Alle bijdragen van Griffo aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
14/03/2014 Griffo over Golden Dogs 1
 
Griffo over Golden Dogs 1
11/03
TOP
Onderstaande bijdrage van Damien Perez verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 66 van januari 2014.
COMMENTAAR BIJ PAGINA 20
Over de roman Fanny: "Golden Dogs is er gekomen door mijn gehechtheid aan de roman Fanny, geschreven door Erica Jong. In de jaren 1980 was zij gekend voor haar feministische schrijfsels, ze wilde een antwoord geven op de zeer masochistische, erotische roman Fanny Hill van John Cleland. Dat verhaal is onuitgegeven in het Frans. Half Amerkaans zijnde is Stephen Desberg perfect Engelstalog. Hij was de gedroomde scenarist!"

Over de terugkeer naar de eigen stijl: "Sherman was een puur illustratief werk. Hierna had ik de behoefte om dichter naar mijn natuurlijke stijl terug te keren, het schetsmatige, dat ik beoefende op de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Die terugkeer naar het nerveuze heb ik te danken aan mijn lezers! Op mijn site publiceerde ik potloodschetsen van Sherman. Ik stond ervan te kijken hoeveel lezers die verkozen boven de definitieve tekeningen. Ik heb mijn eigen stijl teruggevonden die ik alleen maar aan het begin van mijn carrière durfde te gebruiken. In die tijd tekende je in de stijl van de klare lijn of van Jean Giraud! Sindsdien begon er wat te bewegen. Maar goed ook, de drijfveer van een artiest bestaat uit evolueren."

Over aanwezigheid: "In de eerste strook staan de drie personages er nogal elegant op, maar elk bezit zijn eigen gevoel voor aanwezigheid. Orwood in het midden is een pure dandy, met echte klasse. Hij geeft Fanny raad over haar kleren want die moeten in zijn plannetje passen."

Over karikaturen: "Ondanks haar elegante kantje kende Fanny enkel de straat en behoudt ze een zekere vulgariteit, op het naïeve af. Ik overdrijf de personages, en ik twijfel niet om voor de karikatuur te gaan. De opgewekte gevoelens tijdens het lezen van Golden Dogs moeten sterk zijn, elke tekening moet dat op zijn eigen manier verstevigen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
Over cameravrijheid: "Een onverwacht cameraeffect versterkt de indruk van de ingeslotenheid van deze scène. Vrijheid is ook camerastandpunten kiezen die je bevallen. Zonder te ver te gaan, moet je ervoor zorgen dat de lezer zich kan inbeelden dat hij achter de camera staat."

Over een blunder: "In de tweede prent is de bewaker kaal, terwijl hij haren heeft op pagina 20. Tussen de gang in de gevangenis en de straat waar de bewaker Orwood ontmoet, is er een kapper in een steegje naar links waar hij even naartoe ging. Nee! Het is een fout! Ik heb er nog gemaakt, zoals een fiets met één pedaal in S.O.S. Geluk 2. Het stoort me niet, het is ee, bewijs dat strips gemaakt worden door menselijke wezens en niet door machines."

Over het Lennon-brilletje: "Orwood draagt een bril want we wilden Golden Dogs een beetje rock meegeven. Het zijn ronde glazen zoals van John Lennon, roodgekleurd zoals van de Californische hippies. Ik wilde geen historische weergave van de Victoriaanse mode, maar een andere versie ervan zoals talloze auteurs het in het trendy steampunkgenre doen."

Over spelen met de bladspiegel: "Ik heb veel gespeeld met de bladspiegel. Soms maakte ik ze zwart, andere keren speelde ik het wit uit zoals hier het geval is. Ik doe dit zonder precies idee, ik laat me meeslepen door de sfeer van de plaat. Op het einde veroorzaken de kleinere prenten een versnelde beweging om weer te geven dat de stress van de actie hoog oploopt bij de personages. Alles is op een spontane manier gelay-out. Op het kleine eilandje van de Canarische Elanden, waar ik werk, zijn de enige personen die raad kunnen geven op mijn platen mijn vrouw, Stephen en de inkleurder. Ik kijk er naar uit om naar Angoulême te gaan (dit interview vond plaats vóór de editie van januari 2014, red.) om te weten hoe het publiek en de pers het album onthalen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 22
Over improvisatie: "Voor Giacomo C. tekende ik met de inkleuring in het achterhoofd, met een op de klare lijn gerichte keuze. De plaat moest natuurlijk ogen wat wilde zeggen dat ze netjes afgewerkt moest zijn en het zwart en het wit op zichzelf moesten staan. In Golden Dogs helpt de inkleuring integendeel de tekeningen ondersteunen. Elke prent is improvisatie, waarbij ik ernaar streef mezelf te verrassen. Ik maak een nerveuze potloodtekening waarbij het potlood sneller gaat dan mijn hersenen. In prent 3 tekende ik op de kraag van het uniform het nummer 666, het cijfer van de duivel, zonder me ervan bewust te zijn."

Over het beeld van een stad: "Ik werk met Rodolphe aan een tweeluik gewijd aan Charles Dickens. Als voormalig soixante-huitard hou ik van die auteur met een sterk sociaal engagement. Mijn eerste strip van belang was S.O.S. Geluk, een sociale kroniek. Dickens leverde me een precies beeld van Londen uit die tijd. Niet historici bepalen het beeld van een stad binnen een gegeven periode, in de eerste plaats doen artiesten dan."

Over het godsgeschenk internet: "Internet is een godsgeschenk, het stelt een fenomenale documentatiebibliotheek ter beschikking. Vaarwel die tijd waarin ik boekhandels afschuimde om boeken van 100 euro over Venetië te zoeken met soms twee of drie bruikbare foto's. Op het internet vind je reisfoto's van particulieren maar over Londen ook talloze gravures en daguerrotypes."

Over decors als personages: "Door scènes zoals dit merk ik dat Londen toen veel dreigender was dan Parijs. Ik realiseerde me dat de realiteit jammer genoeg vaak de verbeelding overtreft! Dat belet me niet om zoals bij mijn personages de decors lichtjes te karikaturiseren zodat ze aan belang winnen en echte personages worden."