Daedalus Saga Uitgaven Uitgeverij L  
 
De Commentator

Toegevoegd op 17 oktober:
Christophe Simon over Kivu

Toegevoegd op 13 oktober:

Rino Feys over Altijd Ergens Oorlog 2
Ivan Adriaenssens over Oorlog in WARegem

Toegevoegd op 3 oktober:

Cyril Pedrosa over De Gouden Eeuw 1

Toegevoegd op 22 september:

Fred Simon over Mutations 1
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Christophe Alliel en Aurélien Ducoudray
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Ger Apeldoorn
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Frédéric Blier
Olivier Boiscommun
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Marc Bourgne
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Theo Caneschi
Paul Cauuet
Lounis Chabane
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Steve Cuzor
Robbert Damen
Sébastien Damour
Frodo De Decker
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Nicolas Delestret en Stéphane Massard
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Franky Drappier
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Bruno Duhamel
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Rino Feys
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Jean-Pierre Gibrat
Christian Gine
Antoine Giner-Belmonte
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
José Homs
Hub
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Olivier Ledroit en Thomas Day
Hec Leemans
Frank Le Gall
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Giovanni Lorusso en Olivier Peru
Stéphane Louis
Maël
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
Mikaël
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Marcel Pagnol
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Régis Penet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Willem Ritstier
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Fred Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Ronan Toulhoat
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Laurent Verron
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Éric Warnauts en Guy Raives
Colin Wilson
Philippe Xavier
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Christophe Simon over Kivu
17/10
TOP
Kivu
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 117 van augustus-september 2018.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 8
Kivu
Over Violette: "Violette en haar broer Jeremie vissen met een zelfgemaakt visnet. Alles groeit in dit land en de rivieren zijn visrijk. Baarsachtigen zijn er in het bijzonder te vinden. In het ziekenhuis van Panzi ontdekte ik een meisje dat helemaal onze Violette was, maar nog te jong voor de rol. Ik liet me daarom inspireren op meerdere kinderen. Ze draagt een lendendoek, het typische kledingstuk voor arme Afrikanen. De rijksten kleden zich vooral oosters. Op het platteland lopen ze blootsvoets."

Over Afrikanen: "Afrikanen hebben andere uiterlijke kenmerken dan blanken. Het enige probleem is dat we de twee personages enkel uit elkaar kunnen houden aan de hand van hun haren, behalve dan min of meer via hun wenkbrauwen die al of niet volgroeid zijn. Ze hebben beiden dezelfde huids- en haarkleur. En als we dat haar hadden laten groeien, dan zouden ze eruitzien als de Jackson Five!"

Over de hutten: "Het brandende dorp ligt er op de eerste plaat in een identieke prent vredig bij. De hutten zien er een beetje hetzelfde uit als degene die ik tijdens mijn vijf weken durende reis in Indië heb gezien, op documentatiejacht voor Corentin. Ze zijn opgetrokken uit planken en koeienmest, een heel taai materiaal. Het dak bestaat uit boomstammen of palmbladeren. Ze leven van landbouw en veeteelt."

Over klassiek: "Ik ben niet zeker of zulke dorpjes met enkele tientallen mensen over elektriciteit beschikken. Maar sommigen, niet allen, hebben smartphones. Deze dorpen zijn met elkaar verbonden via simpele, onverharde wegen. Voor een klassieke tekenstijl hanteer ik een klassieke paginaopbouw. Ik respecteer de structuur met vier stroken die Jean Van Hamme in zijn complete scenario toepast."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 9
Kivu
Over bevelen: "De groepjes met aanvallers zijn samengesteld met enkele kinderen die met machetes gewapend zijn. Alleen hun chef beschikt over een machinegeweer. De bevelen van de kolonel aan zijn welpen zijn het verkrachten en verminken van vrouwen en kinderen voor hun familie, baby's en bejaarden, levend of dood, verbranden in hun hut."

Over bewegingen: "Indien mogelijk gebruik ik een model, in de andere gevallen doe ik een beweging na voor een spiegel of mijn webcam. Ik zoek in slowmotion tot het gewenste beeld. Uiteraard ziet alles er vervormd uit via de lens, maar ik heb op zijn minst de pose. Ik verbeter het wel in de tekening. Sommige bewegingen zijn moeilijker om na te doen, zoals de klap. Ik waardeer de zekere vrijheid die Jean zijn tekenaars gunt. Jacques Martin was een scenarist en tekenaar. Zijn opdringerigheid vind ik niet terug bij Jean. Ik voel me nooit geïntimideerd, zelfs al is zijn scenario heel precies."

Over delicaatheid: "Prent 5 was moeilijk om te tekenen. Het meisje moest getoond worden met haar ontluikende borsten. Ze moest mooi en sensueel zijn, maar zonder lust op te wekken. Het is al delicaat genoeg."

Over de academische lijn: "Sinds Corentin spreekt men niet meer over de klare lijn tegen mij, maar over een academische lijn. Ik vat het op als een compliment. Ik hou van de schilderkunst, kunstenaars zoals Pierre-Paul Prud'hon, Jean-Léon Gérôme of Alexandre Cabanel. En de Belgische tekenaar en gravurekunstenaar Félicien Rops..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 10
Kivu
Over tonen: "Alles tonen, niets zeggen. Deze verkrachtingsscène mocht er niet eng uitzien, maar de lezer mocht zich toch niet op zijn gemak voelen. Ik toon daarom het uiteraard angstige gezicht van Violette niet. Daarna zien we dat ze haar slipje nog aan heeft toen de jongen haar probeerde te penetreren en daarna bij de poging tot sodomie van de kolonel. Ze ontsnapte dus aan het ergste."

Over uniformen: "De plunderende officiers dragen uiteraard een uniform die vaak werden verkocht door Belgische troepen toen ze zich terugtrokken uit voormalig Congo... Kivu in de collectie Getekend kunnen publiceren, toont aan dat het album bedoeld is voor een 16+-publiek en niet voor de jongere lezers van Alex of Corentin."

Over leven wekken: "Mijn personages tot leven wekken, blijft mijn belangrijkste bezigheid. Toen ik werkte voor Jacques Martin was het omgekeerd: hij dacht aan compositie, opbouw boven anatomie. Ik heb veel geleerd, nog steeds, door naar levend model te tekenen. Dat zal ook te zien zijn op een expo over Kivu en Corentin (die tot 24 november doorgaat in Huberty & Breyne Gallery in Brussel, red.). Mijn volgend project voor Le Lombard begint pas over drie maanden. Ik bereid voor de expo een reeks olieverfschilderijen en houtskooltekeningen voor."

Over pakketjes van vier:
"Het scenario van Jean is zo precies dat ik geen storyboard maak. Dat heb ik wel gemaakt voor Corentin omdat hij me zijn scenario liet uitwerken. Voor Kivu las ik zijn tekst, liet ik die bezinken en als ik alle beelden in mijn hoofd had, startte ik met de potloodtekeningen. Ik werk in pakketjes van vier pagina's die ik daarna in één keer inkt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 11
Kivu
Over contrast: "Een sterk contrast tussen het broeierige, groene, weelderige, gewelddadige Afrika en de financiële wereld zonder kleur, statisch en ijzig. Clean zoals een koelkast in een slagerij. Twee tegengestelde werelden staan op deze plaat verenigd. Om geen eventuele vergeldingsmaatregelen te riskeren, maken we geen enkele rechtstreekse allusie op een leider van de nieuwe economie en een belangrijke autoconstructeur, grote aankopers van coltan. Het gebouw is onpersoonlijk. En de stad die wat later te zien is, is een mix van Brussel, Nancy en Metz."

Over de saaie held: "En hier is onze held François Daans te zien. Nog in zijn rol van jong, dynamisch kaderlid met zijn haar dat goed zit, kostuum en das. De kerel die in zijn studies geslaagd is, het type eerste van de klas en een beetje saai. Jean verweet me in het begin zelfs dat ik 'm te knap heb getekend."

Over acteurs:
"Als filmliefhebber zie ik altijd gezichten van acteurs als ik een scenario lees. Ex-huurling Peter De Bruyne deed me denken aan Anthony Hopkins. En de voorzitter aan een overleden Franse acteur. Jean merkte op dat zijn erfgenamen misschien niet echt zullen appreciëren als ze ontdekken dat zijn uiterlijk is gebruikt in een niet zo flatterende context. Daarom veranderde ik de neus en drie dingetjes. Zo krijgt de lezer de indruk dat hij op iemand lijkt zonder hem te kunnen identificeren."

Over pen en penseel: "Ik werk op Schoellerpapier van 40 op 53 centimeter, ik teken met potlood en inkt met Chinese inkt. Ik gebruik een pen voor de gebouwen, vuurwapens, alles met rechte, fijne lijnen. Met penseel speel ik met zwarte vlakken en die geven wat dynamiek aan de personages, de begroeiing, enzovoort."


Rino Feys over Altijd Ergens Oorlog 2
13/10
TOP
Altijd Ergens Oorlog 2
"Ik herinner me dat ik — het is ondertussen alweer een jaar of zes geleden — in het restaurant toevallig naast het tafeltje van Jimmy Hostens zat. Halverwege het aperitief vroeg hij me of ik geen zin had een verhaal te schrijven over de Eerste Wereldoorlog. Hij was gefascineerd door het boek van Johan Delbecke, Kinderen in de Eerste Wereldoorlog. 'Maar ik ben een tekenaar, geen schrijver', zei hij. De week nadien zaten we weer ergens naast elkaar en toen was het snel beslist. Wat meteen vast stond, was dat het verhaal verteld zou worden vanuit de ogen van een kind. Geen boek over de loopgraven of de soldaten aan het front, maar over gewone burgers in bezet gebied, en hoe zij zich moesten zien te redden.

Ik begon te lezen over de Groote Oorlog. Roeselare bleek een garnizoensstad te zijn geweest, die kreunde onder het bestuur van de Duitsers. Niet zoals Ieper waar de geallieerden de dienst uitmaakten — en dat weliswaar zwaar gefolterd en met de grond gelijk gemaakt werd, maar waar de bevolking tenminste geen vier jaar lang naar de pijpen van de bezetter had hoeven te dansen.

Hier moesten de mensen van meet af aan alles ondergaan en afstaan en ze kregen er weinig of niets voor terug. Altijd maar inleveren. Hand- en spandiensten verrichten. En als de boeren of arbeiders al iets kregen, dan was het een aalmoes. Maar het was ook een mensenleven waard, want wie weigerde, bekocht het meestal met de dood.

Dus werd er handel gedreven met de vijand en klussen uitgevoerd aan het front. Vader was gaan vechten en moeder moest de zaken thuis zien te beredderen met zes, zeven, acht kinderen — dat was helemaal niet uitzonderlijk toen. Monden die gevoed moesten worden.
Op elk niveau dienden er afspraken gemaakt en compromissen gesloten met de vijand. Zaken die men na de oorlog liever vergat.

Ik heb mijn grootouders nooit iets over de Eerste Wereldoorlog horen vertellen, hoewel ze die als kind hebben meegemaakt. Iedereen zweeg als vermoord, alsof het de moeite niet was het erover te hebben, alsof de oorlog zich vooral in de Westhoek afgespeeld had. Toen we op zoek gingen naar ons verhaal, waren we dan ook stomverbaasd toen we te weten kwamen hoe lelijk de Duitsers hier huisgehouden hadden, hoe zwaar de oorlog hier toegeslagen had. En voor wie dacht dat het ergste voorbij was na de dag die als Schuwe Maandag de geschiedenisboeken haalde, toen de Duitsers bij het begin van de oorlog in Roeselare lukraak negenendertig inwoners executeerden: dommage pindafromage!

Altijd Ergens Oorlog 2

Brand
In de nacht voorafgaande aan onze nationale feestdag, zaterdag 21 juli 1917, voerden de Engelsen zware bombardementen uit waarbij het Arsenaal, de broederschool en de academie in de vlammen opgingen. In het Arsenaal waren er op dat moment soldaten en paarden gelegerd die geen schijn van kans hadden tegenover de beschietingen. Tientallen van hen vonden de dood in de vlammen. Zoals gewoonlijk werden er ook burgers gedood door de Engelse kogelregens, collateral damage, zoals men dat noemt. Jimmy slaagt er hier bijna in de hitte tastbaar te maken. Alsof je de vlammen voelt!

Altijd Ergens Oorlog 2
Priesters op de vlucht
Je ziet het wel vaker bij iemand voor wie het uur van de dood gekomen is: dat deze nog snel zijn heil zoekt bij God. Zelfs de meest ongelovige begint dan plots in wilde devotie te bidden. Want baat het niet, dan schaadt het niet! Aan het begin van de oorlog, toen het duidelijk werd dat er niets meer aan te doen was, dat er daadwerkelijk een oorlog zat aan te komen, viel de bevolking hier collectief in doodsangst op de knieën en vroeg de almachtige om hulp. Er werden talrijke smeekprocessies georganiseerd om het onheil alsnog af te wenden maar het mocht niet baten. Later, toen de oorlog al over de helft was, werd het de Roeselaarse priesters ineens te heet onder de voeten en lieten ze hun kudde in de steek.


Vader
Aan het begin van de oorlog werkt vader als seizoensarbeider in Frankrijk. In die tijd was het heel gewoon dat je een tijdlang naar het buitenland trok om er te werken. We lieten de vader van Marie deze rol opnemen om de last voor het huishouden, het opvoeden en het beschermen van de kinderen op de schouders van de moeder te kunnen leggen, als bij de moeders wiens man aan het front zat. Daarnaast heeft Marie hierdoor een reden om het verhaal op te schrijven: omdat er zoveel tegelijk gebeurt dat ze vreest dat ze het meeste vergeten zal zijn tegen dat ze haar vader terugziet.

In ons verhaal vernemen ze voor het eerst iets van vader aan het eind van het eerste deel door middel van een brief. Het tweede deel start met moeder die deze brief voorleest. Daaruit blijkt dat het vader ook niet voor de wind is gegaan en hij sinds het begin van de oorlog al menig watertje doorzwommen heeft. Altijd Ergens Oorlog is gebaseerd op meerdere getuigenverslagen en dagboeken uit het Roeselaarse in die tijd. De gebeurtenissen die binnen deze dagboeken overeen kwamen, vormen de rode draad waarbinnen we onze verzonnen hoofdfiguren hun avonturen konden laten beleven. Het gezin staat model voor meerdere gezinnen uit die tijd.

Altijd Ergens Oorlog 2

Hierboven zie je hoe vader vanuit Nederland terug naar België vlucht, naar zijn gezin. Maar hij loopt recht in de armen van de Duitsers. De perspectieven zijn weer uit de kunst. Dit is het derde stripverhaal dat Jimmy tekent en hij wordt steeds beter. Ik ben heel dankbaar dat ik met hem heb kunnen samenwerken. Ik kon mezelf geen betere tekenaar wensen! Heel wonderlijk is het om je woorden tot leven te zien wekken. Dit is de laatste pagina die Jimmy getekend heeft voor dit verhaal.

Altijd Ergens Oorlog 2
De Rode Baron
'Ik zou zo graag de Rode Baron nog eens laten vliegen boven Rumbeke', zei Jimmy op een keer, toen hij de laatste pagina's van het boek naderde, 'maar dat kan niet, want op dit moment van het verhaal is hij al enkele maanden dood.' Ik vind dat dit voor een stripauteur geen belemmering mag zijn. Want je bevindt je als schepper maar een trapje onder God! Nee serieus, ga je gang, zolang je er maar eerlijk over bent dat je op dat moment een loopje met de waarheid neemt. En zo neemt die goeie, ouwe Rode Baron nog eens deel aan een luchtgevecht terwijl hij in werkelijkheid al een tijdje onder de groene zoden lag.

Ik vind het zalig hoe Jimmy's vliegtuigen stuiteren door het luchtruim. Soms doet hij me zelfs denken aan Hugo Pratt voor wiens werk ik een grote bewondering heb. Die vervreemding, dat mysterieuze. Ik vroeg Jimmy ooit eens naar Pratt, maar hij was niet echt vertrouwd met diens werk. Het is dus puur toeval!


Bevrijding
Ons boek staat ook nog even stil bij de bevrijding. Na de eerste euforie komt al snel de kater, want een oorlog kent geen winnaars. Van de 5.388 huizen in Roeselare waren er nadien nog 1.677 bewoonbaar. Van de meer dan twintigduizend inwoners bleven er nog enkele honderden over. Het merendeel was op de vlucht geslagen. Veel vluchtelingen zagen hun vrees bij terugkeer bewaarheid worden: have en goed waren met de grond gelijk gemaakt. Maar ook voor wie zijn huis nog had, was het helemaal opnieuw beginnen. Dit allemaal bovenop het gemis van familie en vrienden die het niet overleefden. Niemand komt ongeschonden uit een oorlog.

Altijd Ergens Oorlog 2

In het eerste deel van Altijd Ergens Oorlog maken we kennis met Martha Cnockaert. Ze was de dochter van café-uitbaters die een kroeg hadden op de grote markt, waar ze geregeld achter de bar stond. Daarnaast werkte ze als verpleegster in het college dat omgebouwd werd tot lazaret. Ze verwierf het IJzeren Kruis voor haar werk. Door haar gezinssituatie en werk kwam zij vaak met Duitsers in contact en het verzet benaderde haar om informatie in te winnen. Zo werd Martha een spionne. Haar verhaal is nogal omstreden en kent bij de inwoners van Roeselare maar weinig bijval. Het werd nooit bewezen, maar er waren vermoedens van dubbelspionage. Ze wordt beschouwd als iemand die van alle walletjes mee at, en men was ervan overtuigd dat ze in het boek dat haar man nadien over haar wedervaren schreef, een leugenachtig portret van zichzelf neerzette. Maar het boek werd een wereldwijde bestseller, er werd een Britse film over haar wedervaren tijdens de oorlog gedraaid, en in het buitenland werd ze overal door grote menigtes onthaald als een heldin. Meerdere boeken volgden. In het eerste deel van Altijd Ergens Oorlog wordt ze door de Duitsers ontmaskerd en krijgt ze de doodstraf. Door het IJzeren Kruis werd het vonnis omgezet in levenslang. Hierboven zie je hoe ze aan het eind van de oorlog weer vrijkomt."


Ivan Adriaenssens over Oorlog in WARegem
13/10
TOP
Oorlog in WARegem
"Mijn interesse in de Eerste Wereldoorlog begon voorzichtig in 1981. Ik zat in het zesde leerjaar B, in de klas van meneer Buyssens, die ons de hele week door alle mogelijke vakken onderwees, behalve geschiedenis. Dat uur ging naar meneer Bettens, van 6A. Deze man kon over geschiedenis vertellen alsof hij er zelf bij was geweest en sommigen van ons dachten dat dat ook zo was, omdat hij dicht tegen de pensioenleeftijd aan zat. In een bepaalde week ging het over de Eerste Wereldoorlog. Nogal summier, eerder als springplank naar het verhaal van de Tweede Wereldoorlog, die meneer Bettens daadwerkelijk had meegemaakt. Veel meer dan 'en toen deed Karel Cogge in Nieuwpoort de sluizen open, de Duitsers werden erdoor gestopt, en zo werd in de Westhoek de Grote Oorlog uitgevochten', kregen we eigenlijk niet te horen.
De Grote Oorlog. In de loop der jaren zou ik ontdekken dat je in deze context 'grote' als 'groote' mocht schrijven. De uitleg van deze goedbedoelende leerkracht was exemplarisch voor de manier waarop we decennialang met de Groote Oorlog omgingen. Kort en eenvoudig.

WO I voor beginners: 14-18, IJzer, Westhoek, loopgraven, prikkeldraad, zandzakken.
Voor de gevorderden: Albert I, Ieper, Diksmuide, Nieuwpoort, sluizen, Cogge.
Voor de experts: Geeraert, 22 april 1915, Verdun, Somme, Galipoli, Princip, Compiègne.
Toen meneer Bettens urenlang (week na week) uitwijdde over de Twééde Wereldoorlog leek het alsof we onze grootouders hoorden. Ooggetuigen. Ervaringsdeskundigen. Wij, kinderen van de babyboomers, ergerden ons thuis aan uitspraken als 'voor jou zou het nog eens oorlog moeten worden' of 'eet je bord leeg, in de oorlog hadden we zoveel voedsel voor een hele week'. Onze grootouders, zestigers, leken stokoud in onze ogen. Heel oude grootouders, tachtigers/negentigers, konden zelfs vertellen over de Eerste (!) Wereldoorlog. Straks ging men ons nog vertellen dat er nog getuigen van de slag van Waterloo leefden! 1815! Waarom niet? De zus van mijn grootvader, tante Marie, was gewoon geboren in 1899! Da's de negentiende eeuw! Ik vond dat fascinerend, terwijl mijn klasgenoten er niet bij bleven stilstaan. Als twaalfjarige zie je jezelf niet meteen op de juiste bandbreedte van de geschiedenistijdslijnen.

Mijn klasgenoten en ik groeiden op de Linkeroever van Antwerpen op. De Westhoek, die had niemand van ons ooit bezocht. De grootouders van zowat iedereen in onze klas hadden WO II-oorlogservaringen, dus zonder IJzerfront-loopgraven-prikkeldraad-zandzakken. Veel meer info kwam er niet op ons af. Ieper was de andere kant van het land en Willem Vermandere zong in een andere taal dan de onze.

1981 verdorie. Er stonden nog voetsporen van soldaten in de West-Vlaamse klei, er hing bijna nog mosterdgas in de ochtendmist, er zaten (en zitten) nog tonnen staal en munitie in de bodem van Bachten de Kupe. Nog zoveel tastbaars in 1981. En toch kwam die Eerste Wereldoorlog op geen enkele manier tot ons. Het WO I-virus had me nog niet gebeten, maar toch al voorzichtig geprikt.

Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik me er ooit in moest verdiepen. Hoe konden opengezette sluizen in Nieuwpoort een heel leger tegenhouden? Hoe wordt een wereldoorlog uitgevochten in een hoekje van België? En hoe zat dat met dat gas?

Zes middelbare schooljaren en vier academiejaren vlogen voorbij, en nog steeds geen WO I-info die mijn pad kruiste. Geen boeken, geen films, geen tentoonstellingen. Willem Vermandere bleef me in zijn lied er maar aan herinneren dat ik de 'duzenden en duzenden' kruisen maar eens moest komen bezoeken als ik ooit eens in de Westhoek passeerde. Maar ik passeerde nooit in de Westhoek. Eén keer heb ik Ieper bezocht, maar mijn hoofd stond toen op andere dingen dan de Menenpoort bestuderen. En het In Flanders Fields Museum was er nog niet, toen in 1989.

Boeboeks
Boeboeks

Ik schreef mijn eerste strips, met de Boeboeks in een oorlogssituatie: Obus de Vuurgeest. Ik wist wat een obus was, maar mij was het om het even in welke oorlog die werd afgeschoten, in functie van het verhaal. Ik dacht: Michael Vincent (tekenaar van de Boeboeks-strips) weet hoe hij uniformen moet tekenen, hij mag kiezen, WO I of WO II. In Orphanimo!! 3: Het Witte Album bedacht ik de beginscène in de loopgraven. Dat was dus eigenlijk mijn eerste WO I-pagina. Opnieuw: geweren, helmen, enzovoort: Miek tekent dat wel.

Orphanimo!!
Orphanimo!!

Ik heb altijd boeken verzameld. In Gent kon ik de stad niet ingaan zonder met een nieuw boek thuis te komen, meestal een geschiedenisboek. Er was nog geen internet en als schrijver-tekenaar was het handig om je eigen immer groeiende bibliotheek te hebben, om dicht bij je documentatie te zitten en niet constant naar de stadsbibliotheek te moeten.

OdonIntussen woonde ik in de Vlaamse Ardennen en viel er een bestelbon in de bus van de plaatselijke Heemkundige Kring Businarias (dag Marc). Odon Van Pevenaege: Dagboek van een IJzersoldaat. Je kon voorintekenen voor dit dagboek van een lokale WO I-soldaat. Ik moest meteen denken aan meneer Bettens en mijn jarenlange gedachte: 'Ik moet mij toch ooit eens verdiepen in die Eerste Wereldoorlog'. Dus vulde ik het formulier in en wachtte op de verschijning van het boekje. Dat duurde even, in die mate dat ik het bijna vergeten was. En op een dag was het daar: een bescheiden A5-boekje in zwart-wit. Mijn naam, alfabetisch, bovenaan de lijst met voorintekenaars. Andere nog te lezen en te schrijven boeken kregen voorrang en het boekje ging de boekenkast in. Pas nadat ik het uitleende aan iemand (dag Karolien) en zij zei 'hoe triest, ik kreeg er kippenvel van', begon ik het zelf te lezen. Vanaf de eerste pagina's begint Odon tegen zijn lezer te vertellen. Eén op één. Het is geen geschiedenisboek, het is een ooggetuigenverslag. Het beschrijft niet, het beklijft. De Groote Oorlog plakt sindsdien aan mijn ribben. Het WO I-virus had me te pakken.

Ik kende de plekken waar Odon tussen augustus en november 1914 passeerde en verbleef: Brussel, Mechelen, Werchter, Aarschot, Antwerpen, Temse, Lochristi, Gent, Hansbeke... Vanaf de eerste pagina's van Odons dagboek wist ik: met dit verhaal moet ik iets doen. Qua verfilming/docu waren we er even héél dicht bij (dag Tom). Strips zijn eenvoudiger te maken dan een film, dus ik maakte mijn eerste pagina's en stelde het voor aan Standaard Uitgeverij. Na een dik jaar lieten zij mij weten dat het project niet haalbaar was. Het was nog enkele jaren tot 2014, en wie kon voorspellen hoe groot de interesse in die Eerste Wereldoorlog zou worden? Uitgeverij Lannoo stond bekend voor zijn mooie geschiedenisboeken, dus contacteerde ik hen. In eerste instantie geen interesse. In tweede instantie, bij een kersverse uitgeefdirecteur (dag Maarten): meteen een gesprek en meteen een contract. Echter niet voor een strip, want Lannoo gaf op dat moment nog geen strips uit. Maar veel tekeningen van mijn Odon-stripplaten (toch al een dertigtal) kon ik gebruiken om het Odon-boek te illustreren. Voor de foto's kon ik rekenen op de medewerking van het In Flanders Fields Museum en haar fantastisch documentatiecentrum (dag Piet, Dominiek en Wouter).

Afspraak in Nieuwpoort
Elsie & Mairi

Na veertig strips had ik mijn eerste boek gemaakt: Odon - Dagboek van een IJzerfrontsoldaat. Vanuit Nieuwpoort kwam de vraag of ik een strip wou maken over hún Eerste Wereldoorlog. Ik moest weer denken aan meneer Bettens en de sluizen. Karel Cogge. Uiteraard aanvaardde ik de opdracht en uitgeverij Lannoo was bereid om met Afspraak In Nieuwpoort haar eerste strip ooit uit te geven, je mag ook 'graphic novel' zeggen. Na zestien maanden was die klaar. Het was naar Vlaamse normen een bestseller en ik begon aan de volgende, want intussen had ik het boek Elsie & Mairi: Op naar de Grote Oorlog ontdekt (dag Patrick). Opnieuw bijna twee jaar research, schrijven en tekenen aan Elsie & Mairi. Opnieuw honderdtwintig bladzijden met acht bladzijden dossier.

Cher Ami

 Wat zou mijn strip voor het jaar 2017 worden? Ik was intussen gefascineerd door de MarkIV-tank, en die kwam in 1917 in actie. Zelfde procedure: boeken kopen, kenners contacteren en beginnen schrijven en tekenen, aan De Laatste Braedy. Ik ontmoette zelfs een team van ingenieurs die een tank op ware grootte nabouwden (dag Johan en team). In tussentijd werd ik gevraagd voor een muzikaal filmproject (dag Joost). Of ik het verhaal van de hond Stubby kon uittekenen, voor de liveprojectie achter de groep Yuko, samen met twee animatiecollega's (dag Roman en Gustavo). Het project ging Cher Ami heten, het werd een boek en een voorstelling die ik intussen tien keer heb gezien en nog een keer of tien wil zien. Kippenvel, telkens weer.

Ik dacht dat ik met dit totaal van vierhonderd stripbladzijden de Groote Oorlog wel had samengevat en was begonnen aan iets helemaal anders. Toen kwam de vraag van de stad Waregem of ik de laatste weken van de Eerste Wereldoorlog in beeld zou kunnen brengen. De gewapende terugtocht van de Duitsers (in Waregem en omstreken) was een verhaal dat nog nooit eerder verteld was, dus ik was geïnteresseerd. Voor de vierde maal zette ik de vertrouwde procedure in gang: info verzamelen, inspiratie opdoen, boeken lezen, praten met kenners... (dag Patrick, Christopher, Gil, Thomas, Nic,...)

Oorlog in Waregem, of mooier AT WARegem, is het resultaat van een zoektocht die in 1981 in gang werd gezet door meneer Bettens. Ik hoop dat hij recent honderd geworden is. Zoniet had ik het hem gegund. Het einde van de oorlog is ook honderd jaar geleden. Een mooie gelegenheid om in dit boek te duiken en een tipje van de geschiedenissluier te laten oplichten door ondergetekende.

Oorlog in WARegem
Oorlog in WARegem
Oorlog in WARegem
Oorlog in WARegem

AT WARegem is een scharnieralbum. Ik ben afgestapt van te veel detail en zocht mijn weg naar een meer eenvoudige (en snellere) tekenstijl. Die worsteling is zelfs voelbaar in het boek.

Nu heb ik mijn draai en stijl gevonden en ben intussen op pagina 50 van een (oorspronkelijk film)scenario dat ik letterlijk al twintig jaar heb liggen. Nu pas, na 56 strips met mijn naam op en waarvan ik er een tiental zelf tekende, voel ik me klaar om dit enorm werk zelf te tekenen. Een hedendaags (1991) romantisch drama in Venetië, met een flinke scheut Leonardo da Vinci erin geroerd. Over grote kunstprojecten en het verraad aan je eigen levensdroom. Ik geef mijn personages tijd (pagina's) en ruimte (grote decors) om te ademen. Het wordt een drieluik van drie maal honderdtwintig pagina's.

Het klinkt nu al saai, hoor ik je zeggen, maar ik kan alleen maar antwoorden: wacht tot je het leest. Ergens eind 2019 of begin 2020. Op 9 mei 2019 is Leonardo da Vinci vijfhonderd jaar dood, maar die deadline (no pun intended) haal ik niet. Het is nog even, maar als je deze tekst helemaal tot het einde hebt gelezen, ben je er een man/vrouw naar om tegen dan te genieten van Separate Wings. Hou die titel in gedachten. Dank voor jouw aandacht."

Separate Wings 1

Separate Wings 1

Separate Wings 1


Fred Simon over Mutations 1
22/09
TOP
Mutations 1
Onderstaande bijdrage van Klervi Le Cozic verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 114 van mei 2018.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
Mutations 1
Over een nieuw personage: "In Mutations ontdekken we een nieuw personage met een hevig temperament: Lana, de ex-vrouw van Brahim El Malik. Ik heb haar graag. Dat komt goed uit, want ze komt nogal vaak voor in dit vervolg."

Over documentatie: "Als je een vissersboot wil tekenen, vind je daar binnen enkele seconden een voorbeeld van. In Clownvisje, een politiestrip die zich afspeelt in het Amerika van de jaren 1950, moest ik Amerikaanse wagens tekenen. Documentatie vinden was niet altijd evident, zelfs niet in boeken en films. Het gebeurde weleens dat ik wagens tekende met een afwijkende carrosserie vooraan en achteraan: de foto toonde dan niet het geheel, de rest vond ik uit."

Over Romane: "Het wereldje van Mermaid Project was heel rijk, en Leo en Corine konden veel verhaallijnen uitwerken voor het vervolg van de avonturen van Romane en Brahim. Ik teken hen heel graag, die meid laat me niet in de steek. Ze vloeit vlot uit mijn tekenpen, ik heb haar gezicht en haar kapsel goed in de hand. Ze lijkt wat op sommige personages die ik al heb getekend in andere strips, zoals Popotka, de indiaanse in een jeugdserie, of Jim, de jongen uit mijn bewerking van Stevensons Schateiland. Die vertrouwdheid tussen mijn personages vind ik leuk. Tenminste als dat mijn gebrek aan verbeelding niet aantoont."

Over Romanes uiterlijk: "Het komt wel eens voor dat ik Romanes uiterlijk verander, maar ik behoud wel steeds haar tomboykantje. Momenteel vervolgt ze haar avonturen als politieagente, als actieheldin. Wat haar vrouwelijke kantje betreft, zien we later wel!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
Mutations 1
Over walvissen en dolfijnen: "Voor deze scène had ik beelden in gedachte van aangespoelde walvissen of dolfijnen die ik in een krant zag. Ik herinnerde me ook een reportage over vismethodes om dolfijnen in de val te lokken."

Over beelden kiezen: "Het scenario vermeldde: 'Prent 2, de boot wordt aangevallen door orka's die op hen schieten met grote machinegeweren. De zee kleurt rood van het bloed.' Ik koos liever voor het tonen van de aanval van de boot in een kleinere prent om meteen over te gaan op de scène met de dode walvissen en de orka's in zee. Liever de gevolgen tonen dan de personages die op hen schieten. Het zijn beelden, maar ze wogen voor mij te veel door als het verhaal zich werkelijk zou concentreren op de orka's die zich laten afmaken. Door me te focussen op het technische aspect van de beelden houd ik een beetje afstand van de boodschap."

Over het pakijs: "In dit album ging mijn broer, de inkleurder, veel verder dan het wit om het pakijs van Mozambique weer te geven. Hij koos voor een palet met grijs, paars en wit."

Over dieren in de sneeuw: "Aanvankelijk leek het idee van giraffen in de sneeuw ons sterk en interessant. Maar waar vinden ze te eten in die omgeving? Bomen groeien nauwelijks op pakijs. We komen wel hyena's en leeuwen tegen. Dat zijn vleeseters die gemakkelijker eten vinden. Ik heb voorstudies van die dieren getekend, ze zijn gewoon wat witter sinds ze zich hebben aangepast aan hun nieuwe omgeving. Voor de slede die de hyena's trekken, sprak ik mijn bewerking van Jack Londons The Call of the Wild weer aan."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 20
Mutations 1
Over variatie: "Dit lange gesprek tussen zittende personages in het kantoor was niet simpel om te tekenen. Je moet er iets op vinden om de kamer te verlaten. Vandaar de prenten met de aanval van de vissers door de dolfijnen en de foto's die uitgewisseld worden tussen de hoofdrolspelers. Ik heb ook een zicht van de straat getekend met tekstballonnen die uit de vensters van het kantoor komen. De reeks biedt veel variatie om te tekenen: de zee, steden, een beetje regenwoud uit Brazilië..."

Over auto's missen: "Sinds de grote klimaat- en energiecrisis is het zwarte goud verdwenen en vervangen door methaan. Dat was een kernintrige in Mermaid Project. Auto's komen zelden voor, mensen verplaatsen zich met de fiets of met paard en koets. Ik mis wagens. Dat haal ik wel in een andere serie in."

Over twee fases: "Ik teken eerst met potlood op papier, daarna inkt ik met penseel. Tussen die twee stappen scan ik mijn tekeningen en druk ik ze opnieuw af, want ik druk nogal hard op mijn potlood en in de inktfase dreigt de inkt weg te lopen in de groefjes van mijn potloodtekeningen. Van die twee fases heb ik ook geprofiteerd om de vissersboot, die ik eerst naar rechts had gericht, om te draaien."

Over fantasy: "In deel 5 van Mermaid Project vielen orka's de installaties van Algapower aan en doodden ze de mensen. Orka's wapenen was het logische vervolg. Ik vond dat idee van Corine en Leo heel origineel, het bracht een fantasydimensie bij aan het verhaal. Daarna moest er min of meer iets geloofwaardigs op gevonden worden om die krijgersharnassen aan te trekken..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
Mutations 1
Over liefde: "Romane en Brahim draaien al sinds het begin van de reeks om elkaar heen. Corine en Leo vonden het leuk om een liefdesleven voor hen te bedenken. Dat betekent een mooie bonus waardoor er wat humor en gevoelens in dit politieverhaal kunnen glippen. Ik probeer in de tekeningen enkele uitgewisselde blikken en dubbele bodems te stoppen..."

Over samenspannen: "De close-ups in de laatste strook tonen de intensiteit van de dialoog aan. We begrijpen beter hoe Brahim en Romane samenspannen. Ze vullen elkaars zinnen aan."

Over golflengte: "Als ik aan een album begin, heb ik het hele album voor handen (maar niet dat van de hele reeks). Daardoor weet ik waarheen we gaan en wie belangrijk is in het vervolg. Een personage dat bijvoorbeeld kort te zien is op de eerste pagina's kan daarna weleens belangrijk zijn. In het algemeen stuur ik mijn bladschikkingen en daarna mijn potloodtekeningen naar Leo en Corine. Dat bevalt hen steeds meer. Sinds het begin zitten we op dezelfde golflengte."

Over Brahims ruitjeshemd: "Ik kleur de covers zelf in, maar sinds het begin van Mermaid Project kleurt mijn broer Jean-Luc de albums in. Nadat hij de eerste pagina's van Mutations onder ogen kreeg, is hij een beetje boos op me omdat ik Brahim een ruitjeshemd gaf..."

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
TOPPERS
13 x XIII
14-18
De 25 bekendste konijnen
20 jaar Arcadia, 20 topstrips
25 jaar Vrije Vlucht
30 jaar Kiekeboe
49 Kanjers van Oranje
50 jaar De Rode Ridder
60 jaar Nero
70 jaar Kuifje-weekblad
Aantrekkelijkste Heldinnen Top 540
Asterix Top Six
Batmanspecial
BelgenTop 100
De Blauwbloezen Top 49
De Grenzeloze Top 500 (2010)
De Grenzeloze Top 500 (2012)
De Honderd Hoogtepunten van Willy Vandersteen
De Rest van de Wereld Top 50
FransenTop 100
Jaartoppers
Jommeke Top 10
Koppeltjestop 20
Napoleon in de strip
ReeksTop 50
Robbedoes
Schrijvers over Strips
Schurken- & Feeksentop
Star Wars
Suske en Wiske: 70 stroken in 70 dagen
Urbanus Top 15
De Wereld rond Franquin
Westernstrips