Dit is archiefpagina 1 van de rubriek Klare Taal.

Klik verder naar de volgende updates:
Torpedo
Concrete
Adolf
Scalped
L'Âge de Raison
Stuck Rubber Baby
Hack/Slash
Vinland Saga
Les Cœurs Solitaires
Empowered

 
10/03
 
 
Torpedo (besproken door David Steenhuyse)
688 gebundelde pagina's met een harde kaft staan gelijk aan een dikte van vijf centimeter en de lichte vrees dat het plexiglas van de scanner zou bezwijken onder het gewicht van de bundel. Deze nog dikkere uitgave dan een telefoonboek is niet handig om te lezen, maar in tegenstelling tot het telefoonboek is het wel goed voor ettelijke uren leesplezier. En dat voor amper 35 euro! Maak kennis met Torpedo, een van de meest cynische reeksen met een van de grofste klootzakken in de hoofdrol.

Torpedo is in 1981 gecreëerd door de Spaanse tekenaar Jordi Bernet en de Spaans-Franse scenarist Enrique Sanchez Abuli. De reeks bestaat uit een zestigtal verhalen van gevarieerde lengte waarvan slechts een paar de reguliere albumlengte kennen. Maar die zijn minder briljant van opzet dan het kortere werk.

Luca Torelli alias Torpedo is van Siciliaanse afkomst die bij gebrek aan een deftige job in New York, waar hij naartoe emigreerde, zijn diensten verhuurt aan de meestbiedende. Meestal gaat het om het elimineren van een rivaal, een overspelige vrouw of een vervelende getuige. Torpedo is dus een huurmoordenaar, meerbepaald in de jaren 1930. Hij wordt bijgestaan door de klunzige en schijterige Rascal die al eens moet opdraaien voor de daden van zijn baas. Doorgaans werkt Rascal gewoon op de zenuwen van Torpedo en ook dat moet de arme naïeveling bekopen.

Huurmoordenaars zijn er in de stripwereld in alle soorten en maten. Ook Torpedo komt wel eens filosoferend uit de hoek zoals zijn collega in De Killer. Maar dat gemijmer leidt snel naar oneliners om van te smullen. In latere verhalen over zijn jeugd in Sicilië en zijn eerste jaren in New York wordt zijn achtergrond gefileerd en begrijp je beter waarom hij zo'n doemdenker zonder vrienden is geworden. En ook waarom hij vrouwen zo dikwijls brutaal bejegent.


Vrouwen verdienen beslist een apart hoofdstukje in deze bespreking. Ofwel zijn ze gevaarlijke femmes fatales die Torpedo wel de baas kunnen — niet zelden door hun zware boezem of voluptueuze lichaam in de strijd te werpen. Ofwel behandelt Torpedo de minder zelfzekere vrouwen die zijn pad kruisen als objecten waar hij zijn lusten op botviert of hen zelfs harde klappen verkoopt. Een enkele keer vindt hij een ontvoerde vrouw terug, vastgebonden op een bed. De gelegenheid maakt de dief en hij profiteert van de situatie om het machteloze meisje te verkrachten. Ook de geil geworden Rascal zien we met de broek op de enkels.


In de evolutie van de reeks valt op dat Bernet het in latere verhalen soms karikaturaler aanpakt met minder details en decors als gevolg. In die verhalen tekent hij mannen met meer komische gezichten en vrouwen met groteskere verhoudingen, een wespentaille en dikke borsten incluis... maar steevast verdomd sensueel, zeker als er een losse haarlok voor de ogen valt. Ondertussen tekende hij er namelijk ook de komisch-erotische strip Klaartje bij Nacht bij, eveneens op scenario van Abuli. In net zo veel gevallen herpakt Bernet zich telkens in het verhaal dat erna komt en zien zijn vrouwen er weer uit alsof ze zijn weggelopen uit Milton Caniffs Terry and the Pirates of Steve Canyon. Sommige types zie je ook terug in de reeks Pin-Up van Philippe Berthet en Yann.

Torpedo is zeker ook een brutale reeks. Elke keer er een vrouw opduikt, mag je er zeker van zijn dat ze binnen de kortste keren van kop tot teen in haar blootje is te zien. Sexy zijn die passages niet altijd. Een vrouw die wordt vernederd of pas slaag heeft gekregen is niet opwindend. Helemaal grof wordt het pas wanneer er naakte minderjarigen in beeld komen. Je vermoedt dat Abuli het steeds zwaarder had om zijn publiek, dat snel aan iets gewend raakt, te blijven choqueren. Poedelnaakte meisjes die hun seksualiteit uitspelen, komen op de duur net iets te veel aan bod om ze door de vingers te zien. Het enige wat we hiervan willen en durven afbeelden is een moment tussen de net wees geworden Luca en een volwassen vrouw die zijn kus beantwoordt met een golf van medelijden, liefde of veeleer lust.

Naast lust hakt het geweld er ook goed in. Hele magazijnen van repeteergeweren worden erdoor gejaagd. Het bloed spat in het rond en druipt uit levenloze lichamen. Wellicht zullen Amerikaanse lezers (de reeks werd vertaald in veertien landen) meer vallen over de rook uit Torpedo's eeuwige sigaret in de mond dan de rook uit pistolen en geweren. Veel andere vormen van geweld passeren ook de revue. Vuisten knallen (zelfs een paard krijgt een slag voor de harses) en messen worden gezwind in lijven geplant, al gaat er niets boven een stevige trap in de nutsack.

De verhalen spelen zich hoofdzakelijk af in New York of niet ver daarbuiten. Door wellicht gebrek aan inspiratie werd het decor ook wel eens verlegd naar Spanje, Cuba of Sicilië als het over de jeugd van Torpedo gaat. New York in al zijn grootsheid zien we in de crisisjaren van de jaren 1930 vooral vanuit donkere straatjes, groezelige kantoortjes en nachtclubs waar seks en muziek de atmosfeer bepalen.



Het werkelijk unieke aan de reeks en ook wel de grootste troef is het humorgehalte. Verwacht je aan heel veel snedige opmerkingen en dialogen, gemene replieken, maar ook onvervalste slapstick en originele situatiehumor. Zo zien we Torpedo en Rascal — duidelijk in zijn schik — een enkele keer een afrekening maken verkleed als clowns.


Bernet bedient zich van een heerlijke penseellijn met veel zwart-witcontrasten naar het voorbeeld van Milton Caniff of net zo goed Jijé. Alle verhalen waren bedoeld voor een publicatie in zwart-wit. Ten behoeve van de commercie werden er toch enkele albums ingekleurd. Een overbodig karwei want het zwartgallige Torpedo behoeft geen kleur.

Mijn eerste kennismaking met de gangsterstrip gebeurde dankzij de gebundelde uitgaven van het Nederlandse striptijdschrift Titanic uit de tweede helft van de jaren 1980. Het blad zong het vijf jaar langer uit dan het schip waar het naartoe vernoemd werd. Daarna vonden Torpedo 1936 — zoals de reeks eigenlijk voluit heet — en ook nog De Torens van Schemerwoude onderdak in De Toestand, een voortzetting van de stripnieuwsrubriek uit Titanic, maar nu als zelfstandig blad. Het zong het ook niet meer dan elf nummers uit. Uit de erfenis van Titanic vloeiden wel twee Nederlandstalige albums voort. De Franstalige reeks van Bernet en Abuli telt vijftien albums die doorheen de jaren achtereenvolgens bij Glénat, Albin Michel, Comics USA en Toth verschenen. In 2006 kwam het dan toch tot deze kloeke integrale bundel waarin alle verhalen zijn opgenomen.

 
LINKS TORPEDO DOOR ALEX TOTH, RECHTS DOOR JORDI BERNET

De eerste twee kortverhalen werden trouwens nog getekend door Alex Toth, maar hij kon zich helemaal niet vinden in de gewelddadige toon en de weinig sympathieke 'held'. Bernet nam het penseel van hem over en tekende de reeks tot het einde.

Mijn favoriete scène is het begin en het einde van hetzelfde kortverhaal. In het begin zit een stoïcijns en vies uit zijn ogen kijkende Torpedo op de beklaagdenbank. Zijn advocaat vraagt aan de rechter of zijn cliënt dan een moordenaarsgezicht heeft. Of er een maniak voor hen zit? Een gevaar op de weg? Op de vraag aan zijn cliënt waar hij van leeft, antwoordt hij dat enkel God dat weet waarop de advocaat de aandacht fluks vestigt op de godsvruchtigheid van zijn cliënt. Al die tijd zit Torpedo er als een sinister individu bij met een boeventronie die alle vooroordelen tegen heeft om vrijgesproken te worden. En in feite verdient hij het ook niet want hij wordt ervan verdacht moedwillig een man te hebben overreden. Een kreupele getuige helpt Torpedo alsnog vrij te spreken, maar daarna chanteert de omgekochte kreupele hem. Torpedo laat het hier niet bij en dwingt de getuige 's anderendaags om een drukke straat over te hollen. Rascal rijdt hem vervolgens overhoop. Na het finaal afmaken van de onfortuinlijke kroongetuige zit op zijn beurt Rascal op de beklaagdenbank. Dezelfde advocaat stelt aan dezelfde rechter dezelfde vragen over zijn nieuwe cliënt.





 
03/03
 
 
Concrete (besproken door Arnout Capiau)
Concrete of hoe je overleeft met een kop van beton
Het zal jou maar overkomen: tijdens een wandeltocht in de bergen word je ontvoerd en gedrogeerd. Als je weer bij bewustzijn bent, zit je ergens in een kamer, omringd door vreemde wezens die van steen lijken. En dan komt te echte schok: jij bent nu ook van steen. Je weegt een paar ton, je hebt geen gevoel in eender welk deel van je lijf en je ziet eruit als een golem. Voor de rest blijf je wel meester van je gedachten, en ben je een stuk sterker. Je hebt geen lucht meer nodig om te ademen, en je interne temperatuur is hoog genoeg om een kip te braden.

Dat is zowat de achtergrond van Concrete, maar het is niet waar de reeks over gaat. Behalve in bundel 6, de hervertelling van Concretes kortere ontstaansverhaal uit het eerste volume. Het hoofdpersonage is altijd een gevoelige, welbespraakte man die eruitziet als een goedkoop special effect.

Concrete, die vr zijn transformatie door 't leven ging als Ron Lithgow, probeert vooral een zo productief mogelijk leven te leiden. Concrete is ook een alter ego voor de auteur, Paul Chadwick. De reeks is dé manier voor de auteur om zijn wereldvisie te presenteren, en dan vooral via een hoofdpersonage dat niet echt heldhaftig is.

Zo’n levend standbeeld is een eerder vreemde keuze voor een protagonist, maar Concrete is een heel sympathiek personage en het is (voor mij althans) ook heel gemakkelijk om je met hem te identificeren. In elke situatie laat hij (en daarmee bedoel ik ongetwijfeld zowel Concrete als Paul Chadwick zelf) dan ook een goed doordachte visie op het leven zien. Concrete is dan ook een creator owned-reeks, dus Chadwick kan doen wat hij wil, en die vrijheid maken zijn verhalen onvoorspelbaar, doordacht en onbevreesd.



Chadwick is een redelijk klassiek getrainde tekenaar, die naast geschilderde illustraties en kaften voor boeken ook enkele films van storyboards voorzag. In interviews komt hij altijd over als een heel vriendelijke en bescheiden man, met dezelfde scherpe intelligentie en subtiele onzekerheid als Concrete. Hij beschrijft Concrete zelf ook als zijn constante denkoefening: "Hoe moet het zijn om dit of dat op die manier door te maken?" "Hoe zou het voelen om bedolven te zijn onder tonnen puin?"...

Hij is van dezelfde generatie als onder andere Frank Miller, Mark Verheiden, Dark Horse Comics-big shot Randy Stradley, maar beschouwt zichzelf als de onopvallende man in de achtergrond.

Je wordt gelukkig nooit om de oren geslagen met de gebreken van de mensheid, ook al hebben enkele van de verhalen (zoals Think Like A Mountain) heel opzettelijk een ecologisch bewuste inslag. Chadwick loopt hier niet zomaar het Inconvenient Truth-fenomeen achterna, want die verhaallijn dateert oorspronkelijk van 1996, de periode toen er nogal wat Greenpeace-geïnspireerde ecoterroristen actief waren. Dit laat Chadwick toe beide kanten van de medaille te tonen, waardoor Think Like a Mountain meer is dan een hippiemanifesto.

Milieubehoud heeft uiteraard de overhand, maar de conclusies zijn allerminst zwart-wit.
Het is bovendien Ron Lithgows allerminst zelfzekere houding die de verhalen zo menselijk maakt: ondanks zijn imposante uiterlijk en bovenmenselijke kracht, houdt hij zichzelf klein (en in de problemen) door te hard en te lang over bepaalde dingen na te denken, of zijn tekortkomingen groter te maken dan ze zijn. Zonder dat het geheel echt meelijwekkend is, want subtiele humor en verrassende karaktermomenten zorgen regelmatig voor de perfecte toon.

De verhalen in de verschillende volumes kunnen zonder veel problemen door elkaar gelezen worden, op het laatste bundel na, dat de status quo zo dooreen schudt dat je die zeker tot het laatst moet houden. De veelzijdigheid van de thema's in die verhalen spreekt ook alleen in het voordeel van de reeks: meestal over de ambities van een man die vaak te hard nadenkt, maar toch dingen wil bereiken. Soms zit er echter meer een thriller/horror-sfeer in, zoals in Killer Smile, of is het een kroniek over de bizarriteiten van een Hollywood-filmproductie, zoals in Fragile Creature.
Uit die bundel komt meteen ook een van mijn favoriete scenes. De vrouwelijke hoofdrol uit de film waar Concrete aan meewerkt (een soortement He-Man/Conan-geval), heeft een onverklaarbare fascinatie voor onze seksloze held. Zijn klunzige gelatenheid is voor mij ZO herkenbaar...


Noot: pagina's in kleur uit een vorige uitgave. De nieuwe bundels van Dark Horse zijn zwart-wit.

Concrete is een reeks die nooit Sin City- of Hellboy-proporties zal aannemen, maar kwalitatief zeker niet in de schaduw ervan moet staan. De intimiteit van de verhaallijnen geeft de reeks een uniek element dat je moet koesteren. Ik ben daarom ook bijzonder verheugd te lezen dat Paul Chadwick eindelijk, na vijf jaar, opnieuw aan een Concrete-verhaal werkt.


Beschikbare bundels (allen zwart-wit):
1. Depths
2. Heights
3. Fragile Creature
4. Killer Smile
5. Think Like a Mountain
6. Strange Armor
7. The Human Dilemma


 
24/02
 
 
Adorufu ni Tsugu / L'Histoire des 3 Adolf / Adolf
(besproken door Jeroen François)
Heb je ook genoten van Monster en 20th Century Boys van Naoki Urasawa, reeksen die uitblonken door hun spannende en ingenieuze plots? Lees dan zeker Adorufu ni Tsugu (Frans: L'Histoire des 3 Adolf – Engels en Duits: gewoonweg Adolf) van Osamu Tezuka. Want het werk van Urasawa, en dat van de meeste andere mangaka, is zonder meer schatplichtig aan de grootmeester van de Japanse strip.

Explosieve documenten
In L'Histoire des 3 Adolf (ik las de Franse vertaling, dus ik zal de reeks dus ook in die taal benoemen) draait alles rond — je raadt het nooit — drie personen die Adolf heten. Adolf Kaufmann is het zoontje van een Duitse vader, diplomaat en lid van de nazipartij, en een Japanse moeder. Hij woont in Kobe en is goed bevriend met een andere Duitse jongen: Adolf Kamil, zoon van de plaatselijk bakker en joods. En dan is er nog Adolf Hitler, die ik hopelijk niet moet voorstellen.

Maar de eigenlijke hoofdrol is weggelegd voor Sohei Togué. Deze ex-atleet verslaat in 1936 voor een Japans persagentschap de Olympische Spelen in Berlijn. Ook zijn jongere broer Isao vertoeft in de Duitse hoofdstad, maar wordt vermoord door de nazi's omdat hij over documenten beschikt die, mochten ze publiekelijk bekend geraken, nazi-Duitsland op zijn kop zouden zetten. Ze tonen namelijk aan dat Hitler van joodse afkomst is. Isao heeft deze uiterst gevoelige bewijsstukken nog net voor zijn dood naar Japan kunnen sturen, waardoor ook de Adolfen Kaufmann en Kamil bij de zaak betrokken raken. Sohei Togué keert terug naar zijn geboorteland om op zoek te gaan naar de documenten. Maar ook de nazi's blijven niet bij de pakken zitten...


Filmische stijl
L'Histoire des 3 Adolf is een spannende thriller, die door de meeslepende filmische stijl leest als een trein. Saai wordt het nooit, mede door de subplots die voor de nodige variatie zorgen. Oorlogstaferelen, spionageactiviteiten, amoureuze verwikkelingen, er is voor elk wat wils. Er zijn af en toe wel wat toevalligheden om het verhaal zonder al te veel omwegen te doen kloppen, maar dit gebeurt wel vaker in strips, films of romans, dus daar heb ik me niet al te veel aan geërgerd.

Ook al is het onderwerp ernstig, toch kan Tezuka het niet laten zijn verhaal te larderen met zijn typische, vaak wat kinderlijke humor. Iemand als Urasawa zou er nooit weg mee komen, maar bij Tezuka aanvaard ik dit zonder meer. Het maakt nu eenmaal deel uit van zijn universum.

 
VOORBEELD VAN TEZUKA'S FILMISCHE VERTELSTIJL

Het tekenwerk is functioneel. Een eufemisme om te zeggen dat je de reeks niet voor zijn tekeningen moet kopen. Dit is niet erg, want het wervelende scenario maakt alles goed. Als je zo'n honderdvijftigduizend mangapagina's op je palmares staan hebt, de zowat vijfhonderd animatiefilms niet eens meegerekend, is het niet verwonderlijk dat niet elke tekening tot in de puntjes is uitgewerkt. Tezuka, die op een bepaald moment aan tien reeksen tegelijk bezig was, leverde tijdens zijn artistieke loopbaan constant een gevecht tegen de deadline. Hij beschikte bovendien niet over een studio, maar had wel enkele assistenten, die hem evenwel niet konden volgen.

Toch trekt Tezuka af en toe wat meer tijd uit voor zijn tekenwerk, en dan is het genieten van een bijzondere kadrering of erg gedetailleerde plaat. Dit is hoe hij een verkrachtingsscène in beeld brengt:


Ook in het overdonderde laatste deel, waarin de dramatische gebeurtenissen elkaar in sneltempo afwisselen, is het tekenwerk indrukwekkend. De door bombardementen verwoeste steden Berlijn, Tokio en Kobe zijn erg treffend in beeld gebracht.


Verloren onschuld
Osamu Tezuka snijdt in L'Histoire des 3 Adolf een interessant, maar gevoelig onderwerp aan. Het is boeiend om de Tweede Wereldoorlog eens door de ogen van Japan te zien, dat in 1940 het Driemogendhedenpact ondertekende met Duitsland en Italië. Tezuka gaat de kritiek niet uit de weg en toont onder meer de wandaden van het Japanse bezettingsleger in China.

Toen in 2004 de film Der Untergang van Oliver Hirschbiegel in de zalen verscheen, was er nogal wat kritiek omdat Hitler als mens van vlees en bloed werd geportretteerd en niet louter als de verderfelijke figuur zoals wij hem kennen. Tezuka doet eigenlijk net hetzelfde in L'Histoire des 3 Adolf. Hitler is in sommige scènes een aimabele man, met momenten van vreugde en van twijfels zoals eenieder van ons. Om enkele platen verder weer de vertrouwde brulboei te zijn die monsterlijke beslissingen neemt. Het maakt de strip alleen maar geloofwaardiger.

Ogenschijnlijk is L'Histoire des 3 Adolf 'gewoon' een uitmuntende thriller, maar het is ook zo een van die reeksen die je doen nadenken van zodra je de laatste bladzijde hebt omgeslagen. Wat Tezuka ons wil tonen, is hoe snel en gemakkelijk een onschuldig iemand kan veranderen in een moordenaar. Adolf Kaufmann nam het als kind op voor zijn joodse vriend, maar na zijn opleiding bij de Hitlerjugend wordt hij een meedogenloze nazi. Ook Adolf Kamil blijkt op het einde van het verhaal erg veranderd. En Hitler zelf was ooit ook een braaf jongetje, met ambities in de artistieke wereld.


Averechtse Hitlergroet
 
ACETYNE LAMP IN (VAN LINKS NAAR RECHTS)
METROPOLIS, L'HISTOIRE DES 3 ADOLF EN BLACK JACK
 Dit geldt misschien niet voor Acetylene Lamp, lid van de Gestapo en het echte booswicht uit L'Histoire des 3 Adolf. Wie al een andere strip van Tezuka las, zal de tronie van Lamp misschien bekend voorkomen. Tezuka baseerde dit personage op iemand die hij vroeger van school kende. Doorheen zijn œuvre duikt Acetylene Lamp regelmatig als bad guy op, zoals in Astro Boy, Metropolis, Phoenix en Black Jack.

Osamu Tezuka schreef L'Histoire des 3 Adolf tussen 1983 en 1985. De reeks verscheen onder meer in het Engels (vijf delen, helaas niet allemaal even goed te vinden), het Frans (vier delen, maar compleet) en het Duits (vijf delen). De Nederlandse vertaling werd in 2005 door uitgeverij Xtra aangekondigd, maar daarop is het nog steeds wachten. Mocht het er toch ooit eens van komen, dan hoop ik dat de oorspronkelijke Japanse leesrichting gevolgd wordt. In de Franse en Engelse uitgaven is dit de westerse leesrichting en zijn de bladzijden gespiegeld. Op zich geen ramp, ware het niet dat de Hitlergroet plots met de linkerarm gedaan wordt. Dit is echt het enige storende minpunt aan deze reeks dat ik kan verzinnen, en het is niet eens de schuld van Osamu Tezuka zelf. L'Histoire des 3 Adolf is kortom een reeks die het predicaat klassieker dubbel en dik verdiend.


 
GESPIEGELDE HITLERGROET


 
17/02
 
 
Scalped (besproken door Peter Moerenhout)
Indianen dienen in films en literatuur meestal slechts als doelwit voor de cowboys of, als het gaat om een film die dingt naar één of meerdere oscars, als wijze oude mannen die de cowboy wel even zullen doen inzien dat zijn band met de natuur en haar beestjes dringend aangehaald moet worden. Vandaar dat ik indianen doorgaans retesaai vind. Niet zo degene die in Scalped opduiken...

Scalped is de creator owned comic* van R. M. Guéra en Jason Aaron. Beide auteurs verschenen als een donderslag bij heldere hemel op de stripmarkt om vervolgens, met de vingers in de neus, spijkers met koppen te slaan. Guéra is een naar Barcelona gevluchte Serviër die voor Scalped wel een en ander had gepubliceerd, maar dan wel zeer laag onder de radar.
* Creator owned: Alle rechten van de strip zijn in bezit van de auteurs. In tegenstelling tot company owned comic (bijvoorbeeld Spider-Man of Batman) waarvan de rechten op de personages eigendom zijn van de uitgeverij.


Aaron won in 2001 een wedstrijd van Marvel Comics waarvoor hij een acht pagina's tellend verhaal over ieders favoriete X-Man, Wolverine, schreef. Marvel publiceerde dat verhaal en vervolgens vernamen we vijf jaar lang niets van Aaron. Dan kwam hij in 2006 plots met een vijfdelige comic over de Vietnamoorlog op de proppen. Vertigo publiceerde deze strip, The Other Side, en die sleepte meteen een Eisner Award*-nominatie in de wacht. Aaron kreeg nadien van Vertigo de kans om in 2007 met de maandelijkse comic Scalped te beginnen. Dankzij de donkere stijl en de superieure noir-plots, die Aaron hanteert in Scalped, heeft hij in de jaren volgend op de publicatie van het eerste deel aanzoeken gekregen om ongeveer alle grim 'n gritty-personages uit de wereld van de comics te schrijven: Wolverine, Punisher, Ghost Rider, John Constantine (Hellblazer),...
* Eisner Awards: Naast de Harvey Awards de belangrijkste prijzen in de Engelstalige stripwereld.

Scalped speelt zich af in een fictief indianenreservaat: The Prairie Rose Indian Reservation. De reservaten, die tot op de dag van vandaag blijven bestaan in Amerika, zijn plaatsen waar de oorspronkelijke inwoners, de indianen dus, zo veel mogelijk autonomie krijgen. Ze hebben een eigen bestuur, een eigen politie, enzovoort. Traditioneel zijn dit echter stukken land waar de Amerikaanse regering weinig of niets mee kan doen wegens geen natuurlijke rijkdommen en onvruchtbaar.


Tal van indianen vluchten heden ten dage in de drank wegens de gigantische werkloosheidsgraad en de alomheersende armoede in en rondom hun woonplaatsen. Het feit dat indianen (net als Japanners trouwens) een gen hebben dat ervoor zorgt dat ze niet zo goed tegen drank kunnen, helpt hen niet zo veel vooruit. In Amerika mogen de staten zelf beslissen of ze gokken toestaan of niet. Er zijn er echter niet zo gek veel waar gokken niet aan banden wordt gelegd. De reservaten worden nochtans gezien als soevereine naties. Die moeten dus enkel gehoorzamen aan de federale regering en niet aan de wetgeving van de staat waarin ze liggen. Sinds 1987 zijn er als gevolg daarvan in allerhande reservaten casino's geopend. Die casino's zijn een van de weinige bronnen van inkomsten die de indianen nu nog hebben. In Prairie Rose staat Red Crow, een rijke zakenman, voorzitter van het bestuur en de politie van de stam en eigenlijk ook wel een beetje een crimineel, op het punt zo'n casino te openen. Net op dat moment stormt ons hoofdpersonage Dashiell Bad Horse, na vijftien jaar elders doorgebracht te hebben, terug ten tonele.



Dashiell slaat hier en daar wat lowlifes in elkaar en trekt zo al snel de aandacht van Red Crow. Die ziet iets in de jongeman en lijft hem in bij zijn politiemacht. Al snel blijkt (voor ons, de lezers) dat Dashiell undercover werkt voor de FBI. De overste van Dashiell, de corrupte Earl Baylis Nitz, zit nog met een onverwerkt trauma van dertig jaar oud in zijn harses. In 1975 waren Gina Bad Horse, de moeder van Dashiell, samen met Red Crow, nog activisten voor de indiaanse zaak. Op een nacht is er een en ander misgegaan tijdens een confrontatie en stierven twee collega's van Nitz. De zaak werd nooit opgehelderd en Nitz zwoer wraak. Zoals je ziet is er niets simpel aan het verhaal. Zo is geen enkel personage zwart-wit. Iedereen heeft slechte en goede kanten en iedereen heeft wel iets te verbergen. Ze hebben ook realistische motieven die er hen toe leiden om de ene keer met Pol en de andere keer met Piet een verbond aan te gaan. Net zoals in het echte leven, quoi?


De plot is er een die alle kanten uitschiet, maar wel een duidelijke richting heeft. Naarmate het verhaal vordert zien we dat de levens van de protagonisten in hoge mate met elkaar verweven zijn en dat het verleden zware repercussies heeft voor het heden.

Wie een fan is van goede noir-boeken of -films en niet bang is van een onverwachte plot twist hier of daar is bij deze reeks zo op zijn plaats als een motherfucker. Zonder twijfelen noem ik deze serie, naast Criminal, de beste thrillerreeks van de afgelopen vijf, zo niet tien jaar.



Ook een enorme opsteker is de tijd die Aaron neemt om interessante aspecten van het verhaal of van een bepaald personage uit te diepen. Soms wijdt hij een heel nummer aan bijvoorbeeld de levensomstandigheden van een oud koppel dat in alle voorgaande afleveringen samen slechts één plaatje in beeld kwam. Het is deze zorg voor zijn figuren en het harde realisme dat van deze reeks zo'n toptitel maakt.

Dat realisme uit zich ook in het feit dat Aaron de donkere kanten van het leven niet schuwt: geweld, seks, drugs, en nog zo van die mooie aspecten van het bestaan: ze passeren allemaal de revue. Als ik je specifieker zou vertellen hoe of wat, dan zou je waarschijnlijk denken: "Overdreven!" Maar dat is nu net een forte van Aaron: je gelooft wat hij schrijft. Na wat opzoekwerk voor dit artikel heb ik trouwens ontdekt dat er geen jota verzonnen is aangaande de levensomstandigheden, de gettovorming en de misdaadcijfers in de hedendaagse reservaten. Zet je dus gerust eerst deftig neer vooraleer je aan deze reeks begint.


Onontbeerlijk voor de look van Scalped zijn de tekeningen van Guéra. De man tekent net realistisch genoeg om je een slag in het gezicht te geven wanneer er weer een fantastische scène in je gezicht explodeert en net cartoony genoeg om het geheel een frisse dynamiek en de personages een expressieve mimiek te geven. Voeg daar de atmosferische inkleuring aan toe en je zit gebeiteld voor een helse, doch entertainende rit. Het kiezen van een favoriete scène is moeilijk. Er zijn heel wat harde en ontluisterende scènes die de aandacht verdienen en er zijn heel wat plot twists die staan te springen om vernoemd te worden, maar eigenlijk ben ik vooral fan van de plots zelve. Zelden zo'n meesterlijk verteller als Aaron aan het werk gezien.



Als ik dan toch moet kiezen, opteer ik voor een verstilde scène die aantoont wat het bereik van Aaron is qua uitdiepen van personages. Deze scène is getekend door gasttekenaar Davide Furno. Dashiell heeft net seks gehad met Carol Ellroy, een aan allerhande drugs verslaafde dame. De twee houden van elkaar, maar hun emotionele littekens zorgen ervoor dat ze niet in staat zijn hun emoties te uiten. Liever vluchten ze in harde seks en nog hardere drugs. In deze scène, die bijna volledig zonder dialoog is, liggen de twee elkander postcoïtaal aan te staren en denken ze aan wat ze elkaar zouden willen zeggen. Hun emotionele onvermogen verhoedt hen te spreken. De term "bitterzoet" was nog nooit zo goed van toepassing.



Het zesenveertigste nummer van de reeks komt uit in februari 2011. De nummers 1 tot 42 werden reeds gebundeld in zeven trade paperbacks (TPB's of gebundelde comics):
1. Indian Country (Scalped #1-5)
2. Casino Boogie (Scalped #6-11)
3. Dead Mothers (Scalped #12-18)
4. The Gravel in Your Gut (Scalped #19-24)
5. High Lonesome (Scalped #25-29)
6. The Gnawing (Scalped #30-34)
7. Rez Blues (Scalped #35-42)


 
11/02
 
 
L'Âge de Raison (besproken door David Steenhuyse)
Deze keer kunnen we potentiële uitgevers op zoek naar steengoeie nieuwe titels voor hun fonds geruststellen: de vertaalkostpost voor L'Âge de Raison blijft blanco. Het verhaal speelt zich af in de prehistorie en naast universeel gegrom, geschreeuw en beestengebrul staat er geen gebenedijd woord dialoog in.

Tekstloze strips zijn nochtans niet mijn dada, een Game Over niet te na gesproken. Zoals elke gemiddelde striplezer springt mijn oog in een strip van tekstballon naar tekstballon en pak ik de tekeningen tussendoor mee. Handige stripauteurs als Régis Loisel en Christophe Arleston kennen dit fenomeen en spelen daarop in door respectievelijk tekstballonnen te integreren in het beeld en elke prent te voorzien van een tekstballon, ook al is dat slechts een kreun of een zucht. Tekstloze albums heb je in een wip uitgelezen. Laatst kostte Celluloid van Dave McKean me slechts een tiental minuten om door de 240 pagina's te geraken. Omgerekend las ik dus aan één euro per minuut. Ook door L'Âge de Raison ben je snel heen, maar op het einde ben je wel een leeservaring rijker.

L'Âge de Raison is het albumdebuut van Matthieu Bonhomme en werd op het stripfestival van Angoulême in 2003 bekroond as such. Daarna tekende hij onder meer op scenario van Fabien Vehlmann de erg goeie, maar helaas ook ferm onderschatte reeks De Heer der Dolende Zielen waarvan de vertaling bij Dargaud na een eerste ruime pauze werd hervat in 2008 en opnieuw stokte na nog eens twee delen. Toch jammer voor een reeks die met elk nieuw deel beter werd. De twee laatste albums, deel 5 en 6, blijven vooralsnog onvertaald. De kans op verdere vertaling door Dargaud is onbestaande. Met de door Gwen de Bonneval geschreven bizarre en fantasierijke, middeleeuwse trilogie Messire Guillaume, over een jongen op zoek naar zijn vader, had Bonhomme begin 2010 weer prijs in Angoulême. Het won er de Prix Intergénérations. Zijn laatste worp was het one-shot Omni-Visibilis bij Dupuis dat meteen ook het eerste serieuze verhaal van Lewis Trondheim was.



Terug naar de oorsprong. In L'Âge de Raison krijgt een oermens door een stamgenoot op zijn donder omdat hij een door de gieren afgekloven bot van een dier van hem afpakte. Wanneer hij terug bij bewustzijn komt door een gier die in zijn lijf pikt, bijt hij de aaseter de kop af. Met zo'n mooie buit heeft hij dan toch een maaltje gevonden en hij trekt terug naar de stam. Maar daar ontpoppen zijn stamgenoten zich op hun beurt tot aaseters. Onze vriend wordt in elkaar geslagen, wordt daarna gepest (niet door hem met plakband op een houten pallet vast te binden, maar door gewoon op zijn hoofd te schoppen) en buitengesloten. Hij is nu een paria, een outcast, een solitaire nomade.



Vervolgens reist hij door prachtige natuurdecors en komt overal wel wat tegen waar een hedendaags mens voor naar de psychiater loopt. Van een andere stam poogt hij eten te stelen, maar die laat zich niet doen. Er komt een Indiana Jones-achtige achtervolging in een ravijn aan te pas waarbij er bloed vloeit. Elders sluit hij vriendschap met een papegaai, maar het beest overleeft een hongerwinter niet. In een droom zien we hem lustgevoelens krijgen. Die droomvrouw, een kruising tussen een oervrouwtje (denk dan eerder aan de Venus van Willendorf met bijhorende badonkadonk-achterste) en een apin, ziet hij afgepakt en genomen worden door een gorilla van een stam waar hij net nog slagen met een knots heeft uitgedeeld. Aan een gigantische beer houdt hij een opengehaalde rug én een bontmantel over.



Uiteindelijk komt hij bij een stam terecht die op een hogere trap van de evolutie staat. De stamleden kunnen vuur maken, ze kunnen vlees roosteren en met houtskool en verfpigment kunnen ze op de rotswanden tekenen. Het hoofdpersonage is een snelle leerling en vertelt aan de hand van zijn nieuw verworven kennis zijn wederwaardigheden tot groot vermaak van zijn nieuwe vrienden. Respect en als toemaatje een gezellin vallen 'm te beurt. Maar diep vanbinnen blijft hij makkelijke, brutale oplossingen zoeken voor het uiten van zijn gevoelens zoals jaloezie. Daarmee laten we je toch nog iets om te ontdekken in dit meesterlijk vertelde album.



Net zoals in het meeste van Bonhommes werk bedient hij zich van een spontane tekenstijl met beheersing van ter zake doende details. Dit album is ook wel het best ingekleurde van alle strips die hij al maakte. Het is een duister en gelimiteerd kleurenpalet dat geen uitstaans heeft met de werkelijkheid, maar veeleer sfeerschepping nastreeft. Overheersende kleuren wisselen per hoofdstuk af. Donkerblauwe tinten zijn geschikt voor de winter, oranje en rode tinten voor een grot die is verlicht door vuur, groen en blauw voor een jungledecor. Soms passen de kleuren geeneens bij elkaar mocht je er een kamer mee willen decoreren, maar daarin schuilt net ook de opmerkelijkheid van L'Âge de Raison als een album dat van lef getuigt.

De decoupage van de scènes is een andere troef om de drama's te versterken. Haast filmisch wisselt Bonhomme totalen, halftotalen en close-ups af, bouwt hij beweeglijke sequenties op en onderbreekt ze met rustmomenten die steevast leiden naar een verrassende actie of climax. Elk hoofdstuk, telkens op een andere locatie, start steevast met een grote prent waarin het decor wordt weergegeven, je hebt toch nog die zekerheid.

Mijn favoriete scène is de pagina waar het hoofdpersonage zijn talent als tekenaar en verteller ontdekt door zijn verhaal op de grotwand te tekenen. De andere stamleden kijken gefascineerd toe. In de scène daarna entertaint hij zijn publiek door dieren te imiteren. Best geinig.



 
03/02
 
 
Stuck Rubber Baby (besproken door Koen Claeys)
 
HIERBOVEN: REGULIERE - EN HARDCOVERVERSIE UIT 1995 / HIERONDER: LUXEHARDCOVER UIT 2009

Howard Cruse
groeide in de jaren 1960 op als zoon van een dominee in Alabama. Hij is momenteel al veertig jaar actief als striptekenaar en specialiseerde zich vanaf de jaren 1980 meer in homoseksuele thema's. Toch heeft de man slechts één beeldroman op zijn naam staan: Stuck Rubber Baby. Het boek, dat dateert van 1995, behandelt het racisme en de homofobie in het Amerikaanse zuiden van zijn jeugd. In 1996 won het de Eisner (de oscar van de strip) voor Best Graphic Album en in 2002 bekwam de Franstalige editie Un Monde de Différence (Vertige Graphic) de Prix de la Critique op het festival van Angoulême. Vorig jaar werd deze belangrijke strip eindelijk herdrukt in een mooi hardcoverjasje door Vertigo. Deze heruitgave bevat een inleiding door de bekende lesbische stripauteur Alison Bechdel wiens Fun Home onlangs in het Nederlands werd uitgegeven door Xtra. Mijn exemplaar uit 1995 wordt ingeleid door Tony Kushner (schrijver van onder meer Angels in America) waarbij hij onder andere nadrukkelijk ingaat op de volwassenwording van comics. In een tijd als vandaag, waarin geregeld een sterke beeldroman wordt uitgegeven, is het goed te weten dat vijftien jaar geleden, met uitzondering van Maus, er niet zoveel aandacht werd gegeven aan de graphic novel. Daarom vond ik het gepast om na zoveel jaar deze ondergewaardeerde strip eens in de schijnwerpers te plaatsen.

 
TWEE LOSSE SCNES

Het verhaal speelt zich af in het fictieve Clayfield waar het hoofdpersonage, de pas afgestudeerde Toland Polk, worstelt met zijn homoseksuele gevoelens terwijl raciale spanningen hoogtij vieren. Via zijn vrienden komt hij in contact met de beweging tegen rassensegregatie. Deze woelige periode wordt door Toland vol twijfels en angsten beleefd. Hij heeft steeds goede bedoelingen maar zijn schrik weerhoudt hem soms om de juiste stappen te zetten. Zo tracht hij bijvoorbeeld een zo heteroseksueel mogelijk leven te leiden en stelt hij zijn betrokkenheid bij de mensenrechtenactivisten in vraag. We maken tevens kennis met een groot aantal perfect uitgewerkte nevenpersonages, elk van hen met een uniek verhaal dat de lezer niet onberoerd laat.


De auteur heeft tonnen research over kleding, auto's muziek, enzovoort verricht om een zo correct mogelijk tijdsbeeld te bekomen. Voor het verhaal liet hij zich inspireren door waargebeurde feiten en vraaggesprekken met vrienden en bekenden. Een verslag over de vier jaar durende periode waarin Cruse aan dit boek werkte valt te lezen op zijn website. Deze inspanningen hebben hun vruchten afgeworpen. Het boek voelt namelijk zo authentiek aan dat je onterecht zou denken dat het autobiografisch is. Zo zijn de personages nooit echt goed of slecht, met uitzondering van de radicale racisten. Elk personage maakt fouten of slechte keuzes en het boek is zeker geen relaas van een gewonnen strijd, er vallen ook nederlagen te verteren. De enige ware overwinning op het eind blijkt Tolands acceptatie van zijn geaardheid, iets wat al van de eerste bladzijde duidelijk is.


Het verteltempo ligt laag, maar dit zorgt er dan ook voor dat we als lezer meer opgaan in de gebeurtenissen en de impact ervan met de jonge Toland mee ervaren. Cruse hanteert een realistische tekenstijl met veel oog voor detail. Zijn zwart-wittekenwerk doet me denken aan de stijl van Robert Crumb, maar is verre van zo grotesk. Hij maakt intensief gebruik van arceerwerk wat enorm veel tijd moet hebben gekost. Er wordt vaak creatief met de bladindeling omgesprongen en Cruse is duidelijk ook niet bevreesd om eens te experimenteren met camerastandpunten. Aan deze strip kan je terecht het label 'beeldroman' toekennen door zijn literaire kwaliteiten en de blijvende indrukken die het bij de lezer achterlaat.


Stuck Rubber Baby bestempelen als een homostrip zou even idioot zijn als Maus een jodenstrip noemen. Het is een boek dat door zoveel mogelijk mensen verdient gelezen te worden, zowel omwille van zijn historische en maatschappelijke waarde als gewoonweg zijn kwaliteit en intensiteit.


 
27/01
 
 
Hack/Slash (besproken door Peter Moerenhout)
In deze rubriek wordt een lans gebroken om anderstalige strips die dat waard zijn naar het Nederlands te vertalen. Strips met een boodschap, strips met diepgang of strips die het summum zijn van levensechte karakterontwikkeling.
Deze keer echter geen strips voor de meerwaardezoeker. Canvas-kijkers: gelieve u te onthouden. Deze keer breken wij een lans voor de dingen die er echt toe doen: humor, bloed en tetten...



Tim Seeley is een stripmaker die deze Heilige Drievuldigheid weet te waarderen en creëerde de reeks Hack/Slash. Seeley begon als tekenaar van de licentie-uitgave G.I. Joe vs. Transformers, maar werd door zijn werkgever, de Amerikaanse uitgeverij Devil's Due, al snel erkend als een groot tekentalent. Prompt smakten zij een belangrijk project op zijn bord: Forgotten Realms: The Dark Elf Trilogy.
Die titel doet misschien bij weinigen een belletje rinkelen, maar de fantasyfans onder ons weten dat deze trilogie deel uitmaakt van het gigantische œuvre van een van de meest gewaardeerde fantasy- en sciencefictionauteurs van deze kant van onze kosmos: R.A. Salvatore.
Seeley adapteerde de boeken en tekende de comics met bravado. Hij scoorde bij de critici én bij de lezers. Vooral de verkoopcijfers ontgingen de bedrijfsbobo's van Devil's Due niet. Zij zorgden ervoor dat Seeley een eigen project kon pitchen: Hack/Slash. Seeley creëerde ondertussen ook het gelauwerde Loaded Bible voor Image Comics.
Hack/Slash kwam eerst uit in verschillende aparte limited series (series met een gepland einde) maar werd al snel een zogenaamde ongoing (een serie die blijft lopen). Seeley liep na een dispuut over uitgestelde betalingen van Devil's Due, met medeneming van de hele back catalogue van Hack/Slash, over naar uitgeverij Image Comics.


De premisse van Hack/Slash is simpel: Cassie Hack, een muurbloempje in volle ontwikkeling, ontdekt dat haar moeder een seriemoordenares zonder scrupules is, rekent met haar af en dweilt nadien verbitterd de VS af op zoek naar meer seriemoordenaars om in de pan te hakken.
Deze psychopaten of slashers zijn een bekend fenomeen in de Amerikaanse cinema. Denk maar aan Freddy Krueger, Jason en recenter de killers uit de Scream-films. Inherent aan deze bloeddorstige tienermoordenaars zijn hun vaak bovennatuurlijke eigenschappen, de massa's bloed en ingewanden die zij vergieten in hun films en de meestal onbegrijpelijk debiele jongvolwassenen die ze bij sloten over de kling jagen. (Voor meer informatie over de 'regels' van dit genre raden wij u de eerste Scream-film aan. De twee sequels zijn te bekijken op straffe van hersenbloeding en totale debilisering.)
Op het einde van de film wordt de slasher meestal verslagen door het hulpeloze meisje dat in de eerste scènes nog werd bestempeld als frigide of seuterig. Daarna komt de slasher in de onvermijdelijke sequel uiteraard weer tot leven om verzeild te raken in een eindeloze reeks afgekookte vervolgen, spin-offs, remakes of prequels.
Hack/Slash gaat echter verder waar de andere films in het genre ophouden. Wat gewordt er van dat studiebolletje dat transformeerde tot dappere heldin en idool van puisterige beugeldragers in The States? Wel, zij vindt zichzelf een stoere sidekick in de vorm van een gemuteerde spierbal (Vlad) en heeft één missie: de levens van de gefliptste slashers op een zo freaky mogelijke wijze termineren.

Seeley liep al enkele jaren met het Hack/Slash-project in zijn achterhoofd. De eerste incarnatie van het verhaal bestond uit een filmscript dat echter door tal van studio's werd geweigerd. Toen Seeley de kans kreeg een eigen project te ontwikkelen dacht hij eerst zijn filmscript te adapteren. Gaandeweg ontdekte hij dat dit een te mager beestje was om klakkeloos in stripvorm te gieten, dus besloot hij het filmscript als een soort van korte flashback te verwerken in stripvorm om vervolgens van daaruit voort te gaan met het verhaal.
Het is een groot geluk dat Seeley dit besefte, want dankzij deze zet heeft hij de grenzen van het genre verlegd en het zelfs van voor de neus van de filmwereld weggekaapt.

Wat is er nu juist zo speciaal aan deze strip? Allereerst zijn er de tekeningen van Seeley, die zijn om vingers en duimen bij af te likken. Seeley heeft verstand van de erotiek van het net niet onthullen en het suggereren en de dames die hij op papier tovert zullen niet snel vervelen.
De strip staat ook garant voor intelligent, maar pretentieloos entertainment. De plots zitten goed in elkaar maar dat staat over the top gore niet in de weg. De dialogen zijn van topniveau en levensecht, maar ruimen af en toe ook de baan vrij voor silly oneliners.
Eerlijkheidshalve geef ik wel toe dat niet per sé alle materiaal het vertalen waard is. Omdat zijn ster bleef rijzen en hij lucratievere opdrachten kon gaan doen, gaf Seeley na een tijdje de tekenteugels door aan mindere goden. Dat verminderde meteen ook de kwaliteit van het tekenwerk. Ondertussen werden verschillende tekenaars ingeschakeld om enkele deeltjes te tekenen. Dat gebeurde echter met slechts wisselend succes.
Er kwamen ook een resem crossovers met andere strips uit die meestal wel lollig zijn, maar doorgaans ook niet meer dan dat: een gimmick.


Seeley bleef de reeks schrijven, maar koos er plots voor om de reeks een overkoepelende verhaallijn mee te geven. Hij bedacht een geheime cult die achter de resurrecties van de slashers zat en smeet er maar meteen ook een eeuwige strijd tussen de cultisten en doders van slashers tegenaan.
Dat is zoiets als de herkomst van de zombies in een goede zombieflick willen verklaren of op het idee komen om Star Wars-prequels te maken: te veel gezever staat de fun in de weg.
Maar dat de eerste delen garant staan voor fun, dat staat vast.

Mijn favoriete scène komt uit het one-shot Girls Gone Dead (een one-shot is een compleet verhaal in één uitgave die buiten de hoofdreeks staat).
In dit verhaal sluipt er een slasher rond, belust op het bloed van jonge studentes tijdens Spring Break. In de lente hebben de Amerikaanse universiteitsstudenten een week vakantie. Vele jongeren trekken dan naar vakantiebestemmingen met veel zon en strand en geven zich over aan tal van losbandige bachanalen en pleziertjes.
De cynische goth chick Cassie moet undercover gaan bij al die leeghoofdige blondjes om hen te beschermen tegen het nakende onheil. Het contrast tussen haar en haar leeftijdsgenoten zorgt voor hilarische toestanden.

De Amerikaanse deeltjes werden tot nog toe verzameld in acht bundelingen (of drie omnibussen). De eerste vier daarvan zijn zwaar aan te raden. Leesvoer, allen te verkrijgen van Image Comics:
Volume 1: First Cut Hack/Slash: Euthanized
Volume 2: Death By Sequel
Volume 3: Friday the 31st
Volume 4: Revenge of the Return
Volume 5: Reanimation Games
Volume 6: In Revenge and In Love
Volume 7: New Blood Old Wounds
Volume 8: Super Sidekick Sleepover Slaughter


 
20/01
 
 
Vinland Saga (besproken door Bert Gevaert)
Woooooooh, wooooh, tjac, bam, babam, foosh, tzing, tzing,... honderden gewapende krijgers storten zich vol enthousiasme op een goed verdedigde vroegmiddeleeuwse stad. Pijlen snorren door de lucht en treffen meerdere keren hun onfortuinlijke doel. Een arme soldaat krijgt een zware kruisboogpijl recht in zijn oog... Wacht even, is dat geen opvallend groot oog? Een groot oog in een boekje van 215 bladzijden, met slechts enkele kleurenplaatjes, heel veel klanknabootsingen en gruwelijk geweld, af en toe een cartoonesk figuurtje... Dat kan alleen een manga zijn!

Inderdaad, je leest en ziet het goed: Vinland Saga is een manga over onze Europese middeleeuwen. Het verhaal situeert zich aan het begin van de elfde eeuw wanneer Vikingen overal aan de Europese kusten de plak zwaaiden.

Wat weten Japanners nu over Vikingen? Samoerai en ninja's, hooguit wat middeleeuwse fantasy (zoals Berserk), is dat niet eerder hun sector en zouden ze zich niet beter daarmee bezig houden in plaats van zich met onze geschiedenis te bemoeien? Hebben wij bovendien niet de ultieme Vikingenstrip hier in België, namelijk het succesvolle Thorgal?

 
DE DEENSE VINKINGENHEERSER SVEN GAFFELBAARD
InMangaka's hebben echter al meerdere keren succesvol bewezen dat ze in staat zijn om ook Europa (en de rest van de wereld) een plaats te geven in hun strips en dat is ook bij Vinland Saga zeker het geval. In het verleden bewees Osamu Tezuka dit trouwens al met het nog steeds onvertaalde Adolf (ooit als te vertalen strip aangekondigd door Xtra) waarin onder andere Adolf Hitler centraal staat. Veel bekender (en makkelijker verkrijgbaar dan Adolf) is Naoki Urasawa's Monster, dat zich grotendeels in Duitsland afspeelt, en bij ons een stijgende populariteit kent.
Maar goed, in Vinland Saga zijn het de Deense Vikingen die de hoofdrol spelen. Ze worden geleid door de oude en wegrottende Sven Gaffelbaard (965-1014). Zijn vader, Harald Blauwtand, leende zijn naam aan het bekende Bluetooth van gsm-fabrikant Ericsson, een leuk en hoogstwaarschijnlijk oninteressant weetje waarmee je vriend en vijand kunt verrassen op een saaie receptie, waarom niet?

Gaffelbaard is volop bezig met de verovering van Engeland en laat zijn krijgers de vrije hand om zich als huurling aan te bieden in de onderlinge machtsspelletjes van de Europese vorsten. En zo maken we kennis met Thorfinn, het hoofdpersonage van deze reeks van Makoto Yukimura die ondertussen al negen delen kent in het Japans. Ze zijn vertaald in het Engels (zij het niet officieel in drukvorm), Frans (deel 9 verschijnt in maart bij Kurokawa), Italiaans en nog wat talen. Thorfinn is het geheim wapen van Askeladd, een machtige huurling en uitstekend zwaardvechter.


Dit blondgelokte opdondertje is immers bliksemsnel en onvoorstelbaar bedreven in het hanteren van twee vlijmscherpe messen waarmee hij geen enkel gevecht verliest. Kortom, Thorfinn heeft alles om een succesvolle carrière uit te bouwen in de wereld van de Vikingen. Zijn vaardigheden maken hem nochtans niet gelukkig. Al snel wordt voor de lezer in een flashback duidelijk gemaakt dat de diepere drijfveer voor Thorfinns ongebreidelde vechtlust zijn drang naar wraak is. Als kleine jongen moest hij met lede ogen toezien hoe zijn eigen vader, Thors, voor zijn ogen werd gedood door toedoen van Askeladd.

Vr zijn dood had Thors echter Askeladd laten zweren zich de opvoeding van zijn zoon aan te trekken. Dus werd Thorfinn ingelijfd in diens huurlingenlegertje. Het spreekt voor zich dat Thorfinn niets liever wil dan zijn vader wreken door Askeladd te doden. Deze laatste speelt handig in op dit verlangen door de 'woeste wees' een duel tot de dood te beloven na elke succesvolle opdracht. Zijn voogd is zoals gezegd een bedreven zwaardvechter die nog nooit zijn meerdere heeft ontmoet, laat staan tegenover een veel te onstuimig kereltje dat zich eerder door woede dan door taktiek laat leiden.

En zo komen we weer bij het huurlingenleger van Askeladd dat het de Europese vorsten knap lastig maakt. Dat is in Engeland niet anders. Loki, generaal van Gaffelbaard, is het eiland aan het veroveren en is bijgevolg een dankbare werkgever voor de huurlingentroep van Askeladd. Zo komt het legertje in Londen waar de verdediging in handen is van Thorkell, een boom van een krijger die Thorfinn in een gevecht bijna het onderspit laat delven.


Hoewel Thorkell in dit gevecht een aantal vingers verliest, en in een volgend gevecht ook nog eens een oog, belet dit hem niet om later in de reeks een van de beste vrienden van Thorfinn te worden. In Engeland krijgt het leven van de bende van Askeladd plots een andere wending wanneer ze in contact komen met Knut, de zoon van koning Gaffelbaard.


Knut is een softie en lijkt een makkelijk manipuleerbare marionet in handen van een machtige krijger zoals Loki of Askeleladd. Door enkele handige politieke manœuvres slaagt Askeladd erin de gunst van de vorst te winnen om zo zijn eigen verborgen agenda uit te voeren. Maar is Knut werkelijk zo zwak? En wat met de nog steeds ongestilde wraak van Thorfinn?

Kortom, in een grotendeels historisch verhaal over ambitie en verloren dromen krijgen we te maken met de diepmenselijke wereld van dappere mannen (en vrouwen!), waar goed of slecht niet bestaan, waar wraak overheerst, maar ook twijfel hard kan toeslaan. Zowel Thorfinn als Askeladd worden geslingerd tussen de uitersten van haat en bewondering voor elkaar. Is Thorfinn voor Askeladd de zoon die hij nooit gehad heeft, maar die hem meer dan ooit haat? Of is Askeladd voor Thorfinn de vader die hij altijd bewonderd heeft die weet wat het inhoudt om een echte krijger te zijn? Is een echte krijger iemand die geen zwaard nodig heeft? Deze diepfilosofische vragen over de ware ziel van de krijger, de zoektocht van een getormenteerd mens naar zingeving is slechts één briljant aspect van dit verhaal.
Als geen ander bewijst het team van Makoto Yukimura zijn ongelofelijk talent in de weergave van de realistische weergave van de kledij, wapens, woningen, schepen, meubilair, enzovoort van Vikingen en hun tijdgenoten.



Om werkelijk duimen en vingers af te likken, zijn de spectaculaire actiescènes in het verhaal. Ze worden doorgaans breed uitgesmeerd over meerdere bladzijden waardoor je als lezer midden in het geweld wordt opgezogen.



Het is niet eenvoudig om mijn favoriete scène in deze manga uit te kiezen. Er zijn er zoveel! Het eerste duel tussen Thorfinn en Askeladd, het epische gevecht tussen Thors en tientallen tegenstanders die hij zonder zwaard (en zonder hen te doden) allemaal neerslaat, de dramatische dood van Thors, de flashback over de jeugd van Thorkell, de dood van Gaffelbaard die symbolisch wordt weergegeven door een vallende kroon,...
Als ik toch één scène moet kiezen uit Vinland Saga, dan is het de volgende uit deel 6: een van de krijgers van Thorkell is berserker geworden door het eten van een giftige paddenstoel. Als een razende vernietigt hij alles wat op zijn weg komt, zelfs zijn eigen vrienden… Tot hij opeens oog in oog komt met de ijzingwekkende kalmte van de jonge prins Knut. Ik rilde en kreeg het warm in de sneeuw!







 
14/01
 
 
Les Cœurs Solitaires (besproken door David Steenhuyse)
Alle pogingen om humorstrips in een collectie uit te brengen, zijn tot mislukken gedoemd. Dat kan je wel afleiden uit het falen van onder meer Derde Graad bij Le Lombard en Expresso bij Dupuis die kort na elkaar werden gelanceerd en kort na elkaar roemloos verdwenen. Dupuis had het nochtans kunnen weten want voorloper Vrolijke Vlucht hield er ook plots mee op.
Een restant uit Vrolijke Vlucht werd hernomen in Expresso: twee albums van Zep die onlangs door Daedalus in wéér een nieuw jasje werden heruitgegeven als Happy Rock en Happy Girls. Naast nieuwe delen van Meneer Johan, Green Manor en Van Dorpswege deel 5 (de eerste vier delen verschenen nochtans nooit in het Nederlands) betekende de collectie vooral een kennismaking met verrassende albums van Nicolas de Crécy (Salvatore), Christian Durieux en Jean-Luc Cornette (Central Park), Grégory Mardon (Incognito), Marzena Sowa en Sylvain Savoia (Marzi) en Loo Hui Phang en Hugues Micol (Een Tweede Huid). Vlaamse en Nederlandse lezers lustten Expresso niet en ook in het Frans werd de collectie opgedoekt, hoewel enkele series (Salvatore, Marzi) tot op vandaag de dag nog wel vervolgen.
Toen het al duidelijk was dat de collectie geen succes was, achtte Dupuis het niet raadzaam om nieuwe uitgaven binnen de collectie te lanceren. Zo ging het one-shot Les Cœurs Solitaires uit 2006 van de toen nog onbekende Cyril Pedrosa helemaal verloren. Onterecht.

Pedrosa wordt vandaag geroemd om zijn dikke pil Drie Schimmen waarin een vleugje fantasy en vooral erg veel drama en emotie schuilgaan. In AutoBio toont hij zich van zijn komische kant met gags over zijn bewust groene manier van leven, het begaan van kleine zonden bij die levenswijze incluis. We hadden het hier in deze rubriek net zo goed kunnen hebben over zijn Franse doorbraakserie, het vierdelige Ring Circus, of het doorgeslagen Shaolin Moussaka (allebei op scenario van David Chauvel), maar we staan dus liever stil bij de, mja, feelgoodstrip Les Cœurs Solitaires.



Jean-Paul leidt een kabbelend leventje. Sinds de dood van zijn liefhebbende vader staat hij aan het hoofd van het familiebedrijf dat houten speelgoed fabriceert. Hij is enig kind en zijn moeder ziet 'm doodgraag, maar ze bemoeit zich in overvloed, zoals vele mama's die hun zoontje bepamperen. Dat ze er anders alleen voor staat en dat ze soms nog de stem van haar overleden echtgenoot hoort, levert ontroerende scènes op, maar 't is ook wel een beetje emotionele chantage.
Het bedrijf maakt zich op voor een grote herdenking van Jean-Pauls vader want het is bijna de verjaardag van zijn overlijden. Een belangrijke voetbalmatch tussen zijn bedrijf en een ander is daarbij de talk of the town. Hoe dichter die datum nadert, hoe ongemakkelijker Jean-Paul zich voelt. Zelfs z'n aquariumvisje maakt 'm depressief. Is dit nou wat hij van zijn leven verwachtte? Is er echt niets meer? De liefde bijvoorbeeld? Waar ontelbare anderen in zijn plaats zich berusten in de dagelijkse zekerheden en andermans bemoeienissen over zich laten gaan, durft Jean-Paul het toch aan om een keuze te maken, om een stapje verder te zetten. Dan hebben we het nog niet over het aanspreken van de joggende vrouw die hij bij zijn eigen dagelijkse loopsessies tegenkomt (uit zijn fantasie blijkt dat lustgevoelens hem niet vreemd zijn), nee, hij daagt op de voetbalmatch gewoon niet op.
We vinden 'm terug op een cruiseschip waar hij snel kennismaakt met de vrolijke, overjaarse gold digger Caro. Net zoals zij en enkele andere rimpelige oudjes maakt Jean-Paul deel uit van de 'cœurs solitaires', de eenzame harten, singles op zoek naar een partner. Dit is de Love Boat, alleen blijft hier het kleffe van de tv-serie achterwege. Jean-Paul ziet de joviale animatrice Marie-Ange al meteen zitten. Goed voor hem dat de koppelaarster zich een beetje om hem bekommert want hij staat er anders ook maar verloren bij, alweer! Een tip om een single lady op een glaasje te trakteren ziet hij wel zitten, maar de enige geschikte kandidate is Marie-Ange. Eerste fout, want zij draagt geen roze hart met haar naam op geschreven. Zij doet haar werk.
Terwijl Jean-Paul zich tussen de eenzame harten gestadig opwerpt als een sociale en aangename vent en tussendoor een écht eenzame vrouw doet inzien dat ze de liefde van haar leven al heeft beleefd, ondergaat hij ook plagerijen van de gymleraar. Na een bijna-verdrinking peutert de dokter naar de oorzaak van zijn tristesse... De liefde!
Mocht dit een romcomniemendalletje geweest zijn, dan had Jean-Paul die liefde ook gevonden. Op een bepaald niveau klopt de liefde ook wel aan op zijn deur, maar hij krijgt uiteindelijk een groter cadeau: levensvreugde.

Tja, als Les Cœurs Solitaires één iets duidelijk maakt, is dat je als eenzame ziel niet bij de pakken moet neerzitten. Dat deed Jean-Paul ook niet. Hij ondernam actie. In de uitvergrote situatie aan boord van een minigemeenschap wordt hij geconfronteerd met zijn fouten zijn falen, zijn verleden (hij werd gepest). Dat verandert allemaal gedeeltelijk ten goede door te volharden in het 'zichzelf zijn' als proces in het openbloeien.

Les Cœurs Solitaires is een mooie vertelling, een opsteker voor singles, een gids voor mensen die zichzelf nog een beetje moeten vinden. Schrijf je nu niet in op een cruise, vaar liever mee met Cyril Pedrosa.

In mijn favoriete scène overschouwt Jean-Paul verschillende singles om aan een van hen een drankje te kunnen aanbieden. Dat er variaties in singles zijn, maakt de serie prenten duidelijk. Je hebt happy singles, zij die het niet lang blijven, singles voor wie een dikke portefeuille van tel is en waarlijk eenzame singles die hoofdzakelijk medelijden opwekken. Wellicht is deze laatste categorie de grootste.



 
06/01
 
 
Empowered (besproken door Arnout Capiau)
Adam Warren, tekenaar en schrijver van een boel dingen, was en is een tekenaar die steeds op de rand vertoeft tussen twee stijlen: hij is te manga voor de fans van traditionele superheldencomics en niet authentiek manga genoeg voor fans van 'echte' Japanse manga. Hij is zich daar zelf ook goed van bewust, wat hem een (on)gezond gevoel voor zelfkastijdende humor heeft gegeven zonder dat er bitterheid merkbaar is in interviews. Maar net zo min past hij zijn stijl en zijn werk in die mate aan dat hij beter in een succesvorm zou passen.

Op het eerste gezicht kloppen de vooroordelen over zijn tekenwerk dan ook: veel 'speedlines', grote ogen en monden, veel van de typische, snel herkenbare grafische clichés die met manga geassocieerd worden. Denk maar aan grote, rondborstige vrouwen om maar iets te noemen.

 
UITGEKLAPTE COVER VAN EMPOWERED DEEL 2


Er is gelukkig meer aan de hand. Achter die verzameling voorspelbare elementen schuilt een auteur met een heel herkenbare, unieke en plezierige stijl, iets wat je niet altijd even gemakkelijk terugvindt.

 
TWEE COVERS VAN DIRTY PAIR, VROEGER WERK VAN ADAM WARREN

Elk werk dat Warren aflevert, van zijn vroege beginselen als de Amerikaanse kroniekschrijver van Dirty Pair, zit propvol innovatieve ideeën. Hij heeft een duidelijke voorliefde voor sf en datgene wat altijd de doorslag moet geven: interessante, veelzijdige en onvoorspelbare personages.

Hij schreef bijvoorbeeld (en zoals bij veel van zijn projecten tekende hij het ook uiteindelijk) de laatste zoveel nummers van Gen 13, een reeks die haar populariteit haalde uit de toen ontzettend hippe Jim Lee-emulerende stijl van J. Scott Campbells tekeningen en veel minder uit goeie verhalen of interessante personages.

 
LINKS COVERARTWORK VAN J. SCOTT CAMPBELL EN RECHTS VAN ADAM WARREN

Tijdens zijn run echter, was de titel niet alleen erg grappig en stond de actieknop niet alleen op 150.000, de personages kregen een echt doordachte stem en klonken niet allemaal als stereotype (maar erg onrealistische) tieners. Een indrukwekkend staaltje was dat. Alsof dat alles nog niet genoeg is, kan Adam Warren ook een serieus eindje tekenen. Zo goed zelfs dat hij voor zijn nieuwste reeks enkel met potlood werkt. Inkt komt er dus niet aan te pas. In andere gevallen kan dat nogal tegenvallen, met een eerder onafgewerkte uitstraling als resultaat. Empowered heeft daar zeker geen enkele last van: de pagina's barsten van talent, bruisen van energie en tonen elke keer de meesterlijke Adam Warren-storytelling.

En nu we 't toch over de story hebben: het vrouwelijke hoofdpersonage Empowered (ze geeft zelf grif toe wat een domme keuze die superheldennaam was) of Emp is wellicht de minst competente superheld ooit. Ze maakt deel uit van de reserves van het superheldenteam van dienst, de Superhomeys, meer uit medelijden dan iets anders. Ongeveer elke keer ze effectief ook probeert mee te helpen aan gevechten tegen supervillains of er in haar eentje een te lijf gaat, loopt het toch nog slecht af. En met slecht aflopen bedoelen we: haar kostuum wordt aan flarden gescheurd en zij komt in een erg onterende en compromitterende bondagesituatie terecht. Tot haar eigen grote afgrijzen trouwens, want het is (onder andere) een reden dat Emp altijd zo onzeker is. Ze leeft met duizend angsten en voelt afgrijzen voor wat er allemaal weer zal mislopen als ze zich aan nog maar een riskante situatie waagt.

 
BONDAGEFRAGMENT UIT EMPOWERED, VOLLEDIG GETEKEND IN POTLOOD





Gelukkig wordt Emp bijgestaan door enerzijds haar vriendje Thugboy, een voormalige handlanger van diverse boosdoeners en malafide organisaties en anderzijds haar huisgezel en beste vriendin Ninjette. Zij moeten er een beetje voor zorgen dat Emp niet volledig toegeeft aan haar onzekerheden, want van haar teamgenoten moet ze alvast geen steun verwachten: die zijn er stuk voor stuk van overtuigd dat zij een totale nietsnut is.

Voor de rest zijn de albums (tot nu toe zijn er zes, met meer in de maak) rijkelijk bevolkt met de meest bizarre, onnozele, grappige en angstaanjagende helden en hun tegenstanders, met namen als Laser Brain, Femifist, Death Monger, Willy Pete, Phallik, Mind Fuck, Sistah Spooky,... We laten jou zelf uitzoeken wie de helden zijn en wie de boosdoeners.

Het grote obstakel voor Empowered om een betere superheldin te worden, is ook meteen het enige wat van haar een superheld maakt: haar mysterieuze kostuum. Het ding is zo broos dat het bijna vanzelf in stukken scheurt, maar da's dus ook waar haar krachten vandaan komen. Het lijkt wel dat elke keer ze in de penarie zit, het kostuum het ook laat afweten. Waar het vandaan komt is onduidelijk, waarom het zo slecht werkt evenzeer, maar dan zijn er toch die momenten waarop het (uiteraard als niemand iets in de mot heeft) meer dan uitstekend werk levert.

Het mysterie van dat kostuum is ook een van de langlopende elementen van dit verhaal, dat in hoofdstukken verdeeld is die soms maar een paar pagina's en op andere momenten de helft van een volume kunnen vullen.

Empowered is een titel die superheldenclichés, blockbusteractiescènes, romcomelementen en lichte erotica, sf-invloeden en een hoop andere dingen met een weelderig sausje humor en zelfspot overgiet om tot een unieke, nooit eerder geziene mix te komen. De meesterlijkheid van Adam Warrens werk ligt erin al die elementen samen te brengen en er iets uitmuntend leesbaar van te maken. Je moet namelijk weten dat Empowered ooit het levenslicht zag als een commissie bondageprenten... ongetwijfeld op een moment in Warrens carrière waar er niet veel andere betalende opdrachten aan 'm werden toegekend. Hij bouwde daar deze heel bezielde en innovatieve reeks uit.

Een knap staaltje sequentiële kunst is deze uitsmijter. Het zijn enkele pagina's met een van de leukste personages uit de reeks (en het zijn er een boel): the caged demon-wolf, ooit door Emp gevangengenomen in een buitenaards bondageapparaat. Nu ligt de demon-wolf op Emps bijzettafeltje en kijkt tv. Regelmatig geeft hij ook commentaar op gebeurtenissen, en wel op zijn eigen hilarische manier.