Alle bijdragen van Thimothée Montaigne aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
01/07/2015 Thimothée Montaigne over Het Derde Testament - Julius 4

21/01/2014 Sinds twee delen tekent Thimothée Montagne het Derde Testament - Julius met brio. Hij geeft het over formaten, details, zijn idool Mathieu Lauffray en valsspelen.
 
Thimothée Montaigne
over Het Derde Testament - Julius 4
01/07
TOP
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri en Frédéric Vidal verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 72 van juli/augustus 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 3
Het Derde Testament - Julius 4
Over het begin: "Kleine ellips van enkele maanden na het vorige deel om het verhaal mee te beginnen en dat verschaft ons nogal wat vrijheid. We zijn op de terugweg naar Judea, langs het fort van Machaerus. Revolterende Joden maken oorlogsmachines klaar die je in de prenten 4 en 5 ziet. Ongetwijfeld om het fort te belegeren. Voorloorlogs sfeertje..."

Over het silhouet:
"We herkennen het silhouet van Sayn, nadenkend, naar de sterren turend. Ze contrasteert met de houding van de andere personages in prent 5, allen zelfverzekerd, ervan overtuigd dat ze tot het goede kamp behoren."

Over de bladschikking: "Ik maak de prenten afzonderlijk, volgens de bedoelingen van de mise en scène van Alex Alice die het storyboard maakt. Een keer de plaat is voltooid, vertrouw ik op mijn oog om het geheel evenwichtig te schikken. Als er iets wringt, dan voel ik dat aan en verbeter ik het. Ik heb ook steeds meer aan François Lapierre die de inkleuring verzorgt."

Over documentatie: "Het verhaal start met een nachtscène, met veel sterren en sfeer, waarin ik me altijd op mijn gemak voel. In prent 5 zien we Silas, verlicht door een toorts, vandaar de wat warmere tonen en mooie contrasten. Voor de vorige twee delen heb ik tonnen documentatie opgeslagen voor veel verschillende omgevingen: de woestijn, Judea, Babylonië, de bergen, de jungle, enzovoort. In dit album keren we terug naar gelijkaardige plaatsen, wat mijn tekeningen vergemakkelijkt. De delicaatste momenten zijn degene waarin de Romeinen tussenkomen. Daar moest ik iets nieuws op vinden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 4
Het Derde Testament - Julius 4
Over de mooie dag: "Terug naar het einde van deel 3 waar Julius op zoek gaat naar het Derde Testament. Sory, maar zijn trektocht in de bergen krijg je niet te zien! Hier zie je hem al terugkomen, in het bezit van de bewuste rol. Het is midden op de dag, het is mooi weer, de hemel is blauw, de sneeuw bedekt alle toppen."

Over het klooster:
"Shem is als eerste te zien. Hij is verwonderd door de opwinding van de monniken die omhoog kijken. Julius is in zicht, verweerd gezicht, volle baard. Hij heeft steeds meer het hoofd van een profeet, maar ik denk dat we hem sowieso herkennen. De middenste prent, met de berg en het klooster, is natuurlijk de prent die me het meeste werk kostte. De moeilijkheid zat hem in het harmoniseren van de grote rotsvolumes zodat het geheel levendig en geloofwaardig zou zijn. Het gebouw van van het klooster, tegen de bergflank, was niet eenvoudig om te ontwerpen. Ik moest vermijden dat de berg de indruk zou geven dat het op het klooster zou storten."

Over hermaken: "Als perfectionist herbegin ik nogal wat zaken. Een groot werk van de compositie was op voorhand gebeurd, ik had wat minder werk aan dit album. Mijn originele platen bevatten altijd niet weinig dekwit en overgekleefde partijen. Ook Alex is veeleisend, we hermaken altijd heel wat dingen!"

Over de overgangsprent: "In de laatste prent zien we in het klein de onbedwingbare top die zich voor hen oprichtte aan het einde van het vorige album, met de wolken. Het is een overgang naar de volgende pagina, de titelpagina die we in het groot te zien krijgen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 5
Het Derde Testament - Julius 4
Over referenties: "In de eerste prent is het er hopelijk een beetje aan te zien dat ik zoals gewoonlijk gebruik maak van foto's als referentie. Ik besloot heel snel om grote massa's zwart samen te stellen voor het scherpe randje van het maanlicht en de zon."

Over improviseren in inkt:
"Maar dat maakte mijn taak niet eenvoudiger om er ook nog de titel bij te proppen. Het geheel zou makkelijker uit te werken geweest zijn met voorgronden, kleine bergen en zo. De titel is getekend op de traditionele manier, met de hand. Er moest dus genoeg ruimte rond zodat de titel te zien is. Over het algemeen stel ik me tevreden met licht aangezette potloodtekeningen waarna ik veel improviseer bij het inkten."

Over ontwarring: "Hier heb ik me ongetwijfeld een beetje laten meeslepen door het zwart. Daar hou ik van, dan kan ik werken met borstelige penselen. Dat ligt me beter, grote ritmes in de pagina's regelen in plaats van alles in een klare lijn te maken. Maar hier moest ik het achteraf zien te ontwarren om de titel te laten bestaan!"

Over de vrije inkleuring: "We hadden het net zo makkelijk in kleur kunnen oplossen, maar die reflex heb ik op voorhand niet. Ik wil dat mijn zwart en wit op zich volstaan. Langs de andere kant ben ik vaak aangenaam verrast door de inkleuring van François. Alex en ik geven niet al te veel richtlijnen en we geven hem enkel wat referenties. Voor deze pagina koos hij een geslaagde, paarsachtige sfeer. Voor dit album genoot hij een bijzonder grote vrijheid en hij verblufte ons met de eindscène. De inkleuring is haast gekkenwerk..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 6
Het Derde Testament - Julius 4
Over het flauwvallen: "Een mooi portret van Julius met een klein ademwolkje voordat hij neerstort... Om het effect te versterken van het personage dat flauwvalt, kozen we voor een volledig witte achtergrond met een kunstgreep uit de stripwereld: het weglaten van de kaders. Bij zo'n kleine tekening valt het niet mee om het flauwvallen uit te drukken! Ik vind dat het hier aardig werkt."

Over een herwerking:
"Op het einde van de strip besloten we terug te keren naar deze plaat en het onderste gedeelte te herwerken. We hadden aanvankelijk een strook van drie prenten voorzien met in het heel groot de rol van het Derde Testament. Die strook staat nu bovenaan de volgende pagina. Hier is het vervangen door een grote hemel, sterren, een stukje van de top. En daarop een vlekje, Julius. Nu werkt de locatie beter. Te meer omdat François er een hele mooie nacht van maakte, een beetje polair dat wat contrasteert met de sneeuw van de vorige pagina."

Over zelfvertrouwen: "Aan het begin van het album schaven we de kleinste details bij. Hoe meer we opschieten, hoe groter het zelfvertrouwen wordt. Op het einde volgt de ene plaat na de andere. Nochtans hebben we bij elk nieuw album de indruk dat we nooit eerder zo veel hebben samengewerkt! Wellicht een zekering die in ons hoofd sprong..."

Over het werkritme: "Mijn werkritme is regelmatig. Ik besteed drie-vier dagen aan elke plaat naargelang de moeilijkheidsgraad. Dit album telt 62 platen in plaats van de gewoonlijke 44. Het kostte me enkele maanden extra om het afgewerkt te krijgen."


Thimothée Montaigne over Het Derde Testament - Julius 3
22/01
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 64 van november 2013.
COMMENTAAR BIJ PAGINA 11
Over de Tuin van Eden: "Eerste beelden van wat in de ogen van de uitverkorenen, jonge woestijnmensen, niets anders kan zijn dan de Tuin van Eden. Tijdens deze sequentie van zo'n twintig pagina's wordt hun enthousiasme getemperd. Ik begon vrolijk, met een jungle à la Loisel, heel luchtig, vol mooie bloemen en vogeltjes, met de onvermijdelijk leuke kameleon..."

Over de jungle: "Ik heb geworsteld. Deze jungles kloppen botanisch gezien niet. Alex heeft een doorgedreven naturel terwijl ik altijd schrik heb dat ik een onmogelijke plant zou tekenen! Ik heb gekeken hoe collega's dit soort probleem aanpakken: Mathieu Lauffray in Long John Silver of regisseur Werner Herzog in Aguirre. Vooral wanneer de moessonregen begint te vallen over de rivier... Daarom heeft mijn woud iets van het Amazonewoud."

Over abstractie in de jungle:
"Ik heb gevochten tegen mijn neiging om alles te overladen met details. Met planten kom je snel tot compleet overladen beelden, grijs, waarin niets nog duidelijk is. Een jungle is in feite abstract genoeg. Het vergt een delicaat afwegen van zwarte contrasten."

Over vrijheid: "Om de indruk van insluiting te benadrukken, als brutaal contrast met de woestijn, liet Alex me kleinere, platgedrukte prenten tekenen. Je verliest er snel de horizon mee, daarna de volledige hemel... Zijn bladschikking ziet er altijd compact uit, gemiddeld acht tot twaalf prenten. Zijn storyboards daarentegen zijn summier, maar hij kent de kunst om er al zijn narratieve bedoelingen heel precies op aan te duiden, in drie potloodlijnen. Op basis daarvan ben ik vrij genoeg om mijn prenten te ontwerpen. "


COMMENTAAR BIJ PAGINA 12
Over tempels: "Net zoals in het vorige deel, met Babylon en zijn hangende tuinen, gaf ik mijn verbeelding de vrije loop om deze onwaarschijnlijke tempel te tekenen. We hadden een bedreigend gebouw nodig, mijlenver verwijderd van de joods-christelijke wereld. Ik heb voortgeborduurd op diverse tempels van het jäinisme (blijkbaar de oudste Indische religie), bergtempels met koepels van suikerbrood, en ik gaf er onmogelijke verhoudingen aan, bijna futuristisch! Hoe uitzinniger een gebouw is, hoe gecompliceerder om het weer te geven want je begrijpt er de structuur niet van. Voor het interieur keek ik meer naar Angkor — het Khmerboeddhisme dus — en hun krioelende beeldhouwwerken."

Over specialisten met commentaar: "Op signeersessies ontmoet ik soms specialisten die mijn inschattingen becommentariëren. Ik leg hen uit dat een stripauteur niet betaald wordt om twee jaar lang studiereizen te maken voordat hij begint te tekenen! Pellerin, de auteur van De Havik, doet dat dan weer wel... Uitgezonderd een ultrakatholieke website — die een keertje ketterij schreeuwde — doet niemand vervelend over de religieuze aspecten."

Over de godin:
"Nog altijd vanuit het nachtmerriestandpunt is het standbeeld in prent 2 een weergave van Chinnamastâ, een woeste tantrische godin die Alex voor me uitzocht. Zij houdt haar hoofd in de hand, bloedstromen spuiten uit de nek (in steen ziet dat er beter uit!), ze draagt een halsketting van doodskoppen en staat op een copulerend koppel. Tof, hé?"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 13
Over nevenpersonages: "Thaddeus, de vroegere gladiator, is de eerste die doorslaat. Hij is een van mijn favorieten, ik heb hem zelfs het leven gered: het was niet voorzien dat dit personage zo lang zou meegaan. Ik investeer veel in de psychologische evolutie van de nevenpersonages. Alex geeft hen niet altijd veel dialogen, ik ben dus verantwoordelijker voor hun bestaan, van hun diepgang door hun houdingen, hun expressies, die nodig zijn voor hun karikatuur: dat is het domein waar ik het meest aan heb."

Over silhouetten: "Alex gaf onze ware of niet ware Messias slechts zeven volgelingen. Dat zijn er al genoeg om te overzien! Hun silhouet moet van ver herkenbaar zijn: elk heeft zijn eigen uiterlijk, gestalte, een gewicht, een manier van bewegen."

Over valsspelen:
"Ik hou niet van realisme zonder meer, statisch. Levendig tekenen houdt meer in dan het produceren van afgelikte tekeningen. Je mag niet aarzelen om vals te spelen, om de tekening eenvoudiger te maken zodat een expressie leesbaarder is, een lichaam vervormen om een beweging uit te lichten. Het verlengen van een been van iemand die rent of een arm bij een vuistslag... het moet knallen! "

Over overdreven lichtstralen: "Om het oog te laten rusten na de vorige plaat, heb ik deze interieurscène niet overladen. En ik vroeg aan inkleurder François Lapierre de lichtstralen te overdrijven, wat de achtergrond reduceert en de personages hun waarde geeft. Hoewel ik geen fan ben van digitaal tekenen — ik werk met inkt en penseel —, geef ik toe dat François geen slechte dingen uit zijn computer haalt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Over tijdverlies: "Door mijn miniaturistisch kantje vermijd ik om te werken op groot formaat. Een vel van 30 op 40 centimeter volstaat voor mij. Het verplicht me tot een grotere synthese in mijn tekeningen. Anders voeg ik er van alles bij, en vul ik mijn platen met vele onleesbare details die me tijd doen verliezen."

Over zwoegen: "Ik heb gezwoegd op de jonge Indiër in prent 2. Een zwarte of een Chinees heeft makkelijke kenmerken om weer te geven, maar Indiërs, met hun arendsneus en hun gemeenschappelijke gezicht, vormden moeilijkheden. Ook hier weer bood de inkleuring soelaas... Deze pagina staat vol complexe details: het vogelperspectief in prent 6 — daar moesten de personages goed voor op de grond staan —, de beweging van de opgespannen boog,..."

Over zijn poserende vriendin:
"Voor de minder evidente houdingen, en als ik het juiste beeld niet op internet vind, kijk ik naar mezelf in de spiegel of ik laat mijn vriendin poseren. Zelfs de laatste prent is minder eenvoudig dan het lijkt: ik moest valsspelen om die samen te stellen. In realiteit zouden de pijl en het oog nooit op dezelfde as staan, de hand ervoor zou te veel ruimte in beslag nemen, enzovoort."

Over zijn idool: "Toen ik student was in Nantes vond mijn leraar — Erik Juszezak — een stage voor mij in het atelier van Mathieu Lauffray: mijn idool! Ik assisteerd hem bij de inkleuring, en ik mocht zijn potloodwerk uitgommen. Daar onmoette ik Alex, Robin Recht,... Zonder deze stage was ik nooit bij deze serie uitgekomen! Werken met Alex bezorgt me veel druk, de man is veeleisend, maar als hij mijn werk goedkeurt, geeft me dat een voldaan gevoel. Het bezorgt me zelfzekerheid, ik kan sneller vooruitgaan. Royaal!"