Alle bijdragen van Marc Legendre alias Ikke aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
27/08/2011 Marc Legendre mist een beetje polemiek in de rubriek De Commentator. In zijn nieuwste bijdrage mijmert hij over een paar verbijsterende voorvallen die een plaatprijs moesten bepalen en komt hij uit bij een overschouwing van een veranderende vertel- en leesevolutie. Een conclusie is: "Heel wat van de strips die vandaag gemaakt worden, verdienen het om anders gelezen te worden dan we gewend zijn."
05/02/2011 Marc Legendre alias Ikke doet aan vinnige (zelf)relativering.

05/06/2010 Marc Legendre kruipt nog eens in de huid van Ikke en vertelt in stripvorm de zeer grappige voorgeschiedenis van het album Reynaert de Vos.
 

 
27/08
 
 
Marc Legendre: "Paarden zijn meer werk dan de Himalaya" (Mijmeringen bij een stukje op De Stripspeciaalzaak)
(...) Het vorige album zag er ons inziens afgeraffeld uit en vonden we dik tegenvallen. We merken toch beterschap als we de trailer eens goed bekijken. De details zien er verzorgder uit, mede door de meer uitgewerkte decors. Het verdict valt begin 2012 want dan verschijnt het album bij Dupuis.

"De schrijver heeft het over Jeremiah van Hermann.
Hij vond album 30 blijkbaar niet erg geslaagd, maar voorziet mogelijk beterschap met nummer 31.
Toevallig heb ik album 30 ook gelezen en vind ik het wel passen binnen de reeks. Het geheel maakte geen afgeraffelde indruk en evenmin is mij opgevallen dat de decors weinig uitgewerkt zijn of details onverzorgd worden weergegeven.

Smaken verschillen en dat is maar goed ook.
Je mag er niet aan denken wat er zou gebeuren als we met z'n allen dezelfde dingen lekker of mooi zouden vinden.
Ook al begrijp ik wat de man wil zeggen en heeft hij vast geen kwaad in de zin, de teneur van bovenstaand citaat roept herinneringen op aan (niet zo heel) lang vervlogen tijden.

Begin jaren 1980 van de vorige eeuw (ik word oud), was ik een poosje hoofdredacteur van het weekblad Kuifje.
Eens per maand, op vrijdagmiddag, voerde Jean-Luc Vernal (hoofdredacteur van Tintin) topoverleg met Guy Leblanc, zoon van Raymond Leblanc, over het beleid.
Dat ik er op een keer bijgeroepen werd, was hoogst ongebruikelijk.
Maar Guy Leblanc had ontdekt dat Lombard Uitgeverij opgelicht werd en dus moesten de krachten gebundeld worden.
Wat was er aan de hand?

Leblanc had de strip in het algemeen en die van Cosey in het bijzonder tegen het licht gehouden en was tot de vaststelling gekomen dat een normale strip ongeveer twaalf hokjes per plaat telde en die van de Zwitser gemiddeld zes.
Dat waren er dus zes te weinig.
Niettegenstaande dat, kreeg Cosey toch voor een volledige plaat uitbetaald.

Derib, dikke vriend en mentor van Cosey, was in hetzelfde bedje ziek, vond Leblanc, maar in zijn geval was sprake van verzachtende omstandigheden. Derib tekende in Buddy Longway immers veel paarden 'en dat is meer werk dan de Himalaya'.
Ik verzin het niet.

Leblanc mocht er niet aan denken wat het resultaat zou zijn als andere striptekenaars Coseys voorbeeld volgden. Albums van 46 platen die in werkelijkheid slechts 23 platen bevatten, de lezer zou terecht van bedrog gewagen.
Cosey moest kiezen: ófwel twaalf vakjes per plaat tekenen, ófwel de helft van de plaatprijs inleveren.
Hoef ik erbij te vertellen dat Cosey in elk geval niet door mij op de vingers is getikt.

Het voorval is jammer genoeg niet uniek.

Midden jaren 1990 (ook al van vorige eeuw, potjandorie) werd ik door Standaard Uitgeverij gevraagd om het Suske & Wiske weekblad mee op te starten.
We zouden niet enkel materiaal uit eigen huis publiceren, maar we mochten ook nieuw talent aantrekken. Geweldig!
Tijdens een van de voorbereidende vergaderingen vroeg een medewerker zich luidop af welke plaatprijs we die nieuwkomers zouden bieden. Moesten we niet een soort barema hanteren?
Een van de aanwezigen (niet Dirk Willemse) stelde voor om een eerlijke waardeschaal op te stellen zodat we daarnaar konden teruggrijpen als iemand zich presenteerde.
Hoe die eerlijke schaal er volgens hem zou uitzien, vroeg ik.
Makkelijk zat, antwoordde de man: 'Zotte ventjes komen onderaan de lijst en strips met paarden bovenaan want die zijn het moeilijkst om te tekenen."
Ergens halfweg zouden strips met vrachtwagens en brommers staan.
En een strip die zich in de woestijn afspeelde, zou 'natuurlijk' minder betaald worden dan een die een drukke stad als decor had.

Ik heb steeds de hoop gekoesterd dat zulke ideeën ooit achterhaald zouden zijn.
Maar wanneer ik juryrapporten, verantwoordingen van adviescommissies, kritieken of commentaren lees, kom ik ze nog te vaak tegen.
Ik snap dat een recensent zoekt naar een manier om iets zinnigs over een strip te zeggen, maar wanneer Bastien Vivès z'n tekenstijl uitpuurt, lees ik dat hij er zich te makkelijk vanaf maakt en Hermann heeft in album 30 blijkbaar (te) weinig aandacht besteed aan de details en de decors.

Afraffelen, krabbelstijl, makkelijke oplossing en haastklus zijn enkele van de termen die recensenten hanteren om een deel van het huidige stripaanbod te quoteren. Een gevolg van een traditionele benadering van het medium, misschien?
Natuurlijk is wat Philippe Delaby in Murena laat zien adembenemend knap, maar je mag het niet vergelijken met Hicksville van Dylan Horrocks, om twee titels te noemen.

We zullen strips op andere gronden moeten beoordelen, maar dat zal nog niet voor morgen zijn.
Wanneer David Mazzucchelli z'n hoofdfiguur niet de bij stripliefhebbers geliefde oneliners in de mond legt, wordt hem verweten 'te literair' te zijn.
Het is begrijpelijk dat niet iedereen van mooie, doorwrochte zinnen houdt en dat er mensen zijn die keiharde actie verkiezen. De Kiekeboes is niet minder waardevol dan het werk van Dave McKean, maar omdat smaken inderdaad verschillen, moet misschien niet iedereen over alles z'n zegje hebben.
Een criticus die in Stripgids een recensie begint met de mededeling dat hij gruwt van graphic novels en vervolgens een graphic novel bespreekt, lijkt mij op z'n minst miscast.

Of we het leuk vinden of niet, de beeldcultuur verandert, de beeldtaal evolueert en de strip breekt uit z'n keurslijf.
Heel wat van de strips die vandaag gemaakt worden, verdienen het om anders gelezen te worden dan we gewend zijn.
Traditionele ijkpunten raken achterhaald en er is nood aan nieuwe maatstaven.
Recensenten, critici en adviescommissies zouden de kans moeten grijpen om bakens uit te zetten en alle betrokkenen (onder andere ook de lezers) de weg te wijzen."

— Marc Legendre


 
05/02
 
 
Marc Legendre: "Hoe word ik een goddelijke stripgod — deel 3"
(klik op de afbeelding voor een grotere versie)


Surf ook naar www.marclegendre.com


 
05/06
 
 
Making of Reynaert de Vos door Marc Legendre alias Ikke
(klik op de afbeelding voor een grotere versie)


Reynaert de Vos
door Marc Legendre en René Broens verscheen bij Atlas.