Spaghetti Bros 1
DEEL 1 VAN VIERDELIGE REEKS
Spaghetti Bros 1
KLIK
voor andere strips van
Domingo Mandrafina


KLIK
voor andere strips van
Carlos Trillo
SPAGHETTI BROS 1
Domingo Mandrafina + Carlos Trillo
Prestige | 196 p. | € 19,95 (HC)
Spaghettisoap
Voor een goed maffiaverhaal mag je ons altijd wakker maken... en het paardenhoofd uit ons bed ondertussen bij het vuilnis zetten. The Godfather, Goodfellas, The Sopranos, The Untouchables, Scarface, de stripreeks Cosa Nostra, de lijst kunnen we nog veel langer maken en we voegen er stante pede Spaghetti Bros aan toe.

Spaghetti Bros dateert van de jaren 1990 en komt nu pas in een vierdelige integrale reeks uit. Scenarist Carlos Trillo ligt al zes jaar onder de zoden terwijl zijn landgenoot Domingo Mandrafina (die op scenario van Trillo Het Grote Bedrog tekende) uit Buenos Aires een zeventiger is. Het duo presenteert drie broers en twee zussen die als kinderen van Italiaanse migranten een nieuw leven opbouwen in New York in 1910. Voor Amerigo Centobucchi is dat alvast gelukt. Hij kleedt zich in mooie pakken en heeft geen gebrek aan geld. Respect dwingt hij als maffiose drankverkoper echter af door afnemers van zijn bocht in elkaar te (laten) timmeren als zij het wagen naar een andere verkoper over te lopen. Hij heeft een bloedhekel aan zijn zeven jaar jongere broer Francesco (Frank) die hij als de moordenaar van hun moeder beschouwt omdat ze tijdens de overtocht van Italië naar de VS in het kraambed stierf toen ze Frank baarde. Amerigo heeft nog altijd een knoert van een moedercomplex. La mama, weet je wel... Frank is priester geworden en gaat af en toe zijn broer bezoeken om hem met een kruis af te ranselen als hij weer eens te horen kreeg welke zonden (bedrog, verkrachting, moord) hij heeft begaan. Frank is evenwel zelf geen heilig boontje. Hij draagt een geheimpje met zich mee. Zus Caterina weet er alles van. Onder haar schuilnaam Gipsy brengt ze talloze mannen in vervoering met haar sensuele acteerprestaties in stille films. Voor haar publiek is zij de dochter van een zigeunerkoningin en mag ze niet geassocieerd worden met de bekende maffioso in de familie. En dan zijn er nog wat naaktfoto's die circuleren. Haar mondaine leventje staat in schril contrast met dat van zus Carmela, ogenschijnlijk een huissloof die een normaal leven leidt. In werkelijkheid heeft ze een dekmantel als prostituee om als huurmoordenares te opereren. Broer Antonio — en dat maakt vijf — komt daar achter wanneer hij als politieman een avond het huis moet bewaken van een getuige in een onderzoek. Die getuige is Carmela's volgende opdracht. Maar ook Antonio heeft een en ander te verbergen. Wat een familie!

Eigenlijk is Spaghetti Bros meer een verdorven familiesaga, een spaghettisoap zelfs, dan een puur maffia- of gangsterverhaal. De mens en zijn geheimen en hoe die op een dag als uit een doos van Pandora springen en onherstelbare schade aanrichten, dat is zowat het leidmotief van deze reeks. Ondanks alle tegenstellingen kruipt het bloed waar het niet gaan kan en vertoont de familieband af en toe zijn sterktes. Het blijft familie.

Carlos Trillo heeft heel wat geschreven dat lang niet allemaal is vertaald. Maar van wat we al van hem hebben gelezen, is Spaghetti Bros, verteld in opeenvolgende, afgeronde hoofdtukken, beslist het beste. Van Mandrafina is nog veel minder beschikbaar in onze taal. Zijn tekenstijl, met een talent voor treffende zwart-witcontrasten, vergelijken we graag met die van Jordi Bernet en dan is een verband met diens Torpedo 1936 makkelijk te leggen. Beide reeksen blinken uit in het neerzetten van een weinig opbeurende sfeer met gitzwarte, verwerpelijke accenten, perverse personages en veel bedrog. Torpedo 1936 heeft weliswaar een superieur sarcastische toon die Spaghetti Bros ontbreekt.

We kunnen — zonder de loop van een revolver in onze rug — de beslissing van Prestige om Spaghetti Bros alsnog in vertaling uit te brengen alleen maar toejuichen. Maar we kunnen van de Nederlandse vertaler maar moeilijk aanvaarden dat een Italiaanse gangster in New York de uitspraak "Jemig!" in de mond neemt. Je zal het altijd zien: voor straat- of boeventaal en vloeken is het linguïstische verschil tussen Nederland en Vlaanderen het grootst.
DAVID STEENHUYSE --- december 2017