Dit is archiefpagina 2 van de rubriek Klare Taal.

Klik verder naar de volgende updates:
Owly
Le Ciel au-dessus du Louvre
Elephantmen
Saving Human Being
Chew
The Ultimates 1-2
Girls & The Sword
Les Cosmonautes du Futur
Locke & Key
Mouse Guard

 
23/06
 
 
Owly (besproken door Jeroen François)
Ruzies, geweld, bedrog,... ik mag dan wel een pacifist zijn en van zulke mistoestanden gruwen als ik ze in de krant lees, maar in strips, romans en films zijn het broodnodige ingrediënten voor een lekker spannend verhaal. Maar is het om onbewust mijn geweten te sussen dat ik ook een boon heb voor verhalen waarin er van conflicten helemaal geen sprake is?

 
OWLY EN WORMY

Owly van de Amerikaan Andy Runton is zo'n voorbeeld. Een onweerstaanbare schattige strip, niet op het naïeve af, maar er mijlen aan voorbij. Owly is een jonge uil die samen met zijn boezemvriend Wormy, een worm, in een boomhuis woont. Hij is erg behulpzaam en doet niets liever dan andere bosbewoners uit de nood helpen. De belangrijkste thema's van de strips zijn dan ook vriendschap, samenwerking en het overwinnen van angst voor het onbekende.

 
DE WONING VAN OWLY

Van Owly verschenen zes albums bij uitgeverij Top Shelf. Het laatste album, een verzameling van kortverhalen die eerder elders werden gepubliceerd, verscheen in 2008. Daarin vertelt Andy Runton hoe Owly geboren werd: als een doedel op een post-itblaadje. Toen hij nog thuis woonde, werkte hij vaak tot laat in de nacht aan designprojecten. Hij had de gewoonte om voor het slapengaan een bericht voor zijn moeder achter te laten met de vraag hem op een bepaald tijdstip te wekken. Omdat zijn moeder hem altijd haar nachtuil noemde, versierde hij zijn berichten telkens met een snoezige uil. Toen hij later met het idee speelde om een strip te maken, hoefde hij niet lang te zoeken naar het hoofdpersonage.

 
VOORBEELD VAN EEN TEKSTLOZE DIALOOG

Owly is een grotendeels tekstloze strip. De gesprekken en gedachten van de personages verschijnen als tekening in de tekstballonnen. De enige teksten zijn opschriften of bladzijden uit boeken die Owly raadpleegt. Je hoeft dus het Engels niet machtig te zijn om van Owly te kunnen genieten. Het is dan ook in eerste instantie een kinderstrip, niet alleen door de eenvoudige, maar aanstekelijke verhalen, maar ook door de schattige, wat cartooneske tekeningen. Maar volwassenen hoeven deze strip zeker niet links te laten liggen. Het mag dan misschien wat te goody-goody overkomen, de thema's zijn universeel, de emoties authentiek en het tekenwerk uitmuntend. Op de website van Andy Runton kan je trouwens gratis en legaal enkele kortverhalen downloaden. Zeker doen als je op zoek bent naar een beestig goede feelgoodstrip.

 
EEN VAN DE COMPLETE VERHAALTJES


 
09/06
 
 
Le Ciel au-dessus du Louvre /
The Sky over the Louvre (besproken door Koen Claeys)
Het Louvre in Parijs stelde in 2009 het werk van vijf striptekenaars tentoon: de Fransen Nicolas de Crécy, Marc-Antoine Mathieu en Eric Liberge, de Japanner Hirohiko Araki en de Belgische stripgod Bernar Yslaire (Bernard Hislaire). Tevens maakten deze vijf in opdracht van het Louvre elk een strip waarin het museum op een of andere wijze een rol speelt. Voor dit project bundelde Yslaire de krachten met Jean-Claude Carrière, hier voornamelijk bekend als schrijver van de scenario's van filmklassiekers als Belle de Jour, The Unbearable Lightness of Being en Cyrano de Bergerac. Het 72 pagina's tellende album verscheen in hardcover bij Futuropolis (Franse editie) en NBM Publishing Company (Engels).



Het boek speelt zich af tijdens de eerste jaren van de Franse Revolutie, tijdens het schrikbewind van Maximilien de Robespierre en Louis Antoine Simon de Saint-Just, toen de guillotine een einde maakte aan duizenden levens. In deze bloederige periode wordt het voormalige koninklijke paleis, het Louvre, geopend als museum.



Het verhaal vangt aan wanneer de schilder Jacques-Louis David zijn beroemdste schilderij, over de moord van zijn vriend Marat, net heeft afgewerkt. David toont het in zijn atelier, dat zich in het Louvre bevindt, aan Robespierre. Daar wijst hij hem op de subtiele verwijzingen in het schilderwerk naar de kruisiging van Christus. Robespierre wil echter met de revolutie een nieuwe start aan de Franse natie geven waarbij onder andere de Cultus van de Rede de Rooms-Katholieke kerk moet vervangen. Hij geeft David de opdracht om het nieuwe Opperwezen met zijn penseel vorm te geven.



Rond die tijd ontmoet David de Joodse jongen Jules en lijkt hij zijn muze gevonden te hebben. David besluit om een schilderij te maken van de dertienjarige martelaar Joseph Bara in plaats van een afbeelding van het Opperwezen, bewust ingaand tegen wat Robespierre van hem verlangt. Daarbovenop zal Jules, die publiekelijk uitspraken tegen het nieuwe Frankrijk uitte, hiervoor model staan. Telkens wanneer Robespierre naar het schilderij vraagt, houdt David hem aan het lijntje, maar hoelang kan hij dit nog volhouden?



Carrières eerste stripscenario is niet minder dan grandioos. Met een minimum aan woord en beeld bereikt hij een maximaal resultaat. Aan de hand van twintig korte hoofdstukjes van elk gemiddeld vier pagina's krijg je een meeslepende geschiedenisles voorgeschoteld, niet gespeend van spanning en emoties.

Het tekenwerk van Yslaire, een meester in het neerzetten van passie, is weer om duimen en vingers bij af te likken. Niet vies van experimenteerdrang combineert hij soms binnen eenzelfde stripplaatje zeer gedetailleerd tekenwerk met schetsen. Het lijkt alsof de artiest geen tijd genoeg had om zijn tekenplaten af te werken, zeer passend bij een verhaal over een schilderij dat gedoemd lijkt om nooit te worden afgewerkt. Door de toegepaste sepiatinten, aangevuld met bloedrode accenten, wordt het dramatische effect nog wat opgekrikt.

Dit is zo'n boek dat werkt op meerdere niveaus en zal blijven boeien na enkele leesbeurten. Het is zeer spijtig dat er (voorlopig?) geen Nederlandstalige editie van dit hoogtepunt in Yslaires repertoire komt. Als je het Frans of het Engels machtig bent, laat dit pareltje dan niet aan jou voorbijgaan.


 
02/06
 
 
Elephantmen (besproken door Peter Moerenhout)
Blacksad, Inspecteur Canardo, Donjon, Maus en nog een hele resem anderen: antropomorfisme is een wijd verspreid gegeven in stripverhalen. In het ene geval staan de sprekende dieren symbool voor de karakters van de personages die ze verbeelden, in andere gevallen dient de dierenkop slechts als toegevoegde entertainmentwaarde. Zeldzamer zijn de strips waarin antropomorfe personages een wereld delen met 'normale mensen', hoewel dat meestal wel tot interessante toestanden leidt. Elephantmen is zo'n strip en het feit dat de comic zich in de toekomst afspeelt, maakt de zaken er nog boeiender op.

Sciencefiction kan alle gedaanten aannemen, maar mijn persoonlijke voorkeur gaat toch uit naar het soort van toekomstvisies die commentaar geven op ons huidige tijdsgewricht. Verhalen die meer zijn dan de som hunner delen omdat ze ons, dankzij clevere analyses en wat als-scenario's, een spiegel voorhouden. Elephantmen is dat soort strip.

In 2224 ontwikkelt MAPPO, een duivelse multinational, een procedure om hybriden te maken van mens en dier. Omdat deze praktijken verboden zijn in het grootste deel van de wereld hebben zij hun basis in Noord-Afrika. Gezien de ligging van de kweekfabriek kiest men ervoor om inheemse diersoorten te gebruiken voor deze experimenten: wrattenzwijnen, nijlpaarden, zebra's, kamelen, krokodillen, neushoorns en olifanten. De keuze voor deze soorten heeft nog een onderliggende reden die terug te leiden is op het doel van MAPPO: winst maken. En welke business is een van de meest winstgevende ter wereld? Wapens... De Elephantmen worden getraind om te dienen als soldaat. Krachtige monsters, immuun voor conventionele giffen, toegevoegde extra's zoals een goed ontwikkelde reukzin en vooral: geen moraal...


In 2225 neemt de Centrale Afrikaanse Alliantie MAPPO in de arm om een privéleger voor hen te ontwikkelen. Tegen 2239 is heel Europa herleid tot een slagveld waarop de Elephantmen in dienst van Afrika strijden tegen een andere opkomende grootmacht: China. De oorlog duurt tot de UN zich moeit in het conflict en MAPPO laat sluiten. Duizenden Elephantmen worden gevangengenomen. Omdat zij eigenlijk slechts gebrainwashte en onschuldige instrumenten waren in de handen van dictators wordt er, onder druk van burgerrechtenbewegingen, een rehabiliteringsprogramma voor hen opgestart.

Het eerste nummer van de stripreeks start in 2259, de Elephantmen wonen nu vreedzaam onder de gewone mensen. Om de Elephantmen te controleren en tegen hen op te treden bij eventuele problemen werd een bureau in het leven geroepen: The Information Agency. Het is daar dat het hoofdpersonage van de reeks, een hybride nijpaard genaamd Hip Flask, in een adviserende capaciteit werkt.

Hip mag dan wel het hoofdpersonage van de reeks zijn, maar in principe krijgen de andere personages evenveel tijd in de spotlichten. Het leven van andere Elephantmen, gewone mensen die hun leven drastisch zien veranderen door contact met de Elephantmen en diegenen die de Elephantmen een kwaad hart toedragen, worden allen door een ingenieuze plotopbouw aan het woord gelaten. De reeks zit immers zo in elkaar dat elk afzonderlijk deeltje focust op één blik van één personage op de gang van zaken in de verhalen. Zo krijg je als lezer steeds een afgerond geheel, wat positief is, en bovendien zorgt deze aanpak ervoor dat de personages en het verhaal veel diepgang krijgen.


Er zit daarnaast uiteraard ook een rode draad in het verhaal. Verschillende zelfs. Enerzijds is er de vraag wat er gebeurd is met de Elephantmen sinds hun rehabilitatie en anderzijds is er de verdoken strijd van MAPPO om de Elephantmen weer in hun klauwen te krijgen. Deze verhaallijnen zijn spannend en nodig om de plot gaande te houden maar toch zijn het de individuele belevenissen en de geschiedenis van de personages die het meeste kunnen boeien. Interessante thema's als liefde, ras, economie en liefdadigheid worden aan de hand van het concept, en vooral door de schrijfstijl, zeer diep uitgepuurd. Die schrijfstijl loopt over van een zeer scherp inzicht en een groot mededogen met het dier 'de mens' en getuigt daarmee van het schrijftalent van de auteur.

Dat is des te verrassender want de schrijver, Richard Starkins, is eigenlijk letteraar van beroep. Zijn bedrijf Comicraft, gespecialiseerd in het ontwerpen van titellogo's en lettertypes voor strips, had in de jaren 1990 nood aan een eigen personage om in reclames te kunnen gebruiken. Hip Flask werd door Starkings ontworpen en was eigenlijk bedoeld als een soort van film noir detective. Het figuurtje werd al snel populair en Starkings begon vragen te krijgen over de achtergrond van Hip. In 2002 waagde Starkings zich met schrijver Joe Kelly aan een vijf delen tellende serie over Hip, genaamd Hip Flask.

En hier wordt het een beetje raar... Die eerste reeks speelt zich immers nog drie jaar verder in de toekomst af. De huidige Elephantmen is dus eigenlijk een soort van langgerekte prequel.
Om de zaken nog ingewikkelder te maken zijn er tussen 2002 en 2006 slechts drie van de vijf delen van Hip Flask verschenen. Het verhaal is dus nog niet af. De reden daarvoor is de werkdruk van de tekenaar die Hip Flask voor zijn rekening nam: Ladrönn. De man heeft simpelweg te weinig tijd om de reeks in één ruk af te maken. Op scenario van Alejandro Jodorowsky werkt hij momenteel bijvoorbeeld aan Final Incal.

Omdat Starkings wou dat de reeks Hip Flask volledig door Ladrönn getekend wordt, maar hij toch boordevol ideeën zat voor de wereld van de Elephantmen startte hij in 2006 de reeks Elephantmen.


Alsof die hele geschiedenis nog niet verwarrend genoeg was heeft hij binnen die reeks ook enkele spin-offs bij elkaar gepend. De belangrijkste daarvan kregen de ondertitel War Toys mee. Deze deeltjes spelen zich af tijdens de oorlog op het Europese continent.

Onderaan dit artikel lijst ik alle deeltjes voor je op, maar voor de duidelijkheid en compleetheid zou ik in jouw plaats toch opteren om de verzamelbundels te kopen als je interesse gewekt is. Zo ben je zeker dat je alle deeltjes bij elkaar hebt en hoef je je ook niet te laten afschrikken door het in deze paragraaf beschreven gedoe. De reeks is het immers waard om gelezen te worden.

Elephantmen kende in de afgelopen vijf jaar en vierendertig afleveringen een resem tekenaars en het zou ons nog ettelijke paragrafen verder leiden, moest ik die allemaal afzonderlijk bespreken, maar sta me toe om te zeggen dat de tekenstijl van een zeer hoog niveau is en dat de inkleuring, die aan airbrush doet denken, het geheel een consistente en dromerige sfeer meegeeft.


Voor wie nog niet overtuigd is en nog wat meer over de streep moet getrokken worden, heb ik nog twee woorden: Blade Runner, maar dan langer en met meer diepgang. Trek je nu je neus op? Geen probleem, maar krult er een glimlach rond je lippen, dan is Elephantmen iets voor jou.



Beschikbaarheid
• Hip Flask: drie delen. Er is een bundeling van deel 2 en 3 beschikbaar: Hip Flask: Concrete Jungle.
• Elephant Men - War Toys, volume 1: drie deeltjes, beschikbaar in één bundel.
• Elephantmen: War Toys, volume 2 - Enemy Species: één deel.
• Elephantmen: War Toys - Yvette: één deel.
• Captain Stoneheart and the Truth Fairy Hardcover: één deel
• Elephantmen: 34 deeltjes beschikbaar waarvan de eerste dertig in de volgende bundelingen (softcover en hardcover) verschenen:
- Volume 1: Wounded Animals: nr. 0 tot 7.
- Volume 2: Fatal Disease: nr. 8 tot 15 + De Pilot.
- Volume 3: Dangerous Liasons: nr. 16 tot 23.
- Volume 4: Questionable Things: nr. 24 tot 30.


Favoriete scène
Deze keer geen prentjes, maar een link. Op de site van Elephantmen kan je immers het eerste nummer van de reeks volledig gratis lezen.
In dit deel, See the Elephantmen, wordt de geschiedenis van de Elephantmen uit de doeken gedaan aan de hand van een gesprek tussen Ebony Hide, een hybride olifant, en een klein meisje. Scènes tussen die twee en flashbacks wisselen elkaar af. Het was dit nummer dat me onherroepelijk de reeks in sleurde. Alles eraan klopt: van de grappige en rake dialogen tot de vragen over rassenhaat en de doorwrochte emoties.
Ik hoop dat je er evenveel van kunt genieten: www.hipflask.com/elephantmen/preview.html

MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
20/05
 
 
Saving Human Being (besproken door David Steenhuyse)
In dezelfde week dat ik het aan mijn botten voelde dat Love een album is dat de moeite is, viel mijn oog geheel toevallig op een andere gloednieuwe strip van de Franse uitgeverij Ankama, gespecialiseerd in manga's. Saving Human Being is geen manga. Het ziet eruit en het leest helemaal als een Europese strip. De tekenaar is de Chinees Zhang Xiaoyu van wie in het Nederlands sinds vorig jaar de reeks Kruisvaart loopt bij Daedalus. Deel 2 verscheen nog maar recent.

De cover doet een mix van sciencefiction en fantasy vermoeden. Is het een robot en een elfje? En had ik wel zin in zoiets? Doorgaans niet. Een doorbladering bracht soelaas. Twee prenten op verschillende pagina's overtuigden me meteen. Ze straalden emoties en drama uit en het was allerminst een miskoop. Saving Being Human is een ingetogen verhaal, gebaseerd op een Chinese roman. En er is geen fantasy mee gemoeid.

Het verhaal begint met de aan de waanzin grenzende oproep van een wanhopige man die aan een robot om water vraagt. De robot ziet het als zijn missie om de man te redden en verlaat het in een woestijn neergestorte ruimtevrachtschip met een lege jerrycan. 1.238 dagen later vindt hij een oase waar een vrouw net de was doet. Een volgend moment staat hij oog in oog met haar dochtertje Boya. De vrouw wordt snel gerustgesteld. Terwijl de robot zijn jerrycan vult, gooit Boya een steen tegen het metalen hoofd. Een band is gesmeed. De robot wenst moeder en dochter tot ziens en wandelt terug naar de man die hij verliet.



Bij zijn terugkomst daagt het de robot dat hij in zijn missie faalde. De man is steendood. En opnieuw keert de robot terug naar de oase. Daar vraagt hij hoe hij hen van dienst kan zijn om hun leven te redden. De moeder vindt er niets beter op dan hem in te schakelen in het onderhouden van de gewassen. Tussen de drie groeit een mooie band, maar de robot kent natuurlijk geen gevoelens. Hij kan niet triest zijn om de dood van Boya's vader die omkwam in een oorlog die het gros van de wereldbevolking omlegde. Deze oorlog woedt nog steeds. Alleen de oase is een baken van peis en vree.

De afgeslotenheid van de locatie heeft nochtans zijn beperkingen. De robot kan dan wel een slang doden, tegen de dodelijke beet van het serpent kan hij niets verhelpen. Daarvoor is hij niet geprogrammeerd. Het kost Boya's moeder het leven. Op haar sterfbed laat ze de robot beloven dat hij haar hele leven voor Boya zal zorgen. En bijkomend moet hij haar binnen exact tien jaar aan een man helpen buiten de woestijn.


Tien jaar later gooit Boya geen stenen meer naar het hoofd van de robot, noch probeert ze haar eten met hem te delen. Ze tuurt nog het liefst in de verte. Of de robot zijn belofte kan houden, laat ik liever in het midden. Ik wil niet alles verklappen. De robot zien we alleszins nog terug op een andere locatie waar hij vechtrobots in een oogwenk kan herstellen. Het besef dat hij een leger van robotten in stand houdt, komt er pas wanneer hij de soldaten met zijn vroegere twee protegees vergelijkt. Zijn missie om de mens te redden interpreteert hij terstond op een andere manier. Hij komt tot een radicale beslissing die hij voor een keer zelf maakt.



Dat een metalen geval ook emoties kan hebben, bewees de geniale Pixar-film Wall•E. In het nu en dan eveneens lichtkomische Saving Human Being moet je de onderliggende emoties er wat zelf uit halen. De dialogen zijn schaars, het gezicht van de robot is strak en expressieloos. Door zijn interactie met Boya en haar moeder en zijn reacties op hun gemis komen de gevoelens in al hun subtiliteit naar boven. De robot heeft geen Pinokkio-complex. Hij wil geen mens worden en ziet het niet als een taak om hen te begrijpen, behalve als het hem zou helpen zijn missie te volbrengen. Je leest ook niet dat hij per se gevoelens wil leren hebben. Daarom stapt Saving Human Being met forse tred naast de platgetreden clichépaadjes zonder aan eenvoud te verliezen. De opeenvolgende verhaalwendingen zijn verrassend, het einde is een ware climax.



Omdat er zo weinig tekst is, zou je al met een basiskennis Frans het verhaal moeten kunnen begrijpen. Saving Human Being is haast in die mate onbeschrijflijk perfect dat het zonde zou zijn het als uitgever te laten liggen... Mocht een potentiële uitgever dit wondermooi vertelde, om al de goeie redenen aangrijpende verhaal willen uitgeven in het Nederlands ben ik bereid gratis de vertaling te verzorgen. Beloofd!


 
06/05
 
 
Chew (besproken door Peter Moerenhout)


Tal van nominaties, prijzen, herdrukken en lofuitingen zijn de reeks Chew ten deel gevallen sinds het eerste nummer ervan verscheen in 2009. Het succes van de reeks bij het Engelslezende publiek kwam als een donderslag bij heldere hemel. Schijnbaar vanuit het niets kwamen schrijver John Layman en tekenaar Robert Guillory aankakken met deze strip die met geen enkele voorgaande Amerikaanse stripserie te vergelijken valt en tegelijk schatplichtig is aan veruit de hele Amerikaanse popcultuur.


TERMINOLOGIE
Run: Een opeenvolging van nummers binnen een bepaalde stripreeks die één of meerdere afgeronde verhalen brengt.
One-shot: Eén verhaal in één comic, meestal met personages uit een andere hoofdreeks.
Limited serie: een in afleveringen beperkte spin-off-serie met personages uit een andere hoofdreeks.
Imprint: Een deel van een uitgeverij (hier Image comics) dat echter op redactioneel en creatief vlak volledig losstaat van het moederbedrijf.
John Layman was jarenlang een redacteur voor Wildstorm Comics, een nu opgedoekte imprint van Image Comics. Tussen de soep en de patatten schreef hij weleens een run, one-shot of een limited serie van een andere reeks zoals Red Sonja, Gen13 en Army of Darkness. Echt succesvol waren deze niet te noemen, net als de (trouwens niet onverdienstelijke) graphic novels Puffed en Stay Puffed. En dan komt hij plots op de proppen met de creator owned reeks Chew.

Chew speelt zich af in een wereld waarin de vogelgriep catastrofale gevolgen kende. Miljoenen mensen verloren hun leven aan het virus waarna de Amerikaanse overheid het serveren of eten van gevogelte bij wet verbood.

Tony Chew, een agent van het FDA (Federal Food Agency), zag daardoor zijn job veranderen. Eerst diende hij nog te controleren of de inhoud van een blik bonen wel overeenstemt met wat er op het etiket staat. Daarna kwam hij terecht in een wervelend avontuur met de allures van een Tarantino-film. Het bereiden en nuttigen van kip staat nu immers op gelijke criminele hoogte (of laagte) als het verkopen of nemen van drugs.

Vergezocht? Wat dacht je van het feit dat Tony een Cybopath is? In een soort van telepatische flits herbeleeft hij ongecontroleerd de gehele voorgeschiedenis van elk stukje voedsel dat in zijn maag beland. Een eigenschap die van dienst kan zijn voor een wetshandhaver maar die het eten van een kotelet van een op gruwelijke wijze geslacht varken tot een minder plezierige ervaring maakt.


De premisse van de strip maakt meteen duidelijk welk vlees de lezer in de kuip heeft: alles kan, alles mag en niets is te gek. Over het verloop van de plot tot op heden kan ik weinig vertellen zonder te veel te verraden en je jouw lezersplezier te ontnemen. Wat ik er wel over kwijt kan is dat die alle kanten uitschiet: Russische vampiers, vreemde, naar kip smakende en buitenaardse flora, Mexicaanse cyborgvechthanen, bizarre moordzaken en een allesoverkopelend complot zijn slechts enkele ingrediënten van het copieuze maal dat Layman jou serveert.

Op dit punt aangekomen moet je wel denken dat deze strip een vormeloze, oncoherente achtbaanrit door een op losse schroeven staande plot behelst, maar niets is minder waar. Tal van puzzelstukjes, waarvan je op het eerste moment dacht: "Is dat er niet wat bij de haren bij gesleurd", zijn intussen reeds op hun plaats gevallen en in interviews beloofde Layman al enkele keren dat er een strak plan achter de reeks zit. De reeks kent ook een vooropgezet einde met het zestigste nummer. Altijd een geruststelling voor de liefhebber van een goed afgerond verhaal zonder losse eindjes en uitgemolken tattoeages van Romeinse cijfers op het sleutelbeen.

Wat de reeks zo uniek maakt is de blatante onwil om binnen één genre te blijven en bovenal de kunde van de makers om zoveel verschillende stijlen tot één lekker weglezend geheel te maken. Sciencefiction, horror, mysterie, misdaad, actie, drama, comedy, romantiek, thriller, noir: alles wordt in de mix gegooid. De drie genres die daarvan het meeste bovendrijven en constant aanwezig zijn, zorgen voor de drie pijlers van een goed verhaal.

De mysteries en de raadsels in de plot houden je geïnteresseerd en zorgen ervoor dat je steeds uitkijkt naar de volgende aflevering, de screwball-humor zorgt ervoor dat je geëntertaind blijft en het menselijke drama zorgt ervoor dat je je als lezer kan identificeren met de personages. De hoofdrolspelers en hun emoties zijn, ondanks de fantasievolle setting, zeer goed uitgediept en komen over als mensen van vlees en bloed.




De humor van de reeks zit voor een groot deel in de tekeningen. Layman schrijft af en toe weleens een stukje dialoog of een oneliner die me hardop doet lachen (en dat gebeurt niet veel als ik iets lees) maar Guillory is een meester in het visualiseren van de nodige mimiek, timing en slapstick om de gags over te brengen. Bovendien zit het decor en de achtergrond van de strip barstensvol met kleine grappen en lollige woordspelingen.

Guillory's manier van tekenen en inkleuring oogt bijzonder fris op de pagina's. Ik zou zelfs durven zeggen dat zijn tekeningen, los van het feit dat zijn stijl veel hoekiger en zijn lijnen veel strakker zijn, qua shwung kan concurreren met André Franquin. Dat verbaast nog meer omdat dit 's mans eerste grote reeks is.

Chew is een reeks die door zijn originaliteit en frisheid met kop en schouders boven de gemiddelde stripreeks uitsteekt. Dat ik ze goed vind is evident, anders zou dit stuk niet geschreven zijn.

Toch een kleine waarschuwing bij middel van vergelijking met kijkbuispareltjes. Begrijpt u niet wat mensen in de humor van pakweg In de Gloria of Spinal Tap zien? Vond je De Ronde en Twin Peaks onbegrijpbaar en ingewikkeld entertainement voor opgeblazen semi-intellectuelen? Dan is deze reeks niets voor jou. Aan al de rest zou ik zeggen: prevel elke avond een schietgebedje tot de uitgeefgoden dat een Nederlandse vertaling niet lang meer op zich laat wachten. Vermeld in uw gebed dat er een televisiereeks op stapel staat en dat dat een meerverkoop garandeert en sluit af met de vermelding dat zelfs de Duitsers al een eigen versie op de markt hebben. Dus waar blijft de onze?


Beschikbaarheid
• De reeks is verkrijgbaar in losse deeltjes van 22 pagina's, zit momenteel aan het achttiende deel en zal er uiteindelijk zestig tellen. Voor de eerste drukken van de eerste paar nummers zal je wel diep in de buidel moeten tasten want die zijn inmiddels honderden dollars waard.
• De reeks, tot hiertoe, verzameld in drie softcoverbundelingen (Trade paperbacks of TPB's):
- Chew, Volume 1: Taster's Choice (nummers 1-5)
- Chew, Volume 2: International Flavor (nummers 6-10)
- Chew, Volume 3: Just Desserts (nummers 11-15)
• Of in één hardcover:
- Chew Omnivore Edition, Volume 1 (nummers 1-10)


Favoriete scène
Zoals gezegd wil ik niet te veel verklappen over de plot van de reeks, dus verlaat ik je deze keer met een scène uit nummer 16: een perfect voorbeeld van de grappige, actievolle en mysterieuze elementen van de reeks.
Begrijpelijkerwijs zal je dit excerpt niet helemaal begrijpen omdat je dit soort weirdness niet kan plaatsen in de grotere continuïteit. Deze scène zal je echter wel afstoten of nieuwsgierig maken. Laat dat een graadmeter zijn voor hoe de gehele reeks je zal smaken.












MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
21/04
 
 
The Ultimates 1-2 (besproken door Arnout Capiau)
De naam Mark Millar (spreek uit zoals Miller, maar da's ongeveer de enige gelijkenis) zegt veel mensen in comics en strips normaal gezien wel iets: schrijver van onder andere Wanted (ook een film), Kick-Ass (ook een film), Nemesis (onderweg naar filmdom), Superior (nog even geduld), maar even goed van Marvel-titels als Civil War, Ultimate Fantastic Four, Ultimate X-Men, Fantastic Four en nog een heleboel andere titels waar heel vaak nogal wat hype mee gemoeid is.

Voor dat alles was Millar in eerste instantie de coschrijver van Grant Morrison voor een aantal van diens mainstreamboeken (ik denk onder andere aan Skrull Kill Crew, Aztek en Vampirella). Die stammen uit een tijd dat Morrison nog bijlange niet zo populair was als nu, vandaar dat ze jou misschien niet zoveel zeggen.

De doorbraak voor Millar kwam er toen Warren Ellis, na twaalf nummers Authority (met Bryan Hitch als tekenaar), Mark Millar en Frank Quitely aanduidde als zijn opvolgers. Niemand had toen al van Quitely gehoord, die in alle obscuriteit wat kortverhalen tekende voor de Big Book-reeks van DC Comics en verscheidene anthologiereeksen voor Vertigo.

Millars opvallende dialogen en minstens-even-geschift-als-Ellis-plots in Authority zorgden er niet alleen voor dat deze reeks even hoge verkooptoppen bleef scheren (waar is de tijd?) maar vooral ook dat de controverse bij DC losbarstte.

Toen Ellis indertijd Apollo en Midnighter introduceerde in Stormwatch, de titel die later in Authority muteerde, was het overduidelijk (en zeker geen geheim) dat zij als analogen dienden, als archetypes voor respectievelijk Superman en Batman. Je kon ook lichte hints oppikken
dat ze bovendien een koppel waren. Niet meer dan hints, maar Millar ging daarmee in zijn run heel hard en opvallend mee door. Wat erg impliciet was, maakte hij zo expliciet mogelijk. Dat was buiten uitgever Paul Levitz gerekend, die de implicatie niet zag zitten als waren Batman en Superman homofiel. Resultaat: micromanagement, bemoeienis in scripts en tekeningen, vertragingen, een half dozijn tekenaars die Quitely moesten vervangen en Millar die uiteindelijk met slaande deuren en duchtig gebombardeerde bruggen DC de rug toekeerde.

Enfin, dit alles om je te laten weten dat Authority op een achterbakse manier Millar en Hitch wel samenbracht op ongetwijfeld de succestitel van Marvels Ultimate-imprint: The Ultimates.



Dat Ultimate-imprint kwam er toen bleek dat zowel X-Men als Spider-Man in de cinema's enorm veel succes boekten. Marvel had dus titels nodig die potentiële nieuwe lezers konden meepikken zonder encyclopedische kennis van de voorgeschiedenis van al die kleurrijke personages. Ultimate Spider-Man en Ultimate X-Men volgden elkaar redelijk snel op, en toen kwam het plan voor The Ultimates.

Concept: een superheldenteam dat ook een beroemdheidsstatus heeft. Tony Stark (Iron Man) is bijvoorbeeld voortdurend op tv, in talk- en gameshows, meestal met een martini voorhanden. Als er ook effectief de held moet uitgehangen worden, zou hij wel net toch een beetje te ziekjes kunnen zijn om deel te nemen, of is hij de zatte idioot die het gevaarlijkste wapen op aarde bestuurt.

Marvel zet er zijn volle pr-gewicht achter, in die mate zelfs dat Kurt Busiek, toen schrijver van Avengers (Ultimates was in feite Ultimate Avengers) het boos is opgestapt. Voor hem konden beide titels niet samen bestaan, zeker niet als zijn titel de facto genegeerd werd.

Ultimates is het beste werk van Bryan Hitch. Zijn tekeningen voor deze titel zijn weergaloos. De cinematische breedbeeldstijl die hij perfectioneerde tijdens Authority, spat hier helemaal van de pagina: supergedetailleerd, dynamisch en hyperrealistisch. Het perfecte complement bij de scripts die bol staan van testosteron, bravoure en ongecontroleerde waanzin. Maar wel het goeie soort waanzin.

Het soort waanzin dat uitzinnige ideeën oplevert, dat je hersens oppikt en tegen een muur van pure verbeeldingskracht knalt en je superhelden presenteert zoals je ze nog nooit zag.
Captain America is een hyperpatriotische soldaat, veel minder een symbool dan een echt wapen. Thor is een god. Of toch een gek met waanbeelden en een hamer? De Hulk is een seksueel gefrustreerd en niet te stoppen monster.

De verhalen en ideeën zijn van topkwaliteit en bouwen zonder luwe momenten tot de meest explosieve finale: zo explosief dat je de pagina's op het einde moet openvouwen om alle actie te kunnen opnemen!


Klik op de afbeelding voor een grotere versie.


Andere schrijver/tekenaar-teams hebben ook geprobeerd The Ultimates verder te zetten, zoals Jeph Loeb met Joe Madureira en Frank Cho (de tekenaar van Liberty Meadows, maar ook Millar zelf met een resem tekenaars. Allen misten ze de energie en creatieve magie die hier zo perfect aanwezig is. Deze bespreking beperkt zich tot deel 1 en 2 die elk dertien comicdelen kent. Ze liepen van 2002 tot 2004 (eerste reeks) en van 2004 tot 2007 (tweede reeks).

De hype die nu elke keer gepaard gaat met een Millar-project vindt zijn oorsprong bij het succes van The Ultimates. Geen van de andere projecten was, in mijn nederige opinie, creatief even succesvol. Hitch en Millar probeerden het zelf ook nog eens voor Fantastic Four, maar de reactie daarop was zo lauw dat ze hun verhaal vroeger dan voorzien afrondden.

The Ultimates blijft een unicum, dus en daarom bijzonder de moeite van het lezen waard.

De beschikbare volumes zijn de volgende, ze verschenen in tal van edities:
- twee delen Ultimate Collection (SC)
- The Ultimates 1 (twee delen, SC) en The Ultimates 2 (twee delen, SC)
- en twee minder courant verkrijgbare delen in HC


 
14/04
 
 
Girls & The Sword (besproken door Bert Gevaert)
Ik geef het toe, jarenlang ben ik een echte Eurosnob geweest. Ik kocht enkel en alleen Europese strips en — bevooroordeeld als ik was — stond ik niet open voor andere stripculturen. Japan en Amerika, daar kwam niets goeds van, pfff... grote ogen en superheroes, niets voor mij!
En toen kwam Boeddha uit van Osamu Tezuka... en het licht kwam uit het Oosten en ik zag dat het goed was. Maar strips van het Mac Donald-land kwamen bij mij nog steeds niet binnen. Ach wat schaam ik mij als ik dit nu schrijf.
En opeens, op een mooie dag, na een gesprek met mijn lokale stripboer, vielen de schellen mij van de ogen. Er was weer eens niet veel 'Eurosoeps' verschenen en in plaats van naar mijn gezeur te luisteren, troonde mijn stripgoeroe mij mee naar een verzameling Amerikaanse strips. 't Was ondertussen al duidelijk dat ik niet veel wou weten van superheroes, dus mijn dealer bracht mij andere stuff, en wat voor stuff!
Een prachtige, bloedmooie dame wenkte mij toe vanop de cover van wat voor mij een nieuwe dimensie in mijn leven zou openen. Ik ontdekte Girls van The Luna Brothers en werd op slag verliefd. Bovendien ontdekte ik samen met Girls de betere Amerikaanse strip (waarvan je er in deze rubriek al een aantal leerd ekennen), een liefde die — tot afgrijzen van de girl bij me thuis — alleen nog maar zou toenemen, omgekeerd evenredig met de omvang van mijn portemonnee.



Joshua
en Jonathan Luna zijn twee jonge Amerikaanse stripmakers die samen tot nu toe enkele pareltjes aan het Amerikaanse stripfirmament toevoegden en hopelijk nog steeds niet uitgeschreven zijn. In deze bespreking besteden we aandacht aan twee van hun topreeksen: het reeds vermelde Girls en hun recenter verschenen The Sword, goed voor elk vier paperbacks, in totaal een kleine 1.300 bladzijden. Daarnaast maakten ze ook Spider-Woman: Origins en het prachtige Ultra (afgerond in één bundel met acht comics), waar we hier helaas geen aandacht aan kunnen besteden.

De twee broers bedenken de plot van hun verhalen samen, waarna Joshua het script uitwerkt. Dit wordt vervolgens goedgekeurd door Jonathan. Het gros van het tekenwerk gebeurt vervolgens door Jonathan, de lettering neemt Joshua voor zijn rekening. Als geen ander zijn de broers erin geslaagd om een ijzersterk scenario te laten samenvallen met bijzonder knappe tekeningen. Het tekentalent van Jonathan komt nog het meest tot uiting in de stijlvolle en erg suggestieve covers. Laat ik gerust stellen dat ze het woord 'covergirl' een geheel eigen interpretatie geven!


Maar laat ons een kijkje nemen naar Girls, dat we nog het best kunnen omschrijven als razend spannende survivalhorror. In het kleine dorpje Pennystown (de naam is niet toevallig gekozen!) wisselt Ethan Daniels zijn saaie bestaan als winkelhulpje af met porno en dagdromen over seks. Tot hij opeens 's avonds langs de weg oog in oog komt te staan met een prachtige en poedelnaakte dame. Ze heeft een lichaam, dat hij alleen maar kent vanuit zijn favoriete lectuur en dat ze hem in haar volle naaktheid gretig toont! Het knappe meisje is gewond dus Ethan beslist om haar mee te nemen naar huis. Tot zijn verwondering brengt de superbabe nauwelijks een woord uit en kent ze slechts één taal... die van de liefde, zeg maar seks. Enfin, je hebt het al door: Ethan duikt met haar in bed en doet waar hij al zo lang van droomt. En dan begint de nachtmerrie pas echt. Ethans meisje blijkt plots in staat tot het leggen van eieren, waaruit exacte klonen van haarzelf tevoorschijn komen. Deze klonen worden volwassen geboren en denken maar aan één iets: paren en eieren leggen! Alleen mannen zijn in hun ogen interessant en andere vrouwen... tja, die kunnen dienen als voedsel! Vluchten is uit den boze want op mysterieuze wijze heeft zich een gigantische stolp rond het dorpje gevormd, waardoor ontsnappen geen optie meer is. Bovendien lijken de meiden precies instinctmatig de bevelen te volgen van een mysterieuze spermatozoïde (!) die verlekkerd is op mensenvlees... En dat is nog maar deel 1 van deze vierdelige reeks!


Girls is echter veel meer dan mensen die achternagezeten worden door moordwijven in opdracht van een kannibalistische zaadcel. Er komt trouwens nauwelijks full frontal nudity in de strip en 'de daad' is nooit te zien, alleen de resultaten ervan... Girls heeft veel meer diepgang dan wat men op het eerste zicht zou denken: De graphic novel toont ons het oerconflict tussen mannen en vrouwen, de diepmenselijke strijd tussen eros (seks) en thanatos (dood), dat alles overgoten met een horror- en sf-sausje. De naakte meiden zien er misschien wel leuk uit, maar met hun blote handen rukken ze mensen (vooral vrouwen en impotente mannen) uiteen om hen vervolgens aan stukken te scheuren, want dat eet nu eenmaal makkelijker. Bovendien spelen ze in op onze lagere behoeften: sommige gefrustreerde mannen kiezen eerder voor het bevredigen van hun onderbuik — wat resulteert in nieuwe eieren — dan te vechten voor het voortbestaan van Pennystown. Dat kleine dorpje ziet daarom bladzijde na bladzijde zijn inwonersaantal slinken. Het zijn dan ook de vrouwen van het dorpje die het heft (van een shotgun) in handen nemen en de moordende opmars van de gulzige grieten proberen in te dijken. Het zou zonde zijn om de ontknoping van Girls te verklappen, maar bij enkele lezers kwam het slot als een anticlimax, terwijl anderen (waaronder ikzelf) dat slot best te — excusez le mot — pruimen vonden. Maar wild enthousiast... neen, toch niet zo. Het slot van The Sword, daarentegen, daar was ik nog dagenlang van onder de indruk!


Girls maakte aan iedereen duidelijk dat The Luna Brothers allesbehalve het zwakkere broertje waren van de Amerikaanse stripmakers. Dus het was reikhalzend uitkijken naar hun volgende reeks. Zouden ze hun stijgend aantal fans niet teleurstellen?
Met The Sword bewandelden de broers in elk geval een nieuw pad, deze keer maakten ze een reeks die volgens henzelf bedoeld is voor liefhebbers van Kill Bill, Highlander en Blade. Geen sciencefiction of survivalhorror meer, maar zinderende actie, gedrenkt in een bovennatuurlijk sausje.

In The Sword volgen we Dara Brighton, een gehandicapt meisje wiens familie om een onverklaarbare reden volledig wordt uitgemoord door drie weirdo's in maatpak. De drie zijn op zoek naar een of ander zwaard dat Dara's vader in zijn bezit zou moeten hebben. Maar omdat hij niet weet waarover ze praten, wordt hij afgemaakt en zijn huis in brand gestoken. Dara zakt door de brandende vloer van haar huis en komt oog in oog te 'liggen' met het gevest van een zwaard. Ze grijpt het vast en dan gebeurt er iets vreemds. De verlamde Dara kan — zonder dat Jezus in de buurt is — weer lopen. Sterker: ze beschikt over bovennatuurlijke superkrachten. Verwondingen helen op miraculeuze wijze, ze kan torenhoog springen en razendsnel bewegen.


Met de kracht van het mysterieuze zwaard heeft Dara nog maar één doel voor ogen: wraak voor de moord op haar ouders! Via een klasgenoot komt ze te weten dat haar vader door de drie vreemdelingen (die allen godskinderen blijken te zijn), gebruikt werd om een vierde godskind uit de Kretenzische tijd (dik vierduizend jaar geleden) te vermoorden. Met hun vieren controleerden ze elk afzonderlijk een van de vier elementen die gebundeld werden in het zwaard dat ze samen smeedden en dat Dara nu in haar bezit heeft! Haar vader was dankzij het zwaard onsterfelijk, zolang hij het nu en dan eens vastpakte.

En zo begint een kat- en muisspel dat vier paperbacks (of 24 comics) duurt: Dara wil wraak, maar Knossos (aarde), Malia (lucht) en Zakros (water) willen op hun beurt kost wat kost het zwaard onder hun controle krijgen. En dan is er nog Phaistos (vuur) wiens identiteit een grote verrassing is. We kunnen je nu al verklappen dat elke paperback draait rond de spectaculaire dood van een van de vier goden. Daarbovenop sterft dus ook Dara's vader in deel 1.

Het opzet van The Sword verschilt grondig van Girls, maar bevat dezelfde elementen die van Girls zo'n succes maakten: een verhaal dat op het eerste zicht wat banaal is, maar meesterlijk wordt uitgewerkt, levendige dialogen, diepgravende psychologie van de personages, zinderende actie en een sterk gore-gehalte bij de gewelddadige scènes. Joshua Luna draait zijn hand niet om voor een open botbreuk, verbrijzelde schedel of opengereten wonde meer of minder. Jonathan slaagt er van zijn kant wonderwel in om te mikken op onze duistere en diepmenselijke verlangens die hij op geniale wijze als paradoxen voorstelt. In Girls krijgen we de paradox van ongelimiteerde seks die steeds fataal afloopt, in The Sword worden we voor de keuze gesteld: wat zouden wij doen met een superzwaard dat de wereld kan vernietigen?

Het is onmogelijk te zeggen wat mijn favoriete scène is in een van de strips van The Luna Brothers. De broers slagen er steeds in om hun albums te laten eindigen met een meesterlijke cliffhanger, die het wachten op het vervolg een gruwelijke kwelling maakt. Enkele scènes in Girls hebben een bijna cinematografische kracht, zoals wanneer de meisjes een gecastreerde man verscheuren, het epische shotgungevecht tussen de inwoners van Pennystown en de moordwijven, de vernietigende kracht van de superspermatozoïde,...
Maar ook The Sword moet niet onderdoen in adembenemende scènes, zoals de slotgevechten tussen Dara en de moordenaars van haar vader. Bij elk van die gevechten zetten zij precies hun eigen kracht (water, aarde of lucht) in tegen het zwaard van Dara, wat resulteert in spektakel van het zuiverste water!

Op de interessante website van de broers staat dat ze momenteel bezig zijn met nieuwe projecten. Jonathan experimenteert met een zeer duistere tekenstijl en is ook actief als fotograaf. Enkele fans vroegen hen op Facebook of de foto's van het meisje met het zwaard afkomstig waren van de film The Sword... wat de broers meteen ontkenden. Toch vraag ik me sterk af hoe lang het nog zal duren vooraleer een verfilming van een van hun reeksen bij ons in de bioscopen te bewonderen zal zijn!


Van Girls en The Sword verschenen elk 24 comicdelen die per zes werden samengebracht in vier bundels. Achteraf kwamen er ook superintegrales die de hele reeks bundelden.

Girls: The Complete Collection (2007) bevat de bundels:
1. Conception (2005)
2. Emergence (2006)
3. Survival (2006)
4. Extinction (2007)

The Sword: The Complete Collection Deluxe Hardcover (2010) telt de volgende bundels:
1. Fire (2008)
2. Water (2008)
3. Earth (2009)
4. Air (2010)


Op www.lunabrothers.com kan je van alle reeksen van The Luna Brothers gratis het eerste comicdeeltje lezen.


 
31/03
 
 
Les Cosmonautes du Futur (besproken door Jeroen François)
Het hoeft voor mij niet altijd Edmond Baudoin te zijn. Ik kan evenzeer genieten van gewoonweg plezante strips. Hoe onnozeler, hoe liever, moet ik toegeven. En dan kan je niet om Lewis Trondheim heen. In 2000 ging de nukkige Fransman met de kinderlijke fantasie in zee met Manu Larcenet. Trondheim had toen al naam gemaakt met Lapinot (Kobijn), Donjon en een hele rits andere strips bij uitgeverij L'Assocation. Voor Larcenet zou Les Cosmonautes du Futur zijn eerste reeks voor een groot publiek worden. Voordien was hij vooral actief bij Fluide Glacial.

In Les Cosmonautes du Futur laat Lewis Trondheim al zijn kinderlijke verbeelding de vrije loop. Gildas Focus (spreek deze achternaam op zijn Frans uit) en Martina Vallais zijn ervan overtuigd dat de wereld rondom hen niet is zoals hij lijkt. Volgens Gildas zijn alle mensen eigenlijk buitenaardse wezens, die met de thuisbasis communiceren via hun draagbare telefoons. Onzin, volgens Martina, het zijn allemaal robotten. Kinderen met een grote fantasie dus. Maar wat als ze het nu eens bij het rechte eind hebben?

Wat maakt deze driedelige sf-reeks het lezen waard? Niet zozeer het scenario, dat niet echt doordacht is. Maar de levendige dialogen en maffe personages doen je de strip met een gelukzalige glimlach lezen. De humor van Trondheim is er trouwens een zonder dubbele bodems. Geen grappen die enkel volwassenen begrijpen. Heerlijk naïef dus. Alleen jammer dat het derde en laatste deel een beetje uit de toon valt met zijn warrige en minder leutige verhaallijn.

Achteraf keek Manu Larcenet met gemengde gevoelens terug op zijn avontuur met Lewis Trondheim. Hij voelde zich niet echt bij het project betrokken. Trondheim schreef het scenario en werkte de storyboards uit. Die faxte hij bladzijde voor bladzijde naar Larcenet door, die maar moest tekenen zonder een idee te hebben van hoe het scenario verder zou verlopen. Op een bepaald moment moest hij een gruwelijke scène op papier zetten: een klein meisje dat omver wordt gereden door een auto. Hij belde Trondheim op en vertelde hem dat hij zoiets niet kon. Trondheim gaf een mistig antwoord waarna Larcenet tegen zijn zin toch maar deed wat hem werd opgedragen. Pas toen het vervolg uit de fax rolde, wist Larcenet welke richting het verhaal zou uitgaan. Toch zou hij later opnieuw met Trondheim samenwerken, al was bij Donjon Parade ook Joann Sfar van de partij.

In Les Cosmonautes du Futur is Manu Larcenet nog niet op het toppunt van zijn kunnen, maar zijn eenvoudige tekenstijl past wonderwel bij het scenario. En hij laat zijn liefde voor punkrock duidelijk merken: T-shirts en petten met daarop namen als Bad Religion en NOFX duiken herhaaldelijk op. De felle en levendige inkleuring van Brigitte Findakly, de vrouw van Lewis Trondheim, onderstrepen het naïeve karakter van deze strip.



Les Cosmonautes du Futur verscheen in de collectie Poisson Pilote van Dargaud. Een collectie waarin ik indertijd prachtstrips ontdekte als De Kat van de Rabbijn (Joann Sfar), Isaac de Piraat (Christophe Blain) en Kobijn (Lewis Trondheim). Jammer dat Dargaud Poisson Pilote een tijdje geleden opdoekte.

Liefhebbers van Kobijn, Donjon of het werk van Luc Cromheecke (onze eigen Lewis Trondheim) weten dus wat hen te doen staat. Tip: het Frans van Trondheim is niet te moeilijk. Ik vond volgende scène nogal plezant. Marina, Gildas en zijn zusje Gaëlle 'infiltreren' in plaatsen die volwassenen frequenteren in de hoop bewijzen te vinden dat ze wel degelijk buitenaardse wezens of robotten zijn. Larcenet moet zich geamuseerd hebben met dit in beeld te brengen, al tekent hij naar eigen zeggen niet graag kinderen.



 
24/03
 
 
Locke & Key (besproken door Peter Moerenhout)
In 2008 veroverde ene Joe Hill menige harten van comicminnaars met zijn nieuwe stripreeks Locke & Key. Het ging zelfs zo ver dat het eerste nummer al was uitverkocht op de dag waarop het verscheen. Uitgever IDW Publishing was er immers in geslaagd om, mits een geslaagde promotiecampagne en heel wat buzz rond de auteurs, een hype rond de nieuwe serie te creëren. Maar was die hype terecht? Dat er een aflevering van Klare Taal aan Locke & Key gewijd wordt, beantwoord die vraag eigenlijk al, maar jij bent een doorwinterde striplezer die graag ook wat argumenten en achtergrondinfo krijgt. Welaan dan!

De tekenaar van Locke & Key, Gabriel Rodriguez, was bij een klein, maar loyaal publiek al een beetje gekend dankzij een adaptatie van een bekend boek van Clive Barker: The Great and Secret Show. De comic, gescript door Chris Ryall, bestond uit twaalf delen en kende een matig succes. De reeks had wel een trouwe schare diehardfans, vooral dan lezers die al aan Clive Barker verknocht waren.


In 2007 kwam de film Beowulf uit, een door Neil Gaiman geschreven versie van het epische gedicht. IDW Publishing verwierf de rechten om de film te adapteren voor comics. Chris Ryall nam opnieuw de schrijfteugels in handen en Rodriguez leverde de tekeningen. Gaiman is uiteraard een grote naam in de comicwereld en dankzij deze reeks kreeg Rodriguez nog meer aanhang van de fans.

Locke & Key, wat dan eigenlijk nog maar zijn derde grote project was, werd eind 2007 aangekondigd. Het werd geschreven door Joe Hill, een debutant in het comicsmedium. Het was niet zijn eerste publicatie. Hij had zijn sporen als schrijver al verdiend in de wereld van het proza. Hill debuteerde in 1997 met een kortverhaal in het horrorgenre. Hij bleef gestaag kortverhalen schrijven en publiceren in tal van tijdschriften en publiceerde in 2005 20th Century Ghosts, een bundeling van zijn beste pennenvruchten tot dan. In 2007 volgde de roman Heart-Shaped Box. Die roman stond na één maand al in de top tien van de bestsellerslijst van The New York Times.


De aandacht die Hill daardoor kreeg, leidde al snel tot de revelatie van zijn echte naam. Joe Hill is immers een pseudoniem dat de man aangenomen had omdat zijn vader een zeer bekende schrijver is. Joe wou echter op eigen kracht proberen te slagen als auteur. Een zeer nobel streven in tijden waarin mensen verwachten rijk en beroemd te worden in ruil voor het eens afsteken van hun broek in Big Brother en konsoorten. En begrijpelijk ook, als je weet wie die vader is. Schrijf maar eens horror als je verwacht constant vergeleken te worden met Stephen King...

Uiteraard waren er tal van sceptische stemmen die opgingen rond deze reeks. Kan die prozaschrijver wel comics schrijven? Wat denkt die wel? De meeste van die stemmen verstomden ietsje meer met elk nieuw nummer van de reeks dat gepubliceerd werd tot er praktisch enkel nog lof weerklonk.



Locke & Key
gaat over een gezin dat, getekend door de brutale moord op de vader van dat gezin, verhuist naar het Keyhouse-estate, een groot, Victoriaans aandoend huis dat ergens op de kliffen staat in een stil stadje in Massachusetts, Amerika. In het huis woont Duncan Locke, de broer van de vermoorde vader. Het gezin, bestaande uit moeder Nina, oudste broer Tyler, middelste zuster Kinsey en jongste broertje Bode, heeft behoefte aan een omgeving waar ze niet constant herinnerd worden aan de gebeurtenissen uit hun recente verleden. Waar ze echter wel mee geconfronteerd worden, is het verleden van hun vader, Rendell Locke...

De serie focust vooral op Tyler, Kinsey en Bode. De drie ontdekken al snel dat er iets vreemd aan de gang is in Keyhouse. Doorheen heel het huis zijn tal van vreemde sleutels verborgen, elk met een eigen magische kracht. De ene sleutel geeft je de macht om schaduwen te animeren en te bevelen, de andere heeft de kracht om je uit je lichaam te laten treden, enzovoort.

Ook zit er, in een waterput ergens op het domein, een bovennatuurlijke entiteit gevangen. Wat die juist is (een geest? een alien?) en wat die juist wil, wordt slechts met mondjesmaat prijsgegeven. Het enige wat snel duidelijk is voor de lezer is dat deze entiteit iets te maken heeft met het verleden van de vader van de drie hoofdpersonages. Dankzij allerlei manipulaties kan de entiteit ontsnappen. Dit bovennatuurlijke wezen neemt vervolgens een menselijke gedaante aan, noemt zich Zack Wells en zoekt contact met Tyler, Kinsey en Bode. Zack is uit op de Omega Key en probeert daarvoor hun vertrouwen te winnen. Wat die sleutel doet, is nog niet bekend, maar dat het weinig goeds zal zijn, is duidelijk.





De serie zit boordevol spanning en mysterie en Hill weet die aspecten zeer goed te doseren. Elke vraag die beantwoord wordt, leidt tot andere vragen. Wat is er vroeger gebeurd tussen Rendell Locke en de entiteit? Wat is het doel van de entiteit? Vragen genoeg.

Wat de reeks eigenlijk nog veel spannender maakt, zijn de personages. Hill blijkt immers een meester in de psychologie en het schrijven van dialogen. Zijn personages komen los van het papier en spreken in geloofwaardige dialogen over hun angsten, zorgen en diepste verlangens.
Daar komt de spanning van de aanwezigheid van Zack en de onwetendheid van Tyler, Kinsey en Bode nog eens bij. Ze komen namelijk veel in confrontaties en gevechten terecht met de entiteit, maar ze beseffen niet dat die, in de vorm van Zack, zich steeds dieper in hun privéleven graaft.

Het is lang geleden dat ik nog zo meegeleefd heb met fictieve figuren. En de vraag wat er met hen zal gebeuren is, voor mij, zelfs nog pertinenter dan de vragen inzake de bovennatuurlijke gebeurtenissen. Il faut le faire.

Hill gebruikt de horrorelementen in het verhaal ook zoals het hoort: om de psychologie van de personages uit te diepen. Zo gebruikt Kinsey bijvoorbeeld de Head Key, waarmee je naar believen dingen kan toevoegen of wegnemen aan je kennis en psyche, om haar capaciteit tot het voelen van angst en verdriet weg te nemen.

Je kan je de verstrekkende en spannende gevolgen wel voorstellen. Hill beschrijft deze gebeurtenissen zo overtuigend dat je jezelf na een tijdje, zonder er erg in te hebben, betrapt op het filosoferen over de dingen des levens. Geen comic voor leeghoofden dus.

En kennis van het medium strips heeft die Joe Hill blijkbaar ook. Hij maakt dankbaar gebruik van alle technieken die hem aangeboden worden: hij spiegelt scènes, laat verschillende scènes zich tegelijkertijd op één bladzijde afspelen, laat personages de randen van kaders doorbreken om daardoor bovennatuurlijke gebeurtenissen aanschouwelijker te maken en zijn ritme en spanningsopbouw swingen de pan uit.



Dat alles wordt exquisiet verbeeld door Rodriguez. De man tekent in een stijl die gedetailleerd genoeg is om de gebeurtenissen levensecht te maken, maar laat op de gepaste momenten wel het beest in zich los. Zijn actiescènes en verbeelding van de bovennatuurlijke elementen in de strip zijn superbe. Verder draagt hij toe aan de spanning door een klare vertelstijl en goede opbouw van de pagina's. Hij leidt het oog van de lezer op meesterlijke wijze doorheen de belevenissen op papier.

Allemaal goed en wel, maar heeft deze reeks een reële kans op een vertaling? Op dit moment wordt een pilootaflevering voor een tv-reeks gebaseerd op Locke & Key ingeblikt en in mei zal het tv-netwerk Fox op basis daarvan beslissen of de tv-reeks er effectief komt of niet.
Als deze reeks vervolgens ook in België wordt uitgezonden en succes kent dan werkt dat als een rode, of in dit geval misschien groene lap op uitgevers. Een succesvolle film of tv-reeks garandeert immers een meerverkoop.

De reeks heeft geen opeenvolgende nummering, maar komt uit als een reeks van limited series die elk hun eigen titel en nummering kennen. Elke reeks vormt één hoofdstuk in het verhaal. Elk hoofdstuk bestaat uit zes comics van 22 pagina's.

Op het moment van dit schrijven werden reeds drie complete hoofdstukken uitgegeven. Elk van hen werd gebundeld in een trade paperback.
1. Welcome To Lovecraft
2. Head Games
3. Crown of Shadows

Het vierde hoofdstuk Keys to the Kingdom zal in april afgerond worden, waarna er snel een bundeling zal volgen. Daarna volgen nog twee hoofdstukken. Dat vind ik trouwens ook een pluspunt. Zo weten wij als lezer tenminste dat het verhaal afgerond zal worden op een (waarschijnlijk) bevredigende manier. Er zijn al te veel reeksen die nodeloos en langdurig uitgemolken worden en nu nog slechts een schaduw van hun eerdere zelf zijn.

Als favoriete scène kies ik deze keer voor een complete comic: nr. 3 van de vierde limited serie Keys to the Kingdom. Dit deeltje van de reeks illustreert perfect hoe vaardig Joe Hill en Gabriel Rodriguez zijn. Aan de hand van de pagina-indeling krijgen we een kijkje in het hoofd van Bode. Fictie en realiteit worden vrolijk en kundig vermengd en dat wordt dan nog eens gedaan door middel van klassieke, naar Casper & Hobbes en Peanuts verwijzende stopstrips. Rodriguez draagt zijn steentje bij door zijn stijl desgewenst aan de stijl van de stopstripdeeltjes aan te passen. Nice...









MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com


 
17/03
 
 
Mouse Guard (besproken door Koen Claeys)
 
COVERILLUSTRATIE FALL 1152
In de inleidende tekst van het eerste boek, Fall 1152, vertelt David Petersen (1977) dat hij voor deze publicatie al een tiental jaar met het basisidee voor deze strip in zijn hoofd zat: muizen die trachten te overleven in een vijandige wereld, bevolkt met roofdieren. Om de veiligheid van hun volk te garanderen leeft elke gemeenschap in een verborgen stad, afgezonderd van de andere steden. Hij tekende probeersels voor verschillende personages waaruit er drie voortkwamen: Saxon, Kenzie en Rand. Ze vervullen de rol van Mouse Guard. Deze wachters functioneren ondermeer als grensbewakers, verkenners en escorte in de gebieden die zich tussen de muizennederzettingen bevinden.

In de loop der jaren bevolkte Petersen deze fantasiewereld met meerdere personages en nederzettingen tot hij in 2005 de stap zette om deze ideeën in een strip te verwerken. Het eerste deel verscheen in eigen beheer (oplage: 250 stuks in zwart-wit) en werd praktisch onmiddellijk opgepikt door Archaia Studios Press, waarna de verhalen werden ingekleurd en wereldwijd verdeeld. Mouse Guard bleek van het begin een enorm succesvolle reeks en al gauw volgden er de pluchemuis, de PVC-figuurtjes en een rollenspel. De auteur is momenteel ook nog in onderhandelingen over een toekomstige verfilming.

 
COVERILLUSTRATIE WINTER 1152


Toen in 2007 de eerste hardcover verscheen, verloor ik hier meteen mijn hart aan. In dit boek gaan drie leden van de Mouse Guard (Lieam, Kenzie en Saxon) op zoek naar een vermiste graanhandelaar. Wat begint als een simpele opdracht ontaardt redelijk vlug in een groots avontuur vol intriges. Hoe sterk Fall 1152 ook is, het twee jaar later verschenen Winter 1152 blijkt niet enkel de bevestiging van Petersens verteltalent. Hierin presenteert hij een nog intenser verhaal waarbij de chemie tussen de hoofdpersonages van de pagina's afspat. De invloed van fantasyklassiekers als Star Wars, The Dark Crystal en In De Ban van de Ring wordt ook duidelijker merkbaar hoewel hij toch een origineel verhaal vertelt die niemand onberoerd laat.

Het lijdt geen twijfel dat deze verhalen vol liefde voor het onderwerp op papier werden gezet. Zoals Tolkien dit voor Middenaarde deed, heeft Petersen een grondig uitgewerkte wereld gecreëerd met zijn eigen geschiedenis en legendes, poëzie en liederen. Elk personage, nederzetting of interieur werd eerst aan een grondige voorstudie onderworpen en van bepaalde decors heeft de man zelf maquettes gemaakt, getuige daarvan dit door hem gemaakte YouTube-filmpje.

De muizen zien er zeer schattig uit en lijken weggelopen uit een kinderboek. Maar vergis je niet: het zijn beslist geen doetjes. Zonder enige aarzeling gaan ze het gevecht aan met wezels of slangen, beesten die vanuit hun standpunt als reusachtig worden ervaren. Het feit dat de lezer alles in hetzelfde perspectief als de kleine wezentjes meemaakt geeft bepaalde confrontaties epische proporties. Daarbij komt nog dat Petersen zijn perfecte tekeningen op een even uitmuntende wijze heeft ingekleurd zodat je tijdens de leeservaring in het boek wordt gezogen. Het enige nadeel bij de boeken is de tristesse die je overvalt nadat je ze hebt uitgelezen omdat je beseft dat je nog een jaar of twee zal moeten wachten op de volgende dosis.



Enkele maanden geleden verscheen Legends of the Guard. In dit album organiseert de uitbaatster van een herberg een verhalenwedstrijd onder haar klanten met als reglement: elk verhaal moet een waarheid en een leugen bevatten en mag nog niet eerder zijn verteld in de herberg. Petersen tekende de herbergscènes terwijl de verhalen bijdrages zijn van door hem geselecteerde grafische talenten. Terry Moore, Gene Ha, Guy Davis, Jason Shawn Alexander en anderen leverden, elk in hun kenmerkende tekenstijl, een verhaal dat perfect past in de wereld van Mouse Guard. Dit boek was een enorm verkoopsucces waarbij de eerste druk in 48 uur uitverkocht geraakte. Hieronder een bladzijde van Karl Kerschl, tekenaar van onder andere The Flash, Superman en Teen Titans.


Momenteel verschijnen de losse deeltjes van The Black Axe, een prequel waarin Petersen zich verdiept in het verleden van een legendarisch figuur in de Mouse Guard-mythologie. Waarschijnlijk kunnen we eind dit jaar hiervan een hardcoverbundeling verwachten.


Besluiten doe ik met mijn favoriete scène, een adembenemende confrontatie tussen leden van de Mouse Guard en een uil, een sleutelscene uit Winter 1152 waarin een van van de hoofdpersonages zijn grootste levensles leert.




LINK: blog David Petersen