Alle bijdragen van Ivan Adriaenssens aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
13/02/2015 Ivan Adriaenssens over Caztar 1
19/10/2013 Elsie & Mairie is Ivan Adriaenssens' tweede graphic novel over de Eerste Wereldoorlog na Afspraak in Nieuwpoort. Over de totstandkoming heeft hij het uitgebreid.
01/10/2011 Ivan Adriaenssens maakt met ons een afspraak in Nieuwpoort voor een graphic novel (de eerste van uitgeverij Lannoo) over een Belgische, een Britse en een Franse frontsoldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog en tien jaar na hun ontmoeting. Deze soldaten hebben echt bestaan. De Eerste Wereldoorlog behoort spijtig genoeg ook tot onze geschiedenis.
 
Ivan Adriaenssens over Caztar 1
13/02
TOP
Lendendoek en knalpot
"Laat ik meteen duidelijk zijn: Caztar is géén autobiografische strip. Noch tekenaar Luc Poets (Poetzarelli), noch ikzelf hebben ooit de Derde Wereldoorlog veroorzaakt met een vliegenmepper. En we paraderen ook niet met een lendendoek rond ons middel en een roestige knalpot op onze schouder. Althans niet in het openbaar. Nee, Caztar is een puur verzinsel van Luc Poets.

Caztar. De post-apocalyptische holbewoner. Altijd op zoek naar voedsel. Altijd stuitend op iets waarvan hij de functie of de context is vergeten. Zijn metgezel is een gemuteerde bulldog die je Bernie mag noemen, omdat hij vóór de Tweede Big Bang (de atoomoorlog dus) Sint-Bernardhondsgewijs met een tonnetje whiskey rond z'n nek liep.


De wereld ligt er verwoest bij, met links en rechts nog gebouwen en objecten die herinneren aan het interbellum tussen WO2 en WO3.  Slechts een handjevol overlevers schuimt de aarde af, op zoek naar voedsel en overleving. Maar wij focussen op het doen en laten van Caztar. Kortom: het concept voor een gagreeks waar we alle kanten mee uit kunnen.

Na een twintigtal grappen, geschreven door Ivan Claeys, was de tekenstijl van Poetzarelli gerodeerd en op punt gezet. Caztar is getekend in de dikke neuzenstijl, en zijn kokkerd mag dan ook gezien worden.



Onze kennismakingsgag was die met King Kong. De woorden King! Kong! moeten dan ook meer als onomatopee gezien worden dan als dialoog, want de opzet was van meet af aan: geen dialogen.

De samenwerking gaf een 'klik' en we waren vertrokken. Puur op motivatie, inspiratie en sterke koffie kwamen er een twintigtal nieuwe gags tot stand. Meestal éénpagina, soms twee pagina's, soms zelfs drie pagina's. Gewoon net zoveel als de gag vraagt.



Caztar
is mijn eenenvijftigste album, en net zoveel albums heb ik als scenarist helemaal uitgeschetst. Zo schrijf ik het best. Het ene geschetste prentje geeft inspiratie voor het volgende. En ik merk dat mijn collega-tekenaars het wel fijn vinden om zulke uitgewerkte scenario-pagina's binnen te krijgen terwijl ik hen absoluut vrij laat om dingen aan te passen naar eigen dunken.

Het leek me een leuk idee om het nakende album te beginnen met het 'hoe-is-het-allemaal-begonnen' verhaal. Wie heeft die atoomoorlog veroorzaakt? Caztar zelf natuurlijk!



De beoogde acht bladzijden voor het introverhaal werden er negentien, en meteen word je als lezer in het Caztar-universum geslingerd, samen met het onfortuinlijke hoofdpersonage en zijn gemuteerd huisdier.

Hola, die eerste pagina's bevatten op het eerste zicht toch dialogen? Gun het even een tweede zicht, en bemerk dat de tekst internationaal is. Een soort absurd esperanto, met genoeg Vlaams ertussen. Er is zóveel communicatie dat het gebabbel niet ophoudt, en dus zitten de tekstballonnetjes tjokvol. Met een taaltje dat één grote mengelmoes is. Lees het aandachtig en je merkt echte communicatie en betekenis in het gebrabbel. In de schuilkelder komen steeds dezelfde verhalen naar boven en het babbelen vergaat de overlevers stilaan. De goeie verstaanders hebben maar een half woord nodig, en finaal spreken ze in een minimale codetaal, die we pictogrammen zouden kunnen noemen. En daar pikten we de draad op met de reeds gemaakte gags. Het album had een begin, een midden en een einde.



Strip2000 nodigde ons uit om in hun mooi uitgegeven fonds plaats te nemen, wat we met plezier deden en waar we ons prima thuisvoelen. Enkele maanden later (28 januari) hadden we dan het resultaat in handen. Een volrode cover, lekker dik papier en krachtig gedrukte kleuren.  Jammer genoeg kenden Luc en ik de grappen al toen we het album voor de eerste keer doornamen (je zal het altijd zien), maar we hopen dat jij, lezer, gag per gag en lach per lach verrast wordt. Als dat het geval is, beloven we volgend jaar weer een album. De eerste gags (zelfs één van zeven pagina's) zijn intussen al klaar.

Caztar komt naar je toe deze zomer. Doe hem onze groeten."


Ivan Petrus Adriaenssens over Elsie & Mairi
19/10
TOP
"Een vraag die ik veel krijg is: hoe begin je aan zo'n graphic novel van 128 bladzijden? Tja, alle begin is moeilijk, zegt het spreekwoord, maar eigenlijk is het stoppen nog veel moeilijker.
Ik was bezig aan mijn eerste Eerste Wereldoorlog-boek Odon, en las in zijn dagboek dat hij in Pervijze was. Odon zou mijn eerste volwassenenstrip worden, en dus had ik foto's nodig van Pervijze. In de boekenwinkel van het Flanders Fields Museum vond ik een boek over Pervijze, meer bepaald over ene Elsie Knocker en Mairi Chisholm. Op Naar De Grote Oorlog, een boek van Patrick Vanleene. Massa's foto's van het dorp Pervijze. Met Elsie Knocker en Mairi Chisholm in de hoofdrol.

Op reis in Frankrijk had ik het boek mee en ik wist nagenoeg meteen: dit wordt mijn volgende strip. Wat een verhaal! Wat een personages! Wat een gebeurtenissen! Het heeft nog wel zes jaar geduurd...


Want uiteindelijk werd Odon een gewoon, maar rijkelijk geïllustreerd geschiedenisboek, omdat Lannoo op dat moment geen strips uitgaf. Maar de reacties op de tekeningen waren zo goed dat ik de kans kreeg om dan toch een strip te maken over WOI, meerbepaald over de oorlogsgeschiedenis van Nieuwpoort. Met de enthousiaste medewerking van Stad Nieuwpoort. En in één draai maakte ik van mijn fotoresearch ook nog Maurice Braet, een uitgave van 144 bladzijden, in dezelfde mooie reeks die met Odon gestart was. Maurice Braet was intussen het vierde boek in die reeks.

Afspraak In Nieuwpoort zou door Lannoo als oorlogsboek worden behandeld qua promotie en verdeling, met Pinceel als extra distributiekanaal, naar de stripspeciaalzaken. En het werkte. De graphic novel kent intussen al vier drukken.

Dus hoe begin je aan een volgend project? Dat was geen probleem. Zoals ik zei, ik had het project al lang in mijn hoofd. In 2007, toen ik het boek van Patrick Vanleene ontdekte, had ik Elsie & Mairi nog niet kunnen tekenen. Afspraak In Nieuwpoort heeft me de routine en ook wel het zelfvertrouwen gegeven om zo'n groot project (121 pagina's is bijna drie gewone strips) tot een goed einde te brengen. En een dossier maken voor het Vlaams Fonds voor de Letteren helpt ook wel, als startdeadline. Vreemd woord, maar het klopt: je moet op tijd een dossier indienen, dus je bent gedwongen om na te denken over de stijl, de inhoud, om de eerste pagina's uit te schetsen. En vijf maanden later, wanneer de werkbeurs wordt goedgekeurd (waarvoor dank, VFL), heb je al vijftien of twintig pagina's klaar.

En er was een stroomversnelling in de research: ik pitchte het verhaal van Elsie & Mairi aan een filmproducent, en die zag er even veel potentieel in als ik. Een kleine week later had hij schrijver Patrick Vanleene gecontacteerd, en zaten we met z'n drieën op de trein naar Londen om de nazaten van Elsie en Mairi te ontmoeten. Om met hen te praten over filmrechten, en om onze intenties met de film te bespreken. Ik had een treatment van 25 bladzijden geschreven: ik vond het een goed idee om schrijfster Geraldine Mitton in het verhaal te betrekken. Zij vatte in 1916 de dagboeken van Elsie en Mairi samen tot één boek, dat toen al werd verkocht om geld in te zamelen voor de verbandpost en de werkzaamheden van de Engelen van Pervijze.



Op de onvolprezen boekenbeurs van Passendale (elke elfde november) vond ik vorig jaar zelfs zo'n kleinood uit 1916... gesigneerd door Elsie! Prijzig, maar dat kon ik niet laten liggen, natuurlijk.

De kleinzoon van Elsie (zoon van Kenneth, die zelf in een RAF-bommenwerper in de Tweede Wereldoorlog neerstortte bij Groningen) en een nichtje van Mairi waren onze filmplannen wel genegen, wat alleen maar méér motiveerde om het script te beginnen schrijven. Om kort te gaan: mijn verhaal stond op papier, en de filmproducent bewandelde alle wegen van scenario, subsidie en afwijzingen. Een WOI-film is waanzinnig duur, zeker als je Exeter, Londen, Oostende, Gent, Nazareth, Melle en Veurne moet tonen anno 1914. En Pervijze tussen 1914 en 1918, dat op die vier jaar stelselmatig verder wordt verwoest. Om van de kleding en de vele WOI-attributen (ambulances!) nog maar te zwijgen.



Nee, dan liever een strip. Je begint met een wit blad, je zorgt dat je om de twee, drie dagen een pagina klaar hebt, en je ei is gelegd na 121 bladzijden (met nog een zestal bladzijden extra voor de historische duiding, als bijlage) Eenzaam werk. Twee jaar tekenen. Schrijven en schrappen en schaven. Foute info er alsnog uit wieden, en nieuwe inspirerende passages erin proberen passen.


Want Elsie en Mairi waren niet alleen. Zo kwamen dus ook de dagboeken van Dorothie Feilding, May Sinclair en Sarah McNaughton op mijn pad. Ik zou wel vierhonderd bladzijden kunnen vullen met de dynamiek tussen de vrijwilligsters van het Munro Team. Dat sprak me aanvankelijk ook aan: het tien-kleine-negertjes-gevoel. Het Hector Munro Flying Ambulance Corps bestaat uit vijf vrouwen. De eerste, May Sinclair, wordt al na twee weken (wachten in Gent) terug op de boot gezet. Volgende is Helen Gleason, die vrijwillig vertrekt met haar man Arthur. Vervolgens keert de ravissante Dorothie Feilding terug naar huis, om er te trouwen met een militair. Elsie en Mairi blijven alleen achter in Pervijze. En ze willen de hele oorlog de Belgische soldaten (of welke nationaliteit dan ook) blijven dienen. Maar een aanval met gasobussen beslist er anders over. De dames worden gerepatriëerd. Elsie is het zwaarst getroffen en blijft in Londen, terwijl Mairi nog twee weken terugkeert, zoals je in de graphic novel kan lezen. Twee eenzame weken. Eigenlijk doet de eenzaamheid haar daar al afscheid nemen van Pervijze, en ook van Elsie, die ze na de oorlog nog amper zal zien. Het gas bezorgt hen een zwakke gezondheid, beweren de geschiedenisboeken, maar ze werden toch 93 en 86 jaar jong. Hoezeer ze zich na de oorlog ook nuttig probeerden te maken, hun oorlogsjaren waren het toppunt van hun leven. En dat beseften ze zelf maar al te goed. Honderden (duizenden?) soldaten werden geholpen met medische zorgen en verwend met koffie, soep en chocolademelk. Zelfs nu ik de Engelen van Pervijze achter mij kan laten, blijf ik zoeken naar getuigenissen van mannen die door Elsie en Mairi werden geholpen. Hopelijk duiken er de komende jaren nog dagboeken op van soldaten die door Elsie en/of Mairi werden behandeld. Het kan. Drie jaar geleden had een 93-jarige man zijn vader herkend, naast Odon, op een foto in mijn boek.

Maar hoe begin je aan een graphic novel, moest ik nog zeggen... Tja, hoe begon ik aan Elsie & Mairi?

Zoals ik zei, wist ik waar mijn verhaal naartoe moest, en ook visueel had ik genoeg stof. Ik verzorgde de laatste loodjes aan Afspraak in Nieuwpoort en begon in één zwaai aan Elsie & Mairi. Patrick Vanleene bleef een constant aanspreekpunt, met zijn knowhow van Elsie en Mairi in het bijzonder en WOI in het algemeen. Want hij leerde me ook T.E. Hulme kennen, die ik als personage gebruikte voor Afspraak in Nieuwpoort.



De filmproducent bleef (en blijft) verder proberen om het project van de grond te krijgen, maar krijgt stilaan de kalender tegen zich. Na 2018 is een WOI-film geen goed idee meer...

En waarom is stoppen zo moeilijk, zoals ik in mijn introductie zei?

Omdat je steeds de beste versie van je werk wil meegeven. Je kan nog maanden corrigeren, of dingen toevoegen of veranderen. Op een bepaald moment moet je het laten gaan. De deadline voor redactie en druk. Want er moet ook nog een cover gemaakt worden. En een schutblad. Op het laatste moment zag ik in mijn werkprints dat er nog een lantaarnpaal verkeerd stond in Exeter. Lay-outman Cedric van Lannoo kon die laatste pagina in de laatste minuten nog net meegeven voor druk. Een uur later en er had een fout gestaan in de eerste druk.



En zo is er nu dus de graphic novel Elsie & Mairi. De inkt is nog nat.

Zoals ik al op Facebook postte: twee jaar van mijn leven, voor een uur leesplezier. Of twee, of drie, je mag 'm altijd herlezen.

En de volgende? Hoe begin ik daaraan? Gewoon hetzelfde. Een project waar ik al een jaar mee in m'n hoofd zit, beginnen tekenen. Voor ik het weet heb ik de eerste pagina's (niet per se de eerste pagina's van het uiteindelijke boek, trouwens) en ik ben vertrokken. Zelfde onderwerp (WOI dus), zelfde dikte, zelfde hardcover. Hopelijk dezelfde democratische prijs, binnen twee jaar, want het papier wordt steeds duurder... Hoewel, eerst maak ik nog een boek over de val van Antwerpen (in 1914 welteverstaan) en deel 3 van het drieluik is dan voor 2016...



Ik wens iedereen veel leesplezier. Als je je een uur lang dichter bij 14-18 hebt gevoeld, dan is mijn opzet geslaagd. Als je je daarna nog meer wil verdiepen in de materie kan ik je een heel pak boeken aanraden. En musea. En websites. Iets bijleren over oorlog, het slechtste van wat de mens in zich heeft, maakt dan wel geen beter mens van je, de confrontatie met onmenselijkheid kan je de vrede doen koesteren."

Surf ook naar www.ivanpetrus.com


Ivan Adriaenssens over Afspraak in Nieuwpoort
01/10
TOP
"Wie mij kent als scenarist van de Boeboeks, Orphanimo!!, Pit en Puf en De Kriegels (bij Standaard Uitgeverij) kijkt waarschijnlijk raar op van het nieuws dat ik een complete graphic novel heb getekend. Maar wie heeft opgemerkt dat ik twee jaar geleden Odon en dit jaar Maurice Braet heb uitgebracht (bij Lannoo), heeft gezien dat de Eerste Wereldoorlog mij ertoe heeft aangezet om even voluit de realistische toer op te gaan. Niet alleen qua onderwerp en scenario, maar dus ook qua tekenstijl.

Alle bovenvernoemde strips (45 stuks) heb ik ook gelay-out (mooi woord voor 'in't klad getekend') en voor 'de Boeboeks' was ik ook decortekenaar en kleurder.
Maar het werd wel eens tijd om iets persoonlijks te brengen, dat honderd procent van mij was. Dat moest dus Odon worden. Het leven van een Belgische WOI-soldaat. Door omstandigheden is dat een 'gewoon' boek geworden met een pak foto's, plus... vijftig vakjes die ik al voor de strip had getekend. De reacties van de lezers waren lovend, zodat ik het idee van een realistische WOI-strip zeker niet wou opbergen.

Bij het maken van Odon heb ik de mensen van de stad Nieuwpoort leren kennen. De schepen van cultuur vroeg mij toen of ik Odon geen tien pagina's lang in hun stad kon laten rondlopen. Dan konden zij een luxe-editie uitbrengen van het album. Odon is echter nooit in Nieuwpoort geweest en ik kon zijn dagboek uiteraard niet vervalsen. Maar na het bescheiden succes van Odon kwam ik op het idee om een complete strip over Nieuwpoort te maken. Dat viel meteen in goede Nieuwpoortse aarde en ik kon beginnen.

Tot mijn verbazing was Lannoo geïnteresseerd in het album, dat hun eerste graphic novel moest worden. Omdat ik naast de Belgische soldaat ook een Fransman en een Brit in de hoofdrollen zet, was zelfs een internationale versie een goed idee. En om het verhaal helemaal af te maken, kreeg ik ook een beurs van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Op de cover van elke taalversie staat telkens een soldaat met een andere nationaliteit prominent in beeld. Een Belgische soldaat voor de Nederlandstalige versie, een Franse voor de Franse versie en een Britse voor de, inderdaad, Engelse editie. Klik op de covers voor een grotere versie.

En dat verhaal afmaken... is net gebeurd. Wat een album van 60 bladzijden moest worden, zijn er 120 geworden. Hoe meer ik me verdiepte in de materie, hoe meer inspiratie er op mij afkwam. Steeds meer verhalen en anekdotes die het geheel nog versterkten, bleven de kop opsteken. Ik zou er nog eens 50 pagina's aan kunnen toevoegen, maar je moet ergens stoppen.

Het mooie is dat het over drie soldaten gaat die echt hebben bestaan. Een Belg, een Fransman en een Brit. Die hebben elkaar nooit ontmoet, maar hebben wel op dezelfde vierkante kilometers gevochten. Mijn artistieke vrijheid zorgt er dan voor dat ze elkaar wel ontmoeten, op de stilte na de storm van de Eerste Slag aan de IJzer. De volgende oorlogsstorm kwam er al snel aan, dus de drie moeten zich weer verspreiden. Maar ze spreken af dat ze elkaar zullen terugzien, exact tien jaar later, op 1 november 1924. Van dan af rijst de vraag: wie van de drie zal het overleven? Hoeveel mannen zullen er op de afspraak zijn?

De afspraak is het eerste hoofdstuk. Hoe hebben ze elkaar leren kennen in de chaos van de Eerste IJzerslag van eind oktober? Dat toon ik pas helemaal achteraan het album. Er zijn wat tijdsprongen, want er is ook een vierde soldaat bij betrokken. Het is een verhaal van gemiste kansen, van gefnuikt talent, van ontbering, van opoffering. Het dagboek van de Belg Raoul Snoeck zou al een hele graphic novel op zich kunnen zijn. Maar ik heb me moeten beperken tot de belangrijkste passages.

Van ruwe schets tot gemonteerd eindresultaat. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Normaal schrijf/schets ik eerst het volledig scenario uit. Elk geschetst prentje geeft inspiratie voor het volgende. Elk geschreven stukje dialoog nodigt uit voor een volgend. Voor deze strip heb ik anders gewerkt. Chaotischer. Vandaar dat ik op meer pagina's uitkwam dan voorzien. Gesprekken met kenners leidden mij tot het ontdekken van nieuwe personages. Zo leerde ik T.E. Hulme kennen, luitenant bij de Royal Marine Artillery, maar ook schrijver en poëet. De weergave van zijn gedichten, in combinatie met zijn dood, gaf plots een compleet nieuwe — pakkende — scène. En zo kan ik nog een aantal voorbeelden geven. Het was dan ook een mooi moment toen de hele puzzel in elkaar viel en de totale structuur duidelijk werd. Eén hoofdstuk voor de afspraak, daarna één hoofdstuk per soldaat. En dan de apotheose. Een hoofdstukkenindeling kon omdat ik intussen aan 120 pagina's zat.

De Eerste Wereldoorlog is een kleurrijk stuk vaderlandse geschiedenis, die op ons netvlies staat als lichtjes versnelde zwart-witbeelden vol krassen. De Eerste Wereldoorlog was de eerste gefotografeerde en gefilmde oorlog. Maar in zwart-wit dus. Vandaar dat ik de strip niet in kleur wou maken. Ook al omdat het een hel zou zijn om bij alle (op zich al gedetailleerde) kostuums het juiste kleur te voorzien. Nee, zwart-wit geeft de juiste sfeer. Ik heb nog sepiaeffecten toegevoegd voor de oorlogspassages, en in contrast daarmee baden de hedendaagse scènes (nou ja, in 1974 dan) in een blauw licht. Ik gebruik eigenlijk enkel rood, voor het bloed en voor de rode pompon op de mutsen van de Fusiliers Marins. En oranje/geel voor het vuur en de ontploffingen.

Sinds Odon heb ik enkele meters WOI-boeken verzameld en een archief van duizenden foto's op m'n computer staan. Ik kan de oorlog niet verzinnen, dus ik moet me baseren op deze fotoschat. Maar soms is het behelpen. Er zijn maar een paar foto's van het stationnetje van Ramskapelle, bijvoorbeeld, dus het interieur en het bovenaanzicht moest ik reconstueren aan de hand van andere foto's en informatie. Zo kwam ik bij veel decors tot nieuwe inzichten in het slagveld en (vooral) de Ganzenpoot, het sluizenstelsel aan de IJzermonding.


Kortom, ik heb bijna twee jaar in de loopgraven gezeten. Figuurlijk gesproken, al ben ik natuurlijk de loopgraven (of wat ervan over is) gaan fotograferen in Nieuwpoort, Ieper en Diksmuide. Aan de tekentafel kwam alles dan samen. Een nieuw stuk verhaal dat moest worden uitgeschetst, uitgetekend, opgekleurd in sepia en daarna voorzien van figuren. Want ik teken mijn figuren niet op dezelfde laag als mijn decors. Als een figuur mislukt, is ook het decor om zeep.

De opkleuring in sepia is niet echt in bruinwaarden. De potloodschets 'ink' ik met zwarte balpen. Dat geeft een vrij, schetsachtig gevoel, meer dan een inktpen. Het nodigt ook uit om te arceren. Dit alles maakt de lijnvoering wat vrijer en minder strak afgelijnd. De lijntekening 'kleur' ik vervolgens in met zwarte inkt en water. Het toevoegen van veel water geeft lichtgrijs, weinig water donkergrijs. Het is eigenlijk mijn heel lichtgeel papier dat het water absorbeert, en zo de grijze inkt een sepia toon geeft. Eenmaal gescand kan ik dit dan nog benadrukken, of afzwakken. Kortom, alle vrijheid. Maar de techniek moet natuurlijk consequent blijven doorheen de volle 120 bladzijden.

Voor de hoofdstukkenindeling wou ik iets anders, maar toch binnen het zwart-witgeheel van de strip. Daar heb ik dus grote canvassen voor geschilderd, die ook op de tentoonstelling (oktober-november-begin december in Stadshallen Nieuwpoort) zullen hangen. De canvasstructuur zorgt voor een andere look en is dus perfect voor de zes dubbele hoofdstukbladzijden. Het schilderen op doek was ten eerste lang geleden, en ten tweede een verademing ten opzichte van het eeuwige vakjesvullen, wat striptekenen per slot van rekening is. Het was fijn om groot te gaan. Wordt zeker vervolgd, dat canvas.


Het zit er dus op. Ik laat WOI even aan de kant (héél even) want er staan nog twee 'gewone' strips op de agenda. Eén die ik ga schrijven en schetsen en één die ik weer zelf ga tekenen. Digitaal deze keer. Wacom Syntic is het toverwoord. En na twee jaar feiten en geschiedenis is het intussen ook tijd voor een nieuw, groot fantasyverhaal. Wordt ook vervolgd.

Afspraak in Nieuwpoort is de titel van het boek. De Franse titel wordt Les Retrouvailles de Nieuport. In het Engels is dat The Nieuport Gathering.

Er hangt zoveel af van het slagen van een boek, zeker internationaal. De promotie, de verdeling, de pers, en vooral de reactie van het publiek. Ik hoop dat de lezer met Afspraak in Nieuwpoort een nieuwe inkijk zal krijgen in de Eerste Wereldoorlog, om vervolgens Nieuwpoort en de andere frontsteden te gaan bezoeken en zich onder te dompelen in deze fascinerende periode, die bijna honderd jaar achter ons ligt, maar nooit zal worden vergeten."

— Ivan Petrus Adriaenssens