Daedalus Don Lawrence Collection Saga Uitgaven  
 
De Commentator

Toegevoegd op 4 februari:
Olivier Boiscommun over Het Rijk 1

Toegevoegd op 1 februari:

Ralph Meyer over Undertaker 3

Toegevoegd op 21 januari:

Toon Dohmen over Bernar Yslaires over De Hemel boven het Louvre


Toegevoegd op 22 december:

Enrico Marini over De Adelaars van Rome 5
 
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Paul Cauuet
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Christian Gine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
Hub
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Colin Wilson
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Olivier Boiscommun over Het Rijk 1
04/02
TOP
Het Rijk 1
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 98 van december 2016.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Het Rijk 1
Over de kathedraal: "Sylvain Runberg staat erop dat het traject van de ruïnes van Parijs naar de 'shrine', waar de migranten onderdak hopen te vinden in de meest nabij gelegen kernenergiecentrale in Nogent-sur-Seine, geloofwaardig is. Ik kom van Bretagne en niet van het Ile-de-France. Over dat traject zal ik me niet uitspreken, maar ik heb op zijn vraag de kathedraal Saint-Étienne de Meaux getekend. De zuidgevel om precies te zijn, dank u Google Street View... Ik betwijfel of er veel lezers zijn die het zullen herkennen!"

Over de locaties: "Voor de centrale, die in dit eerste deel nog niet bereikt wordt maar waar je wel iets van ziet op het einde van het album, was nogal gemakkelijk om te vinden. Toch wat de buitenkant betreft. Voor het interieur moest ik alles uiteraard bedenken! Andere locaties in het scenario waren ook moeilijk, voornamelijk een TGV-station dat monumentaal moest zijn. Ik heb vruchteloos gezocht en een moment gedacht om het fabriekcomplex van Nogent te vervormen. Dat ziet er niet uit als een werkplaats. Uiteindelijk is het station dat van Rouen! Geografisch klopt het niet, maar houd het stil, niet verder vertellen."

Over Londen: "Grappig hoe bijna al mijn albums een band hebben met Parijs. Oorspronkelijk wilde Sylvain de actie situeren in de streek rond Londen. Ik had zelfs al een schaalmodel van een Londense dubbeldeksbus aan de kant gehouden. Ik weet niet meer waarom hij van mening is veranderd, misschien omdat hij de Eiffeltoren wilde tonen? In Londen hadden we de torens van Westminster of het millenniumrad kunnen gebruiken."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Het Rijk 1
Over dierlijke verleiding: "Omdat het luipaardvolk gereduceerd is tot slaven — hoofdzakelijk seksslaven — moest Octavia aantrekkelijk zijn... Haar gezicht is menselijker dan de anderen omdat ik niet echt meteen zelfzeker genoeg was om verleiding en dierlijkheid met elkaar te rijmen. Ik heb ook haar kledij uitgespeeld. Het schetsdossier op het einde van het album geeft de evolutie vanaf de eerste schetsen weer..."

Over stoomschepen en paarden: "Van bij het begin maakten we afspraken over wat er mogelijk is of niet in deze imaginaire wereld. Komen er vuurwapens in voor? Nee. Stoomschepen? Ja. We schipperen zo'n beetje tussen de middeleeuwen waarin te paard werd gereisd en het begin van de industriŽle revolutie."

Over de rijdieren: "Welke dierensoorten zouden vermenselijkt worden en welke zouden huidieren blijven? We begrepen snel dat we geen 'gemuteerde' tijger op een gewoon paard konden plaatsen. Ik moest bijgevolg nieuwe dieren uitvinden, een soort dikke jaks met lange haren en belachelijk korte poten. En een sneller, slanker soort rijdieren die geschikt zijn om mee te vechten. Die zitten wat tusen een tyrannosaurus en een reuzedodo in."

Over de dierenrollen: "Voor de meeste rollen stelt Sylvain zelf de dierensoorten voor en over het algemeen vind ik die goed en dat maakt mijn taak gemakkelijker. Enkele vermeldenswaardige uitzonderingen zijn de huurling Isaac waarvan ik een tijger heb gemaakt in plaats van een leeuw omdat we leeuwen al te vaak hebben gezien in strips en tekenfilms. Voor zijn collega Pantacrius (volgende pagina) verkoos ik een ram boven een geit opdat ik hoorns kon gebruiken. En van Horace, de lijfwacht bij de wolven, maakte ik — God weet waarom — liever een kikker dan een schaap."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
Het Rijk 1
Over struiken: "Na redelijk wat albums die zich in steden afspeelden, gooide ik me met overgave op de feeërieke omgevingen zoals op de vorige pagina, met struiken in herfstkleuren en licht dat door de takken schemert..."

Over grafische uitdagingen: "Na meer dan vijftien jaar ervaring begin ik het rechtstreeks schilderen in aquarel te beheersen. Maar dit verhaal houdt heel wat grafische uitdagingen in. Deze stortregen bijvoorbeeld: de regen moet getoond worden, maar je moet ook oplossingen vinden voor de achtergrond, want de regen veegt alle diepte in het beeld weg. Op dat gebied is er ook een lange scène in de mist met vissen die door de waterspiegel te zien moeten zijn..."

Over het schilderen: "Mijn techniek is heel klassiek: ik bedek de randen van mijn prenten en ook sommige delicate voorgronden met drawing gum. Dan schilder ik met het penseel, van helder naar het donkerste. Het wit is het papier, met zeldzame uitzonderingen die ik met gouache uitvoer. Je moet het eindresultaat al in gedachte hebben bij het begin en vervolgens heel wat geduld uitoefenen. Le Lombard plaatste enkele speed drawing-filmpjes online waarin je in snel tempo de inkleuring van bepaalde prenten uit dit album kan bekijken."

Over scenaristen: "Sylvain en ik hebben nog nooit samengewerkt, maar ik heb vaak de kans gekregen om zijn senariovoorstellen te lezen. Ik hou van zijn manier waarop hij in detail beschrijft wat hij wil — wat heel comfortabel is voor een tekenaar — terwijl hij het vertrouwen aan de tekenaar geeft om de scènes te interpreteren en ze op papier te schikken. Dat is ook het geval bij Jean Dufaux met wie ik de eerste cyclus van Meutes (een niet-vertaalde reeks die bij Glťnat verschijnt, red.) maak. Dankzij die twee beleef ik mijn mooiste stripervaringen."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
Het Rijk 1
Over de punkeverzwijnen: "In de rol van de weerzinwekkende, smerige en gemene daimlachs zag Sylvain everzwijnen. Daar dacht ik niets speciaals over tot ik op een dag in een dierentuin een Indisch of Filippijns ras ontdekte. Ze hebben exact hetzelfde hoofd. Een herrieschoppende punker, volledig in de sfeer van Mad Max."

Over de dierenkoppen: "Ik wist niet zo goed hoe ik al die dierenkoppen expressief genoeg ging maken. Uiteindelijk ging dat vanzelf. Een kwestie van gewoonte in het semi-realisme misschien. Vooral het gezicht van het bange kind in prent 6 vind ik goed gelukt. Hij is rechtstreeks geÔnspireerd op mijn eigen kinderen die ik vaak heb getekend."

Over beeldjes als basis: "Als hulp voor de tekeningen verzamel ik beeldjes van dieren (een kleine ram in plastic diende als basis voor de hoorns van Pantacrius). Als ik er de tijd voor heb, maak ik die beeldjes zelf. Voor ik aan deel 2 begon, maakte ik een mooi, klein beeldje van Isaac."

Over het vervolg: "Een denkbeeldig wereldje maakt het gemakkelijker om sneller te tekenen. En in het begin van een verhaal ben je bovendien extra enthousiast. Over een jaar verschijnt deel 2. Dan weten we snel genoeg of we, zoals we hopen, voort kunnen gaan met een tweede cyclus. Vingers kruisen."


Ralph Meyer over Undertaker 3
01/02
TOP
Undertaker 3
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 100 van februari 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 25
Undertaker 3
Over de grote prent: "De grote prent plaatst ineens alle benodigde informatie bij elkaar waar de lezer over moet beschikken. We vonden er niets beters op om vervolgens in te zoomen op de personages zonder er verder ons hoofd over te breken. Het is een groot voordeel in een sc≤ne die gevuld is met dialogen waarmee elk personage uitdrukt wat zijn of haar standpunt is."

Over de paarden: "De laatste prent focust weer op de ruzie tussen Rose en de kolonel tussen de benen van de paarden door die in silhouet zijn getekend. Het is klassiek en efficiënt. Hun rustige houding geeft nog wat meer contrast. Maar je moet die paarden al wel voorzien in de vorige prenten zodat de mise en scène coherent blijft. Daarom werk ik mijn storyboards altijd per sc≤ne uit die over en weer gaan naar Xavier Dorison om de details bij te stellen."

Over het perspectief: "Door het vogelperspectief kan je het door de reizigers afgelegde traject zien. Zo'n perspectief ligt wat moeilijker met een stadsgezicht waarin de kleinste fout in het perspectief duur betaald wordt. Maar een natuurdecor is geweldig, het schikt zich naar alle fantasie‘n... De echte moeilijkheid zat 'm in de kleuren: het afstemmen van het blauw in de achtergrond, helderder en zuiverder dan de rest van het beeld. Daar hebben we lang over gediscussieerd met onze inkleurster Caroline Delabie."

Over Hell on Wheels: "Wie de tv-reeks Hell on Wheels heeft gezien, ziet misschien overeenkomsten tussen Jonas en de held, een voormalig soldaat die opzichter wordt bij de transcontinentale spoorweg. Onze eigen duistere held bestond al voor de eerste afleveringen werden uitgezonden, maar ik geef toe dat de gelijkenis ons afschrikte. Gelukkig hebben de intriges niets met elkaar te maken."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 26
Undertaker 3
Over de haas: "De haas op het spit heeft een heel symbolische rol: het is een metafoor voor de verschrikking van het verhaal dat bij het vuur wordt verteld, over de chirurgie die meer een slachting was. Zomaar een flashback zou minder interessant zijn om te tonen. Maar er was ook geen sprake van om smakelijk, geroosterd wild te tekenen zoals de everzwijnen van Albert Uderzo! In prent 7 zijn de gedachten van de twee piekerende personages bijna voelbaar, onder het oog van het dier. Dit is een van mijn favoriete prenten."

Over de kolonel: "De rol van kolonel Warwick moest iemand ouder zijn, maar nog vol vuur. Bij het bekijken van oude foto's uit de Amerikaanse Burgeroorlog kwam ik een portret tegen van generaal Sherman. Zijn militaire stijfheid en zijn ietwat waanzinnige blik maakten van hem de ideale kandidaat! Ik heb hem me eigen gemaakt, zonder rekening te houden met diens rang."

Over Rose en Lin: "Na twee albums zijn we al gehecht aan de personages Rose en mevrouw Lin. De lezers duidelijk ook. Ze voegen een interessante spanning toe, soms een vermakelijke toets. Xavier en ik beschouwen de Chinese als onze McClure, de oude rot en eeuwige bondgenoot van Blueberry... Rose daarentegen wekt bij Jonas opnieuw de gedachte dat hij van de kaart kan gebracht worden, en dat vindt ze niet onprettig."

Over de look van Rose: "De mooie Engelse kostte me in het begin wat moeite. Het viel niet mee om een vrouw te tekenen die tegelijk mooi als onbezoedeld is. Een lijn te veel ruïneert haar puurheid, een lijn te weinig en ze verliest al haar expressie... Maar ik begin haar goed aan te voelen. Ik kan haar eindelijk wat losser inkten. En dat is fijn."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 27
Undertaker 3
Over authenticiteit: "Ondanks onze atypische held wilden we in het begin de lezer overtuigen dat we hem wel degelijk een authentieke western voorschotelen volgens de regels van de kunst. Het was van belang dat we het iconische decor met de rotsen en de woestijnen, Nevada of Californië, overnemen. Maar nu is het idee om zo'n beetje overal in de Verenigde Staten naartoe te reizen om wat van het land te zien. In dit vervolg gaan we naar het noorden. Oregon was de meest logische en interessantste oplossing. Hollywood heeft in de rest van de VS al wel respectabele westerns gedraaid."

Over het puzzeldecor: "In één keer moet deze plaat alle relevante informatie over deze nieuwe plek overbrengen. Een sreek met uitgestrekte bossen in een gematigd kimaat (ook nu nog strekken deze bossen zich uit over de helft van het gebied van de VS) en houtzagerijen... Ik heb in een uitgebreide hoeveelheid foto's uit die tijd gezocht naar de details die ik nodig had om het beeld dat me het meest beviel bij elkaar te puzzelen. Zoals het kanaal met de boomstammen, de spoorlijn die wat hoger loopt, enzovoort. Ik werk altijd op die manier. Het belangrijkste is niet om strikt trouw te blijven aan het voorbeeld, maar om het beeld geloofwaardig te maken en tegelijk streven naar de kadrage die het best uitkomt voor de vertelling."

Over klimmen en dalen: "Een keer het hout de zagerij verliet, werd het via waterwegen vervoerd naar kleine stadjes zoals hier onderaan de plaat. Ik realiseer me dat ik deze plaat behandeld heb als een lange afdaling, net nadat ik de laatste etappe in Californië heb getoond als een oneindige klimtocht. Daar was ik me tot nu toe niet van bewust."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
Undertaker 3
Over de reus: "We lezen er al over van bij het begin, maar we hebben hem nog niet gezien. Hier is-ie dan: de reus Jeronimus Quint met een meesterlijke voorstelling! Xavier zag hem groot, maar ik kreeg het idee om het decor volledig weg te laten zoals op de affiche van een circus. Het verweerde papier is dezelfde achtergrond als de backcover en vergroot nog meer de fantasie."

Over de postkaartvoorstelling: "Na alle vreselijke verhalen die zijn verteld over Quint verwacht de lezer zich wellicht niet aan een goeiige reus die kinderen doet lachen! Het is een postkaartvoorstelling van de ongevaarlijke kwakzalver uit de Far West... Ik heb zelfs de strook met de baby op een decoratieve manier uitgewerkt zodat het lijkt op een aureool."

Over Bud Spencer: "Quint is de kwaadaardige tegenhanger van Crow. Iemand die zo gemeen en slecht is, moet er uiteraard als een levensgenieter uitzien. Een joviale kerel die sympathiek lijkt. Maar ja, precies: deze rol is op maat gesneden voor acteur Bud Spencer."

Over de zuigeling: "Een zuigeling is schattig, maar niet zomaar esthetisch. Vooral als je die wil tekenen op een tegelijk realistische als expressieve manier. En expressie in een strip is essentieel. Het is het equivalent van het acteerspel van een acteur in films. Kortom, een pak problemen om te tekenen."

Over de maraboe: "Jonas heeft zijn gier en Quint heeft zijn maraboe, een steltvogel die er nogal belachelijk en bizar uitziet en die een beetje het echte gezicht is van de reus. Het was verleidelijk om de vogel op deze plaat te tekenen, maar ik wilde vermijden dat zijn absurde vorm mijn 'commerciële' boodschap zou verstoren!"


Toon Dohmen over Bernar Yslaires De Hemel boven het Louvre
21/01
TOP
De Hemel boven het Louvre
Op 11 januari vierde Bernard Yslaire zijn zestigste verjaardag. Diezelfde dag verscheen de Nederlandse vertaling van De Hemel boven het Louvre, de strip die de Brusselaar samen met scenarist Jean-Claude Carrière maakte over het revolutionaire verleden van het befaamde museum in Parijs. Speciaal voor Stripspeciaalzaak.be verzorgt vertaler en stripliefhebber Toon Dohmen, oud-redacteur van stripinformatieblad ZozoLala, een virtuele rondleiding.


Over het Louvre
We beginnen bij het Louvre. Nu een van de bekendste en meest bezochte musea ter wereld, voorheen het stadspaleis van de Bourbons, de Franse koninklijke familie. De Hemel boven het Louvre gaat over het omslagpunt waarop het paleis met de privécollectie van de koning in 1793 veranderde in een voor iedereen toegankelijk museum. Deze verandering kwam voort uit de Franse Revolutie, toen de machthebbers de grote werken uit de kunstgeschiedenis niet langer wilden voorbehouden aan hof, kerk en adel, maar het volk in staat wilden stellen zelf na te denken. Voortaan moest iedereen toegang hebben tot kennis, schoonheid en kunst. Naar het voorbeeld van de beroemde Encyclopédie uit die tijd zagen de revolutionairen het nieuwe museum als een 'Encyclopedie van de Schone Kunsten', oftewel "een vrijplaats waar de mensen zich kunnen verheffen door zich te laven aan schoonheid". Dit nobele streven vloeide voort uit de idealen van de Verlichting. Het eiste echter ook een bloedige tol, zoals straks zal blijken. De Hemel boven het Louvre ademt daardoor niet alleen een bijzondere aantrekkingskracht, maar tevens een onmiskenbare dreiging.

De Hemel boven het Louvre

Yslaire en Carrière laten hun strip beginnen op 8 augustus 1793, de dag dat het Louvre officieel voor het publiek wordt geopend. Met ronkende toespraken maken de voormannen van de Franse Revolutie de koninklijke kunstcollectie toegankelijk voor het volk. De stripmakers verbeelden deze gebeurtenis door gewone Parijzenaars de centrale trap van het Louvre te laten bestijgen terwijl revolutionaire activisten nog snel de laatste portretten van de koning en religieuze stukken naar de kelder afvoeren. Een nieuwe tijd is aangebroken.


Over klassieke schilderkunst
De kunstwerken op bovengenoemde stripplaat zijn duidelijk herkenbaar. Anders dan in zijn eerdere werk, Eva's geSternte, waarin hij tientallen bekende nieuwsfoto's natekende, geeft Yslaire de klassieke schilderwerken dit keer bewust niet weer in zijn eigen tekenstijl. Doordat hij De Hemel boven het Louvre in opdracht van het museum maakte, kon hij vrij beschikken over het beeldrecht van de hoogwaardige reproducties van de vele beroemde doeken die in zijn boek voorbij komen. Net zo makkelijk als Andy Warhol de Mona Lisa vrolijk zeefdrukkend opvoerde in zijn eigen werk, citeert Yslaire in zijn strip nu klassieke kunstwerken van Titiaan, Veronese en Jacques-Louis David.

De Hemel boven het Louvre
Waarom zou Yslaire de wereldberoemde doeken ook willen natekenen? Hij werkt al jaren op een digitaal tekentablet in plaats van op papier. Daarmee is het 'copypasten' van zo'n kunstwerk in zijn eigen tekening technisch gezien een fluitje van een cent. Het maakt de weergave van deze werken in De Hemel boven het Louvre ongekend 'levensecht'. In interviews geeft Yslaire daarbij te kennen dat hij er niet aan moest denken zich artistiek te meten met illustere voorgangers als David of Leonardo da Vinci — al was het maar omdat hij met zijn striptekeningen bovenal een verhaal wil vertellen. Nog een reden dus waarom hijzelf bewust een minder klassieke, meer schetsmatige tekenstijl heeft gehanteerd. Voor zijn gevoel past deze gejaagd en onaf overkomende stijl als geen ander bij de hectiek van de revolutiejaren tussen 1789 en 1794. Een tijd waarin de revolutionairen nauwelijks aan slapen toekwamen, zo druk waren ze met het vormgeven van een nieuwe wereld, het (voor zover mogelijk) handhaven van de orde op straat en het bestrijden van de vele vijanden in binnen- en buitenland.

De Hemel boven het Louvre


Over De dood van Marat
Yslaire en Carrière geven de geschiedenis van het Louvre vlees op de botten door zich te concentreren op het levensverhaal van de schilder Jacques-Louis David (1748-1825). Al meteen in de proloog van De Hemel boven het Louvre speelt Davids meesterwerk De Dood van Marat (1793) een prominente rol. Het doek is even beroemd als berucht. David toont namelijk het lichaam van de in bad vermoorde journalist en volksmenner Jean-Paul Marat als Christus-achtige martelaar voor de Franse Revolutie. Zo vurig als Marat opriep honderden mensen onder de guillotine te brengen, zo enthousiast eert David zijn revolutionaire kameraad. De schilder voelde zich geroepen tot dit schaamteloze eerbetoon doordat hijzelf vierkant achter de idealen van de revolutie stond — inclusief de geliefde revolutionaire gedachte dat niemand een omelet kan bakken zonder eieren te breken. Jacques-Louis David hoorde tot de naaste kring van de jakobijnse leider Maximilien de Robespierre en had ook een belangrijke functie in de beruchte geheime politie, die mensen met één pennenstreek naar de guillotine kon sturen (Marat zou trots op hem zijn geweest).


De Hemel boven het Louvre

Over historische sensaties
De Dood van Marat hing in 1793 in de Nationale Conventie pontificaal rechts naast het spreekgestoelte. Aan de andere kant van de tribune verbeeldde nog zo'n monumentaal doek van David het revolutionaire élan. Het onderstreept de centrale rol die de kunstschilder in de revolutionaire beweging vervulde. Dit schilderij toonde eveneens een revolutionaire martelaar: Louis-Michel le Peletier. Het originele werk is na de revolutie verloren gegaan: er bestaan alleen nog gravures en schetsen van. Geen probleem voor Yslaire en Carrière. In hun strip reconstrueren ze Davids portret van le Peletier op zijn sterfbed en tonen ze beide doeken naast het spreekgestoelte in hun volle revolutionaire glorie, waardoor de lezer een ongekende historische sensatie ervaart. Want hoe bizar is het niet dat de Nieuwe Tijd die aanbrak na de val van de Bastille wordt gesymboliseerd door schilderijen van morsdode mannen? Yslaire en Carrière benadrukken fijntjes dat het motto van de Franse republiek aanvankelijk niet vrijheid, gelijkheid en broederschap luidde, maar liberté, egalité ou la mort. Achteraf gezien ronduit wrang, gelet op de honderden mensen die tijdens de laatste revolutiejaren onder de guillotine het leven lieten.

De Hemel boven het Louvre
Het hoeft dan ook weinig verbazing te wekken dat Jacques-Louis David na de woelige revolutiejaren en de daaropvolgende opkomst en ondergang van Napoleon — die hij al even enthousiast schilderde — niet langer welkom was in zijn eigen land. David moest in 1816 uitwijken naar Brussel. Hij nam De Dood van Marat met zich mee en hield zijn revolutionaire verleden wijselijk stil. De Dood van Marat was jarenlang alleen op afspraak en met toestemming van de politie in het logement van zijn zoon te bezichtigen, zo gevaarlijk achtte de kunstschilder de herinnering aan de prominente rol die hij speelde tijdens de Franse Revolutie. Tegenwoordig kan eenieder in Davids oude woonhuis aan de Leopoldstraat overnachten (het huisvest tegenwoordig luxehotel The Dominican) en is De Dood van Marat een van de topstukken van het Brusselse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.


Over de beeldtaal van de Franse Revolutie
Met abstracte ideeën alleen laat een volk zich lastig aanzetten tot een revolutie. De Franse revolutionairen zochten naarstig naar aansprekende symbolen om de gewone man in beweging te krijgen. In die jaren waren beelden schaars. Schilders en tekenaars vormden de spil van de beeldcultuur van hun tijd. Gravures en andere goedkope reproducties, onder meer van de revolutionaire schilderijen van Jacques-Louis David, moesten de ontevreden onderdanen van koning Lodewijk XVI aanzetten tot actie. Koningin Marie-Antoinette werd op deze prenten afgeschilderd als een seksbeluste feeks die vond dat het hongerende Franse volk bij gebrek aan brood maar cake moest gaan eten, zoals historicus Simon Schama aanstipt in Burgers, zijn meeslepende kroniek van de Franse Revolutie. Yslaire en Carrière benadrukken aan het begin van hun boek al meteen de kracht van het gedrukte beeld, waarvan zij als stripmakers uiteraard eveneens dankbaar gebruik maken. Ze tonen authentieke prenten van de val van de Bastille, de onthoofding van de Franse koning en de symbolische verbeelding van de Gelijkheid. Met het oog op de hierboven genoemde onheilspellende leus van de revolutie ("Vrijheid, gelijkheid of de dood") laten ze de verkoopster van deze prenten tegen een van haar klanten veelzeggend opmerken: "Broederschap is ietsje duurder, dat begrijp je".

De Hemel boven het Louvre
In de tweede helft van hun boek richten beide stripmakers zich op de obsessieve energie waarmee de revolutionair Robespierre een grootse feestdag voor een seculier 'Opperwezen' in leven wil roepen. Want Robespierre vraagt zich steeds gekwelder af: valt het volk van de Eerste Franse Republiek wel in toom te houden zonder een beroep te kunnen doen op de morele autoriteit van zo'n opperwezen? Op 8 juni 1794 wordt het feest van het Opperwezen daadwerkelijk met een groots spektakel gevierd, nota bene onder de artistieke leiding van Jacques-Louis David. Yslaire en Carrière laten zien hoe deze feestdag uitloopt op een sof. Het standbeeld van het Opperwezen dat op de Champ-de-Mars hoog boven de stad de revolutionaire moraal had moeten belichamen, zou er nooit komen. In plaats daarvan verrees op deze plek honderd jaar later een heel ander soort baken. Sinds de Wereldtentoonstelling van 1889 kijken de bezoekers van dit Parijse parkgebied op naar de Eiffeltoren.

De Hemel boven het Louvre

Over littekens en mislukkingen
Jacques-Louis David verlangde naar hooggestemde idealen. De schilder werd geïnspireerd door de 'volmaakte verhoudingen' van de beelden uit de klassieke oudheid, waar hij tijdens zijn jarenlange verblijf in Rome in de jaren 1870 een bijzondere voorliefde voor had ontwikkeld. Zijn schilderij De Eed van de Horatiërs is daarvan een vroeg voorbeeld. Een te hoog gegrepen ideaal? Yslaire en Carrière vinden van wel. Zij laten een vakbroeder van David in het Louvre opmerken: "Je hecht te veel aan symmetrie, David. Te veel strengheid, te veel evenwichtigheid verstoort de natuurlijke verhoudingen juist, weet je."

De Hemel boven het Louvre
Op de voorgaande pagina benadrukken de stripmakers de tragiek van Davids revolutionaire streven. Ze tonen Davids gelaat in een spiegel. Als gevolg van een wond tijdens een schermwedstrijd toen hij midden twintig was vertoont de linkerwang van de schilder een fors litteken. Doordat hij zijn beeltenis altijd in een spiegel schilderde, beeldde David zichzelf op zelfportretten af met de zwelling op zijn rechterwang (discreet zoveel mogelijk in schaduw gehuld). Yslaire en Carrière vinden dat hij de werkelijkheid daarmee geen recht doet. Op het plaatje ernaast benadrukken ze hoe vertekend de revolutionaire kunstschilder tegen de werkelijkheid aankijkt: Davids gezicht verandert afhankelijk van het gekozen perspectief. Een pijnlijke observatie voor de man die hooggestemde idealen koestert. Hoe graag hij op zijn schilderijen ook de werkelijkheid wil vormgeven*, hoe graag hij ook de revolutionaire idealen als volmaakt wil beschouwen, zijn missie lijkt bij voorbaat tot mislukken gedoemd.

* Door te werken met spiegels en een symmetrisch raster van vierkante vakjes, dat overigens sterk aan het plaatjesstramien van stripplaten doet denken.

De Hemel boven het Louvre

Over strips en film
Ter voorbereiding van zijn verbeelding van de achttiende eeuw maakte Bernard Yslaire een studie van Stanley Kubricks filmklassieker Barry Lyndon. Kubrick hecht in deze meesterlijke film aan authentieke belichting en gedetailleerde totaalshots die aan schilderijen herinneren en met hun visuele rijkdom de kijker meeslepen, waarna het verhaal zich in meer close gehouden opnames ontvouwt.
Jean-Claude Carrière heeft in zijn lange loopbaan ook veel filmscenario's geschreven, onder meer voor Die Blechtrommel, The Unbearable Lightness of Being en Danton (eveneens een film over de Franse Revolutie). De Hemel boven het Louvre is zijn eerste stripscenario. In een interview vertelt hij hoezeer dit zijn bloed sneller deed stromen. Een geraffineerde beeldovergang als bovengenoemd 'spiegelbeeld' van Jacques-Louis David komt niet uit de lucht vallen. Carrière: "Ik heb dit keer bewust geprobeerd geen filmscenario te schrijven, maar een echt stripscenario waarin de codes van het beeldverhaal maximaal effect sorteren."


De Hemel boven het Louvre
Over het boek in digitale tijden
Al heeft Jean-Claude Carrière in de loop van de jaren veel filmscenario's geschreven, de Parijse schrijver is een verklaard bibliofiel. In 2010 voerde hij gesprekken met wijlen Umberto Eco (1932-2016) over verleden, heden en toekomst van het boek, die zijn gepubliceerd onder de titel Zo Makkelijk Kom Je niet van Boeken Af. Carrière merkt op: "In de zestiende eeuw zal de Venetiaanse drukker Aldus Manutius het lumineuze idee krijgen een boek op zakformaat te maken, dat heel gemakkelijk te vervoeren is. Nooit is er een doeltreffender manier van informatietransport uitgevonden, voor zover ik weet. (...) Het boek is als het wiel. Als je het eenmaal hebt uitgevonden, dan kun je het niet verbeteren."


Over de Franse Revolutie
Jean-Claude Carrière sprak in hetzelfde boek ook met Umberto Eco over de Franse Revolutie, een periode waarin hij zich (onder meer voor het schrijven van Danton) uitgebreid heeft verdiept. Eén voorval uit die revolutiejaren drukte hem met zijn neus op de morele gemakzucht van het volk. Carrière: "Een veroordeelde wordt met een aantal anderen in een kar naar het schavot gebracht. Hij heeft zijn hondje bij zich, dat hem is gevolgd. Voordat hij op het schavot klimt, richt hij zich tot de menigte om te vragen of iemand het onder zijn hoede wil nemen. Het is een erg lief beestje, zegt hij er nog bij. Hij houdt het in zijn armen, biedt het aan. En de menigte bestookt hem als antwoord met scheldwoorden. De bewakers verliezen hun geduld, rukken de hond uit de handen van de veroordeelde, die meteen wordt geguillotineerd. Het jankende hondje komt het bloed van zijn baasje oplikken. De geërgerde bewakers doden de hond uiteindelijk met bajonetsteken. Daarop begint de menigte tegen de bewakers uit te varen: 'Moordenaars, schamen jullie je niet? Hij heeft jullie toch niets misdaan, die arme hond?'"

De Hemel boven het Louvre

Over het streven naar meerwaarde
De Hemel boven het LouvreTijdens het werk aan De Hemel boven het Louvre heb ik me als vertaler laten inspireren door muziek, films en ander achtergrondmateriaal. Zoals bij andere vertalingen, onder meer V voor Vendetta, Persepolis en De Arabier van de Toekomst, wil ik de enthousiaste lezer van De Hemel boven het Louvre graag doorverwijzen naar inspiratiebronnen die het genot van het boek mogelijk verder kunnen vergroten. Zie Yslaire bijvoorbeeld live op zijn tekentablet werken aan een pagina uit De Hemel boven het Louvre of bekijk de trailer van Danton. Nieuwsgierig? Klik op nevenstaand plaatje en vervolg zelf je rondleiding door de wereld van Bernar Yslaire en Jean-Claude Carrière.


De Hemel boven het Louvre is uitgegeven door Stichting Zet.El (ZozoLala.com): 72 pagina's in kleur, HC, ISBN 978-90-72093-16-5, 21,95 euro. Toon Dohmen verzorgt boekvertalingen en tekstproducties voor nET eCHT mEDIA. Webstek: Echtmedia.net


Bronnen
• Mikaël Demets: Un nouveau Louvre. Interview de Jean-Claude Carrière et Bernar Yslaire in Le Figaro (2009)
• Umberto Eco & Jean-Claude Carrière: Zo Makkelijk Kom Je niet van Boeken Af (2010), vertaald door Liesbeth van Nes
• Stanley Kubrick: Barry Lyndon (1975)
• Hilary Mantel: Een Veiliger Oord (2014), vertaald door Ine Willems
• Simon Schama: Burgers. Een Kroniek van de Franse Revolutie (1989), vertaald door Eugène Dabekaussen, Barbara de Lange en Tilly Maters
• Simon Schama: David. De geretoucheerde revolutie in De Kracht van Kunst (2007), vertaald door Karina van Santen en Olaf Brenninkmeijer
• Morgan Di Salvia: Bernar Yslaire & Jean-Claude Carrière: 'Derrière chaque tableau, il y a une histoire' op Actuabd.com (2009)
• Andrzej Wajda: Danton (1983)
• Bernar Yslaire: Case à case in Casemate 20 (2009)


Enrico Marini over De Adelaars van Rome 5
22/12
TOP
De Adelaars van Rome 5
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 97 van november 2016.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
De Adelaars van Rome 5
Over de veldslag: "Als een scenarist me zou gevraagd hebben om een veldslag met duizenden soldaten te tekenen, zou ik hem wandelen hebben gestuurd! De scenarist in mij heeft me geen cadeaus gegeven met dit album zonder veel glamour en sexy elementen. Ik heb handschoen opgenomen door het verhaal te laten primeren. Ik zou waarschijnlijk meer op mijn gemak geweest zijn als de veldslag niet meer dan vijf of zes pagina's zou duren, maar ik wilde per se het verloop tonen wat me veel meer tijd en documentatie heeft gekost. Ik ben heel trots op dit album, een van de beste die ik al heb gemaakt, ook al was het niet altijd makkelijk." 

Over de vele personages: "Behalve de soldaten moest ik me ook bekommeren om veel personages: Falco, Arminius, Priscilla, Varus, Cabar, de Romeinse officieren,... Ik heb voor elk van hen de juiste dosering moeten zoeken, hen in complexe situaties brengen, de manier waarop ze reageren op de situaties. Ik verander graag veel van standpunt in plaats van me op één enkel personage te focussen." 

Over vrijheid:
"Voor de veldslag moest ik enkele zaken vereenvoudigen om die op zijn best te componeren en te choreograferen. Het is bijvoorbeeld waarschijnlijk dat de Romeinen op een veel inteligentere manier een soort kamp hebben gebouwd, ondanks de vermoeidheid en het verlies van veel mannen. De confrontatie heeft ongetwijfeld enkele dagen geduurd, maar daar heb ik voor dit album geen rekening mee gehouden. Omdat historici zich baseren op heel geromantiseerde, niet zo lange verhalen die in de decennia na de evenementen werden geredigeerd, kon ik me alle vrijheid veroorloven."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
De Adelaars van Rome 5
Over Arminius en Falco: "Mijn verhaal rust op een historisch fundament, ik probeer me niet te wagen aan fantasy of mythologie. Dit is geen Conan de Barbaar! De enige uitzondering zijn de weerkerende dromen van Falco en de voorspelling om Arminius, die ervan is overtuigd dat hij uitverkoren is door de goden, gerust te stellen. Falco is minder ambitieus en in alles minder passief. In dit album ondergaat hij veel terwijl hij enerzijds de drie legioenen en anderzijds zijn familie probeert te redden." 

Over tegenstrijdigheid: "Hoewel hij alles dreigt te verliezen, is Falco geen vriendelijk, heldhaftig en integer personage. Hij is een van de bezetters en hij bezit slaven in Rome. Ik speel graag met de tegenstrijdigheid van dit personage dat soms arrogant en superieur overkomt en soms menselijk en kwetsbaar. Door die ambiguïteit kan de lezer beïnvloed worden door hem soms parrtij te laten kiezen voor het ene of het andere personage of zelfs van kamp te veranderen. Dat vind ik fascinerend. Een goede en een slechte opvoeren, zou te gemakkelijk geweest zijn..." 

Over de mist:
"Ik gebruik vloeibare acryl voor de inkleuring. Om een mist op te roepen, gebruik ik eerst water, wat de kleur verdunt, en dan vertrouw ik op mijn penseel. Soms komen er vormen tevoorschijn, een beetje vaag wanneer de barbaren uit de mist opdoemen op de volgende pagina. Je kan niet alles overzien. Het resultaat is veel mysterieuzer en intrigerender dan mocht ik alles klaar en duidelijk getoond hebben. Ik heb het zo gelaten."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 20
De Adelaars van Rome 5
Over dierensymbolen: "Het hert is het symbool van de Cheruskenfamilie van Arminius dat op de schilden voorkomt. De wolf is tegelijk een Romeins als een Germaans symbool want er is de Romeinse wolf, de wolvenhuiden die gedragen worden door de Romeinse vaandeldragers en de belichaming van het wilde dier bij de barbaren. In de loop van de reeks droomt Falco van een gevecht tussen een adelaar en een wolf. Dat is natuurlijk symbolisch en wordt op het einde van het verhaal duidelijk gemaakt." 

Over horizontale en verticale prenten: "Ongetwijfeld onder invloed van films verkies ik horizontale beelden boven verticale. Verticale prenten komen dan weer van pas voor het evenwicht van de platen met inserts waarmee je kan variëren voor een minder traditionele bladschikking. Ik speel graag met het formaat als ze het verhaal dienen, het lezen vooruithelpen en kunnen helpen om gewaagde perspectieven in decors te gebruiken." 

Over instinct:
"In mijn storyboard werk ik alleen met horizontale beelden die het mij gemakkelijker maken en mijn scènes beter helpen opbouwen. Achteraf pas denk ik na over de precieze bladschikking om nog wat over te laten aan mijn instinct. Zo stel ik me niet te veel vragen over het spel tussen de horizontale en de verschillende verticale elementen in deze scène, zoals de speren, de bomen of de tralies van de kooi. Ik moet ze gewoon tekenen, dat is alles. Als het de dramaturgie versterkt, is dat des te beter, maar ik heb het niet aangepakt zoals een Alan Moore. Tenzij onbewust!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
De Adelaars van Rome 5
Over koude en warme kleuren: "Als ik een boom teken en inkleur, heb ik de neiging om alle bladeren te tonen. Ik heb daarom een manier gevonden om ze te stileren, met name dankzij koude kleuren. We zijn in Germanië, een land dat in die tijd weinig gastvrij was voor de Romeinen. Die keuze versterkt de dramaturgie, ook al moest het bos veel groener, zelfs roder en oranjer zijn tijdens het verloop van de veldslag op het einde van de zomer en het begin van de herfst. Mocht ik de realiteit gerespecteerd hebben, zou het er veel warmer uitgezien hebben."

Over shit: "Tijdens de velslag wilde ik dat je het bloed en de modder ziet, dat je de geur van de man-tegen-mangevechten ruikt die in die periode gebeurden. De Romeinen zitten in de shit! Er zijn uiteraard zaken die ik niet toon, en er komt een director's cut uit voor Kerstmis.... Nee, dat is een grap! Ik heb gewoon enkele scènes en beelden geschrapt."

Over de covers:
"De covers van de serie tonen de evolutie van de relatie tussen Arminius en Falco. Op deel 1 staan ze zij aan zij. Op deel 2 staan ze nog steeds naast elkaar, maar rug tegen rug. Op de delen 3 en 4 zijn ze van elkaar gescheiden. Het coverbeeld van deel 5 had ik al jaren in mijn achterhoofd. Ik heb al twee, drie ideeën voor de volgende cover die mogelijk een antwoord zou kunnen zijn op die van deel 5. Ik begin er nog niet aan tot ik heb beslist."

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel