Daedalus Saga Uitgaven Uitgeverij L  
 
De Commentator

Toegevoegd op 20 april:
Didier Tarquin over Lanfeust Odyssey 10

Toegevoegd op 10 april:

Brüno en Fabien Nury over Tyler Cross 3

Toegevoegd op 6 april:

Philippe Delzenne over de cover van Jommeke 294
Alberto Varanda over De Levende Dood

Toegevoegd op 23 maart:

Sylvain Vallée over Katanga 3

Toegevoegd op 16 maart:

Mario Boon over Dirk
Marc de Lobie over Folchard, de Drenkeling (1)

Toegevoegd op 9 maart:

Joël Parnotte over Aristophania 1
 
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Christophe Alliel en Aurélien Ducoudray
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Ger Apeldoorn
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Frédéric Blier
Olivier Boiscommun
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
Mario Boon
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Marc Bourgne
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Theo Caneschi
Paul Cauuet
Lounis Chabane
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Steve Cuzor
Robbert Damen
Sébastien Damour
Frodo De Decker
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Nicolas Delestret en Stéphane Massard
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Franky Drappier
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Bruno Duhamel
Steven Dupré en Conz
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Rino Feys
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Jean-Pierre Gibrat
Christian Gine
Antoine Giner-Belmonte
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
José Homs
Hub
Éric Hübsch
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Olivier Ledroit en Thomas Day
Hec Leemans
Frank Le Gall
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Giovanni Lorusso en Olivier Peru
Stéphane Louis
Maël
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
Mikaël
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Marcel Pagnol
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Régis Penet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Willem Ritstier
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Fred Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Ronan Toulhoat
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Alberto Varanda
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Laurent Verron
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Éric Warnauts en Guy Raives
Colin Wilson
Philippe Xavier
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Didier Tarquin over Lanfeust Odyssey 10
20/04
TOP
Lanfeust Odyssey 10
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 120 van december 2018.

Lanfeust Odyssey 10
Over het landschap: "Dit is het ultieme album van Lanfeust Odyssey. Ik had me voorbereid op scènes met grote menigtes, een zwarte hemel met draken, de gekste krachten die zich zouden ontketenen. En wat ik kreeg, was een komische plattelandsscène in een decor zoals uit dat van Marcel Pagnols werk in Zuid-Frankrijk. Christophe heeft het talent om mensen op het verkeerde been te zetten. Hij heeft gelijk, de lezers vinden het leuk en de tekenaar blijft bij de pinken."

Over snelheid: "Christophe had deze pagina opgedeeld in vier stroken, heel klassiek. Daar zag je Hebus op die kamer per kamer door de toren ging. Volgens mij vertraagde de ruimte tussen de prenten de actie terwijl onze trol alles vernielde aan de snelheid van een kanonskogel. Die snelheid voegt iets komisch toe aan de situatie. Ik heb dus één grote prent voorgesteld en plots had de pagina meer impact. Tof was er dol op."

Over de toren: "Ik heb erop gelet dat de toren en de opbouw geloofwaardig zouden zijn. Ik ben geen metselaar, maar ik ben meerdere keren verhuisd en ik heb enkele muren moeten metselen. De rechtermuur steunt op een grote rots, wat wenselijk is op een helling. En mijn structuur is coherent. Ik heb graag dat alles klopt, ook al kom ik nog niet aan het niveau van het realisme van Philippe Francqs Largo Winch."

Over siësta: "Wees niet verbaasd over het stelletje dat overdag in bed ligt. In Zuid-Frankrijk wordt de siësta nageleefd. Ik verdenk deze twee ervan dat ze weggeglipt zijn. Ik herinner me niet een boek getekend te hebben dat uit het bed valt. Misschien waren ze Vijftig Tinten Grijs aan het lezen. Ik laat de rest aan de verbeelding van de lezer over."


Lanfeust Odyssey 10
Over tekst en lichaamstaal: "Hoe kan je Zuid-Frankrijk accentueren in een stripverhaal? Via de tekst natuurlijk, dat is de job van Tof, en ook door de lichaamstaal. Op de vorige pagina houdt een hand een petanquebal vast en het kind spreekt dialect."

Over monden: "Een ander detail, dat enkel in deze scène is te zien, zijn de monden. Mijn dorpelingen hebben allen grote monden die altijd breed geopend worden. En ik teken een sexy Cixi in een semi-realistische stijl wat het koboldgehalte van mijn personage accentueert."

Over switchen: "De mogelijkheid om voortdurend te kunnen switchen tussen realisme en humor is het immense voordeel van de semi-realistische stijl. Toen we de reeks lanceerden, borduurden we voort op de ervaring van Marcel Gotlib, een kampioen in de kunst om met een realistisch aanvoelende tekening te beginnen om vervolgens te ontaarden in totale waanzin met een ongelofelijke overdrijving. Ik heb ook veel beroep gedaan op mijn kennis van manga's waarin een realistisch personage plots een gezicht heeft dat totaal vervormd is en overgaat in een komische modus. En dat werkt heel goed. De lezer volgde ons meteen op deze weg."

Over bimborood: "De landschappen in Armalië bestaan echt, ik woon er zelf! Het gebied heeft niet veel bomen, het gesteente is witte kalksteen. Het gras is misschien een beetje te groen, maar Christophe heeft liever sterke kleuren. Het rood van Cixi moet heel rood zijn en de groene tinten veeleer helder. Ik vroeg Lyse, mijn partner en inkleurster, om het rood van Cixi te laten evolueren van het bimborood toen ze nog zestien jaar was. Vandaag is ze een oudere vrouw en heeft die kleur geen zin meer."


Lanfeust Odyssey 10
Over de duizendpoot: "Het zal de lezer wellicht minder verbazen, want hij heeft er al andere gezien, dat de koets zich voortbeweegt op een duizendpoot. Die zie je niet vaak in westerns. Let erop dat ze ook een verwrongen mond heeft."

Over opschieten: "Voor deze eenmalige personages maak ik geen voorstudies. Ze komen spontaan. Daarom schiet ik ook graag op. Als ik te lang blijf talmen, ben ik niet meer in dezelfde gemoedstoestand en ben ik ook minder betrokken bij het personage dat dan nog zou kunnen veranderen."

Over kippen: "Hier zijn mijn kippen weer. Een kip is zo dwaas! Ik ben gek op kippen. In Lanfeust van de Sterren heb ik een kip getekend die Lanfeust volgt. Het is een knipoog naar Arleston van het soort: 'Wat denk je daartegen te kunnen doen?' Ik kreeg de gewenste reactie. Na een tiental pagina's sprak hij me erover aan en ik antwoordde hem: 'Je hoeft haar enkel nog in je groepje op te nemen.' 'Nee', zei hij. 'Ja!', zei ik."

Over Idefix: "Die kip is mijn Idefix, het hondje dat Uderzo opdrong aan Goscinny. Met een klein verschil: Asterix en Obelix hebben een intelligent hondje en Lanfeust heeft een idiote kip. Ik voelde me geneigd de kip binnen te sluizen in Odyssey. En dat idee heb ik opgegeven uit vrees dat het irritant zou worden, en ook omdat we al snel overgingen tot actie. Maar toen ik de kans kreeg er enkele binnen te smokkelen, zoals hier, geneer ik me niet."

Over flapins: "Hetzelfde geldt voor de 'flapins' (de konijnachtige dieren naar het Franse woord 'lapin' voor 'konijn'), mijn diertjes die je zowat overal terugvindt. Lees de titel van het boek in de laatste prent ondersteboven (die niet werd vertaald, er staat: 'Hoeveel flapins zijn er?'). En nee, ik heb ze niet geteld!"


Lanfeust Odyssey 10
Over lol: "Een ander voorbeeld van het mengen van genres: een realistische Cixi en een onmogelijke kip naast elkaar. Twee totaal verschillende blikken. En het werkt! Mijn stijl is niet strak en daardoor kan ik plezierige associaties maken. Je kan jezelf limieten opleggen en die soms overtreden en daar lol in hebben."

Over de rover: "Het scenario van Tof zegt gewoon: 'Een kleine, dikke rover met baard die er niet zo gevaarlijk uitziet'. Ik wou dat het personage in één keer duidelijk was, want hij is niet lang te zien, maar op het einde van het verhaal is hij heel belangrijk. Het is warm, hij houdt van zijn comfort. Hij beschikt dus over een beker en een kruik voor zijn pastis. Ik laat hem op een krukje staan waarop hij kan zitten als er niet te veel voorbijgangers zijn om te beroven. En zo lijkt hij ook groter. Zijn job brengt hem zeker niet veel op aan de staat van zijn cape te oordelen. En wat het zwaard betreft... dat is groter dan hem en hij hoeft het niet veel te heffen. Kijk maar naar de klimop die ik langs het lemmet laat groeien."

Over iets extra: "Als final touch gaf ik de rover een masker hoewel iedereen hem kent. Dat maakt hem echt belachelijk. Zo toon ik aan in welke mate deze kerel ongevaarlijk is. De mensen uit de streek maken zich zelfs ongerust over zijn gezondheid. Dat is pure Arleston. Ik ben blij dat ik iets extra aan de plaat heb kunnen toevoegen. Toen Tof het zag, vond hij het grappig. Goed gelukt dus."

Over reconstructie: "Ik hou wel van kleinere prenten op grotere. Ze verkorten de tijd tussen de prenten. Het oog van de lezer weet dat er decor achter zit, dus reconstrueert hij het onbewust zelf en hij beeldt zich bijgevolg een grotere prent in."


Brüno en Fabien Nury over Tyler Cross 3
06/04
TOP
Tyler Cross 3
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 112 van maart 2018.

Tyler Cross 3
Brüno over het midden: "In het begin van het proces is er het scenario van Fabien. Op het einde mijn inkting. In het midden zitten we beiden."

Fabien Nury over samenwerken: "We werken graag samen en niet de ene die het werk doet na de ander. Ieder erkent dat hij zijn werk moet aanpassen in functie van wat de ander doet. Dat is tegelijk vermoeiend en aangenaam. Daardoor kunnen veel dingen uitgeprobeerd worden en kunnen we veeleisender zijn tegenover onszelf. Brüno legt zich uitermate toe op het storyboard. Dat probeer ik zelf ook te doen. Ik werk 140-150 pagina's uit voor een strip van 90 pagina's. Ik schrijf veel onnodige scènes om de personages beter te kennen. Op het einde hopen we er het beste van over te houden."

Brüno over uitzoomen: "Liever dan vanuit het algemene te vertrekken om naar het specifieke te gaan, doen wij het omgekeerde. Dat geeft meer impact aan de vertelling. Deze scène is een lange vorm van uitzoomen. We starten met een pilaar die gebouwd wordt. En uiteindelijk is zelfs op het plakkaat een uitgezoomd gebouw te zien."

Brüno over variatie: "In tegenstelling tot de eerste twee delen is er veel variatie in de decors. Hierna volgen nog scènes op en zelfs onder water, op woonboten, enzovoort. We tonen veel verschillende facetten van Miami en Florida. Het is interessant om te zien hoe we heel uiteenlopende plaatsen kunnen beschrijven met ons minimalistische, zeer suggestieve systeem."

Brüno over hergebruik: "Dit einde van de proloog is nogal contemplatief. Op de volgende pagina is daarom een beetje een agressieve kadrering nodig. Vandaar de close-up op de geluidsdemper en het oog van het meisje. Het is een scène uit The Outfit. Het is een uiterst grafisch beeld dat indruk op ons maakte en we wisten dat we het zouden overnemen."


Tyler Cross 3
Brüno over buiten beeld: "We werken enorm veel aan wat zich buiten beeld afspeelt. We werken met gemiddeld minder prenten per pagina dan een klassieke Franco-Belgische strip die strak op elkaar volgen. Met drie of vier prenten zoals op deze pagina mogen we geen fouten maken."

Brüno over focus: "We werken met het effect van motieven. De haren van het meisje en haar hoofd creëren een motief. Tegelijk is de geweerloop drie keer te zien vanuit een andere hoek. De prenten antwoorden op elkaar. De tweede zoomt uit op de eerste, de derde zoomt in op de tweede. Inzoomen en uitzoomen geeft ritme aan de vertelling. Voor een grotere impact is het niet nodig om meer standpunten en elementen in de prenten te gebruiken. Daardoor zou datgene waar we de focus op willen leggen uit het oog verloren raken en we zouden de lezer ermee afleiden."

Brüno over intelligentie: "We beschrijven de kamer nagenoeg niet. Tyler is niet te zien. Resultaat: een sterkere impact dan met een prent vol onnodige details. We doen een beroep op de intelligentie van de lezer. Het is aan hem om de leegten op te vullen. Het belangrijkste is de interactie tussen het pistool en dat meisje. Ik vind het flatterend en opwindend voor de lezer om hem de kamer op de achtergrond te laten reconstrueren terwijl hij de pagina leest."

Fabien Nury over iconografie: "Amerikaanse B-series werden gefilmd met een gebrek aan middelen. Zonder decor filmden ze schaduwen om de komst van moordenaars te tonen. Die mensen hebben uit economische noodzaak visuele codes voor het genre gecreëerd! Ze verwierven zo'n grote impact dat hun beelden iconografisch zijn geworden en die we nog steeds gebruiken."


Tyler Cross 3
Brüno over breedbeeld: "Op deze pagina's zijn onze weerkerende motieven te zien: de Cinemascope-prenten (smalle, paginabrede prenten zoals het breedbeeld in oude films in het Cinemascope-procedé, red.). Er ontstaat expansie als je in plaats van een strook een breedbeeld toepast: de tijd lijkt daardoor veel trager te verlopen. Hoge, staande prenten versnellen de tijd daarentegen. En prenten in de lengte zijn dramatischer dan een strook die in twee is gedeeld."

Brüno over de voice-over: "Deze heel literaire voice-over staat toe om te tonen wat van belang is. We hebben veel bewegingsvrijheid. We zoeken naar beelden die iets bijdragen."

Fabien Nury over voice-overs: "Ik vind het heel bevrijdend om in de derde persoon te vertellen. Het vermijdt heel wat onnodige dialogen, we winnen ruimte en een narratieve dichtheid. Dat is inherent aan het noir-genre. En tegelijk is dat gebruik van een voice-over een pure stripvorm. Het is een terugkeer naar het vertellende, met een aanpak van een Jean-Michel Charlier of sommige comics. Met een voice-over kan een scène ontsloten worden en kan de indruk zelfs gegeven worden dat het tegelijk om een roes van waanzin gaat, of om vijftig jaar geschiedenis in twee pagina's te vertellen. Er kunnen ook heel wat grappen of ironische commentaren meegegeven worden. In de eerste versie van het eerste album schreef ik veel van die commentaren, gewoon om mezelf een plezier te doen. We stelden vast dat als we die zouden weglaten er niets meer zou overblijven."

Brüno over controle: "In tegenstelling tot films hebben we het kijk- en leestempo niet in de hand. Het is dus belangrijk om de controle over te nemen met voice-overs waar ze het best uitkomen. Ze allemaal links of rechts plaatsen zou een dooddoener voor het ritme geweest zijn. Ze afwisselend links en rechts plaatsen, verplicht de lezer om de beelden te bekijken."


Tyler Cross 3
Brüno over betere beheersing: "Er zitten veel meer contrasten in dit album. Alles is agressiever, meer gespannen. Dat hangt van heel wat elementen af: we beheersen veel beter de vertelling en we hebben begrepen dat Tyler Cross veel aanweziger is als hij niet in beeld komt. Hem in tegenlicht zien, met slechts een gedeelte van zijn wapen of zijn hand, weegt tien keer meer door dan hem te laten rondlopen in een kamer."

Brüno over maximale betrokkenheid: "Ik heb het werk van Eduardo Risso (100 Bullets) intens bestudeerd. Hij heeft een buitengewone tekenstijl met bijzonder contrastrijke partijen op z'n Frank Millers terwijl andere gedeelten van zijn tekeningen pure klare lijn zijn. Die mix van stijlen heeft mij gestimuleerd. Met Tyler Cross heb ik de indruk dat we dichter de comics benaderen dan de Franco-Belgische strip, met een streven naar efficiëntie en een maximale betrokkenheid van de lezer."

Brüno over dynamiek: "Ik denk dat ik mijn expressionistisch palet heb uitgebreid. Ik heb een zwarte muur, een afgetekende vorm in de schaduw, maar geen pure clair-obscur. Risso werkt ook zo. Met decorelementen of prenten met nagenoeg compleet zwarte silhouetten en een ander element dat in klare lijn wordt getekend. Het naast elkaar plaatsen van de twee creëert een interessant, dynamisch effect."

Fabien Nury over zwart-wit en kleur: "Net zoals bij de twee vorige delen bestaat er ook een versie in zwart-wit (enkel in het Frans, red.). De detectivestrip is in zekere mate zwart-wit. De Florida-detective is ook een filmgenre uit de jaren 1960 met glimmende kleuren... Ik hou van het zwart-wit van John Huston, Michael Curtiz, Raoul Walsh, maar ook van de schreeuwerige visie van John Boorman of Don Siegel, of net zo goed van Italiaanse thrillers van Dario Argento of Mario Bava. We hadden het geluk om van de twee versies gebruik te kunnen maken, daar moesten we ten volle van profiteren."


Philippe Delzenne over de cover van Jommeke 294
06/04
TOP
Jommeke 294
We nodigden Philippe Delzenne uit om naar aanleiding van Jommeke 294: De Wraak van de Mummies het ontwerpen van een geslaagde cover uit te leggen.

"Meestal denk ik aan een cover voor een verhaal van Jommeke wanneer het volledig getekend is. Meestal teken ik die cover tijdens het schrijven van het volgende avontuur.

Een cover is een eyecatcher, het eerste wat lezers en kijkers te zien krijgen van een nieuw verhaal. Het moet in één oogopslag binnenkomen. Men moet in een covertekening gezogen worden. Men moet verschieten, en samen met de titel grote goesting hebben om de coverscène te ontdekken.

Een cover moet niet expliciet een scène bevatten die effectief in het verhaal als dusdanig voorkomt. Het kan een 'ongeveerheid' belichten van een betreffende scène. Of een situatie samengesteld uit verschillende elementen uit het verhaal.

Een cover voor Jommeke ontstaat bij mij wanneer ik mij ontspannen verdiep in de scènes uit het verhaal. Ik probeer dan te zien hoe iets kan triggeren, kan laten binnenkomen.

Een cover is een zwembad waar je wil inspringen, zonder te twijfelen. Waar dikwijls rekening mee gehouden wordt, is dat onze held Jommeke er zo groot mogelijk en in vooraanzicht op staat. Dat is niet altijd evident, zelfs dikwijls lastig. Een grote Jommeke neemt al direct veel ruimte in beslag, de gulzigaard. In feite is een cover een puzzel die is gemaakt uit stukjes die ik samenraap uit het verhaal.

Een idee voor een cover dient zich plots aan of laat zich enkel vinden na veel denken. Eens de summiere schets klaar is, volgt de uitwerking vrij vlot. Ik merk dat ik niet veel voorbereidend tekenwerk in een cover stop, toch niet op papier, des te meer in mijn hoofd.

Een cover tekent lekker weg, merk ik al tientallen jaren. Het is eigenlijk een plezierige illustratie. Ik doe dit met veel goesting, net zoals de eerste prent van een verhaal. Dat zijn prenten die de lezer/kijker in het verhaal moeten trekken.

Meestal is een cover een volle dagtaak. Rondlopend in de voormiddag, nadenkend over hoe het er moet uitzien, 's namiddags schetsen en verfijnen en tegen de vooravond de boel inkten, op een ontspannen manier. Dan plaats ik hem op mijn boekenkast en kijk ernaar in het voorbijlopen, toon hem aan mijn 'madam' en soms corrigeer ik hier en daar wat. En titels, daar ben ik ook graag mee bezig. Makkelijk is dat niet, en soms zijn ze zo voor de hand liggend dat ze zoutloos worden.

Jommeke 247Een cover is als een sterke generiek van een film. Een cover is de grote strik met mooi cadeaupapier dat we rond onze creatie wikkelen.

Om te besluiten denk ik dat een cover en een titel de kracht moeten hebben om iemand voor enkele seconden te laten schrikken en bij zichzelf de kriebelende goesting moet opwekken om dat verhaal toch maar vlug aan te schaffen om te weten te komen wat het verhaal achter die prikkelende cover wel kan zijn. Dat lukt niet altijd, hoor, maar af en toe zitten ze lekker in de vingers, die covers en titels...

Voor de Jommekes wil ik hier ook benadrukken dat Agnes Nys enorm bijdraagt met haar sublieme inkleuring. Waarvoor buiging, allen samen. Met De Wraak van de Mummies is ze daar zeer goed in geslaagd. Kijk ook eens naar Krokodillentranen (deel 247), dat was ook de nagel op de kop (van de farao) qua cover, inkleuring en titel."


Alberto Varanda over De Levende Dood
06/04
TOP
De Levende Dood
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 116 van juli/augustus 2018.

De Levende Dood
Over gotisch kantje: "De twee Oliviers van Comix Buro, Vatine en Sztejnfater, lieten me Stefan Wul ontdekken door me de pitch van zijn romans te vertellen. Ik was meteen dol op De Levende Dood. Ik ben niet zo'n sf-liefhebber, maar ik was eerder gewonnen voor de donkere, gotische kant, zo tussen Frankenstein en Dracula in. Het is de enige van de twaalf titels die ik me zag bewerken. Ik heb het boek verslonden en stelde me een bewerking voor in gravures."

Over vijf jaar werk: "Een gravurestijl wou ik al jaren toepassen. Uitgevers vreesden mijn vertragingen en wilden me er niet over horen spreken. Ik kan hun geen ongelijk geven, ik deed er vijf jaar over om De Levende Dood te tekenen met slechts een pauze van twee maanden: Vatine vertrok naar Tahiti en liet geen vervolg van het scenario achter."

Over potloodtekeningen: "Als ik de kans krijg om met een uitstekende regisseur te werken, laat ik hem doen. Olivier maakte het storyboard dat ik nagenoeg trouw heb gevolgd. In het begin werkte ik de potloodtekeningen heel zwaar uit. Helaas, toen ik begon te inkten met arceringen, verknoeide ik mijn tekeningen. Ik ben toen overgeschakeld op lichtere potloodtekeningen. Ik werk op A3-papier. Ik heb het storyboard van Olivier voor me op het computerscherm staan. In Photoshop kleur ik mijn lijntekeningen in met aquarel om de sfeer weer te geven door met licht en donker te werken. Dat werk onder ogen helpt me veel."

Over genieten: "Deze plaat kostte me anderhalve week. Het album bevat enkele paginagrote prenten die een rustpunt zijn tussen de hoofdstukken. Dit werk doe ik het liefst. Ik zie graag de architectuur en geniet ervan. Wul was een tandarts, maar ook een dichter die zich inbeeldde dat boeken ook in de toekomst nog bestaan. Bedankt! Het was een waar plezier om goed gevulde bibliotheken te tekenen."


De Levende Dood
Over zwart-wit: "Ik hou van academische tekeningen en schilderijen. Terwijl ik een plaat inkt, zie ik die enkel in zwart-wit voor me. Vanaf de eerste arceerpogingen hadden we snel door dat het zwart veel deel uitmaakt van de plaat en er weinig ruimte zou zijn voor kleur. Vandaar de uniforme tinten met warme tonen in oker. En hier in blauw. De vorige plaat met meer variatie doet denken aan de postkaarten uit de jaren 1900: zwart-witfoto's die voor de gelegenheid zijn ingekleurd. Ik denk dat de liefhebbers van tekeningen voor de zwart-witversie zullen kiezen (naast de kleurenversie is in het Frans ook een gelimiteerde editie in zwart-wit verschenen, red.)."

Over rondingen: "Olivier wou Martha het initiatief zien nemen tegenover een eerder maagdelijke Joachim. We voelen aan dat die mooie vrouw hem domineert zelfs wanneer ze zit en hij rechtstaat. De gordijnen die ze opendoet, zag ik als zware gordijnen. Ze bestaan slechts uit rechte arceringen. Geen ronde arceringen om net haar rondingen te kunnen accentueren. Als student ontdekte ik die manier van inkten bij de Amerikaan Franklin Booth die in populaire magazines publiceerde in het begin van de twintigste eeuw."

Over groot-klein: "Ik werk niet graag aan te kleine tekeningen. Hier gaat het nog. Met grote prenten, zoals linksboven, kan ik mezelf een plezier doen. Normaal gezien tekenen illustratoren die arceringen gebruiken op grote formaten zodat ze de technische en esthetische kant kunnen uitwerken voor die methode. Op een te klein formaat is het werkelijk frustrerend."

Over (g)een probleem: "Ik heb er niets op tegen om lang over een prent te doen En ik heb er een hekel aan om zomaar van de ene naar de andere prent over te schakelen. Als schilder kan ik een maand over hetzelfde doek doen. Dat is voor mij geen probleem, maar wel voor de uitgever die op mijn platen wacht."


De Levende Dood
Over sensualiteit: "Drie stroken en een zekere sensualiteit per strook, uitgedrukt via de lippen, de handen die elkaar aanraken en het woord 'kom'. In veel scènes proberen Olivier en ik een zekere emotie, een zeker gevoel, te leggen."

Over transparantie: "Het baldakijn in de laatste prent bestaat uit doorzichtige sluiers en het is ook met arceringen getekend. Ik heb het afgewerkt met witte arceringen om de structuur een beetje lichter te maken. Ik heb het complete decor erachter getekend om een leidraad te hebben. Het moet doorheen de sluiters te zien zijn."

Over brillen: "In de loop van de jaren, terwijl ik aan De Levende Dood werkte, heb ik mijn ogen verknoeid. Mijn bril was niet langer in orde voor me. Tot mijn afspraak bij de oogarts gebruikte ik een bril met vergrootglazen. Uiteindelijk kreeg ik een voorschrift voor een nieuwe bril, maar die kon ik niet gebruiken voor mijn werk, want ik zou de afstand tussen twee arceerlijntjes anders hebben gezien. Dat was een probleem. Mijn eerste bril voldeed niet meer en ik heb een andere moeten kiezen om het weer groter te kunnen zien. En ik moest dus terug naar de oogarts omdat mijn zicht alweer was achteruitgegaan. Bijkomend ongemak: als ik zelf wil kunnen zien wat jij, de lezer, ziet, zou ik de vergrootglazen moeten weggooien, want die hebben mijn werk wat geschaad."

Over voorkeur: "Van bepaalde scènes uit het boek vond ik het jammer dat ik ze niet kon tekenen. De scène waarin het wezen de vorm aanneemt van Martha, zoals in The Abyss, om een oudere Joachim te verleiden bijvoorbeeld. Of de scène waarin meerdere Lises samenvloeien in één enkele entiteit. Maar er moest gekozen worden. En Olivier gaf de voorkeur aan de relaties tussen de personages en minder aan de horrorscènes. In het begin dan toch."


De Levende Dood
Over het kasteel: "Heb ik je al gezegd dat ik dol ben op Coppola's Dracula? Dit kasteel komt niet uit Transsylvanië, maar uit Duitsland. We vonden het op het internet. Olivier heeft het gecreëerd in 3D zodat ik het vanuit alle hoeken kon zien. We hebben de torens verlengd om het nog sierlijker te maken."

Over decors: "Ik kan er dagen en dagen over doen om een decor te tekenen. Ik ben in de eerste plaats een illustrator, daarna pas striptekenaar. Ik stel het moment uit waarop ik de personages moet toevoegen. Ik word lastig als ik die op mijn decor moet plakken. Ik heb dan het gevoel dat ik de decors vermink omdat ik mijn decors beschouw als volwaardige personages. Om die reden teken ik de personages op een ander vel en plaats ik ze op de computer in de decors. Zo blijft de tekening van mijn decor maagdelijk."

Over Franquin: "De parasol kostte me een hele dag werk. Ik tekende het rustig aan. Ik kruis en herkruis de arceringen tot ik tot het gewenste zwart kom. Ik heb Franquin ontmoet ten tijde van Zwartkijken. Hij vertelde me dat hij zijn zwartvlakken met een Rotringpen tekende met fijne lijntjes in plaats van die met een penseel vol te inkten. Hij deed dat allemaal om een zekere zachtheid van het papier op te zoeken. Men had hem gezegd dat bij het drukken het zwart gewoon zwart is, maar nee, voor hem was dat niet hetzelfde. Ik vind dat plezier terug. Terwijl ik het uitvoerde, was het verschrikkelijk. Nu ik er met plezier op terugkijk, is het groots."

Over angst: "Ik had angst voor elke pagina. Het is hetzelfde soort leed zoals bijvoorbeeld bij het beeldhouwen wanneer je een vorm zoekt. Daarna is elke voltooide plaat een nieuwe portie geluk. Elke keer ik mijn platen naar het atelier bracht, schepte ik er plezier in om Oliviers blik te zien wanneer hij mijn werk bekeek."


Sylvain Vallée over Katanga 3
23/03
TOP
Katanga 3
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 122 van februari/maart 2019.

Katanga 3
Over grotere ruimtes: "Na Er Was Eens en XIII Mystery wou ik weg van de kantoren, obscure straatjes van Parijs en de verstikkende jungles. Dankzij Katanga kon ik grotere ruimtes tekenen. Als ik voor een verhaal kies, ga ik tot de bodem van mijn persoonlijke, vormelijke voorkeuren. Over het algemeen waarderen scenaristen dat."

Over knipoogjes: "Charlie en Cantor bereiden hun hinderlaag voor Orsini voor. Knipoogje naar oorlogsfilms en westerns. Het zit allemaal een beetje in Katanga. Het aan de lezer om te raden naar welke film ik op deze pagina refereer. Dat spelletje amuseert Fabien (Nury, red.) erg, maar ook de voorspellende dialogen."

Over karikaturen: "Ik heb voor een karikaturale stijl gekozen voor iedereen, zowel blanken als zwarten. Het is een deel van onze vragen over de aantrekkelijkheid van de oorlog, van geweld. Lezers zouden gegêneerd kunnen worden door sommige gezichten en het daarna niet meer zijn bij een geweldscène met een ongelofelijke wreedheid. En omgekeerd. Daar mogen toch vraagtekens bij gezet worden, hé?"

Over de Schone en het Beest: "Charlie, die iedereen voortdurend bedriegt, mocht niet mooi zijn. Dat zou absurd geweest zijn. We kunnen moeilijk geloven dat een knappe gast zo'n domheden zou begaan. Vandaar dat hij er een beetje als een foute slappeling uitziet. Op de volgende pagina zien we zijn zus, de knappe Alicia. Ik wou een soort Schone en het Beest, wat heel goed werkt in dit soort verhaal. Charlie benadert de karikatuur en Alicia het semi-realistische. De andere personages schommelen tussen de twee."


Katanga 3
Over verticale overgang: "Deze pagina mixt de gekende geschiedenis van Katanga en ons verhaal: het bovenste gedeelte behandelt de opstand in Albertville als gevolg van de aanslag op Lumumba en de blanke kolonisators die in hun hotel vastzitten. Een wagen rijdt langs die gebeurtenissen met onze hoofdrolspelers erin. Het komt niet vaak voor dat ik een verticaal prentje als overgangsplaatje gebruik, maar hier is geen tijdsellips die ik meestal overbreng via een brede horizontale prent."

Over handelsmerk: "Orsini vertelt Alicia dat hij de brief heeft die ze naar de Verenigde Naties wil sturen. Emotionele sequentie. Alicia ontdekt dat zijn verraad is mislukt. De close-ups zijn een soort handelsmerk. Ik laat mijn personages graag spelen en zo juist mogelijk hun expressies treffen. Hier is Alicia half verrast te zien, want ze kent Orsini goed. Maar ze verwachtte niet dat hij die joker zou uitspelen."

Over uiterlijkheden: "In strips hebben we weinig tijd om een personage te definiëren. Het zou dus handig zijn om je te bedienen van het collectieve bewustzijn van de lezers over sommige uiterlijkheden. Een molliger figuur met een dikke neus komt vaak sympathieker over dan een heel droog personage. Met dat soort systeem kan je heel snel een personage treffen. Je kan daarbij veel tijd winnen. Orsini zag ik niet als te dik. Soms kan je met die codes de lezer op het verkeerde been zetten. Zoals met Charlie. Op het verkeerde been zetten, maar hem of haar niet compleet verliezen…"

Over opmerkingen: "Visueel is Katanga nagenoeg volledig mijn werk, de covers incluis. Fabien maakt twee of drie opmerkingen per album. We hebben via zes delen van Er Was Eens leren werken met elkaar."


Katanga 3
Over grenzen: "Omdat Orsini het niet verdient gespaard te worden, laat Alicia zich gaan en geeft ze in enkele woorden een helder beeld van hem en wat hij voorstelt. Fabien heeft op het laatste moment nog de volgende woorden over hem weggelaten: 'Hij zaait graag verschrikkingen om daar profijt uit te halen'. Hij vond dat er zelfs in cynische omschrijvingen een grens is."

Over overdrijven: "Ik besef meer en meer dat ik een tekenaar ben die overdrijft en het acteerspel van de personages soms overmatig aanzet. Voor de situaties heb ik daarentegen een heel realistische visie, zoals bij die brandscène. Ik had enorm veel vlammen kunnen tekenen. Dat is een typisch val waarin je kan lopen door de grote prent in het midden van de pagina. Maar ik heb me ver van de realiteit gehouden: de brandhaarden in de stad zijn intens, maar ver en het gaat niet om één grote brand."

Over ritme: "Dit is een typisch grafische bladschikking. Alles steunt op het ritme. Ik gebruik meerdere prenten om Cantor in close-ups de tijd te geven zijn geweer te nemen en te richten. Het is een rustmoment na het gesprek ervoor en het is een voorbereiding op de versnelling die eraan staat te komen. Het einde van de plaat gaat aan de verdere afloop van het verhaal vooraf. We nemen dus de tijd om de lezer voor te bereiden en zijn of haar hartslag te laten dalen."

Over documentatie: "Documentatie voedt, maar mag geen verplichting inhouden. Je moet je ervan bevrijden. Het draagt meer bij aan het uitspelen van de emoties en de menselijke relaties dan het grafisch beschrijven van de decors."


Katanga 3
Over de eindscène: "De eindscène vond ik ondanks de uitgesponnen lengte erg amusant om te maken. Ik heb trouwens twee pagina's aan het album toegevoegd om het goed op te bouwen. In verhalen met huurlingen en overvallen komen de inzet en de motivatie vaak tijdens het voorbereiden naar boven."

Over de diamanten: "De belangrijkste personages zijn verzameld op het tarmac dat baadt in een oranje, vreemde sfeer. Alles ontplooit zich rond die zakken met diamanten die op de motorkap van de jeep staan. Ze zijn het onderwerp van alle hebzucht, verlicht door de brand van het vliegtuig. Precies wat ik nodig had voor de dramaturgie van de eindscène."

Over de kleuren: "Ik stuur inkleurder Jean Bastide de geïnkte platen met indicaties voor de vertelling, het weer, de richting van het licht,... De kleurkeuze is de zaak van de inkleurder, zolang het niet strijdig is met de bedoelingen van het verhaal. In de laatste prent staan slechts twee personages om de verrassing te suggereren, de emotie van de hoofdrolspelers weer te geven en voor een impact op de lezer te zorgen. Het moet zin doen krijgen om de pagina om te slaan."

Over spectrum: "We wilden de lezer meenemen in een relatief ongemakkelijk verhaal en hem of haar ook vragen doen stellen over wat hij of zij leest en hem/haar na te laten denken over de realiteit die nog erger was. Bij een heel vermakelijke, plezierige lezing zal hij of zij zich geen vragen stellen. Ik verhul het geweld in Katanga niet veel, in tegenstelling tot wat het ietwat ronde, semi-realistische en karikaturale van de tekenstijl op het eerste gezicht laat uitschijnen. Die tekenstijl laat een groot spectrum aan toonaarden en emoties toe, van de lach tot de wansmaak."


Mario Boon over Dirk
16/03
TOP
Dirk
"Toen me gevraagd werd om op basis van Luc Colemonts verhaal het scenario te maken van Dirk was het eigenlijk een terugkeer naar mijn roots als scenarist. Ik had altijd al mijn eigen verhalen bedacht en geschreven tot ik Antony Johnston (Texas Strangers), Pieter van Oudheusden (Mon&Tuur, Catanova) en LeON (Doomsday) leerde kennen en ik me ging concentreren op het tekenen zelf. Nu, twintig jaar na mijn debuut, ging ik weer een eigen strip voor volwassenen schrijven.

De personages
Het casten van de personages was dan ook van primordiaal belang. Allereerst Dirk. Vijftig is het nieuwe veertig zeggen ze dus hij mocht geen half afgeleefde prepensioener zijn, maar iemand met al een verleden achter de rug en toch nog in de fleur van zijn leven. Uiteindelijk kwam ik bij Tom Waes (zie foto onder de illustratie met de hoofdpersonages) uit als inspiratiebron. Mooi meegenomen was dat Tom al een bekend gezicht voor een eerdere actie van de vzw Stop Darmkanker was. De hoofdrol van de verfilming is de zijne als-ie dat wil. 'Have your people, call my people, Tom!'
Voor de rest van de cast bleef ik weer zoveel mogelijk vrienden en kennissen inhuren. De jongste dochter van Dirk baseerde ik op Britt, een stagiaire van me, de gastro-endoloog van Dirk is uit het leven gegrepen, zelfs mijn inkleurster en haar man Vincenzo Cucca hebben een cameo.
Dirk
Dirk



Het verhaal
Al snel hadden we beslist dat we vooral géén educatieve strip mochten maken. Het moest een op zich staand one-shot worden. Een van mijn favoriete boutades is 'het leven is een strijd, wie lang leeft is een oudstrijder'. En het zou zich gedeeltelijk in Rome afspelen. Met deze twee uitgangspunten kom je dan haast vanzelf uit bij de gladiatoren. Deze larger than life entertainers hebben tegenwoordig een haast mythische status waar veel misverstanden rond bestaan, niet in het minst door de film Gladiator van Ridley Scott.
Ik had al snel de grote plaat in mijn hoofd en het hele gegeven van de twee realiteiten kwam haast vanzelf. Het schrijven van het scenario zelf verliep daarna verbazend vlot.

Pagina 1
Oké. Het scenario was geschreven en goedgekeurd en de personages stonden op punt. Alleen werd Nina op het laatst nog Sophia. Nu moest het moeilijkste beginnen. Ik had met Luc Colemont afgesproken dat — hoewel hij me 100% carte blanche gaf — ik hem en zijn vzw moest overtuigen met de eerste pagina's. Als het toch nog niet met hun visie klopte, konden ze het hele project nog altijd afblazen. Die eerste pagina was dan ook cruciaal om de look and feel juist te krijgen.
Ik ben geen realistische tekenaar en zal dat ook nooit nastreven, maar voor het verhaal van Dirk moest ik met mijn ontdekte tekenstijl uit Doomsday toch proberen een upgrade te doen. Dirk moest zo waarheidsgetrouw mogelijk zijn en de karakters moesten zo realistisch mogelijk zijn. Niet zozeer qua tekenstijl, maar in hun zijn en wezen. Dirk kan ieder van ons zijn, hij is geen superman en antiheld. Hij is een alledaagse man die plots met een levensbedreigende ziekte geconfronteerd wordt.
De inkleuring maakt of kraakt evenwel de beste tekeningen, dus zocht ik weer een bepaalde sfeer. Ik wilde al lang met Mariacristina werken en Dirk bleek het perfect excuus. Haar eerste pagina was meteen een schot in de roos en Luc was verkocht. We waren vertrokken!
Dirk

Pagina 17. Magisch realisme in het oude Rome
De lezer moet bij het lezen van de sequenties in het oude Rome het gevoel krijgen dat er iets niet klopt. Waarom wordt er ineens een tijdssprong van tweeduizend jaar gemaakt? Slechts op het einde van het verhaal mocht je het hoe en waarom te weten komen.
De découpage van deze sequenties maakte ik dan ook iets 'avontuurlijker' dan de sequenties in de hedendaagse tijd die ik meer conventioneel met drie of vier stroken maakte. Ook de inkleuring liet ik ietsje minder realistischer, meer broeieriger, uitvoeren. Alsof er een filter over de camera ligt.
Dirk

Pagina 19. Realisme en documentatie
Een coloscopie is dé manier om te achterhalen of er goed- of kwaadaardige poliepen (tumoren) in je dikke darm te vinden zijn. Niet de meest sexy soort van kijkoperatie, maar een geval van leven en dood. Dokter Colemont heeft meer dan twintig jaar zulke operaties uitgevoerd en het feit dat-ie veel te vaak slecht nieuws moest meedelen, was de directe aanleiding voor zijn 'kruistocht' tegen die sluipmoordenaar die darmkanker is. Kennis redt levens. Letterlijk.
De tumor in prentje 5 moest nog ettelijke keren 'verergerd' worden. Niet de meest smakelijke research...
Dirk

Pagina 23. Emotie vs actie
Dirk kan bijna niet verder verwijderd staan van Doomsday. Deze laatste moest zo rauw mogelijk verteld worden, moest tonen hoe een mens zou reageren als-ie in de theoretisch meest extreme situatie moest trachten te overleven. Waar je oerinstincten je menselijkheid overneemt. En toch gaat Dirk ook over hoe een mens zich staande probeert te houden in een extreme situatie.
Ik heb het verhaal van Dirk opgebouwd aan de hand van de rouwcurve van Kübler-Ross. Hoewel de focus van Elisabeth Kübler-Ross op stervensbegeleiding lag, zijn de vijf fasen herkenbaar in elke emotionele reactie op persoonlijke trauma en verandering.
Deze sequentie was voor mij dan ook een van de essentiële van het hele verhaal. Als Doomsday een Tarantino HBO-film zou zijn, is Dirk een ongegeneerde bleitfilm. En dat het hier regent, is daardoor zeker geen toeval."
Dirk


Dirk verscheen begin maart bij Ballon Comics. Het album is ook verkrijgbaar in het Frans en Engels onder de respectievelijke titels Jean en John.


Jean
John


Marc de Lobie over Folchard, de Drenkeling (1)
16/03
TOP
Folchard, de Drenkeling
Introductie
"In het voorjaar van 2018 kwam ik in gesprek met Johan Neefjes over een nieuw project. Ik had op dat moment al twee boeken van hem uitgegeven, Runrun en Yurei, en Johan gaf aan dat hij voor zijn volgende project iets anders zou willen. Hij wilde zich meer richten op de Europese stijl.
We raakten hierover aan de praat en ik kwam al snel uit op een historische strip met in de hoofdrol een Japanner die aanspoelt in Schotland ten tijde van de Vikinginvasies. Ik ging wat spelen met het idee, en al redelijk vlug verdween de Japanner. En Schotland. Wat bleef was een drenkeling en de Vikinginvasies. Het strijdtoneel werd verplaatst naar de kusten van Nederland in de negende eeuw, en een idee was geboren. Dat Schotland was verdwenen uit het verhaal vond Johan wel erg jammer, dus ik heb direct beloofd dat ik meerdere delen zou schrijven, waaronder een deel waarin hij zich lekker kon uitleven op rafelige kusten, ruwe bergen en ruige Highlanders. In de zomer van 2018, tijdens mijn vakantie in Denemarken, schreef ik het complete eerste deel uit. De weken daarna waren voor research.

Folchard, de Drenkeling

Even voorstellen
Johan Neefjes is een enorme liefhebber van de Japanse cultuur en spendeert zoveel mogelijk tijd in dat land. In het dagelijks leven is hij storyboardtekenaar, visualiser en illustrator bij het in Amsterdam gevestigde Roughmen. Zijn eerste boek (Runrun) verscheen in 2017 bij de toen net opgerichte manga uitgeverij Hanabi. Zijn tweede boek (Yurei) sloot meer aan bij het Europese strippubliek.
Ikzelf, Marc de Lobie, ben uitgever, bedenk cartoons voor Evert Kwok en schrijf verhalen. Daarnaast ben ik volop actief voor diverse projecten, waaronder het organiseren van stripbeurzen en de Dutch Manga Award. Ik ben mijn hele leven al met strips bezig en heb twee stripwinkels gehad.


Geschiedenis
De negende eeuw bleek een bron van inspiratie. Het was een roerige tijd vol avontuurlijke moordpartijen, verraad, onzekerheid en opportunisme. Gebiedsdelen werden ontvolkt en de machthebbers wisselden elkaar in hoog tempo af. Er werden spelletjes gespeeld op leven en dood, meestal over de ruggen van het gewone volk. In dat opzicht een heel herkenbare periode.
Nederland was in die tijd een troosteloos gebied. Nadat de Romeinen zich hadden teruggetrokken, bleven er wat enclaves en handelsstadjes bestaan. Nijmegen deed het nog aardig, Maastricht ook. Dorestad speelde een rol in de handel met Engeland, net zoals Antwerpen in het zuiden. Verder liep het land op het ritme van de getijden en probeerden boeren een schraal bestaan op te bouwen tussen schorren en kwelders.
Langzaamaan bouwden Friezen en Franken aan nieuwe rijken. Mede ingegeven door Karel de Grote kwam er weer orde in Europa en klom het uit de krater die was ontstaan door het wegvallen van de oude machtsstructuren.

Folchard, de Drenkeling

Het verhaal
De hoofdfiguur in dit verhaal is een Vikingjongen die aanspoelt op de kust van Walcheren. Hij wordt gevonden door plaatselijke kloosterlingen en meegenomen naar de abdij."


De afbeeldingen in dit artikel zijn voorbeelden uit het storyboard van Folhcard, de Drenkeling. Hieronder vind je ook wat personagestudies.

Folchard, de Drenkeling

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
TOPPERS
13 x XIII
14-18
De 25 bekendste konijnen
20 jaar Arcadia, 20 topstrips
25 jaar Vrije Vlucht
30 jaar Kiekeboe
49 Kanjers van Oranje
50 jaar De Rode Ridder
60 jaar Nero
70 jaar Kuifje-weekblad
80 jaar Robbedoes
Aantrekkelijkste Heldinnen Top 540
Asterix Top Six
Batmanspecial
BelgenTop 100
De Blauwbloezen Top 49
De Grenzeloze Top 500 (2010)
De Grenzeloze Top 500 (2012)
De Honderd Hoogtepunten van Willy Vandersteen
De Rest van de Wereld Top 50
FransenTop 100
Jaartoppers
Jommeke Top 10
De Kiekeboes top-15 (M/V)
Koppeltjestop 20
Napoleon in de strip
ReeksTop 50
Robbedoes
Schrijvers over Strips
Schurken- & Feeksentop
Star Wars
Suske en Wiske: 70 stroken in 70 dagen
Urbanus Top 15
De Wereld rond Franquin
Westernstrips