Daedalus Don Lawrence Collection Saga Uitgaven  
 
De Commentator

Toegevoegd op 21 januari:
Toon Dohmen over Bernar Yslaires over De Hemel boven het Louvre


Toegevoegd op 22 december:

Enrico Marini over De Adelaars van Rome 5


Toegevoegd op 10 december:

Jeroen Janssen over Abadaringi
Romain Hugault over Angel Wings 3


Toegevoegd op 7 december:

Bernard Yslaire over Samber 7
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Paul Cauuet
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Christian Gine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
Hub
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Colin Wilson
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Toon Dohmen over Bernar Yslaires De Hemel boven het Louvre
21/01
TOP
De Hemel boven het Louvre
Op 11 januari vierde Bernard Yslaire zijn zestigste verjaardag. Diezelfde dag verscheen de Nederlandse vertaling van De Hemel boven het Louvre, de strip die de Brusselaar samen met scenarist Jean-Claude Carrière maakte over het revolutionaire verleden van het befaamde museum in Parijs. Speciaal voor Stripspeciaalzaak.be verzorgt vertaler en stripliefhebber Toon Dohmen, oud-redacteur van stripinformatieblad ZozoLala, een virtuele rondleiding.


Over het Louvre
We beginnen bij het Louvre. Nu een van de bekendste en meest bezochte musea ter wereld, voorheen het stadspaleis van de Bourbons, de Franse koninklijke familie. De Hemel boven het Louvre gaat over het omslagpunt waarop het paleis met de privécollectie van de koning in 1793 veranderde in een voor iedereen toegankelijk museum. Deze verandering kwam voort uit de Franse Revolutie, toen de machthebbers de grote werken uit de kunstgeschiedenis niet langer wilden voorbehouden aan hof, kerk en adel, maar het volk in staat wilden stellen zelf na te denken. Voortaan moest iedereen toegang hebben tot kennis, schoonheid en kunst. Naar het voorbeeld van de beroemde Encyclopédie uit die tijd zagen de revolutionairen het nieuwe museum als een 'Encyclopedie van de Schone Kunsten', oftewel "een vrijplaats waar de mensen zich kunnen verheffen door zich te laven aan schoonheid". Dit nobele streven vloeide voort uit de idealen van de Verlichting. Het eiste echter ook een bloedige tol, zoals straks zal blijken. De Hemel boven het Louvre ademt daardoor niet alleen een bijzondere aantrekkingskracht, maar tevens een onmiskenbare dreiging.

De Hemel boven het Louvre

Yslaire en Carrière laten hun strip beginnen op 8 augustus 1793, de dag dat het Louvre officieel voor het publiek wordt geopend. Met ronkende toespraken maken de voormannen van de Franse Revolutie de koninklijke kunstcollectie toegankelijk voor het volk. De stripmakers verbeelden deze gebeurtenis door gewone Parijzenaars de centrale trap van het Louvre te laten bestijgen terwijl revolutionaire activisten nog snel de laatste portretten van de koning en religieuze stukken naar de kelder afvoeren. Een nieuwe tijd is aangebroken.


Over klassieke schilderkunst
De kunstwerken op bovengenoemde stripplaat zijn duidelijk herkenbaar. Anders dan in zijn eerdere werk, Eva's geSternte, waarin hij tientallen bekende nieuwsfoto's natekende, geeft Yslaire de klassieke schilderwerken dit keer bewust niet weer in zijn eigen tekenstijl. Doordat hij De Hemel boven het Louvre in opdracht van het museum maakte, kon hij vrij beschikken over het beeldrecht van de hoogwaardige reproducties van de vele beroemde doeken die in zijn boek voorbij komen. Net zo makkelijk als Andy Warhol de Mona Lisa vrolijk zeefdrukkend opvoerde in zijn eigen werk, citeert Yslaire in zijn strip nu klassieke kunstwerken van Titiaan, Veronese en Jacques-Louis David.

De Hemel boven het Louvre
Waarom zou Yslaire de wereldberoemde doeken ook willen natekenen? Hij werkt al jaren op een digitaal tekentablet in plaats van op papier. Daarmee is het 'copypasten' van zo'n kunstwerk in zijn eigen tekening technisch gezien een fluitje van een cent. Het maakt de weergave van deze werken in De Hemel boven het Louvre ongekend 'levensecht'. In interviews geeft Yslaire daarbij te kennen dat hij er niet aan moest denken zich artistiek te meten met illustere voorgangers als David of Leonardo da Vinci — al was het maar omdat hij met zijn striptekeningen bovenal een verhaal wil vertellen. Nog een reden dus waarom hijzelf bewust een minder klassieke, meer schetsmatige tekenstijl heeft gehanteerd. Voor zijn gevoel past deze gejaagd en onaf overkomende stijl als geen ander bij de hectiek van de revolutiejaren tussen 1789 en 1794. Een tijd waarin de revolutionairen nauwelijks aan slapen toekwamen, zo druk waren ze met het vormgeven van een nieuwe wereld, het (voor zover mogelijk) handhaven van de orde op straat en het bestrijden van de vele vijanden in binnen- en buitenland.

De Hemel boven het Louvre


Over De dood van Marat
Yslaire en Carrière geven de geschiedenis van het Louvre vlees op de botten door zich te concentreren op het levensverhaal van de schilder Jacques-Louis David (1748-1825). Al meteen in de proloog van De Hemel boven het Louvre speelt Davids meesterwerk De Dood van Marat (1793) een prominente rol. Het doek is even beroemd als berucht. David toont namelijk het lichaam van de in bad vermoorde journalist en volksmenner Jean-Paul Marat als Christus-achtige martelaar voor de Franse Revolutie. Zo vurig als Marat opriep honderden mensen onder de guillotine te brengen, zo enthousiast eert David zijn revolutionaire kameraad. De schilder voelde zich geroepen tot dit schaamteloze eerbetoon doordat hijzelf vierkant achter de idealen van de revolutie stond — inclusief de geliefde revolutionaire gedachte dat niemand een omelet kan bakken zonder eieren te breken. Jacques-Louis David hoorde tot de naaste kring van de jakobijnse leider Maximilien de Robespierre en had ook een belangrijke functie in de beruchte geheime politie, die mensen met één pennenstreek naar de guillotine kon sturen (Marat zou trots op hem zijn geweest).


De Hemel boven het Louvre

Over historische sensaties
De Dood van Marat hing in 1793 in de Nationale Conventie pontificaal rechts naast het spreekgestoelte. Aan de andere kant van de tribune verbeeldde nog zo'n monumentaal doek van David het revolutionaire élan. Het onderstreept de centrale rol die de kunstschilder in de revolutionaire beweging vervulde. Dit schilderij toonde eveneens een revolutionaire martelaar: Louis-Michel le Peletier. Het originele werk is na de revolutie verloren gegaan: er bestaan alleen nog gravures en schetsen van. Geen probleem voor Yslaire en Carrière. In hun strip reconstrueren ze Davids portret van le Peletier op zijn sterfbed en tonen ze beide doeken naast het spreekgestoelte in hun volle revolutionaire glorie, waardoor de lezer een ongekende historische sensatie ervaart. Want hoe bizar is het niet dat de Nieuwe Tijd die aanbrak na de val van de Bastille wordt gesymboliseerd door schilderijen van morsdode mannen? Yslaire en Carrière benadrukken fijntjes dat het motto van de Franse republiek aanvankelijk niet vrijheid, gelijkheid en broederschap luidde, maar liberté, egalité ou la mort. Achteraf gezien ronduit wrang, gelet op de honderden mensen die tijdens de laatste revolutiejaren onder de guillotine het leven lieten.

De Hemel boven het Louvre
Het hoeft dan ook weinig verbazing te wekken dat Jacques-Louis David na de woelige revolutiejaren en de daaropvolgende opkomst en ondergang van Napoleon — die hij al even enthousiast schilderde — niet langer welkom was in zijn eigen land. David moest in 1816 uitwijken naar Brussel. Hij nam De Dood van Marat met zich mee en hield zijn revolutionaire verleden wijselijk stil. De Dood van Marat was jarenlang alleen op afspraak en met toestemming van de politie in het logement van zijn zoon te bezichtigen, zo gevaarlijk achtte de kunstschilder de herinnering aan de prominente rol die hij speelde tijdens de Franse Revolutie. Tegenwoordig kan eenieder in Davids oude woonhuis aan de Leopoldstraat overnachten (het huisvest tegenwoordig luxehotel The Dominican) en is De Dood van Marat een van de topstukken van het Brusselse Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.


Over de beeldtaal van de Franse Revolutie
Met abstracte ideeën alleen laat een volk zich lastig aanzetten tot een revolutie. De Franse revolutionairen zochten naarstig naar aansprekende symbolen om de gewone man in beweging te krijgen. In die jaren waren beelden schaars. Schilders en tekenaars vormden de spil van de beeldcultuur van hun tijd. Gravures en andere goedkope reproducties, onder meer van de revolutionaire schilderijen van Jacques-Louis David, moesten de ontevreden onderdanen van koning Lodewijk XVI aanzetten tot actie. Koningin Marie-Antoinette werd op deze prenten afgeschilderd als een seksbeluste feeks die vond dat het hongerende Franse volk bij gebrek aan brood maar cake moest gaan eten, zoals historicus Simon Schama aanstipt in Burgers, zijn meeslepende kroniek van de Franse Revolutie. Yslaire en Carrière benadrukken aan het begin van hun boek al meteen de kracht van het gedrukte beeld, waarvan zij als stripmakers uiteraard eveneens dankbaar gebruik maken. Ze tonen authentieke prenten van de val van de Bastille, de onthoofding van de Franse koning en de symbolische verbeelding van de Gelijkheid. Met het oog op de hierboven genoemde onheilspellende leus van de revolutie ("Vrijheid, gelijkheid of de dood") laten ze de verkoopster van deze prenten tegen een van haar klanten veelzeggend opmerken: "Broederschap is ietsje duurder, dat begrijp je".

De Hemel boven het Louvre
In de tweede helft van hun boek richten beide stripmakers zich op de obsessieve energie waarmee de revolutionair Robespierre een grootse feestdag voor een seculier 'Opperwezen' in leven wil roepen. Want Robespierre vraagt zich steeds gekwelder af: valt het volk van de Eerste Franse Republiek wel in toom te houden zonder een beroep te kunnen doen op de morele autoriteit van zo'n opperwezen? Op 8 juni 1794 wordt het feest van het Opperwezen daadwerkelijk met een groots spektakel gevierd, nota bene onder de artistieke leiding van Jacques-Louis David. Yslaire en Carrière laten zien hoe deze feestdag uitloopt op een sof. Het standbeeld van het Opperwezen dat op de Champ-de-Mars hoog boven de stad de revolutionaire moraal had moeten belichamen, zou er nooit komen. In plaats daarvan verrees op deze plek honderd jaar later een heel ander soort baken. Sinds de Wereldtentoonstelling van 1889 kijken de bezoekers van dit Parijse parkgebied op naar de Eiffeltoren.

De Hemel boven het Louvre

Over littekens en mislukkingen
Jacques-Louis David verlangde naar hooggestemde idealen. De schilder werd geïnspireerd door de 'volmaakte verhoudingen' van de beelden uit de klassieke oudheid, waar hij tijdens zijn jarenlange verblijf in Rome in de jaren 1870 een bijzondere voorliefde voor had ontwikkeld. Zijn schilderij De Eed van de Horatiërs is daarvan een vroeg voorbeeld. Een te hoog gegrepen ideaal? Yslaire en Carrière vinden van wel. Zij laten een vakbroeder van David in het Louvre opmerken: "Je hecht te veel aan symmetrie, David. Te veel strengheid, te veel evenwichtigheid verstoort de natuurlijke verhoudingen juist, weet je."

De Hemel boven het Louvre
Op de voorgaande pagina benadrukken de stripmakers de tragiek van Davids revolutionaire streven. Ze tonen Davids gelaat in een spiegel. Als gevolg van een wond tijdens een schermwedstrijd toen hij midden twintig was vertoont de linkerwang van de schilder een fors litteken. Doordat hij zijn beeltenis altijd in een spiegel schilderde, beeldde David zichzelf op zelfportretten af met de zwelling op zijn rechterwang (discreet zoveel mogelijk in schaduw gehuld). Yslaire en Carrière vinden dat hij de werkelijkheid daarmee geen recht doet. Op het plaatje ernaast benadrukken ze hoe vertekend de revolutionaire kunstschilder tegen de werkelijkheid aankijkt: Davids gezicht verandert afhankelijk van het gekozen perspectief. Een pijnlijke observatie voor de man die hooggestemde idealen koestert. Hoe graag hij op zijn schilderijen ook de werkelijkheid wil vormgeven*, hoe graag hij ook de revolutionaire idealen als volmaakt wil beschouwen, zijn missie lijkt bij voorbaat tot mislukken gedoemd.

* Door te werken met spiegels en een symmetrisch raster van vierkante vakjes, dat overigens sterk aan het plaatjesstramien van stripplaten doet denken.

De Hemel boven het Louvre

Over strips en film
Ter voorbereiding van zijn verbeelding van de achttiende eeuw maakte Bernard Yslaire een studie van Stanley Kubricks filmklassieker Barry Lyndon. Kubrick hecht in deze meesterlijke film aan authentieke belichting en gedetailleerde totaalshots die aan schilderijen herinneren en met hun visuele rijkdom de kijker meeslepen, waarna het verhaal zich in meer close gehouden opnames ontvouwt.
Jean-Claude Carrière heeft in zijn lange loopbaan ook veel filmscenario's geschreven, onder meer voor Die Blechtrommel, The Unbearable Lightness of Being en Danton (eveneens een film over de Franse Revolutie). De Hemel boven het Louvre is zijn eerste stripscenario. In een interview vertelt hij hoezeer dit zijn bloed sneller deed stromen. Een geraffineerde beeldovergang als bovengenoemd 'spiegelbeeld' van Jacques-Louis David komt niet uit de lucht vallen. Carrière: "Ik heb dit keer bewust geprobeerd geen filmscenario te schrijven, maar een echt stripscenario waarin de codes van het beeldverhaal maximaal effect sorteren."


De Hemel boven het Louvre
Over het boek in digitale tijden
Al heeft Jean-Claude Carrière in de loop van de jaren veel filmscenario's geschreven, de Parijse schrijver is een verklaard bibliofiel. In 2010 voerde hij gesprekken met wijlen Umberto Eco (1932-2016) over verleden, heden en toekomst van het boek, die zijn gepubliceerd onder de titel Zo Makkelijk Kom Je niet van Boeken Af. Carrière merkt op: "In de zestiende eeuw zal de Venetiaanse drukker Aldus Manutius het lumineuze idee krijgen een boek op zakformaat te maken, dat heel gemakkelijk te vervoeren is. Nooit is er een doeltreffender manier van informatietransport uitgevonden, voor zover ik weet. (...) Het boek is als het wiel. Als je het eenmaal hebt uitgevonden, dan kun je het niet verbeteren."


Over de Franse Revolutie
Jean-Claude Carrière sprak in hetzelfde boek ook met Umberto Eco over de Franse Revolutie, een periode waarin hij zich (onder meer voor het schrijven van Danton) uitgebreid heeft verdiept. Eén voorval uit die revolutiejaren drukte hem met zijn neus op de morele gemakzucht van het volk. Carrière: "Een veroordeelde wordt met een aantal anderen in een kar naar het schavot gebracht. Hij heeft zijn hondje bij zich, dat hem is gevolgd. Voordat hij op het schavot klimt, richt hij zich tot de menigte om te vragen of iemand het onder zijn hoede wil nemen. Het is een erg lief beestje, zegt hij er nog bij. Hij houdt het in zijn armen, biedt het aan. En de menigte bestookt hem als antwoord met scheldwoorden. De bewakers verliezen hun geduld, rukken de hond uit de handen van de veroordeelde, die meteen wordt geguillotineerd. Het jankende hondje komt het bloed van zijn baasje oplikken. De geërgerde bewakers doden de hond uiteindelijk met bajonetsteken. Daarop begint de menigte tegen de bewakers uit te varen: 'Moordenaars, schamen jullie je niet? Hij heeft jullie toch niets misdaan, die arme hond?'"

De Hemel boven het Louvre

Over het streven naar meerwaarde
De Hemel boven het LouvreTijdens het werk aan De Hemel boven het Louvre heb ik me als vertaler laten inspireren door muziek, films en ander achtergrondmateriaal. Zoals bij andere vertalingen, onder meer V voor Vendetta, Persepolis en De Arabier van de Toekomst, wil ik de enthousiaste lezer van De Hemel boven het Louvre graag doorverwijzen naar inspiratiebronnen die het genot van het boek mogelijk verder kunnen vergroten. Zie Yslaire bijvoorbeeld live op zijn tekentablet werken aan een pagina uit De Hemel boven het Louvre of bekijk de trailer van Danton. Nieuwsgierig? Klik op nevenstaand plaatje en vervolg zelf je rondleiding door de wereld van Bernar Yslaire en Jean-Claude Carrière.


De Hemel boven het Louvre is uitgegeven door Stichting Zet.El (ZozoLala.com): 72 pagina's in kleur, HC, ISBN 978-90-72093-16-5, 21,95 euro. Toon Dohmen verzorgt boekvertalingen en tekstproducties voor nET eCHT mEDIA. Webstek: Echtmedia.net


Bronnen
• Mikaël Demets: Un nouveau Louvre. Interview de Jean-Claude Carrière et Bernar Yslaire in Le Figaro (2009)
• Umberto Eco & Jean-Claude Carrière: Zo Makkelijk Kom Je niet van Boeken Af (2010), vertaald door Liesbeth van Nes
• Stanley Kubrick: Barry Lyndon (1975)
• Hilary Mantel: Een Veiliger Oord (2014), vertaald door Ine Willems
• Simon Schama: Burgers. Een Kroniek van de Franse Revolutie (1989), vertaald door Eugène Dabekaussen, Barbara de Lange en Tilly Maters
• Simon Schama: David. De geretoucheerde revolutie in De Kracht van Kunst (2007), vertaald door Karina van Santen en Olaf Brenninkmeijer
• Morgan Di Salvia: Bernar Yslaire & Jean-Claude Carrière: 'Derrière chaque tableau, il y a une histoire' op Actuabd.com (2009)
• Andrzej Wajda: Danton (1983)
• Bernar Yslaire: Case à case in Casemate 20 (2009)


Enrico Marini over De Adelaars van Rome 5
22/12
TOP
De Adelaars van Rome 5
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 97 van november 2016.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
De Adelaars van Rome 5
Over de veldslag: "Als een scenarist me zou gevraagd hebben om een veldslag met duizenden soldaten te tekenen, zou ik hem wandelen hebben gestuurd! De scenarist in mij heeft me geen cadeaus gegeven met dit album zonder veel glamour en sexy elementen. Ik heb handschoen opgenomen door het verhaal te laten primeren. Ik zou waarschijnlijk meer op mijn gemak geweest zijn als de veldslag niet meer dan vijf of zes pagina's zou duren, maar ik wilde per se het verloop tonen wat me veel meer tijd en documentatie heeft gekost. Ik ben heel trots op dit album, een van de beste die ik al heb gemaakt, ook al was het niet altijd makkelijk." 

Over de vele personages: "Behalve de soldaten moest ik me ook bekommeren om veel personages: Falco, Arminius, Priscilla, Varus, Cabar, de Romeinse officieren,... Ik heb voor elk van hen de juiste dosering moeten zoeken, hen in complexe situaties brengen, de manier waarop ze reageren op de situaties. Ik verander graag veel van standpunt in plaats van me op één enkel personage te focussen." 

Over vrijheid:
"Voor de veldslag moest ik enkele zaken vereenvoudigen om die op zijn best te componeren en te choreograferen. Het is bijvoorbeeld waarschijnlijk dat de Romeinen op een veel inteligentere manier een soort kamp hebben gebouwd, ondanks de vermoeidheid en het verlies van veel mannen. De confrontatie heeft ongetwijfeld enkele dagen geduurd, maar daar heb ik voor dit album geen rekening mee gehouden. Omdat historici zich baseren op heel geromantiseerde, niet zo lange verhalen die in de decennia na de evenementen werden geredigeerd, kon ik me alle vrijheid veroorloven."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
De Adelaars van Rome 5
Over Arminius en Falco: "Mijn verhaal rust op een historisch fundament, ik probeer me niet te wagen aan fantasy of mythologie. Dit is geen Conan de Barbaar! De enige uitzondering zijn de weerkerende dromen van Falco en de voorspelling om Arminius, die ervan is overtuigd dat hij uitverkoren is door de goden, gerust te stellen. Falco is minder ambitieus en in alles minder passief. In dit album ondergaat hij veel terwijl hij enerzijds de drie legioenen en anderzijds zijn familie probeert te redden." 

Over tegenstrijdigheid: "Hoewel hij alles dreigt te verliezen, is Falco geen vriendelijk, heldhaftig en integer personage. Hij is een van de bezetters en hij bezit slaven in Rome. Ik speel graag met de tegenstrijdigheid van dit personage dat soms arrogant en superieur overkomt en soms menselijk en kwetsbaar. Door die ambiguïteit kan de lezer beïnvloed worden door hem soms parrtij te laten kiezen voor het ene of het andere personage of zelfs van kamp te veranderen. Dat vind ik fascinerend. Een goede en een slechte opvoeren, zou te gemakkelijk geweest zijn..." 

Over de mist:
"Ik gebruik vloeibare acryl voor de inkleuring. Om een mist op te roepen, gebruik ik eerst water, wat de kleur verdunt, en dan vertrouw ik op mijn penseel. Soms komen er vormen tevoorschijn, een beetje vaag wanneer de barbaren uit de mist opdoemen op de volgende pagina. Je kan niet alles overzien. Het resultaat is veel mysterieuzer en intrigerender dan mocht ik alles klaar en duidelijk getoond hebben. Ik heb het zo gelaten."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 20
De Adelaars van Rome 5
Over dierensymbolen: "Het hert is het symbool van de Cheruskenfamilie van Arminius dat op de schilden voorkomt. De wolf is tegelijk een Romeins als een Germaans symbool want er is de Romeinse wolf, de wolvenhuiden die gedragen worden door de Romeinse vaandeldragers en de belichaming van het wilde dier bij de barbaren. In de loop van de reeks droomt Falco van een gevecht tussen een adelaar en een wolf. Dat is natuurlijk symbolisch en wordt op het einde van het verhaal duidelijk gemaakt." 

Over horizontale en verticale prenten: "Ongetwijfeld onder invloed van films verkies ik horizontale beelden boven verticale. Verticale prenten komen dan weer van pas voor het evenwicht van de platen met inserts waarmee je kan variëren voor een minder traditionele bladschikking. Ik speel graag met het formaat als ze het verhaal dienen, het lezen vooruithelpen en kunnen helpen om gewaagde perspectieven in decors te gebruiken." 

Over instinct:
"In mijn storyboard werk ik alleen met horizontale beelden die het mij gemakkelijker maken en mijn scènes beter helpen opbouwen. Achteraf pas denk ik na over de precieze bladschikking om nog wat over te laten aan mijn instinct. Zo stel ik me niet te veel vragen over het spel tussen de horizontale en de verschillende verticale elementen in deze scène, zoals de speren, de bomen of de tralies van de kooi. Ik moet ze gewoon tekenen, dat is alles. Als het de dramaturgie versterkt, is dat des te beter, maar ik heb het niet aangepakt zoals een Alan Moore. Tenzij onbewust!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
De Adelaars van Rome 5
Over koude en warme kleuren: "Als ik een boom teken en inkleur, heb ik de neiging om alle bladeren te tonen. Ik heb daarom een manier gevonden om ze te stileren, met name dankzij koude kleuren. We zijn in Germanië, een land dat in die tijd weinig gastvrij was voor de Romeinen. Die keuze versterkt de dramaturgie, ook al moest het bos veel groener, zelfs roder en oranjer zijn tijdens het verloop van de veldslag op het einde van de zomer en het begin van de herfst. Mocht ik de realiteit gerespecteerd hebben, zou het er veel warmer uitgezien hebben."

Over shit: "Tijdens de velslag wilde ik dat je het bloed en de modder ziet, dat je de geur van de man-tegen-mangevechten ruikt die in die periode gebeurden. De Romeinen zitten in de shit! Er zijn uiteraard zaken die ik niet toon, en er komt een director's cut uit voor Kerstmis.... Nee, dat is een grap! Ik heb gewoon enkele scènes en beelden geschrapt."

Over de covers:
"De covers van de serie tonen de evolutie van de relatie tussen Arminius en Falco. Op deel 1 staan ze zij aan zij. Op deel 2 staan ze nog steeds naast elkaar, maar rug tegen rug. Op de delen 3 en 4 zijn ze van elkaar gescheiden. Het coverbeeld van deel 5 had ik al jaren in mijn achterhoofd. Ik heb al twee, drie ideeën voor de volgende cover die mogelijk een antwoord zou kunnen zijn op die van deel 5. Ik begin er nog niet aan tot ik heb beslist."


Jeroen Janssen over Abadaringi
10/12
TOP
Begin 2016 verscheen Abadaringi, een bijzonder boek van Jeroen Janssen. In de laatste maand van dit jaar laten we Jeroen terugblikken.


Abadaringi door een reizende tekenaar
"Velen vragen zich misschien af hoe het atelier van een striptekenaar eruitziet. Zelf teken ik sinds enkele jaren eigenlijk nog nauwelijks binnenshuis. Meestal ben ik de baan op, met mijn schetsboeken, in binnen- en buitenland. In plaats van in mijn atelier een verhaal te bedenken, wil ik mij onderdompelen in de verhalen uit het echte leven. En daar komen dan uiteindeijk boeken uit voort, zoals het in 2016 verschenen Abadaringi. Een turf van 320 pagina's, waarvan elke tekening, elke krabbel, op locatie gemaakt is.

Abadaringi
In Nyundo, Rwanda.


Abadaringi
De oogst van vijf jaar zwerven naar Doel, Ecuador, Rwanda en andere droombestemmingen.


Abadaringi
Wie herinnert zich deze cover van De Wraak van Bakamé, mijn (voorlopig) laatste traditionele strip die ik in 2010 voltooide met Pieter van Oudheusden?


Abadaringi
Deze foto (twee jaar later gemaakt) toont waar ik mijn mosterd haalde. Met met mijn dochter bezocht ik na achttien jaar haar geboorteland, Rwanda. We moesten op vlucht voor de genocide toen ze nog geen twee maanden oud was.


Abadaringi
Reizen doe ik liefst met de bus. In Rwanda kunnen die bussen nog wel eens overvol zijn, maar het genieten van de mooie landschappen wordt er niet minder door.


Abadaringi
Het voordeel van busreizen: je kan je schetsboek steeds op schoot houden, de onderwerpen dienen zichzelf wel aan.


Abadaringi
Rwanda is voor mij ook: blij weerzien met personen die ik in 1994 moest achterlaten. Vaak zonder te weten of ze de genocide al dan niet zouden overleven.


Abadaringi
Zoals deze beeldhouwer, Jan Damascene. Schetsen verwerk ik in verhalen en reportages. Zoals hier voor BoekenKnack 2007.
 

Abadaringi
De kunstschool van Nyundo, hier werkte ik van 1990 tot 1994 als leraar illustratie, beeldverhaal, en waarnemingstekenen.


Abadaringi
Voor mijn oude directeur moest ik gaan kijken of het bord nog aan de ingang stond. Het lijkt rustig op de tekening, in werkelijkheid werd ik continu belaagd door driehonderd schoolkinderen. Ik had de vergissing begaan om langs de weg te gaan zitten tekenen uitgerekend op het uur dat in de lagere scholen de middagpauze begon. En voor wie de vorige eeuw in België niet gekend heeft, kinderen gaan in Rwanda — zoals wijzelf vroeger — nog te voet naar school (zoals het eigenlijk hoort dus!).


Abadaringi
Na de oorlog en de genocide van 1994 ligt de school er nog troosteloos bij. In 2007, tijdens mijn eerste weerzien met Rwanda, zijn de herstellingswerken volop aan de gang.


Abadaringi
Maar enkele jaren later draaien de lessen weer op volle toeren? Hier heeft Anaïs, een jonge, pas afgestudeerde leerkracht, de taak overgenomen die vroeger de mijne was. En ik zit (buiten beeld uiteraard want ik teken hier wat ik zelf zie) net als de leerlingen op een krukje met mijn schetsblok op schoot.


Abadaringi
Pelagie
, de nieuwe bibliothecaresse in de kunstschool. Hier geef ik even iets meer commentaar, want het gaat over stripverhalen, wat de lezers van deze rubriek wellicht kan interesseren.
In de jaren voor de genocide was de bibliothecaris een Franse broeder, een kranige maar erg eigenzinnige man van meer dan zeventig jaar. Op een dag kwamen er kartonnen dozen op de school binnen. Deze dozen bevatten mooie strips van Dupuis, zoals de volledige collectie Aire Libre (= Vrije Vlucht, wat toen voor mij erg nieuw was want in Afrika bereikte alles uit Europa je toch met enkele decennia vertraging in die tijd). Verder veel strips van Casterman (Kuifje uiteraard, maar ook tal van graphic novels). En bij deze laatste waren onder andere enkele meesterwerken van Milo Manara. Frère Pierre stelde de volgende regel in: elke leerling heeft recht op één stripverhaal per uitlening, en de Manara's mogen alleen ontleend worden door de studenten van het zesde jaar. Ik feliciteerde de broeder met die mooie collectie (al vermoed ik wel dat die samengesteld was door het Centre Culturel in Kigali, of wie weet zelfs ergens door een bevlogen cultuurambtenaar in Parijs). En ik voegde eraan toe dat het mij plezier deed, maar ook lichtelijk verbaasde, dat een oude ultrakatholieke knar zulke strips ter beschikking stelde van de leerlingen (uiteraard verwoordde ik dat diplomatischer): "C'est très bien pour leur éducation artistique", antwoordde Frère Pierre, "comme-ça ils apprennent l'anatomie".
Tijdens de genocide is de hele school geplunderd, en zijn vele boeken her en der verspreid geraakt in Nyundo. Een groot deel keerde terug naar de bibliotheek. Catechismussen, wiskundeboeken, en boeken van Emile Zola en Jules Verne stonden terug in de rekken. Maar van de stripverhalen heb ik geen spoor meer teruggevonden. Of toch, een beduimeld exemplaartje van een strip over het leven van Sint Jan Berchmans.


Abadaringi
Een andere heilige is Sint Jean Baptiste de La Salle, de patroonheilige van de school.


Abadaringi
Deze mooie boom heeft hij helaas niet kunnen beschermen. Of omgekeerd.


Abadaringi
Nog goed dat de wind uit de heuvels kwam, want anders had ik deze tekening van Gabriël, de tuinman, niet meer kunnen maken. Ik sliep immers in een huisje op minder dan tien meter daarvandaan.


Abadaringi


Abadaringi

Nu ja, daar maak ik nu niet te veel woorden aan vuil. Dat kan je allemaal lezen in Abadaringi. Hierboven twee dubbele pagina's uit mijn jongste boek. Klik erop voor een grotere afbeelding.


Abadaringi
Abadaringi, dat is het meervoud van Umudaringi. Een Umudaringi is een leerling van de kunstschool van Nyundo. Tenminste, die naam gaven ze zichzelf. Felix, hierboven, is zo'n Umudaringi die bij mij les gevolgd heeft. Hij had een fantastisch striptekenaar kunnen worden, helaas, de oorlog heeft alles veranderd. Hier tekent hij mijn portret.


Abadaringi
Mijn boek Abadaringi eindig ik met een ode aan alle Abadaringi die ik vandaag in Nyundo ontmoet. Hopelijk zijn er enkele namen bij die op een mooie dag in je (strip)boekenkast gaan belanden."


Abadaringi
Abadaringi (Oogachtend, 2016)
ISBN 9789077549940
Formaat: 30 x 21 cm, 320 pagina's
Hardcover
Prijs: 39,00 euro
Awards: Prix de l'écriture du festival IFAV Clermont-Ferrand
Uit de pers: De Standaard ***** Cutting Edge ***** De Volkskrant *****
"Het is wonderbaarlijk wat een indruk dit op ons maakt. Ze vertellen, de ooit-vluchtelingen, over de oorlog, over de moorden. Over wie het niet overleefde. Ze laten je zien hoe ze nu leven. Subtiel, want Janssen is slim. In de gesprekken wordt er nooit met grote woorden gesproken. Het is echt, natuurlijk. Je leidt zelf af hoe de spreker zich voelt. Je geraakt doordrongen van hun problemen, angsten, hun liefde voor F.C. De Kampioenen." (Tom Stessens op Cuttingedge.be)
"... zijn meest persoonlijke én tegelijkertijd meest universele boek..." (Toon Horsten in Standaard der Letteren)


Bernard Yslaire over Samber 7
07/12
TOP
Samber 7
Onderstaande bijdrage van Klervi Le Cozic verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 95 van augustus-september 2016.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 7
Samber 7
Over de droom: "We bevinden ons opnieuw in de weerkerende droom van Bernard-Marie. Die bepaalt het begin van elk van de drie albums in de allerlaatste trilogie. Het is een flashforward naar wat er zal gebeuren en waarin spoken uit het verleden opduiken. Het is een mix van het verleden en de toekomst want de jongen droomt over zijn ontmoeting met zijn tweelingzus en wat later over zijn eigen dood."

Over rimpels: "Op mijn dertigste had ik de neiging om geen enkele rimpel te tekenen op mijn personages. Ongetwijfeld uit vrees om de eeuwigheid van hun ichamen te verknoeien. Met de jaren schep ik er meer en meer plezier in om rimpels net wel te tekenen, maar ook vlekjes, oneffenheden, voorhoofdsrimpels, zelfs oren interesseren me sindsdien. Ik zoek naar mogelijkheden om mijn personages geloofwaardiger te maken, niet om realistisch te zijn."

Over generaties:
"Snel nadat ik aan het verhaal van Samber begon, koos ik ervoor om het over twee generaties te hebben. Ik had eerst zin om het personage Julie, de moeder van Bernard-Marie, te laten verouderen. Geleidelijk aan reageert ze niet meer als een adolescent. Door zelf ouder te worden, realiseer ik me dat het steeds makkelijker wordt om oudere mensen op te voeren, en vooral om ze te tekenen."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 8
Samber 7
Over het rode oog: "De droom komt via de rode ogen, het symbool van het verhaal van de Sambers, van de familievervloekieng die aan het kleur van de ogen is verbonden. Het is een soort interne bloedziekte die het oog aantast."

Over bloedtranen: "Ik ontdekte dat dit fenomeen werkelijk bestaat bij dieren. Ze huilen bloedtranen om angst aan te jagen. Het is een manier om zich te verdedigen want rood is een veronderstelde, angstaanjagende kleur. De realiteit is soms sterker dan de fictie..."

Over verbondenheid:
"Als Bernard-Marie wakker wordt, is hij ten prooi gevallen aan de vreemde en opdringerige nachtmerrie. Hij is geobsedeerd door het gezicht van de vrouw dat op het zijne lijkt en die hij niet kent. Hij voelt zich met haar verbonden zonder te begrijpen waarom. Hij nadert de adolescentie, het is dus niet zo verbazingwekkend."

Over kindertekeningen: "Enkele pagina's verder tekent Bernard-Marie de spoken die in zijn dromen opduiken. Ik wilde een echte kindertekening gebruiken want als een volwassene een kind imiteert, voel je dat aan. Het is zoals in een film wanneer een slechte scenarist bepaalde woorden in de mond legt van een kind dat hij nooit zou uitspreken. Ik had al aan mijn dochter gevraagd om Julie te tekenen voor een speciale editie. Toen stelde ze een vrouw voor wier tranen uit haar oog sprongen. Ik heb die tekening, die me raakte door de eenvoud ervan, hernomen. Voor mij bestaan er tekeningen vóór je achtste en erna. Ervoor tekent elk kind naar hartenlust. Na die leeftijd worden zij die ermee doorgaan later tekenaar!"
 


COMMENTAAR BIJ PAGINA 9
Samber 7
Over de tante: "Bernard-Marie werd door zijn tante opgevoed in een nogal gekke, familiale omgeving. Zij leeft in een gesloten wereld, vermengd met doden en levenden, en voedt haar neefje op volgens haar theorieën. Die vrouw is een beetje gek: ze sluit de luiken en denkt dat ze blind is. Het is een soort hysterie waar de ziekte haar zicht meer uit psychologische dan uit werkelijke redenen ontneemt."

Over Hamlet: "Om zich moed in te praten en uit zijn nachtmerrie te raken, neemt Bernard-Marie de schedel naast zijn bed vast zoals anderen hun kussen vasthouden. De dood vergezelt hem, hij werd als kind een nacht lang op een kerkhof in de steek gelaten. Het is een beetje Hamlet. Ik denk dat die jongen, ook hij, gestoord is. Ik weet niet hoe hij uit zo'n situatie kan ontsnappen."

Over The Godfather:
"Er is een ritueel in Samber dat gedeeltelijk uit The Godfather van Francis Ford Coppola komt. In de loop van deze speciale trilogie, die veel verwijst naar Shakespeare, komen er scènes uit elke film terug als bijna religueuze rituelen. Er is altijd een doopplechtigheid of een huwelijk in combinatie met geweldscènes... In Samber voel je ook de familiale druk, vooral in die onveranderlijk aanwezige woning."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 10
Samber 7
Over de portretten: "De spoken die Bernard-Marie in zijn dromen ziet, zijn echte portretten van zijn voorouders. Uiteindelijk ziet hij elke nacht in zijn droom de schilderijen die op de zolder staan uitgestald. Alleen van die onverwachte, mysterieuze vrouw staat geen portret op zolder..."

Over de motten: "De motten zullen een belangrijke rol vertolken in het verhaal. Men beweert soms dat zij de geesten zijn van voorouders. In het volgende album zal er een nogal symbolische scène aan gewijd zijn. Bernard-Marie wordt trouwens entomoloog."

Over de portrettengalerij:
"Dankzij de computer kunnen de doden en de levenden bij elkaar gevoegd worden. En de portrettengalerij is nog echter. Al die portretten werden voor verschillende gelegenheden gemaakt door Jean Bastide en Vincent Mézil voor De Oorlog van de Sambers of door mij."

Over de knipoog: "Op deze ene pagina weegt het verleden van een hele familie door! Beste lezer, dit is een soort knipoog om je duidelijk te maken dat er evenveel cyclussen te lezen zijn als personages die je hier ziet."
 

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel