Alle bijdragen van Philippe Delzenne aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
10/10/2015 Philippe Delzenne over Jommeke 277
 
Philippe Delzenne over Jommeke 277
10/10
TOP
Philippe Delzenne is sinds lang een van de vaste tekenaars en schrijvers van Jommeke. Hij genoot de eer het jubileumalbum Jommeke 277: De Babbelpil te mogen maken waarmee de zestigste verjaardag van de door Jef Nys gecreëerde succesreeks wordt gevierd.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 24
Jommeke 277
Over Jef Nys: "Dan denk ik terug aan het voorrecht dat ik kreeg om deze grote kunstenaar gekend te hebben. Jef was voor mij een mentor. Iemand in wiens spoor ik leerde tekenen en bij uitbreiding later, vertellen. De 'goesting' om te tekenen, om hetgeen verteld diende te worden degelijk en duidelijk te laten begeleiden door prenten. Dat gebeurde allemaal heel organisch, al doende, met steeds een deadline omdat het een machine was die stevig op de rails spoorde, die vele lezende passagiers aan boord kreeg om een reis met Jommeke te maken en dus ook veilig op hun bestemming moesten worden gebracht, zijnde de laatste pagina van een verhaal. En wij waren de machinisten onder leiding van de hoofdmachinist Jef Nys. En zijn trein spoorde goed! De jaren in de studio op linkeroever staan in mijn hoofd gegrift als prachtige momenten. Het 'stelen met de ogen', hoe Jef zijn figuren op papier toverde en het daarna proberen te benaderen. De spanning wanneer hij zijn met bic geschetste A4-papiertjes van het lopende verhaal kwam brengen op de studio, op de dertiende verdieping in een van de linkeroeverblokken. Het bijna dagelijkse onderhoud met Jef over hoe zijn universum juist weer te geven. De ontspannen praatjes met hem over de dingen die gebeurden, die hem bezig hielden, die mij bezig hielden. Zonder daarom altijd op één lijn te staan, maar met respect voor elkaars mening en opvatting. Jef was soms meer dan enkel een mentor op professioneel vlak. Kortom, het was een groot voorrecht hem te hebben gekend."

Over Kinderen Baas: "Het album waar Jef trots op was, niet het enige uiteraard. In feite belichaamt dit verhaal zowat zijn hele œuvre. In feite zijn de kinderen baas in al de verhalen. Zij overwinnen. Zij vinden. Zij doen en durven. Zij vallen, maar staan weer op. Lachen, maken plezier, ontdekken,... kortom, kinderen, in hoofde van Jommeke en zijn vriendjes, tonen hoe het is om heerlijk kind te zijn. Kinderen baas, ook in onze hoofden, wanneer we een verhaal moeten verzinnen moeten we in zekere zin het kind in ons terug baas laten worden om er het verhaal uit te halen. Hoe zou een kind op een bepaalde situatie reageren, in feite is dat iedere keer de uitdaging voor ons, volwassenen, om ons in die rol te kunnen plaatsen. Dat maakt het ook zo delicaat en niet altijd makkelijk om een Jommekesverhaal te vertellen. Jef had zijn unieke recept dat wij enkel maar kunnen benaderen maar nooit gelijk in zijn."

Over Poesie en de periode bij Peyo: "Tja, Poesie... ik heb er een aantal getekend toen ik bij Peyo werkte. Ook enkele verhalen van Pietje en de Lamp zijn van mij. En uiteraard vele, vele Smurfen. Dat brengt mij dan terug naar 1987, het jaar waarin ik in Ukkel aan de deur bij Peyo aanbelde met mijn kaft vol tekeningen... zomaar, om te zien of ik kans had. Enkele weken later kon ik effectief op de studio aan het park Wolvendael starten. Na een onderhoud met Thierry Culliford (Peyo's zoon, red.) die mij toen die kans gaf. Dan begon een even mooie periode werkend in de studio, eveneens stelend met de ogen hoe deze grootmeester, Peyo, zijn figuren schetste en inktte en vooral erover praatte. Heerlijke tijden daar. Ik citeer Peyo: "... Il faut te mettre à plât ventre dans le parc Wolvendael sous les racines géantes pour comprendre l'univers Schtroumpf." ("Je moet plat op je buik liggen in het park Wolvendael onder de reusachtige wortels om het Smurfenuniversum te begrijpen.") Of: "L'efficacité avec trois fois rien dans le dessin..." (Efficiëntie met drie keer niks in de tekeningen.") Wederom een groot voorrecht om deze grootmeester gekend te hebben. Tevens een voorrecht om vele verhalen van Marc Wasterlain te mogen hebben getekend. Goede vrienden te hebben gekend als Alain Maury, Daniel Desorgher... en andere... Met dan uiteindelijk een heel aantal gags, kortverhalen en één volledig album (als scenarist, deel 22: Alles Smurft Vanzelf) op mijn naam. De periode op de studio Peyo was even leerrijk dan bij Jef, met dit verschil dat daar meer te zien was van wat er zich afspeelde in de rest van de stripwereld. Je kreeg meer voeling met andere auteurs, andere strekkingen. Ik ben zeer blij dat ik toendertijd die stap gezet heb, dat heeft enkel bijgedragen in de vorming van mijn carrière. En geef toe, je als tekenaar kunnen uitleven in de wereld van de Smurfen, ze op papier tot leven mogen brengen, af en toe een complimentje krijgen van de meester zelf... ik moet er geen tekeningske bij maken zeker... In die periode had ik ook contact met Marc Sleen, voor wie ik kon beginnen, maar ik koos toch voor De Smurfen. Met Stephen Desberg kon ik toen Arkel van Marc Hardy verder zetten, maar ik koos toch voor de blauwe mannetjes. Voor Marten Toonder, die ik toen mocht ontmoeten in kasteel Nederhorst waar de Toonder Studio's gevestigd waren en die een diepe indruk op mij naliet, kon ik niet beginnen omdat de heer Toonder een punt zette achter de Bommel-strips. Zovele mooie momenten..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 25
Jommeke 277
Over schijnbare eenvoud: "Daar is al veel over geschreven en het is de waarheid. Ooit verbaasde een leek/vriend zich over het feit dat ik mijn figuren tot zwetens toe soms aanschetste om er nadien met een inktlijn over te gaan. Hij dacht werkelijk dat die figuren zo zonder begeleidende schets op het papier ontstonden. Niet dat bepaalde tekenaars daar niet bedreven in zijn en met verve in slagen. Echter niet zo bij mij en vooral niet zo wanneer je je een stijl van iemand anders meester moet maken. Dan wroet je, kras, gom en vloek je. Eens er een aanvaardbare schets is, zoek je met soms doodsverachting (ik overdrijf...) de juiste (eenvoudige) inktlijn om nadien de speelsheid van de schets er niet meer in terug te vinden. Bekend fenomeen... schijnbare eenvoud is dan soms bedrieglijke eenvoud. Maar soms gaat alles ook vanzelf. Dan is schijnbare eenvoud gewoon lekker eenvoudig en zie je onmiddellijk waar de zon staat. Dan is het papier goed, de inkt lekker op temperatuur, de pen mooi gerodeerd, de stoel in pole position en vooral de goesting aanwezig om 'in de lijn te kruipen' en door de bochten te scheuren. Schijnbare eenvoud, misschien wel te vergelijken met autorijden op Francorchamps... toch eenvoudig, niet... maar daar schets je toch ook beter wat lijnen uit alvorens in de bocht te gaan zonder eruit te vliegen. Achter de tekentafel is het wel een stuk veiliger... als ik daar uit de bocht ga, vliegt mijn lijn in de gommen langs de kant en krijg ik een tweede kans..."

Over knipogen: "Die onstaan organisch en dikwijls in veelvoud en dan moet je temperen en doseren. Je schrijft iets en plots is daar dan die knipooglink die je niet kan laten liggen. Omdat ik voor kinderen schrijf, moet ik mij dikwijls inhouden wegens onverstaanbaarheid van de knipoog. Maar zolang die knipoog niet in de weg staat van de leesbaarheid voor kinderen is het oké. Die mosselpot op pagina 4 is ofwel de bekende mosselpot van Marcel Broodthaers, ofwel gewoon een mosselpot. Zo zijn er doorheen mijn nu bijna vijftig verhalen wel meer knipogen in tekst en beeld voorgekomen. Dat is altijd heel leuk om te doen. Dat verdwijnt nooit. Maar zal nooit lukraak gebruikt worden. En ook dikwijls niet worden opgemerkt..."

Over Jommeke als ambassadeur: "Jommeke is een publiek figuur. Een lieveling en held voor vele kinderen, dus ook een afgevaardigde, een gevolmachtigde om bepaalde zaken voor te stellen. Om zaken in de schijnwerpers te zetten waar hij, Jommeke, in beeld en geest achter staat. Om gewicht in de schaal te gooien, mensen op de been te krijgen, bijeen te roepen. Dat is een mooie rol die Jommeke toebedeeld krijgt en die hij met verve uitvoert. Kijk daar... Jommeke... loopt over straat en de gezichten lachen en er is een gevoel van samenhorigheid. Heerlijk toch. Jommeke, de ambassadeur van het goed gevoel."

Over respons: "Als je met respons bedoelt hoe Jommeke wordt ontvangen bij kinderen kan je enkel vaststellen dat het nog steeds zeer groot is. De wisselwerking tussen het jonge publiek is altijd heel fijn om te zien. 'Hun' Jommeke leeft echt in hun geest, in hun beleving. Hij maakt deel uit van hun fantasie, dus als daartegenover een degelijk, traditiegetrouw verhaal staat, voedt dat enkel hun respons. Hun antwoord op de tegenwoordigheid van hun held. Ik geloof dat het ook zo is voor de volwassenen die, nu Jommeke al zestig is, meegaat vanuit hun kindertijd. Er wordt steeds vrij enthousiast gereageerd wanneer bijvoorbeeld de Jommekespop opduikt... door iedereen... enfin, een verdwaalde andere-kant-van-de-taalgrens-bewoner niet te na gesproken. Wie weet, in de toekomst?...
"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 26
Jommeke 277
Over respect: "Dat merken wij inderdaad. Ik mag aannemen dat dit het gevolg is van ons werk, dat wij zo goed mogelijk proberen te realiseren. Het is niet evident om vijf verhalen van Jommeke per jaar met hoog niveau te handhaven. Maar de jarenlange ervaring en de onnoemelijk vele uren die ik met Jef sleet over hoe zijn geesteskind in elkaar zit, werpt toch zijn vruchten af. Het blijft evenwel noeste arbeid aan de tekentafel, veel denkwerk onderweg om tot een verhaal te komen. Maar ik merk bij mezelf dat er met de jaren toch stilaan een gevoel van 'weten waar ik naartoe ga' komt. Ik stap op de trein die ikzelf schrijf en na een paar keer goed optrekken, bolt de machine lekker, weliswaar steeds met argusogen bekeken, in de goede richting."

Over inspiratie en uitvindingen: "Dat zou professor Gobelijn eens moeten uitvinden, zie... een inspiratiepil... hahaha! Ziedaar, weer een scenario-idee... Inspiratie, tja... dat is rommelen in je hoofd, zoeken tot je een draadje vindt, het rood kleuren en jezelf smijten. Een voordeel van een reeks die al zo groot is ter beschikking te hebben, is dat je kan putten uit het reusachtige arsenaal aan figuren die de inspiratie kunnen triggeren. Nog een voordeel is dat kinderen graag dezelfde verhalen lezen in een iets ander kleedje. Wat niet wil zeggen dat wij recycleren zonder origineel te zijn. Maar het feit is gewoon dat we vertrekken van vaststaande gegevens aan settings en figuren. Die gooien wij in onze keuken op het aanrecht, we verzinnen een gerechtje en de soep kookt... Inspiratie, het komt eigenlijk van overal, zonder dat we het verwachten. Het enige dat je moet doen, is attent zijn en de inspiratie een vorm geven. Meestal is het een embryo, het pril ideetje waarvan je een aha-gevoel krijgt... waarna je dan zegt, oké... en hoe gaat het verder, dan wordt inspiratie, transpiratie en wroetend brouwen. De uitvindingen die we de professor kunnen laten maken, zijn een prachtige tool die ons toelaat om de grenzen van de mogelijkheid te overschrijden. Dan kom je in de vlaktes waar kinderen spelen met alles wat los en vast zit in de fantasie. Het gegeven dat een professor zulke uitvindingen doet, maakt het voor een groot stuk waarachtig, het is tenslotte een professor in alles. Wat een briljante uitvinding van Jef."

Over een eigen stempel, eigen inbreng, nieuwe personages: "Ook hier gaat het vrij organisch. Het is onmogelijk om voor 100% de stijl van Jef te kopiëren. Het blijft benadering. Je tekent in de stijl van iemand, niet mèt de stijl, wat inhoudt dat er steeds een dosis eigen stempel inzit. Zowel tekentechnisch als wat het schrijven betreft. Waarschijnlijk is het schrijven in de stijl van Jef moeilijker dan het tekenen in zijn stijl. Door deze reeks verder te zetten, krijg je een soort van gebruiksaanwijzing mee van hoe te vertellen, te tekenen... omdat die zijn nut en succes al heeft bewezen. Het is niet de bedoeling om daaraan te morrelen. Het geeft je ergens wel een soort rust mee, je mag aan de slag met figuren en settings die al gevestigd zijn. Dat maakt het natuurlijk ook in die zin belangrijk dat je er zorg voor moet dragen om het niet naar beneden te halen, het niveau hoog te houden. Maar door de jarenlange samenwerking met Jef en zijn vertrouwen in ons om zijn œuvre verder te zetten, weten wij hoe we de reeks verder moeten laten groeien. Met eigen inbreng, een eigen stempel en nieuwe personages... ingekleurd met onze eigen doos potloden. Maar het blijft een uitdaging want wij zullen nooit zijn manier, zijn stijl, volledig onder de knie krijgen. En dat is goed, dat houdt ons alert en open voor verbetering."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 27
Jommeke 277
Over beperkingen: "Er zijn zaken die nooit in een verhaal van Jommeke zullen voorkomen zoals geweld en nog vele andere zaken die veel te delicaat zijn om in een feelgoodreeks voor kinderen te gebruiken. Het is een evidentie zelfs dat zulke zaken vermeden worden. Dat levert geen meerwaarde op. Wat niet wil zeggen dat de figuren in Jommeke geen karakter hebben of brave, grijze muizen zijn. Ze hebben allemaal ook hun rare kantjes die de verhalen kleur geven. De nadruk in deze reeks ligt op avontuur, spanning, plezier en plezante belevenissen die kinderen allemaal graag zouden meemaken."

Over de voorbeeldfunctie: "Door het feit dat kinderen zich kunnen herkennen in de figuren krijgen die natuurlijk een opdracht mee om een voorbeeld te zijn in de manier waarop ze in situaties reageren. Dat is in deze reeks, geschreven voor jonge kinderen zeer belangrijk. En zonder belerend te zijn kunnen we van deze opportuniteit gebruik maken om een voorbeeld te zijn voor kinderen. Op een ludieke manier."

Over sterke vrouwen: "Dit is inderdaad opvallend in de reeks. Er spelen zeer veel sterke vrouwen in mee en dat kan ik enkel maar toejuichen. Nog een voorbeeld van hoe een verhaal kan aangewend worden om vooroordelen over anderen weg te gommen op een leuke manier. Er zijn natuurlijk ook vrouwen met slechte bedoelingen zoals er ook mannen met slechte bedoelingen zijn. Maar de mix houden we in het oog. Een weerspiegeling van hoe het er in het echte leven aan toe gaat. Punt is dat de personages mensen van vlees en bloed zijn met goede en wat minder goede eigenschappen. Als je het arsenaal aan figuren bekijkt dat in zestig jaar de revue is gepasseerd, kan je enkel besluiten dat het een mooie verzameling karakters is waarin iedereen zich wel wat kan herkennen. En dat is nu juist een van de sterke punten van deze reeks. Behalve over sterke vrouwen en sterke mannen... kunnen we ook spreken over sterke kinderen en sterke dieren...zeer sterk van Jef Nys. Hoed af!"