Alle bijdragen van Brüno aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
12/04/2016 Brüno over Tyler Cross 2
23/08/2014 Brüno over Tyler Cross
15/09/2012 Atar Gull is een album vol schokeffecten. Zo'n bloederige scène becommentarieert tekenaar Brüno. Maar hij wijst ook op de kracht van woorden die een even verschrikkelijke impact hebben.
 
Brüno over Tyler Cross 2
12/04
TOP
Tyler Cross 2
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 83 van juli/augustus 2015.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 4
Tyler Cross 2
Over de zonneblinden: "Deze plaat is minstens twee keer bijgewerkt. Nadat ik in het hele album hardnekkig heb gespeeld met lijnen en vierkanten, had ik op het einde van het album talloze zonneblinden getekend op het jacht die er in het begin niet waren. Ik heb ze dus toegevoegd in de prenten 4 en 6."

Over luchtigheid: "De tweede bijwerking betreft de buitenzichtprenten die veel uitgewerkter zijn in de zwart-witversie. Fabien (Nury, red.) stelde me deze oliekleurige zee voor. En ik heb het decor in de laatste prent gewist en het bij een horizonlijn gelaten. Vandaar dat het een luchtiger plaat is die beter contrasteert met de vorige waarin een boevenwagen met veroordeelden naar de camera rijdt in een donkerblauw-zwarte en regenachtige nacht."

Over mierenneuken: "Een tekenaar die terugkeert op platen die hij twaalf tot achttien maanden eerder heeft gemaakt, speelt met vuur. Je moet weten wanneer je ophoudt, ideeën bewaren voor het volgende boek, je ervan overtuigen dat wat je een jaar geleden leuk leek dat nog altijd moet zijn, en je herinneren dat de lezers eigenlijk niets zien van al dat mierenneuken. Daardoor kan je een halfjaar winnen om het album af te werken en je uitgever gelukkig maken!"

Over simulatie: "Ik teken met de pen, het penseel en met Chinese inkt, maar de computer komt van pas voor twee zaken: een afgewerkte plaat 'opschonen', de tekenstijl vereenvoudigen met het tekentablet. En vooral het evenwicht testen tussen de zwarte partijen, een soort simulatie zonder het gevaar het definitief getekend te hebben met pen op papier. Een plaat opnieuw maken kost te veel tijd en energie."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 5
Tyler Cross 2
Over laag gevallen: "De eerste pagina's vormen een proloog. We zien de iconische Tyler zoals we hem kennen uit het eerste deel: een knappe kerel, onberispelijk als wat, geweer, hoed,... pure klasse. Het verschil is nog zo groot met de volgende pagina om hem verloren in de massa, in zijn blootje en in een stortregen terug te vinden. Dat is wat je laag vallen noemt."

Over Tylers menselijkheid: "Twee pagina's, twee zinnen in de dialogen. In totaal een tiental woorden. Tyler is laconiek. We hebben de tweede tekstballon, die eerst in prent 2 stond, verplaatst naar prent 6: de toegevoegde stilte tussen de vraag van het meisje en zijn antwoord maakt het nog vreselijker. Tyler gaat weg, meer dan ooit onverschillig voor de collateral damage. De absolute bitsigheid van zijn relaties met de andere hoofdrolspelers is een van de sleutelelementen van het donkere verhaal. In de gevangenis draagt het bij tot het weergeven van de verstikkende sfeer. Er moet al iemand sterven om hem, kortstondig, een beetje menselijk te zien."

Over matroesjka's: "Ik hou van de cirkelconstructie van het verhaal, het einde dat terugkeert naar de eerste prenten van deze plaat, met een droomstrand en
het meisje. In het midden van de cirkel vinden we in het middenste hoofdstuk, zoals in matroesjkapoppen, ook heel wat nevenpersonages verstopt met hun eigen besognes: de moeder van Billy die op hem inwerkt als op een schaakbord, de boekhouder die gevangen zit in een spiraal van chantage, medeplichtige Iris die haar verraad verdrinkt met margarita's,... En al die nevenintriges spelen mee in de toekomstige ontsnapping van Tyler, die schijnbaar afwezig lijkt.


COMMENTAAR BIJ PAGINA 6
Tyler Cross 2
Over licht: "Nieuwe brutale breuk van de sfeer. Van de felle kleuren van het tropisch paradijs gaan we over naar lugubere grijs- en blauwtinten. Aanvankelijk was deze dubbele plaat uniform en ontbrak het diepte. Met inkleurster Laurence Croix hebben we verlichting toegevoegd, het schijnsel van de koplampen, een vaal geel. Maar de eerste en de laatste prent hebben we ongemoeid gelaten in hun diepblauwe tinten."

Over de poort: "Het opschrift boven de poort van het kamp doet denken aan het sinistere 'Arbeit macht frei' van Auschwitz. Ik heb niets uitgevonden of geïnterpreteerd. De oude poort van de gevangenis lijkt hier net op. Ondertussen is die veranderd."

Over de line-up: "We hebben goed nagedacht over deze scène. Oorspronkelijk voorzag ik een bladschikking die er minder uitzag als een strip met een zicht van opzij, een camera die rond de naakte en vernederde gevangenen draait. Een beetje zoals op de volgende pagina. Maar om het allemaal wreder, onmenselijker ook, te maken, zag Fabien snel in dat het beter was om hen allemaal naast elkaar te plaatsen in één enkele grote prent zoals een line-up bij de politie. Tyler mocht vooral niet in het midden staan om zijn nieuwe onbeduidendheid te versterken!"

Over de regen: "Ik heb eerst de regen geïnkt met zwarte arcering. Maar het werd een nietige regen, niet het helse onweer dat ik nodig had. Ik herinnerde me dan het werk van Frank Miller: witte vegen op een zwarte achtergrond, en niet het omgekeerde, en een aureool van terugspattend water dat door de koplampen wordt verlicht. Dat geeft echt de agressie weer van neerslaande regen. Wat verder gaat een ontsnapping ook gepaard met een stormachtige regenbui. Die heb ik getekend met gelijke streepjes, zwart op wit, het gaat maar om een gedeeltelijke regen..."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 7
Tyler Cross 2
Over Cool Hand Luke: "Captain Kroeker, de sadistische en gewelddadige hoofdbewaker, met zijn hoed en zonnebril, is rechtstreeks geïnspireerd op Strother Martin uit de film Cool Hand Luke, een van de films die ons begeleidde terwijl we de strip maakten en de basis vormde voor onze documentatie."

Over vertragingen en versnellingen: "Gesloten kaders in gesloten prenten... de strip leent zich uitstekend voor een gevangenisverhaal. Ik heb systematisch maximaal vijf even hoge stroken gebruikt die gaandeweg begonnen op te duiken in het eerste deel. Dat strikte stramien laat paradoxaal genoeg toe heel interessante variaties toe. Onderverdeling in symmetrische prenten, het samenvoegen van boven elkaar staande stroken, virtuele decoupage door het ritme van de tekeningen,... Elke andere variatie is onnodig. Brede stroken vertragen de beweging, hogere beelden versnellen die net (behalve wanneer de kadrering een focus heeft zoals op pagina 5 waarop Tyler zijn superhelkdenkostuum met een afgemeten traagheid aantrekt)."

Over realisme: "Mijn natuurlijke tekenstijl is niet echt realistisch, maar Tyler Cross verplicht me te jongleren met twee noodzakelijke tegenstellingen: een nogal synthetische tekenstijl en een zekere dosis realisme, een bijzondere oefening die de behoefte van de dramaturgie volgt. Om de honden dreigend te maken, moesten ze realistisch genoeg zijn. Idem voor het geweer op pagina 5. Ik heb een model in plastiek van een Colt M1911 (de standaard Colt 45 van het Amerikaanse leger van 1911 tot 1985) dat ik in mijn tuin vond, per toeval door een gat te graven. Ik dacht dat het een echt was. Ik was er echt bang van!"


Brüno over Tyler Cross
23/08
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 61 van juli/augustus 2013.
COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Over de voice over: "Fabien (Nury, red.) bezit die zeldzame kwaliteit om complete scènes neer te zetten die heel sterk zijn zonder dialogen. Een droom voor een tekenaar! Vreemd genoeg steunt hij dan op een kunstgreep van een schrijver: de voice over. Hier is de tekst beperkt tot de grootte van een metroticket die het hele verhaal perfect samenvat. Perfect in die mate dat we de tekst gebruikten voor de backcover."

Over Bogart en Palance: "Voor Tyler Cross stelde Fabien voor me te baseren op Humphrey Bogart uit High Sierra. Ik heb het geprobeerd, maar hij heeft niet echt trekken die makkelijk zijn om ze me eigen te maken, vooral met de gestileerdheid waarmee ik me bedien. Ik liet me liever door Jack Palance inspireren die Bogarts rol bijna vijftien jaar later (in 1955) hernam voor de remake I Died a Thousand Times. Met zijn rechte neus in het verlengde van zijn hoed leek zijn profiel me ideaal. Dat beeld is ook gebruikt voor de zwart-witversie van het album (enkel in het Frans verschenen, red.)"

Over hulpmiddelen:
"In deze scène, en voor alle 25 pagina's van het eerste hoofdstuk, tekende ik de kaders met de losse hand. Daarna nam ik er door vermoeidheid en tijdgebrek alsnog een meetlat bij. Ik hoop dat het er niet te veel aan te zien is. Ik had al eerder eens gehamerd op het belang van de juiste hulpmiddelen... waar ik tot nu nooit gebruik van maakte! Ik was ook al beginnen werken met platen op groot formaat, zelfs heel groot formaat: twee A3-vellen voor elke pagina... Ook hier heb ik me ingetoomd. Uit vermoeidheid heb ik het formaat gehalveerd."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
Over Pratt en Cooke: "In tegenstelling tot wat men denkt, heeft mijn stijl niets te zien met Hugo Pratt. Ik bewonder zijn kunst om een wereld te creëren die zo rijk oogt in slechts drie en een halve lijn. Ik herinner me zijn hele sfeerschepping, maar ik kwam op eigen houtje uit op de stilering die ik hanteer. Het is een puur product van de Franco-Belgische school, gevoed door de duistere kant van Amerikaanse comics zoals die van Canadees Darwyn Cooke, de voortreffelijke bewerker van de serie Parker van Richard Stark."

Over de horizon: "Voor dit soort woestijndecors had ik de neiging om de achtergronden met heuvels en rotsen aan de horizon achterwege te laten. Fabien overtuigde me om me net wel toe te leggen op de horizon om het dramatische effect te versterken. Tyler wandelt naar de verte, en nog verder!"

Over kleur en belichting: "Ik leg me enkel toe op zwart-wit. De inkleuring is de bekommernis van Laurence Croix met wie ik al sinds lang samenwerk. Het belet me niet om verschrikkelijk nauwgezet te zijn. Voor elke plaat zijn er versies die van A tot H kunnen genummerd zijn! Ik hou veel van de belichting op de vorige plaat, de valse duotonen van het avondlicht met zijn blauwgrijze en oranjebruine tinten. Ik ben ook niet ontevreden over deze plaat met het pure wit. We gebruiken het minder dan de zwartvlakken, maar er is geen betere manier om een overbelicht effect onder de brandende zon te bekomen."

Over de hagedis:
"Let in prent 2 op de hagedis rechts, die er alleen ter illustratie staat. Volgens de decoupage van Fabien moest hij dichter vooraan staan en dus groter, om de man te zien aankomen. Maar dat zou van hem de vreemde grootte van een dinosaurus gemaakt hebben. Ik liet dat idee varen, maar behield de hagedis wel als herinnering"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Over cinematografische grammatica: "Fabien heeft me veel geholpen om mijn stijl dramatischer te maken, door over te gaan van de Franco-Belgische vertelcodes naar een meer cinematografische grammatica. In dit geval bijvoorbeeld zijn de klassieke face to face-standpunten ingeruild voor een voorgrond-achtergrondsysteem waarbij een van de twee hoodfdrolspelers op de voorgrond staat en een deel van de scène afdekt terwijl de andere spreekt of reageert. We staan hier dichtbij het persoonlijke standpunt, praktisch over de schouder van het personage."

Over Playmobilverhalen: "Fabien en ik hebben uren gediscussieerd om elke sequentie op punt te stellen, door opnieuw en opnieuw elke storyboardpagina te hermaken om steeds op zoek tegaan naar het beste idee voor de mise en scène. Voor bepaalde pagina's moest ik vier of vijf versies maken. Het is een beetje zoals kinderen verhalen maken met hun Playmobil. We hebben een zwaar beroep!"

Over een frustratie: "Potloden, pennen, penselen... Ik werk elke pagina met de hand af, zelfs de zwartvlakken. Ik weet het, de computer zou me tijdwinst opleveren, dat heb ik trouwens al uitgeprobeerd met Lorna, mijn soloalbum. Maar uiteindelijk was ik te gefrusteerd om achteraf niet door mijn map met platen te kunnen bladeren. Vreemd genoeg bestaat mijn grootste pezier uit het scannen van een plaat, die er over het algemeen zwaar bewerkt en opgelapt uitziet met witte plakkaatverf en overgekleefd papier, en het helemaal in het net te zien. In één klap ziet mijn geknutsel eruit zoals het hoort!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Over Black Rock: "Het pompstation, de oude benzinepompen en zelfs de jeep en de kleren van de vrouw komen rechtstreeks uit Bad Day at Black Rock van John Sturges, de film die ons samen met High Sierra het meest inspireerde. We gebruikten zelfs dezelfde naam voor het dorp uit de film, Black Rock. De knipoog is bewust, maar het belangrijkste is dat het verhaal ook goed te lezen is als je de verwijzing niet kent. "

Over Stella, Gina, Jane en Kim: "Stella, de naam van de vrouw, komt uit A Streetcar Named Desire. Aanvankelijk tekende ik haar rondborstiger, meer als Gina Lollobrigida of Jane Russell, een echt plattelandsmeisje. In een oogwenk liet Fabien me haar modelleren naar Kim Novak. Je kan beide versies zien in de zwart-witversie van het album waarin een extra katern is opgenomen met de precieze richtlijnen van Fabien."

Over de bekering: "Op het einde van Atar Gull vroeg ik zelf aan Fabien om het avontuur verder te zetten. En zeggen dat ik in het begin ongerust was omdat ik er niet helemaal zeker van was dat we zouden overeenkomen! Hij vroeg me waar ik zin in had. Ik stelde iets Amerikaans voor, op de boerenbuiten, met pick-ups en rednecks, zoals in slechte Charles Bronson-films, van die wraakfilms van B-garnituur waar we allebei van houden. Hoewel ik het meer voor de jaren 1970 had, overtuigde Fabien me van de jaren 1950 die eleganter zijn. Vervolgens, en na vele dvd's, was hij erin geslaagd om me te bekeren voor de hardboiled polar. En dit is het resultaat!"


Brüno over Atar Gull
15/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 41 van oktober 2011.
COMMENTAAR BIJ PAGINA 52
Over de roman: "Ik heb de roman van Eugène Sue pas geopend als ik al over de helft van het tekenwerk zat. Ik wilde trouw blijven aan de sfeer die Fabien Nury omschreef. Ik kon vaststellen dat hij heel trouw bleef aan het boek. Dit is een harde scène, maar het hele album is hard! Hier wordt de arm van een jonge vrouw gegrepen door een molensteen om suikerriet te vermalen. Uit de ene kant komt er stroop, uit de andere de resten van het riet dat dient om de paarden te voederen."

Over de slavenstad: "Als inwoner van Nantes, de oude slavenstad, had ik het niet moeilijk om documentatie op te zoeken in het museum en de bibliotheken. In tegenstelling tot mijn gewoonte heb ik daardoor geen documentatie gezocht op het internet. Men heeft me verteld dat door Atar Gulls kracht de slag met zijn bijl volstond om de arm keurig te breken. Ik gaf de voorkeur aan de losse aders en flarden vlees voor een groter schokeffect."

Over drie blikken: "Ik speel veel met de ogen van Atar Gull. Als het donker is, zoals hier, heeft hij iets van een robot, iets irreëel. Ik heb 'm een verwarde blik gegeven als hij de goede zwarte speelt om zijn achtergrond te verdoezelen. En zijn ogen worden helemaal wit als hij superagressief wordt. Die psychopaat zal zijn zoon doden, zijn soortgenoten! Als contrast zijn de ogen van de vrouw in prent 3 net heel expressief, heel menselijk. Het is een van de weinige positieve personages."

Over de omgekeerde pietà: "Er is overal bloed. Ik heb het overdreven als tegengewicht voor mijn tekeningen die niet hyperrealistisch zijn: de rode vlekken accentueren het geweld in de scène. De schreeuw van de vrouw, die vier prenten duurt, houdt op als de bijl wordt geheven. De mooie dramaturgie van Fabien last een sterke pauze in. De grote prent onderaan is als een omgekeerde pietà, met de vrouw op de grond en Atar Gull die haar aankijkt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 53
Over vriendelijke plantage-eigenaars: "Hier heb je de menselijke plantage-eigenaar! Het spel bestaat erin hem tegenover de psychopatische Atar Gull te plaatsen en de blanken grafisch sympathiek, soms zelfs attent, weer te geven terwijl ze vlakaf gemeen zijn. Kijk hoe Tom Will zijn slaaf te hulp snelt. Hij heeft veeleer het gezicht van een goeie. Ik had 'm in profiel getekend, maar Fabien vroeg me hem in vooraanzicht te tonen zoals de jonge vrouw hem ziet. Ze schreeuwt het uit van pijn door de brandende toorts, maar we horen haar niet. Ik veronderstelde dat het toevoegen van een schreeuw in dit geval niets toevoegt, het drama is er."

Over de verschrikkelijke komedie: "Fabien is weg van dit soort brede bioscoopstroken, hij heeft ze overal in het album verspreid. Dit formaat verlengt de tijd, breekt het snelle ritme van de vorige scène. De vogels, de palmbomen, wat een mooi en vredig landschap. Je zou er willen leven. Maar wat verbergt het? Dat ontdekken we in de laatste prenten in de woorden van die brave, sympathieke plantage-eigenaar! Die kerel zegt zodanig verschrikkelijke zaken op een zodanig natuurlijke manier dat het haast komisch wordt, helemaal in de lijn van Eugène Sue. En dan durft hij zich te kwalificeren als een goede meester! Alsof dat al zou kunnen bestaan!"

Over de perfectie: "Fabien maakt werk van de bladschikking. Hij geeft me een perfecte lay-out, maar past die aan naargelang de ontvangst van mijn storyboard, vooral om het nog dramatischer te maken. Het zijn fascinerende wisselwerkingen. Zodanig fascinerend zelfs dat we de samenwerking herhalen voor een even donker verhaal à la James Ellroy, met de sfeer van de jaren 1950 zoals in de film High Sierra van Humphrey Bogart. Een dikke negentig pagina's."