Alle bijdragen van Philippe Delzenne aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
19/12/2018 Philippe Delzenne over zijn gasthoofdredacteurschap van StripGlossy 11
10/10/2015 Philippe Delzenne over Jommeke 277
 
Philippe Delzenne over zijn gasthoofdredacteurschap van StripGlossy 11
19/12
TOP
StripGlossy 11
Voor StripGlossy nummer 11 nam Jommeke-tekenaar Philippe Delzenne het gasthoofdredacteurschap waar waardoor hij zijn stempel kon drukken op een groot deel van de inhoud. Hieronder stelt hij zijn bijdrage aan het kwartaalblad voor.

"Eind augustus viel een bericht in mijn mailbox binnen van de uitgevers, Seb en Mirjam van der Kaaden, van het Nederlandse StripGlossy. Het zou een grote eer voor hen zijn, mocht ik het gasthoofdredacteursschap willen invullen voor hun eindejaarsuitgave. 'Niet direct mijn kop thee, zo'n redacteurschap', ging even door mijn hoofd, maar al even snel zag ik wel een mooie opportuniteit om via dit prachtige voorstel wat exposure te geven aan mijn eigen werk, Trace-Noël. Ik reageerde positief, ik wilde wel eens proeven van zijn kopje thee. Bleek dat het om een glas champagne ging!

In enkele mailwissels zetten we op punt wat mijn inbreng juist inhield. En daar opende zich een fantastische deur in de zin van de mogelijkheid om vier van de zes Bommelschetsen voor wenskaarten die ik dertig jaar eerder maakte voor Marten Toonder, in inkt te zetten. De huidige Toonder Compagnie stemde daarmee in en ik ging aan de slag met penseel. Glad ijs voor mij, hoor. Ik herinner mij levendig hoe ik de heer Toonder penseelstreken uit zijn hand en brein zag toveren en in een... 'tjiptjiptjip-beweging' zijn figuren leven gaf op het witte blad. Dat 'tjiptjiptjip' komt uit een mooi interview met de meesterlijke Gerben Valkema over zijn samenwerking met de Toonder Compagnie waarin hij de vloeiende, accurate en schijnbare 'alsof-het-niets-was-beweging' van het penseel van de heer Toonder plastisch en met geluid erbij uitlegt. Ik zou dus ook een 'tjiptjiptjip-beweging' proberen te ondernemen voor de vier wenskaarten, met de nadruk op proberen! Ik herwerkte mijn originele schetsen tot een eenvoudiger setting en wroette dagen tot er een min of meer bevredigend resultaat op papier stond.

Een volgend item was het schrijven van een voorwoord. Daarin liet ik mij leiden tot een bespiegeling van hoe ik als tekenaar bij Jommeke terechtkwam. Er kwam een krant bij kijken. Een kindertekening en het grijpen van het momentum. Het katapulteerde mij terug naar 1979!...! Dat lees je juist... Bijna veertig jaar geleden, toen je als tekenaar nog een studio bij een grootmeester kon binnenstappen en er de stiel leren.

Dan was er de cover. Zeer belangrijk! Dat moest in het oog springen en een bekendheid hebben om verkoopbaarheid te vergroten. Dus opteerde ik voor de reeks waarvoor ik al zeer lang werk, waarvoor ik nog zeer lang zal werken en waarvoor ik van zijn auteur Jef Nys het vertrouwen kreeg om, samen met mijn goede collega Gerd Van Loock, zijn prachtige creatie verder te zetten. Jommeke dus! Mijn oprechte dank gaat dan ook uit naar Jef Nys, zijn erfgenamen, Alexis Dragonetti (uitgever-bestuurder van Ballon Media) en het Ballon-team die de nodige ondersteuning en vertrouwen blijven geven. Seb stelde voor om Bommel en Tom Poes op de een of ander manier mee in de coverscène te smokkelen. Dat legde een link met Nederland, maar tevens ook met mijn ontmoeting met de heer Toonder. Dat kon dus ook in Nederlandse winkels extra interesse genereren. De cover tekende lekker en werd door de gewaardeerde medewerking van Lisbeth Prinsen van Ballon Media supermooi ingekleurd!

Daarna spraken Seb en fotograaf Peter Beemsterboer een namiddag af om hier bij mij thuis een interview en fotosessie te maken. Dat werd een zeer zonnige oktoberdag waar ik de hartelijkheid van de twee Nederlandse vrienden mocht meemaken. Het werd een mooi interview met dito foto's en bijhorende illustraties. Dagen en weken nadien werd heen en weer gemaild om alles op punt te stellen. Wat kan globale verbondenheid in cyberspace toch heerlijk zijn. Ik heb niets tegen een postduif, maar dan zou een StripGlossy maar vijfjaarlijks verschijnen.

Trace-Noël

Vervolgens gaf Seb mij de mogelijkheid om voor de eerste maal in mijn carrière iets puur van mijzelf gepubliceerd te zien. Al is het kort dag, StripGlossy ligt drie maanden in de winkel, maar ze blijven wel langer liggen. Trace-Noël zit nu aan ongeveer zeventig pagina's. De prognose is vierhonderd pagina's, op zijn minst. Het eerste twintigtal pagina's is tekstueel al op punt gesteld zodat ik Seb kon voorstellen om acht pagina's te publiceren. Daarin zit een zeer speciale pagina 1, een primeur. Ik kreeg van componist en vriend Piet Swerts de toelating om composities van hem te gebruiken voor Trace-Noël waarvoor ik hem eeuwig dankbaar ben. Op één pagina staat een QR-code die een 6,07 minuten durende compositie weergeeft als je die inleest met je smartphone en een QR-app. De compositie is speciaal voor die scène uitgekozen en bewerkt met geluidsfragmenten. Het versterkt de sfeer van de desbetreffende pagina's. Wie eens werk van deze fantastische, Belgische componist wil horen, raad ik ten zeerste zijn machtige werkstuk A Symphony of Trees aan dat in september vorig jaar in Ieper in première ging en in 2020 driemaal herhaald wordt van 23 tot 25 oktober. Het is een overdonderd, belangrijk, niet te missen werk dat je live moet meemaken. Verder is de ingesproken tekst voor die pagina mooi ingelezen door een kennis uit Brugge. Pagina 3 werd magistraal ingekleurd door mijn goede vriend Marcel Rouffa die tevens het volledige Trace-verhaal zal inkleuren. Zijn manier van werken ligt heel hard in de lijn van mijn stijl van tekenen voor Trace. Grote dank en buiging aan deze meester, Marcel! Volg hem, hou hem in de gaten! Hij is met straffe dingen bezig!

Trace-Noël

Een ander item was om een interview gepubliceerd te zien met een bekende Vlaming of Nederlander. Dat zag ik wel zitten, maar na veel zoeken wie ik graag zou interviewen, kwam ik tot de conclusie dat een persoon vinden niet zo moeilijk was, maar wel wat ik hem of haar zou vragen. Ik sprokkelde wat vragen bijeen en stelde mij in de plaats van die persoon. het vinden van originele vragen bleek voor mij onmogelijk. Ik gaf het bedenktijd tot ik op het idee kwam om mijn hoofdfiguur uit Trace-Noël, Jules Vandergraef, een hoofdfiguur van een bekende persoon te interviewen. Dan moest die bekende persoon wel een hoofdfiguur hebben. En plots schoot Alfred Jodocus Kwak mij te binnen. Seb zag de originele invalshoek helemaal zitten, contacteerde de zoon van Herman van Veen en de persoonlijke assistente van de heer van Veen en enige tijd later kon Seb mij berichten dat Herman van Veen akkoord ging! Dat interview lees je natuurlijk ook in StripGlossy met een fijne intro. Wat ben ik daar blij mee!

Ik stelde Seb ook voor om een ander stokpaardje van mij de kans te geven een forum te geven. Het betreft korte stripjes van één tot twee stroken waarin twee hoofdfiguren met elkaar filosoferen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het zijn de heren Mr. Hum en Mr. Bug, The Bottleneck Brothers genaamd. Ik zie wel hoe zij evolueren in komende StripGlossy's en of daar interesse voor is. Deze stripjes zijn afgeleiden van een kaartensysteem met woorden. Meer uitleg daarover vind je op mijn website www.amianart.net.

Het Lot

Een grote pluim en diepe buiging breng ik hier ook graag uit naar mijn vriend en co-auteur voor Trace, Ed Solie. Hij verzorgt alle digitale invulling, is maker van mijn website, mijn rechterhand in de ontdekkingstocht bij het maken van de Trace-vertelling. Kortom, zonder hem zou alles veel trager verlopen. Ik zie Ed als mijn eerste stuurman. Trace-Noël is weliswaar mijn idee — ik stuur veel aan en ik teken uiteraard alles —, maar de bijdrage van Ed valt gewoon niet in te schatten. Trace-Noël is voor mij dus een gezamenlijk werkstuk. Merci, Ed!

Ik hoop van harte dat StripGlossy nummer 11, sinds 18 december beschikbaar in vele winkels, jullie erg zal bevallen! Mijn grote dank gaat natuurlijk ook uit naar Seb van der Kaaden en zijn vrouw Mirjam. Hartelijk dank, beste noorderburen, beste Frieslanders!"


Over Trace-Noël
"Trace-Noël vertelt de levensloop van Jules Vandergraef, een hoogbegaafde en uiterst gevoelige jongen die fysiek niet tegen onrecht kan. We volgen Jules vanaf zijn zeven jaar tot ver na zijn overlijden. Het verhaal ontstond oorspronkelijk uit mijn fascinatie voor familiesaga's, vertellingen die over generaties heen gaan. Trace-Noël is een verhaal zonder ontploffingen, wapengeweld, spattend bloed en andere wild om zich heen slaande monsters...

De naam Trace-Noël is trouwens een anagram van tolérance. De namen van enkele andere personages vloeiden ook voort uit een anagram van tolérance onder wie de Zuid-Afrikaan Éclat-en-or. Een schitterende naam voor een schitterend personage, of hoe het vinden van een naam kan leiden tot een sterk personage.

Verdraagzaamheid en empathie zijn een rode draad doorheen de vertelling. Ik werk samen met mijn eerste stuurman Ed Solie gestaag verder om het over enkele jaren klaar te krijgen. We werken echter wel aan een manier om vlugger regelmatige uitgaven te plannen die het eigenlijke verhaal voorafgaan, prequels als het ware. Geduld is een schone deugd, beste toekomstige lezer. Weet dat Ed en ikzelf evenveel geduld moeten opbrengen om van Trace-Noël een mooi verhaal te maken. Wij danken jullie daarvoor!"


Philippe Delzenne over Jommeke 277
10/10
TOP
Philippe Delzenne is sinds lang een van de vaste tekenaars en schrijvers van Jommeke. Hij genoot de eer het jubileumalbum Jommeke 277: De Babbelpil te mogen maken waarmee de zestigste verjaardag van de door Jef Nys gecreëerde succesreeks wordt gevierd.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 24
Jommeke 277
Over Jef Nys: "Dan denk ik terug aan het voorrecht dat ik kreeg om deze grote kunstenaar gekend te hebben. Jef was voor mij een mentor. Iemand in wiens spoor ik leerde tekenen en bij uitbreiding later, vertellen. De 'goesting' om te tekenen, om hetgeen verteld diende te worden degelijk en duidelijk te laten begeleiden door prenten. Dat gebeurde allemaal heel organisch, al doende, met steeds een deadline omdat het een machine was die stevig op de rails spoorde, die vele lezende passagiers aan boord kreeg om een reis met Jommeke te maken en dus ook veilig op hun bestemming moesten worden gebracht, zijnde de laatste pagina van een verhaal. En wij waren de machinisten onder leiding van de hoofdmachinist Jef Nys. En zijn trein spoorde goed! De jaren in de studio op linkeroever staan in mijn hoofd gegrift als prachtige momenten. Het 'stelen met de ogen', hoe Jef zijn figuren op papier toverde en het daarna proberen te benaderen. De spanning wanneer hij zijn met bic geschetste A4-papiertjes van het lopende verhaal kwam brengen op de studio, op de dertiende verdieping in een van de linkeroeverblokken. Het bijna dagelijkse onderhoud met Jef over hoe zijn universum juist weer te geven. De ontspannen praatjes met hem over de dingen die gebeurden, die hem bezig hielden, die mij bezig hielden. Zonder daarom altijd op één lijn te staan, maar met respect voor elkaars mening en opvatting. Jef was soms meer dan enkel een mentor op professioneel vlak. Kortom, het was een groot voorrecht hem te hebben gekend."

Over Kinderen Baas: "Het album waar Jef trots op was, niet het enige uiteraard. In feite belichaamt dit verhaal zowat zijn hele œuvre. In feite zijn de kinderen baas in al de verhalen. Zij overwinnen. Zij vinden. Zij doen en durven. Zij vallen, maar staan weer op. Lachen, maken plezier, ontdekken,... kortom, kinderen, in hoofde van Jommeke en zijn vriendjes, tonen hoe het is om heerlijk kind te zijn. Kinderen baas, ook in onze hoofden, wanneer we een verhaal moeten verzinnen moeten we in zekere zin het kind in ons terug baas laten worden om er het verhaal uit te halen. Hoe zou een kind op een bepaalde situatie reageren, in feite is dat iedere keer de uitdaging voor ons, volwassenen, om ons in die rol te kunnen plaatsen. Dat maakt het ook zo delicaat en niet altijd makkelijk om een Jommekesverhaal te vertellen. Jef had zijn unieke recept dat wij enkel maar kunnen benaderen maar nooit gelijk in zijn."

Over Poesie en de periode bij Peyo: "Tja, Poesie... ik heb er een aantal getekend toen ik bij Peyo werkte. Ook enkele verhalen van Pietje en de Lamp zijn van mij. En uiteraard vele, vele Smurfen. Dat brengt mij dan terug naar 1987, het jaar waarin ik in Ukkel aan de deur bij Peyo aanbelde met mijn kaft vol tekeningen... zomaar, om te zien of ik kans had. Enkele weken later kon ik effectief op de studio aan het park Wolvendael starten. Na een onderhoud met Thierry Culliford (Peyo's zoon, red.) die mij toen die kans gaf. Dan begon een even mooie periode werkend in de studio, eveneens stelend met de ogen hoe deze grootmeester, Peyo, zijn figuren schetste en inktte en vooral erover praatte. Heerlijke tijden daar. Ik citeer Peyo: "... Il faut te mettre à plât ventre dans le parc Wolvendael sous les racines géantes pour comprendre l'univers Schtroumpf." ("Je moet plat op je buik liggen in het park Wolvendael onder de reusachtige wortels om het Smurfenuniversum te begrijpen.") Of: "L'efficacité avec trois fois rien dans le dessin..." (Efficiëntie met drie keer niks in de tekeningen.") Wederom een groot voorrecht om deze grootmeester gekend te hebben. Tevens een voorrecht om vele verhalen van Marc Wasterlain te mogen hebben getekend. Goede vrienden te hebben gekend als Alain Maury, Daniel Desorgher... en andere... Met dan uiteindelijk een heel aantal gags, kortverhalen en één volledig album (als scenarist, deel 22: Alles Smurft Vanzelf) op mijn naam. De periode op de studio Peyo was even leerrijk dan bij Jef, met dit verschil dat daar meer te zien was van wat er zich afspeelde in de rest van de stripwereld. Je kreeg meer voeling met andere auteurs, andere strekkingen. Ik ben zeer blij dat ik toendertijd die stap gezet heb, dat heeft enkel bijgedragen in de vorming van mijn carrière. En geef toe, je als tekenaar kunnen uitleven in de wereld van de Smurfen, ze op papier tot leven mogen brengen, af en toe een complimentje krijgen van de meester zelf... ik moet er geen tekeningske bij maken zeker... In die periode had ik ook contact met Marc Sleen, voor wie ik kon beginnen, maar ik koos toch voor De Smurfen. Met Stephen Desberg kon ik toen Arkel van Marc Hardy verder zetten, maar ik koos toch voor de blauwe mannetjes. Voor Marten Toonder, die ik toen mocht ontmoeten in kasteel Nederhorst waar de Toonder Studio's gevestigd waren en die een diepe indruk op mij naliet, kon ik niet beginnen omdat de heer Toonder een punt zette achter de Bommel-strips. Zovele mooie momenten..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 25
Jommeke 277
Over schijnbare eenvoud: "Daar is al veel over geschreven en het is de waarheid. Ooit verbaasde een leek/vriend zich over het feit dat ik mijn figuren tot zwetens toe soms aanschetste om er nadien met een inktlijn over te gaan. Hij dacht werkelijk dat die figuren zo zonder begeleidende schets op het papier ontstonden. Niet dat bepaalde tekenaars daar niet bedreven in zijn en met verve in slagen. Echter niet zo bij mij en vooral niet zo wanneer je je een stijl van iemand anders meester moet maken. Dan wroet je, kras, gom en vloek je. Eens er een aanvaardbare schets is, zoek je met soms doodsverachting (ik overdrijf...) de juiste (eenvoudige) inktlijn om nadien de speelsheid van de schets er niet meer in terug te vinden. Bekend fenomeen... schijnbare eenvoud is dan soms bedrieglijke eenvoud. Maar soms gaat alles ook vanzelf. Dan is schijnbare eenvoud gewoon lekker eenvoudig en zie je onmiddellijk waar de zon staat. Dan is het papier goed, de inkt lekker op temperatuur, de pen mooi gerodeerd, de stoel in pole position en vooral de goesting aanwezig om 'in de lijn te kruipen' en door de bochten te scheuren. Schijnbare eenvoud, misschien wel te vergelijken met autorijden op Francorchamps... toch eenvoudig, niet... maar daar schets je toch ook beter wat lijnen uit alvorens in de bocht te gaan zonder eruit te vliegen. Achter de tekentafel is het wel een stuk veiliger... als ik daar uit de bocht ga, vliegt mijn lijn in de gommen langs de kant en krijg ik een tweede kans..."

Over knipogen: "Die onstaan organisch en dikwijls in veelvoud en dan moet je temperen en doseren. Je schrijft iets en plots is daar dan die knipooglink die je niet kan laten liggen. Omdat ik voor kinderen schrijf, moet ik mij dikwijls inhouden wegens onverstaanbaarheid van de knipoog. Maar zolang die knipoog niet in de weg staat van de leesbaarheid voor kinderen is het oké. Die mosselpot op pagina 4 is ofwel de bekende mosselpot van Marcel Broodthaers, ofwel gewoon een mosselpot. Zo zijn er doorheen mijn nu bijna vijftig verhalen wel meer knipogen in tekst en beeld voorgekomen. Dat is altijd heel leuk om te doen. Dat verdwijnt nooit. Maar zal nooit lukraak gebruikt worden. En ook dikwijls niet worden opgemerkt..."

Over Jommeke als ambassadeur: "Jommeke is een publiek figuur. Een lieveling en held voor vele kinderen, dus ook een afgevaardigde, een gevolmachtigde om bepaalde zaken voor te stellen. Om zaken in de schijnwerpers te zetten waar hij, Jommeke, in beeld en geest achter staat. Om gewicht in de schaal te gooien, mensen op de been te krijgen, bijeen te roepen. Dat is een mooie rol die Jommeke toebedeeld krijgt en die hij met verve uitvoert. Kijk daar... Jommeke... loopt over straat en de gezichten lachen en er is een gevoel van samenhorigheid. Heerlijk toch. Jommeke, de ambassadeur van het goed gevoel."

Over respons: "Als je met respons bedoelt hoe Jommeke wordt ontvangen bij kinderen kan je enkel vaststellen dat het nog steeds zeer groot is. De wisselwerking tussen het jonge publiek is altijd heel fijn om te zien. 'Hun' Jommeke leeft echt in hun geest, in hun beleving. Hij maakt deel uit van hun fantasie, dus als daartegenover een degelijk, traditiegetrouw verhaal staat, voedt dat enkel hun respons. Hun antwoord op de tegenwoordigheid van hun held. Ik geloof dat het ook zo is voor de volwassenen die, nu Jommeke al zestig is, meegaat vanuit hun kindertijd. Er wordt steeds vrij enthousiast gereageerd wanneer bijvoorbeeld de Jommekespop opduikt... door iedereen... enfin, een verdwaalde andere-kant-van-de-taalgrens-bewoner niet te na gesproken. Wie weet, in de toekomst?...
"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 26
Jommeke 277
Over respect: "Dat merken wij inderdaad. Ik mag aannemen dat dit het gevolg is van ons werk, dat wij zo goed mogelijk proberen te realiseren. Het is niet evident om vijf verhalen van Jommeke per jaar met hoog niveau te handhaven. Maar de jarenlange ervaring en de onnoemelijk vele uren die ik met Jef sleet over hoe zijn geesteskind in elkaar zit, werpt toch zijn vruchten af. Het blijft evenwel noeste arbeid aan de tekentafel, veel denkwerk onderweg om tot een verhaal te komen. Maar ik merk bij mezelf dat er met de jaren toch stilaan een gevoel van 'weten waar ik naartoe ga' komt. Ik stap op de trein die ikzelf schrijf en na een paar keer goed optrekken, bolt de machine lekker, weliswaar steeds met argusogen bekeken, in de goede richting."

Over inspiratie en uitvindingen: "Dat zou professor Gobelijn eens moeten uitvinden, zie... een inspiratiepil... hahaha! Ziedaar, weer een scenario-idee... Inspiratie, tja... dat is rommelen in je hoofd, zoeken tot je een draadje vindt, het rood kleuren en jezelf smijten. Een voordeel van een reeks die al zo groot is ter beschikking te hebben, is dat je kan putten uit het reusachtige arsenaal aan figuren die de inspiratie kunnen triggeren. Nog een voordeel is dat kinderen graag dezelfde verhalen lezen in een iets ander kleedje. Wat niet wil zeggen dat wij recycleren zonder origineel te zijn. Maar het feit is gewoon dat we vertrekken van vaststaande gegevens aan settings en figuren. Die gooien wij in onze keuken op het aanrecht, we verzinnen een gerechtje en de soep kookt... Inspiratie, het komt eigenlijk van overal, zonder dat we het verwachten. Het enige dat je moet doen, is attent zijn en de inspiratie een vorm geven. Meestal is het een embryo, het pril ideetje waarvan je een aha-gevoel krijgt... waarna je dan zegt, oké... en hoe gaat het verder, dan wordt inspiratie, transpiratie en wroetend brouwen. De uitvindingen die we de professor kunnen laten maken, zijn een prachtige tool die ons toelaat om de grenzen van de mogelijkheid te overschrijden. Dan kom je in de vlaktes waar kinderen spelen met alles wat los en vast zit in de fantasie. Het gegeven dat een professor zulke uitvindingen doet, maakt het voor een groot stuk waarachtig, het is tenslotte een professor in alles. Wat een briljante uitvinding van Jef."

Over een eigen stempel, eigen inbreng, nieuwe personages: "Ook hier gaat het vrij organisch. Het is onmogelijk om voor 100% de stijl van Jef te kopiëren. Het blijft benadering. Je tekent in de stijl van iemand, niet mèt de stijl, wat inhoudt dat er steeds een dosis eigen stempel inzit. Zowel tekentechnisch als wat het schrijven betreft. Waarschijnlijk is het schrijven in de stijl van Jef moeilijker dan het tekenen in zijn stijl. Door deze reeks verder te zetten, krijg je een soort van gebruiksaanwijzing mee van hoe te vertellen, te tekenen... omdat die zijn nut en succes al heeft bewezen. Het is niet de bedoeling om daaraan te morrelen. Het geeft je ergens wel een soort rust mee, je mag aan de slag met figuren en settings die al gevestigd zijn. Dat maakt het natuurlijk ook in die zin belangrijk dat je er zorg voor moet dragen om het niet naar beneden te halen, het niveau hoog te houden. Maar door de jarenlange samenwerking met Jef en zijn vertrouwen in ons om zijn œuvre verder te zetten, weten wij hoe we de reeks verder moeten laten groeien. Met eigen inbreng, een eigen stempel en nieuwe personages... ingekleurd met onze eigen doos potloden. Maar het blijft een uitdaging want wij zullen nooit zijn manier, zijn stijl, volledig onder de knie krijgen. En dat is goed, dat houdt ons alert en open voor verbetering."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 27
Jommeke 277
Over beperkingen: "Er zijn zaken die nooit in een verhaal van Jommeke zullen voorkomen zoals geweld en nog vele andere zaken die veel te delicaat zijn om in een feelgoodreeks voor kinderen te gebruiken. Het is een evidentie zelfs dat zulke zaken vermeden worden. Dat levert geen meerwaarde op. Wat niet wil zeggen dat de figuren in Jommeke geen karakter hebben of brave, grijze muizen zijn. Ze hebben allemaal ook hun rare kantjes die de verhalen kleur geven. De nadruk in deze reeks ligt op avontuur, spanning, plezier en plezante belevenissen die kinderen allemaal graag zouden meemaken."

Over de voorbeeldfunctie: "Door het feit dat kinderen zich kunnen herkennen in de figuren krijgen die natuurlijk een opdracht mee om een voorbeeld te zijn in de manier waarop ze in situaties reageren. Dat is in deze reeks, geschreven voor jonge kinderen zeer belangrijk. En zonder belerend te zijn kunnen we van deze opportuniteit gebruik maken om een voorbeeld te zijn voor kinderen. Op een ludieke manier."

Over sterke vrouwen: "Dit is inderdaad opvallend in de reeks. Er spelen zeer veel sterke vrouwen in mee en dat kan ik enkel maar toejuichen. Nog een voorbeeld van hoe een verhaal kan aangewend worden om vooroordelen over anderen weg te gommen op een leuke manier. Er zijn natuurlijk ook vrouwen met slechte bedoelingen zoals er ook mannen met slechte bedoelingen zijn. Maar de mix houden we in het oog. Een weerspiegeling van hoe het er in het echte leven aan toe gaat. Punt is dat de personages mensen van vlees en bloed zijn met goede en wat minder goede eigenschappen. Als je het arsenaal aan figuren bekijkt dat in zestig jaar de revue is gepasseerd, kan je enkel besluiten dat het een mooie verzameling karakters is waarin iedereen zich wel wat kan herkennen. En dat is nu juist een van de sterke punten van deze reeks. Behalve over sterke vrouwen en sterke mannen... kunnen we ook spreken over sterke kinderen en sterke dieren...zeer sterk van Jef Nys. Hoed af!"