp is dat de meeste menselijke cultuur eveneens werd uitgewist. Boeken zijn een zeer schaars goed (de meeste mensen kunnen zelfs niet lezen) en technologische media behoren tot lang vervlogen tijden.


Gebeurtenissen uit het verleden leven enkel voort door mondelinge overlevering en nemen zo soms zelfs de vorm van mythes aan. Zo hebben de Sunners, een religieuze groep, een eigen scheppingsverhaal dat begint met The Big Wet.

Termen en woorden uit onze tijd, namen van steden: alles is met het voortschrijden der jaren geërodeerd en vervormd. De stad Washington wordt bijvoorbeeld Wash-Tung. Dit ingrediënt maakt het verhaal sfeervoller en interessanter. Niets leuker dan wat puzzelwerk in fictie. Het geeft ook aan hoe diep de makers hebben nagedacht bij het opbouwen van hun wereld. Dat is meteen de grootste kracht van Wasteland: de hele wereld en de maatschappij zitten bijzonder goed in elkaar en de makers gebruiken hun fictieve kosmos om het over de wereld van vandaag te hebben.

De nieuwe maatschappij heeft nieuwe regels en tradities. Sommigen zijn herkenbaar als echo's uit onze eigen geschiedenis, anderen zijn nieuw en exotisch. Johnston en Mitten gaan geen enkel groot thema uit de weg: slavernij, huidskleur, religie, machtsmisbruik, homofilie, het kan niet op.

Voor de actieliefhebber in jou gillend wegloopt, wil ik graag ook meegeven dat de actie zeker niet ontbreekt. In een wereld als dit, met minder wetten en minder controle, gaat het er soms heet aan toe. Ook het geweld speelt zich af van micro- tot macroniveau. Van een doorgesneden keel voor een homp brood tot een frontale en spectaculaire aanval door gemuteerde Sand-Eaters op een grote stad.

Johnston schrijft als een generaal die zijn troepen overschouwt. De talrijke personages bewegen zich voort in een kluwen van intriges. Elke actie kent een reactie. Toch verliest hij (of de lezer) nooit het overzicht. Zijn plotontwikkelingen zijn helder en logisch als een partijtje schaak. En even onvoorspelbaar.



De tekeningen van Mitten zijn expressieve en gestileerde prenten in grijswaarden. Mitten weet als geen ander de brute actie weer te geven die dit verhaal soms nodig heeft. Het ontwerp van de decors en personages, iets dat door striplezers soms niet echt opgemerkt wordt of als gegeven beschouwd wordt, is van een ongekend gedetailleerd niveau. Mitten schept voor onze ogen een nieuwe wereld met passende voertuigen, architectuur en kledij.

Er is nog maar één nummer uit getekend door Justin Greenwood dus veel valt daar niet over te zeggen. Mijn indruk is alleszins dat de reeks er niet op achteruitgaat met deze man als coauteur.

Wasteland is een strip die boordevol zit en vele facetten kent. Een zeer verslavende reeks voor de lezer die graag wat meer vlees aan het geraamte van zijn strip heeft.


Beschikbaarheid
De reeks heeft op datum van dit schrijven al 33 afleveringen. Johnston heeft ooit ergens gezegd dat hij een afgerond verhaal voor ogen heeft van om en bij de 50 afleveringen. Een afgerond einde geeft de lezer bevrediging. XIII iemand?

Die deeltjes zijn beschikbaar in softcoverbundelingen:
• Cities In Dust - Wasteland nummers 1-6
• Shades of God - Wasteland nummers 8–13
• Black Steel in the Hour of Chaos - Wasteland nummers 15-19
• Dog Tribe - Wasteland nummers 21-24
• Tales of the Uninvited - Wasteland nummers 7, 14, 20, 25
• The Enemy Within - Wasteland nummers 26-31

Evenals in hardcoverbundelingen:
• The Apocalyptic Edition: Volume 1 - Wasteland nummers 1-13
• The Apocalyptic Edition: Volume 2 - Wasteland nummers 14-25


Favoriete scène
Zoals zo vaak kan ik mijn echte favoriete scène niet aan jou openbaren omdat ik anders belangrijke plotontwikkelingen verraad. Ik laat je dus achter met een kort stukje dat op zeven pagina's aantoont hoe gelaagd de wereld en de thema's van Wasteland in elkaar zitten.















MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
06/01
 
 
Box Office Poison (besproken door Koen Claeys)
Alex Robinson (1969) volgde kunstonderwijs in New York. Hij kon er als student wat bijverdienen in een vestiging van boekhandelsketen Barnes & Noble waar hij uiteindelijk zeven jaar aan de slag bleef. Eenmaal afgestudeerd in 1993 begon hij in eigen beheer zijn strip Box Office Poison uit te geven in de vorm van aan mekaar geniete kopieën, startend met een oplage van dertig exemplaren. Na drie jaar besloot Antarctic Press om de strip als tweemaandelijkse comic uit te geven. Niet lang nadat de 21ste en laatste aflevering in 2001 verscheen bracht uitgeverij Top Shelf een 608 pagina's tellende verzamelbundel uit. Datzelfde jaar kreeg hij de Eisner (de Oscar van de strip) voor 'Talent Deserving of Wider Recognition' (talent dat meer erkenning verdient).



De Engelse uitdrukking box office poison komt uit de filmwereld. Als iemand meewerkt aan een aantal opeenvolgende commerciële flops, wordt die door bioscoopuitbaters als dusdanig gelabeld. Robinson had deze term gehoord in de klassieke film Mommie Dearest met Joan Crawford. Hij vond dat het passend was voor zijn verwachtingen over de mogelijke verkoop van zijn minicomics waardoor hij deze titel gebruikte. Het heeft dus totaal niks te maken met de inhoud. Aangezien de comic in enkele jaren wat naambekendheid had verworven, besloot Top Shelf om deze lekker klinkende titel ook te gebruiken voor het boek.



Het verhaal speelt zich af in New York begin jaren 1990 en focust zich op enkele twintigers, de meesten pas afgestudeerd. De twee belangrijkste verhaallijnen draaien rond Sherman en Ed, twee boezemvrienden. Sherman heeft Engels gestudeerd met het doel schrijver te worden. Af en toe stuurt hij wat schrijfwerk naar diverse uitgevers wat voorlopig uitsluitend resulteerde in een stapeltje afwijzingbrieven. Momenteel werkt hij om den brode in een boekenwinkel, een job die hij hartstochtelijk haat en de voornaamste inspiratie voor zijn schrijfwerk biedt. Zo bevat het boek enkele uiterst grappige pagina's vol idiote vragen door klanten, waarschijnlijk heel herkenbaar voor veel winkeliers.



Ed wil striptekenaar worden, het liefst superheldenstrips bij een van de twee grootste uitgevers. Hij woont echter nog bij zijn ouders die hem liever als opvolger in de familiezaak zien in plaats van die onrealistische ambitie na te jagen. Op een dag krijgt hij de kans om wat geld te verdienen als assistent bij Irving Flavor, een dinosaurus uit het stenen tijdperk der comics.


Box Office Poison leest als een verslavende soapserie met een hoog realiteitsgehalte waarin de levensechte personages overwinningen en ontgoochelingen beleven: het vinden van liefde, het gevoel bedrogen te zijn, de kans op een droomjob, momenten van zelfhaat,... Dit realisme wordt niet enkel gekenmerkt door de karaktertrekken maar ook door de lichamen van de personages: velen hebben een overgewicht en de vrouwen hebben meestal geen ideale cupmaat. Zo bevat het boek enkele seksscènes waarin alledaagse mensen op een alledaagse wijze er een lap op geven, zonder dat het vulgair wordt.

De auteur serveert ons een einde die zoals in het echte leven niet zo rooskleurig is als men zou willen, maar je voelt je als lezer wel gelukkig om dit boek te hebben gelezen. Het is een feest van herkenbaarheid waarbij je onverwachts een spiegel wordt voorgehouden en je bij jezelf denkt: "Verdomme, ik heb ook nog zoiets meegemaakt". Het boek werkt op die manier bijna therapeutisch.

Er zit ook nogal wat hilarische humor in Box Office Poison verwerkt. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de dolgedraaide huisbazin die aan onverdraagzaamheid ten opzichte van medebewoners een nieuwe dimensie geeft. Deze vrouw is, zoals de meeste personages evenals zijn haat ten opzichte van de job als winkelier, gebaseerd op Robinsons levenservaringen.



Het boek bestaat uit korte hoofdstukken die op zichzelf staan, maar samen één groot narratief geheel vormen. Een leuke vondst zijn de terugkerende bladzijden waarbij enkele personages een vraag voorgeschoteld krijgen.



Hoewel hij af en toe experimenteert met de bladindeling zal Alex Robinson nooit gelauwerd worden om de meest indrukwekkende strippagina's en ik zie al enkele mensen hun neus ophalen voor de zwart-wittekeningen met veel gebruik van grote zwarte vlakken. Toch zet hij alles zeer overtuigend neer met zijn charmante tekenstijl, in die mate zelfs dat je zoals bij Strangers in Paradise de personages in je hart sluit, dat je bijna een krop in de keel krijgt wanneer je het eind van het boek nadert.



Het succes van Box Office Poison zorgde twee jaar later voor de publicatie van Bop!, een 88 pagina's tellende compilatie van onder meer kortverhalen uit de comics die de bundel niet haalden.

Met de Franstalige editie De Mal en Pis (bij uitgeverij Rackham) ontving Robinson in 2005 de prijs voor beste eerste album op het stripfestival van Angoulême. Datzelfde jaar wist hij zijn grote talent te bevestigen met zijn tweede beeldroman, Tricked. Hierin lezen we het wedervaren van zes personages, elk niet gespeend van gebreken, die aanvankelijk niks met mekaar te maken hebben. De auteur laat ze op een dramatische wijze elkaars pad kruisen, vergelijkbaar met Paul Thomas Andersons briljante film Magnolia. De verhaalconstructie voelt hier meer beredeneerd aan dan bij zijn voorloper maar het boek wist me toch opnieuw te ontroeren.


In 2008 presenteerde Robinson zijn derde voltreffer Too Cool to Be Forgotten. Hierin volgen we Andy Wicks, een man van middelbare leeftijd die op aanraden van zijn vrouw onder hypnose gaat om van zijn rookverslaving af te geraken. Onverwachts herbeleeft hij een deel van zijn puberjaren in het midden van de jaren 1980. Redelijk vlug tracht hij deze ervaring te gebruiken om een fout recht te zetten en enkele gemiste kansen goed te maken. Robinson had het me weer gelapt! Het boek dat doordrenkt is van nostalgie wist, zoals zijn voorgangers, nog eens een gevoelige snaar bij mij te raken. Die loebas!

In 2009 verscheen zijn bewerking van Frank L. Baums sprookje A Kidnapped Santa Claus bij de Britse uitgeverij HarperCollins. Na een aantal valse starts heeft Robinson een tijd geworsteld met een writer's block, iets wat hem in zijn carrière al vaak parten heeft gespeeld. Gelukkig wist hij me vorige week (begin 2012) te melden dat hij nu toch al flink gevorderd is met zijn nieuwste boek voor Top Shelf dat stilistisch dicht bij zijn debuut zal aanleunen. Dit betekent echter ook dat de leuke fantasystrip Lower Regions, een op zijn website te lezen zijproject, voorlopig niet verder wordt gezet.



Tot conclusie: Box Office Poison is een graphic novel die volgens mij in geen enkele bibliotheek mag ontbreken en nog lang zijn frisheid zal behouden. Eenmaal je dit boek achter de kiezen hebt, zal Robinsons latere werk wel op je wenslijst belanden. Wie houdt van uit het leven gegrepen personages in sterke, herkenbare verhalen met verrassende plotwendingen moet bij deze man wezen.

Surf ook naar www.comicbookalex.com.
Een interessant interview over zijn carrière en werkwijze kan je op YouTube bekijken.


 
30/12
 
 
Fear Agent (besproken door Peter Moerenhout)
Sciencefiction van het interplanetaire type leunt af en toe dicht aan tegen het westerngenre. Daarmee bedoel ik niet zoiets als het tegen elkaar opzetten van cowboys versus aliens in de gelijknamige film maar eerder het mengen van sferen en stijl. Het mengen van beide genres is niet eens zo'n gek idee. Het universum en het Amerika van het wilde westen zijn immers vergelijkbaar. Zo zijn daar: het ontbreken van wetten of van genoeg wethouders, het kolonisatieaspect, afgelegen nederzettingen, premiejagers (Bobba Fett, iemand?), enzovoort. Het universum is momenteel wat het ongerepte Amerika voor de cowboys was: The Final Frontier...

De voorbeelden zijn legio: Firefly, Serenity, Star Trek, Star Wars,... Dat zijn eerder films waarin posses worden belicht. Wat ik echter nog niet al te veel ben tegengekomen, is de sciencefictionvariant van de eenzame ruiter. Het soort van zwijgzame held dat Clint Eastwood zo goed kon neerzetten. Totdat ik Fear Agent las.


Rick Remender is eenzelfde type schrijver als Jason Aaron, Jonathan Hickman en Brian Michael Bendis. Schrijvers die bij een kleinere uitgeverij een bescheiden hit te pakken krijgen en nadien door een grote uitgeverij werden opgepikt (vooral Marvel lijkt daar de laatste jaren een goed oog voor te hebben). Remender had bij Image Comics met Strange Girls en Sea of Red twee beleefde succesjes waarna hij bij dezelfde uitgeverij Fear Agent lanceerde. Naast nog wat goed ontvangen reeksen bij Dark Horse schrijft hij nu strips als Punisher, Uncanny X-Force en Venom voor Marvel. Dat de man talent heeft, staat dus buiten kijf.

Fear Agent heeft niet enkel stijlkenmerken gemeen met de western, maar heeft ook een hoofdpersonage dat je met een beetje goede wil een hedendaagse cowboy zou kunnen noemen. En dat bedoel ik letterlijk. Heath Huston is een naar alcoholisme neigende, houthakkershemden dragende trucker die ergens in het zuiden van Amerika woont. Tijdens een etentje met zijn familie barst de hel los. Een buitenaardse invasie kost het leven aan zijn vader en zoon. Heath raakt gescheiden van zijn vrouw Charlotte en slaat, nadat het menselijke ras praktisch uitgeroeid wordt, op drift in de onmetelijke ruimte. Daar zet hij het verder op een zuipen en verhuurt hij zichzelf als een galactische ongediertebestrijder om aan drinkgeld te komen. Het eigenlijke verhaal begint op dit punt. De reeks werkt zeer veel met flashbacks die soms zelfs enkele afleveringen duren. Die aanpak maakt de verhalen spannender om te volgen. De plottwists vinden immers niet enkel in het heden plaats maar ook in het verleden.



Dat spelen met tijd wordt ook tastbaar wanneer Remender met tijdreizen begint. Sowieso zit de reeks nokvol met alles wat lekker smaakt aan sciencefiction: vreemde ruimtewezens, interplanetaire oorlogen, robots en andere lasers, maar het reizen door de tijd voegt het meeste toe aan het verloop van het verhaal. Je weet als lezer nooit wie of wat je op de volgende pagina kan verwachten. De reden om al deze elementen in de strip te incorporeren is simpel: ze zijn cool. Remender zei ooit dat Fear Agent geschreven werd omdat hij vond dat sciencefiction zijn kloten kwijt was. Je kan er dus op rekenen dat Fear Agent ballen heeft.


Remender neemt naast de actie ook enkele interessante thema's onder de loep. Deze worden er niet, zoals in sommige mindere reeksen, bij de haren bij gesleurd en overgoten met een saus van moraal. Telkens als Remender er eentje aansnijdt zorgt hij ervoor dat het gebeuren vanuit de personages komt. Het alcoholisme van Heath is zo'n thema. Dat wordt de hele reeks lang vanuit verschillende hoeken belicht en eindigt op een even onverwachte manier als de reeks zelf.



Remender schrijft volbloedpersonages die geloofwaardig overkomen. Hij trekt daarvoor de grote truckendoos der scenaristen open. Zo laat hij Heath af en toe Mark Twain quoteren. Zo'n zet geeft het personage meer diepgang. Zelfs de artificiële intelligentie van Heaths ruimteschip, Annie, krijgt een zeer verassend karakter naarmate je haar leert kennen.



Ontploffingen en kwallen met helmen op, allemaal goed en wel, maar eigenlijk draait deze reeks vooral over familie en liefde. Zonder zeemzoeterig te worden (daar zorgen de bloederige karkassen van menig alien en mens wel voor) is Fear Agent ook een romantisch drama over een man op zoek naar zijn verloren liefde. Meer verklappen zou zonde zijn, maar het verhaal is er af en toe in geslaagd om mijn keel dicht te schroeven van emotie.

De tekeningen zijn van Tony Moore (The Walking Dead) en Jerome Opeña. Zij namen elk afwisselend een verhaallijn voor hun rekening. Een goede zet want beide heren kregen het later druk met allerhande high profile-reeksen voor Marvel. Hun stijl ligt dicht genoeg bij elkaar om de flow van de reeks niet te breken, maar wijkt genoeg van elkaar af om je als lezer geïnteresseerd te houden. Moore moet het meer hebben van de expressie van zijn personages terwijl Opeña meer de man is van ruwe actie. Beiden zijn tekenaars van de bovenste plank die de reeks heel wat eer aandoen.

Fear Agent is in mijn ogen het beste wat sciencefiction de laatste jaren te bieden gehad heeft en brengt ook de fun terug die het genre vanaf de jaren 1980, met al die dystopische toestanden, wat verloren lijkt te hebben. Er wordt ook niet teveel gefocust op theorieën om de wetenschap achter de technologie te verklaren zoals de laatste jaren weleens meer het geval is. Nee, de dingen zweven, ontploffen en desintegreren simpelweg. Geen gezwam.


Beschikbaarheid
Oké, even opletten nu. Fear Agent begon in 2005 bij Image en heeft daar elf nummers stand gehouden. Nadien verhuisde de serie naar Dark Horse. Dat had waarschijnlijk iets te maken met geld.
Bij Dark Horse begon men met een nieuwe nummering. Eerst verschenen Fear Agent: The Last Goodbye nummers 1 tot 4 en het one-shot Tales of the Fear Agent: Twelve Steps in One.
Nadien vond Dark Horse blijkbaar dat die oude nummering toch zo gek niet was en de volgende aflevering kreeg nummer 17 op de cover. Daarmee maakten ze Fear Agent: The Last Goodbye en Tales of the Fear Agent: Twelve Steps in One eigenlijk tot de nummers 12 tot 16.
De reeks liep dan gestaag verder tot nummer 27 in 2009. Door andere verplichtingen van de makers werd de serie toen een jaartje on hold gezet om in 2010 weer te beginnen.
De laatste afleveringen verschenen druppelsgewijs en in november 2011 verscheen het 32ste en laatste nummer.
Die Tales of the Fear Agent is trouwens een speciaal geval. Dat zijn korte verhalen die niets met de hoofdplot te maken hebben en die doorgaans draaien om jobs die Heath als intergalactisch ongediertebestrijder heeft afgewerkt.
Deze korte verhalen verschenen ook soms als backup in de normale strips of als exclusieve online content.
Meestal werden deze strips niet geschreven en getekend door Remender, Moore en Opeña maar door onbekendere helden. Laat je echter niet vangen: ook deze verhalen zijn van een hoge kwaliteit.
Ingewikkeld? 't Zal wel zijn. Gelukkig heeft Dark Horse alles in overzichtelijke bundelingen gegoten.
• Re-Ignition - Fear Agent nummers 1-4
• My War - Fear Agent nummers 5-10
• Fear Agent: The Last Goodbye nummers 1-4
• Hatchet Job - Fear Agent nummers 17-21
• I Against I - Fear Agent nummers 22-27
• Out of Step - Fear Agent nummers 28-32 (verschijnt in mei 2012)
• Tales of the Fear Agent: backupverhalen van Fear Agent nummers 5-11, verhalen van MySpace Dark Horse Presents nummers 3-4 en Tales of the Fear Agent: Twelve Steps in One.



Favoriete scène
Zoals meestal zou mijn eigenlijke favoriete scène teveel spoilers bevatten. Daarom laat ik je achter met een scène uit de eerste aflevering die illustreert waar Fear Agent in excelleert: actie, een coole voice-over en een verassende wending.










MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
15/12
 
 
Les Melons de la Colère (besproken door David Steenhuyse)
Nog voor zijn werk vertaald raakte, was ik al verslingerd aan Bastien Vivès. De cover van zijn eersteling Meisje(s) viel op door het dansende meisje met de grote borsten. Niet dat dit hèt koopargument was, maar 't hielp dus toch om m'n aandacht te trekken. In dat album kloeg het personage Alice nog over die te zware borsten. Ook in Vivès' nieuwste, Franstalige album Les Melons de la Colère speelt een meisje mee met overmatig zware borsten. Maar zoals we Vivès kennen uit De Smaak van Chloor, In Mijn Ogen, Innige Vriendschap en Polina is Les Melons de la Colère allerminst poëtisch-bedeesd, het is extreem-vernederend en zorgde voor een kleine polemiek op diverse Franstalige websites en stripforums. Samenvattend werd Les Melons de la Colère als volkomen immoreel beschouwd en Vivès slechte smaak verweten.

Les Melons de la Colère verscheen als pocket bij het Franse uitgeverijtje Les Requins Marteaux, dat Pieter De Poorteres Boerke uitgeeft onder de reeksnaam Dickie. In de collectie BD-Cul is het pas het vierde boekje. Het oogt als een Italiaans sekspulpboekje waarvan er ook in het Nederlands in de jaren 1970 en 1980 tientallen van verschenen, genre Lucifera, Jolanda en andere vrouwennamen die meestal met de letter A eindigen. Seks in al zijn platvloersheid komt ook voor in Vivès' boekje, zonder expliciete penetraties evenwel. De collectie BD-Cul is namelijk opgevat als parodie op die ouwe seksboekjes, fake advertenties incluis. Toch is de seks in Les Melons de la Colère niet van het soort waar een gezonde manskerel een stijve van krijgt... integendeel, het is een stamp in de ballen.



Boerendochter Magalie is gezegend met een ferme bussel hout voor de deur. Zij lijdt onder het gewicht en heeft het momenteel moeilijker dan ooit om mee te kunnen helpen om bijvoorbeeld de koeien te melken. Ze klaagt dat haar boezem haar het leven onmogelijk maakt. Haar vader is een stugge man die in zijn jeugd met dokters te maken kreeg waardoor hij "die charlatans" niet op zijn erf wil verwelkomen. Maar Magalies moeder zet door. Hoewel er geen geld voor is, schakelen de ouders een dokter in. Als lezer zie je meteen dat zijn behandeling onorthodox is... Hij neukt haar tussen de borsten. De dokter dringt eropaan om er een specialist bij te halen. Terwijl Magalies ouders zich zorgen maken over het geld dat dit hen zal kosten, misbruiken nu twee mannen tegelijk de onschuldige Magalie, opnieuw uit het zicht van haar ouders. En opnieuw is er nood aan extra hulp uit de medische wereld. Aan de eettafel zegt Magalie tegen haar vader dat ze de methodes bizar vindt. "Ze doen rare dingen met me", voegt ze er eraan toe. Maar papa stelt zijn dochter gerust, het zijn dokters die beter weten wat goed voor haar is.



's Anderendaags demonstreert Magalie in de koeienstal bij haar jongere broertje Paul wat de dokters precies met haar uitvoeren. Ook Paul is uitgerust met een bovenontwikkeld orgaan. Hij draagt een monsterlijk wapen tussen de benen... Even rewinden: je leest het goed, we hebben hier te maken met incest tussen twee minderjarigen. Kort daarop bezoeken Magalie en haar moeder de burgemeester. Ze storen 'm net terwijl hij masturbeerde. Hij kan amper zijn ontblote penis wegstoppen. Vervolgens komt de ene notabele na de andere binnensijpelen om Magalie te komen 'helpen'. Omwille van het medisch geheim moet Magalies moeder buitenblijven terwijl haar dochter in serie wordt bestegen door een vijftiental heren zonder schroom. Het is een ongeoorloofde gangbang waarbij Magalie het langs alle kanten moet ontgelden.


Aan de ontbijttafel verklaart ze beschaamd dat ze niet meer terugwil. Ze somt in detail op wat de notabelen in de stad haar aandeden. Haar vader wordt furieus en zweert dat ze zullen boeten. Op zolder haalt hij een stokoud fototoestel tevoorschijn en laat zijn dochter nog eens alle vernederingen doorstaan terwijl hij door een raampje alles op de gevoelige plaat legt. Met deze bewijzen stapt het gezin een supermarkt binnen om de foto's op internet te laten plaatsen. Maar de winkelier kan hen niet helpen want het boerengezin heeft geen internetverbinding, geen website of blog, zelfs geen telefoon en ook de foto's kunnen niet ontwikkeld worden. Op weg naar huis slaan de stoppen bij de vader door. Hij had zijn dochter beloofd dat ze zouden boeten, en dat zullen ze doen ook!



Je begrijpt vast wel dat lezers zich stoorden aan de inhoud van het boekje. Dit is geen verhaal dat in de Zwarte Reeks van Sombrero past, ook al zijn er daar plenty verhalen die steunen op onderwerping, vernedering en andere gelijkaardige fantasmen. Vivès heeft het talent om mensen met waarachtige emoties neer te zetten, mensen om wie je geeft of met wie je makkelijk kan meeleven. Vreemd genoeg lukt hij daarin zonder al te veel gelaatsuitdrukkingen te tonen. Als lezer vul je die automatisch zelf in waardoor je eigen betrokkenheid vergroot wordt.

Hier is er echter geen sprake meer van fantasietjes, 't leest als bittere realiteit. Dat lezers zich daardoor geschandaliseerd voelen, is een rechtstreekse confrontatie met hun eigen onmacht om in te grijpen. Je wil niet dat Magalie — voor wie het overigens goed afloopt — een dergelijk drama overkomt. Elke keer je een blad omslaat, vergroot jouw schuld als deelgenoot in de schanddaden.



Door haar jonge onschuld en de vuige sekspartijen waarin Magalie het object is voor lustige oudere heren, slingerden lezers gemakzuchtig met termen als pedofilie. Dat Vivès het ook nog eens waagde om het landbouwersgezinnetje te portretteren als achtergestelde boerkes, met aan de andere kant de rijke bourgeoisie die enkel maar slecht kan zijn, gaf aanleiding tot nog andere dicussies. Het recht op vrije meningsuiting kwam er zelfs aan te pas. Grappig alleszins om dergelijke forumdiscussies, die even snel rijzen als ze weer uitdoven, te volgen waarin vergelijkingen en voorbeelden uit andere œuvres erbij worden gesleurd. Om er maar enkele te noemen: Gotlibs Rhaa Lovely, Victor Hugo's Les Misérables met een scène waarin Jean Valjean zich laat pijpen door het hoertje Cosette, Milo Manara, Dany, Serpieri en godbetert Jezus Christus. De vraag is welke auteurs te ver durven gaan en welke niet, en wie die grenzen bepaalt.

Ik onthoud één iets: Bastien Vivès presteert het andermaal om een album te publiceren waar je niet onbewogen bij blijft. Hopelijk om de juiste redenen.


 
08/12
 
 
Courtney Crumrin (besproken door Arnout Capiau)
Het gebeurt niet elke dag dat de hoofdrol in Noord-Amerikaanse comics wordt gespeeld door een meisje. Het doorsneepubliek bestaat altijd uit adolescente jongens (hoewel dat tegenwoordig misschien niet helemaal de realiteit meer is) en dus zijn de protagonisten 'logischerwijs' voor hen beter identificeerbaar als het om mannen gaat. Niet noodzakelijk iets waar ik mee akkoord ga, maar da's een discussie voor een andere keer. Een meisje in de hoofdrol, hoe dan ook, je ziet het niet vaak. Als dat dan bovendien een koppig, onstuimig en mateloos interessant figuurtje is, dan is ondergetekende gemakkelijk verkocht. Maak kennis met Courtney Crumrin van Ted Naifeh.


Een jong meisje, wiens ouders de magische elementen om zich heen niet kunnen of willen zien, hints naar een familieverleden met magie, queestes, monsters en een onmetelijk coole, oude oom die alles zoveel beter weet, maar niet met een vervelend nichtje wil omgaan en haar al zeker niks wil leren over hoe de wereld echt in elkaar zit. En gelijk heeft hij, want Courtney is onverantwoord en onstuimig, ze denkt niet na voor ze op iets reageert, en dat heeft wel eens desastreuze gevolgen. Maar over het algemeen is ze wel de klassieke pre-tiener die net dat beetje slimmer is dan de volwassenen, die van net genoeg gezond verstand is voorzien om door achterbakse plannen te zien en het niet nalaat dat te laten horen.



Alsof dat alles natuurlijk nog niet genoeg was, is onze neusloze protagonist (don't ask) bovendien pas verhuisd met haar ouders naar het statige landhuis van oom Aloysius ergens in het Amerikaanse achterland, en dat betekent natuurlijk dat de hele omgeving vreemd is voor Courtney. Op school is ze dan ook meteen de vreemde nieuwe, die niet bij de populaire kinderen terecht komt. Je hebt het begrepen, klassieke elementen voor een leuke reeks vol verrassende wendingen en nieuwe ideeën over oude monsters.

In het voorwoord van het eerste volume heeft Ted Naifeh het ook nadrukkelijk over de kinderverhalen die hem hebben helpen grootbrengen, die hem toonden hoe de wereld in elkaar zat, en hoe die wereld allesbehalve de Disney-versie is, maar dikwijls een lelijke plek waar je er op de slechtste momenten alleen voor staat. Die traditie wil hij verderzetten: eerlijke, boeiende verhalen, niet alleen voor kinderen, maar in eerste instantie wel met hen als publiek in gedachten. Het resultaat is een stripreeks die (het wordt een cliché, maar zo gaat dat) jong en oud met plezier zal lezen, daar verbaasd door zal zijn en zal aangrijpen.

Alle verschenen delen zijn door Naifeh getekend, een auteur die overwegend in zwart-wit gepubliceerd is bij Oni Press. Je zal als potentiële lezer dus wel dat vooroordeel opzij moeten leggen. Zijn stijl houdt een illegitieme liefdesrelatie in stand met karikaturaal cartooning, maar komt zo tot een uniek en uiterst leesbaar liefdeskind. Courtney zelf bijvoorbeeld, heeft een vreemd rond hoofd, pupilloze zwarte ogen en geen neus. Daardoor ziet ze er natuurlijk wat gek uit, maar ze past volledig in de omgeving die Naifeh ondertussen voor haar bouwt. Bovendien hebben alle personages in ongeveer al Naifehs boeken maar vier vingers. Geen idee waarom, maar zo gaat dat. Move over Mickey!

De reeks ligt ondertussen al een tijdje stil. Het laatste materiaal dateert van 2009, maar ik twijfel er niet aan dat er meer in aantocht is. Op dit moment zijn er bij Oni Press vier volumes in mangaformaat verkrijgbaar:
• Volume 1: Courtney Crumrin and the Night Things
• Volume 2: Courtney Crumrin and the Coven of Mystics
• Volume 3: Courtney Crumrin in the Twilight Kingdom
• Volume 4: Courtney Crumrin's Monstruous Holiday (bundeling van de one-shots Courtney Crumrin and the Fire Thief's Tale en Courtney Crumrin and the Prince of Nowhere)

En er zijn ook nog one-shots in comicformaat (ook van Oni Press):
• Courtney Crumrin Tales: A Portrait of the Warlock as a Young Man
• Courtney Crumrin Tales 2: The League of Ordinary Gentlemen

Een goeie vriend van me, die veel bedrevener is in het afschuimen van bestelcatalogi, wees me erop dat Oni in februari 2012 (of rond die tijd) een nieuwe editie van Courtney Crumrin plant. Dit keer in harde kaft, en wellicht het eerste van twee dergelijke volumes. Van Naifeh heeft Oni ook het voortreffelijke Polly and the Pirates in de aanbieding waarvan een tweede volume met een andere tekenaar in januari moet verschijnen.

Surf ook naar tednaifeh.com









 
24/11
 
 
Finder (besproken door Peter Moerenhout)
Finder is geen normale comic. De reeks wordt al vijftien jaar geschreven, getekend, geïnkt en geletterd door één en dezelfde vrouw, het is een indiestrip die al zeven nominaties voor een van de belangrijkste Amerikaanse stripprijzen, de Eisner Awards, in de wacht sleepte en tot voor kort verscheen de reeks volledig in zwart-wit. De maakster, Carla Speed McNeil, is het perfecte voorbeeld van iemand met visie en genoeg koppigheid om haar eigen ding te blijven doen wars van alle trends. Meer nog: ze heeft zoveel talent dat de stripwereld niet rond haar heen kan kijken en haar de lof moet toedichten die ze verdient. Scott McCloud noemt Finder "The best comic you've never read". Warren Ellis is een fan. Nu jij nog.

Moesten we strikt zijn dan zouden we de reeks sciencefiction noemen, maar genres zijn slechts door marketing en oogkleppers gehanteerde labels en Finder is zoveel meer. McNeil zelf noemt haar reeks "Aboriginal science fiction". Die vlag dekt de lading al wat meer, maar is wat mij betreft nog steeds ontoereikend om de reeks te duiden. De strip speelt zich inderdaad in de toekomst af, maar verwacht geen laserpistolen, ruimteschepen, tijdreizen of andere Darth Vaders. We spreken hier over een vrij dystopische toekomst, de overblijfselen van een beschaving die op technologisch gebied duidelijk ooit verder stond dan de onze, maar die nu gedevalueerd is naar een maatschappij die een deel van de eigen technologie niet eens meer begrijpt of kan repareren.



In Finder leven de mensen in grote overkoepelde steden of zwerven ze daarbuiten rond in nomadische stammen. "Mensen", zeg ik, maar de wereld wordt evengoed bevolkt door intelligente hybrides van mens en dier. De bevolking leeft onderverdeeld in klassen die elk hun eigen tradities, klederdracht en gewoontes hebben. Zelfs de meeste jobs zijn voorbehouden voor mensen van een bepaalde klasse.

In die beide gegevens, sociale omgang en technologie schuilt de kracht van Finder. De invloed die technologie op maatschappij heeft en omgekeerd is de kern van Finder: websurfen terwijl je slaapt, vliegende camera's die ongelimiteerd beelden schieten van alles en iedereen en daar films van maken, mediamoguls die, met gebruik van jouw virtuele evenbeeld en zonder je iets te vragen of te betalen pornofilms verkopen met jou in de hoofdrol, dit soort toestanden zijn bon ton in deze toekomst.


Zeer interessant allemaal, maar daar houdt het niet op. Finder gaat over omgaan met elkaar en andere culturen. Het botsen van gebruiken, onbegrip voor wat anders is en onwetendheid of juist nieuwsgierigheid naar elkaar: allemaal aanwezig.

Dit soort thema's zijn natuurlijk niet nieuw maar McNeil slaagt erin om extreem origineel te zijn in het bedenken van de culturele aspecten van de verschillende klassen en stammen en de toepassingen van de futuristische technologie. Ze gaat ook in de clinch met onderwerpen die andere strips vaak uit de weg gaan zoals racisme en vooral ook seks. "Racisme", zeg je, "dat komt toch voor in vele strips?" Dat is waar, maar doorgaans gebeurt dat op een veilige en betuttelende manier genre "racisme is stout". McNeil bekijkt elk onderwerp van verschillende kanten en stelt de vragen die een ander niet durft stellen.

De oplettende lezer heeft door dat ik nog geen personages besproken heb. Dat komt omdat er: a. veel te veel zijn en b. in elke nieuwe verhaalcyclus andere steden, personen of gebieden besproken worden. Er is wel een soort hoofdrolspeler, een enigmatisch man genaamd Jaeger, die in alle verhalen voorkomt maar hij dient in sommige verhalen slechts als rode draad. In bepaalde cycli komt hij amper enkele pagina's voor.


Ook dat is een bewijs van de kracht en gedurfdheid van de reeks. McNeil schrijft en tekent waarover ze het op dat moment wil hebben en gebruikt de fictieve wereld die ze stap voor stap opbouwt als haar canvas. Dat is ook de reden dat de term sciencefiction niet toereikend is. Elk verhaal in de reeks valt onder te verdelen in een ander genre: romantiek, een moordmysterie, fabels en sprookjes, een (zeer eerlijke) psychologische ontleding van het karakter van enkele vrouwen, enzovoort.
 
McNeil hanteert een prachtige stijl met volle lijnen en rasters die je doet vergeten dat je een zwart-witstrip zit te lezen. Haar tekeningen en bladspiegel zijn helder als het klaarste bronwater. Ze heeft tevens de neiging te experimenteren met ritme, tekstballons en alle andere stijlkenmerken van het stripmedium maar doet dat nooit zonder reden. Telkens weer weet ze die experimenten naadloos in te passen in het verhaal. Ik heb in deze comic verhaaltechnieken gezien die ik nog nergens anders ben tegengekomen, en dat wil wat zeggen.


Ik heb de hele reeks er in enkele weken doorgejaagd en zo viel ook op hoe snel McNeils stijl blijft verbeteren en groeien. Als je het eerste verhaal naast het laatste legt, zie je een wereld van verschil qua kwaliteit en dat terwijl die eerste verhalen al een meer dan middelmatig niveau haalden.

Toch nog even een waarschuwing — die voor sommigen onder jullie hopelijk net een impuls tot lezen zal zijn — dit is geen makkelijke reeks. McNeil volgt nooit het pad dat rechtdoor loopt. De verhalen meanderen van personage naar personage en van subplot naar subplot. Vele gebeurtenissen of gebruiken legt ze ook niet uit, soms met de belofte dat ze dat later zal doen, soms ook niet. De verhalen zijn enorm gelaagd, veelal rijk aan tekst en het merendeel is niet wat het lijkt. In de gebundelde edities zijn achteraan voetnoten opgenomen waarin McNeil pagina per pagina, en soms plaatje per plaatje, toelichting geeft. Die voetnoten zijn een zeer handig instrument dat je als lezer zeker niet links mag laten liggen. Finder is ook geen reeks waar je door raast. Af en toe moet je het boek neerleggen om de inhoud te laten bezinken. Bezint dus eer ge hieraan begint.



Is dat allemaal geen belet voor je, hou je van echte personages en mensen en van fictie die even grillig en onvoorspelbaar als het echte leven zelf is? Of misschien heb je graag iets te lezen dat je tot denken aanzet door middel van intelligent en humorvol geconstrueerde metafictie? Dan raad ik jou van ganser harte deze reeks aan.


Favoriete scène
Geen favoriete scène deze keer omdat door de verscheidenheid aan onderwerpen niets echt representatief is voor deze reeks, omdat ik niet kan kiezen en omdat ik geen scans vind en mijn boeken niet kapot wil maken door ze zelf in te scannen.


Beschikbaarheid
Van 1996 tot 2005 kwamen er van Finder 38 aparte deeltjes uit. Die deeltjes bracht McNeil uit via een eigen uitgeverij, Lightspeed Press, en zijn amper nog te krijgen. Gelukkig geeft haar uitgeverij ook bundelingen uit. De bundelingen zijn, tenzij anders vermeld, softcovers.
• Sin Eater Vol 1. (#1-7)
• Sin Eater Vol. 2 (#8-14)
• Sin Eater compleet hardcover (#1-14 + nr. 22)
• King of the Cats (#15-18)
• Talisman (#19-21)
• Dream Sequence (#23-29)
• Mystery Date (Mystery Date #1 & 2 Finder #31)
• The Rescuers (#32-37)
• Five Crazy Women (#30 & 38 met materiaal van op de blog van McNeil)

McNeil vond vervolgens onderdak bij uitgeverij Dark Horse en zal niet meer via haar eigen imprint uitgeven. Dark Horse gaf prompt twee Library Editions uit van al haar werk en die zijn ten zeerste aan te raden:
• The Finder Library Vol. 1 (#1-22)
• The Finder Library Vol. 2 (#23-38)

Een gevolg van deze edities is dat McNeil de stock die ze nog liggen heeft van de aparte bundelingen nu aan dumpingprijzen verkoopt: shop.lightspeedpress.com
Het blijft wel het voordeligste om de Library Editions te kopen, maar we zijn hier ook om de compleetheidfreaks te dienen.


Na nummer 38 beslo
ot McNeil om verder werk op haar blog te posten en de verhalen later meteen uit te geven in één boek. Daarvan is al één zo'n boek gepubliceerd, eveneens bij Dark Horse. De verhalen op haar blog zijn doorgaans ongeïnkte potloodversies die ze pas inkt en afwerkt voor de boeken.
• Voice (materiaal van op de blog van McNeil)

Momenteel is McNeil aan twee verhalen bezig die later gebundeld zullen worden:
• Torch, te lezen op haar blog: www.lightspeedpress.com
• 3rd World: te lezen in afleveringen in het magazine Dark Horse Presents en het eerste verhaal in kleur.

MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
28/10
 
 
Atar Gull (besproken door David Steenhuyse)
28 miljoen Afrikanen, dat is het geschatte saldo zwarten dat in de voorbije eeuwen uit het zwarte continent werd geroofd om hen als slaven te kunnen verhandelen. Amper 9,6 miljoen Afrikanen kwamen 'gezond en wel' aan op de plaats van bestemming. De rest stierf tijdens de lange zeetocht vol ontberingen, uitbrekende ziektes en een repressieve behandeling van de handelaars. Vooral Europese volkeren hadden er een handje van weg om zich met deze legale handel in te laten. In 1848 hielden de Fransen ermee op, een beetje later gevolgd door de Engelsen en na de Amerikaanse Burgeroorlog ook de Amerikanen. Niet dat het fenomeen inmiddels is uitgeroeid, maar tegenwoordig gebeurt mensenhandel toch in het illegale circuit. Een goeie dertig jaar nadat François Bourgeon zijn personages uit Kinderen van de Wind met de slavenhandel in contact bracht, verschenen de voorbije maanden drie Franstalige albums die zich over dit mensonwaardige hoofdstuk van de geschiedenis bogen. Een ervan komt van Joann Sfar (Les Lumières de la France), een ander is Atar Gull van Brüno en Fabien Nury (W.E.S.T., Er Was Eens). En oh boy, wat laat Atar Gull een verpletterende indruk na! Verschillende Franse stripvakbladen maakten meerdere pagina's vrij voor Atar Gull dan wel diens auteurs.

In 1831 publiceerde Eugène Sue een verhaal over de trotse, sterke slaaf Atar Gull, de zoon van een koning, die sinds zijn gevangenschap op wraak is belust. De uitoefening van zijn ultieme vergelding laat hij sudderen, jarenlang.
Dat verhaal bewerkte Fabien Nury tot een one-shot. Waarom? Omdat de roman hem uitermate choqueerde. Bij elke pagina en bij elke daad van Atar Gull vroeg Nury zich vrewonderd af: "Nee, dat zal hij toch niet doen!" En hij deed het, nog erger dan Nury verwachtte. Het verhaal laat zich evenwel niet lezen als een variant van Spartacus met een rebellerende slaaf, maar veeleer als de kiene graaf van Monte Cristo die eerst sympathie en respect afdwingt alvorens nog vernederender toe te kunnen slaan.



Het verhaal is opgedeeld in twee hompen, bijna twee volwaardige vervolgalbums die samen een tweeluik vormen. Maar je krijgt het hele verhaal als een one-shot van 88 pagina's opgelepeld. En slikken zal je! In de proloog bewenen stamleden rond een kampvuur het gemis van hun geroofde mannen, vrouwen en kinderen. De kleine Atar Gull stelt zich vragen bij al dat verdriet. Zijn vader probeert het voor hem uit te leggen. Een vijandige stam organiseert de rooftochten. In ruil krijgen de jagers geen kraaltjes en spiegeltjes, maar geweren, buskruit en juwelen. Wie nu eigenlijk wie gevangen neemt en aan de blanken aanbiedt, kan deze laatsten geeneens schelen, zolang ze hun 'marchandise' maar krijgen. Ze zijn al blij dat ze elkaars gevangenen niet meer opeten zoals tevoren blijkbaar het geval was. Nu goed, Atar Gull vraagt waarom zijn vader met de stamleden meehuilt. "Omdat... ik hun chef ben. Hun lijden is ook het mijne. En jij, mijn zoon, wil jij je tranen niet delen met je volk?" Inzoomen op de kwaaie blik van Atar Gull die de dure eed zweert: "NEE. Ik, Atar Gull, ik zal nooit wenen. NOOIT". Wie feeling heeft voor verhaalopbouw weet dat hij wel degelijk tranen zal laten. Dat doet hij op het enige juiste moment dat van een strip zoals deze een onvergetelijk album maakt. Het verscheen bij Dargaud in de collectie Long Courrier waarin ook al de oorspronkelijke edities van Over de Grenzen van de Tijd... verschenen.

In het eerste hoofdstuk is de wat brave kapitein Benoît belast met het vervoer van slaven van Afrika naar Jamaica. Hij kijkt eropneer, maar hij kan niet anders. Ondertussen uit hij zijn twjfels, zijn argumenten om het voor zichzelf te verantwoorden en zijn liefdeswoordjes voor het portret van zijn geliefde, de mooie Catherine. Elders weigert hij een nacht met twee mooie slavinnetjes omdat hij een trouwe echtgenoot is. Dat lieve dametje van hem laat zich op het thusifront dan wel achterwaarts pakken voor het portret van haar man, maar dat weet de kapitein dus niet. Tussen het lot slaven zit een boomlange slaaf die extra stevig is vastgebonden. Door zijn spieren kan hij doorgaan voor een Mandingo-slaaf, het equivalent van een parmaham onder de hammen, waardoor hij meer kan opbrengen.



Tijdens de overtocht wordt het schip gekaapt. De lading wordt overgenomen. de bemanning grotendeels afgeslacht en de kapitein aan een zwarte stam kannibalen gevoerd. Nu heeft Atar Gull met een nieuwe tegenstander te maken: kaperkapitein Brulart. De kaperkapitein voelt zich bedreigd door de uitdagende blik van Atar Gull die zich evenwel meteen voor zijn voeten werpt als een laffe hond. Hier start zijn persoonlijke kruistocht. En hoe wreed Brulart wel is, wordt kort daarop aangetoond met een verschrikkelijke situatie. Omdat een matroos zich vergreep aan een zwarte slavin, sluit hij de matroos op in een kooi die hij op de oneindige zee te water laat. In de drijvende kooi zitten twee rottende lijken van door ziekte gestorven slaven. Wanneer de kooi later wordt opgepikt door een schip van de Engelsen, blijkt dat de matroos in leven bleef door van de lijken te eten. De Engelsen zetten de achtervolging in, maar Brulart maakte van het gekaapte schip een booby trap.



In deel 2 schuilt de sterkte van het album. Atar Gull wordt op een markt voor ezels en slaven gekocht door plantage-eigenaar Tom Will. Binnen de gegeven omstandigheden is hij een fijne baas. Hij behandelt de slaven correct zolang ze zich aan de regels houden. Maar als een slavinnetje op het punt staat haar interesse in Atar Gull kenbaar te maken, sukkelt ze met haar rechterarm tussen twee roterende stenen in een graanmaalderij. Om haar leven te redden, hakt Atar Gull haar arm af. Tom Will ziet erop toe dat ze verzorgd wordt, maar beveelt ook om de slaaf te straffen met tien zweepslagen voor het beschadigen van zijn eigendom. Deze straf valt ook de slavin te beurt "van zodra ze weer beter is want het is haar fout." Ondanks dit 'akkefietje' ontwikkelt Atar Gull zich als een modelsaaf. Tom heeft alle respect voor het levende voorbeeld voor zijn andere slaven. Hij schenkt zijn favoriete slaaf zelfs een duur horloge als teken van dankbaarheid en waardering. Ondertussen heeft Atar Gull een kind gekregen met het slavinnetje van wie hij het leven redde. In de eerste fase van zijn masterplan voor de wraak op zijn vermoorde vader doodt hij de dochter van Tom Will waardoor zijn echtgenote zelfmoord pleegt. Atar Gull vergiftigt vervolgens een drinkwaterput die niet alleen het leven kost aan de veestapel, maar ook aan vele slaven... en zijn eigen zoontje. Een brand maakt het compleet. Tom Will keert verslagen als een hond huiswaarts, naar het koude Frankrijk. Atar Gull schonk hij de vrijheid, maar hij verkiest bij zijn meester te blijven. De waarheid over Atar Gull kent Tom Will nog niet. Het planetje van Atar Gull lijkt te lukken. Hij is nog één stap verwijderd van de ultieme wraakactie. Bepaalde omstandigheden en evoluties leiden tot de vraag: waartoe diende een leven lang vol gekoesterde wraak? En Is Atar Gull niet het ware slachtoffer van zijn plannen?... Niemand ontkomt zijn lot in dit verhaal, maar hoe en in elke volgorde is bepalend.



Atar Gull
leest vooreerst als een verbijsterende psychologische thriller... psychopatisch zelfs. Pas op het tweede plan geldt het als een aanklacht tegen de slavenhandel. In dat gezelschap bevinden zich ook al films en tv-reeksen als Amistad en het inmiddels gedateerde (want tergend traag durende) Roots over het ware levensverhaal van Kunta Kinte en zijn nageslacht. Daarin zitten ook wraakroepende situaties. Atar Gull overtreft dat precies nog eens en bedient zich ook van historische feiten. Als een slaaf betrapt werd tijdens een ontsnappingspoging kregen de eigenaars van de Jamaicaanse regering een beloning en hadden ze het recht om de slaaf op te knopen, zolang er twee getuigen waren van de ontsnappingspoging... tja, het was een gangbare praktijk om zich op een bedrieglijke manier van zieke slaven te ontdoen en er nog een premie voor op te strijken... Het overkomt Atar Gulls vader in dit verhaal.



De tekenstijl van de in Duitsland geboren Fransman Brüno oogt eenvoudig. Er is nog geen enkel album van hem vertaald terwijl hij toch al vijftien kortlopende projecten achter de rug heeft. Een ervan is een atypische bewerking van Jules Vernes kapitein Nemo uit 20.000 Mijlen onder Zee. Mocht Atar Gull ooit vertaald raken, dan zullen er niet veel zijn die het voor de tekentsijl zullen kopen, daar ben ik nu wel zeker van. Maar de stijl en het primaire kleurengebruik bevorderen wel de leesbaarheid. Wie enkel de tekeningen 'leest' zonder de tekst, zou in principe het verhaal ook kunnen volgen. De acties, reacties en expressies zijn veel- zoniet àlleszeggend.

Gemakshalve gooien we de bloemenruikers naar Fabien Nury die de essentie van de originele roman wellicht goed heeft weten te capteren. Het resultaat is sowieso een memorabel verhaal, een straf voorbeeld van hoe de condition humaine terug kan vallen op extreme instincten zonder mededogen. Het verhaal bljft nog lang nazinderen nadat je het album voorzichtig en traag hebt dichtgeklapt.


 
20/10
 
 
Hellblazer (besproken door Peter Moerenhout)
Geen afgerond verhaal, al meer dan 280 gepubliceerde afleveringen en tientallen verschillende auteurs die al aan de reeks gewerkt hebben: de serie Hellblazer is niet meteen een voor de hand liggende keuze voor deze rubriek. Of voor mij. En toch zijn er extreem goede redenen om jou deze reeks aan te raden. Te beginnen met het hoofdpersonage: John Constantine. (Spreek uit: "Constantaain" en niet "Constantien" zoals in de vrij middelmatige verfilming).


John Constantine is een magiër van in de vijftig. Niet echt een omschrijving die je naar de reeks zal lokken, me dunkt. Gelukkig is Constantine eveneens een kettingrokende, borderline alcoholische, semicynische Brit. In deze reeks over magie geen toverstafjes of twinkelende elfjes, maar een vieze, oude regenjas en kannibalistische kobolden.

John Constantine is een personage dat door Alan Moore in 1988 werd geïntroduceerd tijdens zijn legendarische run voor de serie Saga of the Swamp Thing. Constantine was toen een kerel van eind de dertig, een schimmig personage dat Swamp Thing manipuleerde voor zijn eigen doeleinden. Moore en toenmalige tekenaar Rick Veitch baseerden de looks van het personage op Sting, de leadzanger van The Police. Gelukkig is die gelijkenis in de loop der jaren wat verwaterd.


Constantine had zoveel succes dat hij een spin-off-serie kreeg. Iets dat in de kringen van comics meer regel dan uitzondering is. Het bijzondere is dat Moore de schrijver van die spin-off zelf mocht kiezen. Moore koos voor zijn vriend Jamie Delano, eveneens een Brit. En de traditie van Britse schrijvers die aan deze reeks werken is er een waar tot op heden slechts zelden van afgeweken is.

Het succes van Moores Saga of the Swamp Thing zette een jonge redactrice van DC Comics, de uitgever van deze strips, ertoe aan om steeds meer Britse schrijvers in te huren om Amerikaanse comics te schrijven. Ze vond hun manier van schrijven "verfrissend, edgier en intelligenter". Ze haalde schrijvers als Neil Gaiman, Grant Morrison en Peter Milligan aan boord van de uitgeverij en stond zo aan de wieg van de invasie van Britten in de Amerikaanse comicmarkt in de jaren 1980.


Het feit dat de series edgier waren, maakte wel dat vele titels het opschrift "Suggested for mature readers" opgespeld kregen. In 1993 werd bijgevolg een voor de wereld der comics historische beslissing genomen: de imprint Vertigo werd opgericht met Karen Berger aan het hoofd. Vertigo was om tal van redenen een belangrijke stap vooruit voor de industrie. Zo waren de comics die zij uitbrachten expliciet bedoeld voor een ouder publiek. Andere, kleinere uitgeverijen hadden daarvoor natuurlijk al volwassen materiaal uitgebracht maar de grote uitgevers richten met series en personages als Superman en Spider-Man hun pijlen doorgaans op alle leeftijden.

Een andere innovatie waren de contracten voor de auteurs. Omdat hun strips zo succesvol waren en omdat ze Karen Berger achter zich hadden, konden de stripmakers betere voorwaarden afdwingen, zoals een percent op de verkoop en het behoud van de rechten op hun creaties. Tegenwoordig, na de overname van DC Comics door Warner Bros., is men in het teken van de heilige Dollar, of wat had je gedacht, bezig aan een afkalving van al waar Vertigo ooit voor stond.

Vertigo herbergde toen het debuteerde zeven reeksen, waaronder klassiekers als The Sandman en het eerder vernoemde Saga of the Swamp Thing. Het feit dat de meeste stripmakers de rechten op hun personages konden behouden, zorgde ervoor dat het gros van de stripreeksen die door Vertigo gepubliceerd werden een afgerond einde kenden. Zo niet met Hellblazer, het personage werd immers gecreëerd vóór de betere contractvoorwaarden bestonden en de reeks Saga of the Swamp Thing was sowieso eigendom van de uitgeverij dus Constantine werd dat ook. Mede daardoor is Hellblazer de enige reeks die vanaf de start van Vertigo tot op de dag van vandaag maandelijks werd uitgegeven.


Een andere reden voor die lange geschiedenis is de constante kwaliteit van de reeks. Een stripreeks overleeft geen 23 jaar als ze niet deugdelijk is. In de lange geschiedenis van de reeks zijn er al tal van personeelswissels geweest op creatief vlak, maar Karen Berger lijkt er over te waken dat de makers en hun verhalen op een constant hoog niveau blijven. Ik ken geen enkel andere reeks die op een totaal volume van zoveel afleveringen, zoveel kwaliteit aflevert.

Elk team geeft uiteraard een andere smaak mee en ook de tijdsgeest heeft een grote invloed. Het kan dus zijn dat sommige periodes uit de reeks je niet zozeer zullen smaken als andere. De eerste veertig nummers van Jamie Delano zijn bijvoorbeeld toegespitst op het Groot-Brittannië van de jaren 1980, zijn afgrijselijk ingekleurd, zoals bij bijna alle Vertigo comics uit die periode, en zijn zeer, zeer tekstgericht. Ik kan dat behappen, maar ik vermoed dat de meeste lezers het meer zullen hebben voor later werk.

De hoogtepunten tot hiertoe waren voor mij de runs van Garth Ennis (Preacher, The Boys), Warren Ellis (Transmetropolitan, The Authority, Planetary), Brian Azzarello (100 Bullets) en de huidige schrijver, Peter Milligan (Shade the Changing Man, Human Target, Greek Street). Elke schrijver en elke tekenaar heeft een andere invalshoek en dat zijn er teveel om hier te beschrijven en op te sommen dus laat ik het gewoon over de sterke punten van het personage en de reeks op zich hebben. Het is ook zo dat de tekenstijl zodanig varieert dat er geen lijn in te trekken valt: van realistisch (Leonardo Manco) naar iets dat dicht bij klare lijn aanleunt (Marcelo Frusin) en heel soms zelfs neigt naar een impressionistische LSD-stijl (Simon Bisley).


Constantine zelf is een van de meest charismatische personages ooit gecreëerd voor comics. Hij is intelligent, zeer grappig en op het eerste gezicht ook cynisch tot op het bot. Het prototype van de klassieke antiheld. De klasse van de schrijvers en de lange publicatiegeschiedenis waarborgen echter een sterke ontwikkeling van zijn karakter en achtergrond. Zo brokkelt zijn schild van cynisme soms af om een gekwetste, en vooral échte, man te laten zien. Hij veroudert ook in real time, iets wat we Spider-Man nog niet zien doen. Die zou dan nu ongeveer 65 zijn. Dat gegeven ondersteunt een ander belangrijk ingrediënt: de link met de "echte" wereld.

De verhalen in Hellblazer zijn geen vrijblijvende vertelseltjes, maar becommentariëren lustig de maatschappij waarin we leven. Drugs, machtsmisbruik, politiek: alle grote thema's passeren de revue. Dat realisme wordt ook doorgetrokken in de continuïteit van de reeks. Daden hebben echte gevolgen. Voor Hellblazer geen status quo: personages die sterven blijven dood en blijven wegen op het geweten van Constantine, een relationele breuk wordt weergegeven en besproken zoals die zich in de realiteit zou kunnen voordoen en drugs zijn gevaarlijk in deze reeks. De saus van demonen, magische spreuken en dergelijke meer is steeds lekker maar bedekt meestal prangende, dringende en uit het leven gegrepen thema's.

De reeks kan bogen op een excellente ondersteunende cast. Ook op dat vlak worden personages van vlees en bloed op je bord gegooid, met gebreken en pluspunten. Ondanks het magische horrorgenre waarbinnen deze reeks wordt gesitueerd zou ik durven stellen dat ze bovenal over menselijkheid gaat. En de humor is hilarisch uiteraard. Het overgrote deel van schrijvers die aan deze reeks werkten zijn Britten en de Britten weten daar wel mee van wanten.

Misschien nog het vermelden waard is dat deze reeks niet voor gevoelige zieltjes is. Sommige verhaallijnen zijn pure gruwel. En dan heb ik het niet over rondspattend bloed en gefileerde karkassen, die zijn ook aanwezig, maar over psychologische, diepgravende suspense.
De gigantische omvang van deze reeks zal je misschien afschrikken, maar ik wil je om af te sluiten geruststellen. Ik heb de reeks in niet-chronologische volgorde bij elkaar gelezen en dat was geen enkel probleem. Ik heb zelfs nog niet eens elk nummer van de reeks gelezen om redenen die ik onder de kop "beschikbaarheid" uit de doeken doe. Maar elk verhaal, elk nieuw stukje van de puzzel, ging erin als zoete koek.


Favoriete scène
Deze scène komt uit deel 167 en is het afsluitende stuk van de verhaallijn Highwater van schrijver Brian Azzarello en tekenaar Marcelo Frusin. John Constantine is in een klein Amerikaans dorp terecht gekomen waar Ellison, een neonazi, de plak zwaait. Hij en zijn volgelingen bereiden een "White Power"-revolutie voor. Ellison wordt financieel gesteund door S.W. Manor, een stinkend rijke en mysterieuze ondernemer die nul komma nul interesse heeft in Ellisons ideologie. Manor heeft zo zijn eigen redenen om Ellison te steunen. Er loopt echter iets fout en Manor reist naar Highwater om zijn gram te halen en betrekt Ellisons jonge dochter in zijn wraak.

De scène is een perfect voorbeeld van de reeks. Er is maatschappijkritiek: racisme en het doorgedreven kapitalisme worden op de korrel genomen, er is psychologisch drama, de dialogen zijn van topniveau en er heerst een constante en gespannen sfeer. Let ook op het ontbreken van magie en zelfs van het hoofdpersonage, wat nogmaals bewijst hoe breed de reeks gaat en hoe sterk de verhalen zijn.
















Beschikbaarheid
De reeks telt tot op heden 281 losse deeltjes. Doordat er in de periode dat Hellblazer gestart werd nog geen uitgavenbeleid was dat de lezers garandeerde dat alle deeltjes gebundeld werden, bestaat er geen mooie, overzichtelijke reeks bundelingen van deze reeks. Eerder werden er kriskras verhaallijnen verzameld. Vanaf nummer 129 is men wel begonnen met het iets secuurder bundelen, maar af en toe valt er toch nog een deeltje vantussen. Een deel van deze bundelingen is bovendien niet meer in print.

Daar komt nog eens bij dat er ook nog een hoop miniseries en one-shots werden uitgegeven. Vertigo kondigde echter een tijd geleden aan dat ze van plan zijn om alle verhalen rond Constantine uit te geven in chronologische leesvolgorde. Van die nieuwe edities is er al één uit en staat er een tweede gepland voor december 2011. In hoeverre ze de miniseries en dergelijke zullen includeren is nog niet bekend. En uiteraard zal het ook van de verkoopcijfers afhangen of we het eindpunt van deze collectie ooit zullen mogen aanschouwen.

Bundelingen hoofdreeks
Ik noteer de verschillende uitgaves voor jouw gemak in leesvolgorde en noteer er ook de schrijvers bij. Niet dat de tekenaars minder waard zijn, maar die zijn met nog veel meer dan de schrijvers en die laatste zijn, voor deze reeks toch, de voornaamste drijvende kracht.
• Original Sins, Hellblazer #1-9, Jamie Delano
• The Devil You Know, Hellblazer #10-13, Hellblazer Annual #1 en The Horrorist #1-2, Jamie Delano
• The Fear Machine, Hellblazer #14–22, Jamie Delano
• The Family Man, Hellblazer #23–24, 28–33 Jamie Delano, Dick Foreman
• Rare Cuts, Hellblazer #11, 25–26, 35, 56, 84 Jamie Delano, Grant Morrison, Garth Ennis
• Dangerous Habits, Hellblazer #41-46, Garth Ennis
• Bloodlines, Hellblazer #47–50, 52–55, 59–61, Garth Ennis
• Fear and Loathing, Hellblazer #62-67, Garth Ennis
• Tainted Love, Hellblazer #68-71, Garth Ennis
• Damnation's Flame, Hellblazer #72-77, Garth Ennis
• Rake at the Gates of Hell, Hellblazer #78-83, Garth Ennis
• Son of Man, Hellblazer #129-133, Garth Ennis
• Haunted, Hellblazer #134-139, Warren Ellis
• Setting Sun, Hellblazer #140-143, Warren Ellis
• Hard Time, Hellblazer #146-150, Brian Azzarello
• Good Intentions, Hellblazer #151-156, Brian Azzarello
• Freezes Over, Hellblazer #157-163, Brian Azzarello
• High Water, Hellblazer #164-174, Brian Azzarello
• Red Sepulchre, Hellblazer #175-180, Mike Carey
• Black Flowers, Hellblazer #181-186, Mike Carey
• Staring at the Wall, Hellblazer #187-193, Mike Carey
• Stations of the Cross, Hellblazer #194-200, Mike Carey
• Reasons To Be Cheerful, Hellblazer #201-206, Mike Carey
• The Gift, Hellblazer #207–215, Mike Carey
• Empathy is the Enemy, Hellblazer, Hellblazer #216-222, Denise Mina
• The Red Right Hand, Hellblazer #224-228, Denise Mina
• Joyride, Hellblazer #230-237, Andy Diggle
• The Laughing Magician, Hellblazer #238-242, Andy Diggle
• Roots of Coincidence, Hellblazer #243-244, #247-249, Andy Diggle
• Scab, Hellblazer #251-255 en een kort verhaal uit #250, Peter Milligan
• Hooked, Hellblazer #256-260, Peter Milligan
• India, Hellblazer #261-266, Peter Milligan
• Bloody Carnations, Hellblazer #267-275, Peter Milligan

Bundelingen van miniseries
• The Trenchcoat Brigade, John Ney Rieber
• Hellblazer Presents: Chas - The Knowledge, Simon Oliver
• City Of Demons, Si Spencer
• Hellblazer: Bad Blood, Jamie Delano
• Hellblazer Special: Lady Constantine, Andy Diggle
• Hellblazer Special: Papa Midnite, Mat Johnson

One-shots
• Hellblazer: All his Engines, Mike Carey
• Hellblazer: Pandemonium, Jamie Delano
• Dark Entries, Ian Ranckin
• Totems, Tom Peyer
• Vertigo Secret Files: Hellblazer

Bundelingen van de nieuwe editie
• Original Sins, Hellblazer #1-9, Jamie Delano
• The Devil You Know, Hellblazer #10-13, Hellblazer Annual #1 en The Horrorist #1-2, Jamie Delano (gepland voor december 2011)

MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
30/09
 
 
Koma (besproken door Jeroen François)
Sinds ik in 2002 op goed geluk Pilules Bleues kocht (ondertussen ook in het Nederlands vertaald als Blauwe Pillen), ben ik een onvoorwaardelijke fan van Frederik Peeters. En als beloning hiervoor deed de Zwitser met Nederlandse roots een jaar na mijn ontdekking dubbel zijn best: niet alleen verscheen het succulente eerste deel van de aparte sciencefictionstrip Lupus, ook zag een andere nieuwe reeks het levenslicht. Koma was de eerste strip in kleur van Peeters. Voor het eerst werkte hij bovendien samen met een scenarist: zijn landgenoot Wazem.

Monsters en machines
Vergeet God en konsoorten! Het zijn monsters in een ondergronds machinepark die ons lijf en leden beheren. Ieder mens heeft er zo'n machine staan, samen met een privémonster die er persoonlijk op toeziet dat "het juiste evenwicht" bewaard blijft. Bovengronds, in een grauwe industriestad, hebben de bewoners geen flauw benul van wat er onder hun voeten afspeelt. Het meisje Addidas (niet zoals de schoenen) werkt samen met haar vader als schoorsteenveger, dromend van het platteland dat ze enkel kent van horen zeggen. Helaas lijdt het meisje aan een vreemde ziekte. Regelmatig verliest ze het bewustzijn, een kwaal waarmee ook haar overleden moeder te kampen had. Op een dag belandt Addidas per toeval in de verborgen, ondergrondse wereld en ontdekt ze het geheim van het leven. Maar ook de machthebbers van het dictatoriale regime komen op het spoor van de machines. Wat zouden zij er graag de controle over kunnen uitoefenen. Ze zouden hun onderdanen nog meer onder de knoet kunnen houden...


Het begin van Koma (niet te verwarren met Coma van Steven Dupré) heeft veel weg van een jeugdstrip, maar algauw wordt de sfeer grimmiger, ondanks het niet-aflatende optimisme van Addidas. De grauwe industriestad met zijn rokende schoorstenen, een strafkamp waarheen de politie iedereen stuurt zonder enige vorm van proces, er is zelfs een gruwelijke martelscène. Ook het scenario is geen hapklare brok. Vanaf deel 4 doet Wazem een Andreasje: je leest een boeiend verhaal, maar helemaal begrijpen waarover het precies gaat, doe je niet. Wazem (zijn echte naam luidt Pierre Wasem), die in ons taalgebied nog een nobele onbekende is, doet ferm een beroep op onze verbeeldingskracht, maar komt in het laatste deel alsnog met verklaringen op de proppen. Toch is Koma geen echt zware kost, vooral door de milde humor, de boeiende verhaallijn en vooral het onweerstaanbare charisma van Addidas.


Zwitserland boven
Is Wazem Fabian Cancellera die met een ijzersterk scenario de concurrentie uit het wiel fietst, dan is Frederik Peeters niemand minder dan Roger Federer, die het publiek in vervoering brengt met zijn verfijnde stijl. Van zijn expressieve tekeningen met lekker dikke lijnvoering kan ik geen genoeg krijgen. Wazem maakte het zijn landgenoot niet gemakkelijk. Op een bepaald moment belanden de hoofdpersonages in een vreemd hotel waarin de gasten en de receptioniste om de haverklap van uiterlijk veranderen, waardoor Peeters opeens tientallen personages moest verzinnen.



Koma verscheen tussen 2003 en 2008 in zes delen bij Les Humanoïdes Associés. In 2010 gaf deze uitgeverij ook een integrale editie uit, maar in zwart-wit, waardoor de tekeningen van Frederik Peeters nog meer tot hun recht komen. Al vind ik de inkleuring van Albertine Ralenti meer dan geslaagd.
Sherpa, die ons al eerder de vertaling Blauwe Pillen bezorgde, heeft het voornemen om in 2012 Koma in het Nederlands uit te brengen.