Alle bijdragen van Christian Rossi aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
28/06/2014 Christian Rossi over Deadline
 
Christian Rossi over Deadline
28/06
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 61 van juli/augustus 2013. Vertaald door Wim De Troyer.
COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
Over het kamp van Andersonville: "Er is zeer weinig geschiedkundige documentatie beschikbaar over het kamp van Andersonville, waarvan we de contouren kunnen zien, met zijn palissade zoals Fort Alamo en zijn wachttoren. Aan de andere kant heeft John Frankenheimer in 1996 een indrukwekkende reconstructie gemaakt voor een televisiefilm waarin hij de overbevolking toont, die hiërarchie, de fysieke toestand van de gevangenen,... Het concentratiekamp is een van de belangrijkste uitvindingen van de Secessieoorlog, de eerste moderne oorlog, samen met repetitiegeweren, duikboten, de fotoreportage. Omdat ik gepassioneerd ben door deze periode, zie ook Jim Cutlass, heb ik hierover een enorme hoeveelheid documentatie verzameld waarvan ik maar een miniem deel heb gebruikt. Ik probeer eerder de poëzie van een tijdperk te vatten dan de waarachtigheid, en de correctheid van de gevoelens eerder dan die van de uniformen."

Over de sergeant: "Van sergeant John Lester, die later de Ku Klux Klan zal stichten, bestaat er maar één foto, waarop hij een bebaarde patriarch is. Om hem jonger uit te beelden, heb ik me vaak gebaseerd op het prototype van de brullende onderofficieren die ik tegenkwam in mijn eigen diensttijd."

Over de te frisse gevangenen: "Wanneer ik deze kleine groep gevangen, die naar Georgia overgebracht worden omdat de Noordelijken oprukken, bijeen elkaar zie, vind ik ze te netjes. Ze moesten meer getekend zijn door hun tocht. Het lijkt dat ze er nog niet lang waren, nog fit genoeg voor een mars van honderden kilometers die doet denken aan de dodenmarsen van de nazi's. De gevangen zijn steeds pasmunt die achter de hand worden gehouden wanneer men een oorlog aan het verliezen is! In dit verhaal tellen ze met moeite mee, ze blijven dus over met een leeg gevoel van onbehagen, vandaar dat ik het goed vind dat ze stil blijven."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Over de zwarten: "Aangezien de Noordelijke staten in theorie de afschaffing van de slavernij als oorlogsdoel hadden, denkt men vaak dat veel van hun soldaten zwart waren. In feite werd het grootste deel van de ingelijfde kleurlingen naar de genie afgeleid en brachten ze de oorlog door met het graven van graven, greppels en het nivelleren van de wegen... Er was slechts één echt regiment zwarte soldaten, het 54ste van Massachusetts, en aan de oprichting daarvan ging een enorme strijd vooraf."

Over piekeren: "Hier komt de zwarte soldaat die het bestaan van Louis overhoop zal gooien voor het eerst voor. Eerst is hij helemaal omgeven door het zwart en wordt later aangeduid door de revolver van de sergeant. Hier heb ik een flater begaan, hij heeft een rotkop en dat is niet coherent met noch het ene, noch het andere. Ik had op voorhand moeten werken, en niet toegeven aan het gemak onder het voorwendsel dat hij toch snel zou verdwijnen uit het verhaal. Ik heb misschien nog niet genoeg metier om goed vals te spelen! Op enkele platen na zie ik fouten in alle details van het boek. Ik kon ongetwijfeld beter, maar ik heb al anderhalf jaar aan dit boek gewerkt! Soms moet je weten wanneer je moet stoppen met piekeren."

Over het leeftijdsverloop: "Door de flashbacks in het scenario zag ik me genoodzaakt me alle leeftijden van Louis eigen te maken, van jeugd tot zestiger. Ik heb veel schetsen gemaakt om de structuur van zijn gezicht goed in de hand te hebben en zijn evolutie geloofwaardig te houden. Ik heb hem ook niet te mooi verouderd. Hij moet je kunnen raken en zijn gevoeligheid moet zichtbaar zijn. Een schoonheidsprijs was onrealistisch geweest."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Over het licht: "Ik heb veel werk gemaakt van het licht. In de voorgaande platen heb ik gekozen voor een duistere, geladen tint die aansluit bij de spanning van de scène en aan het onweer voorafgaat. Hier heb ik de ongelooflijke onweerslichten gebruikt die men vaak ziet boven de Bretoense bossen."

Over de wapens: "Ik hou van oude wapens, met hun hout en gepoetst staal. Op het net heb ik een revolver en een geweer uit die periode besteld, werkende replica's. Het geweer is een kaliber .58 (het maakt gaten groter dan de top van je duim!), precies tot op twee kilometer, verschrikkelijk zwaar. Belangrijk om te weten bij het tekenen. Deze wapens werden via de loop geladen, met een slaghoedje ter hoogte van de haan. Men heeft bij de lichamen van jonge rekruten veel geweren gevonden, met lopen volgepropt met niet afgevuurde kogels. In de chaos van het slagveld vergaten de groentjes de slagpin."

Over de boeien: "Deze gevangen hadden eigenlijk ook gebonden moeten zijn aan de voeten, ook in het bivak. Maar hoe had ik dan de zwarte laten wegglippen zonder dat het opvalt? Ik heb dus een systeem uitgedokterd van boeien die met een ketting waren verbonden tijdens het marcheren."

Over onverwachte elementen: "Ik heb in de laatste strook een klein discreet drama binnengesmokkeld dat niet voorzien was, maar dat wel de ambiguïteit van de yankees ten opzichte van de zwarten weergeeft. In de rij wordt het water van man tot man doorgegeven, maar hij krijgt niks. Het scenario van Laurent-Frédéric bevat veel voiceovers, een vertelstijl die een objectief standpunt ontwikkelt, onthecht, nogal literair: genoeg platen waar ik van profiteer om onverwachte elementen in te verwerken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
Over de raaf: "De raaf is zowel de symbolische aankondiger van een drama dat te wachten staat als de link met de flashback die volgt op de moord op de ouders van Louis. Ik ben geen fan van deze wat gemakkelijke signalen, maar ik hield me wel wat aan het irrationele, het mystieke, terwijl Bollée eerder cartesiaans is. We zijn elkaar halverwege tegemoet gekomen: rationele symbolen zoals raven en ergens anders enkele visioenen-hallucinaties. En toevalligheden die er geen zijn, naar mijn bescheiden mening."

Over Morris: "Ik duik regelmatig opnieuw in Lucky Luke. Zijn stadjes die bakken in het zonlicht en hun uitvallende dakpannen lijken zodanig juist. Maar laat ons zwijgen over paarden, mijn eeuwige probleem. Ik heb mezelf een tiental houdingen eigen gemaakt, en ik zou er honderd moeten kennen! Een paard is als een auto, alles in verhouding met elkaar,... Ik droom ervan ooit zo virtuoos te zijn als Morris."

Over het papier: "Elke plaat is een gevecht met het papier. Maar het beste papier van Arches staat me toe te blijven gommen en toch met een onberispelijke plaat te eindigen. Idem voor de aquarellen: ik gebruik de beste, Amerikaanse, die ideaal over elkaar heen werken en me toestaan om grote egale vlakken te maken, zonder sporen van penselen. Als ik een plaat afkeur, wat zelden gebeurt, ligt het steeds aan de kadrage, nooit aan de kleur."

Over de panoramische blik: "Ik hou van dit panoramische zicht op de ogen. Door de kwaliteit, de aflijning en de grootte weet ik dat de lezer dat beeld zich lang genoeg zal herinneren zodat ik het kan hergebruiken aan het einde van het album, maar dan als drager van een andere boodschap."