Alle bijdragen van Jean-Charles Kraehn aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
11/10/2017 Jean-Charles Kraehn over Tramp 11
26/05/2012 Jean-Charles Kraehn nam voor de derde cyclus van Gil Saint-André weer zelf de tekenpen ter hand. Hij becommentarieert de eerste vier pagina's van het nieuwste avontuur.
 
Jean-Charles Kraehn over Tramp 11
11/10
TOP
Tramp 11
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 105 van juli-augustus 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 8
Tramp 11
Over het prille idee: "Nadat Patrick Jusseaume en ik besloten samen te werken, stelde ik hem verschillende verhalen voor, maar die bevielen hem niet. Op een dag vroeg ik hem of een verhaal over het vrachtvervoer hem aanstond. Hij woonde in Rouen en net als ik heeft hij in zijn jeugd in Afrika gewoond. Net als ik heeft hij ook veel vrachtschepen gezien. En hij was dus dol op dat idee. Toen ik hem voorstelde om het over een koopvardijschip te hebben in de jaren 1950, antwoordde hij me dat hij zich niets anders had voorgesteld. De vrachtschepen stonden in die periode voor verre, exotische reizen. In de jaren 1970 was dat niet langer het geval."

Over het vertellen van een verhaal: "Een verhaal vertellen is de lezer uitnodigen om in een wereldje te stappen. We documenteren ons en we proberen geloofwaardig te zijn, ook al moeten we soms binnenwegen nemen. En vooral vermijden we een didactisch beeld te schetsen van de koopvaardij in de jaren 1950!"

Over de jaren 1950: "Edgar P. Jacobs liet zijn personages evolueren. De wagens waren in de loop van de albums ook niet dezelfde. Blake en Mortimer zijn tegenwoordig verankerd in de jaren 1950. Hetzelfde geldt voor Calec."

Over beperkingen: "Het vervolg schrijven op een verhaal dat 24 jaar geleden tot stand kwam, heeft zijn beperkingen. Je moet rekening houden met wat er al is geschreven en je moet jezelf vernieuwen. Je moet de coherentie van de intrige in de gaten houden en de coherentie van het personage. Dat is het moeilijke aan een scenario voor een lange serie."
Patrick Jusseaume:
"De emotie die tot uiting komt bij het lezen van de tekst inspireert de expressie van het gezicht, en de blik van Calec. Hij werd harder in de loop van de verhalen. En de natuurlijke evolutie van de tekenstijl komt daar ook nog bij."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 9
Tramp 11
Over helden met zwaktes: "Calec ontdekt verborgen wapens op het schip waar hij sinds kort de eigenaar van is. Hij heeft werk nodig om zijn geld te verdienen. Hij gaat dus zelf smokkelen, maar hij vindt dat stelen van dieven geen diefstal is. Maar dat loopt slecht af... Ridderlijke verdedigers van weduwen en wezen zijn het soort helden uit de jaren 1950, 1960. Lezers verlangen nu complexere personages. Het is gemakkelijker zich te identificeren met iemand die zwaktes heeft, zoals lafheid, zoals wij er hebben."

Over familie: "Het verhaal begint met een grote storm. De vrouw en de dochter van Calec reizen mee, maar ze zijn veilig. Niet alleen neemt Calec risico's voor zijn schip en zijn familie, maar bovendien wordt Rosanna buitengesloten. Dat kan niet werken... Uiteindelijk is een zeeman, zeker in deze periode, altijd een beetje alleen, een beetje ontworteld."

Over de schaal: "Dit vervoer is tegenwoordig kleinschalig. Nu gaat het om vrachtvervoer op enorme schaal. Miljardairs en landen vervoeren nu."

Patrick Jusseaume over de overname:
"Een boot tekenen is altijd delicaat! De nationale marine heeft me vaak uitgenodigd om mee aan boord van verschillende schepen te varen. Ik vertrok met mijn schetsboek onder de arm... Het was telkens een onvergetelijke ervaring! Mijn ziekte belette me dit album tot aan de thuishaven te varen. En wie beter dan de eigen scenarist, die zelf ook tekenaar is, kon de serie overnemen?"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 42
Tramp 11
Over een nieuwe tekenaar: "Ik had de laatste vijf pagina's van het vorige album al getekend. Toen we wisten dat Patrick de tweede helft van dit avontuur niet zou kunnen tekenen, nam ik het liever over. Maar als we een andere tekenaar vinden die echt in de geest van Patrick kan werken, zou hij de reeks verder mogen tekenen. Indien niet ga ik ermee door."

Over de tekenstijl: "Niet eenvoudig om in Patricks voetsporen te treden. Ik wilde niet in zijn stijl werken. Zijn stijl is realistisch, volgens de klare lijn, maar doordrongen van zijn persoonlijkheid. Moeilijk om door iemand anders te laten tekenen. Hij moet gewoon in zijn geest blijven werken. Klare lijn, zwarte vlakken die als schaduw dienen, heel weinig arceringen of potloodeffecten. Ik heb veel moeten aftasten. Patrick gaf me twee, drie tips en we begonnen eraan. Al snel besprak ik met uitgeverij Dargaud dat het onmogelijk was om in de stijl van Patrick te werken. Vandaar de beslissing om het verhaal in twee delen te splitsen."

Over het gebouw: "Voor het gebouw in de eerste prent gebruikte ik een foto die ik heb aangepast. Je mag nooit zomaar een foto overtekenen. Ik heb me er dus op gebaseerd voor de architectuur en de stijl, maar het oorspronkelijke gebouw in Ethiopië was veel armzaliger. Ik heb het daarom wat gerenoveerd!"

Over de personages: "Moko was nog niet getekend of geschetst door Patrick, ik had dus vrij spel. Ik heb een foto met het vooraanzicht van een Ethiopiër genomen. En ik heb er een zijaanzicht en een driekwartprofiel bij uitgevonden. Voor de andere personages had ik het in het begin moeilijk, maar uiteindelijk schiep ik er veel plezier in om de personages die al zo lang vertrouwd zijn, onder mijn potlood tot leven te brengen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 43
Tramp 11
Over voorbeelden: "Behalve zijn hoekige neus heeft Calec een behoorlijk neutraal gezicht. Toen Patrick hem begon te tekenen, was hij een basisheld, een klassieke knappe kerel. Hij had minder persoonlijkheid en hij was minder goed te vatten. Nevenpersonages die recht voor de raaps, dikker, magerder, lelijker zijn, zijn makkelijker om neer te zetten en leuker om te tekenen. In de tekeningen moeten dingen aangevoeld worden en niet zomaar gekopieerd worden. Veel tekenaars imiteren de tekenstijl van Jean Giraud. Maar zijn aanvoelen nabootsen is onmogelijk. Daarom moet je je altijd losmaken van je voorbeelden om de eigen persoonlijkheid aan bod te laten komen."

Over de inkleuring: "Mijn vrouw deed de inkleuring. Ze is geen tekenares. Dat was een moeilijkheid. Patrick deed zijn eigen inkleuring en de inkleuring van een tekenaar is dikwijls sterker, in die mate dat het nog meer de tekeningen uitspeelt. Hij weet perfect waar hij schaduwen en licht moet aanbrengen op de gezichten die hij heeft gecreŽerd. Een andere moeilijkheid was dat Patrick op de traditionele manier werkt met penseel en aquarel terwijl mijn echtgenote is overgeschakeld op een digitale inkleuring. Er is dus een grafisch verschil en een verschil in inkleuring... Niet erg, we hebben vooral geprobeerd in de geest van Patrick te werken."

Over een diplomatiek incident: "Mijn schoonbroer, die deze landen veel heeft bezocht, merkte een grote fout op in de tekeningen. Ik had de schoenen van de personages die op het tapijt zitten aan gelaten. Daar had ik absoluut niet aan gedacht. We zijn ontsnapt aan een diplomatiek incindent."


Jean-Charles Kraehn over Gil Saint-André
26/05
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 27 van juni 2010.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 3
Over een nieuwe start: "Om te herbeginnen met een nieuw avontuur met nieuwe personages behield ik uit de vorige cyclussen enkel Gil en zijn dochter. Deze eerste twee pagina's dienen onder andere om te vertellen wat er met Djida is gebeurd met wie Gil een korte relatie had. Ik denk niet dat hij echt verliefd op haar was. Dat zeg ik onder voorbehoud want een personage kan je nog altijd verrassen! Maar een held vormt per definitie geen koppel. Veel te veel gedoe!"

Over de catamaran:
"Dit is de catamaran van een vriend. Ik heb die enkele jaren geleden vanuit alle hoeken en kanten gefotografeerd. Digitale fotografie is een zegen, je kan er honderden foto's mee maken. Vroeger, toen ik alles op papier moest laten ontwikkelen, kostte me dat een fortuin en ik had nooit de juiste hoek of het detail dat ik nodig had! Jammer dat we er op dat moment niet mee konden varen door een storm. Het lag er zonder personen aan boord. Om er mijn personages op te zetten, had ik moeite om de juiste verhoudingen te vinden."

Over de vergeten verwonding:
"Toen ik begon te tekenen, was ik compleet vergeten dat ik hem in de tweede cyclus aan zijn rechterhand had verwond. Dat is typisch het soort detail dat je automatisch overslaat bij het tekenen. Sylvain (Vallée, de voormalige tekenaar van Gil Saint-André, red.) had 'm nochtans met een verband getekend tot in de laatste prent van deel 8!"

Over verleidelijke vormen:
"De vrouw van Didier, de partner van Gil, is mollig. Laten we zeggen dat ze niet voor magazines poseert. Maar ze is daarom niet minder verleidelijk. Het is geen realisme als je enkel topmodellen tekent!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 4
Over Monaco: "Ik profiteerde van een vakantie op de moto in de Luberon-streek om dit luxejacht te fotograferen door eventjes heen en terug te rijden naar de jachthaven van Monaco waar het wemelt van dergelijke kanjers. Ik verzamelde er ook documentatie van gebouwen waar de onbekende op het einde van het album vanaf had moeten vallen. Maar ik besliste later om hem op straat te laten omkomen. Voor zo'n bekende locatie is er geen sprake van schattingen en benaderingen. Ik vroeg aan een bevriend reporter, die er de Grand Prix versloeg, om me foto's te bezorgen. Ik heb een volledige reportage over de stad liggen!"

Over zijn eigen dochter:
"De dochter van Saint-André is die van mij! Toen ik de reeks creëerde, was ze net zo oud als in de strip. Maar tegenwoordig is ze heel wat ouder. Ik haalde er familiefotoalbums bij.. Striphelden verouderen minder snel dan hun auteurs! De andere personages komen uit films, kranten, de metro, tv-programma's,... Ik schaaf aan hen in functie van wat ik nodig heb. Voor dit album maakte ik vooral gebruik van celebritymagazines, Match, Figaro Magazine, enzovoort."

Over standpunten:
"Voor het duikende meisje in prent 7 verwachtten de uitgevers dat ik haar zou tonen in tegenaanzicht. Omdat ze door een verrekijker wordt gadegeslagen was een verandering van standpunt niet aan de orde."

Over vierkante tekstballonnen:
"Gezien de hoeveelheid tekst, moest ik snel toegeven dat ik een oplossing moest vinden om de oppervlakte van de tekstballonnen te verkleinen. Het meest logische is een rechthoek... Een klein stukje eraf in de hoeken om het minder strikt te maken, en hop!"
 


COMMENTAAR BIJ PAGINA 5
Over de explosie: "Ik toonde aanvankelijk meteen de explosie van het jacht. Maar de scène was sterker door eerst het effect ervan op de personages te tonen en pas dan de oorzaak. Prent 5 is een van de zeldzame voorbeelden waarin ik een meer 'impressionistische' in plaats van een realistische inkleuring hanteer. Eigenlijk had je rode gezichten moeten zien tegen een blauwe hemel, maar dat zou niet gewerkt hebben! Mijn dochter Sabine wees me onmiddellijk op de radeloze vlucht van de meeuwen die op de vorige pagina in het kielzog meevliegen. Toen ik ze tekende dacht ik daar absoluut niet aan!"

Over valsspelen:
"De gezichtsuitdrukkingen vormen soms problemen want in een fractie van een seconde kunnen ze iemand compleet van uitzicht doen veranderen. Maar in een strip moet iedereen altijd herkenbaar blijven. Je moet dus wat valsspelen. Een grimas zal minder uitgesproken zijn, de haren van een motard zullen minder door elkaar waaien. Ik trek bekken voor de spiegel tot ik de oplossing vind."

Over ambachtelijke kleuren:
"Mijn vrouw Patricia doet de inkleuring. Ze begon daarmee toen we van Parijs naar Bretagne verhuisden. Het is een ideale situatie, we discussiëren bij de minste twijfel. Ik sta nooit voor onaangename verrassingen! Ze werkt nog op ambachtelijke wijze, met penseel op blauwdrukken waarmee delicate imperfecties mee gemoeid zijn. Ik hoop dat ze nog lang kan weerstaan aan de computer. Digitale kleuren zijn kouder, minder levendig. Dat stelde ik vast in een serie die ik graag lees: Alfa. Maar Jigounov won er wel enorm veel tijd mee."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 6
Over moeilijke mise-en-scènes: "Ik heb gezwoegd op sommige mise-en-scènes. In prent 2 had ik last om een hoek te vinden om tegelijk het zinkende jacht te tonen als de toeschouwers op de catamaran die een reddingsbootje te water laten. In prent 4 moest ik tonen hoe moeilijk het is een groggy personage aan boord te hijsen, niet te lomp en niet te elegant. Ze mocht zeker niet overkomen as een mannequin in een advertentie voor badpakken."

Over de grootte van prenten:
"De prent met het reddingsbootje op het water tussen de brandende benzine had ik graag wat groter getekend om de verwoestende sfeer op te roepen. Er zijn te veel zaken die moeten verteld worden. De grootte van de prenten is het enige effect waarmee kan gespeeld worden om de leesrichting te 'dirigeren'. Een regisseur zou bijvoorbeeld een scène uitrekken om die meer gewicht te geven. Ik droom van halve pagina's of van driekwartpagina's waar ik zelden de plaats voor heb.. Ik houd me aan een reeks van opeenvolgende prenten om een sequentie te creëren. Dat is het verschil tussen tekenaars die voor een mooie tekening gaan en zij die bovenal voor de intrige kiezen."

Over het papierformaat:
"Ik ben gevoelig voor onooglijke details: het woord 'ouzo' op de fles, het merk van de buitenboordmotor, de plooien van het neergehaalde zeil van de catamaran op de achtergrond... Op ware grootte zou dat niet doenbaar zijn. Ik werk daarom altijd op dubbel zo groot papierformaat. Alleen jammer dat tekeningen die er indrukwekkend uitzien in het groot dat niet meer zijn op verkleind formaat. Als compensatie schets ik mijn storyboards op waar albumformaat. Zo kan ik beter de verhoudingen inschatten."